Operation Manual
4 Wijs een snelkoppelingsnummer toe.
Opmerking: Als u een nummer invoert dat al in gebruik is, wordt u gevraagd een ander nummer te kiezen.
5 Klik op Toevoegen.
Een snelkoppeling voor een faxbestemming maken met het bedieningspaneel van
de printer
1 Raak in het startscherm Fax aan en voer het faxnummer in.
Als u een groep met faxnummers wilt maken, raakt u
aan en geeft u nog een faxnummer op.
2 Raak aan.
3 Typ een unieke naam voor de snelkoppeling en raak aan.
4 Controleer of de naam van de snelkoppeling juist is en raak vervolgens OK aan.
Als de naam niet juist is, raakt u Annuleren aan en voert u de gegevens opnieuw in.
Faxinstellingen aanpassen
De faxresolutie wijzigen
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de ADF-lade of met
de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Opmerkingen:
• Plaats geen briefkaarten, foto's, kleine voorwerpen, transparanten, fotopapier of dun materiaal (zoals
knipsels uit tijdschriften) in de ADI. Plaats deze items op de glasplaat.
• Het lampje van de ADI gaat branden wanneer het papier correct is geplaatst.
2 Als u een document in de ADF-lade plaatst, dient u de papiergeleiders aan te passen.
3 Raak in het startscherm Fax aan en voer het faxnummer in.
4 Raak in het gedeelte Resolutie of aan om de gewenste resolutie in te stellen.
Opmerking: De instellingen variëren van Standaard (hoogste snelheid) tot Ultrafijn (hoogste kwaliteit bij lagere
snelheid).
5 Raak Faxen aan.
Faxen lichter of donkerder maken
1 Plaats een origineel document met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de ADF-lade of met
de bedrukte zijde naar beneden op de glasplaat.
Faxen 125










