Handboek voor de gebruiker ThinkPad T540p, W540 en W541
Opmerking: Lees en begrijp eerst het volgende voordat u deze informatie en het product dat het ondersteunt, gebruikt: • Handleiding voor veiligheid, garantie en installatie • Regulatory Notice • “Belangrijke veiligheidsvoorschriften” op pagina vi • Bijlage E “Kennisgevingen” op pagina 185 Ga voor de nieuwste Handleiding voor veiligheid, garantie en installatie en de Regulatory Notice naar de Lenovo® Support-website: http://www.lenovo.com/UserManual Zesde uitgave (juli 2015) © Copyright Lenovo 2013, 2015.
Inhoud Lees dit eerst . . . . . . . . . . . . . . v Belangrijke veiligheidsvoorschriften . . . . . . Situaties waarin onmiddellijk handelen vereist is . . . . . . . . . . . . . . . . . . Service en upgrades . . . . . . . . . . Netsnoeren en voedingsadapters . . . . . Verlengsnoeren en vergelijkbare accessoires . Stekkers en stopcontacten . . . . . . . . Kennisgeving voedingseenheid . . . . . . Externe apparatuur . . . . . . . . . . . Algemene waarschuwing over de batterij . .
Vaste-schijfwachtwoorden . . . . . . . . Beveiliging van de vaste schijf . . . . . . . . De beveiligingschip instellen . . . . . . . . . De vingerafdruklezer gebruiken . . . . . . . . Kennisgeving inzake het wissen van gegevens van uw vaste-schijf- of SSD-station . . . . . . . . Firewalls gebruiken . . . . . . . . . . . . . Gegevens beschermen tegen virussen . . . . . 63 64 64 Hoofdstuk 5. Overzicht van gegevensherstel . . . . . . . . . . .
Problemen met het beeldscherm en multimedia-apparaten . . . . . . . . Problemen met de vingerafdruklezer . . Problemen met de batterij en de voeding Problemen met stations en andere opslagapparaten . . . . . . . . . . Een softwareprobleem . . . . . . . . Problemen met poorten en aansluitingen . . . . . . 153 156 157 . . . . . . 159 161 161 Hoofdstuk 11. Ondersteuning . . . . Voordat u Lenovo belt . . . . . . . Hulp en service . . . . . . . . . Diagnoseprogramma's gebruiken Website Lenovo Support . . .
iv Handboek voor de gebruiker
Lees dit eerst Als u zich de volgende belangrijke tips ter harte neemt, haalt u het meeste rendement uit uw computer. Doet u dit niet, dan kan dit leiden tot ongemak en zelfs letsel. Bovendien kan de computer dan storingen vertonen en schade oplopen. Bescherm uzelf goed tegen de warmte die door de computer wordt gegenereerd. Als de computer aan staat of als de batterij wordt opgeladen, kunnen de onderkant, de polssteun en bepaalde andere onderdelen warm worden.
Als u de computer verplaatst, zorg dan dat deze goed beschermd is (inclusief de gegevens). Als u een computer verplaatst die is uitgerust met een vaste-schijfstation, voert u een van de volgende handelingen uit om te zorgen dat het lampje in de aan/uit-schakelaar uit is of knippert: • Zet de computer uit. • Zet de computer in de slaapstand. • Zet de computer in de sluimerstand. Hierdoor helpt u schade aan de computer en verlies van gegevens te voorkomen. Ga te allen tijde voorzichtig om met uw computer.
van toepassing. Bovendien kunnen er in computerproducten interne batterijen ter grootte van een munt (“knoopcellen”) zijn verwerkt, waarmee de systeemklok in stand wordt gehouden wanneer de stekker niet in het stopcontact zit. De veiligheidsvoorschriften voor batterijen gelden dus voor alle computerproducten. Situaties waarin onmiddellijk handelen vereist is Door misbruik of achteloosheid kunnen producten beschadigd raken.
om door de klant zelf te worden geïnstalleerd, worden Customer Replaceable Units of CRU's genoemd. CRU's zijn door Lenovo voorzien van documentatie met instructies voor vervanging van deze onderdelen door de klant. Volg bij het installeren of vervangen van dergelijke onderdelen steeds de instructies. Dat het aan/uit-lampje niet brandt, betekent niet noodzakelijkerwijs dat het spanningsniveau binnenin een product nul is.
Sluit de netsnoeren en signaalkabels altijd in de juiste volgorde aan en zorg dat de stekkers altijd stevig in het stopcontact zitten. Gebruik geen voedingsadapter die sporen vertoont van corrosie aan de invoerpennen of sporen van oververhitting (zoals vervormd plastic) bij de aansluiting of op een ander deel van de voedingsadapter.
Kennisgeving voedingseenheid GEVAAR Verwijder nooit de kap van de voedingseenheid of van enige component waarop het volgende label is bevestigd. Gevaarlijke spanning-, stroom-, en energieniveaus zijn aanwezig in iedere component waarop dit etiket is geplakt. Deze componenten bevatten geen onderdelen die kunnen worden vervangen of onderhouden. Als u vermoedt dat er met een van deze onderdelen een probleem is, neem dan contact op met een onderhoudstechnicus.
Kennisgeving oplaadbare batterij GEVAAR Probeer niet de batterij aan te passen of uit elkaar te halen. Probeert u dat wel, dan kan dat leiden tot een explosie of tot lekkage van vloeistof uit de batterij. Batterijen die niet door Lenovo worden aanbevolen, die uit elkaar zijn gehaald of die zijn geopend, vallen niet onder de garantie. Als de oplaadbare batterij niet op de juiste manier in het apparaat wordt geïnstalleerd, kan hij ontploffen. De batterij bevat een kleine hoeveelheid schadelijke stoffen.
Perchloraat materiaal - speciale behandeling is mogelijk van toepassing. Zie www.dtsc.ca.gov/hazardouswaste/perchlorate. Warmteproductie en ventilatie GEVAAR Computers, wisselstroomadapters en veel accessoires genereren warmte als ze aan staan en als een batterij wordt opgeladen. Door hun compacte formaat kunnen notebookcomputers een aanzienlijke hoeveelheid warmte produceren.
Veiligheidsvoorschriften voor elektriciteit GEVAAR Elektrische stroom van lichtnet-, telefoon- en communicatiekabels is gevaarlijk. Houd u ter voorkoming van een schok aan het volgende: • Gebruik de computer niet tijdens onweer. • Sluit geen kabels aan, haal geen kabels los, en voer geen installatie-, onderhouds- of herconfiguratiewerkzaamheden op dit product uit tijdens een elektrische storm. • Sluit alle netsnoeren aan op correct bedrade, geaarde stopcontacten.
• Open de behuizing niet. Als u de kap van het laserproduct opent, kunt u worden blootgesteld aan gevaarlijke laserstraling. In het apparaat bevinden zich geen onderdelen die kunnen worden vervangen. • Het wijzigen van instellingen of het uitvoeren van procedures anders dan hier is beschreven, kan leiden tot blootstelling aan gevaarlijke straling. GEVAAR Sommige laserproducten bevatten een ingebouwde laserdiode van Klasse 3A of 3B. Let op het volgende. Laserstraling indien geopend.
Aanvullende veiligheidsvoorschriften Kennisgeving over plastic zakken GEVAAR Plastic zakken kunnen gevaarlijk zijn. Houd plastic zakken uit de buurt van baby's en kinderen om de kans op verstikking te voorkomen. Kennisgeving glazen onderdelen WAARSCHUWING: Bepaalde onderdelen van uw product zijn mogelijk van glas. Dit glas kan breken als het product op een harde ondergrond valt of een grote klap opvangt. Raak het glas niet aan als het breekt en probeer het niet te verwijderen.
xvi Handboek voor de gebruiker
Hoofdstuk 1. Productoverzicht In dit hoofdstuk staat informatie over de locaties van aansluitingen, belangrijke productlabels, computerfuncties, specificaties, de bedrijfsomgeving en vooraf geïnstalleerde programma's.
Figuur 2. Voorkant van de ThinkPad W541 1 1 Camera (op bepaalde modellen) 6 Kleurensensor (op sommige modellen) 2 Microfoons 7 TrackPoint®-aanwijsknopje 3 Aan/uit-knop 8 NFC-logo (op bepaalde modellen) 4 Numeriek toetsenblok 9 ThinkPad® trackpad 5 Vingerafdruklezer (op bepaalde modellen) 10 TrackPoint-knoppen Camera (op bepaalde modellen) Gebruik de camera om foto's te maken en videovergaderingen te houden. Meer informatie vindt u in “De camera gebruiken” op pagina 44.
1. Ga naar Configuratiescherm en wijzig de weergave hiervan van Categorie in Grote pictogrammen of Kleine pictogrammen. 2. Klik op Energiebeheer ➙ Het gedrag van de aan/uit-knoppen bepalen. 3. Volg de aanwijzingen op het scherm. 4 Numeriek toetsenblok Gebruik het speciale numerieke toetsenblok om snel getallen in te voeren.
1 Sleuf smartcard-lezer (op bepaalde modellen) 4 USB 2.0-aansluiting 2 Serial Ultrabay™ Enhanced-compartiment 5 Sleuf voor veiligheidsslot 3 USB 3.0-aansluiting 1 Sleuf smartcard-lezer (op bepaalde modellen) Mogelijk is uw computer voorzien van een sleuf voor een smartcard. Meer informatie vindt u in “Een ExpressCard, een flash mediakaart of een smartcard gebruiken” op pagina 45. 2 Serial Ultrabay Enhanced-compartiment Uw computer heeft een compartiment voor Serial Ultrabay Enhanced-apparaten.
Linkerkant Figuur 4. Linkerkant 1 Ventilatieopeningen (links) 5 USB 3.0-aansluiting 2 Mini of Thunderbolt™-aansluiting (afhankelijk van het model) 6 ExpressCard-sleuf (in bepaalde modellen) 3 VGA-poort 7 Mediakaartsleuf 4 Always-On USB 2.0-aansluiting 8 Gecombineerde audioaansluiting DisplayPort®-aansluiting 1 Ventilatieopeningen (links) De ventilatieopeningen en de interne ventilator laten lucht in de computer circuleren en zorgen voor een goede koeling, met name om de microprocessor te koelen.
Opmerking: Als u de computer op een dockingstation aansluit, gebruikt u de VGA-aansluiting van het dockingstation, niet die op de computer. Meer informatie vindt u in “Een extern beeldscherm aansluiten” op pagina 41. 4 Always-On USB 2.0-aansluiting Wanneer de computer zich in de volgende situatie bevindt, kunt u standaard via de Always-on USB 2.
Onderkant Figuur 5. Onderkant 1 Batterij 4 Afvoergaten toetsenbord 2 Sleuf voor SIM-kaart 5 Luidsprekers 3 Dockingstationaansluiting 1 Batterij Als er geen netvoeding beschikbaar is, kunt u de computer op batterijvoeding laten werken. U kunt ook het Power Manager-programma gebruiken om de instellingen voor energiegebruik aan te passen. Voor meer informatie over dit programma kunt u help-informatie van het programma Power Manager raadplegen.
Achterkant Figuur 6. Achterkant 1 Ethernetpoort 3 Ventilatieopeningen (achter) 2 Netvoedingsaansluiting 1 Ethernetpoort Via de Ethernet-poort kunt u de computer aansluiten op een LAN (local area network). GEVAAR Om te voorkomen dat u een elektrische schok krijgt, dient u de telefoonkabel niet aan te sluiten op de ethernetpoort. U kunt op deze aansluiting uitsluitend de Ethernet-kabel aansluiten. De Ethernet-aansluiting heeft twee indicatielampjes die de status van de netwerkaansluiting aanduiden.
1 FN Lock-lampje Het Fn Lock-lampje toont de status van de Fn Lock-functie. Meer informatie vindt u in “Speciale toetsen” op pagina 21. 2 Indicator voor dempen geluid Als de indicator voor dempen geluid brandt, dan is het geluid van de luidsprekers uitgeschakeld. 3 Indicator voor dempen microfoon Als de indicator voor dempen microfoon brandt, dan is het geluid van de microfoon uitgeschakeld. 4 Camerastatuslampje Als het camerastatuslampje brandt, dan is de camera in gebruik.
• Knippert langzaam: de computer staat in de slaapstand. 6 Kleurensensorlampje Als de kleurensensor in gebruik is, werkt het lampje in het ThinkPad-logo aan de buitenkant van de klep van de computer door twee keer met regelmatige tussenpozen te knipperen. De plaats van belangrijke productinformatie In dit gedeelte vindt u informatie over de locatie van het apparaattype en het modellabel, het FCC ID- en IC Certification-label, het label Windows Certificaat van Echtheid en het Legitiem Microsoft-label.
De labels met het FCC-ID en het IC-certificeringsnummer zijn bevestigd op de draadloos-LAN-kaart 1 en de draadloos-WAN-kaart 2 die zijn geïnstalleerd in de computer. Zie “Een draadloos-LAN-kaart vervangen” op pagina 90 voor het repareren of vervangen van de kaart voor draadloos LAN. Zie “Een draadloos-WAN-kaart vervangen” op pagina 93 voor het repareren of vervangen van de kaart voor draadloos WAN. Opmerking: Gebruik alleen door Lenovo geautoriseerde draadloze communicatiekaarten voor de computer.
product-id is belangrijk voor het geval u het Windows 7-besturingssysteem opnieuw moet installeren via een andere bron dan een herstelschijvenset van een Lenovo-product. Windows 8, Windows 8.1 en Windows 10 Legitiem Microsoft-label: afhankelijk van uw geografische locatie, de datum waarop de computer is gefabriceerd en de versie van Windows 8, Windows 8.1 of Windows 10 die vooraf is geïnstalleerd, is er mogelijk een Legitiem Microsoft-label op de kap van uw computer aangebracht. Ga naar http://www.
• M.2 SSD-station (alleen voor cache-werking, op bepaalde modellen) Beeldscherm Het kleurenscherm maakt gebruikt van de Thin Film Transistor (TFT)-technologie.
Beveiligingsvoorzieningen • Vingerafdruklezer (op bepaalde modellen) Specificaties In dit gedeelte vindt u de fysieke specificaties van uw computer.
Attentie: • Houd huishoudelijke apparaten zoals ventilatoren, radio's, airconditioners en magnetrons uit de buurt van de computer. De sterke magnetische velden die deze apparaten genereren, kunnen de motor en de gegevens op het vaste-schijfstation beschadigen. • Plaats nooit vloeistoffen op of naast de computer of de aangesloten apparatuur. Als er vloeistof op de computer of een aangesloten apparaat wordt gemorst, kan er kortsluiting ontstaan, met alle desastreuze gevolgen van dien.
Access Connections™ (Windows 7) Het Access Connections-programma is een hulpprogramma voor verbindingen voor het maken en beheren van locatieprofielen. In elk locatieprofiel zijn alle configuratie-instellingen voor het netwerk en internet opgeslagen die nodig zijn om vanaf een specifieke locatie (bijvoorbeeld thuis of op kantoor) een verbinding tot stand te brengen met een netwerkinfrastructuur.
Lenovo PC Experience (Windows 7, Windows 8, Windows 8.1 en Windows 10) Lenovo Settings (Windows 8, Windows 8.1 en Windows 10) Lenovo Solution Center (Windows 7, Windows 8, Windows 8.1 en Windows 10) Mobile Broadband Connect (Windows 7 en Windows 10) Message Center Plus (Windows 7) Password Manager Het programma Lenovo PC Experience helpt u om gemakkelijker en veiliger met uw computer te werken. Het biedt toegang tot verschillende programma's zoals Active Protection System en Lenovo Solution Center.
18 Handboek voor de gebruiker
Hoofdstuk 2. De computer gebruiken In dit hoofdstuk vindt u informatie over het gebruik van enkele functies van de computer.
Kan ik mijn gebruikershandleiding in een andere taal krijgen? • Om de gebruikershandleiding in een andere taal te downloaden gaat u naar http://www.lenovo.com/support. Volg daarna de aanwijzingen op het scherm. Hoe schakel ik de computer uit? • Windows 7: open het menu Start en klik vervolgens op Afsluiten. • Ga als volgt te werk voor Windows 8 en Windows 8.
Ik gebruik de computer inmiddels al een tijdje en wordt hij steeds trager. Wat moet ik doen? • Raadpleeg de “Algemene voorzorgsmaatregelen” op pagina 139. • Met behulp van vooraf geïnstalleerde software kunt u zelf de oorzaak van een probleem opsporen. Zie “De oorzaak van een probleem opsporen” op pagina 145. • Ga voor systeemhersteloplossingen naar Hoofdstuk 5 “Overzicht van gegevensherstel” op pagina 67.
1 Extra sneltoetsen Uw computer is mogelijk uitgerust met vier extra sneltoetsen: • : Hiermee start u de rekenmachine. • : Hiermee vergrendelt u het besturingssysteem. • : Hiermee opent u de standaardbrowser. • : Hiermee opent u Computer. Opmerking: Afhankelijk van uw computermodel, zijn de sneltoetsen mogelijk niet aanwezig. 2 Numeriek toetsenblok U kunt dit speciaal numeriek toetsenblok gebruiken om snel getallen in te voeren.
Wanneer de Fn Lock-functie ingeschakeld is: het Fn Lock-lampje brandt. Om de F1–F12-functies te gebruiken, drukt u direct op de functietoetsen. Om de speciale functies die op elke toets als pictogram zijn aangegeven te gebruiken, drukt u tegelijkertijd op Fn en de bijbehorende functietoets. Wanneer de Fn Lock-functie uitgeschakeld is: het Fn Lock-lampje brandt niet. Om de speciale functies te starten die op elke toets als pictogram zijn aangegeven, drukt u direct op de functietoetsen.
• Fn+S: heeft dezelfde functie als de toets SysRq. ThinkPad-aanwijsapparaat Met het ThinkPad-aanwijsapparaat kunt u alle functies van een traditionele muis uitvoeren, zoals het verplaatsen van de aanwijzer, links klikken, rechts klikken en bladeren. Met het ThinkPad-aanwijsapparaat kunt u ook een aantal aanraakbewegingen uitvoeren, zoals draaien en in- of uitzoomen. Het ThinkPad-aanwijsapparaat gebruiken Mogelijk ziet het aanwijsapparaat op uw computer er als in een van de volgende afbeeldingen uit.
ThinkPad-aanwijsapparaat met TrackPoint-knoppen Dit type ThinkPad-aanwijsapparaat bestaat uit de volgende componenten: 1 2 TrackPoint-aanwijsapparaat Trackpad Standaard zijn zowel het TrackPoint-aanwijsapparaat als de trackpad actief met de aanraakbewegingen ingeschakeld. Ga naar “Het ThinkPad-aanwijsapparaat aanpassen” op pagina 31 om de instellingen te wijzigen.
Opmerking: Plaats uw handen in de positie voor typen en gebruik uw wijsvinger of middelvinger om druk uit te oefenen op het antislipdopje van het aanwijsknopje. Gebruik uw duim om op de linker- of rechtermuisknop te drukken. • Aanwijzen Gebruik het TrackPoint-aanwijsknopje 1 om de aanwijzer op het scherm te verplaatsen. Om het aanwijsknopje te gebruiken, oefent u druk uit op het antislipdopje van het aanwijsknopje in een richting parallel aan het toetsenbord.
• Bladeren Plaats twee vingers op de trackpad en beweeg ze in een verticale of horizontale richting. Met deze actie kunt u door documenten, websites en apps bladeren. Zorg ervoor dat u de twee vingers iets van elkaar af plaatst. Met de trackpad kunt u ook diverse aanraakbewegingen uitvoeren. Voor meer informatie over het gebruik van de tikgebaren raadpleegt u “Aanraakbewegingen van de trackpad” op pagina 29.
1 Aanwijzen Gebruik het aanwijsknopje om de aanwijzer op het scherm te verplaatsen. Om het aanwijsknopje te gebruiken, oefent u druk uit op het antislipdopje van het aanwijsknopje in een richting parallel aan het toetsenbord. De aanwijzer beweegt naar behoren, maar het aanwijsknopje zelf wordt niet verplaatst. De snelheid waarmee de aanwijzer wordt verplaatst, wordt bepaald door de hoeveelheid druk die op de knop wordt uitgeoefend.
1 Aanwijzen Gebruik het aanwijsknopje om de aanwijzer te verplaatsen. Om het aanwijsknopje te gebruiken, oefent u druk uit op het antislipdopje van het aanwijsknopje in een richting parallel aan het toetsenbord. De aanwijzer beweegt naar behoren, maar het aanwijsknopje zelf wordt niet verplaatst. De snelheid waarmee de aanwijzer wordt verplaatst, wordt bepaald door de hoeveelheid druk die op de knop wordt uitgeoefend.
Tikken Tik met één vinger op een willekeurige plek op de trackpad om een item te selecteren of te openen. Met twee vingers tikken Tik met twee vingers op een willekeurige plek op de trackpad om een snelmenu weer te geven. Met twee vingers bladeren Plaats twee vingers op het trackpad en beweeg ze in een verticale of horizontale richting. Met deze actie kunt u door documenten, websites en apps bladeren.
Het ThinkPad-aanwijsapparaat aanpassen U kunt het ThinkPad-aanwijsapparaat aanpassen, zodat u deze aangenamer en efficiënter kunt gebruiken. U kunt er bijvoorbeeld voor kiezen het TrackPoint-aanwijsapparaat, het trackpad of beide in te schakelen. U kunt ook de tikgebaren in- of inschakelen. Ga als volgt te werk om het ThinkPad-aanwijsapparaat aan te passen: 1. Ga naar het Configuratiescherm. 2. Klik op Hardware en geluid ➙ Muis. Het eigenschappenvenster voor de muis verschijnt dan. 3.
andere eisen stelt, is het bijzonder moeilijk te voorspellen hoe lang een opgeladen batterij mee zal gaan. De twee belangrijkste factoren zijn: • De hoeveelheid energie in de batterij op het moment dat u begint met werken. • De manier waarop u uw computer gebruikt.
en de capaciteit van de batterij. U kunt op elk gewenst moment de laadstatus van de batterij op het batterijstatuspictogram in het Windows-systeemvak controleren. Opmerking: Om de levensduur van de batterij te maximaliseren, begint de computer pas met opladen als de hoeveelheid resterende energie van de batterij onder de 95% komt.
naar de sluimerstand gaat, worden alle programma's, mappen en bestanden opgeslagen op het vaste-schijfstation of het SSD-station. Daarna schakelt de computer uit. Als u uw computer in de sluimerstand zet en daarbij de ontwaakfunctie uitschakelt, verbruikt de computer geen stroom. De ontwaakfunctie is standaard uitgeschakeld. Als de ontwaakfunctie ingeschakeld is en u de computer in de sluimerstand zet, gebruikt de computer een klein beetje energie.
GEVAAR Probeer niet de batterij aan te passen of uit elkaar te halen. Probeert u dat wel, dan kan dat leiden tot een explosie of tot lekkage van vloeistof uit de batterij. Batterijen die niet door Lenovo worden aanbevolen, die uit elkaar zijn gehaald of die zijn geopend, vallen niet onder de garantie. GEVAAR Als de oplaadbare batterij niet op de juiste manier in het apparaat wordt geïnstalleerd, kan hij ontploffen. De batterij bevat een kleine hoeveelheid schadelijke stoffen.
GEVAAR Als de knoopcelbatterij niet op de juiste manier in het apparaat wordt geïnstalleerd, kan hij ontploffen. De geheugenbatterij bevat lithium en kan bij onjuist gebruik of onjuiste afvalverwerking exploderen. Vervang de batterij alleen door een batterij van hetzelfde type. Houd u om (fatale) verwondingen te voorkomen aan het volgende: (1) gooi of dompel de batterij niet in het water. (2) Verhit de batterij niet boven 100 °C. of (3) Probeer de batterij niet te repareren of open te maken.
Uw computer is namelijk uitgerust met een draadloos-netwerkkaart en een configuratieprogramma waarmee u draadloze verbindingen tot stand kunt brengen en de status van die verbindingen in de gaten kunt houden. U kunt op deze manier op kantoor, in vergaderruimten of thuis verbinding met uw netwerk houden zonder kabels te gebruiken. U kunt als volgt een draadloos-LAN-verbinding tot stand brengen: 1. Klik op het statuspictogram voor draadloze netwerkverbindingen in het systeemvak van Windows.
• Draadloze radio ontvangt geen stroom. • De radio voor draadloze communicatie staat aan. Geen koppeling. • De radio voor draadloze communicatie staat aan. Geen signaal. • De radio voor draadloze communicatie staat aan. De signaalsterkte van de draadloze verbinding is uitstekend. • De radio voor draadloze communicatie staat aan. De signaalsterkte van de draadloze verbinding is redelijk. • De radio voor draadloze communicatie staat aan. De signaalsterkte van de draadloze verbinding is zeer slecht.
• Sterk signaal Statuspictogram van Access Connections: • Er is geen locatieprofiel actief of er bestaat geen locatieprofiel. • Verbinding via het huidige locatieprofiel is verbroken. • Er is verbinding via het huidige locatieprofiel.
Raadpleeg het Windows- en Bluetooth-helpinformatiesysteem voor meer informatie. De NFC-verbinding gebruiken NFC (near field communication) is een draadloze communicatietechnologie met kort bereik en hoge frequentie. Afhankelijk van het model is uw computer mogelijk van de NFC-functie voorzien. Door gebruik te maken van de NFC-functie kunt u de radiocommunicatie tussen de computer en een ander NFC-apparaat (niet meer dan een paar centimeter) tot stand brengen. De NFC-functie is standaard ingeschakeld.
• Maximaal 2560 x 1600, als er een extern beeldscherm op de mini-DisplayPort-aansluiting van de computer is aangesloten. Voor meer informatie over het externe beeldscherm raadpleegt u de handleidingen die bij het beeldscherm worden geleverd. Een extern beeldscherm aansluiten U kunt een bekabeld beeldscherm of een draadloos beeldscherm gebruiken. Het bekabelde beeldscherm kan met een kabel worden aangesloten op de HDMI-, VGA- of mini DisplayPort-aansluiting.
Een weergavestand kiezen U kunt uw bureaublad en toepassingen op het beeldscherm van de computer, op het externe beeldscherm of op beide laten weergeven. Als u wilt kiezen hoe de video-uitvoer wordt weergegeven, drukt u op de wisselknop van de weergavemodus en selecteert u vervolgens een weergavemodus naar keuze. Er zijn vier weergavemodussen: • Verbinding verbreken: geeft de video-uitvoer alleen weer op het beeldscherm van de computer.
Ga als volgt te werk om de kleurensensor te gebruiken: • Windows 7: klik op Start ➙ Alle programma´s ➙ X-Rite ➙ PANTONE Color Calibrator. • Windows 8 en Windows 8.1: plaats de cursor in de rechterboven- of rechterbenedenhoek van het scherm om de charms weer te geven. Klik op de charm Zoeken en zoek naar X-Rite. • Windows 10: klik op Start ➙ Alle apps ➙ X-Rite ➙ PANTONE Color Calibrator. Als de kleurensensor in gebruik is, knippert het kleurensensorlampje tweemaal met regelmatige tussenpozen.
Tabel 1. Lijst met audiovoorzieningen Aansluiting Headset met vierpolige plug van 3,5 mm Conventionele hoofdtelefoon Conventionele microfoon Audioaansluiting Hoofdtelefoon- en microfoonfuncties ondersteund Hoofdtelefoonfunctie ondersteund Niet ondersteund De computer configureren voor geluidsopnamen Om de computer en de microfoon te configureren voor optimale geluidsopnamen gebruikt u het programma Realtek HD Audio Manager.
Het optisch station gebruiken Opmerking: Uw computer ondersteunt het dvd-ROM-station en het MultiBurner-station. DVD-ROM-station Met dit station kunnen DVD-ROM´s worden gelezen, plus alle soorten CD's: CD-ROM's, CD-RW's, CD-R's en audio-CD's. Dit station heeft geen opnamemogelijkheden. MultiBurner-station Met dit station kunnen DVD-ROM's, DVD-R's, DVD-RAM's en DVD-RW's worden gelezen, plus alle soorten CD's: CD-ROM's, CD-RW's, CD-R's en audio-CD's.
Een ExpressCard, een flash mediakaart of een smartkaart installeren Attentie: • Raak altijd een geaard metalen voorwerp aan voordat u een kaart gaat installeren. Op die manier kunt u statische elektriciteit uit uw lichaam laten wegvloeien. Door statische elektriciteit kan de kaart beschadigd raken. • Plaats nooit een ExpressCard als de computer in de sluimerstand (stand-by) of in de slaapstand staat. Anders loopt de computer mogelijk vast als u deze later weer in gebruik neemt.
Hoofdstuk 3. U en uw computer In dit hoofdstuk krijgt u informatie over hoe u toegang tot uw computer krijgt, over comfort en over hoe u met uw computer op reis gaat. Toegankelijkheid en comfort Ergonomische gewoonten zijn belangrijk; niet alleen om zo veel mogelijk uit uw pc te halen, maar vooral ook om ongemak te voorkomen. Richt uw werkplek zodanig in dat de opstelling van de apparatuur aansluit bij uw individuele wensen en bij het soort werk dat u doet.
De plaats van armen en handen: houd uw onderarmen, polsen en handen in een ontspannen, neutrale (horizontale) positie. Typ met een zachte aanslag. Bovenbenen: houd uw bovenbenen horizontaal en zet uw voeten plat op de grond of op een voetensteun. En onderweg? Als u onderweg bent of in een minder “formele” omgeving werkt, is het niet altijd mogelijk de regels voor prettig en comfortabel werken helemaal na te leven. Probeer dan toch deze ergonomische tips zoveel mogelijk in acht te nemen.
Sneltoets Functie Toets met het Windows-logo+U Het Toegankelijkheidscentrum openen Rechter Shift-toets gedurende acht seconden ingedrukt houden De filtertoetsen in- of uitschakelen Vijf keer op Shift drukken De Plaknotitietoetsen in- of uitschakelen Num Lock gedurende vijf seconden ingedrukt houden De wisseltoetsen in- of uitschakelen Linker Alt-toets+Linker Shift-toets+Num Lock indrukken De muistoetsen in- of uitschakelen Linker Alt-toets+Linker Shift-toets+PrtScn (of PrtSc) indrukken Hoog con
Spraakherkenning Met spraakherkenning kunt u uw computer besturen met behulp van uw stem. Alleen al met uw stem kunt u programma's starten, menu's openen, op voorwerpen op het scherm klikken, tekst dicteren in documenten, en e-mails schrijven en verzenden. Alles wat u doet met het toetsenbord en de muis kunt u ook met alleen uw stem doen. U gebruikt Spraakherkenning als volgt: 1. Ga naar het Configuratiescherm en zorg ervoor dat u het Configuratiescherm op Categorie bekijkt. 2.
4. Klik op Toepassen. Deze wijziging wordt doorgevoerd zodra u zich de volgende keer bij het besturingssysteem aanmeldt. – Wijzig de grootte van de items op een webpagina. Houdt Ctrl ingedrukt en druk vervolgens op de plustekentoets (+) om de tekst te vergroten of de minustekentoets (-) als u de tekst wilt verkleinen. – Wijzig de grootte van de items op het bureaublad of in een venster. Opmerking: Deze functie werkt mogelijk niet in alle venters.
Netwerk & Internet ➙ Vliegtuigstand en schuift u het bedieningselement voor de Vliegtuigstand naar rechts. • Let in het vliegtuig op de stoel voor u. Stel de hoek van het scherm zo in dat het scherm niet klem komt te zitten als de persoon vóór u achterover leunt. • Vergeet niet om de computer bij het opstijgen en landen in de sluimerstand te zetten of uit te schakelen.
Hoofdstuk 4. Beveiliging In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de computer beschermt tegen diefstal en gebruik door onbevoegden.
1. Start de computer opnieuw. Wanneer het logoscherm wordt getoond, drukt u op F1 om het programma ThinkPad Setup te starten. 2. Selecteer Security ➙ Password ➙ Power-on Password met behulp van de cursortoetsen. 3. Afhankelijk van uw behoefte doet u één van de volgende dingen: • Om het wachtwoord in te stellen, doet u het volgende: a. Typ een gewenst wachtwoord in het veld Enter New Password en druk vervolgens op Enter. b. Typ in het veld Confirm New Password opnieuw uw wachtwoord en druk op Enter.
– Password at unattended boot – Boot Device List F12 Option – Boot Order Lock – Flash BIOS Updating by End-Users – Intern netwerkapparaat – Intern draadloos apparaat – Intern Bluetooth-apparaat – Interne netwerkoptie ROM – Intern draadloos WAN-apparaat – Beveiligingsmodus – Prioriteit vingerafdruklezer Opmerkingen: • Om het beheer te vereenvoudigen, kan de systeembeheerder op meerdere ThinkPad-notebookcomputers hetzelfde beheerderswachtwoord instellen.
geval moet u de computer naar Lenovo of naar een Lenovo-dealer brengen om de systeemplaat te laten vervangen. U moet hiervoor het bewijs van aankoop kunnen overleggen. Bovendien kunnen er kosten voor onderdelen en service in rekening worden gebracht.
4. Het venster Setup Notice wordt geopend. Druk op Enter om door te gaan. 5. Druk op F10. Het venster Setup Confirmation wordt geopend. Selecteer Yes om de configuratiewijzigingen op te slaan en af te sluiten. De volgende keer dat u de computer aanzet, voert u het gebruikerswachtwoord of masterwachtwoord voor de vaste schijf in om toegang te krijgen tot de vaste schijf.
• Als u een vaste-schijfwachtwoord van meer dan zeven tekens instelt, kan het vaste-schijfstation alleen worden gebruikt met een computer die een vaste-schijfwachtwoord van meer dan zeven tekens kan herkennen. Als u vervolgens het vaste-schijfstation installeert in een computer die geen vaste-schijfwachtwoord van meer dan zeven tekens kan herkennen, kunt u geen toegang krijgen tot het station. • Noteer het wachtwoord en bewaar het wachtwoord op een veilige plaats.
of is gestolen. BitLocker versleutelt alle gebruikers- en systeembestanden, inclusief de swap- en slaapstandbestanden (hybernation). BitLocker maakt voor het beveiligen van uw gegevens en voor het bewaken van de integriteit van de “early boot”-component gebruik van een Trusted Platform Module (TPM). Een compatibele TPM wordt gedefinieerd als een V 1.2 TPM. U kunt de status van BitLocker als volgt controleren: open het Configuratiescherm en klik op Systeem en beveiliging ➙ BitLocker-stationsversleuteling.
Als u de beveiligingschip wilt instellen, start u Client Security Solution op en volgt u de instructies op het scherm. Opmerking: Als Client Security Solution niet vooraf op uw computer is geïnstalleerd, kunt u het downloaden en installeren via http://www.lenovo.com/support. Volg daarna de aanwijzingen op het scherm. Tips voor het gebruik van de beveiligingschip • Het beheerderswachtwoord moet zijn ingesteld in het programma ThinkPad Setup.
Uw vinger over de vingerafdruklezer halen U haalt als volgt uw vinger over de vingerafdruklezer: 1. Plaats de bovenste vingerkootje op de sensor. 2. Haal uw vinger onder lichte druk in één beweging over de vingerafdruklezer naar u toe. Til uw vinger niet op als u deze beweegt. Hoofdstuk 4.
Indicatielampjes van de vingerafdruklezer Indicatielampjes Beschrijving Groen De vingerafdruklezer is klaar om overheen te vegen. Amber De vingerafdruk is niet goedgekeurd. Uw vingerafdrukken aan het systeemwachtwoord en vaste-schijfwachtwoord koppelen U kunt uw vingerafdrukken als volgt aan het systeemwachtwoord en vaste-schijfwachtwoord koppelen: 1. Zet de computer uit en daarna weer aan. 2. Haal uw vinger over de vingerafdruklezer op het moment dat hierom wordt gevraagd. 3.
• Predesktop Authentication: hiermee kunt u opgeven of er controle van de vingerafdruk moet plaatsvinden voordat het besturingssysteem wordt geladen. • Reader Priority: als er een externe vingerafdruklezer is aangesloten, bepaalt u hiermee de prioriteit van de verschillende lezers. • Security Mode: hier kunt u de instellingen van de beveiligingswerkstand opgeven. • Password Authentication: hier kunt u de gebruikersverificatie met behulp van wachtwoorden inof uitschakelen.
u opgeslagen gegevens op het vaste-schijfstation of het SSD-station verwijdert voordat u uw computer wegdoet, verkoopt of van de hand doet. U kunt de volgende methodes gebruiken om gegevens te verwijderen van het vaste-schijfstation of SSD-station: • Verplaats de gegevens naar de prullenbak en maak de prullenbak leeg. • De gegevens wissen. • Uw vaste-schijf- of SSD-station formatteren met behulp van de daarvoor bestemde software.
Meer informatie over het werken met de antivirussoftware vindt u in het Help-informatiesysteem van die software. Hoofdstuk 4.
66 Handboek voor de gebruiker
Hoofdstuk 5. Overzicht van gegevensherstel In dit hoofdstuk vindt u informatie over hersteloplossingen. • “Overzicht van herstelprocedures voor het Windows 7-besturingssysteem” op pagina 67 • “Overzicht van herstelprocedures voor het Windows 8- en Windows 8.
Opmerking: U kunt u herstelmedia maken met schijven of met externe USB-opslagapparaten. Voor het maken van herstelmedia klikt u op Start ➙ Alle programma's ➙ Lenovo PC Experience ➙ Lenovo Tools ➙ Factory Recovery Disks. Volg daarna de instructies op het scherm. Herstelmedia gebruiken In dit gedeelte vindt u instructies over het werken met herstelmedia onder verschillende besturingssystemen. • Met zogenoemde herstelmedia kunt u de computer alleen herstellen naar de fabrieksinstellingen.
Een backupbewerking uitvoeren In dit gedeelte vindt u instructies over het uitvoeren van een back-upbewerking vanuit het programma Rescue and Recovery. 1. Op het bureaublad van Windows klikt u op Start ➙ Alle programma's ➙ Lenovo PC Experience ➙ Lenovo Tools ➙ Enhanced Backup and Restore. Het programma Rescue and Recovery wordt geopend. 2. Klik in het hoofdvenster van Rescue and Recovery op de pijl Rescue and Recovery geavanceerd starten. 3.
belangrijke bestanden. Als u Windows niet kunt starten, kunt u de functie Bestanden veiligstellen van het werkgebied van Rescue and Recovery gebruiken om bestanden te kopiëren vanaf uw vasteschijfstation naar andere media. Het werkgebied van Rescue and Recovery kunt u als volgt starten: 1. Zorg ervoor dat de computer uit staat. 2. Druk herhaaldelijk op de toets F11 wanneer u de computer aanzet. Als u een geluidssignaal hoort of het logo-scherm ziet, laat u F11 los. 3.
4. Geef in het gebied Rescue Media aan welk type herstelmedium u wilt maken. U kunt een noodherstelmedium maken met behulp van een schijf, een USB vaste-schijfstation of een tweede intern vaste-schijfstation. 5. Klik op OK en volg de instructies op het scherm om een noodherstelmedium te maken. Een noodherstelmedium gebruiken In dit gedeelte vindt u instructies voor het gebruiken van het noodherstelmedium dat u hebt gemaakt.
1. Zet de computer aan. 2. Ga naar de directory C:\SWTOOLS. 3. Open de map DRIVERS. De map bevat verschillende submappen, die zijn genoemd naar de diverse apparaten die op uw computer zijn geïnstalleerd (bijvoorbeeld AUDIO en VIDEO). 4. Open de map voor het apparaat. 5. Installeer het stuurprogramma opnieuw met een van de volgende methoden: • Zoek in de map van het apparaat naar een tekstbestand (een bestand met de extensie .txt).
U kunt herstelmedia als backups of vervanging van de herstelinstallatiekopie van Windows maken. Met de herstelmedia kunt het probleem op uw computer oplossen ook als u het Windows 8- of Windows 8.1-besturingssysteem niet kunt opstarten. Wij raden u aan dat u in een zo vroeg mogelijk stadium herstelmedia maakt. Meer informatie vindt u in “Herstelmedia maken en gebruiken” op pagina 74.
• Als u volledig formatteren wilt uitvoeren, klikt u op Mijn schijf volledig opschonen om het proces op te starten. Het proces duurt meerdere uren. 4. Volg de aanwijzingen op het scherm om de standaardfabrieksinstellingen van de computer terug te zetten.
Opmerking: Zorg ervoor dat de computer is aangesloten op de netvoeding. 1. Plaats de aanwijzer op de rechter boven- of rechter benedenhoek van het scherm om de charms weer te geven en klik op Zoeken. 2. Afhankelijk van het besturingssysteem doet u één van de volgende dingen: • Windows 8: Typ herstel in het veld Zoeken en klik op Instellingen. Klik daarna op Een herstelschijf maken. • Windows 8.1: Typ herstel in het veld Zoeken en klik op de zoekknop. Klik daarna op Een herstelschijf maken. 3.
Overzicht van herstelprocedures voor het Windows 10-besturingssysteem Met de Windows-herstelprogramma's kunt u uw computer resetten of geavanceerde opstartopties gebruiken. Wij raden u aan dat u in een zo vroeg mogelijk stadium een USB-herstelstation maakt. Bewaar het USB-herstelstation als back-up of vervanging voor de herstelprogramma's van Windows. Meer informatie vindt u in “Een USB-herstelstation maken en gebruiken” op pagina 77.
Een USB-herstelstation maken en gebruiken U kunt een USB-herstelstation maken als back-up voor de herstelprogramma's van Windows. Met het USB-herstelstation kunt u problemen oplossen, zelfs als de vooraf geïnstalleerde herstelprogramma's van Windows zijn beschadigd. Een USB-herstelstation maken Het USB-station dat u gebruikt om het USB-herstelstation te maken moet minimaal 16 GB opslag bevatten. De daadwerkelijke vereiste USB-capaciteit is afhankelijk van de grootte van de herstelinstallatiekopie.
78 Handboek voor de gebruiker
Hoofdstuk 6. Apparaten vervangen In dit hoofdstuk vindt u instructies voor het installeren en vervangen van de hardware in uw computer.
“De geïnstalleerde batterij wordt niet ondersteund door dit systeem en kan daarom niet worden opgeladen. Vervang de batterij door een Lenovo-batterij die geschikt is voor dit systeem.” Attentie: Lenovo is niet verantwoordelijk voor de prestaties of veiligheid van niet-geautoriseerde batterijen en levert geen garantie voor defecten of schade die ontstaat uit het gebruik hiervan. GEVAAR Als de oplaadbare batterij niet op de juiste manier in het apparaat wordt geïnstalleerd, kan hij ontploffen.
4. Plaats een nieuwe batterij en zorg dat deze vastklikt. 5. Draai de computer weer om. Sluit de wisselstroomadapter en alle kabels weer op de computer aan. De SIM-kaart installeren of vervangen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint. De SIM-kaart is een kleine plastic kaart met een IC-chip (Integrated Circuit) bevestigd aan één kant van de kaart. Indien uw computer beschikt over een SIM-kaartsleuf heeft uw computer mogelijk een SIM-kaart nodig om draadloze WAN-verbindingen tot stand te brengen.
5. Houd de nieuwe SIM-kaart eerst vast met het metalen gedeelte naar boven. Steek vervolgens de nieuwe SIM-kaart stevig in de sleuf tot deze in positie klikt. 6. Plaats de batterij terug. Zie “De batterij verwisselen” op pagina 79. 7. Draai de computer weer om. Sluit de wisselstroomadapter en alle kabels weer op de computer aan. Ultrabay-apparaten verwisselen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint. Ga als volgt te werk om het Ultrabay-apparaat te vervangen: 1.
5. Verwijder de schroeven waarmee het Ultrabay-apparaat is bevestigd. 6. Duw het Ultrabay-apparaat naar buiten zodat een deel ervan bloot komt te liggen 1 . Gebruik, indien nodig, een scherp voorwerp zoals een balpen. Trek vervolgens het Ultrabay-apparaat uit de computer 2 . Hoofdstuk 6.
7. Steek het nieuwe Ultrabay-apparaat stevig in het compartiment. 8. Plaats de schroef waarmee het Ultrabay-apparaat wordt vastgezet opnieuw.
9. Installeer het grote afdekplaatje aan de onderkant 1 2 opnieuw en draai vervolgens de schroeven 3 vast. 10. Plaats de batterij terug. Zie “De batterij verwisselen” op pagina 79. 11. Draai de computer weer om. Sluit de wisselstroomadapter en alle kabels weer op de computer aan. Een geheugenmodule vervangen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint. Het vergroten van de geheugencapaciteit van de computer is een effectieve manier om te zorgen dat uw programma's sneller worden uitgevoerd.
4. Draai de schroeven 1 los en verwijder vervolgens het grote afdekplaatje aan de onderkant 2 . 5. Druk de klemmetjes aan weerszijden van het geheugencompartiment tegelijkertijd naar buiten 1 en verwijder vervolgens de geheugenmodule 2 . Bewaar de oude verwijderde geheugenmodule voor toekomstig gebruik.
6. Plaats het uiteinde met de inkeping van de nieuwe geheugenmodule naar de zijde van het geheugencompartiment met het contactpunt. Steek vervolgens de geheugenmodule onder een hoek van circa 20 graden in het geheugencompartiment 1 . Kantel de geheugenmodule omlaag totdat deze vastklikt 2 . Zorg ervoor dat de geheugenmodule stevig in het geheugencompartiment wordt geplaatst en niet gemakkelijk kan worden bewogen. Attentie: Raak de contactrand van de geheugenmodule beslist niet aan.
• Vervang het vaste-schijfstation of SSD-station alleen als u een upgrade wilt aanbrengen of als reparatie noodzakelijk is. De aansluitingen en het compartiment van het vaste-schijfstation of SSD-station zijn niet ontworpen voor het regelmatig verwisselen van het station. • Laat het station nooit vallen en stel het niet bloot aan mechanische schokken. Plaats het station op schokdempend materiaal, zoals een zachte doek. • Oefen nooit druk uit op de behuizing van het station. • Raak de aansluiting niet aan.
6. Verwijder het vaste-schijfstation of het SSD-station. 7. Installeer het nieuwe vaste-schijfstation of SSD-station op de daarvoor bestemde plaats. 8. Installeer de schroef waarmee het vaste-schijfstation of SSD-station vastgeschroefd wordt opnieuw. Hoofdstuk 6.
9. Installeer het grote afdekplaatje aan de onderkant 1 2 opnieuw en draai vervolgens de schroeven 3 vast. 10. Plaats de batterij terug. Zie “De batterij verwisselen” op pagina 79. 11. Draai de computer weer om. Sluit de wisselstroomadapter en alle kabels weer op de computer aan. Een draadloos-LAN-kaart vervangen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint. GEVAAR Tijdens onweer dient u geen vervangingen uit te voeren en dient u het telefoonsnoer niet aan te sluiten of te ontkoppelen.
4. Draai de schroef 1 los en verwijder het kleine afdekplaatje aan de onderkant 2 . 5. Als er in het pakket bij de nieuwe draadloos-LAN-kaart een hulpmiddel is geleverd voor het lostrekken van kabels, gebruikt u dit om de kabels los te koppelen van de draadloos-LAN-kaart. Als er geen hulpmiddel bijgeleverd is, ontkoppelt u elke kabel van de draadloos-LAN-kaart door de aansluiting vast te pakken en voorzichtig los te trekken. 6. Verwijder de schroef.
7. Haal de draadloos-LAN-kaart voorzichtig uit de sleuf. 8. Lijn de contactrand van de nieuwe draadloos-LAN-kaart uit met de sleutel in de sleuf. Steek de nieuwe draadloos-LAN-kaart vervolgens voorzichtig in de sleuf in een hoek van ongeveer 20 graden. 9. Kantel de nieuwe draadloos-LAN-kaart omlaag 1 en plaats vervolgens de schroef om de draadloos-LAN-kaart mee vast te maken 2 .
10. Sluit de antennekabels aan op de draadloos-LAN-kaart. Zorg ervoor dat u de grijze kabel aansluit op de hoofdaansluiting en de zwarte kabel op de hulpaansluiting van de draadloos-LAN-kaart. 11. Installeer het kleine afdekplaatje aan de onderkant 1 opnieuw. Draai vervolgens de schroef vast 2 . 12. Plaats de batterij terug. Zie “De batterij verwisselen” op pagina 79. 13. Draai de computer weer om. Sluit de wisselstroomadapter en alle kabels weer op de computer aan.
GEVAAR Elektrische stroom van lichtnet-, telefoon- en communicatiekabels is gevaarlijk. Ter voorkoming van een elektrische schok dient u, voordat u het afdekplaatje van dit compartiment opent, de kabels te ontkoppelen. Attentie: Raak altijd een geaard, metalen voorwerp aan voordat u een draadloos WAN-kaart gaat installeren. Op die manier kunt u statische elektriciteit uit uw lichaam laten wegvloeien. Door statische elektriciteit kan de kaart beschadigd raken.
6. Verwijder de schroef. De draadloos-WAN-kaart komt los uit de beveiligde stand en kantelt omhoog. 7. Haal de draadloos-WAN-kaart voorzichtig uit de sleuf. 8. Lijn de contactrand van de nieuwe draadloos-WAN-kaart uit met de sleutel in de sleuf. Steek de nieuwe draadloos-WAN-kaart vervolgens voorzichtig in de sleuf in een hoek van ongeveer 20 graden. Hoofdstuk 6.
9. Kantel de nieuwe draadloos-WAN-kaart omlaag 1 en plaats vervolgens de schroef om de draadloos-WAN-kaart mee vast te maken 2 . 10. Sluit de antennekabels aan op de draadloos-WAN-kaart. Zorg ervoor dat u de rode kabel aansluit op de hoofdaansluiting en de blauwe kabel op de hulpaansluiting van de draadloos-WAN-kaart. 11. Installeer het kleine afdekplaatje aan de onderkant 1 opnieuw. Draai vervolgens de schroef vast 2 . 12. Plaats de batterij terug. Zie “De batterij verwisselen” op pagina 79. 13.
De knoopcelbatterij vervangen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint. Voordat u deze procedure uitvoert GEVAAR Als de knoopcelbatterij niet op de juiste manier in het apparaat wordt geïnstalleerd, kan hij ontploffen. De knoopcelbatterij bevat een kleine hoeveelheid schadelijke stoffen. Om verwondingen te voorkomen, dient u zich aan de volgende richtlijnen te houden: • Vervang de batterij alleen door een door Lenovo aanbevolen batterij van hetzelfde type. • Houd de batterij uit de buurt van open vuur.
5. Ontkoppel de aansluiting 1 en verwijder de knoopcelbatterij 2 . 6. Installeer de nieuwe knoopcelbatterij 1 en bevestig de aansluiting 2 . 7. Installeer het kleine afdekplaatje aan de onderkant 1 opnieuw. Draai vervolgens de schroef vast 2 . 8. Plaats de batterij terug. Zie “De batterij verwisselen” op pagina 79. 9. Draai de computer weer om. Sluit de wisselstroomadapter en alle kabels weer op de computer aan.
Het toetsenbord vervangen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint. GEVAAR Tijdens onweer dient u geen vervangingen uit te voeren en dient u het telefoonsnoer niet aan te sluiten of te ontkoppelen. GEVAAR Elektrische stroom van lichtnet-, telefoon- en communicatiekabels is gevaarlijk. Ter voorkoming van een elektrische schok dient u, voordat u het afdekplaatje van dit compartiment opent, de kabels te ontkoppelen. Het toetsenbord verwijderen Om het toetsenbord te verwijderen, doet u het volgende: 1.
5. Schuif het toetsenbordframe met het platte uiteinde van het toetsenbordgereedschap 2,5 mm naar voren om de schroefkoppen onder het toetsenbordframe bloot te leggen. 6. Draai met het kruiskopuiteinde van het toetsenbordgereedschap de schroeven los waarmee het toetsenbord vastzit.
7. Kantel het toetsenbord iets omhoog, 1 totdat u de aansluitingen aan de onderkant van het toetsenbord ziet. Keer het toetsenbord om 2 . 8. Laat het toetsenbord voorzichtig op de polssteun rusten en ontkoppel de aansluitingen. Verwijder vervolgens het toetsenbord. Het nieuwe toetsenbord installeren Om het nieuwe toetsenbord te installeren, doet u het volgende: Hoofdstuk 6.
1. Sluit de aansluitingen aan en draai het toetsenbord om. 2. Steek het toetsenbord in de ruimte die zich onder het frame van het afdekpaneel van het toetsenbord bevindt. Controleer of de voorste rand van het toetsenbord zich onder het frame van het afdekpaneel van het toetsenbord bevindt.
3. Schuif het toetsenbordframe met het platte uiteinde van het toetsenbordgereedschap naar voren om de schroefkoppen onder het toetsenbordframe bloot te leggen. Zorg dat de schroefkoppen helemaal blootliggen. 4. Draai met de kruiskop van het toetsenbordgereedschap de schroeven vast om het toetsenbord vast te zetten. Hoofdstuk 6.
5. Schuif het toetsenbordframe met het platte uiteinde van het toetsenbordgereedschap 2,5 mm naar achteren. Verberg de klemmetjes van het toetsenbordframe onder de afdekplaat van het toetsenbord door de klemmetjes zoals aangegeven met uw vinger te duwen. 6. Breng het toetsenbordframe met het platte uiteinde van het toetsenbordgereedschap op zijn plaats en zorg ervoor dat alle klemmetjes goed onder de afdekplaat van het toetsenbord vastzitten. 7. Plaats de batterij terug.
Hoofdstuk 7. De computer uitbreiden In dit hoofdstuk vindt u instructies voor het gebruiken van hardwareapparaten om de mogelijkheden van uw computer uit te breiden. • “Opties voor de ThinkPad zoeken” op pagina 105 • “ThinkPad-dockingstations” op pagina 105 Opties voor de ThinkPad zoeken Als u de mogelijkheden van uw computer wilt uitbreiden, heeft Lenovo allerlei hardwaretoebehoren en upgrades om aan uw wensen tegemoet te komen.
ThinkPad Basic Dock Voorkant 1 Aan/uit-knop: druk op de aan/uit-knop om de computer in of uit te schakelen. 2 Uitwerpknop: druk op de uitwerpknop om de computer van het dockingstation los te koppelen. 3 Geleider: gebruik de geleider als richtsnoer om de dockingstationaansluiting op uw computer uit te lijnen, als u de computer aan het dockingstation koppelt. 4 Dockingstationaansluiting: wordt gebruikt om uw computer aan te sluiten.
4 Ethernet connector: wordt gebruikt om het dockingstation aan te sluiten op een ethernet-LAN. Opmerking: Als u een ethernetpoort of een aansluiting voor een extern beeldscherm gebruikt wanneer uw computer is aangesloten op een dockingstation, gebruikt u de ethernetpoort of de aansluiting voor een extern beeldscherm van het dockingstation en niet die van de computer. 5 Netvoedingsaansluiting: wordt gebruikt om de netvoedingsadapter aan te sluiten.
Achterkant 1 Always-On USB-aansluiting: wordt gebruikt om apparaten aan te sluiten die compatibel zijn met USB 2.0 of om bepaalde mobiele digitale apparaten en smartphones op te laden als de computer in de slaapof sluimerstand staat. 2 USB 2.0-aansluitingen: worden gebruikt om apparaten aan te sluiten die compatibel zijn met USB 2.0. 3 USB 3.0-aansluitingen: worden gebruikt om apparaten aan te sluiten die compatibel zijn met USB 3.0.
ThinkPad Ultra Dock Voorkant 1 Aan/uit-knop: druk op de aan/uit-knop om de computer in of uit te schakelen. 2 Vergrendelingslampje: dit lampje gaat branden wanneer het systeemslot in de vergrendelde stand staat. 3 Docking-statuslampje: dit lampje gaat branden wanneer de computer zich in het dockingstation bevindt. 4 Uitwerpknop: druk op de uitwerpknop om de computer van het dockingstation los te koppelen.
1 Always-On USB-aansluiting: wordt gebruikt om apparaten aan te sluiten die compatibel zijn met USB 2.0 of om bepaalde mobiele digitale apparaten en smartphones op te laden als de computer in de slaapof sluimerstand staat. 2 USB 2.0-aansluitingen: worden gebruikt om apparaten aan te sluiten die compatibel zijn met USB 2.0. 3 USB 3.0-aansluitingen: worden gebruikt om apparaten aan te sluiten die compatibel zijn met USB 3.0.
3. Lijn de linkerbovenhoek van de computer uit met het positieteken op het dockingstation. Sluit de computer verticaal op het dockingstation aan totdat u een klik hoort 1 . Zet de systeemslotsleutel vervolgens in de vergrendelde stand 2 . 4. Controleer de dockingstatusindicator. Als deze indicator niet is ingeschakeld, betekent dit dat uw computer niet op de goede manier op het dockingstation is aangesloten.
3. Druk op de uitwerpknop totdat de computer omhoog komt. Pak vervolgens beide zijden van de computer vast om deze te verwijderen. Externe beeldschermen op een dockingstation aansluiten U kunt meerdere externe beeldschermen op een ondersteund ThinkPad-dockingstation aansluiten. Om ervoor te zorgen dat alle beeldschermen correct werken, volgt u de volgende richtlijnen en sluit u de beeldschermen aan op de desbetreffende poorten.
– ThinkPad Ultra Dock • Voor het ThinkPad Ultra Dock kunnen maximaal drie beeldschermen (inclusief het computerbeeldscherm) tegelijkertijd werken. Hierdoor werkt het beeldscherm dat op de VGA-aansluiting is aangesloten niet indien u drie externe beeldschermen op het ThinkPad Ultra Dock aansluit en het beeldscherm van de computer is ingeschakeld. – Als het beeldscherm uit is: – Als het beeldscherm aan is: Beveiligingsvoorzieningen De systeemslotsleutel heeft twee mogelijke standen (zie afbeelding).
De beveiligingsfunctie hangt af van de stand van de sleutel: • In de vergrendelde stand (stand 1) is de uitwerpknop van het dockingstation vergrendeld en kunt u de computer niet verwijderen. Als de uitwerpknop vergrendeld is, brandt er een speciaal lampje. • In de ontgrendelde stand (stand 2) is de uitwerpknop van het dockingstation ontgrendeld en kunt u de computer verwijderen. De indicator voor het sleutelslot is uit als de uitwerpknop is ontgrendeld.
Hoofdstuk 8. Geavanceerde configuratie In dit hoofdstuk krijgt u de volgende informatie voor het configureren van de computer: • “Een nieuw besturingssysteem installeren” op pagina 115 • “Stuurprogramma's installeren” op pagina 117 • “Het programma ThinkPad Setup gebruiken” op pagina 117 Een nieuw besturingssysteem installeren In sommige gevallen moet u mogelijk een nieuw besturingssysteem installeren. In dit onderwerp vindt u instructies voor het installeren van een nieuw besturingssysteem.
9. Installeer de registerpatches, bijvoorbeeld de patch voor het inschakelen van Wake on LAN from Standby voor ENERGY STAR. Ga naar de Lenovo Support-website om de registerpatches te downloaden en installeren: http://www.lenovo.com/support Opmerking: Na de installatie van het besturingssysteem, moet u de eerste instelling van UEFI/Legacy Boot niet wijzigen in het programma ThinkPad Setup. Doet u dat wel, dan start het besturingssysteem niet correct op.
Opmerking: Na de installatie van het besturingssysteem, moet u de eerste instelling van UEFI/Legacy Boot niet wijzigen in het programma ThinkPad Setup. Doet u dat wel, dan start het besturingssysteem niet correct op. Wanneer u het besturingssysteem Windows 8, Windows 8.
Opmerking: Bepaalde menu-opties worden alleen afgebeeld als de computer de overeenkomstige functies ondersteunt. 3. U kunt als volgt de waarde van een item instellen: • Druk op F6 om de waarde te verhogen. • Druk op F5 om de waarde te verlagen. Opmerking: De standaardwaarden zijn vetgedrukt. 4. Als u andere configuraties wilt wijzigen, drukt u op de Esc-knop om het submenu af te sluiten en terug te keren naar het hoofdmenu. 5.
Tabel 2. Opties in het menu Config Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen Network Wake On LAN • Disabled U kunt ervoor zorgen dat de computer wordt ingeschakeld, wanneer de Ethernet-controller een bestandscode (magic, een speciale netwerkmelding) ontvangt. • AC Only • AC and Battery Als u AC Only selecteert, is Wake on LAN alleen ingeschakeld, wanneer de voedingsadapter is aangesloten. Als u AC and Battery selecteert, dan is Wake on LAN altijd ingeschakeld, ongeacht de voedingsbron.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen USB USB UEFI BIOS Support • Disabled De opstartondersteuning voor USB-opslagapparaten in- of uitschakelen. • Enabled Always-On USB • Disabled • Enabled Always-On USB - Charge in Battery Mode • Disabled USB 3.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen Keyboard/Mouse TrackPoint • Disabled Schakel het ingebouwde TrackPoint-aanwijsknopje in of uit. • Enabled Opmerking: Als u een externe muis wilt gebruiken, kiest u Disabled. Trackpad • Disabled • Enabled De ingebouwde trackpad in- of uitschakelen. Opmerking: Als u een externe muis wilt gebruiken, kiest u Disabled.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen Wanneer u tweemaal op de Fn-toets drukt, is de status vergrendeld totdat u weer op de Fn-toets drukt. Display Boot Display Device • ThinkPad LCD • Analog (VGA) • Digital on ThinkPad • Display on Dock Selecteer het beeldscherm dat tijdens het opstarten moet worden geactiveerd. Deze keuze geldt voor het opstarten, het vragen om het wachtwoord en het programma ThinkPad Setup.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen Scheme for Battery Maximize Performance: het afremmen van de microprocessor beperken. • Maximize Performance • Balanced Balanced: evenwichtige verdeling tussen geluid, temperatuur en prestaties. Opmerking: Elk schema beïnvloedt het geluid van de ventilator, de temperatuur en de prestaties.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen systeem in de slaapstand staat, hervat het systeem de normale werking. Indien u Disabled selecteert, wordt het systeem niet ingeschakeld of wordt de normale werking niet hervat wanneer de netvoedingsadapter is aangesloten.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen CPU Core Multi-Processing • Disabled Selecteer Enabled om extra kerneenheden in een CPU in te schakelen. • Enabled Selecteer Disabled om slechts één kerneenheid in een CPU in te schakelen. Intel Hyper-Threading Technology • Disabled Selecteer Enabled om extra CPU-threads in te schakelen. Deze threads worden als extra processors weergegeven, maar delen sommige resources met de andere threads in een CPU.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen Als u 255 selecteert, is de wachttijd voor het tot stand brengen van een verbinding onbeperkt. Console Type • PC-ANSI • VT100 • VT100+ • VT-UTF8 Selecteer het type console voor AMT. Opmerking: Dit type console moet gelijk zijn aan de Intel AMT-console op afstand. Menu Date/Time Als u de datum of tijd van uw computer wilt wijzigen, kiest u het tabblad Date/Time in het menu van het programma ThinkPad Setup.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen beheerderswachtwoord. Standaard is deze optie ingesteld op Disabled. Als u een beheerderswachtwoord instelt en deze functie inschakelt, dan bent u de enige die opties in het programma ThinkPad Setup kan wijzigen.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen Power-On Password • Disabled Raadpleeg “Power-on password” op pagina 53.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen UEFI BIOS Update Option Flash BIOS Updating by End-Users • Disabled Als u Enabled selecteert, kunnen alle gebruikers het UEFI BIOS bijwerken. Als u Disabled selecteert, kunnen alleen gebruikers die het beheerderswachtwoord kennen het UEFI BIOS bijwerken.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen Active hebt geselecteerd voor de optie Security Chip.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen Bluetooth • Disabled Als u Enabled selecteert, kunt u de Bluetooth-apparaten gebruiken.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen Anti-Theft Intel AT Module Activation • Disabled Hiermee maakt u het de UEFI BIOS-interface al dan niet mogelijk de Intel AT-module in of uit te schakelen. Dit is een optionele antidiefstalservice van Intel. • Enabled • Permanently Disabled Opmerking: Als u de activering van de Intel AT-module instelt op Permanently Disabled, is het niet meer mogelijk om deze instelling later nog te activeren.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen Platform Mode • Setup Mode Hiermee geeft u de modus van het besturingssysteem op. • User Mode Secure Boot Mode • Standard Mode • Custom Mode Reset to Setup Mode • Yes • No Restore Factory Keys • Yes • No Hiermee geeft u de modus van het besturingssysteem op. Met deze optie kunt u de huidige platformsleutel wissen en het systeem in de Setup Mode zetten.
Opmerking: Het menu Boot wordt weergegeven, wanneer de computer niet kan opstarten vanaf een apparaat of een besturingssysteem niet kan worden gevonden. In de onderstaande tabel worden de menuopties voor Startup weergegeven. De standaardwaarden zijn vetgedrukt. De menuopties kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd. Afhankelijk van het model kan de standaardwaarde afwijken. Opmerking: Bepaalde opties worden alleen in de menu's afgebeeld als de computer de overeenkomstige functies ondersteunt. Tabel 4.
Tabel 4. Opties in het menu Startup (vervolg) Menu-item Waarden Opmerkingen Boot Mode • Quick Scherm tijdens de zelftest (POST): • Diagnostics • Quick: Het ThinkPad-logo verschijnt op het scherm. • Diagnostics: Berichten van de zelftest worden weergegeven. Opmerking: U kunt ook naar de werkstand Diagnostic gaan door tijdens de zelftest (POST) op Esc te drukken.
een nieuw programma, een stuurprogramma of hardware installeert, wordt u mogelijk gevraagd het UEFI BIOS bij te werken. Voor instructies over het bijwerken van het UEFI BIOS gaat u naar: http://www.lenovo.com/ThinkPadDrivers Systeembeheer gebruiken Dit onderwerp is vooral bedoeld voor de netwerkbeheerders. Uw computer is ontworpen voor optimaal beheer. U bent flexibel in het toewijzen van resources, waardoor u een ideale uitgangspositie hebt om uw computer aan te passen aan de eisen van uw bedrijf.
Functies voor systeembeheer instellen Als u uw computer op afstand door een netwerkbeheerder wilt laten bedienen, moet u de volgende systeembeheerkenmerken in het ThinkPad Setup-programma instellen: • Wake on LAN • Network Boot volgorde • Flash-update Opmerking: Als er een beheerderswachtwoord is ingesteld, wordt u gevraagd dit beheerderswachtwoord in te voeren wanneer u het programma ThinkPad Setup start.
138 Handboek voor de gebruiker
Hoofdstuk 9. Problemen voorkomen Goed onderhoud is het behoud van uw ThinkPad-notebookcomputer. De meeste problemen kunnen worden voorkomen door het juiste onderhoud. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u uw computer het beste kunt onderhouden. • “Algemene voorzorgsmaatregelen” op pagina 139 • “Stuurprogramma's up-to-date houden” op pagina 140 • “Onderhoud van de computer” op pagina 141 Algemene voorzorgsmaatregelen • Als uw computer is uitgerust met zowel een vaste-schijfstation als een M.
• Hieronder vindt u enkele tips voor het geval u een herstelprocedure op uw systeem moet uitvoeren om de vooraf geïnstalleerde software weer te herstellen: – Verwijder alle externe apparatuur, zoals een printer en een toetsenbord. – Zorg ervoor dat de batterij is opgeladen en dat de netvoeding is aangesloten op uw computer. – Open de ThinkPad Setup en laad de standaardinstellingen. – Herstart de computer en start de herstelprocedure.
model van uw computer is, welk besturingssysteem er is geïnstalleerd en welke taal het besturingssysteem heeft. Op die manier kan worden vastgesteld welke updates er voor uw computer beschikbaar zijn. Vervolgens geeft het programma System Update een lijst met updatepakketten weer, waarbij voor elk pakket wordt aangegeven of het cruciaal, aanbevolen of optioneel is; op basis daarvan kunt u het belang van elke update inschatten. U kunt helemaal zelf bepalen welke updates u wilt downloaden en installeren.
• Het beeldscherm is bedoeld om te worden geopend en gebruikt bij een hoek van iets meer dan 90 graden. Open het beeldscherm van de computer niet verder dan 180 graden, om schade aan de scharnieren te voorkomen. • Draai uw computer niet om wanneer de wisselstroomadapter is aangesloten omdat de adapterplug kan breken.
• Over het oppervlak van de vingerafdruklezer schuren met uw nagel of een hard voorwerp. • Aanraken of gebruiken van de vingerafdruklezer met een verontreinigde vinger. In de volgende situaties maakt u het oppervlak van de vingerafdruklezer voorzichtig schoon met een droge, zachte, vezelvrije doek: • Als het oppervlak van de vingerafdruklezer vuil of gevlekt is. • Het oppervlak van de vingerafdruklezer is nat. • Het vastleggen en verifiëren van uw vingerafdruk mislukt vaak.
Het beeldscherm schoonmaken Ga als volgt te werk om het beeldscherm van de computer te reinigen: 1. Veeg het beeldscherm schoon met een zachte, droge doek. Als u midden op het scherm een krasserige vlek ziet, kan die zijn veroorzaakt door het aanwijsknopje van de TrackPoint dat door druk van buitenaf tegen het scherm is gedrukt. 2. Wrijf de vlek voorzichtig schoon met een zachte, droge doek. 3.
Hoofdstuk 10. Computerproblemen oplossen Dit hoofdstuk geeft informatie over wat u moet doen als er een probleem met uw computer optreedt. • “De oorzaak van een probleem opsporen” op pagina 145 • “Problemen oplossen” op pagina 145 De oorzaak van een probleem opsporen Als er problemen zijn met de computer, kunt u het beste het programma Lenovo Solution Center als uitgangspunt nemen voor het oplossen ervan.
1. Houd de aan/uit-knop ingedrukt totdat de computer is uitgeschakeld. Nadat de computer is uitgeschakeld, kunt u de computer opnieuw opstarten door op de aan/uit-knop te drukken. Als de computer niet opstart, ga dan door met stap 2. Opmerking: Probeer niet de computer opnieuw op te starten door de batterij of de AC-voeding los te koppelen. 2. Nadat de computer is uitgeschakeld, verwijdert u alle spanningsbronnen (batterij en de netvoeding) uit de computer. Houd de aan/uit-knop tien seconden ingedrukt.
Foutberichten • Bericht: 0177: Ongeldige SVP-gegevens, stop POST. Oplossing: Het controlegetal voor het beheerderswachtwoord in de EEPROM is onjuist. De systeemplaat moet worden vervangen. Laat de computer nazien. • Bericht: 0183: CRC van beveiligingsinstellingen in EFI-variabele onjuist. Open de ThinkPad Setup. Oplossing: Controlegetal voor de beveiligingsinstellingen in de EFI-variabele is onjuist.
Oplossing: Het M.2 SSD-apparaat werkt niet. Laat het M.2 SSD-apparaat nazien. • Bericht: 2110: Leesfout op HDD0 (hoofd-HDD). Oplossing: Het vaste-schijfstation werkt niet. Laat het vaste-schijfstation nazien. • Bericht: 2111: Leesfout op HDD1 (Ultrabay HDD) Oplossing: Het vaste-schijfstation werkt niet. Laat het vaste-schijfstation nazien. • Bericht: 2112: Leesfout op SSD2 (M.2) Oplossing: Het M.2 SSD-apparaat werkt niet. Laat het M.2 SSD-apparaat nazien.
• Probleem: Wanneer ik de computer aanzet, wordt er alleen een witte cursor op een zwart scherm weergegeven. Oplossing: Als u met behulp van een partitioneringsprogramma een partitie op uw vaste-schijf hebt aangepast, kan het zijn dat het hoofdopstartrecord of de informatie over die partitie vernietigd is. 1. Zet de computer uit en daarna weer aan. 2.
3. Controleer of de nieuwste UEFI BIOS-versie voor uw model is geïnstalleerd. 4. Controleer de geheugenconfiguratie en de compatibiliteit, inclusief de maximale geheugengrootte en de geheugensnelheid. 5. Voer de diagnoseprogramma'suit. Zie “De oorzaak van een probleem opsporen” op pagina 145. Netwerkproblemen Hieronder ziet u een aantal soorten netwerkproblemen: Ethernet-problemen • Probleem: De computer kan geen verbinding met het netwerk maken. Oplossing: Controleer of: – De kabel is correct geplaatst.
– Als de optie is ingeschakeld, neem dan contact op met de netwerkbeheerder voor het opgeven van de vereiste instellingen. • Probleem: U hebt een Gigabit Ethernet-model computer, en kunt geen netwerkverbinding tot stand brengen met een snelheid van 1000 Mbps. In plaats daarvan wordt de verbinding tot stand gebracht met een snelheid van 100 Mbps. Oplossing: – Probeer een andere kabel. – Controleer of de link partner is ingesteld op “auto-negotiate”. – Controleer of de switch voldoet aan 802.
4. Klik op OK om het venster Geluid te sluiten. • Probleem: PIM-items die zijn verzonden via Windows 7 kunnen niet op de juiste manier in het adresboek van apparaten met Bluetooth worden opgeslagen. Oplossing: In het besturingssysteem Windows 7 worden PIM-items in XML-indeling verzonden, maar de meeste Bluetooth-apparaten gebruiken PIM-items in vCard-indeling. Als een ander Bluetooth-apparaat een bestand wel via Bluetooth kan ontvangen, wordt een PIM-item van Windows 7 mogelijk opgeslagen met de extensie .
Problemen met het beeldscherm en multimedia-apparaten In dit onderwerp komen de meest algemene problemen met weergave- en multimedia-apparaten aan bod, waaronder het computerscherm, het externe beeldscherm, audioapparatuur en het optische station. Problemen met het beeldscherm van de computer • Probleem: Er verschijnt niets op het scherm. Oplossing: Voer de volgende handelingen uit: – Druk op F7 om het beeld weer te geven.
apparaat correct functioneert. Als dit niet het geval is, klikt u op de knop Problemen oplossen en volgt u de instructies op het scherm. • Probleem: Er worden onjuiste tekens op het scherm weergegeven. Oplossing: Hebt u het besturingssysteem of softwareprogramma correct geïnstalleerd? Als het besturingssysteem en de softwareprogramma's correct zijn geïnstalleerd en geconfigureerd, moet u de computer laten nakijken. • Probleem: Het beeldscherm blijft aan staan, zelfs nadat de computer is uitgeschakeld.
– Windows 10: klik op Beeldscherminstellingen, geef het venster weer in de werkstand Volledig scherm, en klik vervolgens op Geavanceerde beeldscherminstellingen. Opmerking: Als uw computer het externe beeldscherm niet detecteert, klikt u op de knop Detecteren. 4. Klik op het pictogram voor het gewenste beeldscherm (Monitor-2 is voor het externe beeldscherm). 5. Voer een van de volgende handelingen uit: – Windows 7, Windows 8 en Windows 8.1: klik op Geavanceerde instellingen.
• Probleem: De via de microfooningang gemaakte opnamen zijn niet hard genoeg. Oplossing: Zorg dat Microfoonversterking is ingeschakeld en als volgt is ingesteld: 1. Hiermee opent u het Configuratiescherm. 2. Klik op Hardware en geluid. 3. Klik op Geluid. 4. Klik op de tab Opname in het venster Geluid. 5. Selecteer Microfoon en klik op de knop Eigenschappen. 6. Klik op het tabblad Niveaus en schuif de regelaar voor Microfoonversterking omhoog. 7. Klik op OK.
Oplossing: Als het oppervlak van de lezer vuil of nat is, veegt u het oppervlak van de lezer voorzichtig schoon met een zachte, droge en pluisvrije doek. Raadpleeg De vingerafdruklezer onderhouden voor tips over het onderhouden van de vingerafdruklezer. Problemen met de batterij en de voeding In dit onderwerp vindt u instructies voor het oplossen van problemen met batterijen en netvoeding.
Problemen met de voeding Druk deze aanwijzingen nu af en bewaar die afdrukken bij uw computer, zodat u ze in de toekomst kunt raadplegen. Als de computer helemaal geen energie krijgt, controleert u het volgende: 1. Controleer de aan/uit-knop. Als de computer aan staat en actief is, brandt er een lampje in de aan/uit-knop. 2. Controleer alle voedingsaansluitingen. Verwijder alle stekkerdozen en piekspanningsbeveiligingen en steek de stekker van de wisselstroomadapter rechtstreeks in het stopcontact. 3.
Als de batterij is opgeladen en de temperatuur binnen het toegestane bereik ligt, laat u de computer nakijken. • Probleem: Er wordt een foutmelding weergegeven over een lege batterij en de computer wordt meteen uitgeschakeld. Oplossing: De batterij is mogelijk te veel ontladen. Steek de stekker van de netvoedingsadapter in een stopcontact en sluit de wisselstroomadapter aan op de computer of vervang de batterij door een volledig opgeladen batterij.
– het vaste-schijfstation begint en stopt met het lezen van gegevens – u het vaste-schijfstation optilt – U de computer optilt Dit is een normale eigenschap van het vaste-schijfstation en geen defect. • Probleem: Het vaste-schijfstation werkt niet. Oplossing: Controleer in het menu Startup van ThinkPad Setup of het vaste-schijfstation is opgenomen op de lijst Boot priority order. Staat het station in de lijst Excluded from boot order, dan is het uitgeschakeld.
Probeer een andere CD, DVD of CD-RW. Als de computer de andere schijf wel kan lezen, is de eerste schijf mogelijk defect. Zorg dat de schijf op de juiste wijze in het optisch station is geplaatst, met de opdruk naar boven. (U moet een klik horen als u de schijf over de middenas drukt.
Raadpleeg “De oorzaak van een probleem opsporen” op pagina 145 en voer een diagnosetest van de USB-poort uit. Een dockingstation Probleem: De computer start niet op als u hem aanzet en reageert niet als u de normale werking weer wilt hervatten. Oplossing: Controleer of: • De netvoedingsadapter is aangesloten op het dockingstation. • De computer is nu veilig aan het dockingstation gekoppeld.
Hoofdstuk 11. Ondersteuning In dit hoofdstuk vindt u informatie over de hulp en ondersteuning die Lenovo te bieden heeft. • “Voordat u Lenovo belt” op pagina 163 • “Hulp en service” op pagina 163 • “Extra services aanschaffen” op pagina 165 Voordat u Lenovo belt Vaak kunt u computerproblemen oplossen door de informatie bij de uitleg van foutcodes te lezen, diagnoseprogramma´s uit te voeren of de website Lenovo Support te raadplegen. De computer registreren Registreer uw computer bij Lenovo.
meer informatie over Lenovo en onze producten, wat u moet doen als er problemen met de computer zijn en wie u kunt bellen als er onderhoud of service moet worden uitgevoerd. Informatie over uw Lenovo-computer en over de eventueel vooraf geïnstalleerde software vindt u in de documentatie die bij de computer wordt geleverd. Het gaat daarbij om gedrukte boeken, elektronische boeken, readme-bestanden en Help-bestanden. Bovendien is er informatie over Lenovo-producten beschikbaar op internet.
• Reparatie van Lenovo-hardware: Als er is vastgesteld dat het probleem een hardwareprobleem is van een Lenovo-product dat onder de garantie valt, staat ons personeel klaar om u te helpen met reparatie of onderhoud. • Wijzigingen in het ontwerp: Een enkele keer komt het voor dat er, na de verkoop, wijzigingen in een product moeten worden aangebracht. Lenovo of uw Lenovo-dealer zal dergelijke technische wijzigingen meestal in uw hardware aanbrengen.
166 Handboek voor de gebruiker
Bijlage A. Regelgeving Plaats van de UltraConnect-antennes voor draadloze communicatie ThinkPad-notebookcomputers hebben voor een optimale ontvangst een in het beeldscherm geïntegreerd draadloos UltraConnect™-antennesysteem dat draadloze communicatie mogelijk maakt, waar u ook bent. De antennes kunnen zich op twee verschillende locaties op uw computer bevinden.
1 2 Draadloos LAN-antenne (hulpantenne) Draadloos LAN-antenne (hoofdantenne) Informatie over draadloze communicatie Compatibiliteit van draadloze apparatuur De draadloos-LAN-kaart is volgens ontwerp compatibel met alle draadloos-LAN-producten die gebaseerd zijn op de volgende radiotechnologieën: Direct Sequence Spread Spectrum (DSSS), Complementary Code Keying (CCK) en/of Orthogonal Frequency Division Multiplexing (OFDM). De kaart voldoet aan: • De 802.11b/g Standard, 802.11a/b/g of 802.11n draft 2.
Gebruiksomgeving en uw gezondheid Ingebouwde draadloos-netwerkkaarten zenden, net als andere radiografische apparaten, elektromagnetische energie op radiofrequenties uit. De hoeveelheid uitgezonden energie is echter veel geringer dan de elektromagnetische energie die wordt uitgezonden door andere draadloze apparaten, zoals bijvoorbeeld mobiele telefoons.
Informatie over certificering In de volgende tabel vindt u informatie over de productnaam, de nalevings-ID en machinetypen. Productnaam Nalevings-ID Machinetypen ThinkPad T540p TP00060A 20BE en 20BF ThinkPad W540 TP00060B 20BG en 20BH ThinkPad W541 TP00060B 20EF en 20EG Kennisgeving classificatie voor export Dit product is onderworpen aan de United States Export Administration Regulations (EAR) en heeft een ECCN (Export Classification Control Number) van 5A992.c.
Verklaring van conformiteit met industriële emissierichtlijn Canada Klasse B CAN ICES-3(B)/NMB-3(B) Europese Unie - Naleving van de richtlijnen inzake elektromagnetische compatibiliteit Dit product voldoet aan de voorwaarden voor bescherming zoals opgenomen in EU-richtlijn 2004/108/EC van de Europese Commissie inzake de harmonisering van de wetgeving van Lidstaten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit.
Dieses Gerät ist berechtigt, in Übereinstimmung mit dem Deutschen EMVG das EG-Konformitätszeichen - CE - zu führen. Verantwortlich für die Konformitätserklärung nach Paragraf 5 des EMVG ist die Lenovo (Deutschland) GmbH, Gropiusplatz 10, D-70563 Stuttgart. Informationen in Hinsicht EMVG Paragraf 4 Abs. (1) 4: Das Gerät erfüllt die Schutzanforderungen nach EN 55024 und EN 55022 Klasse B.
Kennisgeving over regelgeving Mexico Advertencia: En Mexico la operación de este equipo estásujeta a las siguientes dos condiciones: (1) es posible que este equipo o dispositivo no cause interferencia perjudicial y (2) este equipo o dispositivo debe aceptar cualquier interferencia, incluyendo la que pueda causar su operación no deseada. Bijlage A.
174 Handboek voor de gebruiker
Bijlage B. Kennisgevingen inzake AEEA en recycling Lenovo moedigt eigenaren van IT-apparatuur aan om hun apparatuur, wanneer deze niet meer nodig is, op een verantwoorde manier te laten recyclen. Lenovo kent een veelheid aan programma's en services om eigenaren te helpen bij de recycling van hun IT-producten. Informatie over aanbiedingen voor productrecycling kunt u vinden op de website van Lenovo op http://www.lenovo.com/social_responsibility/us/en/.
Richtlijnen voor recycling in Japan Collecting and recycling a disused Lenovo computer or monitor If you are a company employee and need to dispose of a Lenovo computer or monitor that is the property of the company, you must do so in accordance with the Law for Promotion of Effective Utilization of Resources. Computers and monitors are categorized as industrial waste and should be properly disposed of by an industrial waste disposal contractor certified by a local government.
A Lenovo possui um canal específico para auxiliá-lo no descarte desses produtos. Caso você possua um produto Lenovo em situação de descarte, ligue para o nosso SAC ou encaminhe um e-mail para: reciclar@lenovo.com, informando o modelo, número de série e cidade, a fim de enviarmos as instruções para o correto descarte do seu produto Lenovo. Informatie over het recyclen van batterijen voor de Europese Unie Kennisgeving: Dit pictogram geldt alleen voor landen binnen de Europese Unie (EU).
Informatie over het recyclen van batterijen voor de Verenigde Staten en Canada 178 Handboek voor de gebruiker
Bijlage C. Kennisgeving beperking van schadelijke stoffen (Restriction of Hazardous Substances, RoHS) Europese Unie RoHS Lenovo products sold in the European Union, on or after 3 January 2013 meet the requirements of Directive 2011/65/EU on the restriction of the use of certain hazardous substances in electrical and electronic equipment (“RoHS recast” or “RoHS 2”). For more information about Lenovo progress on RoHS, go to: http://www.lenovo.com/social_responsibility/us/en/RoHS_Communication.
China RoHS Indiase RoHS RoHS compliant as per E-Waste (Management & Handling) Rules, 2011.
Turkije RoHS The Lenovo product meets the requirements of the Republic of Turkey Directive on the Restriction of the Use of Certain Hazardous Substances in Waste Electrical and Electronic Equipment (WEEE). Oekraïne RoHS Bijlage C.
182 Handboek voor de gebruiker
Bijlage D. Informatie over ENERGY STAR-modellen ENERGY STAR® is een gezamenlijk programma van de U.S. Environmental Protection Agency en de U.S. Department of Energy, bedoeld voor het besparen van kosten en het beschermen van het milieu door middel van energiezuinige producten en procedures. Met trots biedt Lenovo haar klanten producten aan die zijn onderscheiden met een ENERGY STAR.
6. Klik op OK.
Bijlage E. Kennisgevingen Mogelijk brengt Lenovo de in dit document genoemde producten, diensten of voorzieningen niet uit in alle landen. Neem contact op met uw plaatselijke Lenovo-vertegenwoordiger voor informatie over de producten en diensten die in uw regio beschikbaar zijn. Verwijzing in deze publicatie naar producten of diensten van Lenovo houdt niet in dat uitsluitend Lenovo-producten of -diensten gebruikt kunnen worden.
meetresultaten verkregen door middel van extrapolatie. Werkelijke resultaten kunnen afwijken. Gebruikers van dit document dienen de gegevens voor hun omgeving te verifiëren.