Operation Manual
34
NL
Zodra de akoestische waarschuwing afgaat, gaat de computer controleren of er
sprake is van een “ongecontroleerde opstijging”. Een opstijging wordt beschouwd als
“ongecontroleerd” wanneer de opstijgsnelheid minimaal 2/3 van de totale opstijging,
gerekend vanaf het moment van de waarschuwing, te hoog was.
Dit gebeurt uitsluitend als de waarschuwing dieper dan 12 meter afgaat. Wanneer er
sprake is van een ongecontroleerde opstijging, schakelt de Nemo aan de oppervlakte de
lucht- en nitroxfuncties van de duikmodus uit en functioneert de computer alleen nog als
timer en dieptemeter (BT). De overige modi werken normaal.
De “Stop”-functie in geval van een ongecontroleerde opstijging kunt u uitschakelen in het
menu Set Dive.
Veiligheidsstop
Als de maximale diepte van een duik meer dan 10
meter is, wordt tijdens de opstijging een veiligheidsstop
aangegeven. Dit is een 3 minuten durende stop op een
diepte tussen de 2,5 en 6 meter. In het display staat de
tekst “SAFESTOP” totdat de stop is voltooid. Als u weer
verder afdaalt en bovenstaande zone verlaat, wordt de
teller van de veiligheidsstop tijdelijk stopgezet. Zodra
u zich weer binnen de zone van de veiligheidsstop
begeeft, telt de teller van de veiligheidsstop door
waar deze gebleven was. Daalt u af naar 10 meter of
dieper, dan negeert de teller van de veiligheidsstop de
afgebroken stop en wordt bij terugkeer in de zone van
de veiligheidsstop weer vanaf 3 minuten afgeteld.
In het geval van een decompressieduik verlengt de
computer de veiligheidsstop op 3 meter met 3 minuten.
De informatie op het display is gedurende de stop
hetzelfde als eerder beschreven.
WAARSCHUWING
Alleen zeer ervaren duikers die
de volle verantwoordelijkheid
accepteren voor de gevolgen van
hun actie, mogen de functie “Stop”
bij een ongecontroleerde opstijging
uitschakelen.










