Operation Manual

Gebruikershandleiding
Telefoon 9110
555-015-745NL
Uitgave 1
April 1996
5
De telefoon 9110
13) PROGRAMMEER-toets
Deze toets wordt gebruikt om onder alle tien de geheugentoetsen
nummers of aansluitingsnummers op te slaan.
14) OPSLAAN-toets
Met deze toets kunt u een enkel nummer dat u later opnieuw wilt
gebruiken, opslaan in het herhalingsgeheugen.
15) Aansluitpunt voor hoorn
Dit aansluitpunt bevindt zich aan de linkerkant van het toestel en wordt
gebruikt om het spiraalsnoer van de hoorn met de telefoon te
verbinden.
16) Telefoonhoorn
De hoorn wordt gebruikt om gesprekken te voeren.
Het ONDERAANZICHT toont de volgende onderdelen:
17) Batterijhouder
Voor het geval dat de stroom uitvalt, kunt u in de houder twee 1,5-volts
AA-batterijen plaatsen.
18) Volume-schuifregelaar van luidspreker/microfoon
Dit schuifje wordt gebruikt om het volume van de luidspreker/
microfoon te regelen. Plaats het schuifje voor een normaal
geluidsniveau in de middenpositie.
19) Toon/puls-schakelaar
Deze schakelaar wordt gebruikt om de kies-mode te selecteren:
TOON (DTMF) of PULS (Decadic). Wat de juiste mode is, wordt
bepaalt door het telefoonnetwerk.
20) Volumeschakelaar belsignaal
De stand van deze schakelaar bepaalt het volume van het belsignaal
bij een inkomend gesprek. Het volume van het belsignaal kan op drie
standen worden ingesteld: Laag, Midden en Hoog.
21) Toonhoogte belsignaal
U kunt de toonhoogte van het belsignaal wijzigen door deze knop, die
zich aan de onderkant van de telefoon bevindt, te verdraaien.