ThinkPad P70 Gebruikershandleiding
Opmerking: lees en begrijp eerst het volgende voordat u deze informatie en het product dat het ondersteunt, gebruikt: • Handleiding voor veiligheid, garantie en installatie • Regulatory Notice • “Belangrijke veiligheidsvoorschriften” op pagina vi • Bijlage F “Kennisgevingen” op pagina 167 Ga voor de nieuwste Handleiding voor veiligheid, garantie en installatie en de Regulatory Notice naar de Lenovo Support-website: http://www.lenovo.com/UserManuals Eerste uitgave (Oktober 2015) © Copyright Lenovo 2015.
Inhoud Lees dit eerst . . . . . . . . . . . . . . v Belangrijke veiligheidsvoorschriften . . . . . . Situaties waarin onmiddellijk handelen vereist is . . . . . . . . . . . . . . . . . . Service en upgrades . . . . . . . . . . Netsnoeren en voedingsadapters . . . . . Verlengsnoeren en vergelijkbare accessoires . Stekkers en stopcontacten . . . . . . . . Kennisgeving voedingseenheid . . . . . . Externe apparatuur . . . . . . . . . . . Algemene waarschuwing over de batterij . .
Accessoires voor op reis . . . . . . . . . 54 Hoofdstuk 5. Beveiliging . . . . . . . 55 Wachtwoorden gebruiken . . . . . . . . . . Wachtwoorden invoeren . . . . . . . . . Power-on password . . . . . . . . . . . Supervisorwachtwoord . . . . . . . . . Vaste-schijfwachtwoorden . . . . . . . . Beveiliging van de vaste schijf . . . . . . . . De beveiligingschip instellen . . . . . . . . . De vingerafdruklezer gebruiken . . . . . . . . Kennisgeving inzake het verwijderen van gegevens van uw opslagstation . .
De geheugenmodule onder het toetsenbord vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . Hoofdstuk 11. Ondersteuning . . . . Voordat u Lenovo belt . . . . . . . Hulp en service . . . . . . . . . Diagnoseprogramma's gebruiken Website Lenovo Support . . . . Lenovo bellen . . . . . . . . Extra services aanschaffen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142 145 . . . . . . 145 145 146 146 146 147 Bijlage A. Aanvullende informatie over het Ubuntu-besturingssysteem . . . . . 149 Bijlage B.
iv ThinkPad P70 Gebruikershandleiding
Lees dit eerst Als u zich de volgende belangrijke tips ter harte neemt, haalt u het meeste rendement uit uw computer. Doet u dit niet, dan kan dit leiden tot ongemak en zelfs letsel. Bovendien kan de computer dan storingen vertonen en schade oplopen. Bescherm uzelf goed tegen de warmte die door de computer wordt gegenereerd. Als de computer aan staat of als de batterij wordt opgeladen, kunnen de onderkant, de polssteun en bepaalde andere onderdelen warm worden.
Als u de computer verplaatst, zorg dan dat deze goed beschermd is (inclusief de gegevens). Als u een computer verplaatst die is uitgerust met een vaste-schijfstation, doet u het volgende: • Zet de computer uit. • Zet de computer in de slaapstand. • Zet de computer in de sluimerstand. Dit helpt om schade aan de computer en verlies van gegevens te voorkomen. Ga te allen tijde voorzichtig om met uw computer.
(“knoopcellen”) zijn verwerkt, waarmee de systeemklok in stand wordt gehouden wanneer de stekker niet in het stopcontact zit. De veiligheidsvoorschriften voor batterijen gelden dus voor alle computerproducten. Situaties waarin onmiddellijk handelen vereist is Door misbruik of achteloosheid kunnen producten beschadigd raken.
CRU's zijn door Lenovo voorzien van documentatie met instructies voor vervanging van deze onderdelen door de klant. Volg bij het installeren of vervangen van dergelijke onderdelen steeds de instructies. Dat het aan/uit-lampje niet brandt, betekent niet noodzakelijkerwijs dat het spanningsniveau binnenin een product nul is.
Gebruik geen voedingsadapter die sporen vertoont van corrosie aan de invoerpennen of sporen van oververhitting (zoals vervormd plastic) bij de aansluiting of op een ander deel van de voedingsadapter. Maak nooit gebruik van een netsnoer waarvan de contactpunten sporen van roest, corrosie of oververhitting vertonen of waarvan het snoer of de stekker op welke manier dan ook beschadigd is.
Kennisgeving voedingseenheid GEVAAR Verwijder nooit de kap van de voedingseenheid of van enige component waarop het volgende label is bevestigd. Gevaarlijke spanning-, stroom-, en energieniveaus zijn aanwezig in iedere component waarop dit etiket is geplakt. Deze componenten bevatten geen onderdelen die kunnen worden vervangen of onderhouden. Als u vermoedt dat er met een van deze onderdelen een probleem is, neem dan contact op met een onderhoudstechnicus.
Gooi de batterij niet bij het normale huisvuil weg. Behandel oude batterijen als klein chemisch afval. Kennisgeving voor verwijderbare oplaadbare batterij GEVAAR Laad de batterij uitsluitend op volgens de instructies in de productdocumentatie. Als de batterij niet op de juiste manier in het apparaat wordt geïnstalleerd, kan hij ontploffen. De batterij bevat een kleine hoeveelheid schadelijke stoffen.
Perchloraat materiaal - speciale behandeling kan een vereiste zijn, zie www.dtsc.ca.gov/hazardouswaste/perchlorate Warmteproductie en ventilatie GEVAAR Computers, wisselstroomadapters en veel accessoires genereren warmte als ze aan staan en als een batterij wordt opgeladen. Door hun compacte formaat kunnen notebookcomputers een aanzienlijke hoeveelheid warmte produceren.
Veiligheidsvoorschriften voor elektriciteit GEVAAR Elektrische stroom van lichtnet-, telefoon- en communicatiekabels is gevaarlijk. Houd u ter voorkoming van een schok aan het volgende: • Gebruik de computer niet tijdens onweer. • Sluit geen kabels aan, haal geen kabels los, en voer geen installatie-, onderhouds- of herconfiguratiewerkzaamheden op dit product uit tijdens een elektrische storm. • Sluit alle netsnoeren aan op correct bedrade, geaarde stopcontacten.
uit het scherm in uw ogen of op uw handen komt, moet u de besmette lichaamsdelen onmiddellijk gedurende minstens 15 minuten met water spoelen. Mocht u klachten krijgen of mochten er andere symptomen optreden, raadpleeg dan een arts. Opmerking: Voor producten met fluorescentielampen met kwik (bijvoorbeeld niet-LED) bevat de fluorescentielamp in het liquid crystal display (LCD) kwik. Het scherm moet worden afgedankt met inachtneming van de lokale, provinciale of nationale wetten.
beschouwd als kankerverwekkend en als veroorzaker van geboorteafwijkingen of andere reproductieve schade. Was uw handen na aanraking.
xvi ThinkPad P70 Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 1.
1 Camera (op bepaalde modellen) Gebruik de camera om foto's te maken en videovergaderingen te houden. Meer informatie vindt u in “De camera gebruiken” op pagina 36. 2 Microfoons Met de microfoons kunt u geluiden en spraak vastleggen met een softwareprogramma voor audio. 3 Scherm (multitouch-scherm op bepaalde modellen) Met het multi-touchscherm kunt u de computer met eenvoudige aanraakbewegingen gebruiken. Meer informatie vindt u in “Werken met het multitouch-scherm” op pagina 21.
Linkerkant Figuur 2. Linkerkant 1 Ventilatieopeningen 2 Always On USB 3.0-aansluiting 3 Serial Ultrabay™ Enhanced-compartiment (beschikbaar op bepaalde modellen) 4 Smartcardsleuf (beschikbaar op bepaalde modellen) 1 Ventilatieopeningen De ventilatieopeningen en de interne ventilator laten lucht in de computer circuleren en zorgen voor een goede koeling, met name om de microprocessor te koelen. Opmerking: Voor een goede luchtcirculatie plaatst u geen obstakels voor de ventilatieopeningen.
Rechterkant Figuur 3. Rechterkant 1 Audio-aansluiting 2 USB 3.0-aansluitingen 3 Mediakaartsleuf 4 ExpressCard-sleuf 5 Mini 6 Ventilatieopeningen DisplayPort®-aansluiting 7 Sleuf voor het veiligheidsslot 1 Audio-aansluiting Sluit een hoofdtelefoon of headset met een vierpolige 3,5 mm stekker aan op de audio-aansluiting om naar geluid op de computer te luisteren. Als u een headset met een functieschakelaar gebruikt, druk dan niet op die schakelaar terwijl u de headset gebruikt.
6 Ventilatieopeningen De ventilatieopeningen en de interne ventilator laten lucht in de computer circuleren en zorgen voor een goede koeling, met name om de microprocessor te koelen. Opmerking: Voor een goede luchtcirculatie plaatst u geen obstakels voor de ventilatieopeningen. 7 Sleuf voor het veiligheidsslot Schaf een bijpassend kabelslot aan om uw computer aan een vast voorwerp vast te maken en zo tegen diefstal te beschermen.
Achterkant Figuur 4. Achterkant 1 Ventilatieopeningen 2 Thunderbolt™ 3-aansluitingen 3 HDMI-poort 4 Ethernetpoort 5 Voedingsaansluiting 1 Ventilatieopeningen De ventilatieopeningen en de interne ventilator laten lucht in de computer circuleren en zorgen voor een goede koeling, met name om de microprocessor te koelen. Opmerking: Voor een goede luchtcirculatie plaatst u geen obstakels voor de ventilatieopeningen.
5 Voedingsaansluiting Sluit de computer aan op de netvoedingsaansluiting op het lichtnet. Onderkant Figuur 5. Onderkant 1 Afvoergaten toetsenbord 2 Verwisselbare batterij 3 Micro-SIM-kaartsleuf 4 Ventilatieopeningen 5 Dockingstationaansluiting 1 Afvoergaten toetsenbord Via de afvoergaten van het toetsenbord kan vloeistof uit uw computer worden afgevoerd als u per ongeluk water of een drankje over het toetsenbord morst.
Statuslampjes In dit onderwerp vindt u informatie over de plaats van en het opsporen van de verschillende statuslampjes op uw computer. Opmerking: Mogelijk ziet uw computer er enigszins anders uit dan in de volgende afbeeldingen wordt getoond. 1 Statuslampje Apparaat in gebruik Als dit lampje knippert, worden door het opslagapparaat van uw computer gegevens geschreven of gelezen. In deze periode moet u de computer niet in de slaapstand plaatsen, het opslagapparaat verwijderen of de computer uitschakelen.
• Knippert drie keer: de voeding naar de computer wordt voor de eerste keer ingeschakeld. • Aan: de computer staat aan (in de normale werkstand). • Uit: de computer staat uit of staat in de sluimerstand. • Knippert snel: de computer gaat naar de sluimerstand of naar de slaapstand. • Knippert langzaam: de computer staat in de slaapstand. Opmerking: Als de computer van een kleursensor is voorzien, werkt het systeemstatuslampje 10 tevens als het kleursensorlampje.
In de onderstaande afbeelding ziet u de locatie van het machinetype en modelnummer van uw computer: FCC ID en IC-certificeringsnummer De FCC en IC Certification-informatie vindt u op een label dat op de onderkant van de computer is aangebracht, zoals te zien is in de volgende afbeelding. Opmerking: Mogelijk ziet uw computer er enigszins anders uit dan in de volgende afbeeldingen wordt getoond.
Opmerking: Zorg ervoor dat u, voor de draadloze module die door de gebruiker kan worden geïnstalleerd, alleen door Lenovo goedgekeurde draadloze modules gebruikt voor de computer. Doet u dit niet, dan wordt er een foutbericht weergegeven en geeft de computer een geluidssignaal wanneer u de computer aanzet.
Functies De functies van de computer die in dit gedeelte worden uitgelegd, zijn van toepassing op verschillende modellen. Afhankelijk van uw specifieke computermodel zijn sommige functies anders of niet van toepassing. Microprocessor Ga als volgt te werk om de microprocessorgegevens van uw computer weer te geven: • Windows 7: open het menu Start, klik met de rechtermuisknop op Computer en klik vervolgens op Eigenschappen.
• HDMI-poort • Mediakaartsleuf • Sleuf voor Micro-SIM-kaart (in het batterijcompartiment) • Mini DisplayPort-aansluiting • Serial Ultrabay Enhanced-compartiment (beschikbaar op bepaalde modellen) • Smartcardsleuf (beschikbaar op bepaalde modellen) • Twee Thunderbolt 3-aansluitingen Beveiligingsvoorzieningen • Vingerafdruklezer • Kabelslot Draadloze voorzieningen • Bluetooth • Draadloos LAN • Draadloos WAN (beschikbaar op bepaalde modellen) Overige • Camera (op bepaalde modellen) • Kleurensensor (beschikbaar
• Maximumhoogte zonder kunstmatige druk: 3048 m • Temperatuur – Op hoogten tot 2438 m – In bedrijf: 5,0 °C tot 35,0 °C – In opslag: 5,0 °C tot 43,0 °C – Op hoogten boven 2438 m – Maximumtemperatuur bij werking zonder kunstmatige druk: 31,3 °C Opmerking: Bij het opladen van de batterij moet de temperatuur minimaal 10 °C zijn.
Kennismaking met Lenovo-programma's In dit onderwerp vindt u een korte introductie van Lenovo-programma's. Afhankelijk van uw computermodel zijn sommige programma's mogelijk niet beschikbaar. Access Connections™ (Windows 7) Het Access Connections-programma is een hulpprogramma voor verbindingen voor het maken en beheren van locatieprofielen.
Lenovo Companion De beste functies en mogelijkheden van uw computer moeten eenvoudig toegankelijk en makkelijk te begrijpen zijn. Met Lenovo Companion zijn ze dat. (Windows 10) Gebruik Lenovo Companion om het volgende te doen: • Optimaliseer de prestaties van uw computer, houd de status van uw computer in de gaten en beheer updates. • Open de gebruikershandleiding, controleer de garantiestatus en bekijk accessoires die speciaal voor uw computer geschikt zijn.
Mobile Broadband Connect (Windows 7 en Windows 10) Message Center Plus (Windows 7) Password Manager U kunt het Mobile Broadband Connect-programma gebruiken om via een ondersteunde WAN-kaart verbinding te maken met een netwerk voor mobiel breedband. Het Message Center Plus-programma geeft automatisch berichten weer om u te informeren over belangrijke meldingen van Lenovo, zoals meldingen van systeemupdates en situaties waarvoor uw aandacht is vereist.
18 ThinkPad P70 Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 2. De computer gebruiken In dit hoofdstuk vindt u informatie over het gebruik van enkele functies van de computer.
• Windows 7: open het menu Start en klik dan op Afsluiten. • Windows 10: open het menu Start, klik op Aan/uit en klik vervolgens op Afsluiten. Hoe open ik het Configuratiescherm? • Windows 7: open het menu Start en klik op Configuratiescherm. • Windows 10: klik met de rechtermuisknop op de knop Start en klik vervolgens op Configuratiescherm.
• Windows 7: open het menu Start en klik op Hulp en ondersteuning. • Windows 10: open het menu Start en klik op Aan de slag in het rechterpaneel. U kunt bovendien de persoonlijke assistent Cortana® gebruiken om te zoeken naar hulpmiddelen, apps, bestanden, instellingen, etc. Werken met het multitouch-scherm In dit onderwerp vindt u instructies voor het gebruik van het multitouch-scherm dat beschikbaar is op bepaalde modellen.
Beweging op het aanraakscherm (alleen aanraakmodellen) Beschrijving Aanraken: beweeg twee vingers verder uit elkaar. Muisactie: houdt de Ctrl-toets ingedrukt terwijl u het muiswiel vooruit beweegt. Functie: inzoomen. Aanraken: plaats twee of meer vingers op een item en draai vervolgens uw vingers linksom of rechtsom. Muisactie: klik op het pictogram draaien als de toepassing draaien ondersteunt. Functie: een item draaien.
Beweging op het aanraakscherm (alleen aanraakmodellen) Beschrijving Muisactie: klik, houd vast en beweeg de aanwijzer vanaf de bovenrand van het scherm naar de onderrand van het scherm en laat de aanwijzer dan los. Functie: sluit de huidige toepassing. Tips voor het werken met het multitouch-scherm • Het multitouch-scherm is gemaakt van glas met daar overheen een plastic film. Oefen nooit druk uit op of plaats geen metalen voorwerp op het scherm omdat het multitouch-scherm beschadigd of defect kan raken.
• + Hiermee schakelt u de Fn Lock-functie in of uit. Wanneer de Fn Lock-functie ingeschakeld is: het Fn Lock-lampje brandt. Om de F1-F12-functies te gebruiken, drukt u direct op de functietoets. Om de speciale functies die op elke toets als pictogram zijn aangegeven te gebruiken, drukt u tegelijkertijd op Fn en de bijbehorende functietoets. Wanneer de Fn Lock-functie uitgeschakeld is: het Fn Lock-lampje brandt niet.
• Fn+P: heeft dezelfde functie als de toets Pause. • Fn+S: heeft dezelfde functie als de toets SysRq. 3 Windows-toets Druk op de Windows-toets om het menu Start te openen. Raadpleeg de Help-informatie van het Windows-besturingssysteem voor informatie over het gebruik van de Windows-knop met andere knoppen. Het ThinkPad-aanwijsapparaat gebruiken Met het ThinkPad-aanwijsapparaat kunt u alle functies van een traditionele muis uitvoeren, zoals het aanwijzen en klikken.
De trackpad met knoppen gebruiken Het trackpad met knoppen bestaat uit de volgende onderdelen: 1 Trackpad 2 rechtermuisknop (secundaire muisknop) 3 middelste muisknop 4 linkermuisknop (primaire muisknop) Om de aanwijzer over het scherm te verplaatsen, schuift u met uw vingertop over het trackpad 1 in de bijbehorende richting. De functies van de rechtermuisknop 2 , de middelste muisknop 3 en de linkermuisknop 4 komen overeen met die van de rechter- en linkerknop en middelste knop op een conventionele muis.
Tikken Tik met één vinger op een willekeurige plek op de trackpad om een item te selecteren of te openen. Met twee vingers tikken Tik met twee vingers op een willekeurige plek op de trackpad om een snelmenu weer te geven. Met twee vingers bladeren Plaats twee vingers op het trackpad en beweeg ze in een verticale of horizontale richting. Met deze actie kunt u door documenten, websites en apps bladeren.
Energiebeheer In dit gedeelte wordt beschreven hoe u netvoeding en batterijvoeding moet gebruiken om de beste balans tussen snelheid en energiebeheer te vinden. De wisselstroomadapter gebruiken De energiebron voor uw computer kan van de batterij of van de AC-adapter komen. Terwijl u gebruikmaakt van de wisselstroomadapter, worden de batterijen automatisch opgeladen. Uw computer wordt geleverd met een wisselstroomadapter en een netsnoer.
Tips voor het gebruik van de wisselstroomadapter • Haal de stekker uit het stopcontact als de wisselstroomadapter niet in gebruik is. • Wikkel het netsnoer niet strak om de transformator van de wisselstroomadapter als het op de transformator is aangesloten. De batterij gebruiken Als u met uw computer wilt werken terwijl er geen stopcontact in de buurt is, bent u voor de voeding van uw computer afhankelijk van de batterij. Verschillende componenten van de computer hebben een verschillend stroomverbruik.
Als er een stopcontact in de buurt is, sluit de computer dan aan op netvoeding. Het duurt ongeveer vier tot acht uur om de batterij volledig op te laden. De werkelijke oplaadtijd is afhankelijk van de batterijgrootte, de fysieke omgeving en of u de computer al dan niet gebruikt. U kunt op elk gewenst moment de laadstatus van de batterij op het batterijstatuspictogram in het Windows-systeemvak controleren.
GEVAAR Als de oplaadbare batterij niet op de juiste manier in het apparaat wordt geïnstalleerd, kan hij ontploffen. De batterij bevat een kleine hoeveelheid schadelijke stoffen. Om verwondingen te voorkomen, dient u zich aan de volgende richtlijnen te houden: • Vervang de batterij alleen door een door Lenovo aanbevolen batterij van hetzelfde type. • Houd de batterij uit de buurt van open vuur. • Stel de batterij niet bloot aan overmatige warmte. • Stel de batterij niet bloot aan water of regen.
1. Ga naar het Configuratiescherm en wijzig de weergave hiervan van Categorie in Grote pictogrammen of Kleine pictogrammen. 2. Klik op Energiebeheer. 3. Volg de aanwijzingen op het scherm. Voor meer informatie kunt u het Help-informatiesysteem van het programma raadplegen. Spaarstanden Er zijn diverse spaarstanden beschikbaar die u kunt gebruiken om energie te besparen. In dit gedeelte maakt u kennis met elk van die spaarstanden en vindt u tips voor het zo effectief mogelijk werken op batterijenergie.
• Draadloos uit Wanneer u geen gebruik maakt van de functies voor draadloze communicatie, zoals Bluetooth of draadloos LAN, kunt u deze uitschakelen om energie te besparen. Verbinding maken met het netwerk Uw computer beschikt over een of meer netwerkkaarten waarmee u uw computer met internet of andere netwerken kunt verbinden. Ethernet-verbindingen Via de in de computer ingebouwde Ethernet-functie kunt u verbinding maken met een lokaal netwerk of een breedbandverbinding.
1. Klik op het statuspictogram voor draadloze netwerkverbindingen in het systeemvak van Windows. Er wordt een lijst met beschikbare draadloze netwerken weergegeven. 2. Dubbelklik op een netwerk om verbinding mee te maken. Verstrek indien nodig de vereiste informatie. De computer maakt automatisch verbinding met een beschikbaar draadloos netwerk als de locatie verandert. Open Centrum voor netwerk en delen om meerdere netwerkprofielen te beheren.
• Zet de computer niet te dicht bij stenen of betonnen muren; deze kunnen het signaal blokkeren. • De beste ontvangst hebt u meestal in de buurt van ramen en op plaatsen waar u ook met uw mobieltje het beste bereik hebt. De status van de draadloos-WAN-verbinding controleren U kunt de status van de draadloos-WAN-verbinding controleren via het pictogram voor draadloze netwerkverbinding in het systeemvak van Windows. Hoe meer balken, des te beter het signaal is.
De computer beschikt tevens over een audiochip waarmee u kunt genieten van allerhande multimediamogelijkheden, zoals de volgende: • Compatibel met High Definition Audio • Afspelen van MIDI- en MP3-bestanden • Opnemen en weergeven van PCM- en WAV-bestanden • Opnemen van diverse typen geluidsbronnen, bijvoorbeeld een aangesloten hoofdtelefoon In de volgende tabel kunt u zien welke functies van de audio-apparatuur die is aangesloten op uw computer of dockingstation worden ondersteund. Tabel 1.
De kleurensensor gebruiken Bepaalde computermodellen zijn uitgerust met een kleurensensor. Met de kleurensensor kunt u de kleuren van uw computerbeeldscherm meten en zodanig aanpassen dat de kleuren zo natuurgetrouw mogelijk worden weergegeven. Hierdoor worden kleurenafbeeldingen of graphics zo goed mogelijk volgens de oorspronkelijke inhoud gerenderd. Het kleurenprofiel voor ThinkPad-computerschermen is in de fabriek al op uw computer geïnstalleerd.
Ondersteunde smartcardtype Smartcards kunnen worden gebruikt voor verificatie, gegevensopslag en de verwerking van toepassingen. Smartcards kunnen ook sterke beveiligingsverificatie voor eenmalig aanmelden binnen grote organisaties bieden. De smartcardlezer op uw computer ondersteunt alleen de smartcard van de volgende specificaties: • Lengte: 85,60 mm • Breedte: 53,98 mm • Dikte: 0,76 mm Plaats geen smartcards met spleten in uw computer. Anders kan de smartcardlezer beschadigd raken.
Een ExpressCard, een mediakaart of een smartcard verwijderen Attentie: • Voordat u een kaart verwijdert, dient u de kaart eerst te stoppen. Doet u dat niet, dan kunnen de gegevens op de kaart beschadigd raken. • Als u gegevens overbrengt van of naar een ExpressCard, mediakaart of een smartcard, plaats de computer dan niet in de sluimerstand of de slaapstand voordat de gegevensoverdracht voltooid is; anders kunnen uw gegevens beschadigd raken.
Als uw computer het externe beeldscherm niet detecteert, klik dan met de rechtermuisknop op het bureaublad en klik op Schermresolutie/Beeldscherminstellingen ➙ Detecteren. • Een draadloos beeldscherm aansluiten Opmerking: Als u een draadloos beeldscherm wilt gebruiken, zorg dan dat uw computer en het externe beeldscherm de functie Wi-Di of Miracast ondersteunen. – Windows 7 Start het Intel® Wi-Di-programma. Selecteer het gewenste draadloze beeldscherm in de lijst en volg de instructies op het scherm.
2. Selecteer het beeldscherm dat u wilt configureren. 3. Breng de gewenste wijzigingen aan in de weergave-instellingen. Opmerking: Als u een hogere resolutie instelt voor het computerbeeldscherm dan voor het externe beeldscherm, kan slechts een deel van het scherm op het externe beeldscherm worden afgebeeld. Hoofdstuk 2.
42 ThinkPad P70 Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 3. De computer uitbreiden In dit hoofdstuk vindt u instructies voor het gebruiken van hardwareapparaten om de mogelijkheden van uw computer uit te breiden. • “Opties voor de ThinkPad zoeken” op pagina 43 • “ThinkPad Pen Pro” op pagina 43 • “ThinkPad Workstation Dock” op pagina 45 Opties voor de ThinkPad zoeken Als u de mogelijkheden van uw computer wilt uitbreiden, heeft Lenovo allerlei hardwaretoebehoren en upgrades om aan uw wensen tegemoet te komen.
Overzicht van pen 1 Dopje Draai het dopje los om een batterij te plaatsen of te vervangen. 2 Rechterklikknop Om met de rechtermuisknop te klikken tikt u met de punt op het scherm en klikt u op de rechterklikknop, of houd de penpunt gedurende één seconde op het scherm. 3 Wisknop Om tekst of afbeeldingen te wissen, houdt u de wisknop ingedrukt en sleept u de punt over het gebied dat u wilt wissen. 4 Penpunt Om te klikken tikt u met de punt op het scherm.
ThinkPad Workstation Dock Afhankelijk van het model wordt uw computer mogelijk met een ThinkPad Workstation Dock geleverd (hierna wordt dit het dockingstation genoemd). Sluit uw computer aan op het dockingstation om het werkende vermogen uit te breiden. Attentie: Wanneer de computer aan een dockingstation is gekoppeld, til deze combinatie dan nooit alléén op aan de computer. Houd altijd beide apparaten vast. Anders kan het dockingstation vallen.
1 Always On USB-aansluiting Gebruik de Always On USB-aansluiting voor het opladen van USB-compatibele apparaten. 2 USB 3.0-aansluitingen Gebruik de USB 3.0-aansluitingen voor het aansluiten van USB-compatibele apparaten zoals een USB-toetsenbord, USB-muis, USB-opslagapparaat of USB-printer. 3 Ethernet-poort Sluit de computer aan op een LAN via de Ethernet-poort.
Het dockingstation aansluiten op de computer U kunt het dockingstation als volgt op uw computer aansluiten: 1. Koppel alle kabels en apparaten los van de computer. Zorg ervoor dat de systeemslotsleutel in de ontgrendelde stand (horizontaal) is gedraaid (zie afbeelding). 2. Sluit de computer zoals afgebeeld op het dockingstation aan totdat u een klik hoort 1 . Zet de systeemslotsleutel in de vergrendelde stand (verticaal) 2 . 3. Controleer de dockingstatusindicator.
2. Zet de systeemslotsleutel in de ontgrendelde stand (horizontaal). 3. Druk op de uitwerpknop om de computer uit te werpen 1 en pak de computer aan de zijkanten vast om deze te verwijderen 2 . Richtlijn voor het aansluiten van meerdere externe beeldschermen op het dockingstation Gebruik de aansluitingen zoals afgebeeld niet tegelijkertijd om meerdere beeldschermen aan te sluiten. Doet u dat wel, dan werkt een van de beeldschermen niet meer.
Hoofdstuk 4. U en uw computer In dit hoofdstuk krijgt u informatie over hoe u toegang tot uw computer krijgt, over comfort en over hoe u met uw computer op reis gaat. Toegankelijkheid en comfort Ergonomische gewoonten zijn belangrijk; niet alleen om zo veel mogelijk uit uw pc te halen, maar vooral ook om ongemak te voorkomen. Richt uw werkplek zodanig in dat de opstelling van de apparatuur aansluit bij uw individuele wensen en bij het soort werk dat u doet.
De plaats van armen en handen: maak gebruik van de armsteunen, indien aanwezig, of van een deel van het bureaublad om uw armen op te laten rusten. Houd uw onderarmen, polsen en handen in een ontspannen, neutrale (horizontale) positie. Typ met een zachte aanslag. Bovenbenen: houd uw bovenbenen horizontaal en zet uw voeten plat op de grond of op een voetensteun.
Sneltoets Functie Toets met het Windows-logo+U Het Toegankelijkheidscentrum openen Rechter Shift-toets gedurende acht seconden ingedrukt houden De filtertoetsen in- of uitschakelen Vijf keer op Shift drukken De Plaknotitietoetsen in- of uitschakelen Num Lock gedurende vijf seconden ingedrukt houden De wisseltoetsen in- of uitschakelen Linker Alt-toets+Linker Shift-toets+Num Lock indrukken De muistoetsen in- of uitschakelen Linker Alt-toets+Linker Shift-toets+PrtScn (of PrtSc) indrukken Hoog con
Spraakherkenning Met spraakherkenning kunt u uw computer besturen met behulp van uw stem. Alleen al met uw stem kunt u programma's starten, menu's openen, op voorwerpen op het scherm klikken, tekst dicteren in documenten, en e-mails schrijven en verzenden. Alles wat u doet met het toetsenbord en de muis kunt u ook met alleen uw stem doen. U gebruikt Spraakherkenning als volgt: 1. Ga naar het Configuratiescherm en zorg ervoor dat u het Configuratiescherm op Categorie bekijkt. 2.
– Wijzig de grootte van de items op het bureaublad of in een venster. Opmerking: Deze functie werkt mogelijk niet in alle vensters. Als uw muis een wiel heeft, houdt u Ctrl ingedrukt en bladert u met het wieltje om de itemgrootte te wijzigen. Aansluitingen met industriële standaard Uw computer beschikt over aansluitingen met industriële standaard waarop u hulpapparaten kunt aansluiten.
Accessoires voor op reis Hieronder vindt u een lijst met zaken die u weleens nodig zou kunnen hebben als u op reis bent: • ThinkPad wisselstroomadapter • ThinkPad Pen Pro • ThinkPad WorkStation Dock • Mini-DisplayPort to HDMI-adapter • Externe muis (als u gewend bent om hiermee te werken) • Ethernet-kabel • Extra batterij, opgeladen • Een hoogwaardige draagtas die voldoende steun en bescherming biedt • Externe opslagapparatuur Als u naar het buitenland reist, zijn de volgende items ook het overwegen waard:
Hoofdstuk 5. Beveiliging In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de computer beschermt tegen diefstal en gebruik door onbevoegden.
1. Start de computer opnieuw. Wanneer het logoscherm wordt getoond, drukt u op F1 om het programma ThinkPad Setup te starten. 2. Selecteer Security ➙ Password ➙ Power-on Password met behulp van de cursortoetsen. 3. Afhankelijk van uw behoefte doet u één van de volgende dingen: • Om het wachtwoord in te stellen, doet u het volgende: a. Typ een gewenst wachtwoord in het veld Enter New Password en druk vervolgens op Enter. b. Typ in het veld Confirm New Password opnieuw uw wachtwoord en druk op Enter.
– De volgende functies in- of uitschakelen: – Lock UEFI BIOS Settings – Password at unattended boot – Boot Device List F12 Option – Boot Order Lock – Flash BIOS Updating by End-Users – Secure RollBack Prevention – Execution Prevention – Beveiligingsmodus – Prioriteit vingerafdruklezer Opmerkingen: • Om het beheer te vereenvoudigen, kan de systeembeheerder op meerdere ThinkPad-notebookcomputers hetzelfde beheerderswachtwoord instellen.
vervangen. U moet hiervoor het bewijs van aankoop kunnen overleggen. Bovendien kunnen er kosten voor onderdelen en service in rekening worden gebracht.
4. Het venster Setup Notice wordt geopend. Druk op Enter om door te gaan. 5. Druk op F10. Het venster Setup Confirmation wordt geopend. Selecteer Yes om de configuratiewijzigingen op te slaan en af te sluiten. De volgende keer dat u de computer aanzet, voert u het gebruikerswachtwoord of masterwachtwoord voor de vaste schijf in om toegang te krijgen tot de vaste schijf.
• Als u een vaste-schijfwachtwoord van meer dan zeven tekens instelt, kan het opslagstation alleen worden gebruikt met een computer die een vaste-schijfwachtwoord van meer dan zeven tekens kan herkennen. Als u vervolgens het opslagstation installeert in een computer die geen vaste-schijfwachtwoord van meer dan zeven tekens kan herkennen, kunt u geen toegang krijgen tot het station. • Noteer het wachtwoord en bewaar het wachtwoord op een veilige plaats.
BitLocker maakt voor het beveiligen van uw gegevens en voor het bewaken van de integriteit van de “early boot”-component gebruik van een Trusted Platform Module (TPM). Een compatibele TPM wordt gedefinieerd als een V 1.2 TPM. U kunt de status van BitLocker als volgt controleren: ga naar het Configuratiescherm en klik op Systeem en beveiliging ➙ BitLocker-stationsversleuteling.
De vingerafdruklezer gebruiken Afhankelijk van het model kan uw computer worden geleverd met een vingerafdruklezer. Vingerafdrukverificatie kan uw wachtwoorden, zoals het Windows-wachtwoord, een systeemwachtwoord en het vaste-schijfwachtwoord vervangen. Op deze manier kunt u zich eenvoudig en veilig op uw computer aanmelden. Om vingerafdrukverificatie in te schakelen moet u uw vingerafdrukken eerst registreren.
Uw vinger scannen Tik op de vingerafdruklezer met het bovenste vingerkootje om uw vinger te scannen en houd uw vinger een of twee seconden op de lezer. Gebruik niet teveel druk. Vervolgens tilt u de vinger op om één scan te voltooien. Indicatielampjes van de vingerafdruklezer Indicatielampjes Beschrijving 1 Uit De vingerafdruklezer is niet klaar om op te tikken. 2 Onafgebroken groen De vingerafdruklezer is klaar om op te tikken. 3 Oranje, knipperend De vingerafdruk is niet goedgekeurd.
Als u de computer opnieuw start, kunt u uw vingerafdrukken gebruiken om u op de computer aan te melden zonder dat u uw Windows-wachtwoord, systeemwachtwoord of vaste-schijfwachtwoord hoeft in te voeren. Attentie: Als u altijd uw vingerafdruk gebruikt om u aan te melden op de computer, is de kans groot dat u uw wachtwoorden vergeet. Noteer daarom uw wachtwoorden en bewaar het op een veilige plek.
• Als de vinger nat is. • De vinger die u momenteel gebruikt is nog niet geregistreerd. Om dit te verbeteren, kunt u het volgende proberen: • Maak uw handen schoon, om vuil en vocht van uw vingers te verwijderen. • Registreer een andere vinger voor verificatie. Kennisgeving inzake het verwijderen van gegevens van uw opslagstation Sommige gegevens die op het opslagstation zijn opgeslagen, kunnen gevoelig zijn.
Meer informatie over het gebruik van het firewallprogramma vindt u in de help-informatiesysteem bij het programma. Gegevens beschermen tegen virussen Op uw computer is vooraf antivirussoftware geïnstalleerd, voor het detecteren en elimineren van virussen. De antivirussoftware is bedoeld om u te helpen bij het detecteren en elimineren van virussen. Lenovo heeft een volledige versie van de antivirussoftware op uw computer geplaatst en biedt u een gratis abonnement van 30 dagen aan.
Hoofdstuk 6. Geavanceerde configuratie In dit hoofdstuk krijgt u de volgende informatie voor het configureren van de computer: • “Een nieuw besturingssysteem installeren” op pagina 67 • “Stuurprogramma's installeren” op pagina 69 • “Het programma ThinkPad Setup gebruiken” op pagina 69 Een nieuw besturingssysteem installeren In sommige gevallen moet u mogelijk een nieuw besturingssysteem installeren. In dit onderwerp vindt u instructies voor het installeren van een nieuw besturingssysteem.
9. Installeer de e Windows 7-herstelmodules. U vindt de herstelmodules voor Windows 7 in de directory C:\SWTOOLS\OSFIXES\. Ga voor meer informatie naar de thuispagina van Microsoft Knowledge Base: http://support.microsoft.com/ 10. Installeer de registerpatches, bijvoorbeeld de patch voor het inschakelen van Wake on LAN from Standby voor ENERGY STAR. Ga naar de Lenovo Support-website om de registerpatches te downloaden en installeren: http://www.lenovo.
Wanneer u het besturingssysteem Windows 10 installeert, hebt u mogelijk een van de volgende land- of regiocodes nodig: Land of regio Code Land of regio Code China SC Nederland NL Denemarken DK Noorwegen NO Finland FI Spanje SP Frankrijk FR Zweden SV Duitsland GR Taiwan en Hongkong TC Italië IT Verenigde Staten US Japan JP Stuurprogramma's installeren Stuurprogramma is het programma dat een specifiek hardware-apparaat van de computer regelt.
• Druk op F6 om de waarde te verhogen. • Druk op F5 om de waarde te verlagen. Opmerking: De standaardwaarden zijn vetgedrukt. 4. Als u andere configuraties wilt wijzigen, drukt u op de Esc-knop om het submenu af te sluiten en terug te keren naar het hoofdmenu. 5. Zodra u klaar bent met de configuratie, drukt u op F10 om de instellingen op te slaan en af te sluiten. U kunt ook het tabblad Restart in het menu ThinkPad Setup selecteren en uw computer via een van de volgende opties opnieuw opstarten.
Tabel 2. Opties in het menu Config Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen Network Wake On LAN • Disabled U kunt ervoor zorgen dat de computer wordt ingeschakeld, wanneer de Ethernet-controller een bestandscode (magic, een speciale netwerkmelding) ontvangt. • AC Only • AC and Battery Als u AC Only selecteert, is Wake on LAN alleen ingeschakeld, wanneer de voedingsadapter is aangesloten. Als u AC and Battery selecteert, dan is Wake on LAN altijd ingeschakeld, ongeacht de voedingsbron.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen USB USB UEFI BIOS Support • Disabled De opstartondersteuning voor USB-opslagapparaten in- of uitschakelen. • Enabled Always On USB • Disabled • Enabled Als u Enabled selecteert, kunnen externe USB-apparaten via de USB-aansluitingen worden opgeladen, zelfs wanneer de computer in een energiebesparingsmodus staat (sluimerstand, slaapstand of voeding uit).
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen Ctrl-toets. De Ctrl-toets fungeert als Fn-toets. F1–F12 as primary function • Disabled Schakel de F1-F12-functie of de speciale functie in die als pictogram op de toetsen als primaire functie is aangegeven. • Enabled Enabled: voert de F1-F12-functie uit. Disabled: voert de speciale functie uit. Om de bovenstaande twee opties tijdelijk te verwisselen, drukt u op Fn+Esc om FnLock in te schakelen.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen Hybrid graphics • Disabled Schakel de modus Hybride graphics in of uit. • Enabled Opmerking: Dit menu wordt alleen afgebeeld als de computer de functie Hybride graphics ondersteunt. Total Graphics Memory • 256 MB • 512 MB Wijs het totale geheugen toe dat de interne graphics van Intel deelt. Opmerking: Als u 512 MB selecteert, kan het maximale bruikbare geheugen op het 32-bit besturingssysteem worden beperkt.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen • Balanced Balanced: evenwichtige verdeling tussen geluid, temperatuur en prestaties. Opmerking: Elk schema beïnvloedt het geluid van de ventilator, de temperatuur en de prestaties.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen Beep and Alarm Password Beep • Disabled Schakel deze optie in zodat er een geluidssignaal klinkt wanneer het systeem wacht op invoer van een systeemwachtwoord, vaste-schijfwachtwoord of beheerderswachtwoord. Er klinken verschillende geluidssignalen wanneer het ingevoerde wachtwoord al dan niet met het geconfigureerde wachtwoord overeenkomt.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen tijdens de zelftest bij het inschakelen (POST) om het venster Startup Interrupt Menu weer te geven. CIRA Timeout 0-255 Opmerking: De standaardwaarde is 60 seconden. Stel de time-out voor het tot stand brengen van CIRA-verbinding in. De selecteerbare tweede waarden zijn van 1 tot 254. Als u 0 selecteert, wordt 60 seconden gebruikt als de standaardtime-outwaarde.
Tabel 3. Opties in het menu Security Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen Password Supervisor Password • Disabled Zie “Supervisorwachtwoord” op pagina 56.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen een minimumlengte voor wachtwoorden opgeeft, kunnen andere gebruikers de wachtwoordlengte niet wijzigen. Power-On Password • Disabled Zie “Power-on password” op pagina 55.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen Opmerking: Intel PTT kan in combinatie met het besturingssysteem Microsoft Windows 8 of later worden gebruikt. Security Chip • Active • Inactive • Disabled (Voor Discrete TPM) Als u Active selecteert, wordt de Security Chip gebruikt. Selecteert u Inactive, dan is de beveiligings-chip wel zichtbaar, maar wordt deze niet gebruikt.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen Memory Protection Execution Prevention • Disabled Sommige computervirussen en wormen zorgen ervoor dat geheugenbuffers overlopen. Door Enabled te selecteren kunt u de computer beschermen tegen aanvallen van dergelijke virussen en wormen. Als na het selecteren van Enabled blijkt dat een programma niet meer correct werkt, selecteer dan Disabled en zet de instelling terug.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen ExpressCard Slot • Disabled Als u Enabled selecteert, kunt u de ExpressCard-sleuf gebruiken. • Enabled USB Type_C • Disabled • Enabled Internal Device Access Bottom Cover Tamper Detection • Disabled Anti-Theft Computrace Module Activation • Disabled • Enabled • Enabled • Permanently Disabled Als u Enabled selecteert, kunt u de functie USB Type_C gebruiken. Detectie van geknoei in- en uitschakelen.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen certificaten installeren nadat u deze optie hebt geselecteerd. Intel (R) SGX Intel (R) SGX Control • Disabled • Enabled • Software Controlled Met deze optie kunt u de SGX-functie van Intel (Software Guard Extensions) in- en uitschakelen. Disabled: SGX staat uit. Enabled: SGX staat aan. Software Controlled: Software Guard Extensions worden door het besturingssysteem geregeld.
Tabel 4. Opties in het menu Startup Menu-item Waarde Opmerkingen Boot Selecteer het opstartapparaat wanneer u op de aan/uit-knop drukt om de computer in te schakelen. Network Boot Selecteer het opstartapparaat, wanneer het systeem via het LAN ontwaakt. Als Wake On LAN is ingeschakeld, kan de netwerkbeheerder alle computers in een LAN op afstand starten met behulp van netwerkbeheersoftware.
Menu Restart Selecteer Restart in het ThinkPad Setup-menu om het ThinkPad Setup-programma af te sluiten en de computer opnieuw op te starten. Het volgende submenu´s worden afgebeeld: • Exit Saving Changes: Sla de wijzigingen op en start de computer opnieuw op. • Exit Discarding Changes: Annuleer de wijzigingen en start de computer opnieuw op. • Load Setup Defaults: Herstel de fabrieksinstellingen. Opmerking: Schakel OS Optimized Defaults in om aan de Windows 10-certificatievoorschriften te voldoen.
PXE-technologie De Preboot eXecution Environment (PXE)-technologie vereenvoudigt het pc-beheer doordat deze u de mogelijkheid biedt om computer vanaf een server op te starten. De computer ondersteunt de personal computer-functies die voor PXE noodzakelijk zijn. Met de juiste LAN-kaart kan uw computer bijvoorbeeld worden gestart vanaf een PXE-server. Opmerking: De functie Remote Initial Program Load (RIPL of RPL) kan bij uw computer niet worden gebruikt.
Een Network Boot-volgorde opgeven Wanneer de computer via LAN wordt geactiveerd, start de computer op vanaf het apparaat dat is gespecificeerd in het menu Network Boot. Daarna wordt de lijst met de opstartvolgorde in het menu Boot gevolgd. U kunt als volgt een Network Boot-volgorde definiëren: 1. Start het programma ThinkPad Setup. Zie “Het programma ThinkPad Setup gebruiken” op pagina 69. 2. Selecteer Startup ➙ Network Boot. De lijst met opstartapparaten wordt dan afgebeeld. 3.
88 ThinkPad P70 Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 7. Problemen voorkomen Goed onderhoud is het behoud van uw ThinkPad-notebookcomputer. De meeste problemen kunnen worden voorkomen door het juiste onderhoud. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u uw computer het beste kunt onderhouden. • “Algemene voorzorgsmaatregelen” op pagina 89 • “Stuurprogramma's up-to-date houden” op pagina 90 • “Onderhoud van de computer” op pagina 91 Algemene voorzorgsmaatregelen • Controleer periodiek de resterende capaciteit van het opslagstation.
– Open de ThinkPad Setup en laad de standaardinstellingen. – Herstart de computer en start de herstelprocedure. – Als uw computer gebruikmaakt van schijven om de herstelprocedure uit te voeren, mag u de schijf niet uit het station verwijderen voordat u hierom wordt gevraagd. • Als u vermoedt dat er problemen zijn met het opslagstation, raadpleegt u “De oorzaak van een probleem opsporen” op pagina 95 en voert u een diagnosetest van het SSD-station uit voordat u het Customer Support Center belt.
gewenste updatepakketten hebt geselecteerd, zorgt het programma System Update ervoor dat die updates automatisch worden gedownload en geïnstalleerd. U hoeft verder niets meer te doen. Het programma System Update is op uw computer vooraf geïnstalleerd en klaar voor gebruik. De enige voorwaarde is dat u verbinding hebt met internet. U kunt het programma handmatig starten, maar er is ook een planningsfunctie beschikbaar waarmee u het programma op gezette tijden automatisch kunt laten zoeken naar updates.
• Draai uw computer niet om wanneer de wisselstroomadapter is aangesloten omdat de adapterplug kan breken. De computer voorzichtig meenemen • Voordat u de computer verplaatst, moet u alle verwisselbare opslagmedia verwijderen, alle aangesloten apparatuur uitschakelen en alle kabels en snoeren ontkoppelen. • Als u de computer in geopende toestand optilt, houd hem dan bij de onderkant vast. Til de computer nooit op aan het LCD-scherm.
De kap van de computer schoonmaken Maak de computer af en toe als volgt schoon: 1. Maak een mengsel met een mild keukenreinigingsmiddel. Het reinigingsmiddel mag geen schuurpoeder of sterke chemicaliën zoals zuur of alkaline bevatten. Gebruik vijf delen water op één deel reinigingsmiddel. 2. Doop een spons in het reinigingsmiddel. 3. Knijp het overtollige water uit de spons. 4. Veeg het deksel met een draaiende beweging van de spons schoon en let goed op dat er geen vocht in de computer druipt. 5.
94 ThinkPad P70 Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 8. Computerproblemen oplossen Dit hoofdstuk geeft informatie over wat u moet doen als er een probleem met uw computer optreedt. • “De oorzaak van een probleem opsporen” op pagina 95 • “Problemen oplossen” op pagina 95 De oorzaak van een probleem opsporen Als er problemen zijn met de computer, kunt u het beste het programma Lenovo Solution Center als uitgangspunt nemen voor het oplossen ervan.
1. Houd de aan/uit-knop ingedrukt totdat de computer is uitgeschakeld. Als het niet lukt om de computer met de aan/uit-knop uit te schakelen, verwijdert u de netvoedingsadapter en de verwisselbare batterij. Sluit nadat de computer is uitgeschakeld de netvoedingsadapter weer aan, plaats de verwisselbare batterij terug en start de computer vervolgens opnieuw op door op de aan/uit-knop te drukken. Als de computer niet opstart, ga dan door met stap 2. 2.
Foutberichten • Bericht: 0177: Ongeldige SVP-gegevens, stop POST. Oplossing: Het controlegetal voor het beheerderswachtwoord in de EEPROM is onjuist. De systeemplaat moet worden vervangen. Laat de computer nazien. • Bericht: 0183: CRC van beveiligingsinstellingen in EFI-variabele onjuist. Open de ThinkPad Setup. Oplossing: Controlegetal voor de beveiligingsinstellingen in de EFI-variabele is onjuist.
Oplossing: het M.2 SSD-station werkt niet. Laat het M.2 SSD-station nakijken. • Bericht: 2110: Leesfout op HDD0 (hoofd-HDD) Oplossing: Het vaste-schijfstation werkt niet. Laat het vaste-schijfstation nazien. • Bericht: 2111: Leesfout op SSD1 (M.2) Oplossing: het M.2 SSD-station werkt niet. Laat het M.2 SSD-station nakijken. • Bericht: 2112: Leesfout op SSD2 (M.2) Oplossing: het M.2 SSD-station werkt niet. Laat het M.2 SSD-station nakijken. • Bericht: 2200: Machinetype en serienummer zijn ongeldig.
Tabel 5. Fouten waarbij er een geluidssignaal klinkt (vervolg) Geluidssignalen Oplossing Drie korte signalen, pauze, één kort signaal, pauze, één kort signaal, pauze en nog drie korte signalen (3-1-1-3 geluidssignalen) PCI-bronprobleem. Schakel de computer onmiddellijk uit en laat de computer nazien. Vier keer vier korte geluidssignalen TCG*-probleem conform functionaliteit (kan de TPM initialisatiefout zijn). Schakel de computer onmiddellijk uit en laat de computer nazien.
2. Als het uitroepteken ! naast de naam van de adapter onder Netwerkadapters staat, gebruikt u waarschijnlijk een verkeerd stuurprogramma of een stuurprogramma dat mogelijk niet is geactiveerd. Om het stuurprogramma bij te werken, klikt u met de rechtermuisknop op de gemarkeerde adapter. 3. Klik op Stuurprogramma's bijwerken en volg de instructies op het scherm. – De switch-poort en de adapter dezelfde duplexinstelling hebben.
Opmerking: Als u Windows 7 gebruikt, klikt u op Verborgen pictogrammen weergeven in de taakbalk. Het pictogram van Access Connections wordt dan afgebeeld. Ga voor meer informatie over het pictogram naar het helpinformatiesysteem van Access Connections. Voor het Windows 7-besturingssysteem controleert u de netwerknaam (SSID) en de versleutelingsgegevens. Gebruik het programma Access Connections om de gegevens te controleren. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters.
– Als de temperatuur verandert • Probleem: het TrackPoint-aanwijsapparaat of de trackpad werkt niet. Oplossing: controleer in het venster Muiseigenschappen of het TrackPoint-aanwijsapparaat of de trackpad wel is ingeschakeld. Problemen met het toetsenbord • Probleem: Alle of enkele toetsen van het toetsenbord werken niet. Oplossing: Als er een extern numeriek toetsenblok is aangesloten, doet u het volgende: 1. Zet de computer uit. 2. Ontkoppel het externe numerieke toetsenblok. 3.
Opmerking: Als u niet zeker weet of de computer een geluidssignaal heeft gegeven, zet u de computer uit door de aan/uit-knop meer dan vier seconden ingedrukt te houden. Zet de computer daarna weer aan en luister nogmaals. Oplossing: Controleer of: – De wisselstroomadapter is aangesloten op de computer en of de stekker in een werkend stopcontact zit. – De computer aan staat. (Druk nogmaals ter bevestiging op de aan-/uitknop.) – Het helderheidsniveau van het scherm is correct ingesteld.
– de schermresolutie en de kleurdiepte goed zijn ingesteld. – het beeldschermtype goed is ingesteld. U kunt deze instellingen als volgt controleren: 1. Klik met de rechtermuisknop op het bureaublad en doe het volgende: – Windows 7: klik op Schermresolutie. – Windows 10: klik op Beeldscherminstellingen ➙ Geavanceerde beeldscherminstellingen. Opmerking: Als uw computer het externe beeldscherm niet detecteert, klikt u op Detecteren. 2. Selecteer het externe beeldscherm en stel de Resolutie in. 3.
Oplossing: om het beeld weer te geven, drukt u op de wisseltoets voor de weergavemodus selecteert u het gewenste beeldscherm. Als het probleem blijft bestaan, doet u het volgende: en 1. Sluit het externe beeldscherm aan op een andere computer om te controleren of het werkt. 2. Sluit het externe beeldscherm weer aan op uw computer. 3. Raadpleeg de handleiding van het externe beeldscherm om te controleren welke resoluties en verversingsfrequenties worden ondersteund.
• Probleem: Als u gebruikmaakt van de functie voor schermuitbreiding, kunt u geen hogere resolutie of hogere verversingsfrequentie instellen op het secundaire beeldscherm. Oplossing: Wijzig de resolutie en de kleurendiepte om de instellingen van het primaire beeldscherm te wijzigen. Raadpleeg de oplossing voor het bovenstaande probleem. • Probleem: Het schakelen tussen beeldschermen werkt niet.
Oplossing: Het is niet ongebruikelijk dat schuifregelaars van plaats veranderen bij gebruik van bepaalde audioprogramma's. De programma's maken gebruik van de instellingen van de Volumemixer en kunnen de schuifregelaars verplaatsen. Een voorbeeld hiervan is de Windows Media Player. Over het algemeen beschikt de toepassing zelf over schuifregelaars om het geluid zelf te regelen. • Probleem: Het lukt niet om een van de kanalen volledig te dempen met de balansregelaar.
• Probleem: De computer sluit af terwijl het batterijstatuspictogram niet aangeeft dat de batterij leeg is, of als de computer gewoon blijft werken terwijl het batterijstatuspictogram aangeeft dat de batterij leeg is. Oplossing: Ontlaad de batterij en laad hem opnieuw op. • Probleem: De werkingsduur van een volledig opgeladen batterij wordt korter. Oplossing: Ontlaad de batterij en laad hem opnieuw op. Als de werkingsduur van de batterij nog steeds kort is, moet u een nieuwe batterij gebruiken.
Probleem: Het systeem reageert niet en u kunt de computer niet uitschakelen. Oplossing: Zet de computer uit door de aan/uit-knop minimaal 4 seconden ingedrukt te houden. Gaat de computer dan nog steeds niet uit, verwijder dan de wisselstroomadapter en de batterij. Opstartproblemen Druk deze instructies nu af en bewaar die afdrukken bij uw computer, zodat u ze in de toekomst kunt raadplegen.
Oplossing: Als het systeem niet ontwaakt uit de sluimerstand, kan dat komen omdat het systeem automatisch in de sluimerstand of de slaapstand is gekomen, omdat de batterij leeg was. Controleer het systeemstatuslampje. – Als het systeemstatuslampje langzaam knippert, staat de computer in de slaapstand. Sluit de wisselstroomadapter aan op de computer en druk op Fn. – Als het systeemstatuslampje niet brandt, staat de computer in de slaapstand of is deze uitgeschakeld.
Problemen met het SSD-station Probleem: Wanneer u met behulp van de compressiefunctie van Windows bestanden of mappen comprimeert en deze vervolgens weer decomprimeert, verloopt het lezen of schrijven van die bestanden of mappen bijzonder traag. Oplossing: Gebruik het programma Schijfdefragmentatie van Windows, zodat u sneller toegang krijgt tot de gegevens. Een softwareprobleem Probleem: Een bepaald softwareprogramma werkt niet goed.
112 ThinkPad P70 Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 9. Overzicht van gegevensherstel In dit hoofdstuk vindt u informatie over hersteloplossingen. • “Overzicht van herstelprocedures voor het Windows 7-besturingssysteem” op pagina 113 • “Overzicht van herstelprocedures voor het Windows 10-besturingssysteem” op pagina 118 Overzicht van herstelprocedures voor het Windows 7-besturingssysteem In dit gedeelte vindt u informatie over door Lenovo geleverde hersteloplossingen op computers waarop het Windows 7-besturingssysteem geïnstalleerd is.
Attentie: Wanneer u een herstelmedium maakt, wordt alles wat op de schijf of het USB-opslagapparaat opgeslagen is verwijderd. Om gegevensverlies te voorkomen, maakt u een reservekopie van alle gegevens die u wilt behouden. Voor het maken van herstelmedia klikt u op Start ➙ Alle programma's ➙ Lenovo PC Experience ➙ Lenovo Tools ➙ Factory Recovery Disks. Volg daarna de instructies op het scherm.
Een backupbewerking uitvoeren In dit gedeelte vindt u instructies over het uitvoeren van een back-upbewerking vanuit het programma Rescue and Recovery. 1. Klik vanuit het bureaublad van Windows op Start ➙ Alle programma's ➙ Lenovo PC Experience ➙ Lenovo Tools ➙ Enhanced Backup and Restore. Het programma Rescue and Recovery wordt geopend. 2. Klik in het hoofdvenster van Rescue and Recovery op de pijl Rescue and Recovery geavanceerd starten. 3.
Windows-besturingssysteem niet kunt starten, kunt u de functie Bestanden veiligstellen van het werkgebied van Rescue and Recovery gebruiken om bestanden vanaf uw opslagstation naar andere media te kopiëren. Het werkgebied van Rescue and Recovery kunt u als volgt starten: 1. Zorg ervoor dat de computer uit staat. 2. Druk herhaaldelijk op de toets F11 wanneer u de computer aanzet. Als u een geluidssignaal hoort of het logo-scherm ziet, laat u F11 los. 3.
Een noodherstelmedium gebruiken In dit gedeelte vindt u instructies voor het gebruiken van het noodherstelmedium dat u hebt gemaakt. • Als u een noodherstelmedium hebt gemaakt met een schijf, gebruikt u de volgende instructies voor het gebruiken van het noodherstelmedium: 1. Zet de computer uit. 2. Druk herhaaldelijk op de toets F12 wanneer u de computer aanzet. Zodra het venster Boot Menu wordt geopend, laat u F12 weer los. 3.
5. Installeer het stuurprogramma opnieuw met een van de volgende methoden: • Zoek in de map van het apparaat naar een tekstbestand (een bestand met de extensie .txt). Het tekstbestand bevat instructies voor het opnieuw installeren van het stuurprogramma. • Als de map van het apparaat een bestand met installatiegegevens bevat (een bestand met de extensie .inf) kunt u het programma Nieuwe hardware (in het Windows Configuratiescherm) gebruiken om het stuurprogramma opnieuw te installeren.
Opmerking: De GUI-items (Graphical User Interface) van het besturingssysteem kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. 1. Open het menu Start en klik vervolgens op Instellingen ➙ Update en beveiliging ➙ Herstel. Opmerking: Als Instellingen niet in het menu Start wordt weergegeven, klikt u op Alle apps en zoekt u Instellingen in de getoonde lijst. 2. Klik in het gedeelte Deze pc opnieuw instellen op Aan de slag. 3. Volg de aanwijzingen op het scherm om uw computer opnieuw in te stellen.
Opmerking: Zorg ervoor dat de computer is aangesloten op de netvoeding tijdens de volgende procedure. 1. Sluit een geschikt USB-station aan (met minimaal 16 GB opslagruimte). 2. Typ systeemherstel in het zoekvak op de taakbalk. Klik daarna op Een herstelschijf maken. 3. Klik op Ja in het venster Gebruikersaccountbeheer om het programma Recovery Media Creator op te starten. 4. In het venster Herstelstation volgt u de aanwijzingen op het scherm om een USB-herstelstation te maken.
Hoofdstuk 10. Apparaten vervangen In dit hoofdstuk vindt u instructies voor het installeren en vervangen van de hardware in uw computer: • “Voorkoming van statische elektriciteit” op pagina 121 • “De verwisselbare batterij verwisselen” op pagina 121 • “Micro-SIM-kaart installeren of vervangen” op pagina 123 • “De bodemafdekplaat terugplaatsen” op pagina 124 • “Het optische station vervangen” op pagina 125 • “De draadloos-WAN-kaart vervangen” op pagina 126 • “Het M.
Dit systeem ondersteunt alleen batterijen die speciaal ontworpen zijn voor dit specifieke systeem en geproduceerd zijn door Lenovo of een geautoriseerde producent. Het systeem ondersteunt geen batterijen die niet geautoriseerd zijn of batterijen die ontworpen zijn voor andere systemen.
4. Plaats een nieuwe batterij zoals afgebeeld. 5. Vergrendel de vergrendeling van de batterij. 6. Draai de computer weer om. Steek de stekker van de computer weer in het stopcontact. Micro-SIM-kaart installeren of vervangen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint. Lees eerst de belangrijke veiligheidsinformatie. Zie “Belangrijke veiligheidsvoorschriften” op pagina vi. Een micro-SIM-kaart is een kleine plastic kaart met een IC-chip (Integrated Circuit) bevestigd aan één kant van de kaart.
3. Druk voorzichtig op de micro-SIM-kaart om deze uit te werpen 1 en schuif de kaart vervolgens voorzichtig uit de sleuf 2 . Plaats een nieuwe micro-SIM-kaart 3 . 4. Installeer de verwisselbare batterij. Zie “De verwisselbare batterij verwisselen” op pagina 121. 5. Keer de computer om. Sluit de wisselstroomadapter en alle kabels weer op de computer aan. De bodemafdekplaat terugplaatsen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint. Lees eerst de belangrijke veiligheidsinformatie.
5. Installeer de nieuwe plaat zoals afgebeeld. Controleer of de klemmen van de bodemafdekplaat onder de klep aan de onderkant van de computer vastzitten. 6. Draai de schroeven van de bodemafdekplaat weer vast. 7. Installeer de verwisselbare batterij. Zie “De verwisselbare batterij verwisselen” op pagina 121. 8. Keer de computer om. Sluit de wisselstroomadapter en alle kabels weer op de computer aan. Het optische station vervangen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint.
Om het optisch station te vervangen, gaat u als volgt te werk: 1. Haal de stekker van de computer uit het stopcontact en schakel de computer uit. Sluit het beeldscherm en keer de computer om. 2. Verwijder de verwisselbare batterij. Zie “De verwisselbare batterij verwisselen” op pagina 121. 3. Verwijder de bodemafdekplaat. Zie “De bodemafdekplaat terugplaatsen” op pagina 124. 4. Verwijder de schroef 1 en haal het optische-schijfstation uit de computer 2 . 5.
Mogelijk heeft uw computer geen draadloos WAN-kaart. U kunt de draadloos-WAN-kaart als volgt vervangen: Attentie: Raak altijd een geaard, metalen voorwerp aan voordat u een draadloos WAN-kaart gaat installeren. Op die manier kunt u statische elektriciteit uit uw lichaam laten wegvloeien. Door statische elektriciteit kan de kaart beschadigd raken. 1. Haal de stekker van de computer uit het stopcontact en schakel de computer uit. Sluit het beeldscherm en keer de computer om. 2.
7. Lijn de contactrand van de nieuwe draadloos-WAN-kaart uit met de sleutel in de sleuf. Steek de nieuwe draadloos-WAN-kaart vervolgens voorzichtig in de sleuf in een hoek van ongeveer 20 graden. Draai de draadloos-WAN-kaart omlaag. 8. Breng de schroef aan waarmee de draadloos-WAN-kaart wordt bevestigd.
9. Sluit de kabels aan op de draadloos-WAN-kaart. Zorg ervoor dat u de rode kabel aansluit op de hoofdaansluiting en de blauwe kabel op de hulpaansluiting van de draadloos-WAN-kaart. 10. Plaats de bodemafdekplaat. Zie “De bodemafdekplaat terugplaatsen” op pagina 124. 11. Installeer de verwisselbare batterij. Zie “De verwisselbare batterij verwisselen” op pagina 121. 12. Keer de computer om. Sluit de wisselstroomadapter en alle kabels weer op de computer aan. Het M.
• Oefen nooit druk uit op de behuizing van het M.2 SSD-station. • Raak de aansluiting niet aan. • Voordat u het M.2 SSD-station verwijdert, moet u een back-up maken van al uw bestanden op het station. Vervolgens kunt u de computer uitschakelen. • Verwijder het M.2 SSD-station nooit terwijl de computer in bedrijf is of in de sluimer- of slaapstand staat. Ga als volgt te werk om het M.2 SSD-station te vervangen: 1. Haal de stekker van de computer uit het stopcontact en schakel de computer uit.
6. Lijn de contactrand van het nieuwe M.2 SSD-station uit de sleutel in de sleuf. Steek het M.2 SSD-station vervolgens voorzichtig in de sleuf in een hoek van ongeveer 20 graden 1 . Kantel het M.2 SSD-station naar beneden 2 . 7. Breng de schroef aan om het nieuwe M.2 SSD-station vast te zetten. 8. Plaats de bodemafdekplaat. Zie “De bodemafdekplaat terugplaatsen” op pagina 124. 9. Installeer de verwisselbare batterij. Zie “De verwisselbare batterij verwisselen” op pagina 121. 10. Keer de computer om.
3. Verwijder de bodemafdekplaat. Zie “De bodemafdekplaat terugplaatsen” op pagina 124. 4. Verwijder de schroeven waarmee het toetsenbord is bevestigd. 5. Keer de computer weer om en open het beeldscherm. Druk licht op het toetsenbord in de afgebeelde richting van de pijlen 1 om de klemmen van het afdekplaatje van het toetsenbord te ontgrendelen. Til het toetsenbord iets omhoog, zoals is aangegeven met pijl 2 . 6. Laat het toetsenbord zoals afgebeeld op de polssteun rusten en ontkoppel de aansluitingen.
Het nieuwe toetsenbord installeren Om het nieuwe toetsenbord te installeren, doet u het volgende: 1. Sluit vervolgens de stekkers zoals afgebeeld aan. 2. Leg het toetsenbord zoals afgebeeld op zijn plaats. Zorg ervoor dat de voorste rand van het toetsenbord (de rand die zich dicht bij het beeldscherm bevindt) onder het afdekpaneel van het toetsenbord zit. 3. Schuif het toetsenbord in de richting die is aangegeven met de pijlen. Zorg ervoor dat de klemmen onder het toetsenbordframe zitten. Hoofdstuk 10.
4. Sluit het beeldscherm en keer de computer om. Breng de schroeven aan om het toetsenbord vast te zetten. 5. Plaats de bodemafdekplaat. Zie “De bodemafdekplaat terugplaatsen” op pagina 124. 6. Installeer de verwisselbare batterij. Zie “De verwisselbare batterij verwisselen” op pagina 121. 7. Keer de computer om. Sluit de wisselstroomadapter en alle kabels weer op de computer aan. De knoopcelbatterij vervangen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint. Lees eerst de belangrijke veiligheidsinformatie.
GEVAAR Als de knoopcelbatterij niet op de juiste manier in het apparaat wordt geïnstalleerd, kan hij ontploffen. De knoopcelbatterij bevat een kleine hoeveelheid schadelijke stoffen. Om verwondingen te voorkomen, dient u zich aan de volgende richtlijnen te houden: • Vervang de batterij alleen door een door Lenovo aanbevolen batterij van hetzelfde type. • Houd de batterij uit de buurt van open vuur. • Stel de batterij niet bloot aan overmatige warmte. • Stel de batterij niet bloot aan water of regen.
7. Installeer de nieuwe knoopcelbatterij 1 en bevestig de aansluiting 2 . 8. Plaats de beveiligingsbeugel 1 en draai de schroef 2 vast. 9. Installeer het toetsenbord. Zie “Het toetsenbord vervangen” op pagina 131.
10. Plaats de bodemafdekplaat. Zie “De bodemafdekplaat terugplaatsen” op pagina 124. 11. Installeer de verwisselbare batterij. Zie “De verwisselbare batterij verwisselen” op pagina 121. 12. Keer de computer om. Sluit de wisselstroomadapter en alle kabels weer op de computer aan. Het vaste-schijfstation onder de bodemafdekplaat vervangen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint. Lees eerst de belangrijke veiligheidsinformatie. Zie “Belangrijke veiligheidsvoorschriften” op pagina vi.
6. Plaats de bodemafdekplaat. Zie “De bodemafdekplaat terugplaatsen” op pagina 124. 7. Installeer de verwisselbare batterij. Zie “De verwisselbare batterij verwisselen” op pagina 121. 8. Keer de computer om. Sluit de wisselstroomadapter en alle kabels weer op de computer aan. Het vaste-schijfstation in het Serial Ultrabay Enhanced-compartiment vervangen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint. Lees eerst de belangrijke veiligheidsinformatie. Zie “Belangrijke veiligheidsvoorschriften” op pagina vi.
5. Draai de schroeven los 1 en open de klep 2 . 6. Verwijder het vaste-schijfstation met de beugel zoals afgebeeld. 7. Plaats het vaste-schijfstation met de beugel in de adapter voor vaste-schijfstations. 8. Sluit de kap. Hoofdstuk 10.
9. Draai de schroeven vast 1 . 10. Plaats de adapter voor vaste-schijfstations 1 in het compartiment en draai de schroef vast 2 . 11. Plaats de bodemafdekplaat. Zie “De bodemafdekplaat terugplaatsen” op pagina 124. 12. Installeer de verwisselbare batterij. Zie “De verwisselbare batterij verwisselen” op pagina 121. 13. Keer de computer om. Sluit de wisselstroomadapter en alle kabels weer op de computer aan.
De geheugenmodule onder de bodemafdekplaat vervangen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint. Lees eerst de belangrijke veiligheidsinformatie. Zie “Belangrijke veiligheidsvoorschriften” op pagina vi. Het vergroten van de geheugencapaciteit van de computer is een effectieve manier om te zorgen dat uw programma's sneller worden uitgevoerd. Als u een geheugenmodule wilt vervangen of wilt toevoegen, lees dan de onderstaande vereisten en vervolgens de instructies.
6. Plaats de bodemafdekplaat. Zie “De bodemafdekplaat terugplaatsen” op pagina 124. 7. Installeer de verwisselbare batterij. Zie “De verwisselbare batterij verwisselen” op pagina 121. 8. Keer de computer om. Sluit de wisselstroomadapter en alle kabels weer op de computer aan. De geheugenmodule onder het toetsenbord vervangen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint. Lees eerst de belangrijke veiligheidsinformatie. Zie “Belangrijke veiligheidsvoorschriften” op pagina vi.
6. Druk de klemmetjes aan weerszijden van het geheugencompartiment tegelijkertijd naar buiten 1 en verwijder vervolgens de geheugenmodule 2 . 7. Steek de geheugenmodule onder een hoek van ongeveer 20 graden in het geheugencompartiment 1 . Kantel de geheugenmodule omlaag totdat deze vastklikt 2 . Zorg ervoor dat de geheugenmodule stevig in het geheugencompartiment wordt geplaatst en niet gemakkelijk kan worden bewogen.
8. Plaats de beveiligingsbeugel 1 en draai de schroef 2 vast. 9. Installeer het toetsenbord. Zie “Het toetsenbord vervangen” op pagina 131. 10. Plaats de bodemafdekplaat. Zie “De bodemafdekplaat terugplaatsen” op pagina 124. 11. Installeer de verwisselbare batterij. Zie “De verwisselbare batterij verwisselen” op pagina 121. 12. Keer de computer om. Sluit de wisselstroomadapter en alle kabels weer op de computer aan.
Hoofdstuk 11. Ondersteuning In dit hoofdstuk vindt u informatie over de hulp en ondersteuning die Lenovo te bieden heeft. • “Voordat u Lenovo belt” op pagina 145 • “Hulp en service” op pagina 145 • “Extra services aanschaffen” op pagina 147 Voordat u Lenovo belt Vaak kunt u computerproblemen oplossen door de informatie bij de uitleg van foutcodes te lezen, diagnoseprogramma´s uit te voeren of de website Lenovo Support te raadplegen. De computer registreren Registreer uw computer bij Lenovo.
meer informatie over Lenovo en onze producten, wat u moet doen als er problemen met de computer zijn en wie u kunt bellen als er onderhoud of service moet worden uitgevoerd. Informatie over uw Lenovo-computer en over de eventueel vooraf geïnstalleerde software vindt u in de documentatie die bij de computer wordt geleverd. Het gaat daarbij om gedrukte boeken, elektronische boeken, readme-bestanden en Help-bestanden. Bovendien is er informatie over Lenovo-producten beschikbaar op internet.
• Reparatie van Lenovo-hardware: Als er is vastgesteld dat het probleem een hardwareprobleem is van een Lenovo-product dat onder de garantie valt, staat ons personeel klaar om u te helpen met reparatie of onderhoud. • Wijzigingen in het ontwerp: Een enkele keer komt het voor dat er, na de verkoop, wijzigingen in een product moeten worden aangebracht. Lenovo of uw Lenovo-dealer zal dergelijke technische wijzigingen meestal in uw hardware aanbrengen.
148 ThinkPad P70 Gebruikershandleiding
Bijlage A. Aanvullende informatie over het Ubuntu-besturingssysteem In bepaalde landen en regio's biedt Lenovo klanten de mogelijkheid computers te bestellen waarop het besturingssysteem Ubuntu® is geïnstalleerd. Als het Ubuntu-besturingssysteem beschikbaar is op uw computer, raden we u aan de volgende informatie te lezen voordat u de computer gebruikt. U kunt informatie over (hulp)programma's van Windows en vooraf geïnstalleerde toepassingen van Lenovo in deze documentatie negeren.
– Vaste-schijfstation – SSD-station • Beeldscherm – Kleurenscherm – Geïntegreerde camera – Geïntegreerde microfoons • Interface – Audioaansluiting – Ethernet-aansluiting – ExpressCard-sleuf – Aansluitingen voor extern beeldscherm (CRT) – HDMI-poort – Mini DisplayPort-aansluiting – Geheugenkaartlezer – SD-kaart – SDHC-kaart – MultiMediaCard – USB 3.0-aansluiting – USB Always On USB 3.
– Verticaal schuiven • Micro-SIM-kaart In de volgende lijst vindt u informatie over onderdelen en functies die niet door Lenovo worden ondersteund. Opmerking: Afhankelijk van het model zijn sommige onderdelen en functies mogelijk niet beschikbaar voor uw computer. • Accelerometer • Kleurensensor • Vingerafdruklezer • HDMI 5.
152 ThinkPad P70 Gebruikershandleiding
Bijlage B. Regelgeving De nieuwste nalevingsinformatie is beschikbaar op http://www.lenovo.com/compliance. Informatie over draadloze communicatie Compatibiliteit van draadloze apparatuur De draadloos-LAN-kaart is volgens ontwerp compatibel met alle draadloos-LAN-producten die gebaseerd zijn op de volgende radiotechnologieën: Direct Sequence Spread Spectrum (DSSS), Complementary Code Keying (CCK) en/of Orthogonal Frequency Division Multiplexing (OFDM). De kaart voldoet aan: • De standaarden 802.11b/g, 802.
• Profiel Nabijheid • Profiel Mij zoeken • Profiel Directe waarschuwing • Profiel Batterijstatus Gebruiksomgeving en uw gezondheid Ingebouwde draadloos-netwerkkaarten zenden, net als andere radiografische apparaten, elektromagnetische energie op radiofrequenties uit. De hoeveelheid uitgezonden energie is echter veel geringer dan de elektromagnetische energie die wordt uitgezonden door andere draadloze apparaten, zoals bijvoorbeeld mobiele telefoons.
1 2 Draadloos LAN-antenne (hulpantenne) Draadloos WAN-antenne (hulpantenne, op bepaalde modellen) 3 Draadloos WAN-antenne (hoofdantenne, op bepaalde modellen) 4 Draadloos LAN-antenne (hoofdantenne) Informatie over naleving regels voor draadloze radio's Computermodellen die zijn uitgerust met draadloze communicatie voldoen aan de richtlijnen voor radiofrequenties en veiligheidsnormen in alle landen en regio's waar deze zijn goedgekeurd voor draadloos gebruik.
Productnaam Nalevings-ID Machinetypen ThinkPad P70 TP00074A 20ER en 20ES Kennisgeving classificatie voor export Dit product is onderworpen aan de United States Export Administration Regulations (EAR) en heeft een ECCN (Export Classification Control Number) van 5A992.c. Het mag opnieuw worden geëxporteerd, behalve naar landen onder embargo genoemd in de landenlijst EAR E1.
Europese Unie - Naleving van de richtlijnen inzake elektromagnetische compatibiliteit Dit product voldoet aan de voorwaarden voor bescherming zoals opgenomen in EU-richtlijn 2004/108/EC van de Europese Commissie inzake de harmonisering van de wetgeving van Lidstaten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit.
Verklaring van conformiteit met Koreaanse Klasse B Verklaring van conformiteit met Japanse VCCI Klasse B Japanse kennisgeving voor producten die worden aangesloten op de netstroom met een nominale stroom kleiner dan of gelijk aan 20 A per fase De kennisgeving van Japan voor netsnoeren The ac power cord shipped with your product can be used only for this specific product. Do not use the ac power cord for other devices.
Bijlage C. Kennisgevingen inzake AEEA en recycling Lenovo moedigt eigenaren van IT-apparatuur aan om hun apparatuur, wanneer deze niet meer nodig is, op een verantwoorde manier te laten recyclen. Lenovo biedt diverse programma's en services om eigenaren te helpen bij het recyclen van hun IT-producten. De nieuwste milieu-informatie is beschikbaar op http://www.lenovo.com/ecodeclaration.
Disposing of Lenovo computer components Some Lenovo computer products sold in Japan may have components that contain heavy metals or other environmental sensitive substances. To properly dispose of disused components, such as a printed circuit board or drive, use the methods described above for collecting and recycling a disused computer or monitor.
Kennisgeving: Dit pictogram geldt alleen voor landen binnen de Europese Unie (EU). Batterijen of batterijverpakkingen zijn voorzien van een label overeenkomstig Europese Richtlijn 2006/66/EC inzake batterijen en accu's en afgedankte batterijen en accu's. Deze richtlijn bepaalt het raamwerk voor het retourneren en recyclen van gebruikte batterijen en accu's zoals van toepassing binnen de Europese Unie.
162 ThinkPad P70 Gebruikershandleiding
Bijlage D. Kennisgeving beperking van schadelijke stoffen (Restriction of Hazardous Substances, RoHS) De nieuwste milieu-informatie is beschikbaar op http://www.lenovo.com/ecodeclaration. Europese Unie RoHS This Lenovo product, with included parts (cables, cords, and so on) meets the requirements of Directive 2011/65/EU on the restriction of the use of certain hazardous substances in electrical and electronic equipment (“RoHS recast” or “RoHS 2”).
China RoHS 164 ThinkPad P70 Gebruikershandleiding
Bijlage E. Informatie over ENERGY STAR-modellen ENERGY STAR® is een gezamenlijk programma van de U.S. Environmental Protection Agency en de U.S. Department of Energy, bedoeld voor het besparen van kosten en het beschermen van het milieu door middel van energiezuinige producten en procedures. Met trots biedt Lenovo haar klanten producten aan die zijn onderscheiden met een ENERGY STAR.
6. Klik op OK.
Bijlage F. Kennisgevingen Mogelijk brengt Lenovo de in dit document genoemde producten, diensten of voorzieningen niet uit in alle landen. Neem contact op met uw plaatselijke Lenovo-vertegenwoordiger voor informatie over de producten en diensten die in uw regio beschikbaar zijn. Verwijzing in deze publicatie naar producten of diensten van Lenovo houdt niet in dat uitsluitend Lenovo-producten of -diensten gebruikt kunnen worden.
meetresultaten verkregen door middel van extrapolatie. Werkelijke resultaten kunnen afwijken. Gebruikers van dit document dienen de gegevens voor hun omgeving te verifiëren. Dit document is auteursrechtelijk beschermd door Lenovo en wordt niet gedekt door enige open-sourcelicentie, met inbegrip van enige Linux-overeenkomst(en) die bij de software voor dit product is/zijn geleverd. Lenovo kan dit document zonder aankondiging bijwerken.