Handboek voor de gebruiker ThinkPad X250
Opmerking: Lees en begrijp eerst het volgende voordat u deze informatie en het product dat het ondersteunt, gebruikt: • Handleiding voor veiligheid, garantie en installatie • Regulatory Notice • “Belangrijke veiligheidsvoorschriften” op pagina vi • Bijlage E “Kennisgevingen” op pagina 163 Ga voor de nieuwste Handleiding voor veiligheid, garantie en installatie en de Regulatory Notice naar de Lenovo Support-website: http://www.lenovo.com/UserManuals Derde uitgave (juli 2015) © Copyright Lenovo 2015.
Inhoud Lees dit eerst . . . . . . . . . . . . . . v Belangrijke veiligheidsvoorschriften . . . . . . Situaties waarin onmiddellijk handelen vereist is . . . . . . . . . . . . . . . . . . Service en upgrades . . . . . . . . . . Netsnoeren en voedingsadapters . . . . . Verlengsnoeren en vergelijkbare accessoires . Stekkers en stopcontacten . . . . . . . . Kennisgeving voedingseenheid . . . . . . Externe apparatuur . . . . . . . . . . . Algemene waarschuwing over de batterij . .
Informatie voor gehandicapten De computer meenemen op reis. . Tips voor als u op reis gaat . . Accessoires voor op reis . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 56 59 59 60 Hoofdstuk 5. Beveiliging . . . . . . . 61 Wachtwoorden gebruiken . . . . . . . . . . Wachtwoorden invoeren . . . . . . . . . Power-on password . . . . . . . . . . . Supervisorwachtwoord . . . . . . . . . Vaste-schijfwachtwoorden . . . . . . . . Beveiliging van de vaste schijf . . . . . . . . De beveiligingschip instellen .
De verwisselbare batterij verwisselen . . Het interne opslagstation vervangen . . . Een geheugenmodule vervangen . . . . Een M.2 draadloos-WAN-kaart vervangen . . . . . . . . . . . . . Hoofdstuk 11. Ondersteuning . . . . Voordat u Lenovo belt . . . . . . . Hulp en service . . . . . . . . . Diagnoseprogramma's gebruiken Website Lenovo Support . . . . Lenovo bellen . . . . . . . . Extra services aanschaffen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 143 . . . . . . Bijlage A.
iv Handboek voor de gebruiker
Lees dit eerst Als u zich de volgende belangrijke tips ter harte neemt, haalt u het meeste rendement uit uw computer. Doet u dit niet, dan kan dit leiden tot ongemak en zelfs letsel. Bovendien kan de computer dan storingen vertonen en schade oplopen. Bescherm uzelf goed tegen de warmte die door de computer wordt gegenereerd. Als de computer aan staat of als de batterij wordt opgeladen, kunnen de onderkant, de polssteun en bepaalde andere onderdelen warm worden.
Als u de computer verplaatst, zorg dan dat deze goed beschermd is (inclusief de gegevens). Als u een computer verplaatst die is uitgerust met een vaste-schijfstation of hybride vaste-schijfstation, doet u het volgende: • Zet de computer uit. • Zet de computer in de slaapstand. • Zet de computer in de sluimerstand. Hierdoor helpt u schade aan de computer en verlies van gegevens te voorkomen. Ga te allen tijde voorzichtig om met uw computer.
(“knoopcellen”) zijn verwerkt, waarmee de systeemklok in stand wordt gehouden wanneer de stekker niet in het stopcontact zit. De veiligheidsvoorschriften voor batterijen gelden dus voor alle computerproducten. Situaties waarin onmiddellijk handelen vereist is Door misbruik of achteloosheid kunnen producten beschadigd raken.
om door de klant zelf te worden geïnstalleerd, worden Customer Replaceable Units of CRU's genoemd. CRU's zijn door Lenovo voorzien van documentatie met instructies voor vervanging van deze onderdelen door de klant. Volg bij het installeren of vervangen van dergelijke onderdelen steeds de instructies. Dat het aan/uit-lampje niet brandt, betekent niet noodzakelijkerwijs dat het spanningsniveau binnenin een product nul is.
Sluit de netsnoeren en signaalkabels altijd in de juiste volgorde aan en zorg dat de stekkers altijd stevig in het stopcontact zitten. Gebruik geen voedingsadapter die sporen vertoont van corrosie aan de invoerpennen of sporen van oververhitting (zoals vervormd plastic) bij de aansluiting of op een ander deel van de voedingsadapter.
Kennisgeving voedingseenheid GEVAAR Verwijder nooit de kap van de voedingseenheid of van enige component waarop het volgende label is bevestigd. Gevaarlijke spanning-, stroom-, en energieniveaus zijn aanwezig in iedere component waarop dit etiket is geplakt. Deze componenten bevatten geen onderdelen die kunnen worden vervangen of onderhouden. Als u vermoedt dat er met een van deze onderdelen een probleem is, neem dan contact op met een onderhoudstechnicus.
Gooi de batterij niet bij het normale huisvuil weg. Behandel oude batterijen als klein chemisch afval. Kennisgeving voor verwijderbare oplaadbare batterij GEVAAR Laad de batterij uitsluitend op volgens de instructies in de productdocumentatie. Als de batterij niet op de juiste manier in het apparaat wordt geïnstalleerd, kan hij ontploffen. De batterij bevat een kleine hoeveelheid schadelijke stoffen.
Warmteproductie en ventilatie GEVAAR Computers, wisselstroomadapters en veel accessoires genereren warmte als ze aan staan en als een batterij wordt opgeladen. Door hun compacte formaat kunnen notebookcomputers een aanzienlijke hoeveelheid warmte produceren. Neem daarom altijd de volgende elementaire voorzorgsmaatregelen: • Als de computer aan staat of als de batterij wordt opgeladen, kunnen de onderkant, de polssteun en bepaalde andere onderdelen warm worden.
• Sluit geen kabels aan, haal geen kabels los, en voer geen installatie-, onderhouds- of herconfiguratiewerkzaamheden op dit product uit tijdens een elektrische storm. • Sluit alle netsnoeren aan op correct bedrade, geaarde stopcontacten. • Sluit ook het netsnoer van alle apparaten die op dit product word en aangesloten aan op een correct geaard stopcontact. • Gebruik indien mogelijk slechts één hand bij het aansluiten en loskoppelen van signaalkabels.
Hoofdtelefoon of oortelefoon gebruiken Als uw computer zowel een aansluiting voor een hoofdtelefoon heeft als een audio-aansluiting, gebruik dan altijd de aansluiting voor de hoofdtelefoon voor het aansluiten van een headset, een hoofdtelefoon of oortelefoon. WAARSCHUWING: Een te hoog geluidsvolume van de hoofdtelefoon of oortelefoon kan leiden tot schade aan het gehoor. Als u de equalizer op het maximumniveau instelt, wordt de uitvoerspanning verhoogd en het volume van de hoofdtelefoon of oortelefoon.
Hoofdstuk 1. Productoverzicht In dit hoofdstuk staat informatie over de locaties van aansluitingen, locaties van belangrijke productlabels, computerfuncties, specificaties, de bedrijfsomgeving en vooraf geïnstalleerde programma's.
2 Microfoons (bepaalde modellen) Met de microfoons kunt u geluiden en spraak vastleggen met een softwareprogramma voor audio. 3 Aan/uit-knop Druk op de aan/uit-knop om de computer in te schakelen of om de computer in slaapstand te zetten. Voor informatie over hoe u de computer uitschakelt, gaat u naar “Veelgestelde vragen” op pagina 17. Als de computer helemaal niet reageert, kunt u de computer uitzetten door de aan/uit-knop vier of meer seconden ingedrukt te houden.
Rechterkant Figuur 2. Rechterkant 1 1 Audio-aansluiting 2 Always On USB-aansluiting 3 Geheugenkaartlezer 4 Micro-SIM-kaartsleuf (op sommige modellen) 5 Ethernetpoort 6 Sleuf voor het veiligheidsslot Audio-aansluiting Sluit een hoofdtelefoon of headset met een vierpolige 3,5 mm stekker aan op de combo audio-aansluiting om naar geluid op de computer te luisteren.
• Windows 8.1 en Windows 10: start het programma Lenovo Settings, klik op Energie en volg daarna de aanwijzingen op het scherm. Zie “Lenovo-programma's openen” op pagina 13 voor instructies voor het starten van deze programma's. Attentie: Wanneer u een USB-kabel op deze connector aansluit, zorg er dan voor dat de USB-markering naar boven wijst. Als u de kabel verkeerd aansluit, kan de aansluiting beschadigd raken. 3 Geheugenkaartlezer Uw computer is uitgerust met een sleuf voor een geheugenkaartlezer.
Linkerkant Figuur 3. Linkerkant 1 1 Voedingsaansluiting 2 Ventilatieopeningen 3 Video graphics array-aansluiting (VGA) 4 USB 3.0-aansluiting 5 Mini 6 Sleuf smartcardlezer (op bepaalde modellen) DisplayPort®-aansluiting Voedingsaansluiting Sluit de netvoedingsadapter aan op de netvoedingsaansluiting voor voeding naar de computer en het laden van de batterijen.
Attentie: Wanneer u een USB-kabel op de USB 3.0-connector aansluit, zorg er dan voor dat de USB-markering naar boven wijst. Als u de kabel verkeerd aansluit, kan de aansluiting beschadigd raken. 5 Mini DisplayPort®-aansluiting Gebruik de mini-DisplayPort-aansluiting om uw computer op een compatibele projector, een extern beeldscherm of HDTV aan te sluiten. De Mini DisplayPort-aansluiting van uw computer ondersteunt zowel audio- als videostreaming.
Statuslampjes De statuslampjes geven de actuele status van de computer aan. Opmerking: Mogelijk ziet uw computer er enigszins anders uit dan in de volgende afbeeldingen wordt getoond. 1 Indicator voor dempen geluid Als de indicator voor dempen geluid brandt, dan is het geluid van de luidsprekers uitgeschakeld. 2 Indicator voor dempen microfoon Als de indicator voor dempen microfoon brandt, dan is het geluid van de microfoon uitgeschakeld.
Het lampje in het ThinkPad-logo en het lampje in het midden van de aan/uit-knop geven de systeemstatus van de computer aan. • Knippert drie keer: de voeding naar de computer wordt voor de eerste keer ingeschakeld. • Aan: de computer staat aan (in de normale werkstand). • Knippert snel: de computer gaat naar de sluimerstand of naar de slaapstand. • Knippert langzaam: de computer staat in de slaapstand. • Uit: de computer staat uit of staat in de sluimerstand.
De informatie op dit label verschilt naar gelang van de draadloze modules die bij de computer zijn geleverd: • Voor een vooraf geïnstalleerde draadloze module wordt op dit label het feitelijke FCC ID- en IC Certification-nummer voor de door Lenovo geïnstalleerde draadloze module weergegeven. Opmerking: Verwijder of vervang zelf geen vooraf geïnstalleerde draadloze module. Voor modulevervanging, moet u eerst contact opnemen met de service-afdeling van Lenovo.
Echtheid zijn de Windows 7-versie waarvoor de computer een licentie heeft en de product-id afgedrukt. Het product-id is belangrijk voor het geval u het Windows 7-besturingssysteem opnieuw moet installeren via een andere bron dan een herstelschijvenset van een Lenovo-product. Windows 8, Windows 8.1 en Windows 10 Legitiem Microsoft-label: afhankelijk van uw geografische locatie, de datum waarop de computer is gefabriceerd en de versie van Windows 8, Windows 8.
• Vaste-schijfstation van 2,5-inch (met hoogte van 7 mm) • Vaste-schijfstation van 2,5-inch (met hoogte van 9,5 mm) • SSD-station van 2,5-inch (met hoogte van 7 mm) • Hybride vaste-schijfstation van 2,5 inch (met hoogte van 7 mm (0,28 inch)) • M.
• Diepte: 208,5 mm • Hoogte: 20,3 tot 21,5 mm Warmte-afgifte • 45 W maximum Voedingsbron (netvoedingsadapter) • Sinus-invoer, 50 tot 60 Hz • Ingangsspanning van de netvoedingsadapter: 100 tot 240 Volt wisselstroom, 50 tot 60 Hz Gebruiksomgeving In dit gedeelte vindt u informatie van de bedrijfsomgeving van de computer.
Klik op de onderstaande link als u meer wilt weten over de programma's en andere oplossingen van Lenovo: http://www.lenovo.com/support. Lenovo-programma's openen Als u Lenovo-programma's op uw Lenovo-computer wilt openen, doet u het volgende: • Windows 7 en Windows 10: 1. Klik op de knop Start om het menu Start te openen. Zoek een programma op de programmanaam. 2. Als het programma niet in het menu Start wordt weergegeven, klikt u op Alle programma's of Alle apps om alle programma's weer te geven. 3.
Auto Scroll Utility (Windows 7, Windows 8.1 en Windows 10) Communications Utility Met dit programma wordt uw ervaring met het gebruik van vensters verbeterd. De vensterpositie van een toepassing op de voorgrond wordt automatisch aangepast. De schuifbalk in een gebruikersinterface wordt ook automatisch aangepast. Met het programma Communications Utility kunt u de instellingen van de ingebouwde camera en audioapparaten configureren.
REACHit (Windows 7, Windows 8.1 en Windows 10) Recovery Media Met REACHit kunt u al uw bestanden beheren, ongeacht waar deze zijn opgeslagen, in één app. Sluit de apparaten aan met meerdere cloudopslagaccounts voor een simpelere en snellere manier om uw materiaal te openen. Met het Recovery Media-programma kunt u de inhoud van het vaste-schijfstation herstellen naar de fabrieksinstellingen. (Windows 7 en Windows 10) Rescue and Recovery® (Windows 7) SHAREit (Windows 7, Windows 8.
16 Handboek voor de gebruiker
Hoofdstuk 2. De computer gebruiken In dit hoofdstuk vindt u informatie over het gebruik van enkele functies van de computer.
Hoe schakel ik de computer uit? • Windows 7: open het menu Start en klik vervolgens op Afsluiten. • Windows 8.1: ga als volgt te werk: – Ga naar het Startscherm door op de Windows-toets te drukken, klik in het netvoedingpictogram in de rechterbovenhoek van het scherm en klik dan op Afsluiten. – Plaats de aanwijzer op de rechterboven- of rechterbenedenhoek van het scherm om de charms weer te geven. Klik vervolgens op Instellingen ➙ Stroom ➙ Afsluiten.
1. Op het bureaublad plaatst u de aanwijzer op de taakbalk aan de onderkant van het scherm en klikt u met de rechtermuisknop op de taakbalk. 2. Klik op Eigenschappen. Het venster Eigenschappen taakbalk en navigatie wordt weergegeven. 3.
Beweging op het aanraakscherm (alleen aanraakmodellen) Beschrijving Aanraken: tikken. Muisactie: klik op. Functie: open een toepassing of voer een actie uit op een geopende toepassing, zoals Kopiëren, Opslaan en Verwijderen, afhankelijk van de toepassing. Aanraken: tikken en vasthouden. Muisactie: rechtsklikken. Functie: een menu met meerdere opties openen. Aanraken: schuiven. Muisactie: beweeg het muiswiel, beweeg de schuifbalk of klik op het pijltje omhoog/omlaag bladeren.
In de volgende tabel worden aanraakbewegingen binnen het Windows 8.1-besturingssysteem getoond. Beweging op het aanraakscherm (alleen aanraakmodellen) Beschrijving Aanraken: veeg met uw vingers vanaf de rechterrand. Muisactie: plaats de aanwijzer op de rechteronder- of rechterbovenhoek van het scherm. Functie: geef de charms weer die systeemopdrachten bevatten, zoals Start, Instellingen, Zoeken, Delen en Apparaten. Aanraken: veeg met uw vingers vanaf de linkerrand.
Beweging op het aanraakscherm (alleen aanraakmodellen) Beschrijving Aanraken: veeg met uw vingers vanaf de boven- of onderrand of van een geopende toepassing. Muisactie: klik met de rechtermuisknop ergens op een geopende toepassing. Functie: bekijk de appcommando´s op een geopende toepassing, zoals Kopiëren, Opslaan en Verwijderen, afhankelijk van de toepassing. Aanraken: veeg met uw vingers vanaf de bovenrand naar beneden van een geopende toepassing.
In de volgende tabel worden enkele aanraakbewegingen binnen het Windows 10-besturingssysteem getoond. Beweging op het aanraakscherm (alleen aanraakmodellen) Beschrijving Aanraken: veeg met uw vingers vanaf de rechterrand. Muisactie: klik op het pictogram van het actiecentrum op de taakbalk. Functie: open het actiecentrum om de meldingen en snelle acties te bekijken. Aanraken: veeg met uw vingers vanaf de linkerrand. Muisactie: klik op het taakweergavepictogram op de taakbalk.
• Verwijder met een droge, zachte, pluisvrije doek of een absorberend stuk kantoen vingerafdrukken of stof van het multitouch-scherm. Gebruik geen oplosmiddelen. • Veeg het scherm voorzichtig van boven naar beneden af. Oefen geen druk uit op het scherm. Speciale toetsen De computer heeft verschillende speciale toetsen, zodat u gemakkelijker en effectiever kunt werken. Functietoetsen en toetsencombinaties Het toetsenbord heeft meerdere speciale toetsen, nl. de toets Fn 1 en de functietoetsen 2 .
Als u het geluid uitzet en hierna de computer uitschakelt, is het geluid nog steeds uit als u de computer de volgende keer weer aanzet. Om de geluidsweergave weer te herstellen, drukt u op de toets voor of . • Volume van luidspreker verlagen. • Volume van luidspreker verhogen. • Microfoon dempen of dempen ongedaan maken. Als het geluid van de microfoon uitgeschakeld is, brandt de LED op de toets. • Beeldscherm donkerder maken. • Beeldscherm lichter maken. • De externe beeldschermen beheren.
Windows-toets Windows 7 en Windows 10: druk op de Windows-toets 1 om het Startmenu te openen. Windows 8.1: druk op de Windows-toets 1 om te schakelen tussen het huidige werkgebied en het Startscherm. U kunt ook de toets Windows samen met een andere toets gebruiken om andere functies uit te voeren. Voor meer informatie kunt u het Help-informatiesysteem van het besturingssysteem Windows raadplegen.
Standaard zijn zowel het TrackPoint-aanwijsapparaat als de trackpad actief met de aanraakbewegingen ingeschakeld. Ga naar “Het ThinkPad-aanwijsapparaat aanpassen” op pagina 30 om de instellingen te wijzigen. TrackPoint-aanwijsapparaat Met het TrackPoint-aanwijsapparaat kunt u alle functies van een traditionele muis uitvoeren, zoals het aanwijzen, klikken en bladeren.
Het trackpad kan worden verdeeld in twee gebieden met aparte functies: 1 2 Linkermuisknopgebied (primair muisknopgebied) Rechtermuisknopgebied (secundair muisknopgebied) Om de trackpad te gebruiken, volgt u deze instructies: • Aanwijzen Veeg één vinger over het oppervlak van de trackpad om de aanwijzer dienovereenkomstig te verplaatsen. • Links klikken Druk op het linkermuisknopgebied 1 om een item te selecteren of te openen.
Tikken Tik met één vinger op een willekeurige plek op de trackpad om een item te selecteren of te openen. Met twee vingers tikken Tik met twee vingers op een willekeurige plek op de trackpad om een snelmenu weer te geven. Met twee vingers bladeren Plaats twee vingers op het trackpad en beweeg ze in een verticale of horizontale richting. Met deze actie kunt u door documenten, websites en apps bladeren.
Het vervangen van het dopje van het aanwijsknopje Het dopje 1 bovenop het aanwijsknopje kan worden verwijderd. Nadat u het dopje voor een langere periode hebt gebruikt, moet u deze mogelijk vervangen door een nieuwe. Om een nieuwe dop te krijgen, neemt u contact op met het Klantsupportcentrum van Lenovo. Zie “Lenovo bellen” op pagina 144. Opmerking: Zorg ervoor dat u een dop met groeven gebruikt a , zoals in de volgende afbeelding wordt weergegeven.
Attentie: Wanneer u een netsnoer gebruikt dat niet geschikt is, kan dit grote schade aan de computer toebrengen. Opmerking: Voer de handelingen uit in de volgorde waarin ze staan vermeld. 1. Verbind het netsnoer met de netvoedingsadapter. 2. Sluit de voedingsadapter aan op de netvoedingsaansluiting op de computer. 3. Steek de stekker van de netvoedingsadapter in een stopcontact.
Energiebeheer Wijzig de instellingen van uw energiebeheerschema om de beste balans te vinden tussen snelheid en energiebesparing. Ga als volgt te werk om de instellingen van het energieschema aan te passen: 1. Ga naar Configuratiescherm en wijzig de weergave hiervan van Categorie in Grote pictogrammen of Kleine pictogrammen. 2. Klik op Energiebeheer. 3. Volg de aanwijzingen op het scherm. Voor meer informatie kunt u het Help-informatiesysteem van het programma raadplegen.
3. Klik op Taakplanner. Wanneer er wordt gevraagd om een beheerderswachtwoord of een bevestiging, typt u dat wachtwoord of geeft u die bevestiging. 4. Selecteer in het linkerdeelvenster de taakmap waarvoor u de ontwaakfunctie wilt inschakelen. De geplande taken worden afgebeeld. 5. Klik op een geplande taak en klik op het tabblad Voorwaarden. 6. Selecteer onder Energiebeheer het vakje De computer uit de slaapstand halen om deze taak uit te voeren.
GEVAAR Laat de batterij niet vallen en zorg dat hij niet beklemd raakt, doorboord wordt of wordt blootgesteld aan grote krachten. Verkeerd en ondeskundig gebruik van de knoopcelbatterij kan er de oorzaak van zijn dat deze “oververhit” raakt, hetgeen gasvorming of vlammen kan veroorzaken. Als uw batterij beschadigd is of lekt, of zich op de polen materiaal heeft afgezet, moet u de batterij niet meer gebruiken en een nieuwe aanschaffen.
• Windows 8.1: veeg vanaf de rechterrand van het scherm naar binnen om de charms weer te geven. Tik op Instellingen ➙ Pc-instellingen wijzigen ➙ Netwerk en schuif het bedieningselement voor de Vliegtuigstand naar links. • Windows 10: open het menu Start en klik vervolgens op Instellingen.
• De radio voor draadloze communicatie staat uit of er is geen signaal. • De radio voor draadloze communicatie staat aan. De signaalsterkte van de draadloze verbinding is zeer slecht. Om de signaalsterkte te verbeteren, kunt u uw computer dichter bij het draadloze toegangspunt plaatsen. • De radio voor draadloze communicatie staat aan. De signaalsterkte van de draadloze verbinding is redelijk. • De radio voor draadloze communicatie staat aan.
• Zet de computer niet te dicht bij stenen of betonnen muren; deze kunnen het signaal blokkeren. • De beste ontvangst hebt u meestal in de buurt van het raam en op plaatsen waar u ook met uw mobieltje het beste bereik hebt. De status van de draadloze WAN-verbinding controleren U kunt de status van de draadloze WAN-verbinding controleren via het pictogram voor draadloze netwerkverbinding in het systeemvak van Windows. Hoe meer balken, des te beter het signaal is.
• Windows 8.1: a. Plaats de aanwijzer op de rechterboven- of rechterbenedenhoek van het scherm om de charms weer te geven. b. Klik op Instellingen ➙ Pc-instellingen wijzigen ➙ Pc en apparaten ➙ Bluetooth. c. Schakel de Bluetooth-functie in. • Windows 10: ga als volgt te werk: – Open het menu Start en klik vervolgens op Instellingen. Als Instellingen niet wordt weergegeven, klikt u op Alle apps om alle programma's weer te geven, en vervolgens op Instellingen ➙ Apparaten ➙ Bluetooth.
– Windows 7 en Windows 8.1: klik met de rechtermuisknop op het bureaublad en klik vervolgens op Schermresolutie ➙ Detecteren. – Windows 10: klik met de rechtermuisknop op het bureaublad en klik vervolgens op Beeldscherminstellingen ➙ Detecteren. • Een draadloos beeldscherm aansluiten Opmerking: Als u een draadloos beeldscherm wilt gebruiken, zorg dan dat uw computer en het externe beeldscherm de functie Wi-Di of Miracast ondersteunen.
De instellingen van het beeldscherm aanpassen U kunt de instellingen voor zowel het computerscherm als het externe beeldscherm wijzigen. U kunt bijvoorbeeld bepalen welk scherm het hoofdscherm is en welke het secundaire beeldscherm is. U kunt ook de resolutie en oriëntatie wijzigen. U wijzigt de weergave-instellingen als volgt: 1. Klik met de rechtermuisknop op het bureaublad en selecteer Schermresolutie of Beeldscherminstellingen. 2. Selecteer het beeldscherm dat u wilt configureren. 3.
• Windows 8.1: klik in het startscherm op Camera. • Windows 10: open het Startmenu en klik vervolgens op Camera uit de lijst Alle apps. Als de camera gestart is, gaat het groene camera-in-gebruik-lampje branden. U kunt de ingebouwde camera ook met andere programma´s gebruiken die functies bieden zoals fotograferen, videocapturing en videoconferencing.
• Lengte: 85,60 mm • Breedte: 53,98 mm • Dikte: 0,76 mm Plaats geen smartcards met spleten in uw computer. Anders kan de smartcardlezer beschadigd raken. Attentie: Als u gegevens overbrengt van of naar een flash mediakaart, bijvoorbeeld een smartcard, plaats de computer dan niet in de sluimerstand of de slaapstand voordat de gegevensoverdracht voltooid is; anders kunnen uw gegevens beschadigd raken.
1. Klik op het driehoekige pictogram in het systeemvak van Windows om verborgen pictogrammen weer te geven. Klik dan met de rechtermuisknop op het pictogram Hardware veilig verwijderen. 2. Selecteer het item dat u wilt verwijderen om de kaart te stoppen. 3. Druk op de kaart om deze uit de computer te verwijderen. 4. Haal de kaart uit de computer en bewaar deze op een veilige plek.
44 Handboek voor de gebruiker
Hoofdstuk 3. De computer uitbreiden In dit hoofdstuk vindt u instructies voor het gebruiken van hardwareapparaten om de mogelijkheden van uw computer uit te breiden. • “Opties voor de ThinkPad zoeken” op pagina 45 • “ThinkPad-dockingstations” op pagina 45 Opties voor de ThinkPad zoeken Als u de mogelijkheden van uw computer wilt uitbreiden, heeft Lenovo allerlei hardwaretoebehoren en upgrades om aan uw wensen tegemoet te komen.
ThinkPad Basic Dock Voorkant 1 Aan/uit-knop: druk op de aan/uit-knop om de computer in of uit te schakelen. 2 Uitwerpknop: druk op de uitwerpknop om de computer van het dockingstation los te koppelen. 3 Geleider: gebruik de geleider als richtsnoer om de dockingstationaansluiting op uw computer uit te lijnen, als u de computer aan het dockingstation koppelt. 4 Dockingstationaansluiting: wordt gebruikt om uw computer aan te sluiten.
4 Ethernet connector: wordt gebruikt om het dockingstation aan te sluiten op een ethernet-LAN. Opmerking: Als u een Ethernet-poort of een aansluiting voor een extern beeldscherm gebruikt wanneer uw computer is aangesloten op een dockingstation, gebruikt u de ethernetpoort of de aansluiting voor een extern beeldscherm van het dockingstation en niet die van de computer. 5 Netvoedingsaansluiting: wordt gebruikt om de netvoedingsadapter aan te sluiten.
Achterkant 1 Always On USB-aansluiting: wordt gebruikt om apparaten aan te sluiten die compatibel zijn met USB 2.0 of om bepaalde mobiele digitale apparaten en smartphones op te laden als de computer in de slaapof sluimerstand staat. 2 USB 2.0-aansluitingen: worden gebruikt om apparaten aan te sluiten die compatibel zijn met USB 2.0. 3 USB 3.0-aansluitingen: worden gebruikt om apparaten aan te sluiten die compatibel zijn met USB 3.0.
9 Audioaansluiting: wordt gebruikt om een hoofdtelefoon of headset met een vierpolige stekker van 3,5 mm aan te sluiten op de audioaansluiting als u naar het geluid van de computer wilt luisteren. 10 Veiligheidsslot: u kunt een bijpassend kabelslot gebruiken, zoals een Kensington-kabelslot, om uw dockingstation vast te maken aan een bureau, tafel of een ander niet vast voorwerp en zo tegen diefstal te beschermen.
Achterkant 1 Always On USB-aansluiting: wordt gebruikt om apparaten aan te sluiten die compatibel zijn met USB 2.0 of om bepaalde mobiele digitale apparaten en smartphones op te laden als de computer in de slaapof sluimerstand staat. 2 USB 2.0-aansluitingen: worden gebruikt om apparaten aan te sluiten die compatibel zijn met USB 2.0. 3 USB 3.0-aansluitingen: worden gebruikt om apparaten aan te sluiten die compatibel zijn met USB 3.0.
10 Audioaansluiting: wordt gebruikt om een hoofdtelefoon of headset met een vierpolige stekker van 3,5 mm aan te sluiten op de audioaansluiting als u naar het geluid van de computer wilt luisteren. 11 Veiligheidsslot: u kunt een bijpassend kabelslot gebruiken, zoals een Kensington-kabelslot, om uw dockingstation vast te maken aan een bureau, tafel of een ander niet vast voorwerp en zo tegen diefstal te beschermen.
Opmerking: Als u uw computer op een dockingstation aansluit, maar de netvoedingsadapter van het dockingstation niet op de netvoedingsaansluiting aansluit, gaat uw computer over op de batterijmodus. Een ThinkPad-dockingstation loskoppelen U kunt de computer als volgt loskoppelen van een ThinkPad-dockingstation: Opmerking: Het ThinkPad Basic Dock heeft geen systeemvergrendeling. 1. Koppel alle kabels en apparaten los van de computer. 2.
– ThinkPad Pro Dock – ThinkPad Ultra Dock • Voor het ThinkPad Ultra Dock kunnen maximaal drie beeldschermen (inclusief het computerbeeldscherm) tegelijkertijd werken. Hierdoor werkt het beeldscherm dat op de VGA-aansluiting is aangesloten niet indien u drie externe beeldschermen op het ThinkPad Ultra Dock aansluit en het beeldscherm van de computer is ingeschakeld. – Als het beeldscherm uit is: – Als het beeldscherm aan is: Hoofdstuk 3.
Beveiligingsvoorzieningen De systeemslotsleutel heeft twee mogelijke standen (zie afbeelding). De beveiligingsfunctie hangt af van de stand van de sleutel: • In stand 1 is de uitwerpknop van het dockingstation vergrendeld en kunt u de computer niet verwijderen. Als de uitwerpknop vergrendeld is, brandt er een speciaal lampje. De beveiligingskabel is vergrendeld. • In stand 2 is de uitwerpknop van het dockingstation ontgrendeld en kunt u de computer verwijderen.
Hoofdstuk 4. U en uw computer In dit hoofdstuk krijgt u informatie over hoe u toegang tot uw computer krijgt, over comfort en over hoe u met uw computer op reis gaat. • “Toegankelijkheid en comfort” op pagina 55 • “De computer meenemen op reis” op pagina 59 Toegankelijkheid en comfort Ergonomische gewoonten zijn belangrijk; niet alleen om zo veel mogelijk uit uw pc te halen, maar vooral ook om ongemak te voorkomen.
Stoel: gebruik een stoel met verstelbare hoogte die voldoende steun voor uw rug geeft. Stel de stoel in op de door u gewenste houding. De plaats van armen en handen: houd uw onderarmen, polsen en handen in een ontspannen, neutrale (horizontale) positie. Typ met een zachte aanslag. Bovenbenen: houd uw bovenbenen horizontaal en zet uw voeten plat op de grond of op een voetensteun.
Sneltoets Functie Toets met het Windows-logo+U Het Toegankelijkheidscentrum openen Rechter Shift-toets gedurende acht seconden ingedrukt houden De filtertoetsen in- of uitschakelen Vijf keer op Shift drukken De Plaknotitietoetsen in- of uitschakelen Num Lock gedurende vijf seconden ingedrukt houden De wisseltoetsen in- of uitschakelen Linker Alt-toets+Linker Shift-toets+Num Lock indrukken De muistoetsen in- of uitschakelen Linker Alt-toets+Linker Shift-toets+PrtScn (of PrtSc) indrukken Hoog con
Spraakherkenning Met spraakherkenning kunt u uw computer besturen met behulp van uw stem. Alleen al met uw stem kunt u programma's starten, menu's openen, op voorwerpen op het scherm klikken, tekst dicteren in documenten, en e-mails schrijven en verzenden. Alles wat u doet met het toetsenbord en de muis kunt u ook met alleen uw stem doen. U gebruikt Spraakherkenning als volgt: 1. Ga naar het Configuratiescherm en zorg ervoor dat u het Configuratiescherm op Categorie bekijkt. 2.
4. Klik op Toepassen. Deze wijziging wordt doorgevoerd zodra u zich de volgende keer bij het besturingssysteem aanmeldt. – Wijzig de grootte van de items op een webpagina. Houdt Ctrl ingedrukt en druk vervolgens op de plustekentoets (+) om de tekst te vergroten of de minustekentoets (-) als u de tekst wilt verkleinen. – Wijzig de grootte van de items op het bureaublad of in een venster. Opmerking: Deze functie werkt mogelijk niet in alle venters.
Instellingen ➙ Netwerk & Internet ➙ Vliegtuigstand en schuift u het bedieningselement voor de Vliegtuigstand naar rechts. • Let in het vliegtuig op de stoel voor u. Stel de hoek van het scherm zo in dat het scherm niet klem komt te zitten als de persoon vóór u achterover leunt. • Vergeet niet om de computer bij het opstijgen en landen in de sluimerstand te zetten of uit te schakelen.
Hoofdstuk 5. Beveiliging In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de computer beschermt tegen diefstal en gebruik door onbevoegden.
1. Start de computer opnieuw. Wanneer het logoscherm wordt getoond, drukt u op F1 om het programma ThinkPad Setup te starten. 2. Selecteer Security ➙ Password ➙ Power-on Password met behulp van de cursortoetsen. 3. Afhankelijk van uw behoefte doet u één van de volgende dingen: • Om het wachtwoord in te stellen, doet u het volgende: a. Typ een gewenst wachtwoord in het veld Enter New Password en druk vervolgens op Enter. b. Typ in het veld Confirm New Password opnieuw uw wachtwoord en druk op Enter.
– De volgende functies in- of uitschakelen: – Lock UEFI BIOS Settings – Password at unattended boot – Boot Device List F12 Option – Boot Order Lock – Flash BIOS Updating by End-Users – Secure RollBack Prevention – Execution Prevention – Beveiligingsmodus – Prioriteit vingerafdruklezer Opmerkingen: • Om het beheer te vereenvoudigen, kan de systeembeheerder op meerdere ThinkPad-notebookcomputers hetzelfde beheerderswachtwoord instellen.
vervangen. U moet hiervoor het bewijs van aankoop kunnen overleggen. Bovendien kunnen er kosten voor onderdelen en service in rekening worden gebracht.
4. Het venster Setup Notice wordt geopend. Druk op Enter om door te gaan. 5. Druk op F10. Het venster Setup Confirmation wordt geopend. Selecteer Yes om de configuratiewijzigingen op te slaan en af te sluiten. De volgende keer dat u de computer aanzet, voert u het gebruikerswachtwoord of masterwachtwoord voor de vaste schijf in om toegang te krijgen tot de vaste schijf.
• Als u een vaste-schijfwachtwoord van meer dan zeven tekens instelt, kan het vaste-schijfstation alleen worden gebruikt met een computer die een vaste-schijfwachtwoord van meer dan zeven tekens kan herkennen. Als u vervolgens het vaste-schijfstation installeert in een computer die geen vaste-schijfwachtwoord van meer dan zeven tekens kan herkennen, kunt u geen toegang krijgen tot het station. • Noteer het wachtwoord en bewaar het wachtwoord op een veilige plaats.
BitLocker maakt voor het beveiligen van uw gegevens en voor het bewaken van de integriteit van de “early boot”-component gebruik van een Trusted Platform Module (TPM). Een compatibele TPM wordt gedefinieerd als een V 1.2 TPM. U kunt de status van BitLocker als volgt controleren: ga naar het Configuratiescherm en klik op Systeem en beveiliging ➙ BitLocker-stationsversleuteling.
Opmerking: Als Client Security Solution niet vooraf op uw computer is geïnstalleerd, kunt u het downloaden en installeren via http://www.lenovo.com/support. Volg daarna de aanwijzingen op het scherm. Tips voor het gebruik van de beveiligingschip • Het beheerderswachtwoord moet zijn ingesteld in het programma ThinkPad Setup. Als dit niet het geval is, kan iedereen zomaar de instellingen voor de beveiligingschip wijzigen.
1. Plaats de bovenste vingerkootje op de sensor. 2. Haal uw vinger onder lichte druk in één beweging over de vingerafdruklezer naar u toe. Til uw vinger niet op als u deze beweegt. Hoofdstuk 5.
Indicatielampjes van de vingerafdruklezer Indicatielampjes Beschrijving Groen De vingerafdruklezer is klaar om overheen te vegen. Amber De vingerafdruk is niet goedgekeurd. Uw vingerafdrukken aan het systeemwachtwoord en vaste-schijfwachtwoord koppelen U kunt uw vingerafdrukken als volgt aan het systeemwachtwoord en vaste-schijfwachtwoord koppelen: 1. Zet de computer uit en daarna weer aan. 2. Haal uw vinger over de vingerafdruklezer op het moment dat hierom wordt gevraagd. 3.
• Predesktop Authentication: hiermee kunt u opgeven of er controle van de vingerafdruk moet plaatsvinden voordat het besturingssysteem wordt geladen. • Reader Priority: als er een externe vingerafdruklezer is aangesloten, bepaalt u hiermee de prioriteit van de verschillende lezers. • Security Mode: hier kunt u de instellingen van de beveiligingswerkstand opgeven. • Password Authentication: hier kunt u de gebruikersverificatie met behulp van wachtwoorden inof uitschakelen.
U kunt de volgende methodes gebruiken om gegevens te verwijderen van het opslagstation: • Verplaats de gegevens naar de prullenbak en maak de prullenbak leeg. • Verwijder de gegevens. • Het opslagstation formatteren met software voor initialisatie. • Gebruik het door Lenovo verstrekte herstelprogramma om de fabrieksinstellingen van het opslagstation terug te zetten. Deze methoden wijzigen echter alleen de bestandslocatie van de gegevens. De gegevens zelf worden niet gewist.
Hoofdstuk 6. Geavanceerde configuratie In dit hoofdstuk krijgt u de volgende informatie voor het configureren van de computer: • “Een nieuw besturingssysteem installeren” op pagina 73 • “Stuurprogramma's installeren” op pagina 75 • “Het programma ThinkPad Setup gebruiken” op pagina 75 • “Systeembeheer gebruiken” op pagina 90 Een nieuw besturingssysteem installeren In sommige gevallen moet u mogelijk een nieuw besturingssysteem installeren.
8. Installeer de e Windows 7-herstelmodules. U vindt de herstelmodules voor Windows 7 in de directory C:\SWTOOLS\OSFIXES\. Ga voor meer informatie naar de thuispagina van Microsoft Knowledge Base: http://support.microsoft.com/ 9. Installeer de registerpatches, bijvoorbeeld de patch voor het inschakelen van Wake on LAN from Standby voor ENERGY STAR. Ga naar de Lenovo Support-website om de registerpatches te downloaden en installeren: http://www.lenovo.
8. Installeer de gewenste Lenovo-programma's. Voor informatie over Lenovo-programma's raadpleegt u “Lenovo-programma's” op pagina 12. Opmerking: Na de installatie van het besturingssysteem, moet u de eerste instelling van UEFI/Legacy Boot niet wijzigen in het programma ThinkPad Setup. Doet u dat wel, dan start het besturingssysteem niet correct op. Wanneer u het besturingssysteem Windows 8.
Opmerking: Bepaalde menu-opties worden alleen afgebeeld als de computer de overeenkomstige functies ondersteunt. 3. U kunt als volgt de waarde van een item instellen: • Druk op F6 om de waarde te verhogen. • Druk op F5 om de waarde te verlagen. Opmerking: De standaardwaarden zijn vetgedrukt. 4. Als u andere configuraties wilt wijzigen, drukt u op de Esc-knop om het submenu af te sluiten en terug te keren naar het hoofdmenu. 5.
Tabel 2. Opties in het menu Config Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen Network Wake On LAN • Disabled U kunt ervoor zorgen dat de computer wordt ingeschakeld, wanneer de Ethernet-controller een bestandscode (magic, een speciale netwerkmelding) ontvangt. • AC Only • AC and Battery Als u AC Only selecteert, is Wake on LAN alleen ingeschakeld, wanneer de voedingsadapter is aangesloten. Als u AC and Battery selecteert, dan is Wake on LAN altijd ingeschakeld, ongeacht de voedingsbron.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen USB USB UEFI BIOS Support • Disabled De opstartondersteuning voor USB-opslagapparaten in- of uitschakelen. Always On USB • Disabled • Enabled • Enabled Als u Enabled selecteert, kunnen externe USB-apparaten via de USB-aansluitingen worden opgeladen, zelfs wanneer de computer in een energiebesparingsmodus staat (sluimerstand, slaapstand of voeding uit).
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen Uitgeschakeld: de Fn- en Ctrl-toets gedragen zich zoals op het toetsenbord is aangegeven. Ingeschakeld: de Fn-toets fungeert hierdoor als Ctrl-toets. De Ctrl-toets fungeert als Fn-toets. F1–F12 as primary function • Disabled • Enabled Schakel de F1-F12-functie of de speciale functie in die als pictogram op de toetsen als primaire functie is aangegeven. Ingeschakeld: voert de F1-F12-functie uit.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde • 3 seconds • 5 seconds • 10 seconds Power Intel SpeedStep® technology • Disabled (Alleen modellen met Intel SpeedStep) Mode for AC • Enabled • Maximum Performance • Battery Optimized Mode for Battery Opmerkingen Het systeem kan bepaalde externe beeldschermen niet detecteren tijdens het opstarten, omdat deze een aantal seconden nodig hebben voor ze gereed zijn.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen normale werking niet hervat wanneer de netvoedingsadapter is aangesloten. Intel Rapid Start Technology • Disabled • Enabled Enter after: • Immediately • 1 minute • 2 minutes • 5 minutes • 10 minutes • 15 minutes • 30 minutes • 1 hour • 2 hours • 3 hours Disable Built-in Battery • Yes • No Om deze functie te gebruiken is een speciale partitie op het interne opslagstation nodig.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen knop of de Enter-toets tijdens de zelftest bij het inschakelen (POST) om het venster Startup Interrupt Menu weer te geven. CIRA Timeout 0-255 Opmerking: De standaardwaarde is 60 seconden. Stel de time-out voor het tot stand brengen van CIRA-verbinding in. De selecteerbare tweede waarden zijn van 1 tot 254. Als u 0 selecteert, wordt 60 seconden gebruikt als de standaardtime-outwaarde.
Tabel 3. Opties in het menu Security Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen Password Supervisor Password • Disabled Zie “Supervisorwachtwoord” op pagina 62.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen kunnen andere gebruikers de wachtwoordlengte niet wijzigen. Power-On Password • Disabled Zie “Power-on password” op pagina 61.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen Intel TXT worden uitgeschakeld wanneer de beveiligings-chip op Intel PTT is ingesteld. Als u wilt doorgaan, selecteert u Ja. Opmerking: Intel PTT kan in combinatie met het besturingssysteem Windows 8 of later worden gebruikt. Security Chip • Active • Inactive • Disabled Als u Active selecteert, wordt de Security Chip gebruikt.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item UEFI BIOS Update Option Memory Protection Virtualization Submenu-item Waarde Opmerkingen Physical Presence for Provisioning • Disabled Deze optie schakelt het bevestigingsbericht in of uit, wanneer u de instellingen van de Security Chip wijzigt.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen Microphone • Disabled Als u Enabled selecteert, kunt u de microfoons gebruiken (intern, extern of lijningang). • Enabled Fingerprint Reader • Disabled • Enabled Internal Device Access Bottom Cover Tamper Detection • Disabled Anti-Theft Computrace Module Activation • Disabled • Enabled • Enabled • Permanently Disabled Als u Enabled selecteert, kunt u de vingerafdruklezer gebruiken.
Menu Startup Als u de opstartinstellingen van uw computer wilt wijzigen, selecteert u het tabblad Startup in het ThinkPad Setup-menu. Attentie: • Nadat u de opstartvolgorde hebt gewijzigd, moet u het juiste apparaat opgeven bij het maken van een kopie, bij het opslaan van bestanden of bij het formatteren. Doet u dat niet, dan kunnen de gegevens worden gewist of overgeschreven. • Als u de BitLocker-bestandsversleuteling gebruikt, mag u de opstartvolgorde niet wijzigen.
Tabel 4. Opties in het menu Startup (vervolg) Menu-item Waarde Opmerkingen vanaf opstartbare apparaten die een besturingssysteem zonder UEFI hebben. CSM (Compatibility Support Module) is vereist voor het opstarten van het oude besturingssysteem. Als u UEFI Only selecteert, kunt u CSM Support selecteren. Voor de modus Both of Legacy Only kunt u CSM Support niet selecteren. Boot Mode • Quick Scherm tijdens de zelftest (POST): • Diagnostics • Quick: het ThinkPad-logo verschijnt op het scherm.
U kunt het UEFI BIOS bijwerken door uw computer op te starten via een optische schijf voor flash-updates of een programma voor flash-updates die in de Windows-omgeving kan worden uitgevoerd. Wanneer u een nieuw programma, een stuurprogramma of hardware installeert, wordt u mogelijk gevraagd het UEFI BIOS bij te werken. Voor instructies over het bijwerken van het UEFI BIOS gaat u naar: http://www.lenovo.com/ThinkPadDrivers Systeembeheer gebruiken Dit onderwerp is vooral bedoeld voor de netwerkbeheerders.
Asset ID EEPROM De Asset ID EEPROM (Electrically Erasable Programmable Read-Only Memory) bevat informatie over de configuratie van de computer en de serienummers van de belangrijkste componenten. Deze EEPROM beschikt ook over een aantal lege velden waarin u zelf informatie over de eindgebruikers kunt opslaan.
92 Handboek voor de gebruiker
Hoofdstuk 7. Problemen voorkomen Goed onderhoud is het behoud van uw ThinkPad-notebookcomputer. De meeste problemen kunnen worden voorkomen door het juiste onderhoud. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u uw computer het beste kunt onderhouden.
• Houd een logboek bij. De gegevens hierin kunnen bestaan uit belangrijke wijzigingen op de hardware of software, updates op het stuurprogramma of problemen die zijn opgetreden, met de bijbehorende oplossingen. • Hieronder vindt u enkele tips voor het geval u een herstelprocedure op uw systeem moet uitvoeren om de vooraf geïnstalleerde software weer te herstellen: – Verwijder alle externe apparatuur, zoals een printer en een toetsenbord.
website van Lenovo Support. De updatepakketten kunnen volledige programma's, stuurprogramma's, UEFI BIOS-flashes of andere updates van de software bevatten. Wanneer het programma System Update verbinding maakt met de website van Lenovo Support, wordt gedetecteerd wat het machinetype en het model van uw computer is, welk besturingssysteem er is geïnstalleerd en welke taal het besturingssysteem heeft. Op die manier kan worden vastgesteld welke updates er voor uw computer beschikbaar zijn.
Ga voorzichtig om met uw computer • Leg nooit iets tussen het beeldscherm en het toetsenbord of de polssteun (ook geen papier). • Het beeldscherm is bedoeld om te worden geopend en gebruikt bij een hoek van iets meer dan 90 graden. Open het beeldscherm van de computer niet verder dan 180 graden, om schade aan de scharnieren te voorkomen. • Draai uw computer niet om wanneer de wisselstroomadapter is aangesloten omdat de adapterplug kan breken.
Uw computer registreren • Registreer uw ThinkPad-computer bij Lenovo op http://www.lenovo.com/register. Meer informatie vindt u in “De computer registreren” op pagina 17. Breng geen veranderingen in de computer aan • De computer mag alleen uit elkaar worden gehaald en gerepareerd door een geautoriseerde ThinkPad-onderhoudstechnicus. • Rommel niet met de grendels van het beeldscherm om het scherm open of dicht te houden. De kap van de computer schoonmaken Maak de computer af en toe als volgt schoon: 1.
Opmerking: Sproei geen reinigingsmiddel rechtstreeks op het toetsenbord. 4. Wring de doek zo goed mogelijk uit. 5. Neem het beeldscherm nogmaals af en let goed op dat er geen vocht in de computer druipt. 6. Vergeet niet om het scherm droog te maken voordat u het gaat gebruiken.
Hoofdstuk 8. Computerproblemen oplossen Dit hoofdstuk geeft informatie over wat u moet doen als er een probleem met uw computer optreedt. • “De oorzaak van een probleem opsporen” op pagina 99 • “Problemen oplossen” op pagina 99 De oorzaak van een probleem opsporen Als er problemen zijn met de computer, kunt u het beste het programma Lenovo Solution Center als uitgangspunt nemen voor het oplossen ervan.
• Als de computer is uitgeschakeld, dient u deze opnieuw op te starten. Als de computer niet opstart, ga dan door met stap 2. • Als u de computer niet kunt uitschakelen door de aan/uit-knop ingedrukt te houden, verwijdert u de wisselvoedingsadapter en reset u het systeem door een uitgebogen paperclip in het noodresetgaatje te steken. Zie “Onderkant” op pagina 6 voor de locatie van het resetgaatje. Nadat de computer is uitgeschakeld, dient u deze opnieuw op te starten.
• Bericht: 0187: Toegangsfout EAIA-gegevens Oplossing: Er is geen toegang tot de EEPROM. Laat de computer nazien. • Bericht: 0188: Ongeldig informatiegebied voor RFID-serialisering. Oplossing: Het EEPROM-controlegetal is onjuist (blok 0 en blok 1). De systeemplaat moet worden vervangen en het serienummer van de machine moet opnieuw worden geïnstalleerd. Laat de computer nazien. • Bericht: 0189: Ongeldig informatiegebied voor RFID-configuratie.
Oplossing: Machinetype en serienummer zijn ongeldig. Laat de computer nazien. • Bericht: 2201: Machine-UUID is ongeldig. Oplossing: Machine-UUID is ongeldig. Laat de computer nazien. • Bericht: Ventilatorstoring Oplossing: De ventilator werkt niet. Schakel de computer onmiddellijk uit en laat de computer nazien. • Bericht: Fout in thermische sensor Oplossing: De thermische sensor heeft een probleem. Schakel de computer onmiddellijk uit en laat de computer nazien.
Problemen met geheugenmodules Druk deze aanwijzingen nu af en bewaar de instructies bij uw computer, zodat u ze in de toekomst kunt raadplegen. Als de geheugenmodule niet correct werkt, controleert u het volgende: 1. Controleer of de geheugenmodule correct in de computer is geïnstalleerd en goed is bevestigd.
Oplossing: Mogelijk zijn de netwerkstuurprogramma's beschadigd of ontbreken deze. Werk het stuurprogramma bij aan de hand van de vorige oplossing voor de procedure om te zorgen dat het juiste stuurprogramma wordt geïnstalleerd. • Probleem: Als uw computer een Gigabit Ethernet-model is en u gebruikt een snelheid van 1000 Mbps, werkt de verbinding niet of er treden fouten op in de verbinding. Oplossing: – Gebruik kabels van categorie 5 en controleer of de netwerkkabel goed is aangesloten.
Problemen met Bluetooth Opmerking: Controleer de verbinding en controleer of er geen ander Bluetooth-apparaat op zoek is naar het apparaat waarmee u een verbinding tot stand wilt brengen. Gelijktijdige zoekbewerkingen zijn niet toegestaan bij Bluetooth-verbindingen. • Probleem: Het geluid is niet afkomstig van de Bluetooth-headset/-hoofdtelefoon, maar van de interne luidspreker, ook al is de Bluetooth-headset/-hoofdtelefoon aangesloten met behulp van een Headsetprofiel of AV-profiel.
Als het probleem met het toetsenbord is opgelost, kunt u het externe numerieke toetsenblok en het externe toetsenbord voorzichtig opnieuw aansluiten. Zorg dat de connectoren op de juiste manier zijn aangesloten. Als het probleem niet is opgelost, controleert u of het juiste apparaatstuurprogramma is geïnstalleerd door het volgende te doen: 1. Hiermee opent u het Configuratiescherm. Wijzig de weergave van het Configuratiescherm van Categorie in Grote pictogrammen of Kleine pictogrammen. 2.
• Probleem: Wanneer ik de computer aanzet, wordt er alleen een witte cursor op een zwart scherm weergegeven. Oplossing: als u met behulp van een partitioneringsprogramma een partitie op uw opslagstation hebt aangepast, kan het zijn dat het hoofdopstartrecord of de informatie over die partitie vernietigd is. Doe het volgende om het probleem op te lossen: 1. Zet de computer uit en daarna weer aan. 2.
– Windows 7 en Windows 8.1: klik op Geavanceerde instellingen. – Windows 10: klik op Geavanceerde eigenschappen van beeldscherm. 6. Klik op de tab Beeldscherm. Controleer aan de hand van de gegevens in het informatievenster of het beeldschermtype correct is. Als het beeldschermtype goed is, klikt u op OK om het venster te sluiten. Zo niet, ga dan verder met de volgende stappen. 1. Wanneer twee of meer beeldschermtypen worden afgebeeld, selecteert u Generiek PnP-beeldscherm of Generiek Non-PnP beeldscherm.
– Als het externe beeldscherm dezelfde resolutie ondersteunt als het beeldscherm van de computer of als het externe beeldscherm een hogere resolutie ondersteunt, bekijkt u de uitvoer op het externe beeldscherm of op het externe beeldscherm en het beeldscherm van de computer. – Als het externe beeldscherm een lagere resolutie ondersteunt dan het beeldscherm, bekijkt u de uitvoer alleen op het externe beeldscherm.
1. Sluit het externe beeldscherm aan op de beeldschermaansluiting en sluit het beeldscherm aan op een stopcontact. 2. Zet het externe beeldscherm en de computer aan. 3. Klik met de rechtermuisknop op het bureaublad en doe het volgende: – Windows 7 en Windows 8.1: klik op Schermresolutie. – Windows 10: klik op Beeldscherminstellingen ➙ Geavanceerde beeldscherminstellingen. Opmerking: Als uw computer het externe beeldscherm niet detecteert, klikt u op de knop Detecteren. 4.
Oplossing: sluit het venster Eigenschappen voor Beeldscherm en open het opnieuw. Als de optie dan nog steeds niet wordt weergegeven, controleer dan of de DVI-beeldschermaansluiting goed vast zit en voer de procedure voor het aansluiten van het beeldscherm nog eens uit. Audioproblemen • Probleem: Wave- of MIDI-geluid wordt niet correct weergegeven. Oplossing: Controleer of het ingebouwde audioapparaat correct is geconfigureerd. 1. Hiermee opent u het Configuratiescherm. 2. Klik op Hardware en geluid. 3.
Oplossing: De schuifregelaar wordt grijs weergegeven. Dit betekent dat de positie ervan is vastgesteld door de hardware en niet kan worden gewijzigd. • Probleem: Bij gebruik van sommige audioprogramma's blijven de volumeregelaars niet op hun plaats. Oplossing: Het is niet ongebruikelijk dat schuifregelaars van plaats veranderen bij gebruik van bepaalde audioprogramma's. De programma's maken gebruik van de instellingen van de Volumemixer en kunnen de schuifregelaars verplaatsen.
Oplossing: ontlaad de batterijen en laad ze opnieuw op. Als de werkingsduur van de batterijen nog steeds kort is, neem dan contact op met het Lenovo Customer Support Center. • Probleem: de computer werkt niet terwijl de batterijen volledig zijn opgeladen. Oplossing: Mogelijk is de bescherming tegen overbelasting van de batterij geactiveerd. Zet de computer een minuut uit om de bescherming te deactiveren. Daarna kunt u de computer weer aanzetten. • Probleem: de batterijen worden niet opgeladen.
Problemen met de aan/uit-knop Probleem: Het systeem reageert niet en u kunt de computer niet uitschakelen. Oplossing: Zet de computer uit door de aan/uit-knop minimaal vier seconden ingedrukt te houden. Als het systeem nog steeds niet is gereset, verwijdert u de netvoedingsadapter en reset u het systeem door de punt van een naald of een uitgebogen paperclip in het noodresetgaatje te steken. Raadpleeg “Onderkant” op pagina 6 voor de plaats van het noodresetgaatje.
– Als het systeemstatuslampje (brandend ThinkPad-logo) langzaam knippert, staat de computer in de slaapstand. Sluit de wisselstroomadapter aan op de computer en druk op Fn. – Als het systeemstatuslampje (brandend ThinkPad-logo) niet brandt, is de computer uitgeschakeld of staat de computer in de sluimerstand. Sluit de wisselstroomadapter aan op de computer en druk op de aan/uit-knop.
Oplossing: Gebruik het programma Schijfdefragmentatie van Windows, zodat u sneller toegang krijgt tot de gegevens. Een softwareprobleem Probleem: Een bepaald softwareprogramma werkt niet goed. Oplossing: Controleer of het probleem niet wordt veroorzaakt door het programma. Controleer of in de computer de minimale hoeveelheid geheugen is geïnstalleerd om het programma uit te voeren. Controleer dit aan de hand van de bij het programma geleverde handleidingen.
Hoofdstuk 9. Overzicht van gegevensherstel In dit hoofdstuk vindt u informatie over hersteloplossingen. • “Overzicht van herstelprocedures voor het Windows 7-besturingssysteem” op pagina 117 • “Overzicht van herstelprocedures voor het Windows 8.
Attentie: Het maken van herstelmedia verwijdert alles wat op de schijf of het USB-opslagstation is opgeslagen. Om gegevensverlies te voorkomen, maakt u een reservekopie van alle gegevens die u wilt behouden. Voor het maken van herstelmedia klikt u op Start ➙ Alle programma's ➙ Lenovo PC Experience ➙ Lenovo Tools ➙ Factory Recovery Disks. Volg daarna de instructies op het scherm. Herstelmedia gebruiken Met zogenoemde herstelmedia kunt u de computer alleen herstellen naar de fabrieksinstellingen.
Een backupbewerking uitvoeren Om een backupbewerking uit te voeren vanuit het programma Rescue and Recovery onder Windows 7 doet u het volgende: 1. Op het bureaublad van Windows klikt u op Start ➙ Alle programma's ➙ Lenovo PC Experience ➙ Lenovo Tools ➙ Enhanced Backup and Restore. Het programma Rescue and Recovery wordt geopend. 2. Klik in het hoofdvenster van Rescue and Recovery op de pijl Rescue and Recovery geavanceerd starten. 3.
Attentie: Als u het opslagstation herstelt met een Rescue and Recovery-back-up of als u het opslagstation herstelt naar de fabrieksinstellingen, worden alle bestanden in de primaire partitie van het opslagstation (meestal station C:) tijdens het herstelproces verwijderd. Maak indien mogelijk kopieën van belangrijke bestanden.
4. Geef in het gebied Rescue Media aan welk type herstelmedium u wilt maken. U kunt een noodherstelmedium maken met behulp van een schijf, een USB vaste-schijfstation of een tweede intern vaste-schijfstation. 5. Klik op OK en volg de instructies op het scherm om een noodherstelmedium te maken. Een noodherstelmedium gebruiken In dit gedeelte vindt u instructies voor het gebruiken van het noodherstelmedium dat u hebt gemaakt.
Vooraf geïnstalleerde stuurprogramma's opnieuw installeren Attentie: Door het opnieuw installeren van stuurprogramma's wijzigt u de configuratie van de computer. Installeer stuurprogramma's alleen opnieuw als dit noodzakelijk is om een probleem met de computer op te lossen. U installeert een stuurprogramma voor een vooraf geïnstalleerd apparaat als volgt: 1. Zet de computer aan. 2. Ga naar de directory C:\SWTOOLS. 3. Open de map DRIVERS.
Overzicht van herstelprocedures voor het Windows 8.1-besturingssysteem In dit gedeelte vindt u informatie over hersteloplossingen op computers waarop het Windows 8.1-besturingssysteem is geïnstalleerd. Met de herstelprogramma's van Windows kunt u de computer vernieuwen, terugzetten op de standaardfabrieksinstelling of de computer via een extern apparaat starten. Wij raden u aan dat u in een zo vroeg mogelijk stadium een USB-herstelstation maakt.
Ga als volgt te werk om de geavanceerde opstartopties te gebruiken: 1. Plaats de aanwijzer op de rechterboven- of rechterbenedenhoek van het scherm om de charms weer te geven. Klik op Instellingen ➙ Pc-instellingen wijzigen ➙ Bijwerken en herstellen ➙ Herstellen. 2. Klik in het gedeelte Geavanceerd opstarten op Nu opnieuw opstarten ➙ Problemen oplossen ➙ Geavanceerde opties. 3. Selecteer een gewenste opstartoptie en volg de instructies op het scherm. Uw besturingssysteem herstellen als Windows 8.
• Als u de herstelpartitie op uw computer wilt verwijderen, klikt u op De herstelpartitie verwijderen. Attentie: Als u de herstelpartitie op uw computer verwijdert, moet u het USB-herstelstation op een veilige plek bewaren. De herstelinstallatiekopie van Windows wordt niet meer op uw computer opgeslagen en u heeft het USB-herstelstation nodig om uw computer te vernieuwen of te resetten. 7. Verwijder de USB-schijf. Het USB-herstelstation is foutloos gemaakt.
3. Volg de aanwijzingen op het scherm om uw computer opnieuw in te stellen. Geavanceerde opstartopties gebruiken Met geavanceerde opstartopties kunt u de firmware-instellingen van de computer wijzigen, de opstartinstellingen van het Windows-besturingssysteem wijzigen, de computer vanaf een extern apparaat opstarten of het Windows-besturingssysteem met een systeemimage herstellen.
Het USB-herstelstation gebruiken Als u de computer niet kunt starten, kunt u de verwante informatie in het onderwerp “Problemen oplossen” op pagina 99 raadplegen om het probleem zelf proberen op te lossen. Als u uw computer nog steeds niet kunt starten, gebruikt u het USB-herstelstation om uw computer te herstellen. U kunt als volgt een USB-herstelstation gebruiken: Opmerking: Zorg ervoor dat de computer is aangesloten op de netvoeding. 1. Sluit het USB-herstelstation aan op de computer. 2.
128 Handboek voor de gebruiker
Hoofdstuk 10. Apparaten vervangen Dit hoofdstuk behandelt de volgende onderwerpen: • “Voorkoming van statische elektriciteit” op pagina 129 • “Ingebouwde batterij uitschakelen” op pagina 129 • “Micro-SIM-kaart installeren of vervangen” op pagina 130 • “De verwisselbare batterij verwisselen ” op pagina 131 • “Het interne opslagstation vervangen” op pagina 133 • “Een geheugenmodule vervangen” op pagina 137 • “Een M.
De ingebouwde batterij wordt automatisch weer ingeschakeld zodra de netvoedingsadapter opnieuw op de computer wordt aangesloten. Micro-SIM-kaart installeren of vervangen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint. Lees eerst de belangrijke veiligheidsinformatie. Zie “Belangrijke veiligheidsvoorschriften” op pagina vi. Een micro-SIM-kaart is een kleine plastic kaart met een IC-chip (Integrated Circuit) bevestigd aan één kant van de kaart.
5. Plaats een nieuwe micro-SIM-kaart in de lade in de afgebeelde richting. Opmerking: Zorg ervoor dat u een micro-SIM-kaart gebruikt. Gebruik geen standaard-SIM-kaart. De standaard-SIM-kaart is niet compatibel. 6. Duw de lade in de computer. 7. Sluit de wisselstroomadapter en alle kabels vervolgens weer aan. De verwisselbare batterij verwisselen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint. Lees eerst de belangrijke veiligheidsinformatie. Zie “Belangrijke veiligheidsvoorschriften” op pagina vi.
“De geïnstalleerde batterij wordt niet ondersteund door dit systeem en kan daarom niet worden opgeladen. Vervang de batterij door een Lenovo-batterij die geschikt is voor dit systeem.” GEVAAR Als de oplaadbare batterij niet op de juiste manier in het apparaat wordt geïnstalleerd, kan hij ontploffen. De batterij bevat een kleine hoeveelheid schadelijke stoffen.
3. Plaats een nieuwe batterij en zorg dat deze vastklikt. Controleer of de batterijvergrendelingen in de vergrendelde stand staan. 4. Draai de computer weer om. Sluit de netvoedingsadapter aan op de computer. Het interne opslagstation vervangen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint. Lees eerst de belangrijke veiligheidsinformatie. Zie “Belangrijke veiligheidsvoorschriften” op pagina vi.
4. Draai de schroeven waarmee de klep aan de onderkant van de computer mee is vastgezet los 1 . Verwijder vervolgens de klep aan de onderkant van de computer 2 . 5. Draai de schroef los waarmee het opslagstation vastzit. 6. Til het opslagstation een beetje omhoog.
7. Ontkoppel de stationskabel van het opslagstation. 8. Verwijder de beugel van het opslagstation. 9. Bevestig de beugel aan het nieuwe opslagstation. Hoofdstuk 10.
10. Sluit de stationskabel aan op het nieuwe opslagstation. 11. Plaats het nieuwe opslagstation 1 en kantel het naar beneden 2 . Controleer of het nieuwe opslagstation goed vastzit.
12. Controleer of de kabel onder de luidsprekerhaak a is geleid. Breng de schroef aan om het opslagstation vast te zetten. 13. Plaats de klep aan de onderkant van de computer 1 terug en draai de schroeven 2 vast. 14. Plaats de verwisselbare batterij terug. Zie “De verwisselbare batterij verwisselen ” op pagina 131. 15. Draai de computer weer om. Sluit de wisselstroomadapter en alle kabels weer op de computer aan. Een geheugenmodule vervangen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint.
Opmerking: De snelheid waarmee een geheugenmodule werkt, is afhankelijk van de systeemconfiguratie. Onder bepaalde omstandigheden werkt de geheugenmodule in de computer wellicht niet op de maximale snelheid. Attentie: Raak altijd een geaard metalen voorwerp aan voordat u een geheugenmodule gaat installeren. Op die manier kunt u statische elektriciteit uit uw lichaam laten wegvloeien. Door statische elektriciteit kan de geheugenmodule beschadigd raken. U vervangt een geheugenmodule als volgt: 1.
6. Plaats de kant met uitsparing van de nieuwe geheugenmodule tegen de contactrand van het geheugencompartiment. Steek vervolgens de geheugenmodule onder een hoek van ongeveer 20 graden in het compartiment 1 . Kantel de geheugenmodule omlaag totdat deze vastklikt 2 . Zorg ervoor dat de geheugenmodule stevig in het compartiment wordt geplaatst en niet gemakkelijk kan worden bewogen. Attentie: Raak de contactrand van de geheugenmodule beslist niet aan.
Attentie: Raak altijd een geaard, metalen voorwerp aan voordat u een M.2 draadloos-WAN-kaart gaat installeren. Op die manier kunt u statische elektriciteit uit uw lichaam laten wegvloeien. Door statische elektriciteit kan de kaart beschadigd raken. Bepaalde computers zijn uitgerust met een M.2 draadloos-WAN-kaart. U kunt de draadloos-WAN-kaart als volgt vervangen: 1. Schakel de ingebouwde batterijen uit. Zie “Ingebouwde batterij uitschakelen” op pagina 129. 2. Sluit het beeldscherm en keer de computer om.
6. Verwijder de schroef 1 . De kaart komt los uit de beveiligde stand en kantelt omhoog 2 . 7. Haal de draadloos-WAN-kaart voorzichtig uit de sleuf. 8. Lijn de rand met uitsparing van de nieuwe draadloos-WAN-kaart uit met de sleutel in de sleuf. Steek vervolgens de kaart voorzichtig in de sleuf. Hoofdstuk 10.
9. Kantel de nieuwe draadloos-WAN-kaart omlaag 1 en plaats vervolgens de schroef om de kaart mee vast te maken 2 . 10. Sluit de antennekabels aan op de nieuwe draadloos-WAN-kaart. Zorg ervoor dat u de rode kabel aansluit op de hoofdaansluiting van de kaart, en de blauwe kabel op de hulpaansluiting van de kaart. 11. Plaats de klep aan de onderkant van de computer 1 terug en draai de schroeven 2 vast. 12. Plaats de verwisselbare batterij terug. Zie “De verwisselbare batterij verwisselen ” op pagina 131.
Hoofdstuk 11. Ondersteuning In dit hoofdstuk vindt u informatie over de hulp en ondersteuning die Lenovo te bieden heeft. • “Voordat u Lenovo belt” op pagina 143 • “Hulp en service” op pagina 143 • “Extra services aanschaffen” op pagina 145 Voordat u Lenovo belt Vaak kunt u computerproblemen oplossen door de informatie bij de uitleg van foutcodes te lezen, diagnoseprogramma´s uit te voeren of de Lenovo-website te raadplegen. De computer registreren Registreer uw computer bij Lenovo.
meer informatie over Lenovo en onze producten, wat u moet doen als er problemen met de computer zijn en wie u kunt bellen als er onderhoud of service moet worden uitgevoerd. Informatie over uw Lenovo-computer en over de eventueel vooraf geïnstalleerde software vindt u in de documentatie die bij de computer wordt geleverd. Het gaat daarbij om gedrukte boeken, elektronische boeken, readme-bestanden en Help-bestanden. Bovendien is er informatie over Lenovo-producten beschikbaar op internet.
• Reparatie van Lenovo-hardware: Als er is vastgesteld dat het probleem een hardwareprobleem is van een Lenovo-product dat onder de garantie valt, staat ons personeel klaar om u te helpen met reparatie of onderhoud. • Wijzigingen in het ontwerp: Een enkele keer komt het voor dat er, na de verkoop, wijzigingen in een product moeten worden aangebracht. Lenovo of uw Lenovo-dealer zal dergelijke technische wijzigingen meestal in uw hardware aanbrengen.
146 Handboek voor de gebruiker
Bijlage A. Regelgeving Plaats van de UltraConnect™-antennes voor draadloze communicatie Bepaalde ThinkPad-modellen hebben, ingebouwd in het beeldscherm voor een optimale ontvangst, een diversity antennesysteem dat draadloze communicatie mogelijk maakt, waar u ook bent.
• Profiel A/V-afstandsbediening (AVRCP) • Profiel Elementaire beeldverwerking (BIP) • Profiel Elementair afdrukken (BPP) • Profiel Inbelnetwerk (DUN) • Profiel Gegevensoverdracht (FTP) • Profiel Algemene toegang (GAP) • Profiel Algemene A/V-distributie (GAVDP) • Profiel Printerkabelvervanging (HCRP) • Profiel Headset (HSP) • Profiel Handsfree (HFP) • Profiel Invoerapparaat (HID) • Profiel Berichtentoegang (MAP) • Protocol Objectuitwisseling (OBEX) • Profiel Objectpush (OPP) • Profiel Persoonlijk netwerk (PA
• Een andere omgeving waarbij mogelijke storing van andere apparatuur of diensten als hinderlijk of gevaarlijk wordt beschouwd. Als u niet precies weet wat het beleid is ten aanzien van het gebruik van draadloze communicatie-apparatuur in een specifieke situatie (zoals vliegvelden of ziekenhuizen), kunt u het beste, voordat u de computer aanzet, om toestemming vragen om de draadloos-netwerkkaarten te mogen gebruiken.
Elektromagnetische straling Verklaring van de Federal Communications Commission De volgende informatie heeft betrekking op de ThinkPad X250-computer met machinetypes 20CM EN 20CL. This equipment has been tested and found to comply with the limits for a Class B digital device, pursuant to Part 15 of the FCC Rules. These limits are designed to provide reasonable protection against harmful interference in a residential installation.
bedoeld om in woonomgevingen een redelijke bescherming te bieden tegen interferentie met goedgekeurde communicatieapparatuur.
Japanse kennisgeving voor producten die worden aangesloten op de netstroom met een nominale stroom kleiner dan of gelijk aan 20 A per fase De kennisgeving van Japan voor netsnoeren The ac power cord shipped with your product can be used only for this specific product. Do not use the ac power cord for other devices.
Bijlage B. Kennisgevingen inzake AEEA en recycling Lenovo moedigt eigenaren van (IT) -apparatuur aan om hun apparatuur, wanneer deze niet meer nodig is, op een verantwoorde manier te laten recyclen. Lenovo kent een veelheid aan programma's en services om eigenaren te helpen bij de recycling van hun IT-producten. Ga voor meer informatie over het recyclen van Lenovo-producten naar: http://www.lenovo.
Resources. Computers and monitors are categorized as industrial waste and should be properly disposed of by an industrial waste disposal contractor certified by a local government. In accordance with the Law for Promotion of Effective Utilization of Resources, Lenovo Japan provides, through its PC Collecting and Recycling Services, for the collecting, reuse, and recycling of disused computers and monitors. For details, visit the Lenovo Web site at http://www.lenovo.com/recycling/japan.
Informatie over het recyclen van batterijen voor Taiwan Informatie over het recyclen van batterijen voor de Europese Unie Kennisgeving: Dit pictogram geldt alleen voor landen binnen de Europese Unie (EU). Batterijen of batterijverpakkingen zijn voorzien van een label overeenkomstig Europese Richtlijn 2006/66/EC inzake batterijen en accu's en afgedankte batterijen en accu's.
156 Handboek voor de gebruiker
Bijlage C. Kennisgeving beperking van schadelijke stoffen (Restriction of Hazardous Substances, RoHS) Europese Unie RoHS Lenovo products sold in the European Union, on or after 3 January 2013 meet the requirements of Directive 2011/65/EU on the restriction of the use of certain hazardous substances in electrical and electronic equipment (“RoHS recast” or “RoHS 2”). For more information about Lenovo progress on RoHS, go to: http://www.lenovo.com/social_responsibility/us/en/RoHS_Communication.
China RoHS Indiase RoHS RoHS compliant as per E-Waste (Management & Handling) Rules, 2011.
Turkije RoHS The Lenovo product meets the requirements of the Republic of Turkey Directive on the Restriction of the Use of Certain Hazardous Substances in Waste Electrical and Electronic Equipment (WEEE). Oekraïne RoHS Bijlage C.
160 Handboek voor de gebruiker
Bijlage D. Informatie over ENERGY STAR-modellen ENERGY STAR® is een gezamenlijk programma van de U.S. Environmental Protection Agency en de U.S. Department of Energy, bedoeld voor het besparen van kosten en het beschermen van het milieu door middel van energiezuinige producten en procedures. Met trots biedt Lenovo haar klanten producten aan die zijn onderscheiden met een ENERGY STAR.
6. Klik op OK.
Bijlage E. Kennisgevingen Mogelijk brengt Lenovo de in dit document genoemde producten, diensten of voorzieningen niet uit in alle landen. Neem contact op met uw plaatselijke Lenovo-vertegenwoordiger voor informatie over de producten en diensten die in uw regio beschikbaar zijn. Verwijzing in deze publicatie naar producten of diensten van Lenovo houdt niet in dat uitsluitend Lenovo-producten of -diensten gebruikt kunnen worden.
meetresultaten verkregen door middel van extrapolatie. Werkelijke resultaten kunnen afwijken. Gebruikers van dit document dienen de gegevens voor hun omgeving te verifiëren.