Installation Instructions
12
Wordt menu A op 62 ingesteld, dan volgt er bij elke motorstart een korte impuls aan de
lichtuitgang. Zo kan b.v. met een extra trappenhuislichtautomaat een langere lichttijd gestart
worden.
Waarschuwingslicht-uitgang
voor het aansluiten van waarschuwingslampen, knipperlichten etc.
Aan de waarschuwingslichtuitgang (klemmen 14/15) kan direct een 230V verlichting van max.
500W aangesloten worden.
Functie :
Het waarschuwingslicht wordt over een relais aangestuurd gedurende de
voorwaarschuwingstijd (menu 9) en tijdens de motorloop.
Waarde van 00...70
blijvend waarschuwingslicht met 0...70s. voorwaarschuwing voor
motorstart.
Waarde van 11...20
blijvend waarschuwingslicht met 1…10s. voorwaarschuwing voor
motorstart in dicht looprichting.
24 V AC -uitgang
als voeding voor externe bevelgevers
Aan de 24 V uitgang (klemmen 23/24) kan 24 V AC. max. 200mA afgenomen worden voor de
voeding van externe bevelgevers zoals fotocellen.
Deze uitgang is extra beschermd met zekering Si 3 CT 200 mA)
230 V AC -uitgang
als voeding voor externe bevelgever
Aan de 230 V uitgang (klemmen 9/10) kan 230 VAC max. 1 A afgenomen worden voor de
voeding van externe bevelgevers zoals fotocellen en ook kontrolelampen.
Deze uitgang is net zoals de gezamenlijke sturing beschermd met de netzekering Si 1 CT 5 A)
230 V AC aansluitingen
Klemmen 1...4 : Aarding van net en aandrijvingen
Klemmen 5/6 : Kondensator M1
Klemmen 7/8 : Kondensator M2
Klem 16 : Dicht M1
Klem 17 : Open M1
Klem 18 : Gemeenschappelijke M1 (max. 500W)
Klem 19 : Gemeenschappelijke M2 (max. 500W)
Klem 20 : Dicht M2
Klem 21 : Open M2
INPLUGVOETEN
Inplugvoeten ontvanger :
voor de 1-kanaalontvanger
Functie :
impulswerking
Inplugvoet ontvanger A :
voor een tweede 1 kanaalontvanger
Met een jumper SL 2 kan men de keuze maken tussen de functies IMPULS / OPEN / STOP /
DICHT of ENKELE VLEUGEL.
Inplugvoet B :
voor één baanssturing of print rood/groen-licht










