Operation Manual
16
Appendix
TipsInstellingenWeergave
Inhoud
Voorpaneel Achterpaneel Index
Afstandsbediening
Aansluitingen
Luidsprekeraansluiting
OPMERKING
•Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact voordat u de luidsprekers
aansluit.
•Sluit de luidsprekerkabels zodanig aan, dat er geen kerndraden uit de
luidsprekeraansluitingen steken. Het beveiligingscircuit kan geactiveerd worden
wanneer de kerndraden in contact komen met het achterpaneel of wanneer de +
en – draden met elkaar contact maken (vblz.39 “Beveiligingscircuit”).
•Raak de luidsprekeraansluitingen nooit aan terwijl het netsnoer is aangesloten.
•Gebruik luidsprekers met impedantie binnen de onderstaand weergegeven
bandbreedtes en in overeenstemming met hun vereisten.
Gebruikte luidsprekers Impedantie
SPEAKERS A
(standaardaansluiting)
4 – 16 Ω/ohm
SPEAKERS B 4 – 16 Ω/ohm
SPEAKERS A en SPEAKERS B 8 – 16 Ω/ohm
SPEAKERS A en SPEAKERS B
(voor dubbel bedrade aansluitingen)
4 – 16 Ω/ohm
Grijperschopaansluiting
De luidsprekerkabels aansluiten
Controleer nauwgezet het linker (L) en het rechter (R) kanaal en de + (rood)
en - (wit) polariteit op de luidsprekers die op het toestel zijn aangesloten
en let er goed op dat u de kanalen en polariteiten op juiste wijze aansluit.
1
Strip ongeveer 10 mm isolatie van het
uiteinde van de luidsprekerkabel en
wikkel de kerndraden stevig samen of
breng er wat soldeertin op aan.
2
Draai de luidsprekeraansluiting linksom
om deze los te maken.
3
Steek de kerndraad van de
luidsprekerkabel tot aan de isolatie in de
luidsprekeraansluiting.
4
Draai de luidsprekeraansluiting rechtsom
om deze vast te maken.










