T570 en P51s Gebruikershandleiding
Opmerking: Lees het volgende aandachtig door voordat u deze informatie en het product dat het ondersteunt, gebruikt: • Veiligheid en garantie • Installatiegids • 'Belangrijke veiligheidsvoorschriften' op pagina v Lenovo brengt continu verbeteringen aan in de documentatie van uw computer, zo ook in deze Gebruikershandleiding. Voor de meest recente documenten gaat u naar: https://support.lenovo.
Inhoud Belangrijke veiligheidsvoorschriften . . v Lees dit eerst . . . . . . . . . . . . . . Belangrijke informatie over het gebruik van uw computer . . . . . . . . . . . . . . . Situaties waarin onmiddellijk handelen vereist is Service en upgrades . . . . . . . . . . . Netsnoeren en voedingsadapters . . . . . . Verlengsnoeren en vergelijkbare accessoires . Stekkers en stopcontacten . . . . . . . . Kennisgeving voedingseenheid. . . . . . . Externe apparatuur . . . . . . . . . . .
Het ThinkPad WiGig Dock gebruiken . . . . . 54 Hoofdstuk 4. Informatie over toegankelijkheid, ergonomie en onderhoud . . . . . . . . . . . . . . . 57 Informatie voor gehandicapten . . . . . . . . . Ergonomisch werken. . . . . . . . . . . . . Reiniging en onderhoud . . . . . . . . . . . 57 59 61 Hoofdstuk 5. Beveiliging . . . . . . . 63 Wachtwoorden gebruiken . . . . . . . . Inleiding tot wachtwoorden . . . . . Een wachtwoord instellen, wijzigen of verwijderen . . . . . . . . . . . .
Het interne opslagstation vervangen. . . . . . . 129 Het toetsenbord vervangen . . . . . . . . . . 136 De knoopcelbatterij vervangen . . . . . . . . . 140 Hoofdstuk 10. Ondersteuning . . . . . 143 Voordat u contact opneemt met Lenovo Hulp en service . . . . . . . . . . Ondersteuningswebsite van Lenovo Lenovo bellen . . . . . . . . . Aanvullende services aanschaffen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 143 143 144 144 145 Bijlage A.
iv T570 en P51s Gebruikershandleiding
Belangrijke veiligheidsvoorschriften Opmerking: Lees eerst de belangrijke veiligheidsinformatie. Lees dit eerst Deze informatie helpt u uw notebookcomputer veilig te gebruiken. Gebruik en bewaar alle informatie die bij uw computer is geleverd. De informatie in dit document vormt op geen enkele manier een wijziging van de voorwaarden in de koopovereenkomst of de Beperkte Garantie. Raadpleeg 'Informatie over de garantie' in de publicatie Veiligheid en garantie die is meegeleverd met uw computer.
Bescherm uzelf goed tegen de warmte die door de netvoedingsadapter wordt gegenereerd. Als de computer via de netvoedingsadapter is aangesloten op het stopcontact, wordt de adapter warm. Bij langdurig contact met uw lichaam kunnen er, ook door uw kleding heen, brandwonden ontstaan. • Zorg dat de adapter op dergelijke momenten niet tegen uw lichaam komt. • Gebruik de netvoedingsadapter nooit om u eraan op te warmen. • Wikkel geen kabels om de netvoedingsadapter wanneer deze in gebruik is.
Ga te allen tijde voorzichtig om met uw computer. Voorkom het vallen, stoten, bekrassen, verdraaien, trillen en indrukken van de computer, en plaats geen zware voorwerpen op de computer, het beeldscherm of de externe apparaten. Wees voorzichtig als u de computer meeneemt. • Gebruik een hoogwaardige draagtas die voldoende steun en bescherming biedt. • Stop de computer niet in een overvolle koffer of tas.
• Gebroken of beschadigde netsnoeren, stekkers, adapters, verlengsnoeren, piekspanningsbeveiligingen of voedingseenheden. • Tekenen van oververhitting, rook, vonken of vuur. • Schade aan een batterij (zoals barsten of deuken), spontane ontlading of lekkage uit de batterij (herkenbaar aan vreemde stoffen). • Een krakend, sissend of knallend geluid of een sterke geur afkomstig uit het product.
Netsnoeren en voedingsadapters GEVAAR Gebruik alleen netsnoeren en voedingsadapters die door de fabrikant van het product zijn geleverd. Netsnoeren dienen goedgekeurd te zijn voor veiligheid. Voor Duitsland, is dit H03VV-F, 3G, 0,75 mm2 of beter. In andere landen moet aan overeenkomstige veiligheidseisen zijn voldaan. Wind een netsnoer nooit om een voedingsadapter of een ander voorwerp. Hierdoor kan er een mechanische spanning op het snoer komen te staan, waardoor het kan rafelen of scheuren.
Stekkers en stopcontacten GEVAAR Als het stopcontact waarop u de computerapparatuur wilt aansluiten, beschadigd of verroest blijkt te zijn, gebruik het dan niet tot een gekwalificeerde elektricien het heeft vervangen. Verbuig of verander de stekker niet. Als de stekker beschadigd is, bestel dan een vervangend exemplaar bij de fabrikant. Gebruik voor de computer niet hetzelfde stopcontact als voor andere elektrische apparaten die veel stroom gebruiken.
Externe apparatuur WAARSCHUWING: Sluit geen andere externe kabels of snoeren aan dan USB- en 1394-kabels als de computer is ingeschakeld. Anders kan de computer beschadigd raken. Om schade aan de aangesloten apparaten te voorkomen, dient u na het uitschakelen van de computer minimaal vijf seconden te wachten voordat u de externe apparaten ontkoppelt.
Kennisgeving voor ingebouwde oplaadbare batterij GEVAAR Probeer niet zelf de oplaadbare ingebouwde batterij te verwijderen of te vervangen. Het vervangen van de interne batterij moeten worden uitgevoerd door een reparatiebedrijf dat door Lenovo is geautoriseerd. Laad de batterij uitsluitend op volgens de instructies in de productdocumentatie. Deze door Lenovo geautoriseerde bedrijven recyclen Lenovo-batterijen volgens de plaatselijke weten regelgeving.
Warmte en ventilatie GEVAAR Computers, netvoedingsadapters en veel accessoires genereren warmte als ze aan staan en als een batterij wordt opgeladen. Door hun compacte formaat kunnen notebookcomputers een aanzienlijke hoeveelheid warmte produceren. Neem daarom altijd de volgende elementaire voorzorgsmaatregelen: • Als de computer aan staat of als de batterij wordt opgeladen, kunnen de onderkant, de polssteun en bepaalde andere onderdelen warm worden.
Veiligheidsvoorschriften voor elektriciteit GEVAAR Elektrische stroom van lichtnet-, telefoon- en communicatiekabels is gevaarlijk. Houd u ter voorkoming van een schok aan het volgende: • Gebruik de computer niet tijdens onweer. • Sluit tijdens onweer geen kabels aan en ontkoppel ze niet. Voer ook geen installatie-, onderhouds- of configuratiewerkzaamheden aan dit product uit tijdens onweer. • Sluit alle netsnoeren aan op correct bedrade, geaarde stopcontacten.
Kennisgeving LCD (liquid crystal display) WAARSCHUWING: Het liquid crystal display (LCD-scherm) is gemaakt van glas, en door een ruwe omgang of het laten vallen van de computer kan het LCD-scherm kapotgaan. Als het beeldscherm breekt en de vloeistof uit het scherm in uw ogen of op uw handen komt, moet u de besmette lichaamsdelen onmiddellijk gedurende minstens 15 minuten met water spoelen. Mocht u klachten krijgen of mochten er andere symptomen optreden, raadpleeg dan een arts.
Kennisgeving glazen onderdelen WAARSCHUWING: Bepaalde onderdelen van uw product zijn mogelijk van glas. Dit glas kan breken als het product op een harde ondergrond valt of een grote klap opvangt. Raak het glas niet aan als het breekt en probeer het niet te verwijderen. Stop met uw product te gebruiken tot het glas door bevoegd onderhoudspersoneel wordt vervangen.
Hoofdstuk 1. Productoverzicht Dit hoofdstuk biedt basisinformatie om u vertrouwd te maken met uw computer. De knoppen, aansluitingen en lampjes van de computer In dit gedeelte worden de hardwareonderdelen van de computer beschreven.
3 Conventionele camera (op bepaalde modellen) Met de conventionele camera kunt u foto's maken of een videoconferentie houden. Meer informatie vindt u in 'De camera gebruiken' op pagina 35. 4 Aan/uit-knop U kunt op de aan/uit-knop drukken om de computer in te schakelen of de computer in de slaapstand te zetten. Ga als volgt te werk om de computer uit te schakelen: • Windows 7: open het menu Start en klik op Afsluiten. • Windows 10: open het menu Start, klik op Aan/Uit en klik vervolgens op Afsluiten.
Linkerkant 1 Voedingsaansluiting 2 USB 3.0-aansluiting 3 USB-C™-aansluiting (compatibel met Thunderbolt™ 3) 4 Ventilatieopeningen 5 Smartcardsleuf (beschikbaar op bepaalde modellen) 1 Voedingsaansluiting Via de netvoedingsaansluiting kunt u de computer op de netvoeding aansluiten. 2 USB 3.0-aansluiting U kunt de USB 3.0-aansluitingen gebruiken om USB-compatibele apparaten aan te sluiten, zoals een USBtoetsenbord, USB-muis, USB-opslagapparaat of USB-printer.
5 Smartcardsleuf (beschikbaar op bepaalde modellen) U kunt smartcards gebruikt voor verificatie, gegevensopslag en de verwerking van toepassingen. In grote organisaties kunt u ook smartcards gebruiken voor een sterke beveiligingsverificatie van eenmalige aanmeldingen (SSO). Meer informatie vindt u in 'Een mediakaart of een smartcard gebruiken' op pagina 37. Rechterkant 1 Audio-aansluiting 2 Geheugenkaartsleuf 3 USB 3.0-aansluiting 4 Always On USB 3.
• Windows 7: start het programma Power Manager. Klik op het tabblad Algemene energie-instellingen en volg daarna de aanwijzingen op het scherm om de gewenste instelling te kiezen. • Windows 10: start het programma Lenovo Vantage. Klik op Hardware-instellingen ➙ Energie. Ga naar het gedeelte Always On USB en volg de aanwijzingen op het scherm om de gewenste instelling te kiezen. Opmerking: De Always On USB 3.
1 Verwisselbare batterij 2 Dockingstationaansluiting 3 Luidsprekers 4 Ingebouwde oplaadbare batterij of batterijlader 5 Noodresetgaatje 1 Verwisselbare batterij U kunt de computer op batterijvoeding laten werken als er geen netvoeding beschikbaar is. 2 Dockingstationaansluiting U kunt de computer aansluiten op een ondersteund dockingstation om de mogelijkheden van de computer uit te breiden. 3 Luidsprekers Uw computer is uitgerust met twee stereo luidsprekers.
1 Caps Lock-lampje Als dit lampje brandt, kunt u hoofdletters typen door direct op de lettertoetsen te drukken. 2 FN Lock-lampje Dit lampje toont de status van de Fn Lock-functie. Meer informatie vindt u in 'De speciale toetsen gebruiken' op pagina 20. 3 Indicator voor dempen geluid Als dit lampje brandt, zijn de luidsprekers gedempt. 4 Indicator voor dempen microfoon Als dit lampje brandt, zijn de microfoons gedempt. 5 Camerastatuslampje Als dit lampje brandt, is de camera in gebruik.
7 8 Systeemstatuslampjes Het lampje in het ThinkPad-logo op de buitenklep en het lampje in de aan/uit-knop geven de systeemstatus van uw computer aan. • Knippert drie keer: de voeding naar de computer wordt voor de eerste keer ingeschakeld. • Aan: de computer staat aan (in de normale werkstand). • Uit: de computer staat uit of staat in de sluimerstand. • Knippert snel: de computer gaat naar de sluimerstand of naar de slaapstand. • Knippert langzaam: de computer staat in de slaapstand.
FCC ID en IC-certificeringsnummer De informatie over de FCC- en IC-certificering vindt u op een label dat op de computer is aangebracht, zoals te zien is in de volgende afbeelding. Opmerking: Mogelijk ziet uw computer er anders uit dan op de volgende afbeelding. Dit hangt af van het model.
Opmerking: Zorg ervoor dat u voor de draadloze module die door de gebruiker kan worden geïnstalleerd, alleen een door Lenovo goedgekeurde draadloze module gebruikt voor de computer. Doet u dit niet, dan wordt er een foutbericht weergegeven en geeft de computer een geluidssignaal wanneer u de computer aanzet.
De afwezigheid van een Legitiem Microsoft-label geeft niet aan dat een vooraf geïnstalleerde Windows-versie niet legitiem is. Raadpleeg de informatie van Microsoft op de volgende website voor meer details om na te gaan of uw vooraf geïnstalleerde Windows-product legitiem is: https://www.microsoft.com/en-us/howtotell/default.aspx In tegenstelling tot Windows 7-producten zijn er geen externe, visuele indicaties van de product-id of de Windows-versie waarvoor de computer een licentie heeft.
• Dockingstationaansluiting • Ethernet-poort • Drie USB 3.0-aansluitingen (inclusief één Always On USB 3.
Gebruiksomgeving Maximumhoogte (zonder kunstmatige druk) • 3048 m Temperatuur • Op hoogten tot 2438 m – In bedrijf: 5 °C tot 35 °C – In opslag: 5 °C tot 43 °C • Op hoogten boven 2438 m – Maximumtemperatuur bij werking zonder kunstmatige druk: 31,3 °C Opmerking: Bij het opladen van de batterij moet de temperatuur minimaal 10 °C zijn.
Kennismaking met Lenovo-programma's In dit onderwerp vindt u een korte introductie van Lenovo-programma's. Afhankelijk van uw computermodel zijn sommige programma's mogelijk niet beschikbaar. De beschikbare programma's kunnen zonder aankondiging worden gewijzigd. Klik op de volgende koppeling als u meer wilt weten over de programma's en andere oplossingen van Lenovo: https://support.lenovo.
Lenovo Vantage De beste functies en mogelijkheden van uw computer moeten eenvoudig toegankelijk en makkelijk te begrijpen zijn. Met Lenovo Vantage zijn ze dat. (Windows 10) Met Lenovo Vantage kunt u het volgende doen: • Updates beheren, de meest recente stuurprogramma's ophalen en de software op uw computer up-to-date houden. • Uzelf beschermen tegen schadelijke Wi-Fi-netwerken. • De prestaties van uw computer optimaliseren, de status van uw computer in de gaten houden.
16 T570 en P51s Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 2. De computer gebruiken Dit hoofdstuk biedt informatie om u te helpen bij het gebruik van de diverse functies van uw computer. De computer registreren Als u uw computer registreert, worden gegevens ingevoerd in een database. Lenovo kan dan contact met u opnemen als producten worden teruggehaald of er andere ernstige problemen zijn opgetreden. Ook bieden sommige locaties uitgebreide voordelen en services aan geregistreerde gebruikers.
• Lees, voordat u gegevens van het interne opslagstation wist, eerst het gedeelte 'Gegevens verwijderen van een opslagstation' op pagina 69. Hoe kan ik een extern beeldscherm aansluiten? • Raadpleeg 'Een extern beeldscherm gebruiken' op pagina 38. • Met de functie voor beeldschermuitbreiding kunt u computeruitvoer tegelijkertijd op het beeldscherm van de computer en op een extern beeldscherm weergeven.
Beweging op het aanraakscherm (alleen aanraakmodellen) Beschrijving Aanraken: tikken. Muisactie: klik op. Functie: open een toepassing of voer een actie uit op een geopende toepassing, zoals Kopiëren, Opslaan en Verwijderen, afhankelijk van de toepassing. Aanraken: tikken en vasthouden. Muisactie: rechtsklikken. Functie: een menu met meerdere opties openen. Aanraken: schuiven. Muisactie: beweeg het muiswiel, beweeg de schuifbalk of klik op het pijltje omhoog/omlaag bladeren.
Beweging op het aanraakscherm (alleen aanraakmodellen) Beschrijving Aanraken: veeg met uw vingers vanaf de rechterrand. Muisactie: klik op het pictogram van het Actiecentrum Windows. in het systeemvak van Functie: open het actiecentrum om de meldingen en snelle acties te bekijken. Opmerking: De beweging wordt alleen ondersteund door het Windows 10besturingssysteem. Aanraken: veeg met uw vingers vanaf de linkerrand. Muisactie: klik op het taakweergavepictogram op de taakbalk.
1 Numeriek toetsenblok U kunt dit speciaal numeriek toetsenblok gebruiken om snel getallen te typen. 2 Toets met het Windows-logo Druk op de toets met het Windows-logo om het menu Start te openen. Raadpleeg de Help-informatie van het Windows-besturingssysteem voor informatie over het gebruik van de toets met het Windows-logo met andere knoppen. 3 4 Fn-toets en functietoetsen U kunt de Fn-toets en functietoetsen als volgt configureren: 1.
• Hiermee kunt u de ingebouwde Bluetooth-functies in- of uitschakelen. • Open een pagina met toetsenbordinstellingen. • Roep de door u zelf gedefinieerde functie aan. Als er geen functie is gedefinieerd, werkt de volgende standaardfunctie: – Windows 7: open het zoekvak. – Windows 10: open de persoonlijke assistent Cortana. Ga als volgt te werk om de actie voor de toets F12 te definiëren of te wijzigen: – Windows 7: 1.
Het ThinkPad-aanwijsapparaat gebruiken In dit gedeelte krijgt u informatie over het gebruik van het ThinkPad-aanwijsapparaat. Overzicht van het ThinkPad-aanwijsapparaat Met het ThinkPad-aanwijsapparaat kunt u alle functies van een traditionele muis uitvoeren, zoals het aanwijzen, klikken en bladeren. Met het ThinkPad-aanwijsapparaat kunt u ook een aantal aanraakbewegingen uitvoeren, zoals draaien en in- of uitzoomen.
Volg de onderstaande instructies om het TrackPoint-aanwijsapparaat te gebruiken: Opmerking: Plaats uw handen in de positie voor typen en gebruik uw wijsvinger of middelvinger om druk uit te oefenen op het antislipdopje van het aanwijsknopje. Gebruik uw duim om op de linker- of rechtermuisknop te drukken. • Aanwijzen Gebruik het aanwijsknopje 1 om de aanwijzer op het scherm te verplaatsen.
Volg de onderstaande instructies om de trackpad te gebruiken: • Aanwijzen Veeg met één vinger over het oppervlak van de trackpad om de aanwijzer dienovereenkomstig te verplaatsen. • Klikken met de linkerklikknop Druk op de linksklikzone 1 om een item te selecteren of te openen. U kunt ook met één vinger op een willekeurige plek op het oppervlak van de trackpad tikken om de linkermuisknopactie uit te voeren. • Klikken met de rechterklikknop Druk op de rechtsklikzone 2 om een snelmenu weer te geven.
Opmerkingen: • Als u twee of meer vingers gebruikt, moet u ervoor zorgen dat uw vingers enigszins uit elkaar staan. • Sommige gebaren zijn niet beschikbaar als de laatste actie met het TrackPoint-aanwijsapparaat is uitgevoerd. • Sommige gebaren zijn alleen beschikbaar als u bepaalde toepassingen gebruikt. • Mogelijk ziet het trackpad op uw computer er anders uit dan de computer die in dit onderwerp wordt getoond. Dit hangt af van het model.
Het dopje op het aanwijsknopje vervangen Het dopje 1 bovenop het aanwijsknopje kan worden verwijderd. Nadat u het dopje voor een langere periode hebt gebruikt, moet u deze mogelijk vervangen door een nieuwe. Opmerkingen: • Zorg ervoor dat u een dop met groeven gebruikt a , zoals in de volgende afbeelding wordt weergegeven. • Afhankelijk van het model kan het toetsenbord er anders uitzien dan in de illustratie in dit onderwerp.
• Wikkel het netsnoer niet strak om de transformator van de netvoedingsadapter als het op de transformator is aangesloten. De batterij gebruiken Als u met uw computer wilt werken terwijl er geen stopcontact in de buurt is, bent u voor de voeding van uw computer afhankelijk van de batterij. Verschillende componenten van de computer hebben een verschillend stroomverbruik. Als u componenten met een hoog stroomverbruik vaker gebruikt, raakt de batterij uiteraard sneller leeg.
fysieke omgeving en of u de computer al dan niet gebruikt. U kunt op elk gewenst moment de laadstatus van de batterij op het batterijstatuspictogram in het Windows-systeemvak controleren. Opmerking: Om de levensduur van de batterij te maximaliseren, begint de computer pas met opladen als de hoeveelheid resterende energie van de batterij onder de 95% komt. Wanneer u de batterij moet opladen • Het opladen van de batterij wordt beïnvloed door de temperatuur.
In de slaapstand wordt uw werk opgeslagen in het geheugen en worden het opslagstation en het beeldscherm vervolgens uitgeschakeld. Zodra de computer ontwaakt, wordt het werk binnen enkele seconden weer geladen. Om de computer in de slaapstand te plaatsen, doet u het volgende: – Windows 7: open het menu Start en klik daarna op de pijl naast de knop Afsluiten. Klik in het weergegeven menu op Slaapstand. – Windows 10: open het menu Start, klik op Aan/Uit en klik vervolgens op Slaapstand.
GEVAAR Uw computer beschikt over een ethernetpoort. Om te voorkomen dat u een elektrische schok krijgt, dient u de telefoonkabel niet aan te sluiten op de ethernetpoort. Draadloze verbindingen Bij een draadloze verbinding worden er gegevens overgebracht via radiogolven, zonder dat er kabels of snoeren worden gebruikt. De draadloos-LAN-verbinding gebruiken Een draadloos Local Area Network (LAN) bestrijkt een relatief klein gebied, zoals een kantoorgebouw of een woonhuis.
Sommige ThinkPad-notebookcomputers worden geleverd met een geïnstalleerde draadloos-WAN-kaart met bepaalde draadloos-WAN-technologieën, zoals HSPA, 3G, 4G of LTE. U kunt met de draadloos-WAN-kaart draadloos-WAN-verbindingen tot stand brengen. Opmerking: De draadloos-WAN-service wordt in sommige landen of regio's aangeboden door geautoriseerde serviceproviders.
Raadpleeg het Help-informatiesysteem van Windows en het Bluetooth-apparaat voor meer informatie. De NFC-apparaten gebruiken Als uw computer de NFC-functie ondersteunt, ziet u een NFC-logo of -label in de buurt van de trackpad. NFC is een draadloze communicatietechnologie met kort bereik en hoge frequentie. Door gebruik te maken van de NFC-functie, kunt u de radiocommunicatie tussen uw computer en een ander NFC-apparaat (op een paar centimeter afstand) tot stand brengen.
De computer met een smartphone met NFC-functie koppelen Controleer voor u begint of het smartphonescherm naar boven is gericht. Daarna doet u het volgende: 1. Plaats de smartphone dicht boven het NFC-label zoals afgebeeld. Breng de korte rand van de smartphone op één lijn met de horizontale extensielijn voor het midden van het NFC-label. 2. Verplaats de smartphone langzaam 5 cm in de richting van het computerscherm.
De slimme audiovoorziening gebruiken De slimme audiovoorziening wordt ondersteund op bepaalde computermodellen. Ter bescherming tegen gehoorverlies beperkt deze voorziening de RMS-uitvoerspanning van de computer tot 130 mV wanneer een headset of hoofdtelefoon is aangesloten. U kunt de instelling als volgt wijzigen: 1. Ga naar het Configuratiescherm en geef grote pictogrammen weer. 2. Klik op SmartAudio. Klik in het venster dat wordt weergegeven, op het pictogram Hoofdtelefoonbeperking uitschakelen.
De infraroodcamera biedt een persoonlijke en veilige manier voor aanmelding bij uw computer met gezichtsverificatie. Nadat u de infraroodcamera voor gezichtsverificatie hebt ingesteld, kunt u uw computer ontgrendelen door uw gezicht te scannen, in plaats van een wachtwoord te gebruiken. De infraroodcamera bevat de volgende componenten: 1 3 Infrarood-LED (Light-Emitting Diode) De infrarood-LED zendt infraroodlicht uit. Het infraroodlicht is normaal gesproken niet zichtbaar voor het blote oog.
Een mediakaart of een smartcard gebruiken Uw computer is uitgerust met een geheugenkaartsleuf. Afhankelijk van het model kan uw computer ook een sleuf voor een smartcard hebben. Ondersteunde mediakaarttypen De geheugenkaartlezer van uw computer ondersteunt alleen de volgende geheugenkaarten: Opmerking: Uw computer ondersteunt de functie Content Protection for Recordable Media (CPRM) voor de SD-kaart niet.
2. Houd de kaart in de juiste richting: • Voor de geheugenkaart: de metalen contactpunten van de kaart zijn omlaag gericht en wijzen naar de kaartsleuf. • Voor de smartcard: de metalen contactpunten van de kaart zijn omhoog gericht en wijzen naar de kaartsleuf. 3. Druk de kaart stevig in de kaartsleuf. Ga als volgt te werk als de functie plug-and-play voor de geïnstalleerde geheugenkaart of smartcard niet is ingeschakeld: 1. Ga naar het Configuratiescherm. 2. Geef het Configuratiescherm op categorie weer.
• 4096 x 2304 pixels/60 Hz als er een extern beeldscherm op de USB-C-aansluiting is aangesloten • 4096 x 2160 pixels/24 Hz of 3840 x 2160 pixels/30 Hz als er een extern beeldscherm op de HDMIaansluiting is aangesloten Raadpleeg voor meer informatie over het externe beeldscherm de handleidingen die bij het beeldscherm zijn geleverd. Een extern beeldscherm aansluiten U kunt een bekabeld beeldscherm of een draadloos beeldscherm gebruiken.
Opmerking: Afhankelijk van de situatie, kunt u Alleen projector of Alleen tweede scherm zien. Als u programma's weergeeft die gebruikmaken van DirectDraw of Direct3D® in Volledig scherm, verschijnt de video-uitvoer alleen op het hoofdbeeldscherm. De instellingen van het beeldscherm aanpassen U kunt de instellingen voor zowel het computerscherm als het externe beeldscherm wijzigen. U kunt bijvoorbeeld bepalen welk scherm het hoofdscherm is en welke het secundaire beeldscherm is.
Als u accessoires voor op reis wilt aanschaffen, gaat u naar: https://www.lenovo.com/accessories Hoofdstuk 2.
42 T570 en P51s Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 3. De computer uitbreiden In dit hoofdstuk vindt u instructies voor het gebruiken van hardwareapparaten om de mogelijkheden van uw computer uit te breiden. Opties voor de ThinkPad zoeken Als u de mogelijkheden van uw computer wilt uitbreiden, heeft Lenovo allerlei hardwaretoebehoren en upgrades om aan uw wensen tegemoet te komen.
1 Always On USB 2.0-aansluiting: Sluit USB-compatibele apparaten aan of laad bepaalde mobiele, digitale apparaten en smartphones op. 2 USB 2.0-aansluitingen 3 USB 3.0-aansluiting Sluit USB-compatibele apparaten aan, zoals een USB-toetsenbord, USB-muis, USB-opslagapparaat of USB-printer. 4 Ethernet-poort: Sluit het dockingstation aan op een ethernet-LAN.
4 Uitwerpknop: Druk op de uitwerpknop om de computer van het dockingstation los te koppelen. 5 Geleider: Gebruik de geleider om de computer uit te lijnen met het dockingstation. 6 Aansluiting dockingstation: Sluit het dockingstation op de computer aan. 7 Systeemslot: Gebruik het systeemslot om de uitwerpknop te blokkeren of te ontgrendelen. • In de vergrendelde stand is de uitwerpknop vergrendeld en kunt u de computer niet koppelen of loskoppelen.
U kunt als volgt een DVI-beeldscherm aansluiten: 1. Zet de computer uit. 2. Het DVI-beeldscherm aansluiten op de DVI-aansluiting. Sluit het beeldscherm vervolgens aan op een stopcontact. 3. Zet het DVI-beeldscherm aan en vervolgens de computer. 8 VGA-aansluiting: Sluit de computer op een compatibel VGA-videoapparaat aan, zoals een VGAbeeldscherm. 9 Audioaansluiting: Sluit een hoofdtelefoon of headset met een vierpolige 3,5 mm stekker aan.
1 Always On USB 2.0-aansluiting: Sluit USB-compatibele apparaten aan of laad bepaalde mobiele, digitale apparaten en smartphones op. 2 USB 2.0-aansluitingen 3 USB 3.0-aansluitingen Sluit USB-compatibele apparaten aan, zoals een USB-toetsenbord, USB-muis, USB-opslagapparaat of USB-printer. 4 Ethernet-poort: Sluit het dockingstation aan op een ethernet-LAN.
11 Veiligheidsslot: Om het dockingstation tegen diefstal te beschermen, maakt u het dockingstation vast aan een bureau, tafel of ander vast voorwerp. Gebruik een veiligheidskabelslot dat op deze beveiligingslotsleuf past. Een dockingstation aansluiten op de computer Attentie: Wanneer de computer aan een dockingstation is gekoppeld, til deze combinatie dan nooit alléén op aan de computer. Houd altijd beide apparaten vast. Anders kan het dockingstation vallen.
Opmerking: Als u de computer op het dockingstation aansluit, maar het dockingstation niet op de netvoeding aansluit, gaat uw computer over op de batterijmodus. Een dockingstation loskoppelen van de computer Attentie: Wanneer de computer aan een dockingstation is gekoppeld, til deze combinatie dan nooit alléén op aan de computer. Houd altijd beide apparaten vast. Anders kan het dockingstation vallen.
• Gebruik de aansluitingen zoals afgebeeld niet tegelijkertijd om meerdere beeldschermen aan te sluiten. Doet u dat wel, dan werkt een van de beeldschermen zoals afgebeeld niet meer. – ThinkPad Pro Dock – ThinkPad Ultra Dock • Voor het ThinkPad Ultra Dock kunnen maximaal drie beeldschermen (inclusief het computerbeeldscherm) tegelijkertijd werken.
– Als het beeldscherm aan is: ThinkPad WiGig Dock Met de WiGig-technologie (Wireless Gigabit) is draadloze communicatie met een snelheid van meerdere gigabytes mogelijk tussen apparaten die bij elkaar in de buurt zijn. Sommige computermodellen worden geleverd met een draadloos-LAN-kaart met ingebouwde WiGig-functie. Deze computermodellen kunnen draadloos met het ThinkPad WiGig Dock samenwerken om de mogelijkheden van de computer te vergroten.
5 USB 3.0-aansluiting Sluit USB-compatibele apparaten aan, zoals een USB-toetsenbord, USB-muis, USB-opslagapparaat of USB-printer. 3 Audioaansluiting: Sluit hierop een hoofdtelefoon of headset met een vierpolige 3,5 mm stekker aan. 4 Aan/uit-knop/verbindingsknop: Het dock in of uitschakelen. U kunt ook op de knop drukken om de verbinding te bevestigen. 6 8 Always On USB 3.0-aansluiting: Sluit USB-compatibele apparaten aan of laad bepaalde mobiele, digitale apparaten en smartphones op.
1. Verbind het netsnoer met de netvoedingsadapter. 2. Sluit de voedingsadapter aan op de netvoedingsaansluiting op het dock. 3. Sluit het netsnoer aan op een werkend stopcontact. 4. Schakel het dock in door op de aan/uit-knop te drukken. 5. Als er een extern beeldscherm beschikbaar is, sluit u dat aan op de juiste aansluiting (HDMI- of DisplayPort-aansluiting) op het dock. Op het externe beeldscherm worden instructies voor draadloos koppelen weergegeven wanneer u de computer verbindt met het dock.
6. Plaats uw computer in de buurt (binnen 120 cm) van het dockingstation. Als u de beste prestaties wilt krijgen, controleert u of: • Het dockingstation wordt geplaatst binnen een afstand van 60 cm en in een hoek van 120 graden ten opzichte van de achterkant van het computerbeeldscherm. • Zich geen voorwerpen bevinden tussen het dockingstation en de computer. Opmerking: Controleer of het WiGig-dockingstation en de computer in de aanbevolen positie zijn geplaatst.
Nadat u voor de eerste keer een verbinding hebt gemaakt, kunt u nog meer opties configureren. Als de computer nu binnen het vereiste bereik komt, wordt automatisch een verbinding gemaakt met het dockingstation. De verbinding met het ThinkPad WiGig Dock verbreken Ga als volgt te werk om uw computer los te koppelen van het ThinkPad WiGig Dock: 1.
56 T570 en P51s Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 4. Informatie over toegankelijkheid, ergonomie en onderhoud In dit hoofdstuk vindt u informatie over toegankelijkheid, ergonomie, schoonmaken en onderhoud. Informatie voor gehandicapten Lenovo wilt gebruikers met een gehoor- of mobiliteitsbeperking of een visuele beperking meer toegang bieden tot informatie en technologie. In dit gedeelte vindt u informatie over de manier waarop deze gebruikers optimaal van hun computerervaring kunnen profiteren.
Als u liever gegevens op uw computer typt of invoert met een muis, joystick of ander aanwijsapparaat in plaats van een echt toetsenbord te gebruiken, kunt u het Schermtoetsenbord gebruiken. Het Schermtoetsenbord is een visueel toetsenbord met alle standaardtoetsen. U kunt toetsen selecteren met de muis of een ander aanwijsapparaat, of u kunt erop tikken om toetsen te selecteren als uw computer een multitouch-scherm ondersteunt.
2. Volg de aanwijzingen op het scherm. Opmerking: Als u een te lage resolutie instelt, passen bepaalde items wellicht niet meer op het scherm. Aanpasbare itemgrootte U kunt de items op het scherm leesbaarder maken door de itemgrootte te wijzigen. • Om de itemgrootte tijdelijk te wijzigen, gebruikt u het vergrootglashulpmiddel in het Toegankelijkheidscentrum. • U kunt de waarde van een item als volgt definitief wijzigen: – Wijzig de grootte van alle items op het scherm. – Windows 7: 1.
Werken buiten een vaste kantooromgeving kan betekenen dat u zich regelmatig moet aanpassen aan een nieuwe omgeving. Het aanpassen van lichtbronnen, een actieve zithouding en de plaatsing van de computerhardware kunnen u helpen uw prestaties te verbeteren en meer comfort te creëren. In dit voorbeeld wordt een persoon afgebeeld in een conventionele bureauopstelling. Ook als u niet aan een bureau werkt, verdient het aanbeveling om deze tips zoveel mogelijk te volgen.
zijn. Als u vragen hebt over vermoeide ogen of ander visueel ongemak, raadpleeg dan een opticien of oogarts. Reiniging en onderhoud Met de juiste zorg en het juiste onderhoud kunt u op uw computer vertrouwen. De volgende onderwerpen bevatten informatie om u te helpen uw computer in optimale conditie te houden.
doek met water of een reinigingsmiddel voor brillen. Breng niet rechtstreeks vloeistoffen op het beeldscherm aan. Zorg ervoor dat het scherm droog is voordat u het scherm sluit.
Hoofdstuk 5. Beveiliging In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u uw computer beschermt tegen gebruik door onbevoegden. Wachtwoorden gebruiken In dit onderwerp vindt u informatie over het gebruik van het systeemwachtwoord, het supervisorwachtwoord en het vaste-schijfwachtwoord. Inleiding tot wachtwoorden U kunt voorkomen dat uw computer ongeoorloofd wordt gebruikt door een wachtwoord te gebruiken.
Voor het opslagstation zijn twee soorten wachtwoorden waarmee de opgeslagen informatie beschermd kan worden: • Gebruikerswachtwoord Als er wel een gebruikerswachtwoord voor de vaste schijf is ingesteld maar geen masterwachtwoord is ingesteld, moet het vaste-schijfwachtwoord van de gebruiker worden ingevoerd om toegang te krijgen tot de bestanden en toepassingen op het opslagstation.
1. Start de computer opnieuw op. Wanneer het logoscherm wordt getoond, drukt u op F1 om het programma ThinkPad Setup te starten. 2. Selecteer met behulp van de cursortoetsen Security ➙ Password. 3. Selecteer, afhankelijk van het type wachtwoord, Power-on Password, Supervisor Password of Hard disk x Password. 4. Volg de instructies op het scherm om een wachtwoord in te stellen, te wijzigen of te verwijderen. Noteer het wachtwoord en bewaar het wachtwoord op een veilige plaats.
Vaste-schijf- en SSD-station met (schijf) versleuteling Enkele modellen bevatten een vaste-schijfstation, SSD-station of hybride station met (schijf)versleuteling. Met deze versleutelingstechnologie kunt u de computer beter beschermen tegen beveiligingsaanvallen op media-, NAND-flash- of apparaatcontrollers door gebruik te maken van een hardwareversleutelingschip. Voor een efficiënt gebruik van de versleutelingsfunctie stelt u een vaste-schijfwachtwoord voor het interne opslagstation in.
• Windows 7 1. Start het vingerafdrukprogramma. Raadpleeg 'Lenovo-programma's openen' op pagina 13 voor instructies over het starten van het vingerafdrukprogramma. 2. Voer indien nodig het Windows-wachtwoord in. 3. Volg de aanwijzingen op het scherm om de inschrijving te voltooien. Meer informatie over het gebruik van de vingerafdruklezer vindt u in het Help-systeem van het vingerafdrukprogramma. • Windows 10 1. Open het menu Start en klik vervolgens op Instellingen ➙ Accounts ➙ Aanmeldingsopties. 2.
2. Scan uw vinger op de vingerafdruklezer op het moment dat hierom wordt gevraagd. 3. Voer uw systeemwachtwoord, harde-schijfwachtwoord of beide (zoals vereist) in. De verbinding is tot stand gebracht. Als u de computer opnieuw start, kunt u uw vingerafdrukken gebruiken om u op de computer aan te melden zonder dat u uw Windows-wachtwoord, systeemwachtwoord of vaste-schijfwachtwoord hoeft in te voeren. Ga naar het programma ThinkPad Setup als u de instellingen wilt wijzigen.
Gegevens verwijderen van een opslagstation Sommige gegevens die op het opslagstation zijn opgeslagen, kunnen gevoelig zijn. Als u uw computer van de hand doet zonder de geïnstalleerde software te verwijderen, zoals het besturingssysteem en de programma's, handelt u mogelijk ook in strijd met de licentieovereenkomsten. Zorg ervoor dat u opgeslagen gegevens op het opslagstation verwijdert voordat u uw computer wegdoet, verkoopt of van de hand doet.
70 T570 en P51s Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 6. Geavanceerde configuratie In dit hoofdstuk krijgt u informatie voor het verder configureren van de computer: Een nieuw besturingssysteem installeren In sommige gevallen moet u mogelijk een nieuw besturingssysteem installeren. In dit onderwerp vindt u instructies voor het installeren van een nieuw besturingssysteem. Een Windows 7-besturingssysteem installeren Druk deze aanwijzingen af voordat u begint. Attentie: • Wij raden u aan uw besturingssysteem bij te werken via officiële kanalen.
• TPM 2.0 wordt alleen ondersteund op het besturingssysteem Windows 7 (64-bits) in de UEFI-modus. Als u het besturingssysteem Windows 7 (64-bits) installeert in de Legacy-modus, controleert u of u de beveiligings-chip hebt ingesteld op TPM 1.2. 7. Druk op F10 om de instellingen op te slaan en het ThinkPad Setup-programma af te sluiten. 8. Sluit een extern dvd-station aan op de computer, plaats de installatie-dvd voor het Windows 7besturingssysteem in het station en start de computer vervolgens opnieuw op.
• Wij raden u aan uw besturingssysteem bij te werken via officiële kanalen. Een onofficiële update kan beveiligingsrisico's veroorzaken. • Wanneer u een nieuw besturingssysteem installeert, worden alle gegevens op het interne opslagstation verwijderd, inclusief de gegevens die in verborgen mappen zijn opgeslagen. Ga als volgt te werk om een Windows 10-besturingssysteem te installeren: 1. Zorg ervoor dat u de beveiligings-chip hebt ingesteld op TPM 2.0.
Opmerking: Een stuurprogramma is een programma, zoals alle andere bestanden op uw computer en het is dan ook gevoelig voor beschadiging. Als het bestand beschadigd is, kan het zijn dat het niet goed meer functioneert. Het is niet altijd nodig om de meest recente stuurprogramma's te downloaden. U moet het meest recente stuurprogramma voor een bepaalde component echter wel downloaden wanneer u merkt dat die component niet goed meer werkt of wanneer u een nieuwe component installeert.
Het programma ThinkPad Setup gebruiken Met het programma ThinkPad Setup kunt u de instellingen van uw voorkeur voor uw computer selecteren door het BIOS te configureren. ThinkPad Setup configureren In het menu van het programma ThinkPad Setup worden meerdere items over de systeemconfiguratie weergegeven. Attentie: De standaardconfiguraties zijn in de fabriek al voor u gekozen. Verkeerde wijzigingen van de configuraties kunnen onverwachte gevolgen hebben.
2. Stel de gewenste opstartvolgorde in. 3. Druk op F10 om de wijzigingen op te slaan en het systeem opnieuw op te starten. U kunt de opstartvolgorde tijdelijk wijzigen door het volgende te doen: 1. Zet de computer uit. 2. Zet de computer aan. Druk zodra het logoscherm verschijnt op de toets F12. 3. Selecteer het apparaat waarvan u de computer wilt opstarten. Druk vervolgens op Enter.
• Embedded Controller Version • ME Firmware Version • Machine Type Model • System-unit serial number • System board serial number • Asset Tag • CPU Type • CPU Speed • Installed Memory • UUID • MAC Address (Internal LAN) • Preinstalled operating system license • UEFI Secure Boot • OA3 ID • OA2 Menu Config Opmerking: De menuopties van het BIOS kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd. Afhankelijk van het model kan de standaardwaarde afwijken.
• UEFI PXE Boot Priority Waarden: IPv6 First, IPv4 First Beschrijving: Selecteer network stack priority voor opstartmodus UEFI PXE. Dit menu wordt alleen weergegeven in de opstartmodus UEFI Only of de opstartmodus Both met UEFI first wanneer zowel IPv6 als IPv4 stacks zijn ingeschakeld. • Wake by WiGig Dock Waarden: Disabled, Enabled Beschrijving: Schakel de ontwaakfunctie van het ThinkPad WiGig Dock in of uit. Als u Enabled inschakelt, kan dat de levensduur van de batterij verkorten.
Waarden: Disabled, Enabled Beschrijving: Schakel de ingebouwde trackpad in of uit. Opmerking: Als u een externe muis wilt gebruiken, selecteert u Disabled. • Fn and Ctrl Key swap Waarden: Disabled, Enabled Beschrijving: als u Enabled selecteert, werkt de Fn-toets als de Ctrl-toets en werkt de Ctrl-toets als de Fntoets. • F1–F12 as Primary Function Waarden: Disabled, Enabled Beschrijving: als u Enabled selecteert, wordt bij het indrukken van de functietoetsen direct F1-F12 ingevoerd.
Waarden: Disabled, Enabled Beschrijving: Selecteer de modus van de Intel SpeedStep-technologie tijdens runtime. – Mode for AC Waarden: Maximum Performance, Battery Optimized Beschrijving: Maximum Performance: Altijd de hoogste snelheid – Mode for Battery Waarden: Maximum Performance, Battery Optimized Beschrijving: Battery Optimized: Altijd de laagste snelheid • Adaptive Thermal Management Beschrijving: Selecteer het schema voor temperatuurbeheer dat u wilt gebruiken.
Waarden: Enabled, Disabled Beschrijving: Schakel een geluidssignaal in of uit wanneer er op niet-gedefinieerde toetscombinaties wordt gedrukt. Thunderbolt(TM) 3 • Wake by Thunderbolt(TM) 3 Waarden: Disabled, Enabled Beschrijving: Schakel de ontwaakfunctie van de Thunderbolt(TM) 3-aansluiting in of uit. Als u Enabled selecteert, kan de levensduur van de batterij wanneer deze de status bijna leeg heeft, korter worden.
Waarden: 0–255 Beschrijving: Stel de time-outoptie voor het tot stand brengen van de CIRA-verbinding in. U kunt een waarde van 0 tot 255 selecteren. Als u 0 selecteert, wordt 60 seconden gebruikt als de standaard timeoutwaarde. Als u 255 selecteert, is de wachttijd voor het tot stand brengen van een verbinding onbeperkt. Opmerking: De standaardwaarde is 60 seconden. • Console Type Waarden: VT100, VT100+, VT-UTF8, PC ANSI Beschrijving: Selecteer het type console voor AMT.
Beschrijvingen: Als u deze optie inschakelt, is het supervisorwachtwoord vereist als u probeert het menu Boot te openen door herhaaldelijk op F12 te drukken. Als u deze functie wilt gebruiken, moet er een supervisorwachtwoord zijn ingesteld. • Password Count Exceeded Error Waarden: Disabled, Enabled Beschrijvingen: Selecteer deze optie om het foutbericht POST 0199 weer te geven als u meer dan drie keer een foutief supervisorwachtwoord opgeeft.
Security Chip • Security Chip Type Waarden: TPM 2.0 Beschrijvingen: U kunt een Discrete TPM-chip (Trusted Platform Module) in de modus TPM 2.0 gebruiken. Opmerking: Dit item wordt niet weergegeven in het TPM 1.2-ondersteuningsmodel. • Security Chip Selection Waarden (voor Windows 10 en Windows 7 64-bits): TPM 2.0, TPM 1.2 Waarden (voor Windows 7 32-bits): TPM 2.0, TPM 1.2 Beschrijvingen: Stel de TPM-werkstand in. Opmerking: Dit item wordt alleen weergegeven in het TPM 1.2-ondersteuningsmodel.
Waarden: Disabled, Enabled Beschrijvingen: Wanneer deze optie is ingeschakeld, kunnen alle gebruikers het UEFI BIOS bijwerken. Als u deze optie uitschakelt, kan alleen de persoon die het supervisorwachtwoord kent, het UEFI BIOS bijwerken. • Secure RollBack Prevention Waarden: Disabled, Enabled Beschrijvingen: Als deze optie is uitgeschakeld, kunt u eerdere versies van het UEFI BIOS doorgeven.
• WiGig Internal Device Access • Bottom Cover Tamper Detection Waarden: Disabled, Enabled Beschrijvingen: Wanneer deze optie is ingeschakeld, is het supervisorwachtwoord vereist wanneer sabotage aan de bodemafdekplaat wordt gedetecteerd. Deze optie is pas functioneel als er een supervisorwachtwoord is ingesteld.
Intel (R) SGX • Intel (R) SGX Control Waarden: Disabled, Enabled, Software Controlled Beschrijvingen: Schakel de Intel Software Guard Extensions (SGX) in of uit. Als u Software Controlled selecteert, wordt SGX bestuurd door de SGX-toepassing voor het besturingssysteem in de UEFIopstartmodus. • Change Owner EPOCH Waarde: Enter Beschrijvingen: Wijzig Owner EPOCH in een willekeurige waarde. Gebruik deze optie om SGXgebruikersgegevens te wissen.
Waarden: Quick, Diagnostics Beschrijvingen: Bepaal welk scherm tijdens de zelftest (POST) wordt weergegeven, het logoscherm of het berichtscherm. • Option Key Display Waarden: Disabled, Enabled Beschrijvingen: Als u deze optie uitschakelt, wordt het bericht 'To interrupt normal startup, press Enter.' niet weergegeven tijdens de zelftest (POST).
Als de computer eenmaal geconfigureerd en operationeel is, hebt u dankzij de software- en beheervoorzieningen die al op de clientcomputer en op het netwerk aanwezig zijn, voortdurend controle over uw gehele systeem. Desktop Management Interface Het UEFI BIOS van uw computer biedt ondersteuning voor een interface met de naam System Management BIOS (SMBIOS) Reference Specification, versie 2.8 of hoger. SMBIOS geeft informatie over de hardwarecomponenten van de computer.
1. Start de computer opnieuw op. Wanneer het logoscherm wordt getoond, drukt u op F1 om het programma ThinkPad Setup te starten. 2. Selecteer Config ➙ Network. Het submenu Network wordt weergegeven. 3. Selecteer een overeenkomstige optie voor de Wake on LAN-functie. 4. Druk op F10 om de instellingen op te slaan en af te sluiten. Een Network Boot-volgorde opgeven Wanneer de computer via LAN wordt geactiveerd, start de computer op vanaf het apparaat dat is gespecificeerd in het menu Network Boot.
Hoofdstuk 7. Computerproblemen oplossen Dit hoofdstuk geeft informatie over wat u moet doen als er een probleem met uw computer optreedt. Algemene voorzorgsmaatregelen In dit hoofdstuk staan de volgende tips om u te helpen met het voorkomen van computerproblemen: • Leeg de prullenbak regelmatig. • Voer het programma Schijfdefragmentatie uit op het opslagstation om gegevens sneller te kunnen zoeken en lezen.
De oorzaak van problemen opsporen met Lenovo Solution Center onder het Windows 7besturingssysteem Opmerkingen: • Als u een ander Windows-besturingssysteem dan Windows 7 gebruikt, vindt u de nieuwste informatie over diagnose voor uw computer op: https://www.lenovo.com/diags • Als u het probleem niet zelf kunt opsporen en verhelpen nadat u het programma Lenovo Solution Center hebt uitgevoerd, slaat u de logboekgegevens op die door dit programma zijn gemaakt en drukt u deze gegevens af.
De computer reageert niet meer Druk deze instructies nu af en bewaar die afdrukken bij uw computer, zodat u ze in de toekomst kunt raadplegen. Probleem: Mijn computer reageert niet (ik kan het ThinkPad-aanwijsapparaat of het toetsenbord niet gebruiken). Oplossing: Voer de volgende handelingen uit: 1. Houd de aan/uit-knop ingedrukt totdat de computer is uitgeschakeld. Als het niet lukt om de computer met de aan/uit-knop uit te schakelen, verwijdert u de netvoedingsadapter en de verwisselbare batterij.
3. Schakel de computer onmiddellijk uit. Als u de computer niet uit kunt zetten, verwijdert u de verwisselbare batterij. Hoe sneller de stroomtoevoer naar de computer wordt onderbroken, des te kleiner de kans op kortsluitingen met de daaruit resulterende schade. Attentie: Hoewel u door onmiddellijk uitschakelen van de computer gegevens kunt verliezen, kan het niet uitschakelen van de computer uiteindelijk onherstelbare schade aan de computer zelf aanrichten. 4.
Oplossing: Schakel alle vingerafdruklezers uit en verwijder deze, behalve de lezer die u in uw hoofdbesturingssysteem wilt instellen. • Bericht: 2100: Detectiefout op HDD0 (hoofd-HDD) Oplossing: Het vaste-schijfstation werkt niet. Laat het vaste-schijfstation nazien. • Bericht: 2101: Detectiefout op SSD1 (M.2). Oplossing: Het M.2 SSD-station werkt niet. Laat het M.2 SSD-station nakijken. • Bericht: 2102: Detectiefout op SSD2 (M.2). Oplossing: Het M.2 SSD-station werkt niet. Laat het M.
Fouten waarbij er een geluidssignaal klinkt Met de technologie van Lenovo SmartBeep kunt u geluidssignalen met uw smartphone decoderen wanneer u een zwart scherm met signalen van uw computer krijgt. Als u de fout met geluidssignaal wilt decoderen met Lenovo SmartBeep-technologie, gaat u als volgt te werk: 1. Ga naar https://support.lenovo.com/smartbeep of scan de volgende QR-code. 2. Download de juiste diagnoseapp en installeer deze op uw smartphone. 3.
Foutcodes 0286: fout met geïntegreerde grafische kaart 0287: fout met afzonderlijke grafische kaart Oplossingen Vervang de systeemplaat (alleen serviceprovider). 1. Herinstalleer of vervang de afzonderlijke grafische kaart (alleen serviceprovider). 2. Vervang de systeemplaat (alleen serviceprovider). 0288: fout met computerbeeldscherm 1. Sluit de beeldschermkabel aan de zijde van de systeemplaat en de zijde van het computerbeeldscherm opnieuw aan (alleen serviceprovider). 2.
3. Dubbelklik op Netwerkadapters om alle netwerkadapters te bekijken. Als er een uitroepteken ! naast de naam van de adapter wordt weergegeven, gebruikt u mogelijk niet het goede stuurprogramma of is het stuurprogramma mogelijk uitgeschakeld. 4. Klik met de rechtermuisknop op de geselecteerde adapter, klik op Stuurprogramma bijwerken en volg de instructies op het scherm om het stuurprogramma bij te werken. – De schakelpoort en de adapter dezelfde duplex-instelling hebben.
Probleem met draadloos WAN Probleem: Er wordt een bericht weergegeven met de melding dat er een onbevoegde WAN-kaart is geïnstalleerd. Oplossing: De WAN-kaart wordt niet ondersteund op deze computer. Verwijder de WAN-kaart. Meer informatie vindt u in 'De draadloos-WAN-kaart vervangen' op pagina 121. Opmerking: Bepaalde computermodellen zijn niet uitgerust met een draadloos-WAN-kaart.
Problemen met het toetsenbord • Probleem: Alle of enkele toetsen van het toetsenbord werken niet. Oplossing: Als er een extern numeriek toetsenblok is aangesloten, doet u het volgende: 1. Zet de computer uit. 2. Ontkoppel het externe numerieke toetsenblok. 3. Zet de computer weer aan en probeer het toetsenbord opnieuw. Als het probleem met het toetsenbord is opgelost, kunt u het externe numerieke toetsenblok voorzichtig opnieuw aansluiten.
1. Ga naar het Configuratiescherm en zorg ervoor dat u het Configuratiescherm op Categorie bekijkt. 2. Klik op Hardware en geluiden ➙ Energiebeheer. 3. Geef de aanvullende schema's weer en selecteer vervolgens Hoge prestaties. • Probleem: Wanneer ik de computer aanzet, wordt er niets op het scherm weergegeven en klinkt er tijdens het opstarten geen geluidssignaal.
4. Als het probleem zich blijft voordoen, volg dan de aanwijzingen bij Oplossing voor het onderstaande probleem. • Probleem: De weergave op het scherm is onleesbaar of vervormd. Oplossing: Controleer of: – het beeldschermstuurprogramma op de juiste manier is geïnstalleerd. – de schermresolutie en de kleurdiepte goed zijn ingesteld. – het beeldschermtype goed is ingesteld. U kunt deze instellingen als volgt controleren: 1.
Oplossing: Dit is een intrinsieke eigenschap van de TFT-technologie. Het beeldscherm van uw computer bevat een zeer groot aantal thin-film transistors (TFT's). Slechts een zeer klein aantal daarvan ontbreekt, heeft de verkeerde kleur of licht op. Problemen met een extern beeldscherm • Probleem: Er verschijnt niets op het externe beeldscherm. Oplossing: Als u het beeld wilt weergeven, drukt u op de wisseltoets voor de weergavemodus selecteert u het gewenste beeldscherm.
Oplossing: Zorg ervoor dat u de juiste procedure volgt bij het installeren van het besturingssysteem en het programma. Als deze correct zijn geïnstalleerd en geconfigureerd, maar het probleem nog steeds niet is opgelost, moet u het externe beeldscherm laten nakijken. • Probleem: De functie voor schermuitbreiding werkt niet. Oplossing: De functie voor schermuitbreiding inschakelen. Zie 'Een extern beeldscherm gebruiken' op pagina 38.
• Probleem: Ik kan de schuifregelaar voor het volume of de balans niet verplaatsen. Oplossing: De schuifregelaar wordt grijs weergegeven. Dit betekent dat de positie ervan is vastgesteld door de hardware en niet kan worden gewijzigd. • Probleem: Bij gebruik van sommige audioprogramma's blijven de volumeregelaars niet op hun plaats. Oplossing: Het is niet ongebruikelijk dat schuifregelaars van plaats veranderen bij gebruik van bepaalde audioprogramma's.
weergaveapparaat of een ingebouwde microfoon als opnameapparaat. Een vinkje naast het audioapparaat geeft aan dat het apparaat is geselecteerd. Problemen met de vingerafdruklezer • Probleem: Het oppervlak van de lezer is vuil of nat. Oplossing: Veeg het oppervlak van de lezer voorzichtig schoon met een zachte, droge en pluisvrije doek. • Probleem: Het vastleggen en verifiëren van uw vingerafdruk mislukt vaak.
2. Als de aansluiting op de netvoedingsadapter in orde is, zet u de computer uit, ontkoppelt u de netvoedingsadapter en verwijdert u de verwisselbare batterij. 3. Breng de batterij weer aan, sluit de netvoedingsadapter weer aan en zet de computer aan. 4. Als het pictogram van de voedingsadapter nog steeds niet in het systeemvak van Windows wordt weergegeven, moet u de netvoedingsadapter en uw computer laten repareren.
– https://support.lenovo.com – https://support.microsoft.com/ Problemen met de sluimerstand en de slaapstand • Probleem: De computer gaat onverwacht naar de sluimerstand. Oplossing: Als de microprocessor oververhit raakt, schakelt de computer automatisch over naar de sluimerstand zodat de computer kan afkoelen om de microprocessor en andere interne onderdelen te beschermen. Controleer de instellingen voor de slaapstand.
• Probleem: De batterij loopt langzaam leeg terwijl de computer in de sluimerstand staat. Oplossing: Als de ontwaakfunctie ingeschakeld is, gebruikt de computer een klein beetje energie. Dit is geen defect. Meer informatie vindt u in 'Spaarstanden' op pagina 29. Problemen met het vaste-schijfstation • Probleem: Het vaste-schijfstation maakt af en toe een ratelend geluid.
• De vereiste stuurprogramma's zijn geïnstalleerd. • Het softwareprogramma werkt wel goed op een andere computer. Als er een foutbericht op het scherm wordt weergegeven terwijl u het softwareprogramma gebruikt, raadpleegt u de handleidingen of de Help die bij het softwareprogramma zijn geleverd. Als het programma nog steeds niet goed werkt, neemt u contact op met uw leverancier of met een onderhoudstechnicus. Probleem met USB Probleem: Een apparaat dat is aangesloten op de USB-poort werkt niet.
Hoofdstuk 8. Informatie over systeemherstel In dit hoofdstuk vindt u informatie over hersteloplossingen. Als er een probleem met de software of de hardware is en het is nodig dit probleem te herstellen, kunt u kiezen uit diverse methoden. Sommige van deze methoden zijn per type besturingssysteem verschillend. Informatie over herstelprocedures voor het Windows 7besturingssysteem In dit onderwerp worden de Lenovo-hersteloplossingen onder het besturingssysteem Windows 7 geïntroduceerd.
• Als u de herstelmedia met schijven hebt gemaakt, doet u het volgende: 1. Als uw computer geen intern optisch station heeft, sluit u een extern optisch station aan op de computer. 2. Zet de computer aan en druk herhaaldelijk op F12 totdat het venster Boot Menu wordt geopend. 3. Selecteer in het venster Boot Menu het optische station (intern of extern) als het eerste opstartapparaat. Plaats de schijven daarna in het optische station en druk op Enter. De herstelprocedure wordt gestart. 4.
• Als de submap voor het apparaat een EXE-bestand bevat, dubbelklikt u op het EXE-bestand en volgt u de instructies op het scherm om de installatie te voltooien. • Als de submap voor het apparaat een leesmij-bestand (TXT) bevat, is de informatie van het stuurprogramma opgenomen in het leesmij-bestand. Volg de instructies om de installatie te voltooien. • Als de submap voor het apparaat een bestand INF-bestand bevat, klikt u op het INF-bestand en selecteert u Installeren.
Uw besturingssysteem herstellen als Windows 10 niet opstart De herstelomgeving van Windows op uw computer werkt onafhankelijk van het Windows 10besturingssysteem. Hierdoor kunt u het besturingssysteem herstellen of repareren, ook als het Windows 10besturingssysteem niet kan worden gestart. Na twee achtereenvolgende mislukte pogingen om op te starten, start de herstelomgeving van Windows automatisch. Daarna kunt u reparatie- en herstelopties kiezen door de instructies op het scherm te volgen.
3. Selecteer het USB-herstelstation als opstartapparaat. 4. Selecteer de gewenste toetsenbordindeling. 5. Klik op Problemen oplossen om de optionele hersteloplossingen weer te geven. 6. Selecteer een overeenkomstige hersteloplossing, afhankelijk van uw situatie. Volg daarna de aanwijzingen op het scherm om het proces te voltooien. Hoofdstuk 8.
116 T570 en P51s Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 9. Apparaten vervangen In dit hoofdstuk vindt u instructies voor het installeren en vervangen van de hardware in uw computer. Voorkomen van statische elektriciteit Statische elektriciteit is ongevaarlijk voor uzelf, maar kan de computeronderdelen en de opties zwaar beschadigen. Onjuiste behandeling van onderdelen die gevoelig zijn voor statische elektriciteit, kan leiden tot schade aan die onderdelen.
1. Start de computer opnieuw op. Druk, zodra het logoscherm verschijnt, direct op F1 om naar ThinkPad Setup te gaan. 2. Selecteer Config ➙ Power. Het submenu Power verschijnt. 3. Selecteer Disable Built-in Battery en druk op Enter. 4. Selecteer Yes in het bevestigingsvenster. De ingebouwde batterij wordt uitgeschakeld en de computer wordt automatisch uitgezet. Wacht drie tot vijf minuten om de computer te laten afkoelen.
5. Plaats een nieuwe batterij en zorg dat deze vastklikt. Controleer of de batterijvergrendelingen in de vergrendelde stand staan. 6. Keer de computer om. Sluit de netvoedingsadapter en alle kabels weer op de computer aan. De micro-SIM-kaart vervangen Lees voordat u begint de 'Belangrijke veiligheidsvoorschriften' op pagina v en druk de volgende instructies af. Een micro-SIM-kaart is een kleine plastic kaart met een IC-chip (Integrated Circuit) bevestigd aan één kant van de kaart.
Attentie: Plaats geen nano-SIM-kaart met de adapter voor nano-naar-micro-SIM in de micro-SIMkaartsleuf. De sleuf kan hierdoor beschadigd raken. 5. Plaats de verwisselbare batterij terug. 6. Keer de computer om. Sluit de netvoedingsadapter en alle kabels weer op de computer aan. De klep aan de onderkant van de computer vervangen Lees voordat u begint de 'Belangrijke veiligheidsvoorschriften' op pagina v en druk de volgende instructies af.
4. Verwijder de verwisselbare batterij. Zie 'De verwisselbare batterij vervangen' op pagina 118. 5. Draai de schroeven waarmee de klep aan de onderkant van de computer mee is vastgezet los 1 . Wrik dan de ontgrendelklemmetjes omhoog 2 en verwijder de klep aan de onderkant 3 . 6. Installeer de nieuwe klep aan de onderkant van de computer 1 . Controleer of de klemmen van de klep aan de onderkant van de computer onder de klep vastzitten.
U kunt de draadloos-WAN-kaart als volgt vervangen: 1. Ingebouwde batterij uitschakelen. Zie 'Ingebouwde batterij uitschakelen' op pagina 117. 2. Zorg ervoor dat de computer is uitgeschakeld en dat de netvoedingsadapter en alle andere kabels zijn losgekoppeld. 3. Sluit het beeldscherm en keer de computer om. 4. Verwijder de verwisselbare batterij. Zie 'De verwisselbare batterij vervangen' op pagina 118. 5. Verwijder de klep aan de onderkant van de computer.
8. Plaats de klep aan de onderkant van de computer terug. 9. Plaats de verwisselbare batterij terug. 10. Keer de computer om. Sluit de netvoedingsadapter en alle kabels weer op de computer aan. Het M.2 SSD-station in de sleuf voor de draadloos-WAN-kaart vervangen Lees voordat u begint de 'Belangrijke veiligheidsvoorschriften' op pagina v en druk de volgende instructies af. Sommige computers hebben mogelijk een M.2 SSD-station in de sleuf voor de draadloos-WAN-kaart. Ga als volgt te werk om het M.
7. Ga als volgt te werk om het nieuwe M.2 SSD-station te installeren: a. Lijn de contactrand van het nieuwe M.2 SSD-station uit de sleutel in de sleuf. Steek het M.2 SSDstation vervolgens voorzichtig in de sleuf in een hoek van ongeveer 20 graden 1 . Kantel het nieuwe M.2 SSD-station naar beneden 2 . b. Breng de schroef aan om het nieuwe M.2 SSD-station vast te zetten 3 . 8. Plaats de klep aan de onderkant van de computer terug. 9. Plaats de verwisselbare batterij terug. 10. Keer de computer om.
De dc-in-kabel en dc-in-beugel vervangen Lees voordat u begint de 'Belangrijke veiligheidsvoorschriften' op pagina v en druk de volgende instructies af. Om de dc-in-kabel en dc-in-beugel te vervangen, gaat u als volgt te werk: 1. Schakel de ingebouwde batterijen uit. Zie 'Ingebouwde batterij uitschakelen' op pagina 117. 2. Zorg ervoor dat de computer is uitgeschakeld en dat de netvoedingsadapter en alle andere kabels zijn losgekoppeld. 3. Sluit het beeldscherm en keer de computer om. 4.
9. Installeer de dc-in-beugel. 10. Installeer de schroeven om de dc-in-beugel vast te zetten. 11. Plaats de klep aan de onderkant van de computer terug. 12. Plaats de verwisselbare batterij terug. 13. Keer de computer om. Sluit de netvoedingsadapter en alle kabels weer op de computer aan. De USB-beugel vervangen Lees voordat u begint de 'Belangrijke veiligheidsvoorschriften' op pagina v en druk de volgende instructies af.
U vervangt de USB-beugel als volgt: 1. Schakel de ingebouwde batterijen uit. Zie 'Ingebouwde batterij uitschakelen' op pagina 117. 2. Zorg ervoor dat de computer is uitgeschakeld en dat de netvoedingsadapter en alle andere kabels zijn losgekoppeld. 3. Sluit het beeldscherm en keer de computer om. 4. Verwijder de verwisselbare batterij. Zie 'De verwisselbare batterij vervangen' op pagina 118. 5. Verwijder de klep aan de onderkant van de computer.
Opmerking: De snelheid waarmee een geheugenmodule werkt, is afhankelijk van de systeemconfiguratie. Onder bepaalde omstandigheden werkt de geheugenmodule in de computer wellicht niet op de maximale snelheid. Attentie: Raak de contactrand van de geheugenmodule beslist niet aan. Doet u dat toch, dan kan de geheugenmodule beschadigd raken. U vervangt de geheugenmodule als volgt: 1. Ingebouwde batterij uitschakelen. Zie 'Ingebouwde batterij uitschakelen' op pagina 117. 2.
8. Plaats de klep aan de onderkant van de computer terug. 9. Plaats de verwisselbare batterij terug. 10. Keer de computer om. Sluit de netvoedingsadapter en alle kabels weer op de computer aan. Het interne opslagstation vervangen Lees voordat u begint de 'Belangrijke veiligheidsvoorschriften' op pagina v en druk de volgende instructies af. Attentie: Het interne opslagstation (zoals een vaste-schijfstation, hybride station of SSD-station) is gevoelig.
5. Verwijder de klep aan de onderkant van de computer. Zie 'De klep aan de onderkant van de computer vervangen' op pagina 120. 6. Ontkoppel de kabel van de systeemplaat. 7. Trek aan de tape om het vaste-schijfstation te verwijderen. 8. Ontkoppel de kabel van het vaste-schijfstation. 9. Maak de beugel van het vaste-schijfstation los.
Om het vaste-schijfstation te installeren, gaat u als volgt te werk: 1. Bevestig de beugel aan het nieuwe vaste-schijfstation. 2. Sluit de kabel aan op het vaste-schijfstation. 3. Plaats het nieuwe vaste-schijfstation 1 en kantel het vervolgens naar beneden 2 . Controleer of het nieuwe vaste-schijfstation goed vastzit. Hoofdstuk 9.
4. Sluit de kabel weer aan op de systeemplaat. 5. Plaats de klep aan de onderkant van de computer terug. 6. Plaats de verwisselbare batterij terug. 7. Keer de computer om. Sluit de netvoedingsadapter en alle kabels aan. M.2 SSD-station Ga als volgt te werk om het M.2 SSD-station te verwijderen: 1. Ingebouwde batterij uitschakelen. Zie 'Ingebouwde batterij uitschakelen' op pagina 117. 2. Zorg ervoor dat de computer is uitgeschakeld en dat de netvoedingsadapter en alle andere kabels zijn losgekoppeld. 3.
7. Trek aan de tape om de converter te verwijderen waarin het M.2 SSD-station is geïnstalleerd. 8. Ontkoppel de kabel van de converter. 9. Verwijder de schroeven die het afdekplaatje 1 borgen en verwijder dan het afdekplaatje 2 . Hoofdstuk 9.
10. Draai de schroef los waarmee het M.2 SSD-station vastzit. Het M.2 SSD-station wordt ontgrendeld uit de vergrendelde positie en omhoog gekanteld. 11. Vervolgens verwijdert u het M.2 SSD-station voorzichtig uit de M.2-sleuf. Ga als volgt te werk om het M.2 SSD-station te installeren: 1. Lijn de contactrand van het nieuwe M.2 SSD-station uit de sleutel in de sleuf. Steek het M.2 SSD-station vervolgens voorzichtig in de M.2-sleuf onder een hoek van ongeveer 20 graden 1 . Kantel het nieuwe M.
2. Breng de schroef aan om het nieuwe M.2 SSD-station vast te zetten. 3. Installeer het afdekplaatje 1 en draai dan de schroeven aan om het afdekplaatje vast te zetten 2 . 4. Sluit de kabel aan op de converter. Hoofdstuk 9.
5. Plaats de converter 1 en kantel deze naar beneden 2 . Zorg ervoor dat de converter goed op zijn plaats zit. 6. Sluit de kabel weer aan op de systeemplaat. 7. Plaats de klep aan de onderkant van de computer terug. 8. Plaats de verwisselbare batterij terug. 9. Keer de computer om. Sluit de netvoedingsadapter en alle kabels aan. Het toetsenbord vervangen Lees voordat u begint de 'Belangrijke veiligheidsvoorschriften' op pagina v en druk de volgende instructies af.
1. Ingebouwde batterij uitschakelen. Zie 'Ingebouwde batterij uitschakelen' op pagina 117. 2. Zorg ervoor dat de computer is uitgeschakeld en dat de netvoedingsadapter en alle andere kabels zijn losgekoppeld. 3. Sluit het beeldscherm en keer de computer om. 4. Verwijder de verwisselbare batterij. Zie 'De verwisselbare batterij vervangen' op pagina 118. 5. Maak de schroeven los waarmee het toetsenbord is bevestigd. 6. Keer de computer weer om en open het beeldscherm.
8. Laat het toetsenbord op de polssteun rusten en ontkoppel de aansluitingen. Verwijder vervolgens het toetsenbord. Om het nieuwe toetsenbord te installeren, doet u het volgende: 1. Bevestig de aansluitingen. Keer het toetsenbord om.
2. Schuif het toetsenbord onder de rand. Zorg ervoor dat de voorste rand van het toetsenbord (de rand die zich dicht bij het beeldscherm bevindt) onder het frame van het afdekpaneel van het toetsenbord zit. 3. Schuif het toetsenbord in de richting die is aangegeven met de pijlen. Zorg ervoor dat de klemmen onder het toetsenbordframe zitten. Hoofdstuk 9.
4. Sluit het beeldscherm en keer de computer om. Draai de schroeven aan om het toetsenbord te bevestigen. 5. Plaats de verwisselbare batterij terug. 6. Keer de computer om. Sluit de netvoedingsadapter en alle kabels weer op de computer aan. De knoopcelbatterij vervangen Lees voordat u begint de 'Belangrijke veiligheidsvoorschriften' op pagina v en druk de volgende instructies af.
GEVAAR Als de knoopcelbatterij niet op de juiste manier in het apparaat wordt geïnstalleerd, kan hij ontploffen. De knoopcelbatterij bevat een kleine hoeveelheid schadelijke stoffen. Om verwondingen te voorkomen, dient u zich aan de volgende richtlijnen te houden: • Vervang de batterij alleen door een door Lenovo aanbevolen batterij van hetzelfde type. • Houd de batterij uit de buurt van open vuur. • Stel de batterij niet bloot aan overmatige warmte. • Stel de batterij niet bloot aan water of regen.
8. Plaats de klep aan de onderkant van de computer terug. 9. Plaats de verwisselbare batterij terug. 10. Keer de computer om. Sluit de netvoedingsadapter en alle kabels weer op de computer aan. Opmerking: Nadat u de knoopcelbatterij hebt vervangen, stelt u de systeemdatum en -tijd opnieuw in via het programma ThinkPad Setup. Zie 'Menu Date/Time' op pagina 82.
Hoofdstuk 10. Ondersteuning In dit hoofdstuk vindt u informatie over de hulp en ondersteuning die Lenovo te bieden heeft. Voordat u contact opneemt met Lenovo Vaak kunt u computerproblemen oplossen door de informatie bij de uitleg van foutcodes te lezen, diagnoseprogramma´s uit te voeren of de website Lenovo Support te raadplegen. De computer registreren Registreer uw computer bij Lenovo. Meer informatie vindt u in 'De computer registreren' op pagina 17.
support.lenovo.com. Het gaat daarbij om gedrukte boeken, elektronische boeken, readme-bestanden en Help-bestanden. De Microsoft Servicepacks zijn de nieuwste softwarebron voor productupdates voor Windows. Deze zijn beschikbaar als download via het internet (hiervoor kunnen kosten voor de verbinding in rekening worden gebracht) of op schijf. Ga voor meer informatie en links naar https://www.microsoft.com.
Blijft indien mogelijk bij uw computer wanneer u Lenovo belt. Controleer voordat u belt of u de meest recente stuurprogramma's en systeemupdates hebt gedownload, de diagnoseprogramma's hebt uitgevoerd en alle systeemgegevens hebt genoteerd.
146 T570 en P51s Gebruikershandleiding
Bijlage A. Aanvullende informatie over het Ubuntubesturingssysteem In bepaalde landen en regio's biedt Lenovo klanten de mogelijkheid computers te bestellen waarop het besturingssysteem Ubuntu® is geïnstalleerd. Als het Ubuntu-besturingssysteem beschikbaar is op uw computer, raden we u aan de volgende informatie te lezen voordat u de computer gebruikt. U kunt informatie over (hulp)programma's van Windows en vooraf geïnstalleerde toepassingen van Lenovo in deze documentatie negeren.
148 T570 en P51s Gebruikershandleiding
Bijlage B. Regelgeving In dit hoofdstuk vindt u informatie over de regelgeving en naleving met betrekking tot Lenovo-producten. Informatie over certificering Productnaam: ThinkPad T570 en ThinkPad P51s Nalevings-ID: TP00085A Machinetypen: 20H9, 20HA, 20HB, 20HC, 20JW, 20JX, 20JY en 20K0 De meest recente informatie over naleving is beschikbaar op: https://www.lenovo.
Plaats van de UltraConnect-antennes voor draadloze communicatie ThinkPad-notebookcomputers hebben voor een optimale ontvangst een in het beeldscherm geïntegreerd draadloos UltraConnect™-antennesysteem dat draadloze communicatie mogelijk maakt, waar u ook bent.
Kennisgeving classificatie voor export Dit product is onderworpen aan de United States Export Administration Regulations (EAR) en heeft een ECCN (Export Classification Control Number) van 5A992.c. Het mag opnieuw worden geëxporteerd, behalve naar landen onder embargo genoemd in de landenlijst EAR E1.
Kennisgeving over EMC-richtlijn: Dit product voldoet aan de voorwaarden voor bescherming zoals opgenomen in EMC-richtlijn 2014/30/EU van de Europese Commissie inzake de harmonisering van de wetgeving van Lidstaten met betrekking tot elektromagnetische compatibiliteit. Uit tests is gebleken dat dit product voldoet aan de beperkingen die worden opgelegd aan apparatuur van Klasse B conform de Europese standaard inzake harmonisering in de geldende richtlijnen.
Verklaring van conformiteit met Japanse VCCI Klasse B Japanse kennisgeving voor producten die worden aangesloten op de netstroom met een nominale stroom kleiner dan of gelijk aan 20 A per fase De kennisgeving van Japan voor netsnoeren The ac power cord shipped with your product can be used only for this specific product. Do not use the ac power cord for other devices.
154 T570 en P51s Gebruikershandleiding
Bijlage C. Kennisgevingen inzake WEEE en recycling voor landen en regio's In dit hoofdstuk vindt u milieu-informatie over Lenovo-producten. Algemene informatie over recyclen Lenovo moedigt eigenaren van IT-apparatuur aan om hun apparatuur, wanneer deze niet meer nodig is, op een verantwoorde manier te laten recyclen. Lenovo kent een veelheid aan programma's en services om eigenaren te helpen bij de recycling van hun IT-producten. Ga voor informatie over het recyclen van Lenovoproducten naar: https://www.
Informatie over WEEE voor Hongarije Lenovo betaalt als producent de kosten die worden gemaakt in verband met de naleving van de verplichtingen van Lenovo onder de Hongaarse wet 197/2014 (VIII.1.) subsecties (1)-(5) van sectie 12.
Recyclinginformatie voor Brazilië Declarações de Reciclagem no Brasil Descarte de um Produto Lenovo Fora de Uso Equipamentos elétricos e eletrônicos não devem ser descartados em lixo comum, mas enviados à pontos de coleta, autorizados pelo fabricante do produto para que sejam encaminhados e processados por empresas especializadas no manuseio de resíduos industriais, devidamente certificadas pelos orgãos ambientais, de acordo com a legislação local.
product of met Lenovo. Als u een lithiumbatterij weggooit, omwikkelt u hem met vinyltape en levert u hem in bij de verkoper of een inzamelstation voor chemisch afval. Batterijen van Lenovo-producten weggooien Uw Lenovo-apparaat kan een lithium-ionbatterij of een hydride nikkel-metaalbatterij bevatten. Details van de batterij kunt u vinden in de productdocumentatie.
Bijlage D. Kennisgeving beperking van schadelijke stoffen (Restriction of Hazardous Substances, RoHS) voor landen en regio's De nieuwste milieu-informatie over Lenovo-producten is beschikbaar op: https://www.lenovo.
160 T570 en P51s Gebruikershandleiding
Beperking van schadelijke stoffen (RoHS, Restriction of Hazardous Substances) voor Taiwan Bijlage D.
162 T570 en P51s Gebruikershandleiding
Bijlage E. Kennisgevingen Mogelijk brengt Lenovo de in dit document genoemde producten, diensten of voorzieningen niet uit in alle landen. Neem contact op met uw plaatselijke Lenovo-vertegenwoordiger voor informatie over de producten en diensten die in uw regio beschikbaar zijn. Verwijzing in deze publicatie naar producten of diensten van Lenovo houdt niet in dat uitsluitend Lenovo-producten of -diensten gebruikt kunnen worden.
bepaalde metingen feitelijk schattingen die middels extrapolatie tot stand zijn gekomen. De werkelijk resultaten kunnen hiervan afwijken. Gebruikers van dit document dienen de gegevens te controleren die specifiek op hun omgeving van toepassing zijn. Dit document is auteursrechtelijk beschermd door Lenovo en wordt niet gedekt door enige opensourcelicentie, met inbegrip van enige Linux-overeenkomst(en) die bij de software voor dit product is/zijn geleverd.
Bijlage F. Handelsmerken ACCESS CONNECTIONS, ACTIVE PROTECTION SYSTEM, LENOVO, het LENOVO-logo, THINKPAD, het THINKPAD-logo, TRACKPOINT en ULTRACONNECT zijn handelsmerken van Lenovo. Intel, Intel SpeedStep en Thunderbolt zijn handelsmerken van Intel Corporation of haar dochterondernemingen in de Verenigde Staten en/of andere landen. Microsoft, Windows, Direct3D, BitLocker en Cortana zijn handelsmerken van de Microsoft-bedrijvengroep.
166 T570 en P51s Gebruikershandleiding