Quick Start Guide

1 Plaats een geheugenkaart of flashstation in de printer.
Wanneer de printer het opslagapparaat detecteert, wordt het bericht Geheugenkaart gevonden of
Apparaat voor massaopslag weergegeven op de display van het bedieningspaneel.
2 Als alleen documenten zijn opgeslagen op het opslagapparaat, schakelt de printer automatisch over naar de
modus Bestand afdrukken.
Als op het opslagapparaat documenten en afbeeldingen zijn opgeslagen, bladert u met de pijl omhoog of omlaag
naar Documenten en drukt u op
.
3 Selecteer het document en druk het af:
Als de printer een USB-verbinding gebruikt
a Selecteer met de pijl omlaag of omhoog de bestandsnaam van het document dat u wilt afdrukken.
b Druk op om het document af te drukken.
Als de printer een draadloze verbinding gebruikt (alleen bepaalde
modellen)
a Selecteer met de pijl omlaag of omhoog de bestandsnaam van het document dat u wilt afdrukken.
b Druk op en wacht tot de printer verbinding heeft gemaakt met de netwerkcomputer of tot op het netwerk
is gezocht naar beschikbare computers.
c Blader met de pijl omhoog of omlaag naar de naam van de netwerkcomputer als u hierom wordt gevraagd
en druk vervolgens op
om het document af te drukken.
Opmerkingen:
U moet wellicht een pincode opgeven als dit vereist is voor de computer. Geef de pincode op met het
toetsenblok.
Raadpleeg de Help van de printersoftware voor uw besturingssysteem als u een computernaam en een
pincode wilt toewijzen aan de computer.
Afdruktaken annuleren
Druk op om een afdruktaak te annuleren vanaf het bedieningspaneel van de printer. U annuleert als volgt een
afdruktaak vanaf de computer:
Voor gebruikers van Windows
1 Klik op , of klik op Start en Uitvoeren.
2 Typ control printers in het vak Zoekopdracht of Uitvoeren.
3 Druk op Enter of klik op OK.
De printermap wordt geopend.
4 Klik met de rechtermuisknop op de printer en kies Openen.
Afdrukken
25