Operation Manual
4
NEDERLANDS
NAMEN EN
FUNCTIES
BASISAANSLUITINGEN
BASISBEDIENINGEN
GEAVANCEERDE
AANSLUITINGEN
AFSTANDSBEDIENING
HANTERING
VERHELPEN VAN
PROBLEMEN
OVERIGE
NAMEN EN
FUNCTIES
NAMEN EN FUNCTIES
VOORPANEEL
q Spanningsschakelaar (POWER)
Druk eenmaal op deze schakelaar om de spanning
in te schakelen en druk nogmaals om de spanning
weer uit te schakelen.
Als de POWER-knop in de aan-stand staat, kan het
apparaat worden in- en uitgeschakeld door op de
POWER-toets op de afstandsbediening te drukken.
w STANDBY INDICATOR
Gaat aan als het apparaat in de standby-functie
staat.
e INGANGSKEUZESCHAKELAAR
(INPUT SELECTOR)
Kies met deze schakelaar de programmabron die u
wilt opnemen of weergeven: PHONO, TUNER, CD,
AUX/DVD, RECORDER 1 (CD-R) en RECORDER 2
(MD/TAPE).
r SOURCE DIRECT-toets en indicator
Deze toets schakelt SOURCE DIRECT AAN of UIT.
Wanneer SOURCE DIRECT AAN is, is de toets in het
midden verlicht. In de Source Direct-modus gaan de
audiosignalen niet via het toonregelingscircuit.
t FUNCTIE-INDICATORS
Eén van de indicators licht op en geeft aan welke
signaalbron er geselecteerd is met de INPUT
SELECTOR.
y MUTE INDICATOR
Licht op wanneer het geluid wordt gedempt door de
MUTE toets van de afstandsbediening te drukken.
Opmerking
Kontroleer de instelling van de VOLUME
regelaar alvorens u de schakelaar indrukt om de
dempingsfunktie uit te schakelen. De luidsprekers
kunnen namelijk beschadigd raken als de dempings
funktie wordt uitgeschakeld terwijl het volume erg
hoog staat ingesteld.
u VOLUMEREGELAAR (VOLUME)
Voor het instellen van het volume. Draai de knop
naar rechts om het volume te verhogen.
i AFSTANDSSENSOR
De afstandssensor ontvangt de infrarode
commandosignalen van de afstandsbediening. De
afstandsbediening moet altijd direct op de sensor
gericht worden.
o BALANSREGELAAR (BALANCE)
Gebruik deze regelaar om een niet goed
uitgebalanceerde-programmabron (stereo uitzending
e.d.) te korrigeren of het uitgangsniveau van linker en
rechter kanaal te variren. Als de BALANCE regelaar
helemaalnaar links of rechts wordt gedraaid, zal er
geen geluid meer komen van de luidspreker van de
andere zijde.
!0 LOUDNESS-toets en indicator
Deze toets schakelt LOUDNESS AAN of UIT.
Wanneer LOUDNESS AAN is, is de toets in
het midden verlicht. LOUDNESS compenseert
karakteristieken van het menselijk gehoor door lage
en hoge tonen te versterken bij laag volume om het
geluid aangenamer te laten klinken.
!1 SPEAKERS A/B-toetsen en
indicators
Met deze toetsen wordt het luidsprekersignaal naar
de luidsprekers die zijn aangesloten op SPEAKER
SYSTEMS A/B op het achterpaneel AAN en UIT
geschakeld. Wanneer het luidsprekersignaal AAN
is, is de toets in het midden verlicht. Schakel het
luidsprekersignaal UIT om te luisteren met een
hoofdtelefoon.
!2
TOONREGELAARS (BASS, TREBLE)
Met deze regelaars kan het niveau van de
korresponderende frekwentiebanden worden
bijgeregeld. Draai de regelaar naar (–) om het niveau
te verhogen en naar (+) om het niveau te verlagen.
TREBLE: Voor het bijregelen van de hoge
frekwenties.
BASS: Voor het bijregelen van de lage
frekwenties.
!3 HOOFDTELEFOONAANSLUITING
(PHONES)
Hierop kan een hoofdtelefoon voorzien van een
standaard klinkstekker worden aangesloten.
PM6003_N_04_Ned_New.indd 4PM6003_N_04_Ned_New.indd 4 09.4.20 3:58:49 PM09.4.20 3:58:49 PM










