Quick Start Guide
Klik op de titelbalk en sleep het geheel naar een nieuwe locatie om een zwevende werkbalk te
verplaatsen.
Zwevende werkbalken
Sommige werkbalken die vanuit het menu Beeld geactiveerd worden zullen als zwevende
werkbalken verschijnen. Writer bevat ook verschillende aanvullende context-afhankelijke
werkbalken, die standaard als zwevende werkbalken verschijnen, gerelateerd aan de huidige
cursorpositie of selectie. U kunt deze werkbalken vastzetten aan de boven- of onderzijde of aan de
zijkanten van het venster, als u dat wilt (zie Werkbalken verplaatsen op pagina hierboven).
Vensters en werkbalken vastzetten / laten zweven
Werkbalken en enkele vensters, zoals de Navigator en het venster Stijlen en opmaak, kunnen
worden vastgezet. U kunt ze verplaatsen, de grootte wijzigen en ze aan een zijkant vastzetten.
Houd de toets Ctrl ingedrukt en dubbelklik op het frame van het zwevende venster (of in een leeg
gebied nabij de pictogrammen aan de bovenzijde) om het op zijn laatste positie vast te zetten.
Afbeelding 5: Ctrl+dubbelklik om vast
te zetten of los te maken
Houd de toets Ctrl ingedrukt en dubbelklik op het frame (of in een leeg gebied nabij de
pictogrammen aan de bovenzijde) van het vastgezette venster om het weer los te maken.
Vastzetten (AutoVerberg)
Bij iedere vensterrand, waar een ander venster is vastgezet, vindt u een knop waarmee u het
vastgezette venster kunt laten zien of verbergen.
10 Starten met Writer
Afbeelding 4: Titelbalk van een zwevende werkbalk
vastnemen om deze te verplaatsen
Afbeelding 3: Handvatten waarmee
vastgezette werkbalken verplaatst kunnen
worden










