Gebruiks- en montagehandleiding Koel-vriescombinatie, integreerbaar, Deur-op-deur 020413 7084284 - 05 IC/ICN/SICN/ICP ...
Het apparaat in vogelvlucht Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Het apparaat in vogelvlucht.................................. Overzicht apparaat en uitrusting............................... Toepassingen van het apparaat............................... Conformiteit.............................................................. Energie sparen......................................................... 2 2 2 3 3 2 Algemene veiligheidsvoorschriften..................... 3 3 3.1 3.
Algemene veiligheidsvoorschriften richtlijn inzake medische hulpmiddelen 2 Algemene veiligheidsvoor2007/47/EG. Misbruik van het apparaat kan leiden tot schade aan bewaarde producten of schriften tot bederf ervan. Daarnaast is het apparaat niet Gevaren voor de gebruiker: geschikt voor gebruik op plaatsen waar ontplof- - Dit apparaat kan door kinderen vanaf 8 jaar fingsgevaar kan heersen.
Bedienings- en controle-elementen • Binnenin het apparaat geen elektrische apparaten gebruiken (b.v. stoomreinigers, verwarmingsapparatuur, ijsmachines enz.). • Wanneer er koelmiddel weglekt: Zorg dat zich geen open vuur of ontstekingsbronnen in de buurt van de lekkage bevinden. Ruimte goed ventileren. Contact opnemen met de Technische Dienst. - Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen, zoals b.v. butaan, propaan, pentaan enz. in het apparaat bewaren.
In gebruik nemen De volgende aanduidingen wijzen op een storing. Mogelijke oorzaken en maatregelen voor het oplossen (zie Storingen). - nA - F0 tot F5 4 In gebruik nemen 4.1 Apparaat transporteren VOORZICHTIG Gevaar voor verwonding en beschadiging door verkeerd transport! u Het apparaat verpakt transporteren. u Het apparaat rechtop transporteren. u Het apparaat niet alleen transporteren. 4.
In gebruik nemen 4.3.3 Sluitdemper weer monteren* Fig. 5 Fig. 3 u Spanveer Fig. 3 (11) met een schroevendraaier naar buiten schuiven.* u Sluitdemper Fig. 3 (2) naar beneden toe wegnemen. u Houder Fig. 3 (1) afschroeven. u Kogeltap Fig. 3 (3) eraf schroeven (Torx® 25). 4.3.2 Deurdraairichting veranderen u Kogeltap Fig. 5 (3) in de nieuwe bevestigingsboring vast met 4 Nm schroeven (Torx® 25). u Spanveer Fig. 5 (11) weer naar binnen schuiven.* u Houder Fig. 5 (1)met 3 Nm goed vastschroeven.
In gebruik nemen - De watertoevoerleiding mag bij de montage niet beschadigd of geknikt worden. Aanwijzing u Voor montage van de meubeldeur zeker stellen, dat het toegestane gewicht van de meubeldeur niet wordt overschreden. u Beschadigingen van de scharnieren en daaruitvolgende functiebeperkingen kunnen anders niet worden uitgesloten. Maximaal gewicht van de kastdeur Fig. 6 u Sluit het hoekstuk van de meegeleverde rvs slang op de afsluitkraan aan.
In gebruik nemen u Opvulstrook Fig. 11 (20) in het midden op het apparaat monteren: in de opname schuiven en in de sleutelgaten inhaken. 4.5.1 Apparaat installeren u Alle bevestigingshoeken Fig. 12 (34) met zeskantbout Fig. 12 (35) in de voorgeboorde gaten van de deur an het apparaat draaien. Bij 16 mm dikke meubelwanden= 568 mm brede nis: u Afstandhouder Fig. 13 (23) op de bovenste en afstandhouder Fig. 9 (24) op de onderste scharnieren vastklikken. Fig.
In gebruik nemen u Apparaat via destelpootjes Fig. 9 (25) met de bijgesloten gaffelsleutel Fig. 9 (26) recht uitlijnen. w Het apparaat is nu qua diepte juist gepositioneerd. De afstand tussen de voorrand van de meubelzijwand t.o.v het apparaat op zich bedraagt rondom 42 mm. (Houd rekening met deuraanslagonderdelen als noppen en afdichtstroken.) Aanwijzing Functiestoring door verkeerde montage! Wanneer de afstandsmaat niet wordt aangehouden, sluit de deur evt. niet juist.
In gebruik nemen u Bovenste Fig. 25 u Lijn het kastdeurtje in de diepte Z uit: boven schroeven Fig. 25 (36), onder zeskantschroeven Fig. 25 (35) met bijgesloten ringsleutel Fig. 25 (37) losdraaien, dan deurtje verschuiven. u Laat de noppen en afdichtstroken niet aanslaan - ze zijn belangrijk voor de functie! u Stel tussen het kastdeurtje en de ombouwkast een luchtspleet van ca. 2 mm in. afdekking Fig. 27 (38) plaatsen en vastklikken. aan de u Afdekking zijkant Fig.
Bediening 4.7 Apparaat aansluiten LET OP Gevaar voor beschadiging van de elektronische componenten! u Gebruik geen omvormer (omzetten van gelijkstroom naar wisselstroom) of spaarstekker. WAARSCHUWING Brand- en oververhittingsgevaar! u Gebruik geen verlengsnoer of verdeeldoos. Stroomsoort (wisselstroom) en spanning op de plaats van bestemming moeten met de informaties op het typeplaatje (zie Het apparaat in vogelvlucht) overeenstemmen.
Bediening 5.4 Temperatuuralarm Wanneer de vriestemperatuur niet laag genoeg is, gaat het akoestisch alarm af. Tegelijkertijd knippert de temperatuurdisplay. De oorzaak voor een te hoge temperatuur kan zijn: - warme nieuwe levensmiddelen werden in de diepvriezer gelegd - bij het herindelen en verwijderen van levensmiddelen is teveel warme kamerlucht naar binnen gestroomd.
Bediening Ventilator gebruiken* u Inschakelen: ventilatorschakelaar op| zetten. w De ventilator is ingeschakeld. u Uitschakelen: ventilatorschakelaar op positie 0 zetten. w Der ventilator is uitgeschakeld. Boter- en kaasvak altijd tegelijkertijd met het deksel verwijderen.* u Deksel verwijderen: een zijkant van het boter- en kaasvak naar buiten drukken, tot de dekseltap vrij is, dan deksel zijdelings verwijderen.* 5.5.
Bediening Om de levenmiddelen snel door en door te laten bevriezen, mag u de volgende hoeveelheden per verpakking niet overschrijden: - fruit, groente max. 1 kg - vlees max. 2,5 kg u Verdeel de levensmiddelen in porties en doe ze in diepvrieszakjes of in herbruikbare bakjes van kunststof, metaal of aluminium. 5.6.2 Levensmiddelen ontdooien u in het koelgedeelte bij kamertemperatuur in een magnetron in een oven/heteluchtoven Ontdooide levensmiddelen alleen bij wijze van uitzondering weer invriezen. 5.6.
Onderhoud 5.6.8 Info-systeem* (1) Kant-en-klare gerechten, ijs (2) Varkensvlees, vis (3) Fruit, groenten IceMaker inschakelen* Fig. 29 (4) Vleeswaren, brood (5) Wild, paddestoelen (6) Gevogelte, rund-/kalfsvlees De getallen geven telkens voor meerdere soorten ingevroren levensmiddelen de bewaartijd in maanden aan. De vermelde bewaartijden zijn richtwaarden. 5.6.9 Koudeaccu's* De koudeaccu's verhinderen bij stroomuitval, dat de temperatuur te snel stijgt.
Onderhoud VOORZICHTIG Gevaar voor verwonding en beschadiging door hete stoom! u Voor het ontdooien geen elektrische kacheltjes of stoomreinigers, open vuur of ontdooispray gebruiken. u Gebruik geen scherpe voorwerpen om ijs te verwijderen. u Schakel één dag voor het ontdooien de SuperFrost-functie in. w De diepvriesproducten krijgen een "koudereserve". u Schakel het apparaat uit. w De temperatuurdisplay gaat uit. w Als de temperatuurdisplay niet uitgaat, dan is de kinderbeveiliging (zie 5.2) geactiveerd.
Storingen u druk op de toets ON/OFF tot de LEDs branden, schuif dan de schuiflade weer in. w De IceMaker begint met het maken van ijsblokjes. Wanneer u afwasmiddel heeft gebruikt: u de eerste drie ladingen ijsblokjes weggooien om restjes afwasmiddel te vermijden. 6.5 Binnenverlichting vervangen* Type gloeilamp q max. 25 W q Fitting: E14 q Type stroom en spanning moeten overeenkomen met de informatie op het typeplaatje u Schakel het apparaat uit.
Uitzetten Een stromingsgeluid aan de sluitdemper.* → Het geluid ontstaat bij het openen en sluiten van de deur. u Het geluid is normaal. In de temperatuurdisplay wordt aangegeven: F0 tot F5. → Het betreft een storing. u Contact opnemen met de Technische Dienst (zie Onderhoud). WAARSCHUWING* Gevaar voor verwonding door een elektrische schok! Onder de afdekking bevinden zich stroomgeleidende delen.
Apparaat afdanken Let erop dat bij het afvoeren van het afgedankte apparaat het koelmiddelcircuit niet wordt beschadigd, zodat het koelmiddel (informatie op het typeplaatje) of de olie erin niet ongewild vrijkomen. u Apparaat onbruikbaar maken. u Trek de stekker uit. u Snijd het aansluitsnoer door.
Apparaat afdanken 20
Gebruiks- en montagehandleiding Koel-vriescombinatie met BioFresh-gedeelte, integreerbaar, Deur-op-deur 111012 7085298 - 00 ICB/ICBP/ICBN/SICBN ...
Het apparaat in vogelvlucht Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Het apparaat in vogelvlucht.................................. Overzicht apparaat en uitrusting............................... Toepassingen van het apparaat............................... Conformiteit.............................................................. Energie sparen......................................................... 2 2 2 3 3 2 Algemene veiligheidsvoorschriften..................... 3 3 3.1 3.
Algemene veiligheidsvoorschriften - voor catering en soortgelijke diensten in de 2 Algemene veiligheidsvoor- groothandel schriften Gebruik het apparaat alleen voor huishoudelijke toepassingen. Alle andere toepassingen zijn Gevaren voor de gebruiker: niet toegestaan.
Bedienings- en controle-elementen • Binnenin het apparaat geen elektrische apparaten gebruiken (b.v. stoomreinigers, verwarmingsapparatuur, ijsmachines enz.). • Wanneer er koelmiddel weglekt: Zorg dat zich geen open vuur of ontstekingsbronnen in de buurt van de lekkage bevinden. Ruimte goed ventileren. Contact opnemen met de Technische Dienst. - Geen explosieve stoffen of spuitbussen met brandbare drijfgassen, zoals b.v. butaan, propaan, pentaan enz. in het apparaat bewaren.
In gebruik nemen 4 In gebruik nemen 4.1 Apparaat transporteren VOORZICHTIG Gevaar voor verwonding en beschadiging door verkeerd transport! u Het apparaat verpakt transporteren. u Het apparaat rechtop transporteren. u Het apparaat niet alleen transporteren. 4.
In gebruik nemen 4.3.3 Sluitdemper weer monteren Fig. 5 Fig. 3 u Spanveer Fig. 3 (11) met een schroevendraaier naar buiten schuiven.* u Sluitdemper Fig. 3 (2) naar beneden toe wegnemen. u Houder Fig. 3 (1) afschroeven. u Kogeltap Fig. 3 (3) eraf schroeven (Torx® 25). 4.3.2 Deurdraairichting veranderen u Kogeltap Fig. 5 (3) in de nieuwe bevestigingsboring vast met 4 Nm schroeven (Torx® 25). u Spanveer Fig. 5 (11) weer naar binnen schuiven.* u Houder Fig. 5 (1)met 3 Nm goed vastschroeven.
In gebruik nemen - De watertoevoerleiding mag bij de montage niet beschadigd of geknikt worden. Aanwijzing u Voor montage van de meubeldeur zeker stellen, dat het toegestane gewicht van de meubeldeur niet wordt overschreden. u Beschadigingen van de scharnieren en daaruitvolgende functiebeperkingen kunnen anders niet worden uitgesloten. Maximaal gewicht van de kastdeur Fig. 6 u Sluit het hoekstuk van de meegeleverde rvs slang op de afsluitkraan aan.
In gebruik nemen u Opvulstrook Fig. 11 (20) in het midden op het apparaat monteren: in de opname schuiven en in de sleutelgaten inhaken. 4.5.1 Apparaat installeren u Alle bevestigingshoeken Fig. 12 (34) met zeskantbout Fig. 12 (35) in de voorgeboorde gaten van de deur an het apparaat draaien. Bij 16 mm dikke meubelwanden= 568 mm brede nis: u Afstandhouder Fig. 13 (23) op de bovenste en afstandhouder Fig. 9 (24) op de onderste scharnieren vastklikken. Fig.
In gebruik nemen u Apparaat via destelpootjes Fig. 9 (25) met de bijgesloten gaffelsleutel Fig. 9 (26) recht uitlijnen. w Het apparaat is nu qua diepte juist gepositioneerd. De afstand tussen de voorrand van de meubelzijwand t.o.v het apparaat op zich bedraagt rondom 42 mm. (Houd rekening met deuraanslagonderdelen als noppen en afdichtstroken.) Aanwijzing Functiestoring door verkeerde montage! Wanneer de afstandsmaat niet wordt aangehouden, sluit de deur evt. niet juist.
In gebruik nemen u Bovenste Fig. 25 u Lijn het kastdeurtje in de diepte Z uit: boven schroeven Fig. 25 (36), onder zeskantschroeven Fig. 25 (35) met bijgesloten ringsleutel Fig. 25 (37) losdraaien, dan deurtje verschuiven. u Laat de noppen en afdichtstroken niet aanslaan - ze zijn belangrijk voor de functie! u Stel tussen het kastdeurtje en de ombouwkast een luchtspleet van ca. 2 mm in. afdekking Fig. 27 (38) plaatsen en vastklikken. aan de u Afdekking zijkant Fig.
Bediening Het stopcontact moet volgens de voorschriften zijn geaard en een elektrische beveiliging bevatten. De afschakelstroom van de zekering moet liggen tussen 10 A en 16 A. Het stopcontact moet gemakkelijk toegankelijk zijn, zodat de stroomvoorziening van het apparaat in geval van nood snel kan worden onderbroken. Het mag zich niet achter het apparaat bevinden. u Elektrische aansluiting controleren. u Steek de stekker in het stopcontact. 4.
Bediening Aanwijzing Wanneer de temperatuur niet laag genoeg is, kunnen levensmiddelen bederven. u De kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorven levensmiddelen niet meer nuttigen. 5.4.1 Temperatuuralarm deactiveren Het akoestisch alarm kan worden gedeactiveerd. Wanneer de temperatuur weer laag genoeg is, is de alarmfunctie weer actief. u Toets Alarm Fig. 2 (1) indrukken. w Het akoestisch alarm is gedeactiveerd. 5.
Bediening u Geleiders opsteken, eventueel letten op het rechter (R) en linker (L) deel! u De glasplaat (1) met de uittrekstoppers moet vooraan liggen, zodat de stoppers (3) naar beneden wijzen. 5.5.6 Opbergvakken Opbergvakken verwijderen. u Vakken uitnemen volgens de afbeelding. 5.6.3 Levensmiddelen bewaren Aanwijzing u Niet in het BioFresh-gedeelte horen koudegevoelige groenten als komkommers, aubergines, halfrijpe tomaten, courgettes en alle koudegevoelige zuidvruchten.
Bediening Richtwaarden voor de bewaartijd bij hoge luchtvochtigheid Savooikool tot 20 dagen Fruit Abrikozen tot 13 dagen Appels tot 80 dagen Peren tot 55 dagen Braambessen tot 3 dagen Dadels tot 180 dagen Aardbeien tot 7 dagen Vijgen tot 7 dagen Bosbessen tot 9 dagen Frambozen tot 3 dagen Aalbessen tot 7 dagen Kersen, zoet tot 14 dagen Kiwi's tot 80 dagen Perziken tot 13 dagen Pruimen tot 20 dagen Vossenbessen tot 60 dagen Rabarber tot 13 da
Bediening 5.7 Vriesgedeelte In het vriesgedeelte kunt u diepvriesproducten of ingevroren levensmiddelen bewaren, ijsblokjes maken en verse levensmiddelen invriezen. 5.7.1 Levensmiddelen invriezen De laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, de plateaus elk met max. 35 kg worden belast. Na het sluiten van de deur ontstaat er een vacuüm. Na het sluiten ongeveer 1 min. wachten, dan is de deur gemakkelijker te openen.
Bediening 5.7.6 Plateaus u Plateau uitnemen: vooraan optillen en uittrekken. u Plateau terugplaatsen: tot aanslag inschuiven. wanneer de bovenste lade uitgenomen is: uitnemen: u Koudeaccu´s koudeaccu´s aan de zijkant vastpakken en naar onder uitdrukken. 5.7.7 VarioSpace 5.7.10 IceMaker* Naast de schuifladen kunt u tevens de plateaus verwijderen. Zo creëert u plaats voor levensmiddelen van groot formaat.
Onderhoud 6 Onderhoud 6.1 handmatig ontdooien* Het koelgedeelte ontdooit automatisch. Het dooiwater verdampt door de vrijkomende warmte van de compressor. Waterdruppels op de achterwand zijn normaal en wijzen niet op een storing. u Afvoeropening regelmatig reinigen, zodat het dooiwater weg kan lopen (zie 6.3) . In het vriesgedeelte vormt zich na langere gebruiksduur een rijp- resp. ijslaag. In het apparaat vormt zich na langere gebruiksduur een rijpresp. ijslaag. De vorming van een rijp- resp.
Storingen u Schuiflade reinigen met warm water en mild afwasmiddel. u Bij uitgetrokken schuiflade de toets On/Off ingedrukt houden (ca. 10 seconden). w Na ca. 1 sec. gaan de LEDs uit, de IceMaker is uitgeschakeld. w Na ca. 10 sec. knipperen de LEDs gedurende ca. 60 sec. u Schuif de lade in, terwijl de LEDs knipperen. w De ijsblokjeshouder van de IceMaker draait in schuine stand. u Neem de schuiflade uit. u Ijsblokjeshouder met warm water reinigen. Gebruik indien nodig een mild afwasmiddel.
Uitzetten u Aanduiding van de warmste temperatuur voortijdig wissen: toets Alarm Fig. 2 (1) indrukken. u De kwaliteit van de levensmiddelen controleren. Bedorven levensmiddelen niet meer nuttigen. Ontdooide levensmiddelen niet meer opnieuw invriezen. U kunt de IceMaker niet aanzetten.* → Het apparaat en dus ook de IceMaker zijn niet aangesloten. u Apparaat aansluiten (zie In gebruik nemen). De IceMaker maakt geen ijsblokjes.* → De IceMaker is niet ingeschakeld. u IceMaker inschakelen.
Apparaat afdanken 20