Gebruiksaanwijzing Tafelmodel diepvrieskast 090112 7081994 - 00 GP(esf)14../GP13.. ...
Het apparaat in vogelvlucht Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 Het apparaat in vogelvlucht.................................. Apparaat- en uitrustingsoverzicht............................. Toepassingen van het apparaat............................... Conformiteit.............................................................. Opstelmaten............................................................. Energie sparen.........................................................
Algemene veiligheidsvoorschriften 1.4 Opstelmaten Fig. 2 Model h a g e e' d c c' GP1376 851 553 611 624 653 1129 563 592 GP1476 851 602 611 628 657 1174 613 640 GPesf1476 851 602 611 610 657 1174 597 644 GP1486 851 602 646x 663x 692x 1209x 613 640 Bij apparaten waarbij geen wandafstandhouders worden meegeleverd of de meegeleverde afstandhouders niet worden gebruikt, ligt de maat 35 mm (zie 4.2) lager. x 1.5 Energie sparen - Zorg altijd voor een goede luchttoevoer en -afvoer.
Bedienings- en controle-elementen LET OP Aanwijzing duidt een gevaarlijke situatie aan, die materiële schade tot gevolg kan hebben wanneer dit gevaar niet vermeden wordt. geeft aan dat praktische aanwijzingen en tips gegeven worden. 3 Bedienings- en controleelementen 3.1 Bedienings- en controle-elementen Fig.
In gebruik nemen q De plaatsingsruimte van uw apparaat moet volgens de norm EN 378 per 8 g R 600a koelmiddel over een volume van 1 m3 beschikken. Indien de plaatsingsruimte te klein is, kan in geval van een lek in het koelmiddelcircuit een ontvlambaar gas-lucht-mengsel ontstaan. Informatie over de hoeveelheid koelmiddel vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. u Haal het aansluitsnoer van de achterzijde van het apparaat.
Bediening Plaatst u het apparaat met de scharnierkant naast een muur Fig. 5 (4), dan moet de afstand tussen apparaat en muur minstens 40 mm bedragen. Dit in verband met het uitsteken van de deurgreep bij een geopende deur. 4.5 Afvalverwerking van de verpakking WAARSCHUWING Gevaar voor verstikking door verpakkingsmateriaal en folie! u Kinderen niet met het verpakkingsmateriaal laten spelen.
Bediening 5.3.1 Temperatuuralarm deactiveren Het akoestisch alarm kan worden gedeactiveerd. Wanneer de temperatuur weer laag genoeg is, is de alarmfunctie weer actief. u Toets Alarm Fig. 3 (9) indrukken. w Het akoestisch alarm is gedeactiveerd. 5.4 Levensmiddelen invriezen U kunt maximaal zo veel kilo verse levensmiddelen binnen 24 uur invriezen, als op het typeplaatje (zie Het apparaat in vogelvlucht) onder "Invriescapaciteit ... kg/24h" is aangegeven. De laden kunnen elk met max.
Onderhoud 5.10 VarioSpace Naast de schuifladen kunt u tevens de plateaus verwijderen. Zo creëert u plaats voor levensmiddelen van groot formaat. Gevogelte, vlees, groot wild en hoog gebak kunnen geheel en al worden ingevroren en later verder verwerkt. u De laden kunnen elk met max. 25 kg diepvriesproducten, de plateaus elk met max. 35 kg worden belast. 5.11 Info-systeem (1) Kant-en-klare gerechten, ijs (2) Varkensvlees, vis (3) Fruit, groenten Fig.
Storingen u Apparaat en onderdelen droogwrijven. u Apparaat weer aansluiten en inschakelen. u SuperFrost inschakelen (zie 5.7) . Wanneer de temperatuur voldoende koud is: u de levensmiddelen er weer in leggen. u Het knipperen is normaal. Geluiden zijn te luid. → Op toerental gestuurde* compressoren kunnen naar aanleiding van de verschillende draaisnelheden verschillende geluiden veroorzaken. u Het geluid is normaal. 6.3 Technische Dienst Probeer eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zie Storingen).
Uitzetten In de display worden streepjes ("- -") aangegeven. → De vriestemperatuur is door stroomuitval of een stroomonu derbreking boven nul gestegen. Zie ook “Stroomuitval” en “ ” 8 Uitzetten 8.1 Apparaat uitschakelen u Toets On/Off Fig. 3 (1) ca. 2 seconden indrukken. w De temperatuurdisplay is uit. 8.2 Buiten werking stellen u Apparaat leegmaken. u Stekker uittrekken. u Apparaat reinigen (zie 6.2) . u Laat de deuren een stukje open staan zodat er geen onaangename geuren kunnen ontstaan.