Gebruiksaanwijzing Koel-vriescombinatie 100112 7081968 - 02 CUP(esf) 2901 / CUP(sl) 3221 ...
Het apparaat in vogelvlucht Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 Het apparaat in vogelvlucht.................................. Apparaat- en uitrustingsoverzicht............................. Toepassingen van het apparaat............................... Conformiteit.............................................................. Opstelmaten............................................................. Energie sparen.........................................................
Algemene veiligheidsvoorschriften Het apparaat is volgens de klimaatklasse gebouwd voor gebruik bij bepaalde omgevingstemperaturen. De klimaatklasse van uw apparaat vindt u op het typeplaatje. Aanwijzing u Respecteer de opgegeven omgevingstemperaturen, zoniet vermindert de koelprestatie. Klimaatklasse voor omgevingstemperaturen van SN 10 °C tot 32 °C N 16 °C tot 32 °C ST 16 °C tot 38 °C T 16 °C tot 43 °C Het koelmiddelcircuit werd op lekkages gecontroleerd.
Bedienings- en controle-elementen - Plint, laden, deuren enz. niet als voetensteun of om te leunen misbruiken. Dit geldt in het bijzonder voor kinderen. Gevaar voor voedselvergiftiging: - Te lang opgeslagen levensmiddelen niet meer nuttigen. Gevaar voor bevriezingen, gevoelloosheid en pijn: - Langdurig huidcontact met koude oppervlakken en gekoelde of ingevroren levensmiddelen vermijden of veiligheidsmaatregelen treffen, b.v. handschoenen dragen.
In gebruik nemen q De plaatsingsruimte van uw apparaat moet volgens de norm EN 378 per 8 g R 600a koelmiddel over een volume van 1 m3 beschikken. Indien de plaatsingsruimte te klein is, kan in geval van een lek in het koelmiddelcircuit een ontvlambaar gas-lucht-mengsel ontstaan. Informatie over de hoeveelheid koelmiddel vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat. u Haal het aansluitsnoer van de achterzijde van het apparaat.
In gebruik nemen u Afdekplaat Fig. 5 (12) 180° gedraaid aan de nieuwe greepzijde weer vastklikken. 4.3.4 Onderste lagerdelen omplaatsen u Haal Fig. 8 (30) de stop uit de deurlagerbus en plaats hem om. u Demonteer deurgreep Fig. 8 (32), stop Fig. 8 (33) en drukplaten* Fig. 8 (34) en monteer ze aan de tegenoverliggende kant. u Bij het monteren van de drukplaatjes aan de andere kant erop letten dat ze vastklikken.* 4.3.
Bediening 4.6 Apparaat aansluiten 4.4 Inbouw in het keukenblok LET OP Gevaar voor beschadiging van de elektronische componenten! u Gebruik geen omvormer (omzetten van gelijkstroom naar wisselstroom) of spaarstekker. WAARSCHUWING Brand- en oververhittingsgevaar! u Gebruik geen verlengsnoer of verdeeldoos. Fig. 9 (1) Opbouwkast (3) Keukenkast (2) Apparaat (4) Wand Het apparaat Fig. 9 (2) kan worden ingebouwd in de keuken.
Bediening 5.1.2 Temperatuur instellen 5.1.6 Flessenhouder uitnemen De temperatuur is instelbaar tussen 1 (warmste temperatuur, laagste koelvermogen) en 7 (koudste temperatuur, hoogste koelvermogen). Wij raden u de middelste stand aan, zodat de gemiddelde temperatuur in de koelruimte ca. 5 °C bedraagt. Als er diepvriesproducten worden bewaard en de lage diepvriestemperaturen gegarandeerd moeten zijn, is het aan te raden de temperatuurregelaar op stand "4" tot "7" in te stellen.
Onderhoud 5.2.3 Laden De vorming van een rijp- resp. ijslaag wordt in de hand gewerkt door vaak de deur te openen of door warme levensmiddelen in te leggen. Een dikkere ijslaag verhoogt echter het energieverbruik. Daarom moet u het apparaat regelmatig ontdooien. u Om diepvriesproducten direct op de draagplateaus te bewaren: trek de schuiflade naar voren en haal de lade uit. 5.2.4 Plateaus u Plateau uitnemen: vooraan optillen en uittrekken. u Plateau terugplaatsen: tot aanslag inschuiven. 5.2.
Storingen LET OP De roestvrijstalen deuren zijn voorzien van een hoogwaardige oppervlaktecoating en mogen niet met het bijgevoegde reinigingsmiddel worden behandeld. De oppervlaktecoating wordt door dit middel aangetast. u De gecoate deuroppervlakken uitsluitend met een zachte schone doek afvegen. Bij hardnekkig vuil een beetje water of allesreiniger gebruiken. Naar keuze kan ook een microvezeldoek worden gebruikt.
Uitzetten → De omgevingstemperatuur is te hoog. u Oplossing: (zie 1.2) Vibratiegeluiden. u Apparaat onbruikbaar maken. u Trek de stekker uit. u Snijd het aansluitsnoer door. → Het apparaat staat niet stabiel op de grond. Daardoor worden aangrenzende meubels of voorwerpen door het lopende koelaggregaat in vibratie gezet. u Apparaat iets verschuiven en met de stelpoten uitlijnen. u Flessen en containers uit elkaar zetten. De buitenkant van het apparaat voelt warm aan.
Apparaat afdanken 12