W850 Gebruikershandleiding Mei 2011 Machinetype(n): 4024 Model(len): 110 www.lexmark.
Inhoudsopgave Veiligheidsinformatie...................................................................................5 Algemene informatie over de printer...........................................................7 Hartelijk dank voor het kiezen voor deze printer!....................................................................................7 Informatie zoeken over de printer............................................................................................................
Afdrukmateriaal in de universeellader plaatsen.....................................................................................52 Papier van het formaat Letter- of A4 laden in de afdrukstand korte zijde..............................................56 Laden koppelen en ontkoppelen.............................................................................................................56 Richtlijnen voor papier en speciaal afdrukmateriaal...................................60 Richtlijnen voor papier...
De Embedded Web Server gebruiken...................................................................................................139 De virtuele display controleren.............................................................................................................139 Apparaatstatus controleren..................................................................................................................140 E-mailmeldingen instellen................................................................
Veiligheidsinformatie Sluit het netsnoer aan op een geaard stopcontact dat zich dicht in de buurt van het product bevindt en dat gemakkelijk bereikbaar is. Plaats dit product niet in de buurt van water of in vochtige omgevingen. Dit product maakt gebruik van een aardlekschakelaar. Het wordt aanbevolen de aardlekschakelaar maandelijks te controleren. LET OP—KANS OP LETSEL: Dit product maakt gebruik van een laser.
Neem contact op met een professionele onderhoudstechnicus voor onderhoud en reparaties die niet in de gebruikersdocumentatie worden beschreven. LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Om het risico op elektrische schokken te vermijden, trekt u de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en maakt u alle kabels los die op de printer zijn aangesloten voor u de buitenkant van de printer reinigt. LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Gebruik de faxfunctie niet tijdens onweer.
Algemene informatie over de printer Hartelijk dank voor het kiezen voor deze printer! We hebben ons best gedaan om er zeker van te zijn dat hij aan uw verwachtingen zal voldoen. Als u uw nieuwe printer meteen wilt gebruiken, kunt u de installatiematerialen van de printer gebruiken en de Gebruikershandleiding doornemen om de zien hoe u de elementaire taken uitvoert.
Gewenste informatie Bron De recentste aanvullende informatie, updates en technische ondersteuning: Lexmark ondersteuningswebsite—support.lexmark.com • • • • • • • Hints en tips voor het oplossen van problemen Veelgestelde vragen Documentatie Downloads stuurprogramma Live ondersteuning per chat Ondersteuning via e-mail Telefonische ondersteuning Garantieverklaring Opmerking: Selecteer uw region en selecteer vervolgens uw product om de juiste ondersteuningssite te bekijken.
5 4 1 2 3 1 460 mm (18,1 inch) 2 640 mm (25,2 inch) 3 460 mm (18,1 inch) 4 200 mm (7,9 inch) 5 1724 mm (67,9 inch) Printerconfiguraties Basismodel 1 2 5 3 4 1 Standaarduitvoerlade 2 Bedieningspaneel van de printer 3 Standaardlade (lade 1) 4 Standaardlade (lade 2) 5 Universeellader Algemene informatie over de printer 9
Geconfigureerd model 1 2 8 3 7 6 4 5 1 Brugeenheid 2 Finisher 3 Bedieningspaneel van de printer 4 Optionele laden voor 500 vel (Lade 3 en Lade 4 of dubbele invoer voor 2.000 vel) 5 Standaardladen voor 500 vel (Lade 1 en Lade 2) 6 Optionele invoer met hoge capaciteit voor 2.
Onderdeel Beschrijving 2 Knop Terug Hiermee keert de display terug naar het vorige scherm 3 Display Hiermee worden berichten weergegeven met betrekking tot de status van de printer 4 Indicatielampje 5 Knop Selecteren • • • • Uit: de stroom is uitgeschakeld. Groen: de printer is bezig met opwarmen, het verwerken van gegevens of met afdrukken. Groen: de printer is ingeschakeld, maar niet actief. Rood: ingrijpen van gebruiker is vereist.
Minimaliseer de invloed die uw printer op het milieu heeft Lexmark hecht veel belang aan duurzaamheid en verbetert voortdurend zijn printers om de invloed ervan op het milieu te verminderen. Wij houden bij het ontwerpen rekening met het milieu, maken onze verpakkingen zelf om het materiaalgebruik terug te brengen en zorgen voor inzamel- en recyclingprogramma’s. Zie voor meer informatie: • Het hoofdstuk Kennisgevingen • Het gedeelte Duurzaamheid van de Lexmark website op www.lexmark.
Energie besparen Spaarstand aanpassen De beschikbare instellingen variëren van 2 tot 240 minuten. De standaardinstelling is 10 minuten. U kunt als volgt het aantal minuten voordat de printer overschakelt naar de spaarstand verhogen of verlagen: De Embedded Web Server gebruiken 1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser. Opmerking: als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een pagina met netwerkinstellingen af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
Kies Om Aan Het geluid van de printer te reduceren. • Mogelijk is de verwerkingssnelheid langzamer. • De printermotoren starten niet tot er een taak klaar is om af te drukken. Het kan daarom even duren voordat de eerste pagina wordt afgedrukt. • De ventilatoren werken minder snel of worden uitgeschakeld. • Als uw printer beschikt over een faxfunctie, worden faxgeluiden gereduceerd of uitgeschakeld, ook de geluiden van de faxluidspreker en het belsignaal. Uit De standaardinstellingen te gebruiken.
Om Lexmark cartridges terug te sturen voor hergebruik of recycling, volgt u de instructies op die bij uw printer of cartridge zijn geleverd en gebruikt u het retouretiket. U kunt ook: 1 Onze website bezoeken op www.lexmark.com/recycle. 2 Selecteer in het gedeelte Tonercartridges uw land in de lijst. 3 Volg de instructies op het beeldscherm.
Extra installatieopties voor de printer Interne opties installeren LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: wanneer u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of als u optionele hardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u de printer eerst uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.
Klep van systeemkaart openen voor installatie van interne opties LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: wanneer u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of als u optionele hardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u de printer eerst uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.
1 3 2 1 Connector voor vaste schijf 2 Connectoren voor flashgeheugen- of firmwarekaarten 3 Connector voor printergeheugenkaart Een geheugenkaart installeren LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u geheugenkaarten of optiekaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, dient u eerst de printer uit te zetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact te halen voor u verder gaat.
3 Open de vergrendelingen van de connector voor de geheugenkaart. 4 Breng de uitsparing op de geheugenkaart op één lijn met de ribbel op de connector. 5 Duw de geheugenkaart recht in de connector tot de kaart vastklikt. 6 Plaats de systeemkaartklep terug.
Een flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren De systeemkaart heeft twee connectoren voor een optionele flashgeheugenkaart of firmwarekaart. Slechts één van elk kan worden geïnstalleerd, maar de connectoren zijn uitwisselbaar.
4 Druk de kaart stevig op zijn plaats. Opmerkingen: • De connector van de kaart moet over de gehele lengte in aanraking zijn met de systeemkaart. • Let erop dat de aansluitpunten niet beschadigd raken. 5 Plaats de systeemkaartklep terug.
3 Verwijder de metalen plaat op de systeemkaartlade die de connectorsleuf afdekt en bewaar de metalen plaat. 4 Breng de connector op de interne afdrukserver of PIC-kaart op één lijn met de connector op de systeemkaart. Opmerking: de kabelconnectoren aan de zijkant van de optionele kaart moeten door de opening van de faceplate. 5 Druk de interne afdrukserver of PIC-kaart stevig in de connector op de systeemkaart.
6 Plaats een schroef in de opening aan de rechterkant van de connectorsleuf. Draai de schroef goed aan om de kaart op de systeemkaarthouder vast te zetten. 7 Installeer de systeemkaart opnieuw.
4 Bevestig de montageplaat met de schroeven aan de vaste schijf. 5 Druk de aansluiting op de lintkabel in de aansluiting voor de vaste schijf op de systeemkaart.
6 Draai de vaste schijf om en druk de drie staafjes op de montageplaat in de gaatjes in de systeemkaart. De vaste schijf klikt vast. 7 Installeer de systeemkaart opnieuw. De beschermplaat terugplaatsen Nadat u opties op de systeemkaart van de printer hebt geïnstalleerd, voert u de volgende stappen uit om de beschermplaat weer aan te brengen. Opmerking: hiervoor hebt u een kruiskopschroevendraaier nummer 2 nodig. 1 Lijn de nokjes aan de rechterkant van de beschermplaat uit met de sleuven in de printer.
3 Draai de schroeven aan. 4 Sluit het netsnoer van de printer weer aan op een geaard stopcontact en zet de printer aan. Hardwareopties installeren Volgorde van installatie LET OP—KAN OMVALLEN: op de vloer geplaatste configuraties vereisen extra onderdelen voor stabiliteit. U moet een printerstandaard of printerstelling gebruiken als u gebruikmaakt van een invoerlade met hoge capaciteit, een duplexeenheid en een invoeroptie of meerdere invoeropties.
Optionele laden installeren De printer ondersteunt de volgende optionele invoerbronnen: • • • • Module met 2 laden (2 laden voor 500 vel) Laden voor 2.000 vel met dubbele invoer Lader met hoge capaciteit voor 2.000 vel Duplexeenheid LET OP—KANS OP LETSEL: de printer weegt meer dan 18 kg en moet door twee of meer getrainde personeelsleden worden verplaatst.
3 Lijn de printer uit met de lade en laat de printer op zijn plaats zakken. 4 Zet de printer weer aan. 5 Stel de printersoftware zo in dat de optionele invoerbron kan worden herkend. Zie “Beschikbare opties bijwerken in het printerstuurprogramma” op pagina 31 voor meer informatie. Kabels aansluiten Sluit de printer aan op de computer met een USB-kabel of een ethernetkabel.
USB-poort Ethernetpoort Printerconfiguratie controleren • Druk een pagina met menu-instellingen af om te controleren of alle printeropties juist zijn geïnstalleerd. Onderaan de pagina verschijnt een lijst met geïnstalleerde opties. Als een geïnstalleerde optie niet is vermeld, is deze niet correct geïnstalleerd. Verwijder de optie en installeer deze opnieuw. • Druk een pagina met netwerkinstellingen af om te controleren of uw printer op de juiste wijze is aangesloten op het netwerk.
Pagina met netwerkinstellingen afdrukken Als de printer op een netwerk is aangesloten, kunt u de netwerkaansluiting controleren door een pagina met netwerkinstellingen af te drukken. Deze pagina bevat ook informatie die van belang is bij de configuratie van het afdrukken via een netwerk. 1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat Gereed wordt weergegeven. 2 Druk op het bedieningspaneel van de printer op . 3 Druk op de pijl-omhoog of -omlaag tot Rapporteren wordt weergegeven en druk op .
Internet 1 Ga naar de website van Lexmark op www.lexmark.com. 2 Klik in het menu Drivers & Downloads op Driver Finder (Stuurprogramma zoeken). 3 Selecteer uw printer en vervolgens uw besturingssysteem. 4 Download het stuurprogramma's en installeer de printersoftware.
4 Klik op Stuurprogramma en voeg eventuele geïnstalleerde hardwareopties toe. 5 Klik op OK. In Mac OS X versie 10.4 en eerder 1 Klik op het bureaublad van de Finder op Ga > Toepassingen. 2 Dubbelklik op Hulpprogramma's en dubbelklik vervolgens op Afdrukbeheer of Printerconfiguratie. 3 Selecteer de printer en kies vervolgens in het menu Printers de optie Info weergeven. 4 Selecteer Installeerbare opties in het pop-upmenu.
• 802.1X-gebruikersnaam en -wachtwoord • Certificaten Opmerking: Raadpleeg de Handleiding netwerken op de cd Software en documentatie voor meer informatie over het configureren van de 802.1X-beveiliging. Printer installeren op een draadloos netwerk (Windows) Controleer het volgende voor u de printer installeert op een draadloos netwerk: • Het draadloze netwerk is geconfigureerd en functioneert correct.
2 Plaats de cd Software en documentatie in de computer. 3 Klik op Install (Installeren). 4 Klik op Agree (Akkoord). 5 Klik op Suggested (Aanbevolen). 6 Klik op Wireless Network Attach (Aangesloten op draadloos netwerk). 7 Sluit tijdelijk een USB-kabel aan tussen de computer op het draadloze netwerk en de printer. Opmerking: Nadat u de printer hebt geconfigureerd, wordt in de software aangegeven dat u de tijdelijke USBkabel kunt losmaken, zodat u draadloos kunt afdrukken.
De printer installeren op een draadloos netwerk (Macintosh) Configuratie van de printer voorbereiden 1 Zoek naar het MAC-adres op het blad dat bij de printer is geleverd. Noteer hieronder de laatste zes cijfers van het MAC-adres: MAC-adres: ___ ___ ___ ___ ___ ___ 2 Sluit het netsnoer aan op de printer en daarna op een geaard stopcontact en zet vervolgens de printer aan. 1 2 Voer de printerinformatie in 1 Open de opties voor AirPort. Mac OS X versie 10.
5 Selecteer Bonjour of Rendezvous bij Sets en dubbelklik op de printernaam. Opmerking: in Mac OS X versie 10.3 wordt naar de toepassing verwezen als Rendezvous, maar nu wordt deze Bonjour genoemd door Apple Computer. 6 Ga vanaf de hoofdpagina van de Embedded Web Server naar de pagina met de gegevens van het draadloze netwerk. Printer configureren voor draadloze toegang 1 Typ de netwerknaam (SSID) in het betreffende veld. 2 Selecteer de netwerkmodus Infrastructuur als u een draadloze router gebruikt.
2 Voeg de printer toe: a Voor afdrukken via IP: Mac OS X versie 10.5 of later 1 Klik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu. 2 Klik op Afdrukken & faxen. 3 Klik op +. 4 Selecteer de printer uit de lijst. 5 Klik op Toevoegen. In Mac OS X versie 10.4 en eerder 1 Klik op het bureaublad van de Finder op Ga > Toepassingen. 2 Dubbelklik op de map Hulpprogramma's. 3 Dubbelklik op Printerconfiguratie of Afdrukbeheer. 4 Kies Voeg toe in de printerlijst. 5 Selecteer de printer uit de lijst. 6 Klik op Toevoegen.
Controleer het volgende voor u de printer installeert op een bedraad netwerk: • U hebt de eerste installatie van de printer voltooid. • De printer is op uw netwerk aangesloten met het juiste type kabel. Voor Windows‐gebruikers 1 Plaats de cd Software en documentatie in de computer. Als het Welkomstscherm niet binnen een minuut wordt weergegevem, start u de cd handmatig: a Klik op of op Start en klik vervolgens op Uitvoeren. b Typ bij Start > Zoeken of Start > Uitvoeren D:\setup.exe in.
7 Klik in het scherm voor eenvoudige installatie op Installeren. 8 Voer het gebruikerswachtwoord in en klik vervolgens op OK. Alle benodigde software wordt op de computer geïnstalleerd. 9 Klik op Sluiten wanneer de installatie is voltooid. b Voeg de printer toe: • Voor afdrukken via IP: In Mac OS X versie 10.5 of later 1 2 3 4 5 Klik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu. Klik op Afdrukken en faxen. Klik op +. Selecteer de printer uit de lijst. Klik op Toevoegen. In Mac OS X versie 10.
Poortinstellingen wijzigen na het installeren van een nieuwe netwerk‐ISP Wanneer een nieuwe Interne oplossingspoort van Lexmark voor het netwerk wordt geïnstalleerd in de printer, moeten de printerconfiguraties worden bijgewerkt op computers die toegang hebben tot de printer, omdat de printer een nieuw IP-adres krijgt toegewezen. Alle computers die toegang hebben tot de printer moeten met dit nieuwe IP-adres worden bijgewerkt om erop te kunnen afdrukken via het netwerk.
8 Klik op Poort configureren. 9 Typ het nieuwe IP-adres in het veld “Printernaam of IP-adres”. U kunt het nieuwe IP-adres vinden op de pagina met netwerkinstellingen die u bij stap 1 hebt afgedrukt. 10 Klik op OK en daarna op Sluiten. Macintosh 1 Druk een pagina met netwerkinstellingen af en noteer het nieuwe IP-adres. 2 Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een pagina met netwerkinstellingen af en zoekt u het adres in het TCP/IP-gedeelte.
f g h i j Klik op Meer printers. Kies AppleTalk in het eerste pop-upmenu. Selecteer Lokale AppleTalk‐zone in het tweede pop-upmenu. Selecteer de printer uit de lijst. Klik op Toevoegen. Serieel afdrukken instellen Bij serieel afdrukken worden gegevens bit voor bit verzonden. Hoewel serieel afdrukken doorgaans trager is dan parallel afdrukken, is dit de voorkeursmethode als de afstand tussen printer en computer erg groot is, of als er geen verbinding met een betere doorvoersnelheid beschikbaar is.
3 Stel de parameters in voor de COM-poort. Nadat het printerstuurprogramma is geïnstalleerd, moet u de seriële parameters instellen voor de communicatiepoort (COM) die aan het printerstuurprogramma is toegewezen. De seriële parameters van de COM-poort moeten overeenkomen met de seriële parameters die u op de printer hebt ingesteld. a Open Apparaatbeheer. In Windows Vista 1 2 3 4 5 Klik op . Klik op Configuratiescherm. Klik op System and Maintenance (Systeem en onderhoud). Klik op System (Systeem).
Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de standaardladen en de optinele laden voor 500 en 2.000 vel en de universeellader moet vullen. Hier vindt u ook informatie over de papierafdrukstand, het instellen van de papiersoort en het papierformaat en het koppelen en ontkoppelen van laden. Papiersoort en papierformaat instellen 1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven. 2 Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
5 Druk op om de gewenste instelling voor Ladedetectie te selecteren. Selectie verzenden wordt weergegeven, gevolgd door het menu Formaatdetectie. 6 Druk eenmaal op en druk dan op de pijl naar links of naar rechts tot Config afsluiten wordt weergegeven. 7 Druk op . De printer voert de opstartcyclus uit, waarna Gereed wordt weergegeven.
3 Druk op de pijl-omhoog of –omlaag tot Staand hoogte wordt weergegeven en druk op 4 Druk op de pijl-omhoog of –omlaag om de instelling voor papierhoogte te wijzigen en druk op . . Selectie verzenden wordt weergegeven, gevolgd door het menu Instelling Universal. De standaardlade of optionele laden voor 500 vel laden De printer heeft twee standaardladen voor 500 vel (Lade 1 en Lade 2) en heeft mogelijk een of meer optionele laden voor 500 vel.
4 Plaats de papierstapel met de aanbevolen afdrukzijde naar boven. Plaats het papier in de afdrukstand lange zijde of korte zijde, zoals is weergegeven. Opmerkingen: • Plaats formaten groter dan A4 met de korte zijde naar voren. • Zorg ervoor dat het papier niet hoger komt dan de maximumstapelhoogte op de rand van de papierlade. Als er teveel papier in de lade wordt geplaatst, kan dit papierstoringen en mogelijk schade aan de printer veroorzaken.
Papier van A5‐ of Statement‐formaat laden De printerladen kunnen geen onderscheid maken tussen papier van A5- (148 x 210 mm) en Statement-formaat (139,7 x 215,9 mm) als de laden zijn gevuld met beide soorten papier. Geef in het menu voor automatische formaatdetectie op welk papierformaat de printer moet detecteren. Plaats papier van A5- of Statement-formaat in de papierladen, maar niet allebei.
6 Druk op de pijl-omhoog of -omlaag tot Executive detecteren of B5 detecteren wordt weergegeven en druk vervolgens op om het papierformaat te selecteren. Selectie verzenden wordt weergegeven, gevolgd door het menu Formaatdetectie. 7 Druk eenmaal op 8 Druk op en druk dan op de pijl-omhoog of -omlaag tot Config afsluiten wordt weergegeven . De printer voert de opstartcyclus uit, waarna Gereed wordt weergegeven. De lader met hoge capaciteit voor 2.000 vel vullen In de lader met hoge capaciteit past 2.
3 Buig de vellen enkele malen heen en weer om de vellen los te maken en waaier ze vervolgens uit. Vouw of kreuk het papier niet. Maak op een vlakke ondergrond de stapel recht. 4 Plaats het papier in de lade met de afdrukzijde omlaag. X MA • Plaats geperforeerd papier met de gaatjes naar links. • Plaats bij het laden van briefhoofdpapier de koptekst aan de voorzijde van de lade. 5 Plaats de lade terug.
De dubbele invoer voor 2.000 vel laden De dubbele invoer voor 2.000 vel heeft twee laden: een lade voor 850 vel en een lade voor 1.150 vel. Hoewel de laden er verschillend uitzien, worden ze op dezelfde manier geladen. 1 Trek de lade naar buiten. 2 Druk de lengtegeleider naar binnen, zoals op de afbeelding wordt aangegeven, en schuif de geleider naar de juiste positie voor het formaat papier dat u plaatst. 3 Buig de vellen enkele malen heen en weer om de vellen los te maken en waaier ze vervolgens uit.
4 Plaats het papier in de lade met de te bedrukken zijde naar boven. Opmerking: zorg dat de stapel niet boven de lijn voor de maximale hoeveelheid uitkomt. Een teveel aan papier kan papierstoringen veroorzaken. 5 Plaats de lade terug. Afdrukmateriaal in de universeellader plaatsen De universeellader is geschikt voor afdrukmateriaal van diverse formaten en soorten, zoals transparanten, etiketten, karton en enveloppen.
Opmerkingen: – De maximumbreedte en –hoogte kunnen alleen worden toegepast als de korte zijde eerst wordt ingevoerd. – Alleen de geleider van de universeellader ondersteunt minimumformaat. Opmerking: voeg geen papier of speciaal afdrukmateriaal toe en verwijder het ook niet wanneer de printer bezig is met afdrukken vanuit de universeellader of als het indicatielampje op het bedieningspaneel knippert. Dit kan een papierstoring veroorzaken. 1 Trek de klep van de universeellader naar beneden.
4 Buig de vellen papier of speciaal afdrukmateriaal enkele malen om ze los te maken en waaier ze vervolgens uit. Vouw of kreuk het papier niet. Maak op een vlakke ondergrond de stapel recht. Papier Enveloppen Transparanten Opmerking: raak de afdrukzijde niet aan en zorg dat er geen krassen op komen. 5 Plaats het papier of speciale afdrukmateriaal in de universeellader.Schuif de stapel voorzichtig zo ver mogelijk in de universeellader.
• Plaats enveloppen met de klepzijde omhoog. Let op—Kans op beschadiging: gebruik geen enveloppen met postzegels, klemmetjes, drukkers, vensters, bedrukte binnenzijde of zelfklevende sluitingen. Het gebruik van deze enveloppen kan de printer ernstig beschadigen. 6 Pas de breedtegeleider aan zodat deze licht tegen de rand van de stapel papier drukt. Zorg ervoor dat het papier losjes in de universeellader past, plat ligt en niet is omgebogen of gekreukt.
Papier van het formaat Letter‐ of A4 laden in de afdrukstand korte zijde Standaard herkent de printer papier van het formaat Letter of A4 dat is geladen in de afdrukstand lange zijde. Als u papier van het formaat Letter of A4 wilt laden in de afdrukstand korte zijde, moet u ervoor zorgen dat u “Afdrukken met de korte zijde” hebt ingeschakeld. 1 Controleer of de printer is uitgeschakeld. 2 Houd en de pijl naar rechts ingedrukt terwijl u de printer aanzet.
Laden ontkoppelen Ontkoppelde laden hebben instellingen die afwijken van de instellingen van andere laden. Als u een lade wilt ontkoppelen, wijzig dan de volgende lade-instellingen, zodat deze niet overeenkomen met de instellingen van andere laden: • Paper Type (Papiersoort), zoals Plain Paper (Normaal papier), Letterhead (Briefhoofdpapier), Custom Type (Aangepast ) De papiersoort omschrijft de eigenschappen van het papier.
3 Druk op . Het menu Papier wordt weergegeven. 4 Druk op . Het menu Papierformaat/-soort wordt weergegeven. 5 Druk eenmaal op de pijl-omlaag. wordt weergegeven naast de naam van de lade. 6 Druk op . Het menu Papierformaat wordt weergegeven. 7 Druk nogmaals op . Het menu Papiersoort wordt weergegeven. 8 Druk op de pijl naar links of naar rechts tot Aangepast of een andere aangepaste naam verschijnt en druk op . Selectie verzenden wordt weergegeven, gevolgd door Menu Papier.
6 Klik op Verzenden. 7 Klik op Custom Types (Aangepaste soorten). Aangepaste soorten wordt weergegeven, gevolgd door de aangepaste naam. 8 Selecteer een instelling voor Paper Type (Papiersoort) uit de lijst naast de aangepaste naam. 9 Klik op Verzenden.
Richtlijnen voor papier en speciaal afdrukmateriaal Richtlijnen voor papier Papierkenmerken De volgende papierkenmerken zijn van invloed op de afdrukkwaliteit en de betrouwbaarheid van de papierinvoer. Houd rekening met deze kenmerken wanneer u een nieuw type papier overweegt. Opmerking: Raadpleeg de Card Stock & Label Guide (alleen Engelstalig) voor meer informatie over karton en etiketten. U vindt deze publicatie op de website van Lexmark op www.lexmark.com/publications.
Vezelgehalte Kwalitatief hoogwaardig xerografisch papier bestaat meestal voor 100% uit chemisch behandelde houtpulp. Papier met deze samenstelling is zeer stabiel, zodat er minder problemen optreden bij de invoer en de afdrukkwaliteit beter is. Als papier andere vezels bevat, bijvoorbeeld van katoen, kan dat eerder leiden tot problemen bij de verwerking.
Papier bewaren Houd de volgende richtlijnen voor het bewaren van papier aan om een regelmatige afdrukkwaliteit te garanderen en te voorkomen dat er papierstoringen ontstaan. • U kunt het papier het beste bewaren in een omgeving met een temperatuur van 21 °C en een relatieve vochtigheid van 40%. De meeste fabrikanten van etiketten bevelen een omgeving aan met een temperatuur tussen 18 en 24 °C en een relatieve vochtigheid van 40% tot 60%.
Papierformaat Afmetingen Letter 215,9 x 279,4 mm (8,5 x 11 inch) Tabloid 279,4 x 431,8 mm (11 x 17 inch) Legal 215,9 x 355,6 mm (8,5 x 14 inch) Executive3 184,2 x 266,7 mm (7,25 x 10,5 inch) Folio 215,9 x 330,2 mm (8,5 x 13 inch) Universal 182 x 431 mm (7,1 x 16,9 inch) tot 139,7 x 297 mm (5,5 x 11,7 inch) Opmerking: schakel automatische formaatdetectie uit om universele formaten te ondersteunen die dicht bij de standaardformaten van materialen liggen.
Optionele invoerladen Papierformaat Afmetingen Optionele dubbele invoerladen voor 2000 vel Optionele lader met duplexeenheid hoge capaciteit voor 2000 vel A4 210 x 297 mm (8,27 x 11,7 inch) A51 148 x 210 mm (5,83 x 8,27 inch) X X A62 105 x 148 mm (4,13 x 5,83 inch) X X A3 297 x 420 mm (11,7 x 16,5 inch) X X Statement1, 2 139,7 x 215,9 mm (5,5 x 8,5 inch) X X Oficio (Mexico)2 215,9 x 340,4 mm (8,5 x 13,4 inch) X X JIS B53 182 x 257 mm (7,17 x 10,1 inch) JIS B4 257 x 364 mm (10,1
Papierformaat Afmetingen Optionele dubbele invoerladen voor 2000 vel Universal Optionele lader met duplexeenheid hoge capaciteit voor 2000 vel 182 x 431 mm X (7,1 x 16,9 inch) tot Opmerking: schakel automatische formaatdetectie uit om 139,7 x 297 mm universele formaten te onder- (5,5 x 11,7 inch) steunen die dicht bij de 98,4 x 431,8 mm X standaardformaten van (3,8 x 17 inch) tot materialen liggen. 89 x 297 mm (3,5 x 11,7 inch), uitsluitend voor de universeellader.
Papiersoort Standaardladen Universele lade Optionele Optionele Optionele Duple‐ voor 500 vel laden voor 500 dubbele invoer lader met hoge xeenheid (lade 1 en lade 2) vel voor 2.000 vel capaciteit voor 2.
Afdrukken Dit hoofdstuk bevat informatie over afdrukken, printerrapporten en het annuleren van taken. De keuze en de verwerking van papier en speciaal afdrukmateriaal kunnen de betrouwbaarheid van het afdrukken beïnvloeden. Raadpleeg “Papierstoringen voorkomen” op pagina 157 en “Papier bewaren” op pagina 62 voor meer informatie. Een document afdrukken 1 Stel vanuit het bedieningspaneel van de printer in het menu Papier de papiersoort en het papierformaat in, overeenkomstig het geladen papier.
Papier in de laden plaatsen Wanneer u wilt afdrukken op briefhoofdpapier, is het belangrijk de juiste afdrukstand in te stellen. Gebruik de volgende gedeelten om te bepalen in welke richting u het briefhoofdpapier moet plaatsen. Bron of proces Afdrukzijde Standaardladen voor 500 vel Optionele laden voor 500 vel Voorbedrukte zijde van briefhoofdpapier omhoog. Optionele dubbele invoer voor 2.000 vel Optionele lader met hoge capaciteit voor 2.000 vel Voorbedrukte zijde van briefhoofdpapier omhoog.
Lader met hoge capaciteit Afdrukstand korte zijde zonder finisher Afdrukstand Lange zijde met finisher C Enkelzijdig afdrukken AB C AB C Dubbelzijdig afdrukken AB Enkelzijdig afdrukken Dubbelzijdig afdrukken Universele lade Enkelzijdig afdrukken Dubbelzijdig afdrukken Tips voor het afdrukken op transparanten Maak eerst enkele proefafdrukken voordat u grote hoeveelheden transparanten aanschaft. • Voer transparanten in vanuit de standaardlade of vanuit de universeellader.
• Gebruik transparanten die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters. Transparanten moeten temperaturen kunnen weerstaan van 230°C zonder te smelten, te verkleuren, om te krullen of gevaarlijke stoffen af te scheiden. • Zorg ervoor dat er geen vingerafdrukken op de transparanten komen. Dit kan namelijk een slechte afdrukkwaliteit tot gevolg hebben. • Waaier de stapel uit voordat u de transparanten plaatst, zodat de vellen niet aan elkaar blijven plakken. • Gebruik bij voorkeur transparanten van Lexmark.
• Gebruik geen etikettenvellen waarop etiketten ontbreken. Etiketten van onvolledige vellen kunnen losraken tijdens het afdrukken, waardoor de vellen kunnen vastlopen en de kleefstof de printer en de cartridge kan vervuilen. Onvolledige vellen vervuilen de printer en de cartridge ook met kleefstof en kunnen de garantie op de printer en de cartridge ongeldig maken. • Gebruik geen etiketten waarvan de lijm aan de oppervlakte ligt.
Soort taak Beschrijving Vertrouwelijk Wanneer u een vertrouwelijke afdruktaak naar de printer verzendt, dient u een pincode via de computer te maken. De pincode moet bestaan uit vier cijfers van 0 tot en met 9. De afdruktaak wordt vervolgens in het printergeheugen opgeslagen totdat u de pincode invoert via het bedieningspaneel van de printer en aangeeft of u de taak wilt afdrukken of verwijderen.
Als u een ongeldige PIN-code invoert, verschijnt er een scherm met een waarschuwing. • Als u de PIN-code nogmaals wilt invoeren, wacht u tot het bericht Probeer het opnieuw wordt . weergegeven. Vervolgens drukt u op • Om de PIN-code te annuleren, drukt u herhaaldelijk op de pijl-omhoog of -omlaag tot Annuleren wordt weergegeven. Vervolgens drukt u op 10 Druk op de pijl-omhoog of -omlaag tot op . wordt weergegeven naast de taak die u wilt afdrukken en druk vervolgens .
Afdrukken vanaf een flashstation Op het bedieningspaneel van de printer bevindt zich een USB-poort. Sluit een flashstation aan om de ondersteunde bestandstypen af te drukken. Tot de ondersteunde bestandstypen behoren: .pdf, .gif, .jpeg, .jpg, .bmp, .png, .tiff, .tif, .pcx, .xps en .dcx.
Opmerkingen: • Als u het flashstation aansluit wanneer de printer een probleem heeft, zoals een storing, negeert de printer het flashstation. • Als u het flashstation aansluit wanneer de printer bezig is met een afdruktaak, zal het bericht Printer is bezig verschijnen. Nadat de andere taken zijn verwerkt, dient u mogelijk de lijst met wachttaken te bekijken om documenten vanaf het flashstation af te drukken.
Testpagina’s voor de afdrukkwaliteit afdrukken Druk de testpagina's voor de afdrukkwaliteit af om problemen met de afdrukkwaliteit op te sporen. 1 Zet de printer uit. 2 Houd en de Knop Pijl naar rechts ingedrukt terwijl u de printer aanzet. 3 Laat de knoppen los zodra de klok verschijnt, en wacht tot MENU CONFIG wordt weergegeven. 4 Druk op de pijl-omhoog of -omlaag tot Testpagina's afdr wordt weergegeven en druk vervolgens op . De testpagina's voor de afdrukkwaliteit worden afgedrukt.
Windows XP 1 Klik op Start. 2 Dubbelklik op het printerpictogram vanuit Printers en faxapparaten. 3 Selecteer de taak die u wilt annuleren. 4 Druk op de toets Delete op het toetsenbord. Via de taakbalk van Windows: Voor elke afdruktaak die u naar de printer stuurt, wordt rechts in de taakbalk een klein pictogram in de vorm van een printer weergegeven. 1 Dubbelklik op het printerpictogram. In het printervenster wordt een lijst met afdruktaken weergegeven. 2 Selecteer de taak die u wilt annuleren.
Ondersteunde afwerkfuncties 1 2 3 1 Standaarduitvoerlade 2 Finisherlade 1 3 Finisherlade 2 Standaarduitvoerlade • De papiercapaciteit is 300 vel. • Deze lade ondersteunt geen afwerkopties. • Enveloppen worden in deze eenheid verwerkt. Finisherlade 1 • De papiercapaciteit is 500 vel van A4/Letter-formaat en 300 vel van A3/Ledger-formaat. • Enveloppen, A5, A6 en Statement worden niet ondersteund in deze lade. • Deze lade ondersteunt geen afwerkopties. Finisherlade 2 De papiercapaciteit is 3.
Afwerkfuncties van finisherlade 2 Formaat Perforeren (2 gaten)* Perforeren (3 of 4 gaten) Verschoven Enkel nieten Dubbel nieten A3 A4 Opmerking: wordt alleen ondersteund als de invoerrichting lange zijde is. A5 X X Opmerking: wordt alleen ondersteund als de invoerrichting lange zijde is. X X X Executive Folio X JIS B4 JIS B5 Legal X Letter Opmerking: wordt alleen ondersteund als de invoerrichting lange zijde is.
Tonerintensiteit aanpassen 1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser. Opmerking: als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een pagina met netwerkinstellingen af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte. 2 Klik op Instellingen. 3 Klik op Afdrukinstellingen. 4 Klik op Menu Kwaliteit. 5 Pas de instelling voor tonerintensiteit aan. 6 Klik op Indienen.
Informatie over printermenu's Menuoverzicht Menu Papier Rapporten Netwerk/Poorten Standaardbron Pagina met menu-instellingen Actieve NIC Standaardnetwerk3 Papierformaat/-soort Apparaatstatistieken U-lader configureren Pagina met netwerkinstellingen1 Standaard-USB Ander formaat Parallel Profielenlijst Papierstructuur Instellingen SMTP NetWare installatiepagina Papier laden Lettertypen afdrukken Aangepaste soorten Directory afdrukken2 Instelling Universal Activarapport Lade-instelling Voorbeel
Menu Papier Menu Standaardbron Menu‐item Beschrijving Standaardbron Hiermee stelt u de standaardpapierbron in voor alle afdruktaken Lade Opmerkingen: U-lader • Lade 1 (standaardlade) is de standaardinstelling. Handinvoer Envelop (handinvoer) • Alleen een geïnstalleerde papierbron wordt als menu-instelling weergegeven. • Een door een afdruktaak geselecteerde papierbron heeft voorrang op de instelling Standaardbron voor de duur van de afdruktaak.
Menu‐item Beschrijving Soort lade Normaal papier Karton Transparant Kringlooppapier Etiketten Bankpost Briefhoofdpapier Voorbedrukt papier Gekleurd papier Licht papier Zwaar papier Ruw papier/katoenpapier Aangepaste soort Hiermee wordt de papiersoort in elke lade opgegeven. Formaat U‐lader A4 A3 Tabloid JIS B4 A5 A6 JIS B5 Letter Legal Executive Oficio Folio Statement Universal 7 3/4-envelop 10-envelop DL-envelop Andere envelop Hiermee wordt het papierformaat in de universeellader opgegeven.
Menu‐item Beschrijving Soort U‐lader Normaal papier Karton Transparant Kringlooppapier Etiketten Bankpost Envelop Ruwe envelop Briefhoofdpapier Voorbedrukt papier Gekleurd papier Licht papier Zwaar papier Ruw papier/katoenpapier Aangepaste soort Hiermee wordt de papiersoort in de universeellader opgegeven. Pap‐form (hand) A4 A3 Tabloid JIS B4 A5 A6 JIS B5 Letter Legal Executive Oficio Folio Statement Universal Hiermee wordt het papierformaat opgegeven dat u handmatig plaatst.
Menu‐item Beschrijving Papiersrt (hand) Normaal papier Karton Transparant Kringlooppapier Etiketten Bankpost Briefhoofdpapier Voorbedrukt papier Gekleurd papier Licht papier Zwaar papier Ruw papier/katoenpapier Aangepaste soort Hiermee wordt de papiersoort opgegeven die u handmatig plaatst. Opmerking: Normaal papier is de standaardinstelling. Envelopformaat handmatige invoer Hiermee wordt het envelopformaat opgegeven dat u handmatig plaatst.
Menu Ander formaat Menu‐item Beschrijving Ander formaat Hiermee vervangt u een opgegeven papierformaat als het gewenste papierformaat niet beschikbaar is Alles in lijst Opmerkingen: Uit Statement/A5 • Alles in lijst is de standaardinstelling. Alle beschikbare vervangingen zijn toegestaan. • De instelling Uit geeft aan dat geen andere formaten zijn toegestaan. Letter/A4 • Als u een ander formaat instelt, wordt de taak afgedrukt zonder dat het bericht Vervang papier 11 x 17/A3 wordt weergegeven.
Menu‐item Beschrijving Structuur ruwe envelop Glad Normaal Ruw Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van de ruwe enveloppen die in een specifieke lade zijn geplaatst. Opmerking: Ruw is de standaardinstelling. Structuur briefhoofdpapier Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst Glad Normaal Opmerking: Normaal is de standaardinstelling.
Menu Papier laden Menu‐item Beschrijving Karton laden Duplex Uit Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken met Karton als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt Kringlooppapier laden Duplex Uit Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken waarvoor Kringlooppapier als papiersoort is opgegeven, dubbelzijdig worden afgedrukt Opmerking: Uit is de standaardinstelling. Opmerking: Uit is de standaardinstelling.
Menu‐item Beschrijving Aangepast papier laden Duplex Uit Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken waarvoor Aangepast als papiersoort is opgegeven, dubbelzijdig worden afgedrukt Opmerkingen: • Uit is de standaardinstelling. • Aangepast laden is alleen beschikbaar als de aangepaste soort wordt ondersteund.
Menu Universele instellingen Met deze menu-items geeft u de hoogte, de breedte en de invoerrichting op voor het universele papierformaat. De instelling voor het universele papierformaat is een door de gebruiker gedefinieerde instelling voor papierformaat. De instelling staat in de lijst met de andere papierformaatinstellingen en biedt soortgelijke opties, zoals ondersteuning voor dubbelzijdig afdrukken en meerdere pagina's afdrukken op één vel.
Menu‐item Beschrijving Laden configureren Mailbox Koppelen Koppeling optioneel Toewijzing soort Hiermee geeft u configuratieopties voor uitvoerladen op. Opmerkingen: • Mailbox is de standaardinstelling. • Laden waaraan dezelfde naam is toegekend, worden automatisch gekoppeld tenzij u Koppeling optioneel heeft geselecteerd. • Elke lade wordt door de instelling Mailbox als afzonderlijke mailbox gebruikt. • Alle beschikbare uitvoerladen worden door de instelling Koppelen gekoppeld.
Menu‐item Beschrijving Pagina met netwerkinstellingen Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over de instellingen van de netwerkprinter, zoals informatie over het TCP/IP-adres. Opmerking: dit menu-item wordt alleen weergegeven op netwerkprinters of printers die zijn aangesloten op afdrukservers. Configuratiepagina netwerk . Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over de instellingen van de netwerkprinter, zoals informatie over het TCP/IP-adres.
Menu Netwerk/poorten Actieve ntw.interf.kaart, menu Menu‐item Beschrijving Actieve ntw.interf.kaart Opmerkingen: Automatisch • Automatisch is de standaardinstelling. • Dit menu-item wordt alleen weergegeven als een optionele netwerkkaart is geïnstalleerd. Menu's Standaardnetwerk of Netwerk Opmerking: in dit menu verschijnen alleen actieve poorten. Alle inactieve poorten worden weggelaten.
Menu‐item Beschrijving Netwerkbuffer Hiermee stelt u de grootte van de netwerkinvoerbuffer in. Auto Opmerkingen: 3K tot • Auto is de standaardinstelling. • De waarde kan in stappen van 1-K worden gewijzigd. • De maximumgrootte die is toegestaan hangt af van de hoeveelheid geheugen in de printer, de grootte van de andere koppelingsbuffers en of u het menu-item Bronnen opslaan hebt ingesteld op Aan of Uit.
Menu‐item Beschrijving Standaardnetwerkinstallatie Netwerkkaart TCP/IP IPv6 AppleTalk NetWare LexLink Stelt printerinstellingen in voor taken die via een netwerkpoort worden verstuurd Opmerking: het menu Draadloos wordt alleen weergegeven wanneer de printer met een draadloos netwerk is verbonden.
Menu‐item Beschrijving Netwerkadres UAA LAA Hiermee kunt u de netwerkadressen bekijken Job Timeout (Time‐out taak) Hiermee stelt u in na hoeveel seconden een vanaf het netwerk opgegeven afdruktaak kan worden geannuleerd. 0-225 seconden Opmerkingen: • 90 seconden is de standaardinstelling. • Bij een instellingswaarde van 0 wordt de time-out uitgeschakeld. • Als er een waarde tussen 1 en 9 wordt geselecteerd, wordt de instelling als 10 opgeslagen.
Menu‐item Beschrijving BOOTP inschakelen Aan Uit Hiermee wordt de instelling voor het toewijzen van het BOOTP-adres opgegeven AutoIP inschakelen Ja Nee Hiermee wordt de instelling voor Configuratieloze netwerken opgegeven FTP/TFTP inschakelen Ja Nee Hiermee wordt de ingebouwde FTP-server ingeschakeld, waarmee u bestanden naar de printer kunt verzenden via het File Transfer Protocol. HTTP‐server inschakelen Ja Nee Hiermee wordt de ingebouwde webserver (Embedded Web Server) ingeschakeld.
Menu Draadloos Gebruik de volgende menu-items om de instellingen van de draadloze interne afdrukserver te bekijken of te configureren. Opmerking: Dit menu is alleen beschikbaar op modellen die zijn verbonden met een draadloos netwerk. Dit menu is beschikbaar vanuit het menu Netwerk/poorten: Netwerk/poorten Netwerk < x> Netwerk Instell.
Menu‐item Beschrijving Zone instellen Hiermee wordt een lijst met AppleTalk-zones weergegeven die op het netwerk beschikbaar zijn. Opmerking: de standaardinstelling is de standaardzone voor het netwerk. Als geen standaardzone beschikbaar is, wordt de zone die is gemarkeerd met een * gebruikt als standaard. Menu NetWare Dit menu is beschikbaar vanuit het menu Netwerk/poorten: Netwerk/poorten Standaardnetwerk of Netwerk Inst Std‐Net of Netwerk Instell.
Netwerk/poorten Standaardnetwerk of Netwerk Inst Std‐Net of Netwerk Instell. Menu LexLink Menu‐item Beschrijving Inschakelen Uit Uit Hiermee wordt LexLink-ondersteuning geactiveerd Opmerking: Off (Uit) is de standaardinstelling. Bijnaam weergeven Hiermee kunt u de toegewezen LexLink-bijnaam bekijken Opmerking: De LexLink-bijnaam kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server.
Menu‐item Beschrijving USB‐buffer Hiermee stelt u de grootte van de USB-invoerbuffer in Auto Opmerkingen: Uitgeschakeld 3K tot • Auto is de standaardinstelling. • Met de instelling Uitgeschakeld schakelt u het opslaan van taken in de buffer uit. Afdruktaken die al in de schijfbuffer zijn opgenomen, worden afgedrukt voordat het normaal verwerken van nieuwe afdruktaken wordt hervat. • De waarde van de grootte van de USB-buffer kan in stappen van 1-K worden aangepast.
Menu Instellingen SMTP Gebruik het volgende menu om de SMTP-server te configureren. Menu‐item Beschrijving Primaire SMTP‐gateway Hiermee kunt u de gegevens voor de SMTP-serverpoort opgeven. Primaire SMTP‐gatewaypoort Opmerking: "25" is de standaard-SMTP-gatewaypoort. Bereik is 1-65536. Secundaire SMTP‐gateway Secundaire SMTP‐gatewaypoort SMTP‐timeout 5–30 Hiermee kunt u het aantal seconden opgeven waarna de server een poging de e-mail te verzenden beëindigt.
Menu Beveiliging Menu Gemengd Menu‐item Beschrijving Aanmeldingsbeperking Mislukte aanmeldingen Beperkt het aantal en het tijdsbestek voor mislukte aanmeldingspogingen via het bedieningspaneel van de printer voordat het apparaat voor alle gebruikers wordt vergrendeld.
Menu‐item Beschrijving Vervaltijd taak Uit 1 uur 4 uur 24 uur 1 week Hiermee beperkt u de duur dat een beveiligde taak in de printer blijft staan voordat de taak wordt verwijderd. Opmerkingen: • Uit is de standaardinstelling. • Als de instelling voor Vervaltijd taak wordt gewijzigd wanneer er zich vertrouwelijke taken in het RAM-geheugen of op de vaste schijf van de printer bevinden, wordt de vervaltijd voor die afdruktaken niet ingesteld op de nieuwe standaardwaarde.
Menu‐item Beschrijving Handmatig wissen Niet nu starten Nu starten Met Schijf wissen wist u alleen gegevens van afdruktaken die momenteel niet door het bestandssysteem van de vaste schijf van de printer worden gebruikt. Alle permanente gegevens van de vaste schijf van de printer, zoals gedownloade lettertypen, macro's en taken in de wachtrij blijven behouden. Met Handmatig wissen overschrijft u alle schijfruimte die is gebruikt om gegevens op te slaan van een afdruktaak die is verwerkt.
Menu‐item Beschrijving Geplande methode Met Schijf wissen wist u alleen gegevens van afdruktaken die momenteel niet door het bestandssysteem van de vaste schijf van de printer worden gebruikt. Alle permanente gegevens Eén doorgang Meerdere doorgangen van de vaste schijf van de printer, zoals gedownloade lettertypen, macro's en taken in de wachtrij blijven behouden.
Menu‐item Beschrijving Zomertijd gebruiken Aan Uit Opmerking: Aan is de standaardinstelling en gebruikt de toepasselijke zomertijd die gekoppeld is aan de tijdzone-instelling. NTP inschakelen Aan Uit Schakelt het netwerktijdprotocol in, dat de klokken van apparaten in een netwerk synchroniseert. Opmerking: Aan is de standaardinstelling.
Menu‐item Beschrijving Papierformaten VS Metrisch Hiermee geeft u de standaardmaateenheden van de printer op. De standaardinstelling wordt bepaald op basis van het land of de regio die u selecteert in de instellingenwizard die aan het begin wordt weergegeven. Opmerking: als u deze instelling wijzigt, verandert ook de instelling Maateenheden in het menu Universal-instelling en de standaardwaarde voor elke invoerbron in het menu Papierformaat/-soort.
Menu‐item Beschrijving Timeouts Afdruktimeout Uitgeschakeld 1-255 sec. Hiermee wordt ingesteld hoeveel seconden de printer wacht om een melding voor einde taak te ontvangen voordat de rest van de afdruktaak wordt geannuleerd Opmerkingen: • 90 seconden is de standaardinstelling. • Als de ingestelde tijd is verstreken, wordt een gedeeltelijk afgedrukte pagina die zich nog steeds in de printer bevindt, afgedrukt en controleert de printer of er nog nieuwe afdruktaken in de wachtrij staan.
Menu‐item Beschrijving Fabrieksinstellingen Niet herstellen Nu herstellen Hiermee zet u de printerinstellingen terug naar de standaardinstellingen Opmerkingen: • Niet herstellen is de standaardinstelling. Als Niet herstellen is ingesteld, blijven de gebruikersinstellingen van kracht. • Als Nu herstellen is ingesteld, worden alle printerinstellingen terug naar de standaard fabriekswaarden gezet, met uitzondering van de menu-instellingen voor Netwerk en Poorten.
Menu‐item Beschrijving Afdrukgebied Normaal Hele pagina Hiermee stelt u het logische en fysieke afdrukbare gebied in. Opmerkingen: • Dit menu verschijnt niet als Rand tot rand is ingeschakeld in het menu Instellingen van de printer. • "Normaal" is de standaardinstelling. Als u probeert gegevens af te drukken in het niet-afdrukbare gebied dat is aangegeven via de instelling "Normaal", dan snijdt de printer de afbeelding bij op de begrenzing.
Menu‐item Beschrijving Bronnen opslaan Aan Uit Hiermee stelt u in wat de printer moet doen met geladen bronnen, zoals lettertypen en macro's die zijn opgeslagen in het RAM, als de printer een taak krijgt die meer geheugen vereist dan er beschikbaar is. Opmerkingen: • Uit is de standaardinstelling. Als "Uit" is ingesteld, worden de geladen bronnen in de printer bewaard tot het geheugen nodig is voor andere taken. Geladen bronnen worden verwijderd zodat afdruktaken kunnen worden verwerkt.
Menu‐item Beschrijving Lege pagina's Niet afdrukken Afdrukken Hiermee stelt u in of er lege pagina's in een afdruktaak worden ingevoegd Sorteren Aan (1,2,1,2,1,2) Uit (1,1,1,2,2,2) Hiermee houdt u de pagina's van een afdruktaak op volgorde als u meerdere exemplaren afdrukt Opmerking: Niet afdrukken is de standaardinstelling. Opmerkingen: • Aan is de standaardinstelling. • Met de instelling Aan wordt de afdruktaak op volgorde gehouden.
Menu‐item Beschrijving Afdrukstand Auto Liggend Staand Hiermee stelt u de afdrukstand in van een vel waarop meerdere pagina's worden afgedrukt N per vel (rand) Geen Effen De printer drukt een rand af rond elk paginabeeld wanneer u N per vel (pagina’s-zijden) gebruikt Taak nieten Uit Auto Voorzijde Terug Dubbel Geeft aan of afdruktaken worden geniet.
Menu‐item Beschrijving Pixelversterking Uit Lettertypen Horizontaal Verticaal Beide richtingen Hiermee verbetert u de kwaliteit van kleine lettertypen en afbeeldingen. Opmerkingen: • "Uit" is de standaardinstelling. • Met Lettertypen wordt deze functie alleen toegepast op tekst. • Met Horizontaal worden horizontale tekstregels en afbeeldingen donkerder gemaakt. • Met Verticaal worden verticale tekstregels en afbeeldingen donkerder gemaakt.
Menu Extra Menu‐item Beschrijving Wachttaken verwijd. Vertrouwelijk In wacht Niet hersteld Alle(s) Hiermee verwijdert u vertrouwelijke taken en wachttaken van de vaste schijf van de printer. Opmerkingen: • Als u een instelling selecteert, is dat alleen van invloed op de afdruktaken die zich in de printer bevinden. Bladwijzers, taken op flashstations en andere typen wachttaken worden niet beïnvloed.
Menu‐item Beschrijving Dekkingsindicatie Uit Aan Hiermee wordt een schatting gegeven van het dekkingspercentage voor zwart op een pagina. De schatting wordt aan het einde van elke afdruktaak op een aparte pagina afgedrukt. Opmerking: Uit is de standaardinstelling. LCD‐contrast 1-10 Hiermee past u het contrast op het display aan. Opmerkingen: • "5" is de standaardinstelling. • Als u een hogere instelling selecteert, wordt het display lichter.
Menu‐item Beschrijving Vrk‐lettertype Hiermee bepaalt u waar de printer begint met het zoeken naar het gewenste lettertype. Intern Opmerkingen: Flash/Schijf • "Intern" is de standaardinstelling. • Dit menu-item is alleen beschikbaar als er een goed werkende geformatteerde flashgeheugenoptiekaart of vaste schijf in de printer is geïnstalleerd. • De flashgeheugenoptie of de vaste schijf van de printer mag niet beveiligd zijn tegen lezen/schrijven of schrijven of beveiligd zijn met een wachtwoord.
Menu‐item Beschrijving Instellingen voor PCL‐emulatie Puntgrootte 1,00-1008,00 Hiermee wijzigt u de puntgrootte van schaalbare typografische lettertypen. Opmerkingen: • "12" is de standaardinstelling. • Puntgrootte heeft betrekking op de hoogte van de tekens in het lettertype. Eén punt is ongeveer gelijk aan 0,35 mm. • Puntgroottes kunnen worden aangepast in stappen van 0,25 punten.
Menu‐item Beschrijving Instellingen voor PCL‐emulatie Auto NR na HR Aan Uit Hiermee geeft u op of de printer automatisch op een nieuwe regel moet beginnen na een opdracht voor een harde return. Lade‐nr wijzigen Waarde U-lader Uit Geen 0-199 Waarde lade Uit Geen 0-199 Waarde handm. invoer Uit Geen 0-199 Waarde hand-env Uit Geen 0-199 Hiermee configureert u de printer zodanig dat deze werkt met printersoftware of toepassingen die andere laden als papierbron hebben gedefinieerd.
Menu HTML Menu‐item Lettertypenaam Albertus MT Antique Olive Apple Chancery Arial MT Avant Garde Bodoni Bookman Chicago Clarendon Cooper Black Copperplate Coronet Courier Eurostile Garamond Geneva Gill Sans Goudy Helvetica Hoefler Text Menu‐item Beschrijving Intl CG Times Hiermee stelt u het standaardlettertype voor HTML-documenten in Intl Courier Opmerkingen: Intl Univers • Het Times-lettertype wordt gebruikt in HTML-documenten waarin geen Joanna MT lettertype wordt opgegeven.
Menu‐item Beschrijving Achtergronden Hiermee geeft u aan of u achtergronden in HTML-documenten wilt afdrukken Niet afdrukken Opmerking: "Afdrukken" is de standaardinstelling. Print Menu Afbeelding Menu‐item Beschrijving Autom. aanpassen Aan Uit Hiermee selecteert u de optimale waarden voor papierformaat, schaling en afdrukstand. Opmerkingen: • "Aan" is de standaardinstelling. • Als "Aan" is ingesteld, worden de instellingen voor schaling en afdrukstand voor sommige afbeeldingen genegeerd.
Menu‐item Beschrijving Sorteren Uit (1,1,1,2,2,2) Aan (1,2,1,2,1,2) Hiermee houdt u de pagina's van een afdruktaak op volgorde als u meerdere exemplaren afdrukt Zijden (Duplex) 2-zijdig 1-zijdig Hiermee geeft u aan of de afdruktaak op één zijde of beide zijden van het papier moet worden afgedrukt Nieten Uit Auto Voorzijde Terug Dubbel Geeft aan of afdruktaken worden geniet.
Menu‐item Beschrijving N per vel (pagina's‐zijde) Uit 2 per vel 3 per vel 4 per vel 6 per vel 9 per vel 12 per vel 16 per vel Hiermee geeft u aan dat meerdere pagina-afbeeldingen moeten worden afgedrukt op één zijde van een vel papier N per vel (rand) Geen Effen De printer drukt een rand af rond elke pagina-afbeelding wanneer u N per vel (pagina’s zijde) gebruikt Opmerkingen: • Uit is de standaardinstelling. • Het geselecteerde aantal is het aantal paginabeelden dat per zijde wordt afgedrukt.
Menu‐item Beschrijving Verschoven pagina's Geen Tussen exemplaren Tussen taken Hiermee maakt u gescheiden sets van exemplaren of afdruktaken in een uitvoerlade. Opmerkingen: • Geen is de standaardinstelling. • Met Tussen exemplaren verschuift u elk exemplaar van een afdruktaak. • Met Tussen taken verschuift u elke afdruktaak. Menu Help Het menu Help bestaat uit een reeks Help-pagina's die in de printer zijn opgeslagen als PDF's.
Printer onderhouden Bepaalde taken moeten regelmatig worden uitgevoerd om een optimale afdrukkwaliteit te behouden. De buitenkant van de printer reinigen 1 Controleer of de printer is uitgeschakeld en de stekker van het netsnoer van de printer uit het stopcontact is getrokken.
De status van supplies controleren Er verschijnt een bericht op de display als er een vervangende supply nodig is of als er onderhoud moet worden gepleegd. De status van supplies op het bedieningspaneel van de printer controleren 1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat Gereed wordt weergegeven. 2 Druk op het bedieningspaneel van de printer op de pijl-omhoog of -omlaag tot Status/Supplies wordt weergegeven. Druk vervolgens op .
Een tonercartridge bestellen Als 88 Cartridge low wordt weergegeven, dient u een nieuwe tonercartridge te bestellen. Als 88 Vervang cartridge wordt weergegeven, moet u de cartridge vervangen. Het geschatte rendement is gebaseerd op de ISO / IEC 19798-standaard (met ongeveer 5% dekking per kleur.
Supplies vervangen Tonercartridge vervangen Als 88 Cartridge bijna op, 88.yy Vervang cartridge of 88 Vervang cartridge om to door te gaan wordt weergegeven of als de afdrukken vaag worden: 1 Schakel de printer uit. 2 Open de voorklep. 3 Pak de handgreep en trek de cartridge uit de printer.
4 Haal een nieuwe cartridge uit de verpakking. Let op—Kans op beschadiging: stel de nieuwe tonercartridge niet gedurende langere tijd bloot aan direct licht wanneer u deze vervangt. Door langdurige blootstelling aan licht kunnen problemen met de afdrukkwaliteit optreden. 5 Schud de cartridge meerdere keren flink heen en weer om de toner opnieuw te verdelen. 6 Plaats de nieuwe cartridge in de printer. Druk de tonercartridge zo ver mogelijk naar binnen.
7 Sluit de voorklep. Een fotoconductor vervangen Door het configuratieblad met printerinstellingen af te drukken, kunt u zien hoe vol de fotoconductor ongeveer is. Aan de hand hiervan kunt u bepalen wanneer u nieuwe supplies dient te bestellen. Om problemen met de afdrukkwaliteit en beschadiging van de printer te voorkomen, kunnen geen afdrukken meer worden gemaakt met de printer wanneer de fotoconductor een maximum van 60.000 pagina's heeft bereikt.
U vervangt als volgt de fotoconductor: 1 Schakel de printer uit. 2 Open de voorklep. Opmerking: de fotoconductor kan niet worden verwijderd als Zijklep A gesloten is. 3 Onderste zijklep A. 4 Trek de fotoconductor uit de printer.
Plaats de fotoconductor op een vlakke, schone ondergrond. 5 Haal de nieuwe fotoconductor uit de verpakking. 6 Lijn het uiteinde van de fotoconductor uit voor het plaatsen. 7 Verwijder de tape van de bovenkant van de fotoconductor.
8 Druk de fotoconductor zo ver mogelijk naar binnen. De fotoconductor is correct geïnstalleerd als deze vastklikt. 9 Sluit Zijklep A. 10 Sluit de voorklep. Opmerking: nadat u de fotoconductor hebt geplaatst en alle kleppen gesloten, start de printer de motor op en worden de waarschuwingen over het vervangen van de fotoconductor gewist. De printer keert terug naar de stand Gereed.
De printer verplaatsen Voordat u de printer verplaatst LET OP—KANS OP LETSEL: de printer weegt meer dan 18 kg en moet door twee of meer getrainde personeelsleden worden verplaatst. volg deze richtlijnen om te voorkomen dat u zich bezeert of dat de printer beschadigd raakt. • • • • Gebruik minimaal vier mensen of een aangepast mechanisch verplaatsingssysteem om de printer op te tillen. Schakel de printer uit met de aan/uit-knop en haal de stekker uit het stopcontact.
De optionele laden verwijderen 1 Verwijder de lade. 2 Verwijder de twee schroeven en leg ze apart. 3 Plaats de lade in de printer.
4 Verwijder de kabelklep. 5 Koppel de connector los van de optionele lader.
6 Bevestig de kabelklep. 7 Til de printer van de laden. De printer verplaatsen naar een andere locatie U kunt de printer en de opties probleemloos verplaatsen als u de volgende voorzorgsmaatregelen neemt: • Als de printer wordt verplaatst op een transportwagentje, moet de oppervlakte van het wagentje groot genoeg zijn om de gehele onderzijde van de printer te ondersteunen.
Beheerdersondersteuning Geavanceerde netwerkinformatie en beheerdersinformatie weergeven In dit hoofdstuk worden de standaardondersteuningstaken voor beheerders beschreven. Raadpleeg de Handleiding netwerken op de cd Software en documentatie en de Embedded Web Server Administrator's Guide (beheerdershandleiding voor de Embedded Web Server) op de website van Lexmark op www.lexmark.com voor informatie over geavanceerde systeemondersteuningstaken.
Apparaatstatus controleren Met behulp van de Embedded Web Server kunt u de papierlade-instellingen, de hoeveelheid toner in de tonercartridge, het percentage resterende levensduur van de onderhoudskit en de capaciteit van bepaalde printeronderdelen weergeven. U kunt als volgt de apparaatstatus weergeven: 1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser.
Fabrieksinstellingen herstellen Als u ter referentie een lijst wilt bijhouden met de huidige menu-instellingen, kunt u een pagina met menu-instellingen afdrukken voordat u de standaardinstellingen herstelt. Zie “Pagina met menu-instellingen afdrukken” op pagina 29 voor meer informatie. Let op—Kans op beschadiging: als de standaardinstellingen worden hersteld, worden de meeste printerinstellingen teruggezet naar de oorspronkelijke waarden zoals deze in de fabriek zijn ingesteld.
Problemen oplossen Eenvoudige problemen oplossen Eenvoudige printerproblemen oplossen Als er algemene printerproblemen zijn of als de printer niet reageert, controleert u het volgende: • • • • • • Het netsnoer is goed aangesloten op de printer en op een geaard stopcontact. het stopcontact niet is uitgeschakeld met behulp van een schakelaar of stroomonderbreker; De printer niet is aangesloten op een spanningsbeveiliger, een UPS of een verlengsnoer.
Wijzig in U kunt de huidige papierbron wijzigen voor de rest van de afdruktaak. De opgemaakte pagina wordt dan afgedrukt op het papier dat in de geselecteerde lade is geladen. Hierdoor kunnen tekstfragmenten of afbeeldingen worden bijgesneden. Probeer een van de volgende oplossingen: • Om de papierlade met het juiste papierformaat of de juiste papiersoort te selecteren, drukt u op de pijl-omhoog of -omlaag tot Papier gewijzigd, Doorgaan verschijnt en vervolgens op .
Wijzig in , plaats U kunt de huidige papierbron wijzigen voor de rest van de afdruktaak. De opgemaakte pagina wordt dan afgedrukt op het papier dat in de geselecteerde lade is geladen. Hierdoor kunnen tekstfragmenten of afbeeldingen worden bijgesneden.
Vervang door U kunt de huidige papierbron wijzigen voor de rest van de afdruktaak. De opgemaakte pagina wordt dan afgedrukt op het papier dat in de geselecteerde lade is geladen. Hierdoor kunnen tekstfragmenten of afbeeldingen worden bijgesneden. Probeer een van de volgende oplossingen: • Om de papierlade met het juiste papierformaat of de juiste papiersoort te selecteren, drukt u op de pijl-omhoog of -omlaag tot Papier gewijzigd, Doorgaan verschijnt en vervolgens op .
Probeer een van de volgende oplossingen: • Schuif de geleiders in de juiste positie voor het desbetreffende papierformaat. Opmerking: druk op de pijl-omhoog of -omlaag totLaten zien wordt weergegeven voor meer informatie over het aanpassen van de papiergeleiders en druk vervolgens op . • Zorg ervoor dat de instelling voor papierformaat overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst: 1 Controleer via het bedieningspaneel van de printer de instelling voor Papierformaat in het menu Papier.
Plaats perforatiebak Plaats de perforatiebak in de finisher. Wacht tot het bericht is verdwenen. Opmerking: Druk op de pijl-omhoog of -omlaag tot Laten zien wordt weergegeven voor meer informatie over het plaatsen van de perforatiebak en druk vervolgens op . Vul met Probeer een van de volgende oplossingen: • Plaats het aangegeven papier in de aangegeven bron om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken. • Annuleer de afdruktaak.
Vul handinvoer met Probeer een van de volgende oplossingen: • Plaats papier van het juiste formaat en de juiste soort in de universeellader. • Negeer het verzoek en druk af op papier dat al wordt gebruikt in een van de laden. Druk op de pijl-omhoog of omlaag tot Automatisch papier selecteren wordt weergegeven en druk vervolgens op . Als de printer een lade vindt met papier van de juiste soort, wordt het papier vanuit die lade ingevoerd.
Verwijder papier uit uitvoerlade Verwijder het papier uit de aangegeven lade. De printer detecteert automatisch dat het papier is verwijderd en gaat door met afdrukken. Als het bericht niet verdwijnt na het verwijderen van het papier, drukt u op de pijl-omhoog of -omlaag totdat Doorgaan wordt weergegeven en druk vervolgens op . Verwijder papier uit alle uitvoerladen De capaciteitslimiet van de uitvoerladen is bereikt.
34 Papier te kort Probeer een van de volgende oplossingen: • Vul de lade met het juiste papier. • Druk op de pijl-omhoog of -omlaag totdat Doorgaan wordt weergegeven en druk vervolgens op om het bericht te wissen en de taak af te drukken vanuit een andere papierlade. • Controleer de lengte van de lade en de breedtegeleiders en zorg ervoor dat het papier op de juiste manier wordt geplaatst.
37 Onvoldoende geheugen voor defragmentatie Flash‐geheugen Probeer een van de volgende oplossingen: • Druk op de pijl-omhoog of –omlaag tot Doorgaan wordt weergegeven en druk vervolgens op om het defragmenteren te stoppen en door te gaan met afdrukken. • Verwijder lettertypen, macro's en andere gegevens uit het RAM-geheugen van de printer. • Installeer extra printergeheugen. 37 Onvold.
50 PPDS‐lettertypefout Probeer een van de volgende oplossingen: • Druk op de pijl-omhoog of -omlaag totdat Doorgaan wordt weergegeven. Druk vervolgens op om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken. • De printer kan een opgevraagd lettertype niet vinden. Selecteer in het PPDS-menu de optie Meest gelijkend en selecteer vervolgens Aan. De printer zoekt een vergelijkbaar lettertype en maakt de betreffende tekst opnieuw op. • Annuleer de huidige afdruktaak.
54 Softwarefout in netwerk Probeer een van de volgende oplossingen: • Druk op de pijl-omhoog of -omlaag totdat Doorgaan wordt weergegeven en druk vervolgens op om door te gaan met afdrukken. • Herstel de beginwaarden op de printer door de printer uit en weer in te schakelen. • Voer een upgrade uit (flash) van de netwerkfirmware in de printer of de afdrukserver. 55 Niet‐ondersteunde optie in sleuf is een sleuf op de systeemkaart van de printer.
56 Standaard USB‐poort uitgeschakeld Probeer een van de volgende oplossingen: • Druk op de pijl-omhoog of -omlaag totdat Doorgaan wordt weergegeven en druk vervolgens op om het bericht te wissen. De printer verwijdert gegevens die via de USB-poort worden ontvangen. • Controleer of het menu-item USB-buffer niet is ingesteld op Uitgeschakeld.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact. 5 Zet de printer weer aan. 58 Te veel flashopties geïnstalleerd Er zijn te veel optionele flashgeheugenkaarten of firmwarekaarten geïnstalleerd in de printer. Probeer een van de volgende oplossingen: • Druk op de pijl-omhoog of -omlaag totdat Doorgaan wordt weergegeven. Druk vervolgens op om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken. • Verwijder de extra flashopties: 1 Zet de printer uit.
84 Plaats fotoconductor Plaats de aangegeven fotoconductor om het bericht te wissen. 84 Fotoconductor bijna leeg 1 Druk op de pijl-omhoog of -omlaag tot Doorgaan wordt weergegeven en druk op . 2 Bestel direct een nieuwe fotoconductor. Wanneer de afdrukkwaliteit afneemt, installeert u een nieuwe fotoconductor. 84 Vervang fotoconductor De printer kan pas weer pagina's afdrukken nadat de fotoconductor is vervangen. Vervang de aangegeven fotoconductor.
Storingen verhelpen Papierstoringsberichten verschijnen op de display van het bedieningspaneel en geven aan waar in de printer de papierstoring is opgetreden. Als er meerdere storingen zijn opgetreden, wordt het aantal vastgelopen pagina's aangegeven. Papierstoringen voorkomen De volgende tips kunnen ook helpen om papierstoringen te voorkomen: Aanbevelingen voor papierladen • Zorg ervoor dat het papier vlak in de lade is geplaatst. • Verwijder geen laden terwijl de printer bezig is met afdrukken.
Informatie over storingsnummers en ‐locaties Wanneer er een storing optreedt, wordt een bericht op de display weergegeven met de locatie van de storing. Open alle kleppen en verwijder de laden zodat u bij de locaties kunt waar het afdrukmateriaal is vastgelopen. U kunt de papierstoring alleen oplossen door al het vastgelopen papier in de papierbaan te verwijderen. E A D B C F H G K J Storingnummer Oplossing 200–202 Open klep A en verwijder het vastgelopen papier.
Storingnummer Oplossing 250 280–281 1 2 3 4 Verwijder al het afdrukmateriaal uit de universeellader. Buig het afdrukmateriaal en stapel het op. Plaats het papier terug in de universeellader. Pas de papiergeleider aan. Open klep A en verwijder het vastgelopen papier. Open klep F en verwijder het vastgelopen papier. 282 Open klep F en verwijder het vastgelopen papier. 283 Open klep H en verwijder het vastgelopen papier. 284 Laat de duplexeenheid (Klep D) zakken en verwijder het vastgelopen papier.
2 Trek het vastgelopen papier omhoog en naar u toe. Opmerking: als het vastgelopen papier niet direct beweegt, houd dan op met trekken. Druk de groene hendel omlaag en trek eraan zodat het vastgelopen papier gemakkelijker kan worden verwijderd. Zorg dat u alle snippers papier eruit haalt. 3 Sluit klep A. 202 papier vast 1 Druk de ontgrendelingshendel omhoog om klep A te openen en laat de klep zakken. LET OP—HEET OPPERVLAK: de binnenkant van de printer kan heet zijn.
2 Trek het vastgelopen papier omhoog en naar u toe. Opmerking: als het vastgelopen papier niet direct beweegt, houd dan op met trekken. Druk de groene hendel omlaag en trek eraan zodat het vastgelopen papier gemakkelijker kan worden verwijderd. Zorg dat u alle snippers papier eruit haalt. 3 Sluit klep A. 203, 230–231: papierstoringen 203 papier vast 1 Druk de ontgrendelingshendel omhoog om klep A te openen en laat de klep zakken. LET OP—HEET OPPERVLAK: de binnenkant van de printer kan heet zijn.
2 Druk de ontgrendelingshendel in om klep E te openen en laat de klep zakken. 3 Trek het vastgelopen afdrukmateriaal omhoog. 4 Sluit klep E. 5 Sluit klep A.
230 papier vast 1 Open klep D. 2 Verwijder het vastgelopen papier. 3 Sluit klep D.
4 Druk de ontgrendelingshendel omhoog om klep A te openen en laat de klep zakken. LET OP—HEET OPPERVLAK: de binnenkant van de printer kan heet zijn. Om letstel te voorkomen, moet u een heet oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt. 5 Druk de ontgrendelingshendel in om klep E te openen en laat de klep zakken.
6 Trek het vastgelopen afdrukmateriaal omhoog. 7 Sluit klep E. 8 Sluit klep A. 231 papier vast 1 Open klep D.
2 Verwijder het vastgelopen papier. 3 Sluit klep D. 4 Druk de ontgrendelingshendel omhoog om klep A te openen en laat de klep zakken. LET OP—HEET OPPERVLAK: de binnenkant van de printer kan heet zijn. Om letstel te voorkomen, moet u een heet oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt.
5 Trek het vastgelopen papier omhoog en naar u toe. Opmerking: als het vastgelopen papier niet direct beweegt, houd dan op met trekken. Druk de groene hendel omlaag en trek eraan zodat het vastgelopen papier gemakkelijker kan worden verwijderd. Zorg dat u alle snippers papier eruit haalt. 6 Sluit klep A. 24x papier vast Storing in lade 1 1 Verwijder lade 1 uit de printer.
2 Verwijder het vastgelopen papier. 3 Plaats lade 1. Storing in de optionele lade 1 Trek de lade naar buiten.
2 Verwijder het vastgelopen papier. 3 Plaats de lade terug. Verhelp de storing bij klep A 1 Druk de ontgrendelingshendel omhoog om klep A te openen en laat de klep zakken. LET OP—HEET OPPERVLAK: de binnenkant van de printer kan heet zijn. Om letstel te voorkomen, moet u een heet oppervlak eerst laten afkoelen voordat u het aanraakt.
2 Trek het vastgelopen papier omhoog en naar u toe. Opmerking: als het vastgelopen papier niet direct beweegt, houd dan op met trekken. Druk de groene hendel omlaag en trek eraan zodat het vastgelopen papier gemakkelijker kan worden verwijderd. Zorg dat u alle snippers papier eruit haalt. 3 Sluit klep A. Verhelp de storing bij klep B 1 Open klep B.
2 Trek het vastgelopen papier omhoog en naar u toe. 3 Sluit klep B. 241 papier vast 1 Open klep C.
2 Trek het vastgelopen papier omhoog en naar u toe. Opmerking: zorg dat u alle snippers papier eruit haalt. 3 Sluit klep C. 4 Open lade 1 en verwijder eventueel verkreukeld papier uit de lade. 5 Plaats lade 1.
250 papier vast 1 Verwijder het papier uit de universeellader. 2 Buig de vellen papier enkele malen om deze los te maken en waaier ze vervolgens uit. Vouw of kreuk het papier niet. Maak op een vlakke ondergrond de stapel recht. 3 Plaats het papier in de universeellader. 4 Schuif de papiergeleider tegen de rand van het papier. 280‐282 papier vast 280‐281 papier vast 1 Druk de ontgrendelingshendel omhoog om klep A te openen en laat de klep zakken.
2 Trek het vastgelopen papier omhoog en naar u toe. Opmerking: als het vastgelopen papier niet direct beweegt, houd dan op met trekken. Druk de groene hendel omlaag en trek eraan zodat het vastgelopen papier gemakkelijker kan worden verwijderd. Zorg dat u alle snippers papier eruit haalt. 3 Sluit klep A. 4 Open klep F. 5 Verwijder het vastgelopen papier. 6 Sluit klep F.
282 papier vast 1 Open klep F. 2 Verwijder het vastgelopen papier. 3 Sluit klep F. 283, 289 nietapparaat vast 283 papier vast 1 Til klep H op.
2 Verwijder het vastgelopen papier. 3 Sluit klep H. 289 nietfout 1 Open klep G. 2 Houd de hendel van de nietjeshouder ingedrukt en verplaats de houder naar rechts.
3 Trek flink aan de gekleurde tab om de nietjeshouder te verwijderen. 4 Til de nietbescherming aan het metalen nokje omhoog en verwijder het blok nietjes. Gooi het hele blok nietjes weg. 5 Controleer de transparante bescherming op de bodem van de cartridgehouder om te zien of er geen nietjes vastzitten bij de printeringang. 6 Druk de nietbescherming omlaag totdat deze vastklikt.
7 Druk de nietjeshouder stevig in het nietapparaat totdat de houder vastklikt. 8 Sluit klep G. Nietapparaat gestart wordt weergegeven. Hierbij wordt gecontroleerd of het nietapparaat naar behoren werkt. 28x papier vast 284 papier vast 1 Open klep F. 2 Verwijder het vastgelopen papier.
3 Sluit klep F. 4 Open klep G. 5 Verwijder het vastgelopen papier. 6 Sluit klep G. 7 Til klep H op. 8 Verwijder het vastgelopen papier. 9 Sluit klep H.
285‐286 papier vast 1 Til klep H op. 2 Verwijder het vastgelopen papier. 3 Sluit klep H. 287‐288 papier vast 1 Open klep F.
2 Verwijder het vastgelopen papier. 3 Sluit klep F. 4 Open klep G. 5 Verwijder het vastgelopen papier. 6 Sluit klep G. Afdrukproblemen oplossen Meertalige PDF's worden niet afgedrukt De documenten bevatten lettertypen die niet beschikbaar zijn. 1 Open het document dat u wilt afdrukken in Adobe Acrobat. 2 Klik op het printerpictogram. Het dialoogvenster Afdrukken verschijnt. 3 Selecteer Afdrukken als afbeelding. 4 Klik op OK.
Als de afbeelding van de klok en Gereed niet worden weergegeven, zet u de printer uit en neemt u contact op met de klantenservice. Er wordt een foutbericht over het lezen van het USB‐station weergegeven Controleer of het USB-station wordt ondersteund. Raadpleeg “Afdrukken vanaf een flashstation” op pagina 74 voor meer informatie over geteste en goedgekeurde apparaten met USB-flashgeheugen. Taken worden niet afgedrukt Hieronder volgen mogelijke oplossingen.
Vertrouwelijke en andere taken in de wachtrij worden niet afgedrukt Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen: GEDEELTELIJKE TAAK, GEEN TAAK OF LEGE PAGINA'S WORDEN AFGEDRUKT De afdruktaak bevat mogelijk een formatteringsfout of ongeldige gegevens. • Verwijder de afdruktaak en druk deze daarna opnieuw af. • Voor PDF-documenten maakt u het PDF-bestand opnieuw en drukt u het daarna opnieuw af. CONTROLEER OF DE PRINTER OVER VOLDOENDE GEHEUGEN BESCHIKT.
Er worden verkeerde tekens afgedrukt ZORG DAT DE PRINTER ZICH NIET IN DE MODUS HEX TRACE BEVINDT. Als Ready Hex (Gereed hex) op het display wordt weergegeven, dient u de modus Hex Trace te verlaten voordat u de taak kunt afdrukken. Schakel de printer uit en weer in om de werkstand Hex Trace uit te schakelen. Laden koppelen lukt niet Hieronder volgen mogelijke oplossingen.
3 Druk op de pijl-omhoog of -omlaag tot Algemene instellingen wordt weergegeven en druk op 4 Druk op de pijl-omhoog of -omlaag tot Instellingen wordt weergegeven en druk op . 5 Druk op de pijl-omhoog of -omlaag tot Afdruktime-out wordt weergegeven en druk op 6 Druk op de pijl-omhoog of -omlaag tot de gewenste waarde wordt weergegeven en druk op . . .
3 De papiergeleiders moeten tegen de randen van het papier worden geplaatst. 4 Zorg ervoor dat de papierlade goed sluit. STEL DE PRINTER IN OP DE BEGINWAARDEN. Schakel de printer uit, wacht ongeveer 10 seconden en schakel de printer weer in. CONTROLEER OF DE PAPIERLADE CORRECT IS GEÏNSTALLEERD. Als de papierlade wel voorkomt op de pagina met menu-instellingen, maar het papier vastloopt rond het punt waar het de lade in- of uitgaat, dan is deze mogelijk niet goed geïnstalleerd. Plaats de papierlade terug.
Vaste schijf met adapter Controleer of de vaste schijf goed is aangesloten op de systeemkaart van de printer. Internal Solutions Port Als de Lexmark Internal Solutions Port (ISP) niet correct werkt, kunt u deze mogelijke oplossingen uitproberen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen: CONTROLEER DE ISP‐VERBINDINGEN • Controleer of de ISP goed is aangesloten op de systeemkaart van de printer. • Controleer of de juiste kabel wordt gebruikt en of deze op de juiste connector is aangesloten.
Problemen met de papierinvoer oplossen Papier loopt regelmatig vast Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen: CONTROLEER HET PAPIER Gebruik het aanbevolen papier of het speciale afdrukmateriaal. Raadpleeg het hoofdsstuk over richtlijnen voor papier en speciaal afdrukmateriaal voor meer informatie.
Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen Problemen met afdrukkwaliteit opsporen U kunt problemen met de afdrukkwaliteit opsporen door de testpagina's voor afdrukkwaliteit af te drukken. 1 Zet de printer uit. 2 Houd op het bedieningspaneel van de printer en de rechterpijltoets ingedrukt terwijl u de printer aanzet. 3 Laat beide knoppen los zodra de klokanimatie verschijnt. De printer voert de opstartcyclus uit, waarna Menu Configuratie wordt weergegeven.
Onvolledige afbeeldingen Probeer een van de volgende oplossingen: CONTROLEER DE PAPIERGELEIDERS Schuif de breedte- en lengtegeleiders in de juiste positie voor het papier dat in de printer is geplaatst. CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERFORMAAT Zorg dat de instelling voor papierformaat overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst: 1 Controleer via het bedieningspaneel van de printer de instelling voor Papierformaat in het menu Papier.
CONTROLEER DE INSTELLING VOOR TONERINTENSITEIT Selecteer een lichtere instelling voor Tonerintensiteit: • Wijzig deze instelling via het menu Kwaliteit op het bedieningspaneel van de printer. • Windows: wijzig deze instelling via Printereigenschappen. • Macintosh: wijzig deze instellingen via het dialoogvenster Druk af. Onjuiste marges ABC DEF Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen: CONTROLEER DE PAPIERGELEIDERS.
HET PAPIER HEEFT IN EEN VOCHTIGE OMGEVING GELEGEN EN HEEFT DAARDOOR VOCHT OPGENOMEN • Laad papier uit een nieuw pak. • Bewaar papier altijd in de originele verpakking en pak het pas uit als u het gaat gebruiken. Onregelmatigheden in de afdruk ) ) ABCDE ABCDE ABCDE Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen: HET PAPIER BEVOND ZICH EERDER IN EEN VOCHTIGE OMGEVING EN HEEFT DAARDOOR VOCHT OPGENOMEN • Laad papier uit een nieuw pak.
Afdruk is te donker ABC DEF Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen: CONTROLEER DE INSTELLINGEN VOOR DONKERHEID, HELDERHEID EN CONTRAST De instelling Tonerintensiteit is te hoog, de instelling Helderheid is te hoog of de instelling Contrast is te hoog. • U kunt deze instellingen wijzigen via het menu Kwaliteit op het bedieningspaneel van de printer. • Windows: wijzig deze instellingen via Printereigenschappen.
Afdruk is te licht ABC DEF Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen: CONTROLEER DE INSTELLINGEN VOOR DONKERHEID, HELDERHEID EN CONTRAST De instelling Tonerintensiteit is te laag, de instelling Helderheid is te laag of de instelling Contrast is te laag. • U kunt deze instellingen wijzigen via het menu Kwaliteit op het bedieningspaneel van de printer. • Windows: wijzig deze instellingen via Printereigenschappen.
Herhaalde storingen Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen: Vervang de overdrachtsrol bij storingen na iedere: 58,7 mm (2,31 inch) Vervang de fotoconductor bij storingen na iedere: 44 mm (1,73 inch) Vervang het verhittingsstation bij storingen na iedere: • 78,5 mm (3,09 inch) • 94,2 mm (3,71 inch) Scheve afdruk DE PAPIERGELEIDERS CONTROLEREN Schuif de geleiders in de juiste positie voor het formaat papier dat is geplaatst.
CONTROLEER DE PAPIERSOORT • • • • Gebruik een andere papiersoort. Gebruik alleen de aanbevolen transparanten. Controleer of de instelling voor de Papiersoort overeenkomt met het papier dat in de lade of lader is geplaatst. Controleer of de instelling voor Papierstructuur geschikt is voor het papier of het speciale afdrukmateriaal in de lade of lader.
ER IS TONER IN DE PAPIERBAAN TERECHTGEKOMEN Neem contact op met de klantenservice. Verticale strepen Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen: DE TONER MAAKT VLEKKEN Selecteer een andere lade of lader waaruit het papier voor de taak wordt ingevoerd: • Selecteer Standaardbron in het menu Papier op het bedieningspaneel van de printer. • Windows: selecteer de papierbron via Printereigenschappen.
DE LAADROLLEN ZIJN MOGELIJK BESCHADIGD Vervang de laadrollen. ER IS TONER IN DE PAPIERBAAN TERECHTGEKOMEN Neem contact op met de klantenservice. De toner laat los ABC DEF Hierna volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen: CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERSOORT Zorg dat de instelling voor de papiersoort overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst: 1 Controleer op het bedieningspaneel van de printer de instelling voor Papierformaat in het menu Papier.
ER IS TONER IN DE PAPIERBAAN TERECHTGEKOMEN Neem contact op met de klantenservice. De afdrukkwaliteit van transparanten is slecht Probeer een van de volgende oplossingen: TRANSPARANTEN CONTROLEREN Gebruik uitsluitend transparanten die door de printerfabrikant worden aanbevolen.
Kennisgevingen Productinformatie Productnaam: W850 Apparaattype: 4024 Model(len): 110 Informatie over deze uitgave Mei 2011 De volgende alinea is niet van toepassing op landen waarin de volgende voorwaarden strijdig zijn met de plaatselijke wetgeving: LEXMARK INTERNATIONAL, INC.
Handelsmerken Lexmark, Lexmark met het diamantlogo, MarkNet en MarkVision zijn als handelsmerken van Lexmark International, Inc. gedeponeerd in de Verenigde Staten en/of andere landen. MarkTrack en PrintCryption zijn handelsmerken van Lexmark International, Inc. PCL® is een gedeponeerd handelsmerk van Hewlett-Packard Company. PCL is een aanduiding van Hewlett-Packard Company voor een verzameling printeropdrachten (printertaal) en printerfuncties in de producten van HewlettPackard.
Alle andere handelsmerken zijn eigendom van hun respectieve eigenaren. Geluidsemissie De volgende metingen zijn uitgevoerd conform ISO 7779 en gerapporteerd overeenkomstig ISO 9296. Opmerking: sommige modi zijn wellicht niet van toepassing op uw product. Gemiddelde geluidsdruk in dBA op 1 meter afstand Afdrukken 55 dBA Gereed 28 dBA Waarden kunnen worden gewijzigd. Ga naar www.lexmark.com voor de huidige waarden.
ENERGY STAR Laserinformatie Deze printer is in de Verenigde Staten gecertificeerd als een product dat voldoet aan de vereisten van DHHS 21 CFR paragraaf J voor laserproducten van klasse I (1). Elders is de printer gecertificeerd als een laserproduct van klasse I dat voldoet aan de vereisten van IEC 60825-1. Laserproducten van klasse I worden geacht geen gevaar op te leveren.
waarin het apparaat niet actief is. De spaarstand wordt automatisch ingeschakeld wanneer het product gedurende een vooraf ingestelde periode (time-out voor spaarstand) niet wordt gebruikt.
Kennisgeving over radiostoring Waarschuwing Dit product voldoet aan de emissievereisten van of EN55022 met betrekking tot limieten klasse A-producten en de immuniteitsvereisten van EN55024. Dit product is niet bedoeld voor gebruik in woonomgevingen. Dit is een klasse A-product. In een thuisomgeving kan dit product radiostoring veroorzaken, in welk geval de gebruiker mogelijk passende maatregelen moet nemen.
Kennisgevingen over regelgevingen voor draadloze producten Dit gedeelte bevat informatie over de regelgeving voor draadloze producten die zenders bevatten, zoals onder andere netwerkkaartlezers en smartcardlezers. Blootstelling aan hoogfrequentie‐energie De hoeveelheid hoogfrequentie-energie die door dit draadloze apparaat wordt uitgestraald, ligt ver onder de limieten voor hoogfrequentie-energie die zijn vastgesteld door de FCC en andere regelgevende instanties.
Pour empêcher toute interférence radio au service faisant l'objet d'une licence, cet appareil doit être utilisé à l'intérieur et loin des fenêtres afin de garantir une protection optimale. Si le matériel (ou son antenne d'émission) est installé à l'extérieur, il doit faire l'objet d'une licence. L'installateur de cet équipement radio doit veiller à ce que l'antenne soit implantée et dirigée de manière à n'émettre aucun champ HF dépassant les limites fixées pour l'ensemble de la population par Santé Canada.
Een verklaring van conformiteit met de eisen van de richtlijnen is beschikbaar via de Director of Manufacturing and Technical Support, Lexmark International, S.A., Boigny, Frankrijk. Zie de tabel onder aan het gedeelte Kennisgevingen voor meer informatie over conformiteit.
Lietuvių Šiuo Lexmark International, Inc. deklaruoja, kad šis produktas atitinka esminius reikalavimus ir kitas 1999/5/EB direktyvos nuostatas. Malti Bil-preżenti, Lexmark International, Inc., jiddikjara li dan il-prodott huwa konformi mal-ħtiġijiet essenzjali u ma dispożizzjonijiet oħrajn relevanti li jinsabu fid-Direttiva 1999/5/KE. Nederlands Hierbij verklaart Lexmark International, Inc.
distributeur van Lexmark. Lexmark zal het Softwareprogramma vervangen als er wordt vastgesteld dat de media niet voldoen aan deze beperkte garantieverklaring. 2 AFWIJZING EN BEPERKING VAN GARANTIES.
5 LICENTIEVERLENING. Lexmark verleent u de volgende rechten op voorwaarde dat u zich houdt aan alle voorwaarden 6 7 8 9 10 en bepalingen van deze Softwarelicentieovereenkomst: a Gebruik. U mag één (1) exemplaar van het Softwareprogramma gebruiken. De term 'Gebruik' betekent het opslaan, laden, installeren, uitvoeren of weergeven van het Softwareprogramma.
11 12 13 14 15 16 17 18 19 zoals anderszins hierin beschreven. Lexmark mag uw licentie na kennisgeving beëindigen als u zich niet houdt aan de voorwaarden van deze Softwarelicentieovereenkomst. Bij een dergelijke beëindiging gaat u ermee akkoord alle exemplaren van het Softwareprogramma te vernietigen, samen met alle aanpassingen, documentatie en samengevoegde gedeelten in welke vorm dan ook. BELASTING.
MICROSOFT CORPORATION NOTICES 1 This product may incorporate intellectual property owned by Microsoft Corporation. The terms and conditions upon which Microsoft is licensing such intellectual property may be found at http://go.microsoft.com/fwlink/?LinkId=52369. 2 This product is based on Microsoft Print Schema technology. You may find the terms and conditions upon which Microsoft is licensing such intellectual property at http://go.microsoft.com/fwlink/?LinkId=83288.
Index Cijfers 1565 Emulatiefout, laad emulatieoptie 156 30 Vervang cartridge, onjuist gevuld 149 31.
verkeerde tekens worden afgedrukt 184 afdruktaak annuleren vanuit Macintosh 76 annuleren vanuit Windows 76 annuleren via het bedieningspaneel van de printer 76 Afdruktaken herhalen 71 afdrukken vanaf de Macintoshcomputer 72 afdrukken via Windows 72 Afwerking, menu 112 Algemene instellingen, menu 107 Ander formaat, menu 86 annuleren, taak via het bedieningspaneel van de printer 76 via Macintosh 76 via Windows 76 AppleTalk, menu 98 artikelen, zoeken 7 B bedieningspaneel van de printer 10 fabrieksinstellingen
G geheugenkaart installeren 18 problemen oplossen 186 Geïntegreerde webserver 139 beheerdersinstellingen 139 controleren, apparaatstatus 140 instellen, emailwaarschuwingen 140 netwerkinstellingen 139 wordt niet geopend 142 Geïntegreerde webserver, beheerdershandleiding 139 geluidsniveaus 202 Gemengd, menu 103 Gereserveerde afdruktaken 71 afdrukken vanaf de Macintoshcomputer 72 afdrukken via Windows 72 glasvezel netwerkinstellingen 37 H Handinvoer vullen met 148 Handinvoer vullen met
NetWare 99 Netwerk 93 Netwerkkaart 95 Netwerkrapporten 95 Overig 103 Papier laden 88 Papierformaat/-soort 82 Papierstructuur 86 PCL Emul 118 PDF 117 PostScript 117 Rapporten 91 Schijf wissen 104 Standaard-USB 100 Standaardbron 82 Standaardnetwerk 93 TCP/IP 96 U-lader configureren 85 XPS 117 milieu-instellingen Stille modus 13 N NetWare, menu 99 Netwerk , menu 93 Netwerkkaart, menu 95 Netwerkrapporten, menu 95 niet-reagerende printer controleren 142 nietapparaat vast 289 nietfout 175 nietcassettes be
35 Onvoldoende geheugen voor ondersteuning van functie voor bronnenopslag 150 37 Onvoldoende geheugen om taak te sorteren 150 37 Onvoldoende geheugen voor defragmentatie Flashgeheugen 151 37 Onvoldoende geheugen, sommige taken in wacht worden niet hersteld 151 37 Onvoldoende geheugen, sommige taken in wacht zijn verwijderd 151 38 Geheugen vol 151 39 Pagina is te complex.
taak wordt afgedrukt vanuit verkeerde lade 183 taken in wacht worden niet afgedrukt 183 taken worden niet afgedrukt 182 verkeerde tekens worden afgedrukt 184 problemen oplossen, afdrukkwaliteit afdruk is te donker 193 afdruk is te licht 194 afdrukkwaliteit, testpagina’s 189 effen witte strepen 195 effen zwarte strepen 195 grijze achtergrond 190 herhaalde storingen 195 horizontale strepen 196 lage kwaliteit transparantafdruk 199 lege pagina's 189 lichte tonervegen of schaduwen op de achtergrond 197 onregelma
V vaste schijf installeren 23 vaste schijf met adapter problemen oplossen 187 veiligheidsvoorschriften 5, 6 verplaatsen, printer 135, 138 Vervang door 144 Vervang door 145 vervangen fotoconductor 131 Verwijder niet-ondersteunde finisher 149 Verwijder papier uit 149 Verwijder papier uit alle uitvoerladen 149 Verwijder papier uit standaarduitvoerlade 148 Verwijder papier uit uitvoerlade 149 verwijderen, optionele laden 135