NL Gebruiksaanwijzing Uitgave: 07.
Inhoudsopgave Over dit document 1. –– –– –– –– –– –– 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. Algemene veiligheidsinstructies . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 1.1 Gebruik volgens voorschrift. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 1.2 Doelgroep. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 1.3 Garantie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 Productoverzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3 Montage. . . . . . . . . . .
1. Algemene veiligheidsinstructies GEVAAR! Levensgevaar bij het niet in acht nemen van de documentatie! • Neem alle veiligheidsinstructies in dit document in acht. 1.1 Gebruik volgens voorschrift –– Het aandrijfsysteem is uitsluitend bestemd voor het openen en sluiten van de volgende deuren. – sectionaaldeuren – naar buiten openende kanteldeuren –– Het gebruik is alleen toegestaan in droge ruimten. –– De maximale trek- en drukkracht moet in acht worden genomen.
2/4 OPMERKING 6x 6x 6x 2/5 Schade als gevolg van onjuiste montage van de aandrijving! Om montagefouten en schade aan deur en aandrijving te voorkomen, is het absoluut noodzakelijk dat de volgende montage-instructies worden opgevolgd: • Verzeker u ervan dat de deur zich in een goede mechanische toestand bevindt: - de deur blijft in iedere positie staan. - de deur kan gemakkelijk worden bewogen. - de deur opent en sluit correct. • Monteer het aandrijfsysteem alleen bij gesloten deur.
3.2 Montage van de aandrijving 4x 3.2 / 1 2x 3.2 / 2 A OPMERKING ø 5 – 5,5 4x Mogelijke schade aan de aandrijving! Er mag geen geweld worden gebruikt omdat de vertanding dan kan beschadigen. • De geleiderail moet voorzichtig op de aandrijving worden gemonteerd. 3.
3.2 / 7 3.2 / 4 1x WAARSCHUWING! Ernstig letsel mogelijk door vallende voorwerpen! • Beveilig het aandrijfsysteem tegen vallen tot het goed bevestigd is. 3.2 / 8 OPMERKING Mogelijke schade aan het deurblad! De bovenkant van het deurblad moet op zijn hoogste punt van de openingsbaan 10-50 mm onder de horizontale onderkant van de geleiderail liggen. • De bevestigingsplaat latei/deurkozijn voor de geleiderail moet in het midden boven het deurbevestigingsprofiel worden gemonteerd. 3.
3.2 / 11 3.2 / 15 3.2 / 12 3.2 / 16 1x a ø 10 1x a = 90° b = 9 Nm 5-10 b 3.2 / 13 3.2 / 17 2x 2x 2x 3.2 / 14 3.
3.3 Aansluitingen aan de besturing 3.3.1 Overzicht van de aansluitingen aan de besturing GEVAAR! 3.3.1 / 1 Levensgevaar door elektrische schok! • Voordat u bekabelingswerkzaamheden gaat uitvoeren, moet u eerst het aandrijfsysteem loskoppelen van de elektriciteitsvoorziening. Zorg ervoor dat tijdens de bekabelingswerkzaamheden de elektriciteitsvoorziening onderbroken blijft.
3.3.3 Aansluiting XB03 3.3.4 Aansluiting XN70 en XW81 3.3.3 / 1 3.3.4 / 1 3.3.3 / 2 - XB03 3 2 1 4 70 M11E021 1 INFORMATIE De montagebeschrijving van de aansluitingselementen vindt u in de afzonderlijke documenten. - Sb4 - W1 - W2 71 3.3.4 / 2 - Sb1 2 - W1 1 2 - W2 1 2 - AP27 3.3.
4. Inbedrijfstelling Indicatielampje Elektrisch bediende ramen, deuren en poorten moeten voorafgaande aan de eerste inbedrijfstelling en verder indien nodig, maar ten minste één maal per jaar worden getest door een deskundige (met schriftelijk bewijs). De gebruikers van de deurinstallatie of hun vertegenwoordigers moeten na de inbedrijfstelling van de installatie worden geïnstrueerd in de bediening.
4.2 Statusweergave Weergave Snelprogrammering 1. Programmering van de deurpositie OPEN Functie / element Besturing bevindt zich in de Bedrijfsmodus. 3 Reserveaccu aangesloten (optioneel) 4 Weergave voorwaarschuwingstijd (alleen bij geprogrammeerd automatisch sluiten) 4.3 P Deur in de positie OPEN bewegen. Snelprogrammering Voor een correcte inbedrijfstelling van het aandrijfsysteem moet de snelprogrammering worden uitgevoerd. Voorwaarden: –– De deur bevindt zich in de deurpositie DICHT.
4.4 Functietest 4.4.1 Programmeerloop van de aandrijfkracht Het aandrijfsysteem leert de maximaal benodigde aandrijfkracht tijdens de eerste bewegingen na de instelling van de eindposities. • Laat de aandrijving (met gekoppelde deur) zonder onderbreking éénmaal van de eindpositie DICHT naar de eindpositie OPEN lopen en terug. • Controleer de aandrijfkracht. Controleren van het aandrijfvermogen 1. Besturing bevindt zich in de bedrijfsmodus. 2.
OPMERKING Een aangesloten fotocel wordt door de besturing automatisch herkend zodra de stroomvoorziening aangesloten is. De fotocel kan naderhand opnieuw worden geprogrammeerd. Ongewenste fotocellen moeten worden losgekoppeld voordat de stroomvoorziening wordt aangesloten, omdat de besturing ze anders herkent. ➔➔ „3.3.3 Aansluiting XB03“ 5. Selectie van het gewenste menu (voorbeeld Menu 3). 6. Bevestiging van het gewenste menu. Weergave van de ingestelde parameterwaarde.
4.5.
Niveau 1 – Basisfuncties Menu 8 – RESET 1 )) Geen reset 2 Reset besturing 3 Reset afstandsbediening (berichten worden verwijderd) 4 Reset uitbreiding automatisch sluiten ➔➔ „Niveau 3 – Automatische sluitbeweging“ 5 Reset alleen uitgebreide aandrijffuncties (behalve eindpositie OPEN/DICHT en afstandsbedienings impuls) 6 Reset veiligheidselementen (fotocel / ruststroomcircuit) 7 Reset Bus-module (aangesloten Bus-module wordt ingeleerd) Niveau 2 – Aandrijvingsinstellingen Menu 1 – Benodigde aa
Niveau 4 – Draadloze programmering Menu 2 – Tussenpositie OPEN Parameterweergave knippert -> op knop handzender drukken -> handzenderweergave knippert mee > de functie is ingeleerd. Menu 3 – Tussenpositie DICHT Parameterweergave knippert -> op knop handzender drukken -> handzenderweergave knippert mee > de functie is ingeleerd. Menu 4 – OPEN Parameterweergave knippert -> op knop handzender drukken -> handzenderweergave knippert mee > de functie is ingeleerd.
Niveau 6 – Variabele snelheid Menu 7 – Smartlooppositie DICHT Instellen met de toetsen + (OPEN) en – (DICHT). Niveau 7 – Service en onderhoud Menu 9 – Foutweergave Weergave van de actuele foutmelding (max. 16 foutweergaves mogelijk). Weergave van de voorgaande fout / Navigatie door de foutenlijst Menu 8 – Softlooppositie DICHT Instellen met de toetsen + (OPEN) en – (DICHT). Niveau 7 – Service en onderhoud Menu 1 – Deurcycliteller Zes-cijferige weergave van de deurbediening tot 999999.
Niveau 8 – Systeeminstellingen Menu 4 – Bedrijfssoorten 1 Deurbeweging OPEN: dodeman Deurbeweging DICHT: dodeman 2 Deurbeweging OPEN: zelfhoudend contact Deurbeweging DICHT: dodeman 3 Deurbeweging OPEN: dodeman Deurbeweging DICHT: zelfhoudend contact 4 )) Deurbeweging OPEN: zelfhoudend contact Deurbeweging DICHT: zelfhoudend contact 5.
Codering overdragen 1. Bij zenders met meerdere kanalen moet het codeerproces voor iedere toets apart worden uitgevoerd. Handzender met overdrachtsstekker verbinden. Batterijen vervangen 1 2. Masterzender bedienen. Toets ingedrukt houden. LED brandt. 3. Toets van de nieuw te coderen handzender bedienen. LED knippert. 4. LED brandt. Codering is voltooid. 5. Overdrachtsstekker verwijderen. 1. Handzender openen. 2. Batterij vervangen.
5.2 Ontgrendeling VOORZICHTIG! Kans op letsel door ongecontroleerde deurbewegingen! Bij het bedienen van de ontgrendeling kunnen er ongecontroleerde bewegingen van de deur optreden: –– wanneer de torsieveren zwak of gebroken zijn. –– wanneer de deur niet in balans is. • Beweeg de deur in ontgrendelde toestand voorzichtig en met matige snelheid! OPMERKING Materiële schade door ongecontroleerde bewegingen van de deur! Bij het handmatig openen van de deur kan de geleideslede tegen de railaanslag stoten.
9. Opheffen van storingen Storingen zonder storingsmelding LCD-display geeft niets weer en brandt niet. Spanning ontbreekt. • Controleren of er netspanning aanwezig is. • Stroomaansluiting controleren. Thermische beveiliging in de nettransformator is geactiveerd. • Nettransformator laten afkoelen. Besturingseenheid defect. • Aandrijfsysteem laten controleren. Geen reactie na impuls. Aansluitklemmen voor schakelaar “impuls” overbrugd, bijv. door kortsluiting in de kabels of in de systeemstekkers.
Storingen met storingsmeldingen Foutmelding 28 Deur loopt te stroef, onregelmatig of blokkeert. • Deurbeweging controleren en zorgen dat de deur soepel loopt. Uitschakelautomaat te gevoelig ingesteld. • Uitschakelautomaat door de vakhandelaar laten controleren. ➔➔ „Niveau 2, Menu 3 – Uitschakelautomaat OPEN“ ➔➔ „Niveau 2, Menu 4 – Uitschakelautomaat DICHT“ Foutmelding 30 MS-Bus fout. • Reset van de BUS-module uitvoeren. ➔➔ „Niveau 1, Menu 8 – RESET“ • Aangesloten BUS-module laten controleren. 10.
Inhoud van het geleverde Referentiepunttechniek Soft-start / soft-stop Openschuifbeveiliging Uitschakelautomaat Blokkeerbeveiliging Beveiliging tegen te lage spanning Looptijdbegrenzing Elektronische eindpositieherkenning Aansluiting voor druk-, code- en sleutelschakelaars Aansluiting voor potentiaalvrije eindpositiemelding Modulaire antenne Foutsignalering Toebehoren Montageconsoles voor sectionaaldeuren Ontkoppelingssets voor kanteldeuren –– Elektromagnetische compatibiliteit 2004/108/EG EN 55014-1 EN 61
10.3 EG-conformiteitsverklaring Hierbij verklaren wij dat het hierna beschreven product op grond van zijn ontwerp, bouwwijze en door ons in het verkeer gebrachte uitvoering, voldoet aan de basiseisen van de hieronder genoemde EG-richtlijnen. In het geval van een niet met ons afgestemde wijziging in de producten, verliest deze verklaring zijn geldigheid.
Gebruiksaanwijzing, Comfort 260, 270, 280 (#102381 – NL) 25
Typeplaatje Typ (A) ___________________________________________________________________________________________ Rev (B) ___________________________________________________________________________________________ Art. No. (C) ___________________________________________________________________________________________ Prod. No.