ThinkPad P50 Gebruikershandleiding
Opmerking: Lees en begrijp eerst het volgende voordat u deze informatie en het product dat het ondersteunt, gebruikt: • Handleiding voor veiligheid, garantie en installatie • Regulatory Notice • “Belangrijke veiligheidsvoorschriften” op pagina vi • Bijlage F “Kennisgevingen” op pagina 165 Ga voor de nieuwste Handleiding voor veiligheid, garantie en installatie en de Regulatory Notice naar de Lenovo Support-website: http://www.lenovo.com/UserManuals Eerste uitgave (november 2015) © Copyright Lenovo 2015.
Inhoud Lees dit eerst . . . . . . . . . . . . . . v Belangrijke veiligheidsvoorschriften . . . . . . Situaties waarin onmiddellijk handelen vereist is . . . . . . . . . . . . . . . . . . Service en upgrades . . . . . . . . . . Netsnoeren en voedingsadapters . . . . . Verlengsnoeren en vergelijkbare accessoires . Stekkers en stopcontacten . . . . . . . . Kennisgeving voedingseenheid . . . . . . Externe apparatuur . . . . . . . . . . . Algemene waarschuwing over de batterij . .
Tips voor als u op reis gaat . . . . . . . . Accessoires voor op reis . . . . . . . . . 55 56 Hoofdstuk 5. Beveiliging . . . . . . . 57 Wachtwoorden gebruiken . . . . . . . . . . Wachtwoorden invoeren . . . . . . . . . Power-on password . . . . . . . . . . . Supervisorwachtwoord . . . . . . . . . Vaste-schijfwachtwoorden . . . . . . . . Beveiliging van de vaste schijf . . . . . . . . De beveiligingschip instellen . . . . . . . . . De vingerafdruklezer gebruiken . . . . . . . .
Voordat u Lenovo belt . . . . . . . Hulp en service . . . . . . . . . Diagnoseprogramma's gebruiken Website Lenovo Support . . . . Lenovo bellen . . . . . . . . Extra services aanschaffen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 143 143 144 144 144 145 147 Bijlage B. Regelgeving . . . . . . . 151 © Copyright Lenovo 2015 . . voor . . . . . . . 156 . . . 156 156 156 Bijlage C. Kennisgevingen inzake AEEA en recycling . . . . . . . . . Bijlage A.
iv ThinkPad P50 Gebruikershandleiding
Lees dit eerst Als u zich de volgende belangrijke tips ter harte neemt, haalt u het meeste rendement uit uw computer. Doet u dit niet, dan kan dit leiden tot ongemak en zelfs letsel. Bovendien kan de computer dan storingen vertonen en schade oplopen. Bescherm uzelf goed tegen de warmte die door de computer wordt gegenereerd. Als de computer aan staat of als de batterij wordt opgeladen, kunnen de onderkant, de polssteun en bepaalde andere onderdelen warm worden.
Als u de computer verplaatst, zorg dan dat deze goed beschermd is (inclusief de gegevens). Als u een computer verplaatst die is uitgerust met een vaste-schijfstation, doet u het volgende: • Zet de computer uit. • Zet de computer in de slaapstand. • Zet de computer in de sluimerstand. Hierdoor helpt u schade aan de computer en verlies van gegevens te voorkomen. Ga te allen tijde voorzichtig om met uw computer.
(“knoopcellen”) zijn verwerkt, waarmee de systeemklok in stand wordt gehouden wanneer de stekker niet in het stopcontact zit. De veiligheidsvoorschriften voor batterijen gelden dus voor alle computerproducten. Situaties waarin onmiddellijk handelen vereist is Door misbruik of achteloosheid kunnen producten beschadigd raken.
om door de klant zelf te worden geïnstalleerd, worden Customer Replaceable Units of CRU's genoemd. CRU's zijn door Lenovo voorzien van documentatie met instructies voor vervanging van deze onderdelen door de klant. Volg bij het installeren of vervangen van dergelijke onderdelen steeds de instructies. Dat het aan/uit-lampje niet brandt, betekent niet noodzakelijkerwijs dat het spanningsniveau binnenin een product nul is.
Sluit de netsnoeren en signaalkabels altijd in de juiste volgorde aan en zorg dat de stekkers altijd stevig in het stopcontact zitten. Gebruik geen voedingsadapter die sporen vertoont van corrosie aan de invoerpennen of sporen van oververhitting (zoals vervormd plastic) bij de aansluiting of op een ander deel van de voedingsadapter.
Kennisgeving voedingseenheid GEVAAR Verwijder nooit de kap van de voedingseenheid of van enige component waarop het volgende label is bevestigd. Gevaarlijke spanning-, stroom-, en energieniveaus zijn aanwezig in iedere component waarop dit etiket is geplakt. Deze componenten bevatten geen onderdelen die kunnen worden vervangen of onderhouden. Als u vermoedt dat er met een van deze onderdelen een probleem is, neem dan contact op met een onderhoudstechnicus.
Gooi de batterij niet bij het normale huisvuil weg. Behandel oude batterijen als klein chemisch afval. Kennisgeving voor verwijderbare oplaadbare batterij GEVAAR Laad de batterij uitsluitend op volgens de instructies in de productdocumentatie. Als de batterij niet op de juiste manier in het apparaat wordt geïnstalleerd, kan hij ontploffen. De batterij bevat een kleine hoeveelheid schadelijke stoffen.
• Ventilatieopeningen, ventilatoren en/of koelribben maken deel uit van het product omwille van de veiligheid, het comfort en een betrouwbare werking. Deze voorzieningen kunnen per ongeluk geblokkeerd raken als u het product op een bed, zitbank, vloerkleed of andere zachte ondergrond plaatst. Zorg ervoor dat deze voorzieningen nooit geblokkeerd, bedekt of uitgeschakeld raken. • Als de computer via de wisselstroomadapter is aangesloten op het stopcontact, wordt de adapter warm.
GEVAAR Als u dit product of een aangesloten apparaat installeert, verplaatst of opent, houd u dan bij het aansluiten en loskoppelen van de kabels aan de volgende procedures. Aansluiten: Ontkoppelen: 1. Zet alles UIT. 1. Zet alles UIT. 2. Sluit eerst alle kabels aan op de apparaten. 2. Haal eerst de stekkers uit het stopcontact. 3. Sluit de signaalkabels aan. 3. Ontkoppel de signaalkabels. 4. Steek de stekkers in het stopcontact. 4. Ontkoppel alle kabels van de apparaten. 5. Zet de apparaten AAN.
50332-2 (Artikel 7) ten aanzien van een spanning van 75 mV. Gebruik van een hoofd- of oortelefoon die niet voldoet aan EN 50332-2 kan, ten gevolge van een te hoog geluidsdrukniveau, schadelijk zijn voor het gehoor. Als uw Lenovo-computer is geleverd met een hoofdtelefoon of oortelefoon, voldoen de computer met hoofdtelefoon of oortelefoon als set aan de specificaties van EN 50332-1. Gebruikt u een andere hoofdof oortelefoon, controleer dan of die voldoet aan EN 50332-1 (Artikel 6.5).
Hoofdstuk 1.
1 Camera (op bepaalde modellen) Gebruik de camera om foto's te maken en videovergaderingen te houden. Meer informatie vindt u in “De camera gebruiken” op pagina 39. 2 Microfoons (op bepaalde modellen) Met de microfoons kunt u geluiden en spraak vastleggen met een softwareprogramma voor audio. 3 Scherm (multitouch-scherm op bepaalde modellen) Met het multi-touchscherm kunt u de computer met eenvoudige aanraakbewegingen gebruiken.
Linkerkant Figuur 2. Linkerkant 1 1 Ventilatieopeningen 2 ExpressCard-sleuf 3 Mediakaartsleuf 4 Smartcardsleuf (beschikbaar op bepaalde modellen) Ventilatieopeningen De ventilatieopeningen en de interne ventilator laten lucht in de computer circuleren en zorgen voor een goede koeling, met name om de microprocessor te koelen. Opmerking: Voor een goede luchtcirculatie plaatst u geen obstakels voor de ventilatieopeningen.
Rechterkant Figuur 3. Rechterkant 1 Audio-aansluiting 2 USB 3.0-aansluitingen 3 Mini 4 Ventilatieopeningen DisplayPort®-aansluiting 5 Sleuf voor veiligheidsslot 1 Audio-aansluiting Sluit een hoofdtelefoon of headset met een vierpolige 3,5 mm stekker aan op de combo audio-aansluiting om naar geluid op de computer te luisteren. Opmerkingen: • Als u een headset met een functieschakelaar gebruikt, bijvoorbeeld een headset voor een iPhone, druk dan niet op die schakelaar terwijl u de headset gebruikt.
ondersteunt adapters die in DVI- (Digital Visual Interface), VGA- (Video Graphics Array) of HDMI-poorten™ (High-Definition Multimedia Interface) kunnen worden geplaatst. Meer informatie vindt u in “Een extern beeldscherm gebruiken” op pagina 36. 4 Ventilatieopeningen De ventilatieopeningen en de interne ventilator laten lucht in de computer circuleren en zorgen voor een goede koeling, met name om de microprocessor te koelen.
Als u deze apparaten wilt opladen terwijl de computer in de sluimerstand staat of is uitgeschakeld en de computer niet op de netvoeding aangesloten is, doet u het volgende: • Windows® 7: start het programma Power Manager, klik op het tabblad Algemene energie-instellingen en volg daarna de aanwijzingen op het scherm. • Windows 10: start het programma Lenovo Settings, klik op Energie en volg daarna de aanwijzingen op het scherm.
Onderkant Figuur 5. Onderkant 1 Micro-SIM-kaartsleuf 2 Ventilatieopeningen 3 Dockingstationaansluiting 4 Afvoergat toetsenbord 5 Verwisselbare batterij 1 Micro-SIM-kaartsleuf De sleuf voor de micro-SIM-kaart bevindt zich in het batterijcompartiment. Als de computer is uitgerust met een functie voor draadloos WAN (Wide Area Network), is er mogelijk een micro-SIM-kaart nodig om een draadloze WAN-verbinding tot stand te brengen.
Opmerking: Mogelijk ziet uw computer er enigszins anders uit dan in de volgende afbeeldingen wordt getoond. 1 Camerastatuslampje Als het camerastatuslampje brandt, dan is de camera in gebruik. 2 Indicator voor dempen geluid Als de indicator voor dempen geluid brandt, dan is het geluid van de luidsprekers uitgeschakeld. 3 Indicator voor dempen microfoon Als de indicator voor dempen microfoon brandt, dan is het geluid van de microfoon uitgeschakeld.
Het lampje in het ThinkPad-logo en het lampje in het midden van de aan/uit-knop geven de systeemstatus van de computer aan. • Knippert drie keer: de voeding naar de computer wordt voor de eerste keer ingeschakeld. • Aan: de computer staat aan (in de normale werkstand). • Knippert snel: de computer gaat naar de sluimerstand of naar de slaapstand. • Knippert langzaam: de computer staat in de slaapstand. • Uit: de computer staat uit of staat in de sluimerstand.
Afhankelijk van het computermodel, kan het label met het apparaattype en modelnummer zich bevinden op de computerkap, onder de batterij of op de voedingsadapter. In de volgende afbeelding aan de linkerkant ziet u de locatie van het machinetype en modelnummer van uw computer. Informatie over FCC ID en IC-certificering De FCC en IC Certification-informatie vindt u op een label dat op de onderkant van de computer is aangebracht, zoals te zien is in de volgende afbeelding.
• Voor een draadloos WAN-module die door de gebruiker kan worden vervangen, verwijst dit label u naar deze gebruikershandleiding voor het feitelijke FCC ID- en IC Certification-nummer. Het label met het FCC ID- en IC Certification-nummer voor de draadloze WAN-module die door de gebruiker kan worden vervangen, is aangebracht op de draadloze WAN-module 1 (beschikbaar op sommige modellen) die in de computer is geïnstalleerd.
In tegenstelling tot Windows 7-producten zijn er geen externe, visuele indicaties van de product-id of de Windows-versie waarvoor de computer een licentie heeft. In plaats daarvan is de product-id vastgelegd in de computerfirmware. Het installatieprogramma controleert of er een geldige, bijbehorende product-id in de computerfirmware aanwezig is om de activering te voltooien, ongeacht of er een Windows 10-product is geïnstalleerd.
Aansluitingen en sleuven • Netvoedingsaansluiting • USB Always On USB 3.0-aansluiting • Audioaansluiting • Aansluiting voor dockingstation (op bepaalde modellen) • ExpressCard-sleuf • HDMI-poort • Sleuf voor Micro-SIM-kaart (in het batterijcompartiment) • Mini DisplayPort-aansluiting • RJ45 Ethernet-poort • Smartcardsleuf (beschikbaar op bepaalde modellen) • Mediakaartsleuf • Thunderbolt 3-aansluiting • Twee USB 3.
Voedingsbron (netvoedingsadapter) • Sinus-invoer, 50 tot 60 Hz • Ingangsspanning van de netvoedingsadapter: 100 tot 240 Volt wisselstroom, 50 tot 60 Hz Gebruiksomgeving Omgeving • Maximumhoogte zonder kunstmatige druk: 3048 m • Temperatuur – Op hoogten tot 2438 m – In bedrijf: 5,0 °C tot 35,0 °C – In opslag: 5,0 °C tot 43,0 °C – Op hoogten boven 2438 m Maximumtemperatuur bij werking zonder kunstmatige druk: 31,3 °C Opmerking: Bij het opladen van de batterij moet de omgevingstemperatuur minimaal 10 °C zijn.
3. Als u het programma nog steeds niet in de lijst met programma's kunt vinden, zoekt u het programma in het zoekveld. Opmerking: Als u het besturingssysteem Windows 7 gebruikt, zijn sommige Lenovo-programma's gereed voor installatie. U kunt deze programma's niet met behulp van de bovenstaande methoden vinden, tenzij u ze eerst hebt geïnstalleerd. Om deze Lenovo-programma's te installeren, gaat u naar het programma Lenovo PC Experience, klikt u op Lenovo Tools en volgt u de instructies op het scherm.
Lenovo Companion De beste functies en mogelijkheden van uw computer moeten eenvoudig toegankelijk en makkelijk te begrijpen zijn. Met Lenovo Companion zijn ze dat. (Windows 10) Gebruik Lenovo Companion om het volgende te doen: • Optimaliseer de prestaties van uw computer, houd de status van uw computer in de gaten en beheer updates. • Open de gebruikershandleiding, controleer de garantiestatus en bekijk accessoires die speciaal voor uw computer geschikt zijn.
REACHit (Windows 7 en Windows 10) Recovery Media Met REACHit kunt u al uw bestanden beheren, ongeacht waar deze zijn opgeslagen, in één app. Sluit de apparaten aan met meerdere cloudopslagaccounts voor een simpelere en snellere manier om uw materiaal te openen. Met het Recovery Media-programma kunt u de inhoud van het vaste-schijfstation herstellen naar de fabrieksinstellingen.
18 ThinkPad P50 Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 2. De computer gebruiken In dit hoofdstuk vindt u informatie over het gebruik van enkele functies van de computer.
Kan ik mijn gebruikershandleiding in een andere taal krijgen? Om de gebruikershandleiding in een andere taal te downloaden gaat u naar http://www.lenovo.com/support. Volg daarna de aanwijzingen op het scherm. Hoe schakel ik de computer uit? • Windows 7: open het menu Start en klik op Afsluiten. • Windows 10: open het menu Start, klik op Aan/uit en klik vervolgens op Afsluiten. Hoe open ik het Configuratiescherm? • Windows 7: open het menu Start en klik op Configuratiescherm.
• Windows 10: open het menu Start en klik vervolgens op Aan de slag in het rechterpaneel. Bovendien kunt u via de taakbalk zoeken om de Help, apps, bestanden, instellingen, enzovoort te vinden. Werken met het multitouch-scherm In dit onderwerp vindt u instructies voor het gebruik van het multitouch-scherm dat beschikbaar is op bepaalde modellen. Opmerkingen: • Mogelijk ziet uw computerscherm er enigszins anders uit dan in de volgende afbeeldingen wordt getoond.
Beweging op het aanraakscherm (alleen aanraakmodellen) Beschrijving Aanraken: beweeg twee vingers verder uit elkaar. Muisactie: houdt de Ctrl-toets ingedrukt terwijl u het muiswiel vooruit beweegt. Functie: inzoomen. Aanraken: plaats twee of meer vingers op een item en draai vervolgens uw vingers linksom of rechtsom. Muisactie: klik op het pictogram draaien als de toepassing draaien ondersteunt. Functie: een item draaien.
Beweging op het aanraakscherm (alleen aanraakmodellen) Beschrijving Muisactie: klik, houd vast en beweeg de aanwijzer vanaf de bovenrand van het scherm naar de onderrand van het scherm en laat de aanwijzer dan los. Functie: sluit de huidige toepassing. Tips voor het werken met het multitouch-scherm • Het multitouch-scherm is gemaakt van glas met daar overheen een plastic film. Oefen nooit druk uit op of plaats geen metalen voorwerp op het scherm omdat het multitouch-scherm beschadigd of defect kan raken.
Druk op de Windows-toets om het menu Start te openen. U kunt ook de toets Windows samen met een andere toets gebruiken om andere functies uit te voeren. Voor meer informatie kunt u het Help-informatiesysteem van het besturingssysteem Windows raadplegen. 2 Fn-toets Functietoetsen 3 U kunt als volgt de toets Fn en de functietoetsen configureren in het venster Eigenschappen van Toetsenbord: 1.
• – Windows 7: Computer wordt geopend. – Windows 10: alle programma's weergeven. Toetsencombinaties • Fn+spatiebalk: hiermee bedient u de toetsenbordverlichting. Er zijn drie werkstanden voor de achtergrondverlichting: Uit, Laag en Hoog. Druk op Fn+Spatiebalk om de modus van de achtergrondverlichting van het toetsenbord te wijzigen. • Fn+4: hiermee plaatst u de computer in de slaapstand. Druk een keer op de aan/uit-knop of op de Fn-toets om terug te keren naar de normale werkstand.
Het TrackPoint-aanwijsapparaat gebruiken Het TrackPoint-aanwijsapparaat bestaat uit de volgende onderdelen: 1 Aanwijsknopje 2 Rechterklikknop (secundaire muisknop) 3 Schuifbalk 4 Linkerklikknop (primaire muisknop) Gebruik het aanwijsknopje 1 om de aanwijzer op het scherm te verplaatsen. Om het aanwijsknopje te gebruiken, oefent u druk uit op het antislipdopje van het aanwijsknopje in een richting parallel aan het toetsenbord.
De aanraakbewegingen van trackpad gebruiken Het hele oppervlak van de trackpad is gevoelig voor aanraken en bewegingen. U kunt de trackpad gebruiken om aanwijs- en klikacties uit te voeren, zoals bij een traditionele muis. Met de trackpad kunt u ook diverse aanraakbewegingen uitvoeren. In het volgende gedeelte worden enkele veelgebruikte aanraakbewegingen zoals tikken, slepen en bladeren geïntroduceerd. Voor meer bewegingen kunt u help-informatie van het ThinkPad-aanwijsapparaat raadplegen.
Drie vingers omhoog vegen Plaats drie vingers op de trackpad en beweeg ze omhoog om de taakweergave te openen, zodat u alle openstaande vensters kunt zien. Drie vingers omlaag vegen Plaats drie vingers op de trackpad en beweeg ze omlaag om het bureaublad weer te geven. Het dopje op het aanwijsknopje vervangen Het dopje 1 bovenop het aanwijsknopje kan worden verwijderd. Nadat u het dopje voor een langere periode hebt gebruikt, moet u deze mogelijk vervangen door een nieuwe.
Netvoeding gebruiken Als energiebron voor de computer kan de verwisselbare batterij worden gebruikt of kan de computer met de netvoedingsadapter worden aangesloten op het lichtnet. Terwijl u gebruikmaakt van de wisselstroomadapter, worden de batterijen automatisch opgeladen. De AC-adapter aansluiten Als u de netvoedingsadapter wilt aansluiten, doet u het volgende: Attentie: Wanneer u een netsnoer gebruikt dat niet geschikt is, kan dit grote schade aan de computer toebrengen.
• Als er een waarschuwing optreedt. Als er een stopcontact in de buurt is, steekt u de stekker van de wisselstroomadapter daar in en sluit u de plug aan op de aansluiting aan de achterkant van de computer. Het duurt ongeveer twee tot drie uur voordat de batterijen volledig zijn opgeladen. De laadtijd hangt af van de fysieke omgeving en de capaciteit van de batterij. U kunt op elk gewenst moment de laadstatus van de batterij op het batterijstatuspictogram in het Windows-systeemvak controleren.
Als u uw computer in de sluimerstand zet en daarbij de ontwaakfunctie uitschakelt, verbruikt de computer geen stroom. De ontwaakfunctie is standaard uitgeschakeld. Als de ontwaakfunctie ingeschakeld is en u de computer in de sluimerstand zet, gebruikt de computer een klein beetje energie. Om de ontwaakfunctie in te schakelen, doet u het volgende: 1. Ga naar het configuratiescherm en klik op Systeem en beveiliging. 2. Klik op Systeembeheer. 3. Klik op Taakplanner.
• Bewaar de batterij op een koele, droge plaats. • Houd de batterij uit de buurt van kinderen. De batterij is een verbruiksgoed. Als de werkingsduur van de batterij achteruitgaat, kunt u hem vervangen door een nieuwe van een type dat door Lenovo wordt aanbevolen. Voor meer informatie over het vervangen van de batterij kunt u contact opnemen met het Customer Support Center. GEVAAR Laat de batterij niet vallen en zorg dat hij niet beklemd raakt, doorboord wordt of wordt blootgesteld aan grote krachten.
Draadloze verbindingen Bij een draadloze verbinding worden er gegevens overgebracht via radiogolven, zonder dat er kabels of snoeren worden gebruikt. In de Vliegtuigstand alle functies voor draadloze communicatie uitgeschakeld. Ga als volgt te werk om de Vliegtuigstand uit te schakelen: Opmerking: De vliegtuigstand is alleen beschikbaar in het besturingssysteem Windows 10. 1. Open het menu Start en klik op Instellingen.
In het besturingssysteem Windows 7 kunt u ook de Access Connections-meter, het Access Connections-statuspictogram of het pictogram van de draadloze netwerkverbinding van Access Connections in het systeemvak van Windows controleren. Access Connections-meter: • De radio voor draadloze communicatie staat uit of er is geen signaal. • De radio voor draadloze communicatie staat aan. De signaalsterkte van de draadloze verbinding is zeer slecht.
Tips voor het gebruik van de draadloos-WAN-functie Houd u aan de volgende richtlijnen om de beste verbinding te verkrijgen: • Houd de computer niet te dicht bij uw lichaam. • Plaats uw computer op een vlak oppervlak en open het beeldscherm van de computer in een hoek van iets meer dan 90 graden. • Zet de computer niet te dicht bij stenen of betonnen muren; deze kunnen het signaal blokkeren.
Opmerking: Als u de functie voor draadloze communicatie (de standaard 802.11) op uw computer tegelijkertijd gebruikt met een Bluetooth-optie, kan het zijn dat de transmissiesnelheid en de snelheid van de draadloze communicatie lager worden. 1. Zorg dat de Bluetooth-functie is ingeschakeld. • Windows 7: druk op de navigatietoets van de draadloze radio in. en schakel de Bluetooth-functie • Windows 10: ga als volgt te werk: – Open het menu Start en klik op Instellingen.
Als uw computer het externe beeldscherm niet detecteert, doet u het volgende. – Windows 7: klik met de rechtermuisknop op het bureaublad en klik vervolgens op Schermresolutie ➙ Detecteren. – Windows 10: klik met de rechtermuisknop op het bureaublad en klik vervolgens op Beeldscherminstellingen ➙ Detecteren. • Een draadloos beeldscherm aansluiten Opmerking: Als u een draadloos beeldscherm wilt gebruiken, zorg dan dat uw computer en het externe beeldscherm de functie Wi-Di of Miracast ondersteunen.
1. Klik met de rechtermuisknop op het bureaublad en selecteer Schermresolutie of Beeldscherminstellingen. 2. Selecteer het beeldscherm dat u wilt configureren. 3. Breng de gewenste wijzigingen aan in de weergave-instellingen. Opmerking: Als u een hogere resolutie instelt voor het computerbeeldscherm dan voor het externe beeldscherm, kan slechts een deel van het scherm op het externe beeldscherm worden afgebeeld. De kleurensensor gebruiken Bepaalde computermodellen zijn uitgerust met een kleurensensor.
De audiovoorzieningen gebruiken Uw computer is uitgerust met de volgende items: • Microfoons • Luidsprekers • Audioaansluiting, diameter van 3,5 mm De computer beschikt tevens over een audiochip waarmee u kunt genieten van allerhande multimediamogelijkheden, zoals de volgende: • Afspelen van MIDI- en MP3-bestanden • Opnemen en weergeven van PCM- en WAV-bestanden • Opnemen van diverse typen geluidsbronnen, bijvoorbeeld een aangesloten hoofdtelefoon In de volgende tabel kunt u zien welke functies van de audio
Ga als volgt te werk om de camera-instellingen op te geven: • Windows 7: start het programma Communications Utility en configureer de gewenste camera-instellingen. • Windows 10: ga als volgt te werk: – Open de app Camera en klik op het pictogram Instellingen in de rechterbovenhoek. Volg de instructies op het scherm om de gewenste camera-instellingen te configureren. – Klik in het menu Start op Lenovo Settings. Klik vervolgens op Camera.
• Plaats nooit een ExpressCard als de computer in de sluimerstand (stand-by) of in de slaapstand staat. Anders loopt de computer mogelijk vast als u deze later weer in gebruik neemt. U kunt een kaart als volgt installeren: 1. Zoek naar het juiste type kaartsleuf. Zie “De plaats van knoppen, aansluitingen en lampjes” op pagina 1. 2. Houd de kaart in de juiste richting. • Voor ExpressCard: de hoek met de uitsparing van de kaart is naar boven gericht en wijst naar de kaartsleuf.
42 ThinkPad P50 Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 3. De computer uitbreiden In dit hoofdstuk vindt u instructies voor het gebruiken van hardwareapparaten om de mogelijkheden van uw computer uit te breiden. • “Opties voor de ThinkPad zoeken” op pagina 43 • “ThinkPad Pen Pro” op pagina 43 • “ThinkPad Workstation Dock” op pagina 45 Opties voor de ThinkPad zoeken Als u de mogelijkheden van uw computer wilt uitbreiden, heeft Lenovo allerlei hardwaretoebehoren en upgrades om aan uw wensen tegemoet te komen.
Overzicht van de pen 1 Dopje Draai het dopje los om een batterij te plaatsen of te vervangen. 2 Rechterklikknop Om met de rechtermuisknop te klikken, tikt u met de punt op het scherm en houdt u de penpunt gedurende één seconde op het scherm. U kunt ook op de klikknop drukken en deze vasthouden terwijl u met de punt op het scherm tikt. 3 Wisknop Om tekst of afbeeldingen te wissen, houdt u de wisknop ingedrukt en sleept u de punt over het gebied dat u wilt wissen.
ThinkPad Workstation Dock Afhankelijk van het model wordt uw tablet mogelijk met een ThinkPad Workstation Dock geleverd (hierna wordt dit het dockingstation genoemd). Sluit uw computer aan op het dockingstation om het werkende vermogen uit te breiden. WAARSCHUWING: Wanneer de computer aan een dockingstation is gekoppeld, til deze combinatie dan nooit alléén op aan de computer. Houd altijd beide apparaten vast.
• In de ontgrendelde stand is de uitwerpknop ontgrendeld en kunt u de computer koppelen of loskoppelen. Achterkant 1 Always On USB-aansluiting Gebruik de Always On USB-aansluiting voor het opladen van USB-compatibele apparaten. 2 USB 3.0-aansluitingen Gebruik de USB 3.0-aansluitingen voor het aansluiten van USB-compatibele apparaten zoals een USB-toetsenbord, USB-muis, USB-opslagapparaat of USB-printer. 3 Ethernet-poort Sluit de computer aan op een LAN via de Ethernet-poort.
10 Veiligheidsslot Om het dockingstation tegen diefstal te beschermen, vergrendelt u het dockingstation aan een bureau, tabel of een tafel. Gebruik een veiligheidskabelslot dat op deze beveiligingslotsleuf past. Het dockingstation aansluiten op de computer U kunt het dockingstation als volgt op uw computer aansluiten: Opmerking: Mogelijk ziet uw computer er enigszins anders uit dan de computer die in de volgende afbeelding wordt getoond. 1. Koppel alle kabels en apparaten los van de computer.
Opmerking: Als u de computer op het dockingstation aansluit, maar het dockingstation niet op de netvoeding aansluit, gaat uw computer over op de batterijmodus. Het dockingstation loskoppelen van de computer U kunt het dockingstation als volgt loskoppelen van de computer: Opmerking: Mogelijk ziet uw computer er enigszins anders uit dan de computer die in de volgende afbeeldingen wordt getoond. 1. Koppel alle kabels en apparaten los van de computer en het dockingstation. 2.
Hoofdstuk 3.
50 ThinkPad P50 Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 4. U en uw computer In dit hoofdstuk krijgt u informatie over hoe u toegang tot uw computer krijgt, over comfort en over hoe u met uw computer op reis gaat. • “Toegankelijkheid en comfort” op pagina 51 • “De computer meenemen op reis” op pagina 55 Toegankelijkheid en comfort Ergonomische gewoonten zijn belangrijk; niet alleen om zo veel mogelijk uit uw pc te halen, maar vooral ook om ongemak te voorkomen.
Stoel: gebruik een stoel met verstelbare hoogte die voldoende steun voor uw rug geeft. Stel de stoel in op de door u gewenste houding. De plaats van armen en handen: houd uw onderarmen, polsen en handen in een ontspannen, neutrale (horizontale) positie. Typ met een zachte aanslag. Bovenbenen: houd uw bovenbenen horizontaal en zet uw voeten plat op de grond of op een voetensteun.
Sneltoets Functie Toets met het Windows-logo+U Het Toegankelijkheidscentrum openen Rechter Shift-toets gedurende acht seconden ingedrukt houden De filtertoetsen in- of uitschakelen Vijf keer op Shift drukken De Plaknotitietoetsen in- of uitschakelen Num Lock gedurende vijf seconden ingedrukt houden De wisseltoetsen in- of uitschakelen Linker Alt-toets+Linker Shift-toets+Num Lock indrukken De muistoetsen in- of uitschakelen Linker Alt-toets+Linker Shift-toets+PrtScn (of PrtSc) indrukken Hoog con
Spraakherkenning Met spraakherkenning kunt u uw computer besturen met behulp van uw stem. Alleen al met uw stem kunt u programma's starten, menu's openen, op voorwerpen op het scherm klikken, tekst dicteren in documenten, en e-mails schrijven en verzenden. Alles wat u doet met het toetsenbord en de muis kunt u ook met alleen uw stem doen. U gebruikt Spraakherkenning als volgt: 1. Ga naar het Configuratiescherm en zorg ervoor dat u het Configuratiescherm op Categorie bekijkt. 2.
– Wijzig de grootte van de items op het bureaublad of in een venster. Opmerking: Deze functie werkt mogelijk niet in alle vensters. Als uw muis een wiel heeft, houdt u Ctrl ingedrukt en bladert u met het wieltje om de itemgrootte te wijzigen. Aansluitingen met industriële standaard Uw computer beschikt over aansluitingen met industriële standaard waarop u hulpapparaten kunt aansluiten.
Accessoires voor op reis Hieronder vindt u een lijst met zaken die u weleens nodig zou kunnen hebben als u op reis bent: • ThinkPad wisselstroomadapter • Externe muis (als u gewend bent om hiermee te werken) • Ethernet-kabel • Een hoogwaardige draagtas die voldoende steun en bescherming biedt • Externe opslagapparatuur Als u naar het buitenland reist, zijn de volgende items ook het overwegen waard: een netvoedingsadapter voor het land van bestemming.
Hoofdstuk 5. Beveiliging In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de computer beschermt tegen diefstal en gebruik door onbevoegden.
1. Start de computer opnieuw. Wanneer het logoscherm wordt getoond, drukt u op F1 om het programma ThinkPad Setup te starten. 2. Selecteer Security ➙ Password ➙ Power-on Password met behulp van de cursortoetsen. 3. Afhankelijk van uw behoefte doet u één van de volgende dingen: • Om het wachtwoord in te stellen, doet u het volgende: a. Typ een gewenst wachtwoord in het veld Enter New Password en druk vervolgens op Enter. b. Typ in het veld Confirm New Password opnieuw uw wachtwoord en druk op Enter.
– De volgende functies in- of uitschakelen: – Lock UEFI BIOS Settings – Password at unattended boot – Boot Device List F12 Option – Boot Order Lock – Flash BIOS Updating by End-Users – Secure RollBack Prevention – Execution Prevention – Beveiligingsmodus – Prioriteit vingerafdruklezer Opmerkingen: • Om het beheer te vereenvoudigen, kan de systeembeheerder op meerdere ThinkPad-notebookcomputers hetzelfde beheerderswachtwoord instellen.
vervangen. U moet hiervoor het bewijs van aankoop kunnen overleggen. Bovendien kunnen er kosten voor onderdelen en service in rekening worden gebracht.
4. Het venster Setup Notice wordt geopend. Druk op Enter om door te gaan. 5. Druk op F10. Het venster Setup Confirmation wordt geopend. Selecteer Yes om de configuratiewijzigingen op te slaan en af te sluiten. De volgende keer dat u de computer aanzet, voert u het gebruikerswachtwoord of masterwachtwoord voor de vaste schijf in om toegang te krijgen tot de vaste schijf.
• Als u een vaste-schijfwachtwoord van meer dan zeven tekens instelt, kan het vaste-schijfstation alleen worden gebruikt met een computer die een vaste-schijfwachtwoord van meer dan zeven tekens kan herkennen. Als u vervolgens het vaste-schijfstation installeert in een computer die geen vaste-schijfwachtwoord van meer dan zeven tekens kan herkennen, kunt u geen toegang krijgen tot het station. • Noteer het wachtwoord en bewaar het wachtwoord op een veilige plaats.
BitLocker maakt voor het beveiligen van uw gegevens en voor het bewaken van de integriteit van de early boot-component gebruik van een Trusted Platform Module (TPM). Een compatibele TPM wordt gedefinieerd als een V 1.2 TPM. U kunt de status van BitLocker als volgt controleren: ga naar het Configuratiescherm en klik op Systeem en beveiliging ➙ BitLocker-stationsversleuteling.
De vingerafdruklezer gebruiken Afhankelijk van het model kan uw computer worden geleverd met een vingerafdruklezer. Vingerafdrukverificatie kan uw wachtwoorden, zoals het Windows-wachtwoord, een systeemwachtwoord en het vaste-schijfwachtwoord vervangen. Op deze manier kunt u zich eenvoudig en veilig op uw computer aanmelden. Om vingerafdrukverificatie in te schakelen moet u uw vingerafdrukken eerst registreren.
Indicatielampjes van de vingerafdruklezer Indicatielampjes Beschrijving 1 Uit De vingerafdruklezer is niet klaar om op te tikken. 2 Onafgebroken groen De vingerafdruklezer is klaar om op te tikken. 3 Oranje, knipperend De vingerafdruk is niet goedgekeurd. Uw vingerafdrukken aan het systeemwachtwoord en vaste-schijfwachtwoord koppelen U kunt uw vingerafdrukken als volgt aan het systeemwachtwoord en vaste-schijfwachtwoord koppelen: 1. Zet de computer uit en daarna weer aan. 2.
• Password Authentication: hier kunt u de gebruikersverificatie met behulp van wachtwoorden inof uitschakelen. Opmerking: Dit item wordt alleen weergegeven als de modus Hoge beveiliging is ingeschakeld. • Reset Fingerprint Data: als u deze optie kiest, worden alle vingerafdrukgegevens die in de interne of de externe lezer zijn opgeslagen, gewist. Raadpleeg “Het programma ThinkPad Setup gebruiken” op pagina 71 als u de instellingen in het programma ThinkPad Setup wilt wijzigen.
• Formatteer uw opslagapparaat met de software voor initialisatie. • Gebruik het door Lenovo verstrekte herstelprogramma om de fabrieksinstellingen van het opslagapparaat terug te zetten. Deze methoden wijzigen echter alleen de bestandslocatie van de gegevens. De gegevens zelf worden niet gewist. Met andere woorden: het herstelproces wordt onder besturingssystemen zoals Windows uitgeschakeld. De gegevens zijn er nog steeds, hoewel het lijkt alsof ze gewist zijn.
68 ThinkPad P50 Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 6. Geavanceerde configuratie In dit hoofdstuk krijgt u de volgende informatie voor het configureren van de computer: • “Een nieuw besturingssysteem installeren” op pagina 69 • “Stuurprogramma's installeren” op pagina 71 • “Het programma ThinkPad Setup gebruiken” op pagina 71 • “Systeembeheer gebruiken” op pagina 86 Een nieuw besturingssysteem installeren In sommige gevallen moet u mogelijk een nieuw besturingssysteem installeren.
9. Installeer de registerpatches, bijvoorbeeld de patch voor het inschakelen van Wake on LAN from Standby voor ENERGY STAR. Ga naar de Lenovo Support-website om de registerpatches te downloaden en installeren: http://www.lenovo.com/support Opmerking: Na de installatie van het besturingssysteem, moet u de eerste instelling van UEFI/Legacy Boot niet wijzigen in het programma ThinkPad Setup. Doet u dat wel, dan start het besturingssysteem niet correct op.
Land of regio Code Land of regio Code China SC Nederland NL Denemarken DK Noorwegen NO Finland FI Spanje SP Frankrijk FR Zweden SV Duitsland GR Taiwan en Hongkong TC Italië IT Verenigde Staten US Japan JP Stuurprogramma's installeren Stuurprogramma is het programma dat een specifiek hardware-apparaat van de computer regelt. Als een apparaat niet goed werkt of als u een nieuw apparaat installeert, moet u het bijbehorende stuurprogramma installeren of bijwerken.
4. Als u andere configuraties wilt wijzigen, drukt u op de Esc-knop om het submenu af te sluiten en terug te keren naar het hoofdmenu. 5. Als de configuratie is voltooid, drukt u op F10 om de wijzigingen op te slaan en het programma af te sluiten. U kunt ook het tabblad Restart in het menu ThinkPad Setup selecteren en uw computer via een van de volgende opties opnieuw opstarten. Opmerking: U kunt op F9 drukken om de standaardinstellingen te herstellen.
Tabel 2. Opties in het menu Config Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen Network Wake On LAN • Disabled U kunt ervoor zorgen dat de computer wordt ingeschakeld, wanneer de Ethernet-controller een bestandscode (magic, een speciale netwerkmelding) ontvangt. • AC Only • AC and Battery Als u AC Only selecteert, is Wake on LAN alleen ingeschakeld, wanneer de voedingsadapter is aangesloten. Als u AC and Battery selecteert, dan is Wake on LAN altijd ingeschakeld, ongeacht de voedingsbron.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen USB USB UEFI BIOS Support • Disabled De opstartondersteuning voor USB-opslagapparaten in- of uitschakelen. Always On USB • Disabled • Enabled • Enabled Als u Enabled selecteert, kunnen externe USB-apparaten via de USB-aansluitingen worden opgeladen, zelfs wanneer de computer in een energiebesparingsmodus staat (sluimerstand, slaapstand of voeding uit).
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen Fn and Ctrl Key swap • Disabled Hiermee verwisselt u de acties van de Fn- en Ctrl-toets linksonder aan het toetsenbord. • Enabled Disabled: de Fn- en Ctrl-toets gedragen zich zoals op het toetsenbord is aangegeven. Enabled: de Fn-toets fungeert hierdoor als Ctrl-toets. De Ctrl-toets fungeert als Fn-toets.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Power Waarde Opmerkingen Intel technology • Disabled De stand voor de Intel SpeedStep-technologie kunt u kiezen. (Alleen modellen met Intel SpeedStep) Mode for AC Submenu-item SpeedStep® • Enabled • Maximum Performance • Battery Optimized Mode for Battery Maximum Performance: altijd de hoogste snelheid. Battery Optimized: altijd de laagste snelheid. Disabled: geen runtime-ondersteuning, hoogste snelheid.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen Als u Enabled selecteert, wordt het systeem ingeschakeld wanneer de netvoedingsadapter is aangesloten. Als het systeem in de slaapstand staat, hervat het systeem de normale werking. Indien u Disabled selecteert, wordt het systeem niet ingeschakeld of wordt de normale werking niet hervat wanneer de netvoedingsadapter is aangesloten.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Waarde Submenu-item Opmerkingen Ctrl+P te drukken. Druk op de zwarte knop of de Enter-toets tijdens de zelftest bij het inschakelen (POST) om het venster Startup Interrupt Menu weer te geven. 0-255 CIRA Timeout Opmerking: De standaardwaarde is 60 seconden. Stel de time-out voor het tot stand brengen van CIRA-verbinding in. De selecteerbare tweede waarden zijn van 1 tot 254.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen beheerderswachtwoord instelt en deze functie inschakelt, dan bent u de enige die opties in het programma ThinkPad Setup kan wijzigen.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen Naast het Hard Disk Password kunt u ook een optioneel Master Hard Disk Password gebruiken om een beheerder toegang te geven. Zie “Vaste-schijfwachtwoorden” op pagina 60.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen Opmerking: Intel PTT kan in combinatie met het besturingssysteem Windows 8 of later worden gebruikt. Security Chip • Active • Inactive • Disabled Als u Active selecteert, wordt de Security Chip gebruikt. Selecteert u Inactive, dan is de beveiligings-chip wel zichtbaar, maar wordt deze niet gebruikt. Selecteert u Disabled, dan is de beveiligingschip niet zichtbaar en wordt deze ook niet gebruikt.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen UEFI BIOS Update Option Flash BIOS Updating by End-Users • Disabled Als u Enabled selecteert, kunnen alle gebruikers het UEFI BIOS bijwerken. Als u Disabled selecteert, kunnen alleen gebruikers die het beheerderswachtwoord kennen het UEFI BIOS bijwerken.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Opmerkingen ExpressCard Slot • Disabled Als u Enabled selecteert, kunt u de ExpressCard-sleuf gebruiken. • Enabled USB Type_C • Disabled • Enabled Internal Device Access Bottom Cover Tamper Detection • Disabled Anti-Theft Computrace Module Activation • Disabled • Enabled • Enabled • Permanently Disabled Als u Enabled selecteert, kunt u de functie USB Type_C gebruiken. Detectie van geknoei in- en uitschakelen.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarde Met deze optie kunt u alle sleutels en certificaten in de Secure Boot-databases wissen. U kunt uw eigen sleutels en certificaten installeren nadat u deze optie hebt geselecteerd. Clear All Secure Boot Keys Intel (R) SGX Intel SGX Control Opmerkingen • Disabled • Enabled • Software Controlled Met deze optie kunt u de SGX-functie van Intel (Software Guard Extensions) in- en uitschakelen. Disabled: SGX staat uit.
Tabel 4. Opties in het menu Startup Menu-item Waarde Opmerkingen Boot Selecteer het opstartapparaat wanneer u op de aan/uit-knop drukt om de computer in te schakelen. Network Boot Selecteer het opstartapparaat, wanneer het systeem via het LAN ontwaakt. Als Wake On LAN is ingeschakeld, kan de netwerkbeheerder alle computers in een LAN op afstand starten met behulp van netwerkbeheersoftware.
Menu Restart Selecteer Restart in het ThinkPad Setup-menu om het ThinkPad Setup-programma af te sluiten en de computer opnieuw op te starten. Het volgende submenu´s worden afgebeeld: • Exit Saving Changes: Sla de wijzigingen op en start de computer opnieuw op. • Exit Discarding Changes: Annuleer de wijzigingen en start de computer opnieuw op. • Load Setup Defaults: Herstel de fabrieksinstellingen. Opmerking: Schakel OS Optimized Defaults in om aan het Windows 10-certificatievoorschrift te voldoen.
PXE-technologie De Preboot eXecution Environment (PXE)-technologie vereenvoudigt het pc-beheer doordat deze u de mogelijkheid biedt om computer vanaf een server op te starten. De computer ondersteunt de personal computer-functies die voor PXE noodzakelijk zijn. Met de juiste LAN-kaart kan uw computer bijvoorbeeld worden gestart vanaf een PXE-server. Opmerking: De functie Remote Initial Program Load (RIPL of RPL) kan bij uw computer niet worden gebruikt.
Een Network Boot-volgorde opgeven Wanneer de computer via LAN wordt geactiveerd, start de computer op vanaf het apparaat dat is gespecificeerd in het menu Network Boot. Daarna wordt de lijst met de opstartvolgorde in het menu Boot gevolgd. U kunt als volgt een Network Boot-volgorde definiëren: 1. Start het programma ThinkPad Setup. Zie “Het programma ThinkPad Setup gebruiken” op pagina 71. 2. Selecteer Startup ➙ Network Boot. De lijst met opstartapparaten wordt dan afgebeeld. 3.
Hoofdstuk 7. Problemen voorkomen Goed onderhoud is het behoud van uw ThinkPad-notebookcomputer. De meeste problemen kunnen worden voorkomen door het juiste onderhoud. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u uw computer het beste kunt onderhouden.
– Zorg ervoor dat de batterijen zijn opgeladen en dat de netvoeding is aangesloten op uw computer. – Open de ThinkPad Setup en laad de standaardinstellingen. – Herstart de computer en start de herstelprocedure. – Als uw computer gebruikmaakt van schijven om de herstelprocedure uit te voeren, mag u de schijf niet uit het station verwijderen voordat u hierom wordt gevraagd.
update inschatten. U kunt helemaal zelf bepalen welke updates u wilt downloaden en installeren. Nadat u de gewenste updatepakketten hebt geselecteerd, zorgt het programma System Update ervoor dat die updates automatisch worden gedownload en geïnstalleerd. U hoeft verder niets meer te doen. Het programma System Update is op uw computer vooraf geïnstalleerd en klaar voor gebruik. De enige voorwaarde is dat u verbinding hebt met internet.
• Draai uw computer niet om wanneer de wisselstroomadapter is aangesloten omdat de adapterplug kan breken. Omgaan met uw computer • Voordat u de computer verplaatst, moet u alle verwisselbare opslagmedia verwijderen, alle aangesloten apparatuur uitschakelen en alle kabels en snoeren ontkoppelen. • Als u de computer in geopende toestand optilt, houd hem dan bij de onderkant vast. Til de computer nooit op aan het LCD-scherm.
• Rommel niet met de grendels van het beeldscherm om het scherm open of dicht te houden. De kap van de computer schoonmaken Maak de computer af en toe als volgt schoon: 1. Maak een mengsel met een mild keukenreinigingsmiddel. Het reinigingsmiddel mag geen schuurpoeder of sterke chemicaliën zoals zuur of alkaline bevatten. Gebruik vijf delen water op één deel reinigingsmiddel. 2. Doop een spons in het reinigingsmiddel. 3. Knijp het overtollige water uit de spons. 4.
94 ThinkPad P50 Gebruikershandleiding
Hoofdstuk 8. Computerproblemen oplossen Dit hoofdstuk geeft informatie over wat u moet doen als er een probleem met uw computer optreedt. • “De oorzaak van een probleem opsporen” op pagina 95 • “Problemen oplossen” op pagina 95 De oorzaak van een probleem opsporen Als er problemen zijn met de computer, kunt u het beste het programma Lenovo Solution Center als uitgangspunt nemen voor het oplossen ervan.
• Als de computer is uitgeschakeld, dient u deze opnieuw op te starten. Als de computer niet opstart, ga dan door met stap 2. • Als u de computer niet kunt uitschakelen door de aan/uit-knop ingedrukt te houden, verwijdert u de wisselvoedingsadapter en reset u het systeem door een uitgebogen paperclip in het noodresetgaatje te steken. Zie “Onderkant” op pagina 7 voor de locatie van het resetgaatje. Nadat de computer is uitgeschakeld, dient u deze opnieuw op te starten.
• Bericht: 0187: Toegangsfout EAIA-gegevens Oplossing: Er is geen toegang tot de EEPROM. Laat de computer nazien. • Bericht: 0188: Ongeldig informatiegebied voor RFID-serialisering. Oplossing: Het EEPROM-controlegetal is onjuist (blok 0 en blok 1). De systeemplaat moet worden vervangen en het serienummer van de machine moet opnieuw worden geïnstalleerd. Laat de computer nazien. • Bericht: 0189: Ongeldig informatiegebied voor RFID-configuratie.
Oplossing: Machinetype en serienummer zijn ongeldig. Laat de computer nazien. • Bericht: 2201: Machine-UUID is ongeldig. Oplossing: Machine-UUID is ongeldig. Laat de computer nazien. • Bericht: Ventilatorstoring Oplossing: De ventilator werkt niet. Schakel de computer onmiddellijk uit en laat de computer nazien. • Bericht: Fout in thermische sensor Oplossing: De thermische sensor heeft een probleem. Schakel de computer onmiddellijk uit en laat de computer nazien.
Problemen met geheugenmodules Druk deze aanwijzingen nu af en bewaar de instructies bij uw computer, zodat u ze in de toekomst kunt raadplegen. Als de geheugenmodule niet correct werkt, controleert u het volgende: 1. Controleer of de geheugenmodule correct in de computer is geïnstalleerd en goed is bevestigd.
Oplossing: Mogelijk zijn de netwerkstuurprogramma's beschadigd of ontbreken deze. Werk het stuurprogramma bij aan de hand van de vorige oplossing voor de procedure om te zorgen dat het juiste stuurprogramma wordt geïnstalleerd. • Probleem: Als uw computer een Gigabit Ethernet-model is en u gebruikt een snelheid van 1000 Mbps, werkt de verbinding niet of er treden fouten op in de verbinding. Oplossing: – Gebruik kabels van categorie 5 en controleer of de netwerkkabel goed is aangesloten.
Problemen met Bluetooth Opmerking: Controleer de verbinding en controleer of er geen ander Bluetooth-apparaat op zoek is naar het apparaat waarmee u een verbinding tot stand wilt brengen. Gelijktijdige zoekbewerkingen zijn niet toegestaan bij Bluetooth-verbindingen. • Probleem: Het geluid is niet afkomstig van de Bluetooth-headset/-hoofdtelefoon, maar van de interne luidspreker, ook al is de Bluetooth-headset/-hoofdtelefoon aangesloten met behulp van een Headsetprofiel of AV-profiel.
Als het probleem met het toetsenbord is opgelost, kunt u het externe numerieke toetsenblok en het externe toetsenbord voorzichtig opnieuw aansluiten. Zorg dat de connectoren op de juiste manier zijn aangesloten. Als het probleem niet is opgelost, controleert u of het juiste apparaatstuurprogramma is geïnstalleerd door het volgende te doen: 1. Hiermee opent u het Configuratiescherm. Wijzig de weergave van het Configuratiescherm van Categorie in Grote pictogrammen of Kleine pictogrammen. 2.
• Probleem: Wanneer ik de computer aanzet, wordt er alleen een witte cursor op een zwart scherm weergegeven. Oplossing: als u met behulp van een partitioneringsprogramma een partitie op uw opslagapparaat hebt aangepast, kan het zijn dat het hoofdopstartrecord of de informatie over die partitie vernietigd is. Doe het volgende om het probleem op te lossen: 1. Zet de computer uit en daarna weer aan. 2.
– Windows 7: klik op Geavanceerde instellingen. – Windows 10: klik op Geavanceerde eigenschappen van beeldscherm. 6. Klik op de tab Beeldscherm. Controleer aan de hand van de gegevens in het informatievenster of het beeldschermtype correct is. Als het beeldschermtype goed is, klikt u op OK om het venster te sluiten. Zo niet, ga dan verder met de volgende stappen. 1. Wanneer twee of meer beeldschermtypen worden afgebeeld, selecteert u Generiek PnP-beeldscherm of Generiek Non-PnP beeldscherm. 2.
– Als het externe beeldscherm dezelfde resolutie ondersteunt als het beeldscherm van de computer of als het externe beeldscherm een hogere resolutie ondersteunt, bekijkt u de uitvoer op het externe beeldscherm of op het externe beeldscherm en het beeldscherm van de computer. – Als het externe beeldscherm een lagere resolutie ondersteunt dan het beeldscherm, bekijkt u de uitvoer alleen op het externe beeldscherm.
1. Sluit het externe beeldscherm aan op de beeldschermaansluiting en sluit het beeldscherm aan op een stopcontact. 2. Zet het externe beeldscherm en de computer aan. 3. Klik met de rechtermuisknop op het bureaublad en doe het volgende: – Windows 7: klik op Schermresolutie. – Windows 10: klik op Beeldscherminstellingen ➙ Geavanceerde beeldscherminstellingen. Opmerking: Als uw computer het externe beeldscherm niet detecteert, klikt u op de knop Detecteren. 4.
Audioproblemen • Probleem: Wave- of MIDI-geluid wordt niet correct weergegeven. Oplossing: Controleer of het ingebouwde audioapparaat correct is geconfigureerd. 1. Hiermee opent u het Configuratiescherm. 2. Klik op Hardware en geluid. 3. Klik op Apparaatbeheer. Wanneer er wordt gevraagd om een beheerderswachtwoord of een bevestiging, typt u dat wachtwoord of geeft u die bevestiging. 4. Dubbelklik op Besturing van geluid, video en spelletjes. 5.
de schuifregelaars verplaatsen. Een voorbeeld hiervan is de Windows Media Player. Over het algemeen beschikt het programma zelf over schuifregelaars om het geluid zelf te regelen. • Probleem: Het lukt niet om een van de kanalen volledig te dempen met de balansregelaar. Oplossing: De regelaar is bedoeld voor het corrigeren van kleine verschillen in volume tussen de beide kanalen. U kunt de weergave van een kanaal er niet volledig mee dempen.
Oplossing: Mogelijk is de bescherming tegen overbelasting van de batterij geactiveerd. Zet de computer een minuut uit om de bescherming te deactiveren. Daarna kunt u de computer weer aanzetten. • Probleem: de batterijen worden niet opgeladen. Oplossing: als de batterij te heet is, kan hij niet worden opgeladen. Schakel de computer uit en laat deze afkoelen tot kamertemperatuur. Laad de batterijen opnieuw op nadat ze zijn afgekoeld.
Oplossing: Zet de computer uit door de aan/uit-knop minimaal vier seconden ingedrukt te houden. Als het systeem nog steeds niet is gereset, verwijdert u de netvoedingsadapter en reset u het systeem door de punt van een naald of een uitgebogen paperclip in het noodresetgaatje te steken. Raadpleeg “Onderkant” op pagina 7 voor de plaats van het noodresetgaatje. Opstartproblemen Druk deze instructies nu af en bewaar die afdrukken bij uw computer, zodat u ze in de toekomst kunt raadplegen.
– Als het systeemstatuslampje (brandend ThinkPad-logo) niet brandt, is de computer uitgeschakeld of staat de computer in de sluimerstand. Sluit de wisselstroomadapter aan op de computer en druk op de aan/uit-knop. Als het systeem nog steeds in de sluimerstand staat, reageert de computer mogelijk niet en kunt u de computer niet uitschakelen. In dat geval moet u een reset uitvoeren. Als u bepaalde gegevens nog niet hebt opgeslagen, gaan die waarschijnlijk verloren.
Een softwareprobleem Probleem: Een bepaald softwareprogramma werkt niet goed. Oplossing: Controleer of het probleem niet wordt veroorzaakt door het programma. Controleer of in de computer de minimale hoeveelheid geheugen is geïnstalleerd om het programma uit te voeren. Controleer dit aan de hand van de bij het programma geleverde handleidingen. Controleer of: • het programma geschikt is voor gebruik onder uw besturingssysteem. • andere programma's wel goed werken op de computer.
Hoofdstuk 9. Overzicht van gegevensherstel In dit hoofdstuk vindt u informatie over hersteloplossingen. • “Overzicht van herstelprocedures voor het Windows 7-besturingssysteem” op pagina 113 • “Overzicht van herstelprocedures voor het Windows 10-besturingssysteem” op pagina 118 Overzicht van herstelprocedures voor het Windows 7-besturingssysteem In dit gedeelte vindt u informatie over door Lenovo geleverde hersteloplossingen op computers waarop het Windows 7-besturingssysteem geïnstalleerd is.
Attentie: Wanneer u een herstelmedium maakt, wordt alles wat op de schijf of het USB-opslagapparaat opgeslagen is verwijderd. Om gegevensverlies te voorkomen, maakt u een reservekopie van alle gegevens die u wilt behouden. Voor het maken van herstelmedia klikt u op Start ➙ Alle programma's ➙ Lenovo PC Experience ➙ Lenovo Tools ➙ Factory Recovery Disks. Volg daarna de instructies op het scherm.
1. Op het bureaublad van Windows klikt u op Start ➙ Alle programma's ➙ Lenovo PC Experience ➙ Lenovo Tools ➙ Enhanced Backup and Restore. Het programma Rescue and Recovery wordt geopend. 2. Klik in het hoofdvenster van Rescue and Recovery op de pijl Rescue and Recovery geavanceerd starten. 3. Klik op Backup van uw vaste schijf maken en selecteer opties voor de backupbewerking. Volg dan de aanwijzingen op het scherm om de back-upbewerking te voltooien.
van het werkgebied van Rescue and Recovery gebruiken om bestanden vanaf uw opslagapparaat naar andere media te kopiëren. Het werkgebied van Rescue and Recovery kunt u als volgt starten: 1. Zorg ervoor dat de computer uit staat. 2. Druk herhaaldelijk op de toets F11 wanneer u de computer aanzet. Als u een geluidssignaal hoort of het logo-scherm ziet, laat u F11 los. 3. Als er een Rescue and Recovery-wachtwoord is ingesteld, typ dat dan zodra daarnaar wordt gevraagd.
5. Klik op OK en volg de instructies op het scherm om een noodherstelmedium te maken. Een noodherstelmedium gebruiken In dit gedeelte vindt u instructies voor het gebruiken van het noodherstelmedium dat u hebt gemaakt. • Als u een noodherstelmedium hebt gemaakt met een schijf, gebruikt u de volgende instructies voor het gebruiken van het noodherstelmedium: 1. Zet de computer uit. 2. Druk herhaaldelijk op de toets F12 wanneer u de computer aanzet.
1. Zet de computer aan. 2. Ga naar de directory C:\SWTOOLS. 3. Open de map DRIVERS. De map bevat verschillende submappen, die zijn genoemd naar de diverse apparaten die op uw computer zijn geïnstalleerd (bijvoorbeeld AUDIO en VIDEO). 4. Open de map voor het apparaat. 5. Installeer het stuurprogramma opnieuw met een van de volgende methoden: • Zoek in de map van het apparaat naar een tekstbestand (een bestand met de extensie .txt).
Fabrieksinstellingen van computer terugzetten Als de computer niet goed presteert, kunt u proberen de computer opnieuw in te stellen. Als u de computer opnieuw instelt, kunt u ervoor kiezen uw bestanden te behouden of te verwijderen en vervolgens het Windows-besturingssysteem opnieuw installeren. U zet de fabrieksinstellingen van uw computer als volgt terug: Opmerking: De GUI-items (Graphical User Interface) van het besturingssysteem kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. 1.
Attentie: Tijdens het maken van het USB-herstelstation worden alle gegevens die al op het USB-station staan, verwijderd. Om gegevensverlies te voorkomen, maakt u een reservekopie van alle gegevens die u wilt behouden. U kunt als volgt een USB-herstelstation maken: Opmerking: Zorg ervoor dat de computer is aangesloten op de netvoeding tijdens de volgende procedure. 1. Sluit een geschikt USB-station aan (met minimaal 16 GB opslagruimte). 2. Typ systeemherstel in het zoekvak op de taakbalk.
Hoofdstuk 10. Apparaten vervangen Dit hoofdstuk behandelt de volgende onderwerpen: • “Voorkoming van statische elektriciteit” op pagina 121 • “Micro-SIM-kaart installeren of vervangen” op pagina 123 • “De verwisselbare batterij verwisselen ” op pagina 121 • “De bodemafdekplaat terugplaatsen” op pagina 124 • “Het vaste-schijfstation vervangen” op pagina 125 • “Het M.
batterij of een batterij die ontworpen is voor een ander systeem wordt geïnstalleerd, wordt het systeem niet opgeladen. Attentie: Lenovo is niet verantwoordelijk voor de prestaties of veiligheid van niet-geautoriseerde batterijen en levert geen garantie voor defecten of schade die ontstaat uit het gebruik hiervan.
4. Plaats een nieuwe batterij 1 en druk deze aan totdat deze vastklikt 2 . Controleer of de batterijvergrendeling in de vergrendelde stand staat . 5. Draai de computer weer om. Sluit de netvoedingsadapter aan op de computer. Micro-SIM-kaart installeren of vervangen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint. Lees eerst de belangrijke veiligheidsinformatie. Zie “Belangrijke veiligheidsvoorschriften” op pagina vi.
3. Zoek de sleuf voor de micro-SIM-kaart in het batterijcompartiment. Als er een micro-SIM-kaart in de sleuf is geplaatst, duwt u voorzichtig op de micro-SIM-kaart om deze uit te werpen. Verwijder de kaart vervolgens uit de sleuf. 4. Om een micro-SIM-kaart te installeren, houdt u de nieuwe micro-SIM-kaart eerst vast met het metalen gedeelte naar boven. Zorg ervoor dat u de kaart juist houdt, zoals afgebeeld. Steek vervolgens de nieuwe micro-SIM-kaart stevig in de sleuf tot deze in positie klikt.
2. Sluit het beeldscherm en keer de computer om. Verwijder de verwisselbare batterij vervolgens. Zie “De verwisselbare batterij verwisselen ” op pagina 121. 3. Draai de schroeven los waarmee de plaat is vastgezet 1 . Verwijder vervolgens de bodemafdekplaat 2 . 4. Plaats de nieuwe bodemafdekplaat 1 en draai de schroeven vast 2 . 5. Plaats de verwisselbare batterij terug. Zie “De verwisselbare batterij verwisselen ” op pagina 121. 6. Draai de computer weer om.
• Vervang het interne opslagapparaat alleen als u een groter apparaat wilt installeren of als reparatie noodzakelijk is. De aansluitingen en het compartiment van het opslagapparaat zijn niet ontworpen voor het regelmatig verwisselen of vervangen van het apparaat. • Laat het opslagapparaat nooit vallen en stel het niet bloot aan mechanische schokken. Plaats het opslagapparaat op schokdempend materiaal, zoals een zachte doek. • Oefen nooit druk uit op de behuizing van het opslagapparaat.
6. Koppel de kabel van het vaste-schijfstation aan het nieuwe vaste-schijfstation. 7. Plaats het nieuwe vaste-schijfstation 1 en kantel het naar beneden 2 . Controleer of het nieuwe vaste-schijfstation goed vastzit. Koppel de aansluiting vervolgens aan de systeemplaat 3 . 8. Plaats de bodemafdekplaat opnieuw. Zie “De bodemafdekplaat terugplaatsen” op pagina 124. 9. Plaats de verwisselbare batterij terug. Zie “De verwisselbare batterij verwisselen ” op pagina 121. 10. Draai de computer weer om.
• Raak de aansluiting niet aan. • Voordat u het opslagapparaat verwijdert, moet u een back-up maken van al uw bestanden op het apparaat. Vervolgens kunt u de computer uitschakelen. • Verwijder het opslagapparaat nooit terwijl de computer in bedrijf is, in de slaapstand of in de sluimerstand staat. Ga als volgt te werk om het M.2 SSD-station te vervangen: 1. Zet de computer uit en ontkoppel de wisselstroomadapter en alle kabels van de computer. Wacht drie tot vijf minuten om de computer te laten afkoelen. 2.
6. Druk voorzichtig op het M.2 SSD-station 1 om het omhoog te draaien. Schuif het M.2 SSD-station uit de lade zoals is aangegeven met de pijl 2 . 7. Schuif het nieuwe M.2 SSD-station in de lade zoals is aangegeven met de pijl 1 . Verplaats het M.2 SSD-station vervolgens iets naar achteren totdat het station op zijn plaats zit 2 . Opmerking: Zorg dat u het identificatieteken op de lade volgt om het M.2 SSD-station te plaatsen. Hoofdstuk 10.
8. Plaats de schroef opnieuw om het M.2 SSD-station aan de lade te bevestigen. 9. Schuif de lade met het M.2 SSD-station op zijn plaats 1 . Als u slechts één M.2 SSD-station installeert, plaatst u dit station in de sleuf aan de linkerkant. Vervolgens plaatst u de schroef opnieuw om de lade te bevestigen 2 . 10. Plaats de bodemafdekplaat opnieuw. Zie “De bodemafdekplaat terugplaatsen” op pagina 124. 11. Plaats de verwisselbare batterij terug. Zie “De verwisselbare batterij verwisselen ” op pagina 121. 12.
Attentie: Raak altijd een geaard metalen voorwerp aan voordat u een geheugenmodule gaat installeren. Op die manier kunt u statische elektriciteit uit uw lichaam laten wegvloeien. Door statische elektriciteit kan de geheugenmodule beschadigd raken. U kunt als volgt de geheugenmodule onder de bodemafdekplaat vervangen: 1. Zet de computer uit en ontkoppel de wisselstroomadapter en alle kabels van de computer. Wacht drie tot vijf minuten om de computer te laten afkoelen. 2.
5. Plaats de kant met uitsparing van de nieuwe geheugenmodule tegen de contactrand van het geheugencompartiment. Steek vervolgens de geheugenmodule onder een hoek van ongeveer 20 graden in het compartiment 1 . Kantel de geheugenmodule omlaag totdat deze vastklikt 2 . Zorg ervoor dat de geheugenmodule stevig in het compartiment wordt geplaatst en niet gemakkelijk kan worden bewogen. Attentie: Raak de contactrand van de geheugenmodule beslist niet aan.
1. Zet de computer uit en ontkoppel de wisselstroomadapter en alle kabels van de computer. Wacht drie tot vijf minuten om de computer te laten afkoelen. 2. Sluit het beeldscherm en keer de computer om. Verwijder de verwisselbare batterij vervolgens. Zie “De verwisselbare batterij verwisselen ” op pagina 121. 3. Verwijder de bodemafdekplaat. Zie “De bodemafdekplaat terugplaatsen” op pagina 124. 4. Verwijder de knoopcelbatterij 1 en ontkoppel de aansluiting 2 . 5.
3. Verwijder de bodemafdekplaat. Zie “De bodemafdekplaat terugplaatsen” op pagina 124. 4. Verwijder de schroeven waarmee het toetsenbord is bevestigd. 5. Keer de computer weer om en open het beeldscherm. Druk stevig in de met pijlen afgebeelde richting 1 om het toetsenbord te ontgrendelen. Het toetsenbord buigt vervolgens een klein stukje door 2 .
6. Kantel het toetsenbord iets omhoog, zoals aangegeven met de pijl 1 totdat u de aansluitingen aan de onderkant van het toetsenbord ziet. Draai vervolgens het toetsenbord om zoals aangegeven met pijl 2 . 7. Laat het toetsenbord op de polssteun rusten en ontkoppel de aansluitingen. Verwijder vervolgens het toetsenbord. Om het nieuwe toetsenbord te installeren, doet u het volgende: Hoofdstuk 10.
1. Sluit de aansluitingen aan en draai het toetsenbord om. 2. Steek het toetsenbord in zoals weergegeven in het afdekpaneel. Zorg ervoor dat de voorste rand van het toetsenbord (de rand die zich dicht bij het beeldscherm bevindt) onder het frame van het afdekpaneel van het toetsenbord zit.
3. Schuif het toetsenbord in de richting die is aangegeven met de pijlen. Zorg ervoor dat de klemmen onder de rand van het toetsenbord zijn verborgen. 4. Keer de computer om. Plaats de schroeven opnieuw om het toetsenbord vast te zetten. 5. Plaats de bodemafdekplaat opnieuw. Zie “De bodemafdekplaat terugplaatsen” op pagina 124. 6. Plaats de verwisselbare batterij terug. Zie “De verwisselbare batterij verwisselen ” op pagina 121. 7. Draai de computer weer om.
• Mogelijk ziet uw computer er anders uit dan de computer die in dit onderwerp wordt getoond. Dit hangt af van het model. Attentie: Raak altijd een geaard, metalen voorwerp aan voordat u een M.2 draadloos-WAN-kaart gaat installeren. Op die manier kunt u statische elektriciteit uit uw lichaam laten wegvloeien. Door statische elektriciteit kan de kaart beschadigd raken. Bepaalde computers zijn uitgerust met een M.2 draadloos-WAN-kaart. U kunt de draadloos-WAN-kaart als volgt vervangen: 1.
7. Haal de draadloos-WAN-kaart voorzichtig uit de sleuf. 8. Lijn de rand met uitsparing van de nieuwe draadloos-WAN-kaart uit met de sleutel in de sleuf. Steek vervolgens de kaart voorzichtig in de sleuf. 9. Kantel de nieuwe draadloos-WAN-kaart omlaag 1 en plaats vervolgens de schroef om de kaart mee vast te maken 2 . Hoofdstuk 10.
10. Sluit de antennekabels aan op de nieuwe draadloos-WAN-kaart. Zorg ervoor dat u de oranje kabel aansluit op de hoofdaansluiting van de kaart, en de blauwe kabel op de hulpaansluiting van de kaart. 11. Breng het toetsenbord weer aan. Zie “Het toetsenbord vervangen” op pagina 133. 12. Plaats de bodemafdekplaat opnieuw. Zie “De bodemafdekplaat terugplaatsen” op pagina 124. 13. Plaats de verwisselbare batterij terug. Zie “De verwisselbare batterij verwisselen ” op pagina 121. 14. Draai de computer weer om.
5. Verwijder de schroef waarmee het metaalblad vast zit 1 . Verwijder vervolgens het metaalblad 2 . 6. Druk de klemmetjes aan weerszijden van het geheugencompartiment tegelijkertijd naar buiten 1 en verwijder vervolgens de geheugenmodule 2 . Hoofdstuk 10.
7. Plaats de kant met uitsparing van de nieuwe geheugenmodule tegen de contactrand van het geheugencompartiment. Steek vervolgens de geheugenmodule onder een hoek van ongeveer 20 graden in het compartiment 1 . Kantel de geheugenmodule omlaag totdat deze vastklikt 2 . Zorg ervoor dat de geheugenmodule stevig in het compartiment wordt geplaatst en niet gemakkelijk kan worden bewogen. Attentie: Raak de contactrand van de geheugenmodule beslist niet aan.
Hoofdstuk 11. Ondersteuning In dit hoofdstuk vindt u informatie over de hulp en ondersteuning die Lenovo te bieden heeft. • “Voordat u Lenovo belt” op pagina 143 • “Hulp en service” op pagina 143 • “Extra services aanschaffen” op pagina 145 Voordat u Lenovo belt Vaak kunt u computerproblemen oplossen door de informatie bij de uitleg van foutcodes te lezen, diagnoseprogramma´s uit te voeren of de Lenovo-website te raadplegen. De computer registreren Registreer uw computer bij Lenovo.
meer informatie over Lenovo en onze producten, wat u moet doen als er problemen met de computer zijn en wie u kunt bellen als er onderhoud of service moet worden uitgevoerd. Informatie over uw Lenovo-computer en over de eventueel vooraf geïnstalleerde software vindt u in de documentatie die bij de computer wordt geleverd. Het gaat daarbij om gedrukte boeken, elektronische boeken, readme-bestanden en Help-bestanden. Bovendien is er informatie over Lenovo-producten beschikbaar op internet.
• Reparatie van Lenovo-hardware: Als er is vastgesteld dat het probleem een hardwareprobleem is van een Lenovo-product dat onder de garantie valt, staat ons personeel klaar om u te helpen met reparatie of onderhoud. • Wijzigingen in het ontwerp: Een enkele keer komt het voor dat er, na de verkoop, wijzigingen in een product moeten worden aangebracht. Lenovo of uw Lenovo-dealer zal dergelijke technische wijzigingen meestal in uw hardware aanbrengen.
146 ThinkPad P50 Gebruikershandleiding
Bijlage A. Aanvullende informatie over het Ubuntu-besturingssysteem In bepaalde landen en regio's biedt Lenovo klanten de mogelijkheid computers te bestellen waarop het besturingssysteem Ubuntu® is geïnstalleerd. Als het Ubuntu-besturingssysteem beschikbaar is op uw computer, raden we u aan de volgende informatie te lezen voordat u de computer gebruikt. U kunt informatie over (hulp)programma's van Windows en vooraf geïnstalleerde toepassingen van Lenovo in deze documentatie negeren.
– Vaste-schijfstation – SSD-station • Beeldscherm – Kleurenscherm – Geïntegreerde camera – Geïntegreerde microfoons – Aanraakscherm • Interface – Audioaansluiting – Ethernet-aansluiting – Aansluitingen voor extern beeldscherm (CRT) – HDMI-poort – Mini DisplayPort-aansluiting – HDMI-audio-2-kanaal – Geheugenkaartlezer – SD-kaart – SDHC-kaart – MMC-kaart – ExpressCard – USB 3.0-aansluiting – USB Always On USB 3.
• Toetsenbord – Functietoetsen • Trackpad – Horizontaal schuiven – Verticaal schuiven • Micro-SIM-kaart In de volgende lijst vindt u informatie over onderdelen en functies die niet door Lenovo worden ondersteund. Opmerking: Afhankelijk van het model zijn sommige onderdelen en functies mogelijk niet beschikbaar voor uw computer. • Accelerometer • Dockingstationaansluiting • Vingerafdruklezer • HDMI 5.
150 ThinkPad P50 Gebruikershandleiding
Bijlage B. Regelgeving De nieuwste nalevingsinformatie is beschikbaar op http://www.lenovo.com/compliance. Plaats van de UltraConnect™-antennes voor draadloze communicatie Bepaalde ThinkPad-modellen hebben, ingebouwd in het beeldscherm voor een optimale ontvangst, een diversity antennesysteem dat draadloze communicatie mogelijk maakt, waar u ook bent. Opmerking: Afhankelijk van de modellen zijn de draadloze WAN-antennes mogelijk niet beschikbaar op uw computer.
Opmerking: Afhankelijk van de Bluetooth-kaart en het besturingssysteem dat u gebruikt, zijn sommige profielen niet aanwezig.
In bepaalde situaties of omgevingen kan het gebruik van ingebouwde draadloos-netwerkkaarten beperkt zijn op last van de eigenaar van het gebouw of degenen die binnen de organisatie de verantwoordelijkheid dragen.
Kennisgeving classificatie voor export Dit product is onderworpen aan de United States Export Administration Regulations (EAR) en heeft een ECCN (Export Classification Control Number) van 5A992.c. Het mag opnieuw worden geëxporteerd, behalve naar landen onder embargo genoemd in de landenlijst EAR E1. Elektromagnetische straling Verklaring van de Federal Communications Commission De volgende informatie heeft betrekking op de ThinkPad P50-computer met machinetypes 20EN EN 20EQ.
elektromagnetische compatibiliteit. Lenovo aanvaardt geen verantwoordelijkheid voor het niet voldoen aan deze voorwaarden voor bescherming als dit het gevolg is van het doorvoeren van een niet aanbevolen wijziging aan het product, inclusief het installeren van niet door Lenovo geleverde optiekaarten. Uit tests van dit product is gebleken dat het voldoet aan de eisten van Apparatuur voor Informatietechnologie Klasse B conform Europese Standaard EN 55022.
Verklaring van conformiteit met Japanse VCCI Klasse B Japanse kennisgeving voor producten die worden aangesloten op de netstroom met een nominale stroom kleiner dan of gelijk aan 20 A per fase De kennisgeving van Japan voor netsnoeren The ac power cord shipped with your product can be used only for this specific product. Do not use the ac power cord for other devices.
Bijlage C. Kennisgevingen inzake AEEA en recycling Lenovo moedigt eigenaren van IT-apparatuur aan om hun apparatuur, wanneer deze niet meer nodig is, op een verantwoorde manier te laten recyclen. Lenovo kent een veelheid aan programma's en services om eigenaren te helpen bij de recycling van hun IT-producten. De nieuwste milieu-informatie is beschikbaar op http://www.lenovo.com/ecodeclaration.
of by an industrial waste disposal contractor certified by a local government. In accordance with the Law for Promotion of Effective Utilization of Resources, Lenovo Japan provides, through its PC Collecting and Recycling Services, for the collecting, reuse, and recycling of disused computers and monitors. For details, visit the Lenovo Web site at http://www.lenovo.com/recycling/japan.
Informatie over het recyclen van batterijen voor Taiwan Informatie over het recyclen van batterijen voor de Europese Unie Kennisgeving: Dit pictogram geldt alleen voor landen binnen de Europese Unie (EU). Batterijen of batterijverpakkingen zijn voorzien van een label overeenkomstig Europese Richtlijn 2006/66/EC inzake batterijen en accu's en afgedankte batterijen en accu's.
160 ThinkPad P50 Gebruikershandleiding
Bijlage D. Kennisgeving beperking van schadelijke stoffen (Restriction of Hazardous Substances, RoHS) De nieuwste milieu-informatie is beschikbaar op http://www.lenovo.com/ecodeclaration. Europese Unie RoHS This Lenovo product, with included parts (cables, cords, and so on) meets the requirements of Directive 2011/65/EU on the restriction of the use of certain hazardous substances in electrical and electronic equipment (“RoHS recast” or “RoHS 2”).
China RoHS 162 ThinkPad P50 Gebruikershandleiding
Bijlage E. Informatie over ENERGY STAR-modellen ENERGY STAR® is een gezamenlijk programma van de U.S. Environmental Protection Agency en de U.S. Department of Energy, bedoeld voor het besparen van kosten en het beschermen van het milieu door middel van energiezuinige producten en procedures. Met trots biedt Lenovo haar klanten producten aan die zijn onderscheiden met een ENERGY STAR.
6. Klik op OK.
Bijlage F. Kennisgevingen Mogelijk brengt Lenovo de in dit document genoemde producten, diensten of voorzieningen niet uit in alle landen. Neem contact op met uw plaatselijke Lenovo-vertegenwoordiger voor informatie over de producten en diensten die in uw regio beschikbaar zijn. Verwijzing in deze publicatie naar producten of diensten van Lenovo houdt niet in dat uitsluitend Lenovo-producten of -diensten gebruikt kunnen worden.
meetresultaten verkregen door middel van extrapolatie. Werkelijke resultaten kunnen afwijken. Gebruikers van dit document dienen de gegevens voor hun omgeving te verifiëren. Dit document is auteursrechtelijk beschermd door Lenovo en wordt niet gedekt door enige open-sourcelicentie, met inbegrip van enige Linux-overeenkomst(en) die bij de software voor dit product is/zijn geleverd. Lenovo kan dit document zonder aankondiging bijwerken.