Operation Manual

Nederlands / Blz. 30
Controle:
• De lichtweg in het rubber bodemprofiel onderbreken; dit kan door het profiel
te vervormen of door het verwijderen van de optosensorzender resp. ontvanger.
• Een eventueel sluiten van de deur op dit moment mag niet met zelfhoudend
contact!
• De lichtweg in het rubber bodemprofiel weer vrijgeven.
• De deur moet vanaf nu weer sluitbewegingen met zelfhoudend contact
maken.
7. Aansluiting van de veiligheidscontactlijst
Indicaties op de optosensor-platine:
LED GROEN: Bedrijfsspanning
LED GEEL: Ruststroomcircuit gesloten (moet bij het aanspreken
van de slappekabel- resp. loopdeurbeveiliging uitgaan)
LED ROOD: Functie-indicatie optosensor (moet bij onderbreking van
de lichtstraal uitgaan)
Functiecontrole
veiligheidscontactlijst:
• De netspanning inschakelen.
• Laat de deur naar eindpositie 'DEUR OPEN' lopen.
• Druk op de toets 'DEUR DICHT' (12).
- De deur moet met zelfhoudend contact sluiten.
-> Zo niet, dan de optosensor controleren (zie storingshandleiding).
• Knijp tijdens het sluiten in het rubber bodemprofiel.
- De deur moet stoppen en aansluitend weer kort tiijd opengaan.
-> Zo niet, dan de optosensor controleren (zie storingshandleiding).
• Schakel de netspanning uit.
Functiecontrole
optosensoren:
Opgelet!
Ten minste een keer per jaar moet de functie van de
optosensoren getest worden, om de bedrijfsveiligheid van de
deurinstallatie te verzekeren.