T470 Gebruikershandleiding
Opmerking: lees en begrijp eerst het volgende voordat u deze informatie en het product dat het ondersteunt, gebruikt: • Handleiding voor veiligheid, garantie en installatie • 'Belangrijke veiligheidsvoorschriften' op pagina v De nieuwste Handleiding voor veiligheid, garantie en installatie en de Regulatory Notice vindt u op de Lenovo Support-website op: http://www.lenovo.com/support Derde uitgave (Juni 2017) © Copyright Lenovo 2017.
Inhoud Belangrijke veiligheidsvoorschriften . . v Lees dit eerst . . . . . . . . . . . . . . Belangrijke informatie over het gebruik van uw computer . . . . . . . . . . . . . . . . Situaties waarin onmiddellijk handelen vereist is Service en upgrades . . . . . . . . . . . Netsnoeren en voedingsadapters . . . . . . Verlengsnoeren en vergelijkbare accessoires . . Stekkers en stopcontacten . . . . . . . . . Kennisgeving voedingseenheid . . . . . . . Externe apparatuur . . . . . . . . . . . .
Het ThinkPad WiGig Dock gebruiken . . . . 52 Hoofdstuk 4. Informatie over toegankelijkheid, ergonomie en onderhoud. . . . . . . . . . . . . . . 55 Informatie voor gehandicapten . . . . . . . . Ergonomisch werken . . . . . . . . . . . . Reiniging en onderhoud . . . . . . . . . . . 55 57 58 Hoofdstuk 5. Beveiliging . . . . . . . 61 Wachtwoorden gebruiken . . . . . . . . Inleiding tot wachtwoorden . . . . . . Een wachtwoord instellen, wijzigen of verwijderen . . . . . . . . . . . .
Hoofdstuk 10. Ondersteuning . . . . Voordat u contact opneemt met Lenovo. Hulp en service . . . . . . . . . . Diagnoseprogramma's gebruiken . Ondersteuningswebsite van Lenovo Lenovo bellen . . . . . . . . . Aanvullende services aanschaffen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141 . . . . . . 141 141 142 142 142 143 Japanse kennisgeving voor producten die worden aangesloten op de netstroom met een nominale stroom kleiner dan of gelijk aan 20 A per fase . . . . . . . . . . . . . . .
iv T470 Gebruikershandleiding
Belangrijke veiligheidsvoorschriften Opmerking: Lees eerst de belangrijke veiligheidsinformatie. Lees dit eerst Deze informatie helpt u uw notebookcomputer veilig te gebruiken. Gebruik en bewaar alle informatie die bij uw computer is geleverd. De informatie in dit document vormt op geen enkele manier een wijziging van de voorwaarden in de koopovereenkomst of de Beperkte Garantie.
Bescherm uzelf goed tegen de warmte die door de netvoedingsadapter wordt gegenereerd. Als de computer via de netvoedingsadapter is aangesloten op het stopcontact, wordt de adapter warm. Bij langdurig contact met uw lichaam kunnen er, ook door uw kleding heen, brandwonden ontstaan. • Zorg dat de adapter op dergelijke momenten niet tegen uw lichaam komt. • Gebruik de netvoedingsadapter nooit om u eraan op te warmen. Zorg dat uw computer niet nat wordt.
Wees voorzichtig als u de computer meeneemt. • Gebruik een hoogwaardige draagtas die voldoende steun en bescherming biedt. • Stop de computer niet in een overvolle koffer of tas. • Zorg ervoor dat u de computer uitschakelt of in de sluimer- of slaapstand zet, voordat u de computer in een tas plaatst. Stop de computer niet in een tas terwijl de computer gewoon aan staat. Situaties waarin onmiddellijk handelen vereist is Door misbruik of achteloosheid kunnen producten beschadigd raken.
Service en upgrades Probeer niet zelf onderhoud aan het product uit te voeren, tenzij u hiertoe instructies hebt gekregen van het Klantsupportcentrum of van de documentatie. Schakel alleen een serviceprovider in die goedkeuring heeft voor het repareren van het desbetreffende product. Opmerking: Sommige onderdelen van de computer kunnen door de gebruiker worden uitgebreid of vervangen. Upgrades worden meestal 'opties' genoemd.
Voorkom dat netsnoeren en voedingsadapters nat worden. Laat een netsnoer of voedingsadapter bijvoorbeeld niet liggen bij een wasbak of toilet, of op een vloer die wordt schoongemaakt met een vloeibaar reinigingsmiddel. Vloeistoffen kunnen kortsluiting veroorzaken, met name als het netsnoer of de voedingsadapter slijtage vertoont ten gevolge van verkeerd gebruik. Bovendien kan vloeistof corrosie van de stekkers en/of aansluitpunten veroorzaken, hetgeen uiteindelijk kan leiden tot oververhitting.
Controleer of het stopcontact dat u gebruikt, de juiste spanning en stroomsterkte levert voor het apparaat dat u installeert. Wees voorzichtig als u de stekker in het stopcontact steekt of eruit haalt. Kennisgeving voedingseenheid GEVAAR Verwijder nooit de kap van een voeding of van andere componenten waarop het volgende label is bevestigd. In componenten met dit label, bevinden zich gevaarlijke spannings-, stroom- of energieniveaus.
Staak het gebruik van de batterij als deze is beschadigd of als u ontdekt dat er vloeistof of opgehoopt onbekend materiaal op de uiteinden van de batterij zit. Bewaar de oplaadbare batterijen of producten met ingebouwde oplaadbare batterijen op kamertemperatuur, met een lading van ongeveer 30 tot 50%. Om te voorkomen dat de batterijen te veel ontladen, is het aan te bevelen deze eens per jaar op te laden. Gooi de batterij niet bij het normale huisvuil weg. Behandel oude batterijen als klein chemisch afval.
Perchloraten - hierop is mogelijk een speciale behandeling van toepassing. Zie http://www.dtsc.ca.gov/hazardouswaste/perchlorate Warmte en ventilatie GEVAAR Computers, netvoedingsadapters en veel accessoires genereren warmte als ze aan staan en als een batterij wordt opgeladen. Door hun compacte formaat kunnen notebookcomputers een aanzienlijke hoeveelheid warmte produceren.
Veiligheidsvoorschriften voor elektriciteit GEVAAR Elektrische stroom van lichtnet-, telefoon- en communicatiekabels is gevaarlijk. Houd u ter voorkoming van een schok aan het volgende: • Gebruik de computer niet tijdens onweer. • Sluit tijdens onweer geen kabels aan en ontkoppel ze niet. Voer ook geen installatie-, onderhouds- of configuratiewerkzaamheden aan dit product uit tijdens onweer. • Sluit alle netsnoeren aan op correct bedrade, geaarde stopcontacten.
Kennisgeving LCD (liquid crystal display) WAARSCHUWING: Het liquid crystal display (LCD-scherm) is gemaakt van glas, en door een ruwe omgang of het laten vallen van de computer kan het LCD-scherm kapotgaan. Als het beeldscherm breekt en de vloeistof uit het scherm in uw ogen of op uw handen komt, moet u de besmette lichaamsdelen onmiddellijk gedurende minstens 15 minuten met water spoelen. Mocht u klachten krijgen of mochten er andere symptomen optreden, raadpleeg dan een arts.
Hoofdstuk 1. Productoverzicht Dit hoofdstuk biedt basisinformatie om u vertrouwd te maken met uw computer. De knoppen, aansluitingen en lampjes van de computer In dit gedeelte worden de hardwareonderdelen van de computer beschreven.
ThinkPad-aanwijsapparaat 4 TrackPoint-aanwijsknopje 7 TrackPoint-knoppen 8 Trackpad Uw computer is uitgerust met het speciaal door Lenovo ontworpen ThinkPad®-aanwijsapparaat. Meer informatie vindt u in 'Overzicht van het ThinkPad-aanwijsapparaat' op pagina 21. 5 Aan/uit-knop U kunt op de aan/uit-knop drukken om de computer in te schakelen of de computer in de slaapstand te zetten. Ga als volgt te werk om de computer uit te schakelen: • Windows 7: open het menu Start en klik dan op Afsluiten.
Linkerkant 1 Voedingsaansluiting 2 USB 3.0-aansluiting 3 USB-C™-aansluiting (compatibel met Thunderbolt™ 3) 4 Ventilatieopeningen 5 Smartcardsleuf (beschikbaar op bepaalde modellen) 1 Voedingsaansluiting Via de netvoedingsaansluiting kunt u de computer op de netvoeding aansluiten. 2 USB 3.0-aansluiting U kunt de USB 3.0-aansluitingen gebruiken om USB-compatibele apparaten aan te sluiten, zoals een USB-toetsenbord, USB-muis, USB-opslagapparaat of USB-printer.
5 Smartcardsleuf (beschikbaar op bepaalde modellen) U kunt smartcards gebruikt voor verificatie, gegevensopslag en de verwerking van toepassingen. In grote organisaties kunt u ook smartcards gebruiken voor een sterke beveiligingsverificatie van eenmalige aanmeldingen (SSO). Meer informatie vindt u in 'Een mediakaart of een smartcard gebruiken' op pagina 35. Rechterkant 1 1 Audio-aansluiting 2 USB 3.
Opmerking: Als de computer op een dockingstation is aangesloten, moet u de Ethernet-poort van het dockingstation gebruiken, niet die op de computer. 5 Geheugenkaartsleuf U kunt een flash-geheugenkaart in de geheugenkaartsleuf plaatsen voor toegang tot gegevens of voor opslag. Meer informatie vindt u in 'Een mediakaart of een smartcard gebruiken' op pagina 35.
5 Noodresetgaatje Als de computer niet meer reageert en u deze niet kunt uitschakelen met de aan/uit-knop, verwijdert u de netvoedingsadapter. Steek vervolgens het uiteinde van een uitgerekte paperclip in het noodresetgaatje om de computer te resetten. 6 Micro-SIM-kaartsleuf (beschikbaar op bepaalde modellen) De sleuf voor de Micro-SIM-kaart bevindt zich in het batterijcompartiment.
1 Camerastatuslampje Als dit lampje brandt, betekent dit dat de conventionele camera wordt gebruikt of dat de infraroodcamera zich in de herkenningsmodus bevindt. 2 7 Systeemstatuslampjes Het lampje in het ThinkPad-logo op de buitenklep en het lampje in de aan/uit-knop geven de systeemstatus van uw computer aan. • Knippert drie keer: de voeding naar de computer wordt voor de eerste keer ingeschakeld. • Aan: de computer staat aan (in de normale werkstand).
In de volgende afbeelding ziet u de locatie van het label met informatie over het machinetype en het model van uw computer. FCC ID en IC-certificeringsnummer De informatie over de FCC- en IC-certificering vindt u op een label dat op de computer is aangebracht, zoals te zien is in de volgende afbeelding. Opmerking: Mogelijk ziet uw computer er anders uit dan op de volgende afbeelding. Dit hangt af van het model.
• Voor een draadloos WAN-module die door de gebruiker kan worden geïnstalleerd, verwijst dit label u naar deze gebruikershandleiding voor het feitelijke FCC ID- en IC Certification-nummer. Het label met het FCC ID- en IC-certificeringsnummer is aangebracht op de draadloos-WAN-module 1 (beschikbaar op bepaalde modellen) die in de computer is geïnstalleerd.
• In andere landen en regio's is het Legitiem Microsoft-label alleen verplicht op computermodellen met een licentie voor Windows 10 Pro. De afwezigheid van een Legitiem Microsoft-label geeft niet aan dat een vooraf geïnstalleerde Windows-versie niet legitiem is. Raadpleeg de informatie van Microsoft op de volgende website voor meer details om na te gaan of uw vooraf geïnstalleerde Windows-product legitiem is: https://www.microsoft.com/en-us/howtotell/default.
Aansluitingen en sleuven • Netvoedingsaansluiting • Audioaansluiting • Dockingstationaansluiting • Ethernet-poort • HDMI-poort • Geheugenkaartsleuf • Sleuf voor micro-SIM-kaart (in het batterijcompartiment) (op bepaalde modellen) • Eén USB-C-aansluiting (compatibel met Thunderbolt 3) • Smartcardsleuf (beschikbaar op bepaalde modellen) • Drie USB 3.
• Ingangsspanning van de netvoedingsadapter: 100 tot 240 volt wisselstroom, 50 tot 60 Hz Gebruiksomgeving Maximumhoogte (zonder kunstmatige druk) • 3048 m Temperatuur • Op hoogten tot 2438 m – In bedrijf: 5 °C tot 35 °C – In opslag: 5 °C tot 43 °C • Op hoogten boven 2438 m – Maximumtemperatuur bij werking zonder kunstmatige druk: 31,3 °C Opmerking: Bij het opladen van de batterij moet de temperatuur minimaal 10 °C zijn.
ze eerst hebt geïnstalleerd. Als u deze Lenovo-programma's wilt installeren, start u het programma Lenovo PC Experience, klikt u op Lenovo Tools en volgt u de instructies op het scherm. Kennismaking met Lenovo-programma's In dit onderwerp vindt u een korte introductie van Lenovo-programma's. Afhankelijk van uw computermodel zijn sommige programma's mogelijk niet beschikbaar. De beschikbare programma's kunnen zonder aankondiging worden gewijzigd.
Lenovo Companion De beste functies en mogelijkheden van uw computer moeten eenvoudig toegankelijk en makkelijk te begrijpen zijn. Met Lenovo Companion zijn ze dat. (Windows 10) Gebruik Lenovo Companion om het volgende te doen: • Optimaliseer de prestaties van uw computer, houd de status van uw computer in de gaten en beheer updates. • Open de gebruikershandleiding, controleer de garantiestatus en bekijk accessoires die speciaal voor uw computer geschikt zijn.
Hoofdstuk 2. De computer gebruiken Dit hoofdstuk biedt informatie om u te helpen bij het gebruik van de diverse functies van uw computer. De computer registreren Als u uw computer registreert, worden gegevens ingevoerd in een database. Lenovo kan dan contact met u opnemen als producten worden teruggehaald of er andere ernstige problemen zijn opgetreden. Ook bieden sommige locaties uitgebreide voordelen en services aan geregistreerde gebruikers.
• Als u verwacht dat de computer lange tijd niet gebruikt gaat worden, kunt u voorkomen dat de batterij leegloopt. Hoe kan ik gegevens die op het interne opslagstation zijn opgeslagen, op een veilige manier wissen? • In het hoofdstuk Hoofdstuk 5 'Beveiliging' op pagina 61 wordt beschreven hoe u de computer beschermt tegen diefstal en gebruik door onbevoegden. • Lees, voordat u gegevens van het interne opslagstation wist, eerst het gedeelte 'Gegevens verwijderen van een opslagstation' op pagina 66.
Beweging op het aanraakscherm (alleen aanraakmodellen) Beschrijving Aanraken: tikken. Muisactie: klik op. Functie: open een toepassing of voer een actie uit op een geopende toepassing, zoals Kopiëren, Opslaan en Verwijderen, afhankelijk van de toepassing. Aanraken: tikken en vasthouden. Muisactie: rechtsklikken. Functie: een menu met meerdere opties openen. Aanraken: schuiven. Muisactie: beweeg het muiswiel, beweeg de schuifbalk of klik op het pijltje omhoog/omlaag bladeren.
Beweging op het aanraakscherm (alleen aanraakmodellen) Beschrijving Aanraken: veeg met uw vingers vanaf de rechterrand. Muisactie: klik op het pictogram van het Actiecentrum Windows. in het systeemvak van Functie: open het actiecentrum om de meldingen en snelle acties te bekijken. Aanraken: veeg met uw vingers vanaf de linkerrand. Muisactie: klik op het taakweergavepictogram op de taakbalk. Functie: bekijk alle openstaande vensters in de taakweergave.
1 Toets met het Windows-logo Druk op de toets met het Windows-logo om het menu Start te openen. Raadpleeg de Help-informatie van het Windows-besturingssysteem voor informatie over het gebruik van de toets met het Windows-logo met andere toetsen. 2 3 Fn-toets en functietoetsen U kunt als volgt de toets Fn en de functietoetsen configureren in het venster Eigenschappen van Toetsenbord: 1.
• Hiermee kunt u de ingebouwde functies voor draadloos netwerk in- of uitschakelen. • – Windows 7: open het Configuratiescherm. – Windows 10: open het venster Instellingen. • Hiermee kunt u de ingebouwde Bluetooth-functies in- of uitschakelen. • Open een pagina met toetsenbordinstellingen. • Roep de door u zelf gedefinieerde functie aan. Als er geen functie is gedefinieerd, werkt de volgende standaardfunctie: – Windows 7: open het zoekvak. – Windows 10: open de persoonlijke assistent Cortana.
Het ThinkPad-aanwijsapparaat gebruiken In dit gedeelte krijgt u informatie over het gebruik van het ThinkPad-aanwijsapparaat. Overzicht van het ThinkPad-aanwijsapparaat Met het ThinkPad-aanwijsapparaat kunt u alle functies van een traditionele muis uitvoeren, zoals het aanwijzen, klikken en bladeren. Met het ThinkPad-aanwijsapparaat kunt u ook een aantal aanraakbewegingen uitvoeren, zoals draaien en in- of uitzoomen.
Volg de onderstaande instructies om het TrackPoint-aanwijsapparaat te gebruiken: Opmerking: Plaats uw handen in de positie voor typen en gebruik uw wijsvinger of middelvinger om druk uit te oefenen op het antislipdopje van het aanwijsknopje. Gebruik uw duim om op de linker- of rechtermuisknop te drukken. • Aanwijzen Gebruik het aanwijsknopje 1 om de aanwijzer op het scherm te verplaatsen.
Volg de onderstaande instructies om de trackpad te gebruiken: • Aanwijzen Veeg met één vinger over het oppervlak van de trackpad om de aanwijzer dienovereenkomstig te verplaatsen. • Klikken met de linkerklikknop Druk op de linksklikzone 1 om een item te selecteren of te openen. U kunt ook met één vinger op een willekeurige plek op het oppervlak van de trackpad tikken om de linkermuisknopactie uit te voeren. • Klikken met de rechterklikknop Druk op de rechtsklikzone 2 om een snelmenu weer te geven.
• Als u twee of meer vingers gebruikt, moet u ervoor zorgen dat uw vingers enigszins uit elkaar staan. • Sommige gebaren zijn niet beschikbaar als de laatste actie met het TrackPoint-aanwijsapparaat is uitgevoerd. • Sommige gebaren zijn alleen beschikbaar als u bepaalde toepassingen gebruikt. • Mogelijk ziet het trackpad op uw computer er anders uit dan de computer die in dit onderwerp wordt getoond. Dit hangt af van het model.
• Afhankelijk van het model kan het toetsenbord er anders uitzien dan in de illustratie in dit onderwerp. Energiebeheer In dit gedeelte wordt beschreven hoe u netvoeding en batterijvoeding moet gebruiken om de beste balans tussen snelheid en energiebeheer te vinden. De netvoedingsadapter gebruiken De energiebron voor uw computer kan van de batterij of van de netvoedingsadapter komen. Terwijl u gebruikmaakt van de netvoedingsadapter, wordt de batterij automatisch opgeladen.
verschillend stroomverbruik. Als u componenten met een hoog stroomverbruik vaker gebruikt, raakt de batterij uiteraard sneller leeg. Doe meer en werk langer op de batterijen van uw ThinkPad. Mobiliteit heeft een revolutie teweeggebracht doordat mensen hun werk overal mee naar toe kunnen nemen. Met ThinkPad-batterijen kunt u langer werken zonder gebonden te zijn aan een stopcontact.
• De batterij opladen in de volgende situaties: – Een nieuwe batterij is geïnstalleerd. – Het percentage batterijstroom blijft laag. – De batterij is lange tijd niet gebruikt. De werkingsduur van de batterij verlengen Voor een maximale werkingsduur van de batterij houdt u zich aan de volgende richtlijnen: • Gebruik de batterij totdat deze leeg is. • Laad de batterij helemaal op voordat u hem gebruikt.
– Windows 10: bepaal wat de aan/uit-knop eerst doet en druk vervolgens op de aan/uit-knop om de computer in de sluimerstand te zetten. Als u uw computer in de sluimerstand zet en daarbij de ontwaakfunctie uitschakelt, verbruikt de computer geen stroom. De ontwaakfunctie is standaard uitgeschakeld. Als de ontwaakfunctie ingeschakeld is en u de computer in de sluimerstand zet, gebruikt de computer een klein beetje energie. Om de ontwaakfunctie in te schakelen, doet u het volgende: 1.
U kunt als volgt een draadloos-LAN-verbinding tot stand brengen: 1. Schakel de functie voor de draadloze verbinding in. Zie 'De speciale toetsen gebruiken' op pagina 18. 2. Klik op het statuspictogram voor draadloze netwerkverbindingen in het systeemvak van Windows. Er wordt een lijst met beschikbare draadloze netwerken weergegeven. 3. Dubbelklik op een netwerk om verbinding mee te maken. Verstrek indien nodig de vereiste informatie.
In het Windows 7-besturingssysteem kunt u de status van de draadloze WAN-verbinding ook controleren via de Access Connections-meter in het Windows-systeemvak. Hoe meer balken, des te beter het signaal is. De Bluetooth-verbinding gebruiken Met Bluetooth kunnen apparaten over korte afstand met elkaar communiceren.
De NFC-functie inschakelen De NFC-functie is standaard ingeschakeld. Ga als volgt te werk om de NFC-functie in te schakelen, als de NFC-functie niet is ingeschakeld: • Windows 7: 1. Start het programma ThinkPad Setup. Zie 'ThinkPad Setup configureren' op pagina 72. 2. Selecteer Security ➙ I/O Port Access. 3. Stel de optie NFC device in op Enabled. • Windows 10: 1. Open het menu Start en klik vervolgens op Instellingen.
De computer met een smartphone met NFC-functie koppelen Controleer voor u begint of het smartphonescherm naar boven is gericht. Daarna doet u het volgende: 1. Plaats de smartphone 40 mm van de rand van de polssteun en dicht bij het NFC-label, zoals afgebeeld. 2. Verplaats de smartphone langzaam 30 mm in de richting van het computerscherm. Houd de smartphone vervolgens vast totdat u de melding krijgt dat de smartphone is gedetecteerd.
• Afspelen van MIDI- en MP3-bestanden • Opnemen en weergeven van PCM- en WAV-bestanden • Opnemen van diverse typen geluidsbronnen, bijvoorbeeld een aangesloten hoofdtelefoon In de volgende lijst krijgt u informatie over ondersteunde functies van de audioapparaten die op uw computer of dockingstation worden aangesloten. • Headset met vierpolige plug van 3,5 mm: hoofdtelefoon- en microfoonfuncties • Conventionele hoofdtelefoon: hoofdtelefoonfunctie Opmerking: De conventionele microfoon wordt niet ondersteund.
De infraroodcamera biedt een persoonlijke en veilige manier voor aanmelding bij uw computer met gezichtsverificatie. Nadat u de infraroodcamera voor gezichtsverificatie hebt ingesteld, kunt u uw computer ontgrendelen door uw gezicht te scannen, in plaats van een wachtwoord te gebruiken. De infraroodcamera bestaat uit de volgende onderdelen: 1 3 Infrarood-LED (Light-Emitting Diode) De infrarood-LED zendt infraroodlicht uit. Het infraroodlicht is normaal gesproken niet zichtbaar voor het blote oog.
Een mediakaart of een smartcard gebruiken Uw computer is uitgerust met een geheugenkaartsleuf. Afhankelijk van het model kan uw computer ook een sleuf voor een smartcard hebben. Ondersteunde mediakaarttypen De geheugenkaartlezer van uw computer ondersteunt alleen de volgende geheugenkaarten: Opmerking: Uw computer ondersteunt de functie Content Protection for Recordable Media (CPRM) voor de SD-kaart niet.
• Voor de geheugenkaart: de metalen contactpunten van de kaart zijn omlaag gericht en wijzen naar de kaartsleuf. • Voor de smartcard: de metalen contactpunten van de kaart zijn omhoog gericht en wijzen naar de kaartsleuf. 3. Druk de kaart stevig in de kaartsleuf. Ga als volgt te werk als de functie plug-and-play voor de geïnstalleerde geheugenkaart of smartcard niet is ingeschakeld: 1. Ga naar het Configuratiescherm. 2. Geef het Configuratiescherm op categorie weer. Klik op Hardware en geluiden. 3.
• Maximaal 4096 x 2160 pixels/24 Hz of 3840 x 2160 pixels/30 Hz als er een extern beeldscherm op de HDMI-aansluiting is aangesloten Raadpleeg voor meer informatie over het externe beeldscherm de handleidingen die bij het beeldscherm zijn geleverd. Een extern beeldscherm aansluiten U kunt een bekabeld beeldscherm of een draadloos beeldscherm gebruiken. Het bekabelde beeldscherm kan met een kabel op een video-aansluiting worden aangesloten, zoals de HDMI- en de USB-C-aansluiting.
Als u programma's weergeeft die gebruikmaken van DirectDraw of Direct3D® in Volledig scherm, verschijnt de video-uitvoer alleen op het hoofdbeeldscherm. De instellingen van het beeldscherm aanpassen U kunt de instellingen voor zowel het computerscherm als het externe beeldscherm wijzigen. U kunt bijvoorbeeld bepalen welk scherm het hoofdscherm is en welke het secundaire beeldscherm is. U kunt ook de resolutie en oriëntatie wijzigen. U wijzigt de weergave-instellingen als volgt: 1.
http://www.lenovo.com/accessories Hoofdstuk 2.
40 T470 Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 3. De computer uitbreiden In dit hoofdstuk vindt u instructies voor het gebruiken van hardwareapparaten om de mogelijkheden van uw computer uit te breiden. Opties voor de ThinkPad zoeken Als u de mogelijkheden van uw computer wilt uitbreiden, heeft Lenovo allerlei hardwaretoebehoren en upgrades om aan uw wensen tegemoet te komen.
1 Always On USB 2.0-aansluiting: Sluit USB-compatibele apparaten aan of laad bepaalde mobiele, digitale apparaten en smartphones op. 2 USB 2.0-aansluitingen 3 USB 3.0-aansluiting Sluit USB 3.0-compatibele apparaten aan, zoals een USB-toetsenbord, USB-muis, USB-opslagapparaat of USB-printer. 4 Ethernet-poort: Sluit het dockingstation aan op een ethernet-LAN.
3 Lampje dockingstatus: Dit lampje gaat branden als de computer op het dockingstation is aangesloten. 4 Uitwerpknop: Druk op de uitwerpknop om de computer van het dockingstation los te koppelen. 5 Geleider: Gebruik de geleider om de computer uit te lijnen met het dockingstation. 6 Aansluiting dockingstation: Sluit het dockingstation op de computer aan. 7 Systeemslot: Gebruik het systeemslot om de uitwerpknop te blokkeren of te ontgrendelen.
U kunt als volgt een DVI-beeldscherm aansluiten: 1. Zet de computer uit. 2. Het DVI-beeldscherm aansluiten op de DVI-aansluiting. Sluit het beeldscherm vervolgens aan op een stopcontact. 3. Zet het DVI-beeldscherm aan en vervolgens de computer. 8 VGA-aansluiting: Sluit de computer op een compatibel VGA-videoapparaat aan, zoals een VGA-beeldscherm. 9 Audioaansluiting: Sluit een hoofdtelefoon of headset met een vierpolige 3,5 mm stekker aan.
1 Always On USB 2.0-aansluiting: Sluit USB-compatibele apparaten aan of laad bepaalde mobiele, digitale apparaten en smartphones op. 2 USB 2.0-aansluitingen 3 USB 3.0-aansluitingen Sluit USB 3.0-compatibele apparaten aan, zoals een USB-toetsenbord, USB-muis, USB-opslagapparaat of USB-printer. 4 Ethernet-poort: Sluit het dockingstation aan op een ethernet-LAN.
11 Veiligheidsslot: Om het dockingstation tegen diefstal te beschermen, maakt u het dockingstation vast aan een bureau, tafel of ander vast voorwerp. Gebruik een veiligheidskabelslot dat op deze beveiligingslotsleuf past. Een dockingstation aansluiten op de computer Attentie: Wanneer de computer aan een dockingstation is gekoppeld, til deze combinatie dan nooit alléén op aan de computer. Houd altijd beide apparaten vast. Anders kan het dockingstation vallen.
Opmerking: Als u de computer op het dockingstation aansluit, maar het dockingstation niet op de netvoeding aansluit, gaat uw computer over op de batterijmodus. Een dockingstation loskoppelen van de computer Attentie: Wanneer de computer aan een dockingstation is gekoppeld, til deze combinatie dan nooit alléén op aan de computer. Houd altijd beide apparaten vast. Anders kan het dockingstation vallen.
• Gebruik de aansluitingen zoals afgebeeld niet tegelijkertijd om meerdere beeldschermen aan te sluiten. Doet u dat wel, dan werkt een van de beeldschermen zoals afgebeeld niet meer. – ThinkPad Pro Dock – ThinkPad Ultra Dock • Voor het ThinkPad Ultra Dock kunnen maximaal drie beeldschermen (inclusief het computerbeeldscherm) tegelijkertijd werken.
Overzicht ThinkPad WiGig Dock 1 Statuslampje: Het lampje in het ThinkPad-logo geeft de status van het dock aan. Het lampje brandt als het dock ingeschakeld is (in de normale werkstand staat). 1 2 5 USB 3.0-aansluiting USB 2.0-aansluitingen Sluit USB 3.0-compatibele apparaten aan, zoals een USB-toetsenbord, USB-muis, USB-opslagapparaat of USB-printer. 3 Audioaansluiting: Sluit hierop een hoofdtelefoon of headset met een vierpolige 3,5 mm stekker aan.
9 Netvoedingsaansluiting: Sluit de netvoedingsadapter aan. 10 HDMI-aansluiting: Op deze aansluiting kunt u een compatibel digitaal audioapparaat of digitale videomonitor aansluiten, zoals een HDTV. 11 DisplayPort-aansluiting: Voor het aansluiten van een high-performance beeldscherm, een direct-drive beeldscherm of een ander apparaat dat gebruikmaakt van een DisplayPort-aansluiting. 12 1 Ethernet-poort: Om het dock aan te sluiten op een Ethernet-LAN.
1. Verbind het netsnoer met de netvoedingsadapter. 2. Sluit de voedingsadapter aan op de netvoedingsaansluiting op het dock. 3. Sluit het netsnoer aan op een werkend stopcontact. 4. Schakel het dock in door op de aan/uit-knop te drukken. 5. Als er een extern beeldscherm beschikbaar is, sluit u dat aan op de juiste aansluiting (HDMI- of DisplayPort-aansluiting) op het dock. Op het externe beeldscherm worden instructies voor draadloos koppelen weergegeven wanneer u de computer verbindt met het dock.
6. Plaats uw computer in de buurt (binnen 120 cm) van het dockingstation. Als u de beste prestaties wilt krijgen, controleert u of: • Het dockingstation wordt geplaatst binnen een afstand van 60 cm en in een hoek van 120 graden ten opzichte van de achterkant van het computerbeeldscherm. • Zich geen voorwerpen bevinden tussen het dockingstation en de computer. Opmerking: Controleer of het WiGig-dockingstation en de computer in de aanbevolen positie zijn geplaatst.
De verbinding met het ThinkPad WiGig Dock verbreken Ga als volgt te werk om uw computer los te koppelen van het ThinkPad WiGig Dock: 1. Doe het volgende: • Windows 7: klik op de knop Start om het menu Start te openen en klik vervolgens op Alle programma's ➙ Intel ➙ Intel Wireless Dock Manager om het programma Wireless Dock Manager te starten. in het systeemvak van Windows. Klik • Windows 10: klik op het pictogram van het Actiecentrum vervolgens op Verbinden om de lijst met apparaten te openen. 2.
54 T470 Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 4. Informatie over toegankelijkheid, ergonomie en onderhoud In dit hoofdstuk vindt u informatie over toegankelijkheid, ergonomie, schoonmaken en onderhoud. Informatie voor gehandicapten Lenovo wilt gebruikers met een gehoor- of mobiliteitsbeperking of een visuele beperking meer toegang bieden tot informatie en technologie. In dit gedeelte vindt u informatie over de manier waarop deze gebruikers optimaal van hun computerervaring kunnen profiteren.
De Verteller is een schermleesprogramma dat hardop voorleest wat er op het scherm wordt weergegeven en gebeurtenissen, zoals foutmeldingen, beschrijft. • Schermtoetsenbord Als u liever gegevens op uw computer typt of invoert met een muis, joystick of ander aanwijsapparaat in plaats van een echt toetsenbord te gebruiken, kunt u het Schermtoetsenbord gebruiken. Het Schermtoetsenbord is een visueel toetsenbord met alle standaardtoetsen.
1. Klik met de rechtermuisknop op een leeg gebied op het bureaublad en selecteer Schermresolutie. 2. Volg de aanwijzingen op het scherm. Opmerking: Als u een te lage resolutie instelt, passen bepaalde items wellicht niet meer op het scherm. Aanpasbare itemgrootte U kunt de items op het scherm leesbaarder maken door de itemgrootte te wijzigen. • Om de itemgrootte tijdelijk te wijzigen, gebruikt u het vergrootglashulpmiddel in het Toegankelijkheidscentrum.
Algemene houding: geregeld even gaan verzitten helpt het best tegen het ongemak dat door lang in dezelfde houding werken wordt veroorzaakt. Vaak even pauzeren is ook heel goed om kleine ongemakken tegen te gaan die met uw werkhouding te maken hebben. Beeldscherm: Plaats het beeldscherm op een comfortabele kijkafstand van ongeveer 510 tot 760 mm. Vermijd reflecties van lampen of zonlicht. Maak het beeldscherm regelmatig schoon en stel de helderheid en het contrast zo in dat u een goed beeld hebt.
• Bewaar het verpakkingsmateriaal buiten bereik van kinderen, om het gevaar van verstikking in de plastic zak te voorkomen. • Houd de computer op minimaal 13 cm afstand van magneten, actieve mobiele telefoons, elektrische apparaten en luidsprekers. • Stel de computer niet bloot aan te lage of te hoge temperaturen (onder 5 °C of boven 35 °C). • Leg nooit iets tussen het beeldscherm en het toetsenbord of de polssteun (ook geen papier).
60 T470 Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 5. Beveiliging In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u uw computer beschermt tegen gebruik door onbevoegden. Wachtwoorden gebruiken U kunt voorkomen dat uw computer ongeoorloofd wordt gebruikt door een wachtwoord te gebruiken. Als u een wachtwoord hebt ingesteld, verschijnt elke keer als u de computer inschakelt een prompt voor het wachtwoord. Geef uw wachtwoord op achter de prompt. Als u niet het juiste wachtwoord opgeeft, kunt u de computer niet gebruiken.
Als er wel een gebruikerswachtwoord voor de vaste schijf is ingesteld maar geen masterwachtwoord, moet het vaste-schijfwachtwoord van de gebruiker worden ingevoerd om toegang te krijgen tot de bestanden en toepassingen op het opslagstation. • Masterwachtwoord voor de vaste schijf Het masterwachtwoord voor de vaste schijf vereist ook een gebruikerswachtwoord voor de vaste schijf. Het master hard disk password wordt ingesteld en gebruikt door een systeembeheerder.
4. Volg de instructies op het scherm om een wachtwoord in te stellen, te wijzigen of te verwijderen. Noteer het wachtwoord en bewaar het wachtwoord op een veilige plaats. Als u uw wachtwoord vergeet, moet u uw computer naar Lenovo of naar een Lenovo-dealer brengen om het wachtwoord te laten resetten.
De beveiligingschip instellen Voor netwerkclients die elektronisch vertrouwelijke informatie overbrengen, gelden strenge beveiligingsvereisten. Afhankelijk van de opties die u hebt besteld, kan het zijn dat uw computer is uitgerust met een ingebouwde beveiligingschip (een cryptografische microprocessor).
2. Voer indien nodig het Windows-wachtwoord in. 3. Volg de aanwijzingen op het scherm om de inschrijving te voltooien. Meer informatie over het gebruik van de vingerafdruklezer vindt u in het Help-systeem van het vingerafdrukprogramma. • Windows 10: 1. Open het menu Start en klik vervolgens op Instellingen ➙ Accounts ➙ Aanmeldingsopties. 2. Volg de aanwijzingen op het scherm om de inschrijving te voltooien.
Als u de computer opnieuw start, kunt u uw vingerafdrukken gebruiken om u op de computer aan te melden zonder dat u uw Windows-wachtwoord, systeemwachtwoord of vaste-schijfwachtwoord hoeft in te voeren. Attentie: Als u altijd uw vingerafdruk gebruikt om u aan te melden op de computer, is de kans groot dat u uw wachtwoorden vergeet. Noteer daarom uw wachtwoorden en bewaar het op een veilige plek.
• Gebruik het door Lenovo verstrekte herstelprogramma om de fabrieksinstellingen van het opslagstation terug te zetten. Deze methoden wijzigen echter alleen de bestandslocatie van de gegevens. De gegevens zelf worden niet gewist. De gegevens zijn er nog steeds, hoewel het lijkt alsof ze gewist zijn. Met behulp van speciale software voor gegevensherstel kunnen de gegevens vaak nog worden gelezen.
68 T470 Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 6. Geavanceerde configuratie In dit hoofdstuk krijgt u informatie voor het verder configureren van de computer: Een nieuw besturingssysteem installeren In sommige gevallen moet u mogelijk een nieuw besturingssysteem installeren. In dit onderwerp vindt u instructies voor het installeren van een nieuw besturingssysteem. Het besturingssysteem Windows 7 installeren Druk deze aanwijzingen af voordat u begint.
7. Druk op F10 om de instellingen op te slaan en het programma ThinkPad Setup af te sluiten. 8. Sluit een extern dvd-station aan op de computer, plaats de installatie-dvd voor het Windows 7-besturingssysteem in het station en start de computer vervolgens opnieuw op. Opmerkingen: • Als u de image van de installatie-dvd start vanaf een extern USB-apparaat of als op uw computer een Express-station met een permanent geheugen is geïnstalleerd, voert u extra configuraties uit voordat u begint.
5. Selecteer het station waarop het installatieprogramma van het besturingssysteem staat, bijvoorbeeld USB HDD. Druk vervolgens op Esc. 6. Selecteer Restart en zorg ervoor dat OS Optimized Defaults is ingeschakeld. Druk vervolgens op F10 om de instellingen op te slaan en het ThinkPad Setup-programma af te sluiten. 7. Volg de aanwijzingen op het scherm om de apparaatstuurprogramma's en de benodigde programma's te installeren. Zie 'Stuurprogramma's installeren ' op pagina 71. 8.
2. Selecteer de invoer voor de computer en volg de aanwijzingen op het scherm om de benodigde software te downloaden en te installeren. De nieuwste stuurprogramma's downloaden met behulp van vooraf geïnstalleerde programma's ThinkPad-notebookcomputers bieden de volgende vooraf geïnstalleerde programma's die u kunt gebruiken om bijgewerkte stuurprogramma's te downloaden en te installeren.
1. Start de computer opnieuw op. Druk zodra het logoscherm verschijnt op F1. Het programma ThinkPad Setup start. Opmerking: Als u een supervisorwachtwoord moet invoeren, voert u het juiste wachtwoord in. U kunt ook op Enter drukken om de wachtwoordvraag over te slaan en het ThinkPad Setup-programma te starten. Als u het wachtwoord niet invoert kunt u de configuraties die door het supervisorwachtwoord worden beschermd, niet wijzigen. 2.
De UEFI BIOS bijwerken De UEFI BIOS is het eerste programma dat op de computer wordt uitgevoerd wanneer de computer aan staat. Met het UEFI BIOS worden de hardware-onderdelen geïnitialiseerd en worden het besturingssysteem en andere programma´s geladen. Wanneer u een nieuw programma, een stuurprogramma of een hardwareonderdeel installeert, wordt u mogelijk gevraagd het UEFI BIOS bij te werken.
• MAC Address (Internal LAN) • Preinstalled operating system license • UEFI Secure Boot • OA3 ID • OA2 Menu Config Opmerking: De menuopties van het BIOS kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd. Afhankelijk van het model kan de standaardwaarde afwijken. Network • Wake On LAN Waarden: Disabled, AC only, AC and Battery Beschrijving: De netwerkbeheerder kan een computer inschakelen vanaf een beheerconsole door gebruik te maken van de functie Wake on LAN.
Waarden: Disabled, Enabled Beschrijving: Schakel de ontwaakfunctie van het ThinkPad WiGig Dock in of uit. Als u Enabled inschakelt, kan dat de levensduur van de batterij verkorten. • Wireless Auto Disconnection Waarden: Disabled, Enabled Beschrijving: de functie Wireless Auto Disconnection in- of uitschakelen wanneer de Ethernet-kabel is aangesloten op het Ethernet LAN.
Waarden: Disabled, Enabled Beschrijving: als u Enabled selecteert, kunt u op de Fn-toets drukken (in plaats van de toets ingedrukt te houden) om de ingedrukte stand van de toets te behouden. Druk vervolgens op de gewenste functietoets. Deze actie is gelijk aan het gelijktijdig indrukken van de vereiste functietoets en de Fn-toets. • F1–F12 as Primary Function Waarden: Disabled, Enabled Beschrijving: als u Enabled selecteert, wordt bij het indrukken van de functietoetsen direct F1-F12 ingevoerd.
Waarden: Maximum Performance, Battery Optimized Beschrijving: Battery Optimized: altijd de laagste snelheid • Adaptive Thermal Management Beschrijving: Selecteer het schema voor temperatuurbeheer dat u wilt gebruiken. Het schema is van invloed op het geluid van de ventilator, de temperatuur en de prestaties. – Scheme for AC Waarden: Maximum Performance, Balanced Beschrijving: Maximum Performance: CPU-throttling reduceren.
Beschrijving: de wekfunctie met de Thunderbolt(TM) 3-poort in- of uitschakelen. Als u Enabled selecteert, kan de levensduur van de batterij wanneer deze bijna leeg is, korter worden.
Opmerking: De standaardwaarde is 60 seconden. • Console Type Waarden: PC-ANSI, VT100, VT100+, VT-UTF8 Beschrijving: Selecteer het type console voor AMT. Dit type console moet overeenkomen met de externe console van Intel AMT. Menu Date/Time Opmerking: De menuopties van het BIOS kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd. Afhankelijk van het model kan de standaardwaarde afwijken. • System Date Beschrijvingen: Stel de datum van het systeem in of wijzig de datum.
Beschrijvingen: schakel deze optie in om het POST 0199-foutbericht weer te geven en om een beveiligingswachtwoord te vragen. • Set Minimum Length Waarden: Disabled, x characters (4 ≤ x ≤ 12) Beschrijvingen: Geef een minimumlengte voor systeemwachtwoorden en hard disk passwords op. Als er een supervisorwachtwoord is ingesteld, kunt u de minimumlengte pas wijzigen nadat u zich hebt aangemeld als supervisor.
• Security Chip Selection Waarden (voor Windows 7 64-bits en Windows 10): TPM 2.0, TPM 1.2 Waarden (voor Windows 7 32-bits): TPM 2.0, TPM 1.2 Beschrijvingen: Stel de TPM-werkstand in. Opmerking: Dit item wordt alleen weergegeven in het TPM 1.2-ondersteuningsmodel. • Security Chip (for TPM 2.0) Waarden: Enabled, Disabled Beschrijvingen: Schakel de beveiligings-chip in of uit. • Security Chip (for TPM 1.
• Windows UEFI Firmware Update Waarden: Disabled, Enabled Beschrijvingen: met deze optie kunt u de functie Windows UEFI Firmware Update in- of uitschakelen. Wanneer deze optie is ingeschakeld, is een Windows-update van de UEFI-firmware toegestaan. Memory Protection • Execution Prevention Waarden: Disabled, Enabled Beschrijvingen: Sommige computervirussen en wormen zorgen ervoor dat geheugenbuffers overlopen.
• Internal Storage Tamper Detection Waarden: Disabled, Enabled Beschrijvingen: Als deze optie is ingeschakeld, wordt het verwijderen van een intern opslagapparaat gedetecteerd terwijl uw computer in de slaapstand staat. Als u het interne opslagstation verwijdert terwijl de computer zich in de slaapstand bevindt, wordt de computer uitgeschakeld wanneer u deze wekt, en gaan niet-opgeslagen gegevens verloren.
Beschrijvingen: Wijzig Owner EPOCH in een willekeurige waarde. Gebruik deze optie om SGX-gebruikersgegevens te wissen. Device Guard • Device Guard Waarden: Disabled, Enabled Beschrijvingen: Deze optie wordt gebruikt om Microsoft Device Guard te ondersteunen. Wanneer deze optie is ingeschakeld, worden Intel Virtualization Technology, Intel VT-d Feature, Secure Boot en OS Optimized Defaults automatisch ingeschakeld. De opstartvolgorde wordt beperkt tot alleen een klantimage.
• Exit Saving Changes Beschrijvingen: Sla de wijzigingen op en start de computer opnieuw op. • Exit Discarding Changes Beschrijvingen: Annuleer de wijzigingen en start de computer opnieuw op. • Load Setup Defaults Beschrijvingen: Herstel de fabrieksinstellingen. Opmerking: Schakel OS Optimized Defaults in om aan de eisen voor Microsoft(R) Windows 8(R)-certificering te voldoen.
Als Wake on LAN is ingeschakeld, kunnen tal van functies op afstand worden uitgevoerd, bijvoorbeeld gegevensoverdracht, updates van software en flash-updates van het UEFI BIOS. Het updateproces kan na normale werktijden en in het weekend worden uitgevoerd, zodat de gebruikers tijdens hun werkzaamheden niet worden gestoord en het LAN-verkeer tot een minimum wordt beperkt. Dit bespaart tijd en verhoogt de productiviteit.
88 T470 Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 7. Computerproblemen oplossen Dit hoofdstuk geeft informatie over wat u moet doen als er een probleem met uw computer optreedt. Algemene voorzorgsmaatregelen In dit hoofdstuk staan de volgende tips om u te helpen met het voorkomen van computerproblemen: • Leeg de prullenbak regelmatig. • Voer het programma Schijfdefragmentatie uit op het opslagstation om gegevens sneller te kunnen zoeken en lezen.
Problemen opsporen met Lenovo Solution Center in Windows 7 Lenovo Solution Center is vooraf op uw computer geïnstalleerd en kan ook worden gedownload van: http://www.lenovo.com/diags Opmerkingen: • Als u een ander Windows-besturingssysteem dan Windows 7 gebruikt, vindt u de nieuwste informatie over diagnose voor uw computer op: http://www.lenovo.
De computer reageert niet meer Druk deze instructies nu af en bewaar die afdrukken bij uw computer, zodat u ze in de toekomst kunt raadplegen. Probleem: Mijn computer reageert niet (ik kan het ThinkPad-aanwijsapparaat of het toetsenbord niet gebruiken). Oplossing: Voer de volgende handelingen uit: 1. Houd de aan/uit-knop ingedrukt totdat de computer is uitgeschakeld. Als het niet lukt om de computer met de aan/uit-knop uit te schakelen, verwijdert u de netvoedingsadapter en de verwisselbare batterij.
3. Schakel de computer onmiddellijk uit. Als u de computer niet uit kunt zetten, verwijdert u de verwisselbare batterij. Hoe sneller de stroomtoevoer naar de computer wordt onderbroken, des te kleiner de kans op kortsluitingen met de daaruit resulterende schade. Attentie: Hoewel u door onmiddellijk uitschakelen van de computer gegevens kunt verliezen, kan het niet uitschakelen van de computer uiteindelijk onherstelbare schade aan de computer zelf aanrichten. 4.
• Bericht: 1820: Er is meer dan één externe vingerafdruklezer aangesloten. Oplossing: Schakel alle vingerafdruklezers uit en verwijder deze, behalve de lezer die u in uw hoofdbesturingssysteem wilt instellen. • Bericht: 2100: detectiefout op opslagapparaat (hoofd-HDD) Oplossing: het SSD-station werkt niet. Laat het SSD-station nakijken. • Bericht: 2101: Detectiefout op opslagapparaat (M.2) Oplossing: het M.2 SSD-station werkt niet. Laat het M.2 SSD-station nakijken.
Fouten waarbij er een geluidssignaal klinkt Met de technologie van Lenovo SmartBeep kunt u geluidssignalen met uw smartphone decoderen wanneer u een zwart scherm met signalen van uw computer krijgt. Als u de fout met geluidssignaal wilt decoderen met Lenovo SmartBeep-technologie, gaat u als volgt te werk: 1. Ga naar http://support.lenovo.com/smartbeep of scan de volgende QR-code. 2. Download de juiste diagnoseapp en installeer deze op uw smartphone. 3.
Foutcodes 0287: fout met afzonderlijke grafische kaart Oplossingen 1. Herinstalleer of vervang de afzonderlijke grafische kaart (alleen serviceprovider). 2. Vervang de systeemplaat (alleen serviceprovider). 0288: fout met computerbeeldscherm 1. Sluit de beeldschermkabel aan de zijde van de systeemplaat en de zijde van het computerbeeldscherm opnieuw aan (alleen serviceprovider). 2. Vervang de systeemplaat (alleen serviceprovider).
4. Klik met de rechtermuisknop op de geselecteerde adapter, klik op Stuurprogramma bijwerken en volg de instructies op het scherm om het stuurprogramma bij te werken. – De schakelpoort en de adapter dezelfde duplex-instelling hebben. Als u de adapter hebt geconfigureerd voor volledig duplex, zorg dan dat de switch-poort ook hiervoor is geconfigureerd.
Probleem met draadloos WAN Probleem: Er wordt een bericht weergegeven met de melding dat er een onbevoegde WAN-kaart is geïnstalleerd. Oplossing: De WAN-kaart wordt niet ondersteund op deze computer. Verwijder de WAN-kaart. Meer informatie vindt u in 'Een draadloos-WAN-kaart vervangen' op pagina 130. Opmerking: Bepaalde computermodellen zijn niet uitgerust met een draadloos-WAN-kaart.
Problemen met het toetsenbord • Probleem: Alle of enkele toetsen van het toetsenbord werken niet. Oplossing: Als er een extern numeriek toetsenblok is aangesloten, doet u het volgende: 1. Zet de computer uit. 2. Ontkoppel het externe numerieke toetsenblok. 3. Zet de computer weer aan en probeer het toetsenbord opnieuw. Als het probleem met het toetsenbord is opgelost, kunt u het externe numerieke toetsenblok voorzichtig opnieuw aansluiten.
Als het voorgaande in orde is en het beeldscherm leeg blijft, moet u de computer laten nazien. • Probleem: Wanneer ik de computer aanzet, wordt er alleen een witte cursor op een zwart scherm weergegeven. Oplossing: Als u met behulp van een partitioneringsprogramma een partitie op uw vaste-schijf hebt aangepast, kan het zijn dat het hoofdopstartrecord of de informatie over die partitie vernietigd is. Doe het volgende om het probleem op te lossen: 1. Zet de computer uit en daarna weer aan. 2.
– Windows 7: klik op Geavanceerde instellingen. – Windows 10: klik op Eigenschappen van beeldschermadapter. 4. Klik op de tab Monitor. Controleer aan de hand van de gegevens in het informatievenster of het beeldschermtype correct is. Als dat het geval is, klikt u op OK om het venster te sluiten. Zo niet, gaat u verder met de volgende stappen. 5. Wanneer er meer dan twee beeldschermtypen worden weergegeven, selecteert u Algemeen PnP-beeldscherm of Algemeen niet-PnP beeldscherm. 6. Klik op Eigenschappen.
– Als het externe beeldscherm een lagere resolutie ondersteunt dan het beeldscherm, bekijkt u de uitvoer alleen op het externe beeldscherm. (Als u de uitvoer op zowel het beeldscherm als op het externe beeldscherm bekijkt, is het externe beeldscherm leeg of vervormd.) • Probleem: Ik kan voor het externe beeldscherm geen hogere resolutie instellen dan de resolutie die ik nu gebruik. Oplossing: Zorg ervoor dat de informatie over het beeldscherm juist is.
Oplossing: Wanneer u een hogere resolutie zoals 1600 x 1200 pixels gebruikt, gebeurt het soms dat het beeld naar links of naar rechts wordt verschoven op het scherm. Om dit te corrigeren moet u eerst controleren of het externe beeldscherm de door u ingestelde weergavestand ondersteunt (resolutie en verversingsfrequentie). Als dit niet het geval is, stel dan een weergavemodus in die het beeldscherm ondersteunt.
Oplossing: U hoort nog steeds geluid, terwijl u het Hoofdvolume helemaal laag hebt gezet. Als u het geluid helemaal uit wilt zetten, gaat u naar de hoofdvolumeregeling en selecteert u het vakje Luidsprekers dempen. • Probleem: Als ik bij het afspelen van geluid een hoofdtelefoon op mijn computer aansluit, produceert de luidspreker geen geluid. Oplossing: Zodra er een hoofdtelefoon wordt aangesloten, wordt het signaal automatisch naar de hoofdtelefoon gestuurd.
2. Zorg ervoor dat de te ver ontladen batterij in de computer is geplaatst. 3. Sluit de netvoedingsadapter aan op de computer en laat de batterij opladen. Als u een snellader bij de hand hebt, gebruik deze dan om de te ver ontladen batterij weer op te laden. Als de batterij na 24 uur nog niet helemaal is opgeladen, moet u een nieuwe batterij gebruiken. • Probleem: De computer wordt uitgeschakeld voordat het batterijstatuspictogram aangeeft dat de batterij leeg is.
4. Controleer of het stopcontact werkt door er een ander apparaat op aan te sluiten. • Probleem: Mijn computer werkt niet op de batterij. Oplossing: Voer de volgende controles uit: 1. Verwijder de batterij en plaats de batterij terug om ervoor te zorgen dat de batterij correct is geplaatst. 2. Als de batterij leeg is, sluit u de netvoedingsadapter aan om te batterij weer op te laden. 3. Als de batterij is opgeladen maar de computer niet werkt, moet u de batterij door een nieuwe vervangen.
Oplossing: De batterij is mogelijk te veel ontladen. Steek de netvoedingsadapter in een stopcontact en sluit de adapter dan op de computer aan. U kunt ook de batterij door een opgeladen batterij vervangen. • Probleem: Het beeldscherm van de computer blijft leeg nadat u op Fn hebt gedrukt om de computer uit de slaapstand te halen. Oplossing: Controleer of er een extern beeldscherm is ontkoppeld of uitgeschakeld terwijl de computer in de sluimerstand stond.
• Probleem: Nadat ik een hard disk password heb ingesteld, verplaats ik het vaste-schijfstation naar een andere computer maar ik kan het hard disk password niet ontgrendelen op de nieuwe computer. Oplossing: Uw computer werkt met een geavanceerd wachtwoordalgoritme. Oudere computers kunnen vaak niet met een dergelijke beveiligingsfunctie overweg.
Oplossing: Controleer of: • De netvoedingsadapter is aangesloten op het dockingstation. • De computer is nu veilig aan het dockingstation gekoppeld.
Hoofdstuk 8. Informatie over systeemherstel In dit hoofdstuk vindt u informatie over hersteloplossingen. Als er een probleem met de software of de hardware is en het is nodig dit probleem te herstellen, kunt u kiezen uit diverse methoden. Sommige van deze methoden zijn per type besturingssysteem verschillend. Informatie over herstelprocedures voor het Windows 7-besturingssysteem In dit onderwerp worden de Lenovo-hersteloplossingen onder het besturingssysteem Windows 7 geïntroduceerd.
• Als u de herstelmedia met schijven hebt gemaakt, doet u het volgende: 1. Als uw computer geen intern optisch station heeft, sluit u een extern optisch station aan op de computer. 2. Zet de computer aan en druk herhaaldelijk op F12 totdat het venster Boot Menu wordt geopend. 3. Selecteer in het venster Boot Menu het optische station (intern of extern) als het eerste opstartapparaat. Plaats de schijven daarna in het optische station en druk op Enter. De herstelprocedure wordt gestart. 4.
• Als de submap voor het apparaat een EXE-bestand bevat, dubbelklikt u op het EXE-bestand en volgt u de instructies op het scherm om de installatie te voltooien. • Als de submap voor het apparaat een leesmij-bestand (TXT) bevat, is de informatie van het stuurprogramma opgenomen in het leesmij-bestand. Volg de instructies om de installatie te voltooien. • Als de submap voor het apparaat een bestand INF-bestand bevat, klikt u op het INF-bestand en selecteert u Installeren.
Uw besturingssysteem herstellen als Windows 10 niet opstart De herstelomgeving van Windows op uw computer werkt onafhankelijk van het Windows 10-besturingssysteem. Hierdoor kunt u het besturingssysteem herstellen of repareren, ook als het Windows 10-besturingssysteem niet kan worden gestart. Na twee achtereenvolgende mislukte pogingen om op te starten, start de herstelomgeving van Windows automatisch. Daarna kunt u reparatie- en herstelopties kiezen door de instructies op het scherm te volgen.
4. Selecteer de gewenste toetsenbordindeling. 5. Klik op Problemen oplossen om de optionele hersteloplossingen weer te geven. 6. Selecteer een overeenkomstige hersteloplossing, afhankelijk van uw situatie. Volg daarna de aanwijzingen op het scherm om het proces te voltooien. Hoofdstuk 8.
114 T470 Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 9. Apparaten vervangen In dit hoofdstuk vindt u instructies voor het installeren en vervangen van de hardware in uw computer. Voorkomen van statische elektriciteit Statische elektriciteit is ongevaarlijk voor uzelf, maar kan de computeronderdelen en de opties zwaar beschadigen. Onjuiste behandeling van onderdelen die gevoelig zijn voor statische elektriciteit, kan leiden tot schade aan die onderdelen.
3. Selecteer Config ➙ Power. Het submenu Power verschijnt. 4. Selecteer Disable built-in battery en druk op Enter. 5. Selecteer Yes in het bevestigingsvenster. De ingebouwde batterij wordt uitgeschakeld en de computer wordt automatisch uitgezet. Wacht drie tot vijf minuten om de computer te laten afkoelen. De verwisselbare batterij vervangen Lees voordat u begint de 'Belangrijke veiligheidsvoorschriften' op pagina v en druk de volgende instructies af.
4. Schuif de klemmen 1 in de ontgrendelde positie en houd ze daar. Verwijder vervolgens de batterij 2 . 5. Plaats een nieuwe batterij en zorg dat deze vastklikt. Controleer of de vergrendelingen in de vergrendelde stand staan. 6. Keer de computer om. Sluit de netvoedingsadapter en alle kabels weer op de computer aan. De micro-SIM-kaart vervangen Lees voordat u begint de 'Belangrijke veiligheidsvoorschriften' op pagina v en druk de volgende instructies af.
4. Druk voorzichtig op de micro-SIM-kaart om deze uit te werpen 1 en schuif de kaart vervolgens voorzichtig uit de sleuf 2 . 5. Let op de juiste richting van de nieuwe micro-SIM-kaart en steek de kaart vervolgens helemaal in de sleuf totdat de kaart op zijn plaats vastklikt. Attentie: Plaats geen kaart nano-SIM-kaart met een micro-SIM-adapter in de sleuf voor de micro-SIM-kaart. De adapter kan de sleuf beschadigen. 6. Plaats de verwisselbare batterij terug. 7. Keer de computer om.
De klep aan de onderkant van de computer vervangen Lees voordat u begint de 'Belangrijke veiligheidsvoorschriften' op pagina v en druk de volgende instructies af. Opmerkingen: • Mogelijk ziet uw computer er enigszins anders uit dan de computer die in dit onderwerp wordt getoond. Dit hangt af van het model.
6. Verwijder vervolgens de klep aan de onderkant van de computer in de numerieke volgorde, zoals weergegeven. 7. Installeer de nieuwe klep aan de onderkant van de computer 1 . Controleer of de klemmen van de klep aan de onderkant van de computer onder de klep vastzitten. Draai vervolgens de schroeven vast om de klep aan de onderkant van de computer vast te zetten 2 . 8. Plaats de verwisselbare batterij terug. 9. Keer de computer om. Sluit de netvoedingsadapter en alle kabels weer op de computer aan.
Het vergroten van de geheugencapaciteit van de computer is een effectieve manier om te zorgen dat uw programma's sneller worden uitgevoerd. U kunt de geheugencapaciteit uitbreiden door een geheugenmodule te vervangen of toe te voegen. Attentie: • Raak voordat u de module vervangt altijd een geaard metalen voorwerp aan. Op die manier kunt u statische elektriciteit uit uw lichaam laten wegvloeien. Door statische elektriciteit kan de geheugenmodule beschadigd raken.
7. U installeert een nieuwe geheugenmodule als volgt: a. Plaats de kant met uitsparing van de nieuwe geheugenmodule tegen de contactrand van het geheugencompartiment. Steek vervolgens de geheugenmodule onder een hoek van ongeveer 20 graden in het compartiment 1 . b. Kantel de geheugenmodule omlaag totdat deze vastklikt 2 . Zorg ervoor dat de geheugenmodule stevig in het compartiment wordt geplaatst en niet gemakkelijk kan worden bewogen. c. Sluit de folie om de nieuwe geheugenmodule te beschermen 3 . 8.
Opmerking: Afhankelijk van het model kan uw computer een 2,5-inch vaste-schijfstation, een 2,5-inch SSD-station of een M.2 SSD-station bevatten. 2,5-inch opslagstation Ga als volgt te werk om het 2,5-inch opslagstation te verwijderen: 1. Ingebouwde batterij uitschakelen. Zie 'Ingebouwde batterij uitschakelen' op pagina 115. 2. Zorg ervoor dat de computer is uitgeschakeld en dat de netvoedingsadapter en alle andere kabels zijn losgekoppeld. 3. Sluit het beeldscherm en keer de computer om. 4.
8. Ontkoppel de kabel van het 2,5-inch opslagstation. 9. Maak de beugel los van het 2,5-inch opslagstation. Ga als volgt te werk om het nieuwe 2,5-inch opslagstation te installeren: 1. Bevestig de beugel aan het nieuwe 2,5-inch opslagstation. 2. Sluit de kabel aan op het nieuwe 2,5-inch opslagstation.
3. Plaats het nieuwe opslagstation 1 en kantel het vervolgens naar beneden 2 . Zorg dat het nieuwe opslagstation zich op zijn plaats bevindt en dat de tape de luidspreker niet bedekt. 4. Sluit de kabel weer aan op de systeemplaat. 5. Plaats de klep aan de onderkant van de computer en de verwisselbare batterij terug. 6. Keer de computer om. Sluit de netvoedingsadapter en alle kabels aan. M.2 SSD-station Ga als volgt te werk om het M.2 SSD-station te verwijderen: 1. Ingebouwde batterij uitschakelen.
6. Ontkoppel de kabel van de systeemplaat. 7. Trek aan de tape om de converter van het M.2 SSD-station en de beugel ervan te verwijderen. 8. Als u de kabel van het M.2 SSD-station ook wilt vervangen, ontkoppelt u de kabel van de converter van het M.2 SSD-station.
9. Verwijder de twee schroeven waarmee de adapter van het M.2 SSD-station is bevestigd 1 en verwijder vervolgens de adapter 2 . 10. Draai de schroef los waarmee het M.2 SSD-station vastzit. Het M.2 SSD-station wordt ontgrendeld uit de vergrendelde positie en omhoog gekanteld. 11. Trek vervolgens het M.2 SSD-station voorzichtig uit de sleuf. Ga als volgt te werk om het nieuwe M.2 SSD-station te installeren: Hoofdstuk 9.
1. Lijn de inkeping in het nieuwe M.2 SSD-station uit met het nokje in de M.2-sleuf. Plaats het SSD-station vervolgens in de M.2-sleuf totdat het goed vastzit 1 en kantel het station vervolgens omlaag 2 . 2. Breng de schroef aan om het nieuwe M.2 SSD-station vast te zetten. 3. Plaats de adapter van het M.2 SSD-station en breng vervolgens de twee schroeven aan om de adapter van het M.2 SSD-station te bevestigen.
4. Als de kabel van het M.2 SSD-station is ontkoppeld, sluit u de kabel aan op de converter van het M.2 SSD-station. 5. Plaats de converter 1 en kantel deze naar beneden 2 . Zorg dat de converter zich op zijn plaats bevindt en dat de tape de luidspreker niet bedekt. 6. Sluit de kabel weer aan op de systeemplaat. 7. Plaats de klep aan de onderkant van de computer en de verwisselbare batterij terug. 8. Keer de computer om. Sluit de netvoedingsadapter en alle kabels aan. Hoofdstuk 9.
Een draadloos-WAN-kaart vervangen De volgende informatie heeft alleen betrekking op computermodellen met modules die de gebruiker kan installeren. Lees voordat u begint de 'Belangrijke veiligheidsvoorschriften' op pagina v en druk de volgende instructies af. GEVAAR Tijdens onweer dient u geen vervangingen uit te voeren en dient u het telefoonsnoer niet aan te sluiten of te ontkoppelen. Attentie: Raak altijd een geaard, metalen voorwerp aan voordat u een draadloos WAN-kaart gaat installeren.
6. U verwijdert de draadloos-WAN-kaart als volgt: a. Open de folie om toegang te krijgen tot de draadloos-WAN-kaart 1 . b. Houd de kabelaansluiting met uw vingers vast en koppel de kabels voorzichtig los van de kapotte kaart 2 . c. Draai de schroef los waarmee de draadloos-WAN-kaart vastzit 3 . De kaart komt los uit de beveiligde stand en kantelt omhoog. d. Haal de draadloos-WAN-kaart voorzichtig uit de sleuf 4 . Hoofdstuk 9.
7. U installeert een nieuwe draadloos-WAN-kaart als volgt: a. Lijn de rand met de inkepingen van de nieuwe draadloos-WAN-kaart uit met het nokje in de sleuf. Steek vervolgens de kaart voorzichtig in de sleuf 1 . Draai de nieuwe draadloos-WAN-kaart omlaag 2. b. Breng de schroef aan waarmee de kaart wordt bevestigd 3 . Sluit de antennekabels aan op de nieuwe draadloos-WAN-kaart 4 .
4. Verwijder de verwisselbare batterij. Zie 'De verwisselbare batterij vervangen' op pagina 116. 5. Verwijder de klep aan de onderkant van de computer. Zie 'De klep aan de onderkant van de computer vervangen' op pagina 119. 6. Ga als volgt te werk om het M.2 SSD-station te verwijderen: a. Open de folie om toegang te krijgen tot het M.2 SSD-station 1 . b. Draai de schroef los waarmee het M.2 SSD-station vastzit 2 . Het M.2 SSD-station wordt ontgrendeld uit de vergrendelde positie en omhoog gekanteld. c.
7. Ga als volgt te werk om een nieuw M.2 SSD-station te installeren: a. Lijn de rand met de inkepingen van het nieuwe M.2 SSD-station uit met het nokje in de sleuf. Plaats het M.2 SSD-station vervolgens voorzichtig in de sleuf 1 . b. Kantel het nieuwe M.2 SSD-station naar beneden 2 . c. Breng de schroef aan om het nieuwe M.2 SSD-station vast te zetten 3 . 8. Plaats de klep aan de onderkant van de computer en de verwisselbare batterij terug. 9. Keer de computer om.
5. Maak de twee schroeven los, waarmee het toetsenbord is bevestigd. 6. Keer de computer weer om en open het beeldscherm. Druk hard in de afgebeelde richting om de klemmen van het afdekplaatje van het toetsenbord te ontgrendelen. Hoofdstuk 9.
7. Kantel het toetsenbord iets omhoog, zoals is aangegeven met pijl 1 . Draai vervolgens het toetsenbord om zoals aangegeven met de pijl 2 . 8. Laat het toetsenbord op de polssteun rusten en ontkoppel de aansluitingen. Verwijder vervolgens het toetsenbord.
1. Sluit de aansluitingen aan en draai het toetsenbord om. 2. Steek het toetsenbord in zoals weergegeven in het afdekpaneel. Zorg ervoor dat de bovenste rand van het toetsenbord (de rand die zich dicht bij het beeldscherm bevindt) onder het frame van het afdekpaneel van het toetsenbord zit. Hoofdstuk 9.
3. Schuif het toetsenbord in de richting die is aangegeven met de pijlen. Zorg ervoor dat de klemmen onder het toetsenbordframe zitten. 4. Sluit het beeldscherm en keer de computer om. Draai de schroeven aan om het toetsenbord te bevestigen. 5. Plaats de verwisselbare batterij terug. 6. Keer de computer om. Sluit de netvoedingsadapter en alle kabels weer op de computer aan.
GEVAAR Als de knoopcelbatterij niet op de juiste manier in het apparaat wordt geïnstalleerd, kan hij ontploffen. De knoopcelbatterij bevat een kleine hoeveelheid schadelijke stoffen. Om verwondingen te voorkomen, dient u zich aan de volgende richtlijnen te houden: • Vervang de batterij alleen door een door Lenovo aanbevolen batterij van hetzelfde type. • Houd de batterij uit de buurt van open vuur. • Stel de batterij niet bloot aan overmatige warmte. • Stel de batterij niet bloot aan water of regen.
7. Installeer de nieuwe knoopcelbatterij 1 en bevestig de aansluiting 2 . 8. Plaats de klep aan de onderkant van de computer en de verwisselbare batterij terug. 9. Keer de computer om. Sluit de netvoedingsadapter en alle kabels weer op de computer aan. Attentie: Nadat u de knoopcelbatterij hebt vervangen, stelt u de systeemdatum en -tijd opnieuw in via het programma ThinkPad Setup. Zie 'Menu Date/Time' op pagina 80.
Hoofdstuk 10. Ondersteuning In dit hoofdstuk vindt u informatie over de hulp en ondersteuning die Lenovo te bieden heeft. Voordat u contact opneemt met Lenovo Vaak kunt u computerproblemen oplossen door de informatie bij de uitleg van foutcodes te lezen, diagnoseprogramma´s uit te voeren of de website Lenovo Support te raadplegen. De computer registreren Registreer uw computer bij Lenovo. Meer informatie vindt u in 'De computer registreren' op pagina 15.
op http://www.lenovo.com/support. Het gaat daarbij om gedrukte boeken, elektronische boeken, readme-bestanden en Help-bestanden. De Microsoft Servicepacks zijn de nieuwste softwarebron voor productupdates voor Windows. Deze zijn beschikbaar als download via het internet (hiervoor kunnen kosten voor de verbinding in rekening worden gebracht) of op schijf. Ga voor meer informatie en links naar https://www.microsoft.com.
• Wijzigingen in het ontwerp: Een enkele keer komt het voor dat er, na de verkoop, wijzigingen in een product moeten worden aangebracht. Lenovo of uw Lenovo-dealer zal dergelijke technische wijzigingen meestal in uw hardware aanbrengen.
144 T470 Gebruikershandleiding
Bijlage A. Aanvullende informatie over het Ubuntu-besturingssysteem In bepaalde landen en regio's biedt Lenovo klanten de mogelijkheid computers te bestellen waarop het besturingssysteem Ubuntu® is geïnstalleerd. Als het Ubuntu-besturingssysteem beschikbaar is op uw computer, raden we u aan de volgende informatie te lezen voordat u de computer gebruikt. U kunt informatie over (hulp)programma's van Windows en vooraf geïnstalleerde toepassingen van Lenovo in deze documentatie negeren.
146 T470 Gebruikershandleiding
Bijlage B. Regelgeving In dit hoofdstuk vindt u informatie over de regelgeving en naleving met betrekking tot Lenovo-producten. Informatie over certificering Productnaam: ThinkPad T470 Nalevings-ID: TP00088A Machinetypen: 20HD, 20HE, 20JM en 20JN De meest recente informatie over naleving is beschikbaar op: http://www.lenovo.com/compliance Informatie over draadloze communicatie In dit onderwerp vindt u informatie over draadloze mogelijkheden met betrekking tot Lenovo-producten.
• Profiel Algemene toegang (GAP) • Profiel Algemene A/V-distributie (GAVDP) • Profiel Printerkabelvervanging (HCRP) • Profiel Headset (HSP) • Profiel Handsfree (HFP) • Profiel Invoerapparaat (HID) • Profiel Berichtentoegang (MAP) • Protocol Objectuitwisseling (OBEX) • Profiel Objectpush (OPP) • Profiel Persoonlijk netwerk (PAN) • Profiel Telefoonboektoegang (PBAP) • Protocol Dienstherkenning (SDP) • Profiel Synchronisatie (SYNC) • Profiel Videodistributie (VDP) • Profiel Algemene eigenschappen (GATT) • Prof
In de onderstaande afbeelding ziet u waar de antenne's zich bevinden in uw computer.
http://www.lenovo.com/support Kennisgeving classificatie voor export Dit product is onderworpen aan de United States Export Administration Regulations (EAR) en heeft een ECCN (Export Classification Control Number) van 5A992.c. Het mag opnieuw worden geëxporteerd, behalve naar landen onder embargo genoemd in de landenlijst EAR E1. Elektromagnetische straling Verklaring van de Federal Communications Commission De volgende informatie heeft betrekking op ThinkPad T470, machinetypen: 20HD, 20HE, 20JM en 20JN.
Modellen zonder radiografisch toestel: Dit product voldoet aan de voorwaarden voor bescherming zoals opgenomen in EMC-richtlijn 2014/30/EU van de Europese Commissie inzake de harmonisering van de wetgeving van Lidstaten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit.
Informationen in Hinsicht EMVG Paragraf 4 Abs. (1) 4: Das Gerät erfüllt die Schutzanforderungen nach EN 55024 und EN 55032 Klasse B. Verklaring van conformiteit met Koreaanse Klasse B Verklaring van conformiteit met Japanse VCCI Klasse B Japanse kennisgeving voor producten die worden aangesloten op de netstroom met een nominale stroom kleiner dan of gelijk aan 20 A per fase De kennisgeving van Japan voor netsnoeren The ac power cord shipped with your product can be used only for this specific product.
Bijlage C. Kennisgevingen inzake WEEE en recycling In dit hoofdstuk vindt u milieu-informatie over Lenovo-producten. Algemene informatie over recyclen Lenovo moedigt eigenaren van IT-apparatuur aan om hun apparatuur, wanneer deze niet meer nodig is, op een verantwoorde manier te laten recyclen. Lenovo kent een veelheid aan programma's en services om eigenaren te helpen bij de recycling van hun IT-producten. Ga voor informatie over het recyclen van Lenovo-producten naar: http://www.lenovo.
Informatie over WEEE voor Hongarije Lenovo betaalt als producent de kosten die worden gemaakt in verband met de naleving van de verplichtingen van Lenovo onder de Hongaarse wet 197/2014 (VIII.1.) subsecties (1)-(5) van sectie 12.
Recyclinginformatie voor Brazilië Declarações de Reciclagem no Brasil Descarte de um Produto Lenovo Fora de Uso Equipamentos elétricos e eletrônicos não devem ser descartados em lixo comum, mas enviados à pontos de coleta, autorizados pelo fabricante do produto para que sejam encaminhados e processados por empresas especializadas no manuseio de resíduos industriais, devidamente certificadas pelos orgãos ambientais, de acordo com a legislação local.
Lithiumbatterijen en batterijen van Lenovo-producten weggooien In uw Lenovo-product kan een lithium-knoopcelbatterij zijn geïnstalleerd. Details van de batterij kunt u vinden in de productdocumentatie. Als u de batterij moet vervangen, neem dan contact op met de verkoper van het product of met Lenovo. Als u een lithiumbatterij weggooit, omwikkelt u hem met vinyltape en levert u hem in bij de verkoper of een inzamelstation voor chemisch afval.
Bijlage D. Kennisgeving beperking van schadelijke stoffen (Restriction of Hazardous Substances, RoHS) De nieuwste milieu-informatie over Lenovo-producten is beschikbaar op: http://www.lenovo.
158 T470 Gebruikershandleiding
Beperking van schadelijke stoffen (RoHS, Restriction of Hazardous Substances) voor Taiwan Bijlage D.
160 T470 Gebruikershandleiding
Bijlage E. Informatie over ENERGY STAR-modellen ENERGY STAR® is een gezamenlijk programma van de U.S. Environmental Protection Agency en de U.S. Department of Energy, bedoeld voor het besparen van kosten en het beschermen van het milieu door middel van energiezuinige producten en procedures. Met trots biedt Lenovo haar klanten producten aan die zijn onderscheiden met een ENERGY STAR.
5. Vink het selectievakje Dit apparaat toestaan om de computer te laten ontwaken uit. 6. Klik op OK.
Bijlage F. Kennisgevingen Mogelijk brengt Lenovo de in dit document genoemde producten, diensten of voorzieningen niet uit in alle landen. Neem contact op met uw plaatselijke Lenovo-vertegenwoordiger voor informatie over de producten en diensten die in uw regio beschikbaar zijn. Verwijzing in deze publicatie naar producten of diensten van Lenovo houdt niet in dat uitsluitend Lenovo-producten of -diensten gebruikt kunnen worden.
zijn bepaalde metingen feitelijk schattingen die middels extrapolatie tot stand zijn gekomen. De werkelijk resultaten kunnen hiervan afwijken. Gebruikers van dit document dienen de gegevens te controleren die specifiek op hun omgeving van toepassing zijn. Dit document is auteursrechtelijk beschermd door Lenovo en wordt niet gedekt door enige open-sourcelicentie, met inbegrip van enige Linux-overeenkomst(en) die bij de software voor dit product is/zijn geleverd.
Bijlage G. Handelsmerken De volgende benamingen zijn handelsmerken van Lenovo in de Verenigde Staten en/of andere landen: Access Connections Active Protection System Lenovo Lenovo-logo ThinkPad ThinkPad-logo TrackPoint UltraConnect Intel, Intel SpeedStep en Thunderbolt zijn handelsmerken van Intel Corporation of haar dochterondernemingen in de Verenigde Staten en/of andere landen. Microsoft, Windows, Direct3D, BitLocker en Cortana zijn handelsmerken van de Microsoft-bedrijvengroep.
166 T470 Gebruikershandleiding