Handboek voor de gebruiker ThinkPad L450
Opmerking: Lees en begrijp eerst het volgende voordat u deze informatie en het product dat het ondersteunt, gebruikt: • Handleiding voor veiligheid, garantie en installatie • Regulatory Notice • “Belangrijke veiligheidsvoorschriften” op pagina vi • Bijlage F “Kennisgevingen” op pagina 177 Ga voor de nieuwste Handleiding voor veiligheid, garantie en installatie en de Regulatory Notice naar de Lenovo® Support-website: http://www.lenovo.com/UserGuides Tweede uitgave (juli 2015) © Copyright Lenovo 2015.
Inhoud Lees dit eerst . . . . . . . . . . . . . . v Belangrijke veiligheidsvoorschriften . . . . . . Situaties waarin onmiddellijk handelen vereist is . . . . . . . . . . . . . . . . . . Service en upgrades . . . . . . . . . . Netsnoeren en voedingsadapters . . . . . Verlengsnoeren en vergelijkbare accessoires . Stekkers en stopcontacten . . . . . . . . Kennisgeving voedingseenheid . . . . . . Externe apparatuur . . . . . . . . . . . Algemene waarschuwing over de batterij . .
Informatie voor gehandicapten De computer meenemen op reis. . Tips voor als u op reis gaat . . Accessoires voor op reis . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 52 55 55 56 Hoofdstuk 5. Beveiliging . . . . . . . 57 Wachtwoorden gebruiken . . . . . . . . . . Wachtwoorden invoeren . . . . . . . . . Power-on password . . . . . . . . . . . Supervisorwachtwoord . . . . . . . . . Vaste-schijfwachtwoorden . . . . . . . . Beveiliging van de vaste schijf . . . . . . . .
De knoopcelbatterij vervangen . . . Het toetsenbord vervangen. . . . . Het interne opslagstation vervangen . Een draadloos-WAN-kaart vervangen. Een geheugenmodule vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Hoofdstuk 11. Ondersteuning . . . . Voordat u Lenovo belt . . . . . . . Hulp en service . . . . . . . . . Diagnoseprogramma's gebruiken Website Lenovo Support . . . . Lenovo bellen . . . . . . . . Extra services aanschaffen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
iv Handboek voor de gebruiker
Lees dit eerst Als u zich de volgende belangrijke tips ter harte neemt, haalt u het meeste rendement uit uw computer. Doet u dit niet, dan kan dit leiden tot ongemak en zelfs letsel. Bovendien kan de computer dan storingen vertonen en schade oplopen. Bescherm uzelf goed tegen de warmte die door de computer wordt gegenereerd. Als de computer aan staat of als de batterij wordt opgeladen, kunnen de onderkant, de polssteun en bepaalde andere onderdelen warm worden.
Als u de computer verplaatst, zorg dan dat deze goed beschermd is (inclusief de gegevens). Als u een computer verplaatst die is uitgerust met een vaste-schijfstation of hybride vaste-schijfstation, doet u het volgende: • Zet de computer uit. • De computer in de sluimerstand zetten. • De computer in de slaapstand plaatsen. Hierdoor helpt u schade aan de computer en verlies van gegevens te voorkomen. Ga te allen tijde voorzichtig om met uw computer.
(“knoopcellen”) zijn verwerkt, waarmee de systeemklok in stand wordt gehouden wanneer de stekker niet in het stopcontact zit. De veiligheidsvoorschriften voor batterijen gelden dus voor alle computerproducten. Situaties waarin onmiddellijk handelen vereist is Door misbruik of achteloosheid kunnen producten beschadigd raken.
CRU's zijn door Lenovo voorzien van documentatie met instructies voor vervanging van deze onderdelen door de klant. Volg bij het installeren of vervangen van dergelijke onderdelen steeds de instructies. Dat het aan/uit-lampje niet brandt, betekent niet noodzakelijkerwijs dat het spanningsniveau binnenin een product nul is.
Gebruik geen voedingsadapter die sporen vertoont van corrosie aan de invoerpennen of sporen van oververhitting (zoals vervormd plastic) bij de aansluiting of op een ander deel van de voedingsadapter. Maak nooit gebruik van een netsnoer waarvan de contactpunten sporen van roest, corrosie of oververhitting vertonen of waarvan het snoer of de stekker op welke manier dan ook beschadigd is.
Kennisgeving voedingseenheid GEVAAR Verwijder nooit de kap van de voedingseenheid of van enige component waarop het volgende label is bevestigd. Gevaarlijke spanning-, stroom-, en energieniveaus zijn aanwezig in iedere component waarop dit etiket is geplakt. Deze componenten bevatten geen onderdelen die kunnen worden vervangen of onderhouden. Als u vermoedt dat er met een van deze onderdelen een probleem is, neem dan contact op met een onderhoudstechnicus.
Gooi de batterij niet bij het normale huisvuil weg. Behandel oude batterijen als klein chemisch afval. Kennisgeving voor verwijderbare oplaadbare batterij GEVAAR Laad de batterij uitsluitend op volgens de instructies in de productdocumentatie. Als de batterij niet op de juiste manier in het apparaat wordt geïnstalleerd, kan hij ontploffen. De batterij bevat een kleine hoeveelheid schadelijke stoffen.
• Ventilatieopeningen, ventilatoren en/of koelribben maken deel uit van het product omwille van de veiligheid, het comfort en een betrouwbare werking. Deze voorzieningen kunnen per ongeluk geblokkeerd raken als u het product op een bed, zitbank, vloerkleed of andere zachte ondergrond plaatst. Zorg ervoor dat deze voorzieningen nooit geblokkeerd, bedekt of uitgeschakeld raken. • Als de computer via de wisselstroomadapter is aangesloten op het stopcontact, wordt de adapter warm.
GEVAAR Als u dit product of een aangesloten apparaat installeert, verplaatst of opent, houd u dan bij het aansluiten en loskoppelen van de kabels aan de volgende procedures. Aansluiten: Ontkoppelen: 1. Zet alles UIT. 1. Zet alles UIT. 2. Sluit eerst alle kabels aan op de apparaten. 2. Haal eerst de stekkers uit het stopcontact. 3. Sluit de signaalkabels aan. 3. Ontkoppel de signaalkabels. 4. Steek de stekkers in het stopcontact. 4. Ontkoppel alle kabels van de apparaten. 5. Zet de apparaten AAN.
Als uw Lenovo-computer is geleverd met een hoofdtelefoon of oortelefoon, voldoen de computer met hoofdtelefoon of oortelefoon als set aan de specificaties van EN 50332-1. Gebruikt u een andere hoofdof oortelefoon, controleer dan of die voldoet aan EN 50332-1 (Artikel 6.5). Gebruik van een hoofd- of oortelefoon die niet voldoet aan EN 50332-1 kan, ten gevolge van een te hoog geluidsdrukniveau, schadelijk zijn voor het gehoor.
Hoofdstuk 1. Productoverzicht In dit hoofdstuk staat informatie over locaties van aansluitingen, locaties van belangrijke productlabels, computerfuncties, specificaties, de bedrijfsomgeving en vooraf geïnstalleerde programma's.
1 5 ThinkPad® trackpad 6 Mediakaartsleuf (beschikbaar op bepaalde modellen) 7 8 TrackPoint-knoppen TrackPoint®-aanwijsknopje Camera (op bepaalde modellen) Gebruik de camera om foto's te maken en videovergaderingen te houden. Meer informatie vindt u in “De camera gebruiken” op pagina 36. 2 Microfoons (op bepaalde modellen) Met de microfoons kunt u geluiden en spraak vastleggen met een softwareprogramma voor audio.
Rechterkant Figuur 2. Rechterkant 1 SIM-kaartsleuf (beschikbaar op sommige modellen) 2 USB 3.0-aansluitingen 3 Mini 4 Ethernetpoort DisplayPort®-aansluiting 5 Video graphics array-aansluiting (VGA) 1 6 Sleuf voor het veiligheidsslot SIM-kaartsleuf Als uw computer ondersteunt de functie voor draadloos WAN (Wide Area Network), is er mogelijk een SIM-kaart nodig om een draadloze WAN-verbinding tot stand te brengen. In sommige landen of regio´s is de SIM-kaart al in de SIM-kaartsleuf geïnstalleerd.
GEVAAR Om te voorkomen dat u een elektrische schok krijgt, dient u de telefoonkabel niet aan te sluiten op de ethernetpoort. U kunt op deze aansluiting uitsluitend de Ethernet-kabel aansluiten. De Ethernet-aansluiting heeft twee indicatielampjes die de status van de netwerkaansluiting aanduiden. Wanneer het groene lampje aan is, betekent dit dat de computer is aangesloten op een LAN en er een netwerksessie beschikbaar is. Wanneer het lampje geel knippert, worden er gegevens overgedragen.
2 Ventilatieopeningen De ventilatieopeningen en de interne ventilator laten lucht in de computer circuleren en zorgen voor een goede koeling, met name om de microprocessor te koelen. Opmerking: Voor een goede luchtcirculatie plaatst u geen obstakels voor de ventilatieopeningen. 3 Always On USB 3.0-aansluiting Met de Always On USB-aansluiting kunt u standaard sommige mobiele digitale apparaten en smartphones opladen.
Onderkant Figuur 4. Onderkant 1 1 Batterij 2 Aansluiting voor dockingstation (op bepaalde modellen) 3 Afvoergaten toetsenbord 4 Luidsprekers Batterij Als er geen netvoeding beschikbaar is, kunt u de computer op batterijvoeding laten werken. 2 Aansluiting voor dockingstation (op bepaalde modellen) U kunt de computer aansluiten op een ondersteund dockingstation om de mogelijkheden van de computer uit te breiden, zowel thuis als op kantoor.
1 FN Lock-lampje Het Fn Lock-lampje toont de status van de Fn Lock-functie. Meer informatie vindt u in “Speciale toetsen” op pagina 19. 2 Indicator voor dempen geluid Als de indicator voor dempen geluid brandt, dan is het geluid van de luidsprekers uitgeschakeld. 3 Indicator voor dempen microfoon Als de indicator voor dempen microfoon brandt, dan is het geluid van de microfoon uitgeschakeld. 4 Camerastatuslampje Als het camerastatuslampje brandt, dan is de camera in gebruik.
Machinetype en modelnummer Het machinetype en het modelnummer identificeren uw computer. Wanneer u Lenovo belt om hulp, kunnen de ondersteuningstechnici van Lenovo aan de hand van het machinetype en de modelinformatie precies vaststellen welk type computer u hebt, zodat zij de snelste service kunnen verlenen. In de onderstaande afbeelding ziet u de locatie van het machinetype en modelnummer van uw computer.
De informatie op dit label verschilt naar gelang van de draadloze modules die bij de computer zijn geleverd: • Voor een vooraf geïnstalleerde draadloze module wordt op dit label het feitelijke FCC ID- en IC Certification-nummer voor de door Lenovo geïnstalleerde draadloze module weergegeven. Opmerking: Verwijder of vervang zelf geen vooraf geïnstalleerde draadloze module. Voor modulevervanging, moet u eerst contact opnemen met de service-afdeling van Lenovo.
• In andere landen en regio's is het Legitiem Microsoft-label alleen verplicht op computermodellen met een licentie voor Windows 8.1 Pro of Windows 10 Pro. De afwezigheid van een Legitiem Microsoft-label geeft niet aan dat een vooraf geïnstalleerde Windows-versie niet legitiem is. Raadpleeg de informatie van Microsoft op http://www.microsoft.com/en-us/howtotell/default.aspx voor meer informatie om te bepalen of uw vooraf geïnstalleerde Windows-product legitiem is.
• Camera (op bepaalde modellen) • Microfoons (op bepaalde modellen) Toetsenbord • Toetsenbord met 6 rijen • ThinkPad-aanwijsapparaat • Functietoetsen Interface • Digitale mediakaartlezer (4-in-1) • Netvoedingsaansluiting • Gecombineerde audioaansluiting • Aansluiting voor dockingstation (op bepaalde modellen) • Aansluitingen voor extern beeldscherm (VGA-aansluiting en mini-DisplayPort-aansluiting) • Eén Always On USB 3.
Gebruiksomgeving In dit gedeelte vindt u informatie van de bedrijfsomgeving van uw computer. Omgeving: • Maximumhoogte zonder kunstmatige druk: 3048 m • Temperatuur – Op hoogten tot 2438 m – In bedrijf: 5,0 °C tot 35,0 °C – In opslag: 5,0 °C tot 43,0 °C – Op hoogten boven 2438 m – Maximumtemperatuur bij werking zonder kunstmatige druk: 31,3 °C Opmerking: Bij het opladen van de batterij moet de temperatuur minimaal 10 °C zijn.
3. Als u het programma nog steeds niet in de lijst met programma's kunt vinden, zoekt u het programma in het zoekveld. • Windows 8.1: 1. Druk op de Windows-toets om het Startscherm te openen. Zoek een programma op de programmanaam. 2. Als het programma niet in het Startscherm wordt weergegeven, klikt u op het pijlpictogram het scherm Toepassingen te openen. om 3. Als u het programma nog steeds niet op het scherm Toepassingen kunt vinden, zoekt u het programma in het zoekveld.
Fingerprint Manager Pro, Lenovo Fingerprint Manager of Touch Fingerprint Manager (Windows 7 en Windows 8.1) Hotkey Features Integration (Windows 7, Windows 8.1 en Windows 10) Lenovo Companion Als uw computer een vingerafdruklezer heeft, kunt u deze in combinatie met het programma Lenovo Fingerprint Manager Pro, Touch Fingerprint Manager of Touch Fingerprint Manager gebruiken om uw vingerafdruk te registreren en deze te koppelen aan uw wachtwoorden.
Rescue and Recovery® (Windows 7) SHAREit (Windows 7, Windows 8.1 en Windows 10) System Update (Windows 7 en Windows 8.1) WRITEit (Windows 8.1 en Windows 10) Het programma Rescue and Recovery is een programma waarmee u met één druk op de knop back-ups kunt maken en herstelbewerkingen kunt uitvoeren.
16 Handboek voor de gebruiker
Hoofdstuk 2. De computer gebruiken In dit hoofdstuk vindt u informatie over het gebruik van enkele functies van de computer.
• Windows 7: open het menu Start en klik dan op Afsluiten. • Windows 8.1: ga als volgt te werk: – Ga naar het Startscherm door op de Windows-toets te drukken, klik in het netvoedingpictogram in de rechterbovenhoek van het scherm en klik dan op Afsluiten. – Plaats de aanwijzer op de rechterboven- of rechterbenedenhoek van het scherm om de charms weer te geven. Klik vervolgens op Instellingen ➙ Stroom ➙ Afsluiten.
In het besturingssysteem Windows 8.1 kunt u de computer zodanig instellen dat standaard of het bureaublad of het Startscherm wordt geopend. Ga als volgt te werk om het standaardbeginscherm in te stellen: 1. Op het bureaublad plaatst u de aanwijzer op de taakbalk aan de onderkant van het scherm en klikt u met de rechtermuisknop op de taakbalk. 2. Klik op Eigenschappen. Het venster Eigenschappen taakbalk en navigatie wordt weergegeven. 3.
Het toetsenbord heeft meerdere functietoetsen: de toets Fn 1 en de overige functietoetsen 2 . U kunt als volgt de toets Fn en de functietoetsen configureren in het venster Eigenschappen van Toetsenbord: 1. Ga naar Configuratiescherm en wijzig de weergave hiervan van Categorie in Grote pictogrammen of Kleine pictogrammen. 2. Klik op Toetsenbord. In het venster Eigenschappen van Toetsenbord klikt u op het tabblad Fn- en functietoetsen of ThinkPad toetsen F1-F12. 3. Selecteer de gewenste opties.
de rechtermuisknop op het batterijstatuspictogram. Klik vervolgens op Helderheid van beeldscherm instellen om de wijzigingen naar wens door te voeren. • : externe beeldschermen beheren. • : hiermee schakelt u de draadloze communicatie in of uit. Raadpleeg “Draadloze verbindingen” op pagina 30 voor meer informatie over de functies voor draadloze communicatie. • : Windows 7: hiermee wordt het Configuratiescherm geopend. Windows 8.1: hiermee wordt het scherm Instellingen geopend.
Het ThinkPad-aanwijsapparaat bestaat uit de volgende twee apparaten: 1 2 TrackPoint-aanwijsapparaat Trackpad Standaard zijn zowel het TrackPoint-aanwijsapparaat als de trackpad actief met de aanraakbewegingen ingeschakeld. Ga naar “Het ThinkPad-aanwijsapparaat aanpassen” op pagina 25 om de instellingen te wijzigen. TrackPoint-aanwijsapparaat Met het TrackPoint-aanwijsapparaat kunt u alle functies van een traditionele muis uitvoeren, zoals het aanwijzen, klikken en bladeren.
Opmerking: Plaats uw handen in de positie voor typen en gebruik uw wijsvinger of middelvinger om druk uit te oefenen op het antislipdopje van het aanwijsknopje. Gebruik uw duim om op de linker- of rechtermuisknop te drukken. • Aanwijzen Gebruik het aanwijsknopje 1 om de aanwijzer op het scherm te verplaatsen. Om het aanwijsknopje te gebruiken, oefent u druk uit op het antislipdopje van het aanwijsknopje in een richting parallel aan het toetsenbord.
U kunt ook met twee vingers op een willekeurige plek op het oppervlak van de trackpad tikken om de rechtermuisknopactie uit te voeren. • Bladeren Plaats twee vingers op de trackpad en beweeg ze in een verticale of horizontale richting. Met deze actie kunt u door documenten, websites en apps bladeren. Zorg ervoor dat u de twee vingers iets van elkaar af plaatst. Met de trackpad kunt u ook diverse aanraakbewegingen uitvoeren.
Vegen vanaf de bovenrand Veeg met één vinger vanaf het Startscherm of de huidige toepassing vanaf de bovenrand van de trackpad om het opdrachtmenu weer te geven. Vegen vanaf de boven- naar de onderrand Veeg met één vinger vanaf de boven- naar de onderrand van de trackpad om de huidige toepassing te sluiten. Het uitvoeren van deze beweging op het bureaublad sluit het bureaublad en geeft het Startscherm weer.
Energiebeheer Als u met uw computer wilt werken terwijl er geen stopcontact in de buurt is, bent u voor de voeding van uw computer afhankelijk van de batterij. Verschillende componenten van de computer hebben een verschillend stroomverbruik. Als u componenten met een hoog stroomverbruik vaker gebruikt, raakt de batterij uiteraard sneller leeg. Doe meer en werk langer op de batterijen van uw ThinkPad. Mobiliteit heeft een revolutie teweeggebracht doordat mensen hun werk overal mee naar toe kunnen nemen.
• De batterijen worden opgeladen als de netvoedingsadapter op de computer is aangesloten. Laad de batterijen op in de volgende situaties: – Het batterijpictogram in het systeemvak van Windows geeft aan dat er nog maar weinig batterijstroom over is. – Als de batterijen lange tijd niet zijn gebruikt. De oplaadstatus van de batterij controleren Beweeg de muisaanwijzer naar het batterijstatuspictogram in het systeemvak van Windows om de batterijstatus te controleren.
2. Klik op Energiebeheer. 3. Volg de aanwijzingen op het scherm. Voor meer informatie kunt u het Help-informatiesysteem van het programma raadplegen. Spaarstanden Er zijn diverse spaarstanden beschikbaar die u kunt gebruiken om energie te besparen. In dit gedeelte maakt u kennis met elk van die spaarstanden en vindt u tips voor het zo effectief mogelijk werken op batterijenergie. • Zwart schermstand (alleen voor Windows 7) Voor het computerscherm is een redelijke hoeveelheid batterijvermogen nodig.
6. Selecteer onder Energiebeheer het vakje De computer uit de slaapstand halen om deze taak uit te voeren. • Draadloos uit Wanneer u geen gebruik maakt van de functies voor draadloze communicatie, zoals Bluetooth of draadloos LAN, schakelt u de functies uit. Hiermee bespaart u energie. Om de functies voor draadloze communicatie uit te schakelen, drukt u op de navigatietoets van de draadloze radio .
GEVAAR Laat de batterij niet vallen en zorg dat hij niet beklemd raakt, doorboord wordt of wordt blootgesteld aan grote krachten. Verkeerd en ondeskundig gebruik van de batterij kan er de oorzaak van zijn dat deze oververhit raakt, hetgeen “gasvorming” of vlammen kan veroorzaken. Als uw batterij beschadigd is of lekt, of zich op de polen materiaal heeft afgezet, moet u de batterij niet meer gebruiken en een nieuwe aanschaffen.
• Windows 8.1: veeg vanaf de rechterrand van het scherm naar binnen om de charms weer te geven. Tik op Instellingen ➙ Pc-instellingen wijzigen ➙ Netwerk en schuif het bedieningselement voor Vliegtuigstand naar links. • Windows 10: open het menu Start en klik vervolgens op Instellingen.
• De radio voor draadloze communicatie staat uit of er is geen signaal. • De radio voor draadloze communicatie staat aan. De signaalsterkte van de draadloze verbinding is zeer slecht. Om de signaalsterkte te verbeteren, kunt u uw computer dichter bij het draadloze toegangspunt plaatsen. • De radio voor draadloze communicatie staat aan. De signaalsterkte van de draadloze verbinding is redelijk. • De radio voor draadloze communicatie staat aan.
• Zet de computer niet te dicht bij stenen of betonnen muren; deze kunnen het signaal blokkeren. • De beste ontvangst hebt u meestal in de buurt van het raam en op plaatsen waar u ook met uw mobieltje het beste bereik hebt. De status van de draadloze WAN-verbinding controleren U kunt de status van de draadloze WAN-verbinding controleren via het pictogram voor draadloze netwerkverbinding in het systeemvak van Windows. Hoe meer balken, des te beter het signaal is.
• Windows 7: druk op de navigatietoets van de draadloze radio in. en schakel de Bluetooth-functie • Windows 8.1: a. Plaats de aanwijzer op de rechterboven- of rechterbenedenhoek van het scherm om de charms weer te geven. b. Klik op Instellingen ➙ Pc-instellingen wijzigen ➙ Pc en apparaten ➙ Bluetooth. c. Schakel de Bluetooth-functie in. • Windows 10: ga als volgt te werk: – Open het menu Start en klik vervolgens op Instellingen.
Klik met de rechtermuisknop op het bureaublad en klik vervolgens op Schermresolutie ➙ Detecteren. – Windows 10 Klik met de rechtermuisknop op het bureaublad en klik vervolgens op Beeldscherminstellingen ➙ Detecteren. • Een draadloos beeldscherm aansluiten Opmerking: Als u een draadloos beeldscherm wilt gebruiken, zorg dan dat uw computer en het externe beeldscherm de functie Wi-Di of Miracast ondersteunen. – Windows 7 Open het Startmenu en klik op Apparaten en printers ➙ Een apparaat toevoegen – Windows 8.
De instellingen van het beeldscherm aanpassen U kunt de instellingen voor zowel het computerscherm als het externe beeldscherm wijzigen. U kunt bijvoorbeeld bepalen welk scherm het hoofdscherm is en welke het secundaire beeldscherm is. U kunt ook de resolutie en oriëntatie wijzigen. U wijzigt de weergave-instellingen als volgt: 1. Klik met de rechtermuisknop op het bureaublad en selecteer Schermresolutie of Beeldscherminstellingen. 2. Selecteer het beeldscherm dat u wilt configureren. 3.
Ga als volgt te werk om de camerafunctie te openen en de camera-instellingen op te geven: • Windows 7: open het programma Communications Utility. • Windows 8.1: klik in het startscherm op Camera. • Windows 10: open het Startmenu en klik vervolgens op Camera uit de lijst Alle apps. Als de camera gestart is, gaat het groene camera-in-gebruik-lampje branden. U kunt de ingebouwde camera ook met andere programma´s gebruiken die functies bieden zoals fotograferen, videocapturing en videoconferencing.
• Lengte: 85,60 mm • Breedte: 53,98 mm • Dikte: 0,76 mm Plaats geen smartcards met spleten in uw computer. Anders kan de smartcardlezer beschadigd raken. Attentie: Als u gegevens overbrengt van of naar een flash mediakaart, bijvoorbeeld een smartcard, plaats de computer dan niet in de sluimerstand of de slaapstand voordat de gegevensoverdracht voltooid is; anders kunnen uw gegevens beschadigd raken.
• Voordat u de kaart verwijdert, dient u eerst alle activiteiten waarvoor u de kaart gebruikt te stoppen. Doet u dat niet, dan kunnen de gegevens op de kaart beschadigd raken of verloren gaan. • Verwijder nooit een kaart als de computer in de slaapstand (stand-by) of in de sluimerstand staat. Anders loopt het systeem mogelijk vast, wanneer u het later weer in gebruik neemt. U verwijdert een kaart als volgt: 1.
40 Handboek voor de gebruiker
Hoofdstuk 3. De computer uitbreiden In dit hoofdstuk vindt u instructies voor het gebruiken van hardwareapparaten om de mogelijkheden van uw computer uit te breiden. • “Opties voor de ThinkPad zoeken” op pagina 41 • “ThinkPad-dockingstations” op pagina 41 Opties voor de ThinkPad zoeken Als u de mogelijkheden van uw computer wilt uitbreiden, heeft Lenovo allerlei hardwaretoebehoren en upgrades om aan uw wensen tegemoet te komen.
ThinkPad Basic Dock Voorkant 1 Aan/uit-knop: druk op de aan/uit-knop om de computer in of uit te schakelen. 2 Uitwerpknop: druk op de uitwerpknop om de computer van het dockingstation los te koppelen. 3 Geleider: gebruik de geleider als richtsnoer om de dockingstationaansluiting op uw computer uit te lijnen, als u de computer aan het dockingstation koppelt. 4 Dockingstationaansluiting: wordt gebruikt om uw computer aan te sluiten.
4 Ethernet connector: wordt gebruikt om het dockingstation aan te sluiten op een ethernet-LAN. Opmerking: Als u een ethernetpoort of een aansluiting voor een extern beeldscherm gebruikt wanneer uw computer is aangesloten op een dockingstation, gebruikt u de ethernetpoort of de aansluiting voor een extern beeldscherm van het dockingstation en niet die van de computer. 5 Netvoedingsaansluiting: wordt gebruikt om de netvoedingsadapter aan te sluiten.
Achterkant 1 Always On USB-aansluiting: wordt gebruikt om apparaten aan te sluiten die compatibel zijn met USB 2.0 of om bepaalde mobiele digitale apparaten en smartphones op te laden als de computer in de slaapof sluimerstand staat. 2 USB 2.0-aansluitingen: worden gebruikt om apparaten aan te sluiten die compatibel zijn met USB 2.0. 3 USB 3.0-aansluitingen: worden gebruikt om apparaten aan te sluiten die compatibel zijn met USB 3.0.
9 Audioaansluiting: wordt gebruikt om een hoofdtelefoon of headset met een vierpolige stekker van 3,5 mm aan te sluiten op de audioaansluiting als u naar het geluid van de computer wilt luisteren. 10 Veiligheidsslot: u kunt een bijpassend kabelslot gebruiken, zoals een Kensington-kabelslot, om uw dockingstation vast te maken aan een bureau, tafel of een ander niet vast voorwerp en zo tegen diefstal te beschermen.
Achterkant 1 Always On USB-aansluiting: wordt gebruikt om apparaten aan te sluiten die compatibel zijn met USB 2.0 of om bepaalde mobiele digitale apparaten en smartphones op te laden als de computer in de slaapof sluimerstand staat. 2 USB 2.0-aansluitingen: worden gebruikt om apparaten aan te sluiten die compatibel zijn met USB 2.0. 3 USB 3.0-aansluitingen: worden gebruikt om apparaten aan te sluiten die compatibel zijn met USB 3.0.
10 Audioaansluiting: wordt gebruikt om een hoofdtelefoon of headset met een vierpolige stekker van 3,5 mm aan te sluiten op de audioaansluiting als u naar het geluid van de computer wilt luisteren. 11 Veiligheidsslot: u kunt een bijpassend kabelslot gebruiken, zoals een Kensington-kabelslot, om uw dockingstation vast te maken aan een bureau, tafel of een ander niet vast voorwerp en zo tegen diefstal te beschermen.
Opmerking: De computer werkt in de batterijstand als u deze op een dockingstation aansluit dat niet op netvoeding is aangesloten. Een ThinkPad-dockingstation loskoppelen U kunt de computer als volgt loskoppelen van een ThinkPad-dockingstation: Opmerking: Het ThinkPad Basic Dock heeft geen systeemvergrendeling. 1. Koppel alle kabels en apparaten los van de computer. 2. Zorg ervoor dat de systeemslotsleutel in de ontgrendelde stand (horizontaal) is gedraaid. 3.
ThinkPad Ultra Dock: als u twee externe beeldschermen op de DisplayPort-aansluiting en de DVI-aansluiting aansluit, is de DVI-aansluiting niet actief. ThinkPad Ultra Dock: als u twee externe beeldschermen op de DisplayPort-aansluiting en de HDMI-aansluiting aansluit, is de HDMI-aansluiting niet actief. Beveiligingsvoorzieningen De systeemslotsleutel heeft twee mogelijke standen (zie afbeelding). De beveiligingsfunctie hangt af van de stand van de sleutel: Hoofdstuk 3.
• In stand 1 is de uitwerpknop van het dockingstation vergrendeld en kunt u de computer niet verwijderen. Als de uitwerpknop vergrendeld is, brandt er een speciaal lampje. De beveiligingskabel is vergrendeld. • In stand 2 is de uitwerpknop van het dockingstation ontgrendeld en kunt u de computer verwijderen. De indicator voor het sleutelslot is uit als de uitwerpknop is ontgrendeld. De beveiligingskabel is vergrendeld.
Hoofdstuk 4. U en uw computer In dit hoofdstuk krijgt u informatie over hoe u toegang tot uw computer krijgt, over comfort en over hoe u met uw computer op reis gaat. Toegankelijkheid en comfort Ergonomische gewoonten zijn belangrijk; niet alleen om zo veel mogelijk uit uw pc te halen, maar vooral ook om ongemak te voorkomen. Richt uw werkplek zodanig in dat de opstelling van de apparatuur aansluit bij uw individuele wensen en bij het soort werk dat u doet.
De plaats van armen en handen: maak gebruik van de armsteunen, indien aanwezig, of van een deel van het bureaublad om uw armen op te laten rusten. Houd uw onderarmen, polsen en handen in een ontspannen, neutrale (horizontale) positie. Typ met een zachte aanslag. Bovenbenen: houd uw bovenbenen horizontaal en zet uw voeten plat op de grond of op een voetensteun.
Sneltoets Functie Toets met het Windows-logo+U Het Toegankelijkheidscentrum openen Rechter Shift-toets gedurende acht seconden ingedrukt houden De filtertoetsen in- of uitschakelen Vijf keer op Shift drukken De Plaknotitietoetsen in- of uitschakelen Num Lock gedurende vijf seconden ingedrukt houden De wisseltoetsen in- of uitschakelen Linker Alt-toets+Linker Shift-toets+Num Lock indrukken De muistoetsen in- of uitschakelen Linker Alt-toets+Linker Shift-toets+PrtScn (of PrtSc) indrukken Hoog con
Spraakherkenning Met spraakherkenning kunt u uw computer besturen met behulp van uw stem. Alleen al met uw stem kunt u programma's starten, menu's openen, op voorwerpen op het scherm klikken, tekst dicteren in documenten, en e-mails schrijven en verzenden. Alles wat u doet met het toetsenbord en de muis kunt u ook met alleen uw stem doen. U gebruikt Spraakherkenning als volgt: 1. Ga naar het Configuratiescherm en zorg ervoor dat u het Configuratiescherm op Categorie bekijkt. 2.
4. Klik op Toepassen. Deze wijziging wordt doorgevoerd zodra u zich de volgende keer bij het besturingssysteem aanmeldt. – Wijzig de grootte van de items op een webpagina. Houdt Ctrl ingedrukt en druk vervolgens op de plustekentoets (+) om de tekst te vergroten of de minustekentoets (-) als u de tekst wilt verkleinen. – Wijzig de grootte van de items op het bureaublad of in een venster. Opmerking: Deze functie werkt mogelijk niet in alle venters.
Instellingen ➙ Netwerk & Internet ➙ Vliegtuigstand en schuift u het bedieningselement voor de Vliegtuigstand naar rechts. • Let in het vliegtuig op de stoel voor u. Stel de hoek van het scherm zo in dat het scherm niet klem komt te zitten als de persoon vóór u achterover leunt. • Vergeet niet om de computer bij het opstijgen en landen in de sluimerstand te zetten of uit te schakelen.
Hoofdstuk 5. Beveiliging In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de computer beschermt tegen diefstal en gebruik door onbevoegden.
2. Selecteer Security ➙ Password ➙ Power-on Password met behulp van de cursortoetsen. 3. Afhankelijk van uw behoefte doet u één van de volgende dingen: • Om het wachtwoord in te stellen, doet u het volgende: a. Typ een gewenst wachtwoord in het veld Enter New Password en druk vervolgens op Enter. b. Typ in het veld Confirm New Password opnieuw uw wachtwoord en druk op Enter. • Om een wachtwoord te wijzigen, doet u het volgende: a.
– Boot Order Lock – Flash BIOS Updating by End-Users – Intern netwerkapparaat – Intern draadloos apparaat – Intern Bluetooth-apparaat – Interne netwerkoptie ROM – Intern draadloos WAN-apparaat – Beveiligingsmodus – Prioriteit vingerafdruklezer Opmerkingen: • Om het beheer te vereenvoudigen, kan de systeembeheerder op meerdere ThinkPad-notebookcomputers hetzelfde beheerderswachtwoord instellen. • Wanneer de optie Lock UEFI BIOS Settings is ingeschakeld, kan geen enkele BIOS-instelling worden gewijzigd.
Vaste-schijfwachtwoorden Voor het vaste-schijfstation zijn er twee soorten wachtwoorden waarmee de opgeslagen informatie beschermd kan worden: • Gebruikerswachtwoord Als er wel een gebruikerswachtwoord van de vaste schijf is ingesteld maar geen masterwachtwoord, moet het vaste-schijfwachtwoord van de gebruiker worden ingevoerd om toegang te krijgen tot de bestanden en de software op het vaste-schijfstation.
Enter New Password en druk op Enter. Typ het wachtwoord opnieuw in het veld Confirm New Password en druk op Enter. 4. Het venster Setup Notice wordt geopend. Druk op Enter om door te gaan. 5. Druk op F10. Het venster Setup Confirmation wordt geopend. Selecteer Yes om de configuratiewijzigingen op te slaan en af te sluiten. De volgende keer dat u de computer aanzet, voert u het gebruikerswachtwoord of masterwachtwoord voor de vaste schijf in om toegang te krijgen tot de vaste schijf.
Tips over het gebruik van vaste-schijfwachtwoorden • U kunt de minimumlengte van een vaste-schijfwachtwoord instellen in het menu Security. • Als u een vaste-schijfwachtwoord van meer dan zeven tekens instelt, kan het vaste-schijfstation alleen worden gebruikt met een computer die een vaste-schijfwachtwoord van meer dan zeven tekens kan herkennen.
besturingssysteem en de gegevens die op uw computer zijn opgeslagen, zelfs als die is zoek geraakt of is gestolen. BitLocker versleutelt alle gebruikers- en systeembestanden, inclusief de swap- en slaapstandbestanden (hybernation). BitLocker maakt voor het beveiligen van uw gegevens en voor het bewaken van de integriteit van de “early boot”-component gebruik van een Trusted Platform Module (TPM). Een compatibele TPM wordt gedefinieerd als een V 1.2 TPM.
7. Druk op F10. Het venster Setup Confirmation wordt geopend. Selecteer Yes om de configuratiewijzigingen op te slaan en af te sluiten. Als u de beveiligingschip wilt instellen, start u Client Security Solution op en volgt u de instructies op het scherm. Opmerking: Als Client Security Solution niet vooraf op uw computer is geïnstalleerd, kunt u het downloaden en installeren via http://www.lenovo.com/support. Volg daarna de aanwijzingen op het scherm.
1. Open het menu Start en klik vervolgens op Instellingen. Als Instellingen niet wordt weergegeven, klikt u op Alle apps om alle programma's weer te geven en vervolgens op Instellingen ➙ Accounts ➙ Aanmeldingsopties. 2. Volg de aanwijzingen op het scherm om de inschrijving te voltooien. Uw vinger over de vingerafdruklezer halen U haalt als volgt uw vinger over de vingerafdruklezer: 1. Plaats de bovenste vingerkootje op de sensor. 2.
• Aanraken of gebruiken van de lezer met een verontreinigde vinger. In de volgende situaties maakt u het oppervlak van de lezer voorzichtig schoon met een droge, zachte, vezelvrije doek: • Als het oppervlak van de lezer vuil of gevlekt is. • Het oppervlak van de lezer is nat. • De lezer slaagt er vaak niet in uw vingerafdruk te herkennen. In de volgende gevallen kunt u uw vinger mogelijk niet gebruiken voor vastleggen en verifiëren van uw vingerafdruk: • Als uw vinger gerimpeld is.
Voor het vernietigen van gegevens op het SSD-station levert Lenovo het hulpprogramma Drive Erase Utility for Resetting the Cryptographic Key and Erasing the Solid State Drive. Voor het vernietigen van gegevens op het vaste-schijfstation of het hybride vaste-schijfstation levert Lenovo het hulpmiddel Secure Data Disposal™. Ga naar http://www.lenovo.com/support om deze hulpprogramma's te downloaden.
68 Handboek voor de gebruiker
Hoofdstuk 6. Geavanceerde configuratie In dit hoofdstuk krijgt u de volgende informatie voor het configureren van de computer: • “Een nieuw besturingssysteem installeren” op pagina 69 • “Stuurprogramma's installeren” op pagina 71 • “Het programma ThinkPad Setup gebruiken” op pagina 71 Een nieuw besturingssysteem installeren In sommige gevallen moet u mogelijk een nieuw besturingssysteem installeren. In dit onderwerp vindt u instructies voor het installeren van een nieuw besturingssysteem.
9. Installeer de registerpatches, bijvoorbeeld de patch voor het inschakelen van Wake on LAN from Standby voor ENERGY STAR. Ga naar de Lenovo Support-website om de registerpatches te downloaden en installeren: http://www.lenovo.com/support Opmerking: Na de installatie van het besturingssysteem, moet u de eerste instelling van UEFI/Legacy Boot niet wijzigen in het programma ThinkPad Setup. Doet u dat wel, dan start het besturingssysteem niet correct op.
Opmerking: Na de installatie van het besturingssysteem, moet u de eerste instelling van UEFI/Legacy Boot niet wijzigen in het programma ThinkPad Setup. Doet u dat wel, dan start het besturingssysteem niet correct op. Wanneer u het besturingssysteem Windows 8.
Opmerking: Bepaalde menu-opties worden alleen afgebeeld als de computer de overeenkomstige functies ondersteunt. 3. U kunt als volgt de waarde van een item instellen: • Druk op F6 om de waarde te verhogen. • Druk op F5 om de waarde te verlagen. Opmerking: De standaardwaarden zijn vetgedrukt. 4. Als u andere configuraties wilt wijzigen, drukt u op de Esc-knop om het submenu af te sluiten en terug te keren naar het hoofdmenu. 5.
Tabel 2. Opties in het menu Config Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen Network Wake On LAN • Disabled U kunt ervoor zorgen dat de computer wordt ingeschakeld, wanneer de Ethernet-controller een bestandscode (magic, een speciale netwerkmelding) ontvangt. • AC Only • AC and Battery Als u AC Only selecteert, is Wake on LAN alleen ingeschakeld, wanneer de voedingsadapter is aangesloten. Als u AC and Battery selecteert, dan is Wake on LAN altijd ingeschakeld, ongeacht de voedingsbron.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen USB USB UEFI BIOS Support • Disabled De opstartondersteuning voor USB-opslagapparaten in- of uitschakelen. • Enabled Always On USB • Disabled • Enabled Always On USB Charge in Battery Mode • Disabled USB 3.0 Mode • Disabled • Enabled • Enabled • Auto Als u Disabled selecteert, kunnen de externe USB-apparaten niet via USB-aansluitingen worden opgeladen.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen Als u Disableselecteert, wordt de ingebouwde Trackpad uitgeschakeld. Fn and Ctrl Key swap • Disabled • Enabled Hiermee verwisselt u de acties van de Fn- en Ctrl-toets linksonder aan het toetsenbord. Disabled: de Fn- en Ctrl-toets gedragen zich zoals op het toetsenbord is aangegeven. Enabled: de Fn-toets fungeert hierdoor als Ctrl-toets. De Ctrl-toets fungeert als Fn-toets.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen Display Boot Time Extension • Disabled Deze optie bepaalt met hoeveel tijd het opstartproces moet worden uitgebreid, in seconden.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen Opmerking: Elk schema beïnvloedt het geluid van de ventilator, de temperatuur en de prestaties. CPU Power Management • Disabled • Enabled Power On with AC Attach • Disabled • Enabled Schakel de energiebesparingsfunctie in of uit, waardoor de microprocessorklok automatisch wordt uitgeschakeld wanneer de computer niet actief is. Gewoonlijk is het niet nodig om deze instelling te wijzigen.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen Beep and Alarm Password Beep • Disabled Schakel deze optie in zodat er een geluidssignaal klinkt wanneer het systeem wacht op invoer van een systeemwachtwoord, vaste-schijfwachtwoord of beheerderswachtwoord. Er klinken verschillende geluidssignalen wanneer het ingevoerde wachtwoord al dan niet met het geconfigureerde wachtwoord overeenkomt.
Tabel 2. Opties in het menu Config (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen Als u 255 selecteert, is de wachttijd voor het tot stand brengen van een verbinding onbeperkt. Console Type • PC ANSI Selecteer het type console voor AMT. • VT100+ • PC-ANSI Opmerking: Dit type console moet gelijk zijn aan de Intel AMT-console op afstand. • VT-UTF8 Intel NFF Intel NFF control • Disabled Met deze optie kunt u de Intel Network Frame Forwarder-functie (NFF) inof uitschakelen.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen beheerderswachtwoord instelt en deze functie inschakelt, dan bent u de enige die opties in het programma ThinkPad Setup kan wijzigen. Set Minimum Length • Disabled • Password length options Password at unattended boot • Disabled Password at Restart • Disabled • Enabled • Enabled 80 Handboek voor de gebruiker Geef een minimumlengte voor systeemwachtwoorden en vaste-schijfwachtwoorden op.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen dan gebruikersverificatie (een wachtwoord) van het besturingssysteem instellen. Password at Boot Device List • Disabled • Enabled Als het beveiligingswachtwoord is ingesteld, wordt deze optie gebruikt om aan te geven of het beveiligingswachtwoord moet worden ingevoerd om de F12-opstartapparaatlijst weer te geven. Selecteer Enabled om het beveiligingswachtwoord op te vragen.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen Security Reporting Options in of uit te schakelen: • BIOS ROM String Reporting (Windows 7) of UEFI ROM String Reporting (Windows 8.1): BIOS-tekenreeks • CMOS Reporting: CMOS-gegevens • NVRAM Reporting: beveiligingsgegevens opgeslagen in de Asset ID • SMBIOS Reporting: SMBIOS-gegevens Clear Security Chip • Enter De codeersleutel wissen.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen Memory Execution Prevention • Disabled Sommige computervirussen en wormen zorgen ervoor dat geheugenbuffers overlopen door code uit te voeren op plaatsen waar alleen gegevens zijn toegestaan. Als het gebruik van de voorziening “Data Execution Prevention” door het besturingssysteem wordt ondersteund, kunt u uw computer beschermen tegen dergelijke virussen en wormen door Enabled te kiezen.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen USB Port • Disabled Als u Enabled selecteert, kunt u USB-aansluitingen gebruiken. • Enabled Memory Card Slot • Disabled • Enabled Integrated Camera • Disabled • Enabled Microphone • Disabled • Enabled Anti-Theft Computrace Module Activation • Disabled • Enabled • Permanently Disabled Als u Enabled selecteert, kunt u geheugenkaartsleuven gebruiken.
Tabel 3. Opties in het menu Security (vervolg) Menu-item Submenu-item Waarden Opmerkingen Reset to Setup Mode • Yes Met deze optie kunt u de huidige platformsleutel wissen en het systeem in de Setup Mode zetten. U kunt uw eigen platformsleutel installeren en de Secure Boothandtekeningendatabase in de Setup Mode aanpassen. De modus Secure Boot wordt ingesteld op Custom Mode.
2. Selecteer het apparaat waarvan u de computer wilt opstarten. Opmerking: Het menu Boot wordt weergegeven, wanneer de computer niet kan opstarten vanaf een apparaat of een besturingssysteem niet kan worden gevonden. In de onderstaande tabel worden de menuopties voor Startup weergegeven. De standaardwaarden zijn vetgedrukt. De menuopties kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd. Afhankelijk van het model kan de standaardwaarde afwijken.
Tabel 4. Opties in het menu Startup (vervolg) Menu-item Waarden Opmerkingen Boot Mode • Quick Scherm tijdens de zelftest (POST): • Diagnostics • Quick: Het ThinkPad-logo verschijnt op het scherm. • Diagnostics: Berichten van de zelftest worden weergegeven. Opmerking: U kunt ook naar de werkstand Diagnostic gaan door tijdens de zelftest (POST) op Esc te drukken.
Voor instructies over het bijwerken van het UEFI BIOS gaat u naar: http://www.lenovo.com/ThinkPadDrivers Systeembeheer gebruiken Dit onderwerp is vooral bedoeld voor de netwerkbeheerders. Uw computer is ontworpen voor optimaal beheer. U bent flexibel in het toewijzen van resources, waardoor u een ideale uitgangspositie hebt om uw computer aan te passen aan de eisen van uw bedrijf.
Functies voor systeembeheer instellen Als u uw computer op afstand door een netwerkbeheerder wilt laten bedienen, moet u de volgende systeembeheerkenmerken in het ThinkPad Setup-programma instellen: • Wake on LAN • Network Boot volgorde • Flash-update Opmerking: Als er een beheerderswachtwoord is ingesteld, wordt u gevraagd dit beheerderswachtwoord in te voeren wanneer u het programma ThinkPad Setup start.
90 Handboek voor de gebruiker
Hoofdstuk 7. Problemen voorkomen Goed onderhoud is het behoud van uw ThinkPad-notebookcomputer. De meeste problemen kunnen worden voorkomen door het juiste onderhoud. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u uw computer het beste kunt onderhouden. • “Algemene voorzorgsmaatregelen” op pagina 91 • “Stuurprogramma's up-to-date houden” op pagina 92 • “Onderhoud van de computer” op pagina 93 Algemene voorzorgsmaatregelen • Als uw computer is uitgerust met zowel een vaste-schijfstation als een M.
• Houd een logboek bij. De gegevens hierin kunnen bestaan uit belangrijke wijzigingen op de hardware of software, updates op het stuurprogramma of problemen die zijn opgetreden, met de bijbehorende oplossingen. • Hieronder vindt u enkele tips voor het geval u een herstelprocedure op uw systeem moet uitvoeren om de vooraf geïnstalleerde software weer te herstellen: – Verwijder alle externe apparatuur, zoals een printer en een toetsenbord.
website van Lenovo Support. De updatepakketten kunnen volledige programma's, stuurprogramma's, UEFI BIOS-flashes of andere updates van de software bevatten. Wanneer het programma System Update verbinding maakt met de website van Lenovo Support, wordt gedetecteerd wat het machinetype en het model van uw computer is, welk besturingssysteem er is geïnstalleerd en welke taal het besturingssysteem heeft. Op die manier kan worden vastgesteld welke updates er voor uw computer beschikbaar zijn.
Ga voorzichtig om met uw computer • Leg nooit iets tussen het beeldscherm en het toetsenbord of de polssteun (ook geen papier). • Het beeldscherm is bedoeld om te worden geopend en gebruikt bij een hoek van iets meer dan 90 graden. Open het beeldscherm van de computer niet verder dan 180 graden, om schade aan de scharnieren te voorkomen. • Draai uw computer niet om wanneer de wisselstroomadapter is aangesloten omdat de adapterplug kan breken.
• Het vastleggen en verifiëren van uw vingerafdruk mislukt vaak. De computer registreren • Registreer uw ThinkPad-computer bij Lenovo op http://www.lenovo.com/register. Meer informatie vindt u in “De computer registreren” op pagina 17. Breng geen veranderingen in de computer aan • De computer mag alleen uit elkaar worden gehaald en gerepareerd door een geautoriseerde ThinkPad-onderhoudstechnicus. • Rommel niet met de grendels van het beeldscherm om het scherm open of dicht te houden.
3. Als u de vlek op deze manier niet weg krijgt, maak dan een zachte doek vochtig met kraanwater of een half-om-half mengsel van alcohol en water. Opmerking: Sproei geen reinigingsmiddel rechtstreeks op het toetsenbord. 4. Wring de doek zo goed mogelijk uit. 5. Neem het beeldscherm nogmaals af en let goed op dat er geen vocht in de computer druipt. 6. Vergeet niet om het scherm droog te maken voordat u het gaat gebruiken.
Hoofdstuk 8. Computerproblemen oplossen Dit hoofdstuk geeft informatie over wat u moet doen als er een probleem met uw computer optreedt. • “De oorzaak van een probleem opsporen” op pagina 97 • “Problemen oplossen” op pagina 97 De oorzaak van een probleem opsporen Als er problemen zijn met de computer, kunt u het beste het programma Lenovo Solution Center als uitgangspunt nemen voor het oplossen ervan.
1. Houd de aan/uit-knop op uw computer ingedrukt totdat de computer is uitgeschakeld. Nadat de computer is uitgeschakeld, kunt u opnieuw opstarten door op de aan/uit-knop te drukken. Als de computer niet opstart, ga dan door met stap 2. Opmerking: Probeer niet de computer opnieuw op te starten door de batterij of de AC-voeding los te koppelen. 2. Nadat de computer is uitgeschakeld, verwijdert u alle spanningsbronnen (batterij en de netvoeding) uit de computer. Houd de aan/uit-knop tien seconden ingedrukt.
Foutberichten • Bericht: 0177: Ongeldige SVP-gegevens, stop POST. Oplossing: Het controlegetal voor het beheerderswachtwoord in de EEPROM is onjuist. De systeemplaat moet worden vervangen. Laat de computer nazien. • Bericht: 0183: CRC van beveiligingsinstellingen in EFI-variabele onjuist. Open de ThinkPad Setup. Oplossing: Controlegetal voor de beveiligingsinstellingen in de EFI-variabele is onjuist.
• Bericht: 2101: Detectiefout op HDD1 (Ultrabay HDD). Oplossing: Het vaste-schijfstation werkt niet. Laat het vaste-schijfstation nazien. • Bericht: 2102: Detectiefout op HDD2 (Mini SATA). Oplossing: Het Mini SATA-apparaat werkt niet. Laat het Mini SATA-apparaat nazien. • Bericht: 2110: Leesfout op HDD0 (hoofd-HDD). Oplossing: Het vaste-schijfstation werkt niet. Laat het vaste-schijfstation nazien. • Bericht: 2111: Leesfout op HDD1 (Ultrabay HDD) Oplossing: Het vaste-schijfstation werkt niet.
– Als op uw computer vooraf het Windows 7-besturingssysteem geïnstalleerd is, kunt u de systeemtimers, zoals de timer voor het uitschakelen van het beeldscherm of de timer voor de sluimerstand, buiten werking stellen door als volgt te werk te gaan: 1. Start Power Manager. 2. Klik op de tab Energiebeheerschema en selecteer Maximale prestaties uit de vooraf gedefinieerde energiebeheerschema's. – Ga als volgt te werk als vooraf op de computer het besturingssysteem Windows 8.1 is geïnstalleerd: 1.
Fouten waarbij er een geluidssignaal klinkt Tabel 5. Fouten waarbij er een geluidssignaal klinkt Probleem Oplossing Een kort signaal, pauze, drie korte signalen, pauze, nog drie korte signalen en één kort signaal Controleer of de geheugenmodules correct zijn geïnstalleerd. Is dat het geval en klinken er nog steeds geluidssignalen, laat de computer dan nazien. Drie korte signalen, pauze, één kort signaal, pauze, nog één kort signaal en drie korte signalen Resourcetoewijzing van PCI is mislukt.
– Het juiste stuurprogramma wordt gebruikt. Ga als volgt te werk om het juiste stuurprogramma te installeren: 1. Ga naar het configuratiescherm en klik op Hardware en geluid ➙ Apparaatbeheer. Wanneer er wordt gevraagd om een beheerderswachtwoord of een bevestiging, typt u dat wachtwoord of geeft u die bevestiging. 2. Als het uitroepteken ! naast de naam van de adapter onder Netwerkadapters staat, gebruikt u waarschijnlijk een verkeerd stuurprogramma of een stuurprogramma dat mogelijk niet is geactiveerd.
• Uw computer zich binnen het bereik van een toegangspunt voor draadloze communicatie bevindt. • De draadloze radio is ingeschakeld. Opmerking: Klik in het besturingssysteem Windows 7 op Verborgen pictogrammen tonen in het systeemvak van Windows. Het pictogram van Access Connections wordt dan afgebeeld. Ga voor meer informatie over het pictogram naar het helpinformatiesysteem van Access Connections. Voor het Windows 7-besturingssysteem controleert u de netwerknaam (SSID) en de versleutelingsgegevens.
– Wanneer de computer wordt ingeschakeld – Wanneer de normale werking van de computer wordt hervat – Wanneer het TrackPoint-aanwijsapparaat voor langere tijd wordt ingedrukt – Als de temperatuur verandert • Probleem: Het TrackPoint-aanwijsapparaat of de ThinkPad-trackpad werkt niet. Oplossing: Controleer in het ThinkPad-aanwijsapparaatinstellingenvenster of het TrackPoint-aanwijsapparaat of de ThinkPad-trackpad wel is ingeschakeld.
– Als het probleem zich blijft voordoen, volg dan de aanwijzingen bij Oplossing voor het onderstaande probleem. • Probleem: De weergave op het scherm is onleesbaar of vervormd. Oplossing: Controleer of: – het beeldschermstuurprogramma op de juiste manier is geïnstalleerd. – de schermresolutie en de kleurdiepte goed zijn ingesteld. – het beeldschermtype goed is ingesteld. U kunt deze instellingen als volgt controleren: 1.
Oplossing: Hebt u het besturingssysteem of softwareprogramma correct geïnstalleerd? Als het besturingssysteem en de softwareprogramma's correct zijn geïnstalleerd en geconfigureerd, moet u de computer laten nakijken. • Probleem: Het beeldscherm blijft aan staan, zelfs nadat de computer is uitgeschakeld. Oplossing: Houd de aan/uit-knop vier seconden of langer ingedrukt om de computer uit te schakelen. Schakel deze vervolgens weer in.
7. Controleer of het juiste stuurprogramma in het informatievenster van de adapter wordt weergegeven. Opmerking: De naam van het stuurprogramma hangt af van de videochip die in uw computer is geïnstalleerd. 8. Klik op OK. Als de informatie onjuist is, installeert u het stuurprogramma opnieuw. – Controleer of het type beeldscherm klopt en werk indien nodig het stuurprogramma bij, als volgt: 1. Sluit het externe beeldscherm aan op de beeldschermaansluiting en sluit het beeldscherm aan op een stopcontact. 2.
1. Sluit het externe beeldscherm aan op de beeldschermaansluiting en sluit het beeldscherm aan op een stopcontact. 2. Zet het externe beeldscherm en de computer aan. 3. Klik met de rechtermuisknop op het bureaublad en voer een van het volgende uit: – Windows 7 en Windows 8.1: klik op Schermresolutie. – Windows 10: klik op Beeldscherminstellingen, geef het venster weer in de werkstand Volledig scherm, en klik vervolgens op Geavanceerde beeldscherminstellingen.
– Windows 7 en Windows 8.1: klik op Schermresolutie. Klik op Geavanceerde instellingen, ga naar het tabblad Monitor en stel de Kleuren in. – Onder Windows 10 gaat u als volgt te werk: a. Klik op Beeldscherminstellingen. b. Geef het afgebeelde venster in de werkstand Volledig scherm weer en klik op Geavanceerde beeldscherminstellingen. c. Klik op Kalibratie van kleuren. Volg de aanwijzingen op het scherm om de kleurinstellingen te wijzigen.
5. Selecteer Microfoon en klik op de knop Eigenschappen. 6. Klik op het tabblad Niveaus en schuif de regelaar voor Microfoonversterking omhoog. 7. Klik op OK. Opmerking: Raadpleeg voor meer informatie over de volume-instellingen de online Help van Windows. • Probleem: Een bepaalde schuifregelaar voor volume of balans kan niet worden bewogen. Oplossing: De schuifregelaar wordt grijs weergegeven. Dit betekent dat de positie ervan is vastgesteld door de hardware en niet kan worden gewijzigd.
• Probleem: Het vastleggen en verifiëren van uw vingerafdruk mislukt vaak. Oplossing: Als het oppervlak van de lezer vuil of nat is, veegt u het oppervlak van de lezer voorzichtig schoon met een zachte, droge en pluisvrije doek. Raadpleeg De vingerafdruklezer onderhouden voor tips over het onderhouden van de vingerafdruklezer. Problemen met de batterij en de voeding In dit onderwerp vindt u instructies voor het oplossen van problemen met batterijen en netvoeding.
4. Als het stekkerpictogram nog steeds niet in het systeemvak van Windows staat en het systeemstatuslampje niet drie keer knippert bij het aansluiten op een energiebron, moeten de netvoedingsadapter en de computer worden nagekeken. Opmerking: Als u een computer met het besturingssysteem Windows 7 gebruikt en u wilt het voedingsadapterpictogram (stekker) weergeven, kunt u op Verborgen pictogrammen tonen in het systeemvak van Windows klikken.
Als er een foutmelding wordt weergegeven voordat het besturingssysteem is geladen, volgt u de juiste correctiehandelingen voor POST-foutmeldingen. Als er een foutbericht verschijnt terwijl het besturingssysteem na de POST de bureaubladconfiguratie laadt, doet u het volgende: 1. Ga naar de Lenovo Support-website op http://www.lenovo.com/support en zoek het foutbericht op. 2. Ga naar de thuispagina van Microsoft Knowledge Base op http://support.microsoft.com/ en zoek naar de foutmelding.
nog niet hebt opgeslagen, gaan die waarschijnlijk verloren. Om een reset uit te voeren, houdt u de aan/uit-knop vier seconden of langer ingedrukt. Gaat het systeem dan nog steeds niet uit, verwijder dan de wisselstroomadapter en de batterij. • Probleem: De computer gaat niet naar de sluimerstand of naar de slaapstand. Oplossing: Controleer of er opties zijn geselecteerd die kunnen verhinderen dat de computer naar de sluimerstand of naar de slaapstand gaat.
Oplossing: Controleer of de computer aan staat en of de CD, CD-RW of DVD op de juiste manier in het station is geplaatst. (U moet een klik horen als u de schijf over de middenas drukt.) Controleer of de stekker van het station goed is aangesloten op de computer. Als u een optie gebruikt met een compartiment voor het installeren van een station, controleer dan of deze optie zelf in orde is en goed is aangesloten op de computer. Controleer of de lade van het station goed is gesloten.
Controleer of in de computer de minimale hoeveelheid geheugen is geïnstalleerd om het programma uit te voeren. Controleer dit aan de hand van de bij het programma geleverde handleidingen. Controleer of: • het programma geschikt is voor gebruik onder uw besturingssysteem. • andere programma's wel goed werken op de computer. • de vereiste stuurprogramma's zijn geïnstalleerd. • het programma wel goed werkt op een andere computer.
118 Handboek voor de gebruiker
Hoofdstuk 9. Overzicht van gegevensherstel In dit hoofdstuk vindt u informatie over de herstelmogelijkheden die Lenovo biedt. • “Overzicht van herstelprocedures voor het Windows 7-besturingssysteem” op pagina 119 • “Overzicht van herstelprocedures voor het Windows 8.
Opmerking: U kunt u herstelmedia maken met schijven of met externe USB-opslagapparaten. Voor het maken van herstelmedia klikt u op Start ➙ Alle programma's ➙ Lenovo PC Experience ➙ Lenovo Tools ➙ Factory Recovery Disks. Volg daarna de instructies op het scherm. Herstelmedia gebruiken In dit gedeelte vindt u instructies over het werken met herstelmedia onder verschillende besturingssystemen. • Met zogenoemde herstelmedia kunt u de computer alleen herstellen naar de fabrieksinstellingen.
Een backupbewerking uitvoeren In dit gedeelte vindt u instructies over het uitvoeren van een back-upbewerking vanuit het programma Rescue and Recovery. 1. Op het bureaublad van Windows klikt u op Start ➙ Alle programma's ➙ Lenovo PC Experience ➙ Lenovo Tools ➙ Enhanced Backup and Restore. Het programma Rescue and Recovery wordt geopend. 2. Klik in het hoofdvenster van Rescue and Recovery op de pijl Rescue and Recovery geavanceerd starten. 3.
werkgebied van Rescue and Recovery onafhankelijk van het besturingssysteem worden uitgevoerd, kunt u de fabrieksinstellingen zelfs herstellen als u het Windows-besturingssysteem niet kunt starten.
1. Op het bureaublad van Windows klikt u op Start ➙ Alle programma's ➙ Lenovo PC Experience ➙ Lenovo Tools ➙ Enhanced Backup and Restore. Het programma Rescue and Recovery wordt geopend. 2. Klik in het hoofdvenster van Rescue and Recovery op de pijl Rescue and Recovery geavanceerd starten. 3. Klik op het pictogram Rescue Media maken. Het venster Noodherstelmedia maken wordt geopend. 4. Geef in het gebied Rescue Media aan welk type herstelmedium u wilt maken.
Vooraf geïnstalleerde stuurprogramma's opnieuw installeren Attentie: Door het opnieuw installeren van stuurprogramma's wijzigt u de configuratie van de computer. Installeer stuurprogramma's alleen opnieuw als dit noodzakelijk is om een probleem met de computer op te lossen. U installeert een stuurprogramma voor een vooraf geïnstalleerd apparaat als volgt: 1. Zet de computer aan. 2. Ga naar de directory C:\SWTOOLS. 3. Open de map DRIVERS.
Overzicht van herstelprocedures voor het Windows 8.1-besturingssysteem In dit gedeelte vindt u informatie over hersteloplossingen op computers waarop het Windows 8.1-besturingssysteem is geïnstalleerd. Een herstelinstallatiekopie van Windows wordt vooraf in de herstelpartitie op uw computer geïnstalleerd. Met de herstelinstallatiekopie van Windows kunt u de computer vernieuwen of terugzetten op de standaardfabrieksinstellingen.
4. Volg de aanwijzingen op het scherm om de standaardfabrieksinstellingen van de computer terug te zetten. Geavanceerde opstartopties gebruiken Met de geavanceerde opstartopties kunt u de firmware-instellingen van de computer wijzigen, de opstartinstellingen van het Windows-besturingssysteem wijzigen, de computer vanaf een extern apparaat opstarten of het Windows-besturingssysteem met een systeemimage herstellen. Ga als volgt te werk om de geavanceerde opstartopties te gebruiken: 1.
4. Zorg ervoor dat u de optie Kopieer de herstelpartitie van de pc naar de herstelschijf. selecteert. Klik daarna op Volgende. Belangrijk: Als u de optie Kopieer de herstelpartitie van de pc naar de herstelschijf. uitschakelt, maakt u herstelmedia zonder de inhoud van de herstelpartitie. U kunt de computer nog steeds opstarten via de herstelmedia, maar u kunt mogelijk uw computer niet herstellen als de herstelpartitie op uw computer is beschadigd. 5.
Fabrieksinstellingen van computer terugzetten Als de computer niet goed presteert, kunt u proberen de computer opnieuw in te stellen. Als u de computer opnieuw instelt, kunt u ervoor kiezen uw bestanden te behouden of te verwijderen en vervolgens het Windows-besturingssysteem opnieuw installeren. U zet de fabrieksinstellingen van uw computer als volgt terug: Opmerking: De GUI-items (Graphical User Interface) van het besturingssysteem kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. 1.
Attentie: Tijdens het maken van het USB-herstelstation worden alle gegevens die al op het USB-station staan, verwijderd. Om gegevensverlies te voorkomen, maakt u een reservekopie van alle gegevens die u wilt behouden. U kunt als volgt een USB-herstelstation maken: Opmerking: Zorg ervoor dat de computer is aangesloten op de netvoeding tijdens de volgende procedure. 1. Sluit een geschikt USB-station aan (met minimaal 16 GB opslagruimte). 2. Typ herstel in het zoekvak op de taakbalk.
130 Handboek voor de gebruiker
Hoofdstuk 10. Apparaten vervangen In dit hoofdstuk vindt u instructies voor het installeren en vervangen van de hardware in uw computer.
1. Zet de computer uit of zet de computer in de sluimerstand. Ontkoppel de wisselstroomadapter en alle kabels van de computer. 2. Zoek de SIM-kaartlade aan de rechterkant van de computer. 3. Steek een uitgerekte paperclip in het gaatje van de SIM-kaartlade 1 . De SIM-kaartlade wordt uitgeworpen 2 . Schuif vervolgens de SIM-kaartlade voorzichtig uit de computer. 4. Schuif de SIM-kaart voorzichtig uit de lade. 5. Installeer een nieuwe SIM-kaart in de lade.
6. Duw de lade in de computer. 7. Sluit de wisselstroomadapter en alle kabels vervolgens weer aan. De batterij verwisselen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint en lees “Belangrijke veiligheidsvoorschriften” op pagina vi. Dit systeem ondersteunt alleen batterijen die speciaal ontworpen zijn voor dit specifieke systeem en geproduceerd zijn door Lenovo of een geautoriseerde producent.
3. Schuif de batterijvergrendelingen in de ontgrendelde positie 1 . Verwijder vervolgens de batterij 2 . 4. Plaats een nieuwe batterij en zorg dat deze vastklikt. 5. Draai de computer weer om. Sluit de netvoedingsadapter en alle kabels aan. De knoopcelbatterij vervangen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint en lees “Belangrijke veiligheidsvoorschriften” op pagina vi. U verwisselt de knoopcelbatterij als volgt: 1. Zet de computer uit. Ontkoppel de wisselstroomadapter en alle kabels van de computer.
5. Verwijder de rubberen dopjes. 6. Draai de schroeven los 1 . Verwijder vervolgens het afdekplaatje 2 3 . 7. Maak de stekker 1 los. Verwijder vervolgens de knoopcelbatterij 2 . Hoofdstuk 10.
8. Plaats de nieuwe knoopcelbatterij 1 . Sluit vervolgens de stekker 2 aan. 9. De kap van de computer weer aanbrengen 1 . Draai daarna de schroeven vast 2 . 10. Plaats de rubberen dopjes terug.
11. Zet de batterij weer op zijn plaats. Zie “De batterij verwisselen” op pagina 133. 12. Draai de computer weer om. Sluit de netvoedingsadapter en alle kabels aan. Nadat u de knoopcelbatterij hebt vervangen, stelt u de systeemdatum en -tijd opnieuw in via het programma ThinkPad Setup. Zie “Menu Date/Time” op pagina 79. Het toetsenbord vervangen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint en lees “Belangrijke veiligheidsvoorschriften” op pagina vi. Om het toetsenbord te verwijderen, doet u het volgende: 1.
6. U kunt de schroefkoppen onder het toetsenbordframe zichtbaar maken door het toetsenbord 2,5 mm naar voren de schuiven met behulp van het platte uiteinde van het toetsenbordgereedschap dat in de verpakking van het nieuwe toetsenbord is meegeleverd. 7. Gebruik de kruiskop van het gereedschap om de schroeven los te draaien.
8. Kantel het toetsenbord iets omhoog, zoals aangegeven met de pijl 1 totdat u de aansluitingen aan de onderkant van het toetsenbord ziet. Draai vervolgens het toetsenbord om zoals aangegeven met de pijl 2 . 9. Laat het toetsenbord op de polssteun rusten en ontkoppel de aansluitingen. Verwijder vervolgens het toetsenbord. Om het nieuwe toetsenbord te installeren, doet u het volgende: Hoofdstuk 10.
1. Sluit de aansluitingen aan en draai het toetsenbord om. 2. Steek het toetsenbord in zoals weergegeven in het afdekpaneel. Zorg ervoor dat de voorste rand van het toetsenbord (de rand die zich dicht bij het beeldscherm bevindt) onder het frame van het afdekpaneel van het toetsenbord zit.
3. Zorg dat de schroefkoppen helemaal blootliggen. Of schuif het toetsenbordframe met het platte uiteinde van het toetsenbordgereedschap naar voren om de schroefkoppen onder het toetsenbordframe bloot te leggen. 4. Draai met de kruiskop van het toetsenbordgereedschap de schroeven vast om het toetsenbord vast te zetten. Hoofdstuk 10.
5. Schuif het toetsenbordframe 2,5 mm naar achteren met behulp van het platte uiteinde van het toetsenbordgereedschap om de grendels van het toetsenbordframe onder de toetsenbordrand te verbergen. Opmerking: Houd de toetsen niet ingedrukt wanneer u het toetsenbordframe verschuift omdat het toetsenbordframe dan niet kan worden verplaatst. 6. Steek het platte uiteinde van het toetsenbordgereedschap in de zijkanten van het toetsenbord (zie afbeelding) om het toetsenbordframe naar achteren te drukken.
7. Plaats de rubberen dopjes terug. 8. Zet de batterij weer op zijn plaats. Zie “De batterij verwisselen” op pagina 133. 9. Draai de computer weer om. Sluit de netvoedingsadapter en alle kabels aan. Het interne opslagstation vervangen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint en lees “Belangrijke veiligheidsvoorschriften” op pagina vi. Attentie: Het interne opslagstation (zoals een vaste-schijfstation, SSD-station of hybride station) is zeer gevoelig.
5. Verwijder de rubberen dopjes. 6. Draai de schroeven los 1 . Verwijder vervolgens het afdekplaatje 2 3 . 7. Draai de schroef los waarmee het opslagstation vastzit.
8. Verwijder het opslagstation. 9. Plaats het nieuwe opslagstation in het compartiment. 10. Breng de schroef 2 aan om het opslagstation vast te zetten. Hoofdstuk 10.
11. De kap van de computer weer aanbrengen 1 . Draai daarna de schroeven vast 2 . 12. Plaats de rubberen dopjes terug. 13. Zet de batterij weer op zijn plaats. Zie “De batterij verwisselen” op pagina 133. 14. Draai de computer weer om. Sluit de netvoedingsadapter en alle kabels aan. Een draadloos-WAN-kaart vervangen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint en lees “Belangrijke veiligheidsvoorschriften” op pagina vi.
3. Verwijder de batterij. Zie “De batterij verwisselen” op pagina 133. 4. Als de computer wordt geleverd met een SIM-kaartlade, verwijdert u de SIM-kaartlade voordat u de bodemplaat verwijdert. Zie “De SIM-kaart installeren of vervangen” op pagina 131. 5. Verwijder de rubberen dopjes. 6. Draai de schroeven los 1 . Verwijder vervolgens het afdekplaatje 2 3 . Hoofdstuk 10.
7. Open de film op de kaart en houd deze vast als u de geheugenmodule vervangt. 8. Als er in het pakket bij de nieuwe kaart een hulpmiddel is geleverd voor het lostrekken van kabels, gebruikt u dit om de antennekabels los te koppelen van de oude kaart. Als er geen hulpmiddel bijgeleverd is, ontkoppelt u elke kabel van de oude kaart door de aansluiting vast te pakken en voorzichtig los te trekken. 9. Verwijder de schroef. De kaart komt omhoog.
10. Verwijder de kaart. 11. Plaats de contactrand van de nieuwe kaart in de corresponderende aansluiting 1 . Draai de nieuwe kaart omlaag 2 . 12. Installeer de schroef om de nieuwe kaart vast te zetten. Hoofdstuk 10.
13. Sluit de antennekabels aan op de nieuwe kaart (zie afbeelding). Laat vervolgens de hand los waarmee u de film vasthoudt. 14. De kap van de computer weer aanbrengen 1 . Draai daarna de schroeven vast 2 .
15. Plaats de rubberen dopjes terug. 16. Zet de batterij weer op zijn plaats. Zie “De batterij verwisselen” op pagina 133. 17. Draai de computer weer om. Sluit de netvoedingsadapter en alle kabels aan. Een geheugenmodule vervangen Druk deze aanwijzingen af voordat u begint en lees “Belangrijke veiligheidsvoorschriften” op pagina vi. Het vergroten van de geheugencapaciteit van de computer is een effectieve manier om te zorgen dat uw programma's sneller worden uitgevoerd.
5. Verwijder de rubberen dopjes. 6. Draai de schroeven los 1 . Verwijder vervolgens het afdekplaatje 2 3 . 7. Open de film en houd deze vast als u de geheugenmodule vervangt.
8. Druk de klemmetjes aan weerszijden van het geheugencompartiment tegelijkertijd naar buiten 1 . Verwijder vervolgens de geheugenmodule 2 . 9. Plaats de kant met uitsparing van de nieuwe geheugenmodule tegen de contactrand van het geheugencompartiment. Steek de geheugenmodule 1 onder een hoek van ongeveer 20 graden in het compartiment. Kantel de geheugenmodule omlaag totdat deze vastklikt 2 .
10. De kap van de computer weer aanbrengen 1 . Draai daarna de schroeven vast 2 . 11. Plaats de rubberen dopjes terug. 12. Zet de batterij weer op zijn plaats. Zie “De batterij verwisselen” op pagina 133. 13. Draai de computer weer om. Sluit de netvoedingsadapter en alle kabels aan.
Hoofdstuk 11. Ondersteuning In dit hoofdstuk vindt u informatie over de hulp en ondersteuning die Lenovo te bieden heeft. • “Voordat u Lenovo belt” op pagina 155 • “Hulp en service” op pagina 155 • “Extra services aanschaffen” op pagina 157 Voordat u Lenovo belt Vaak kunt u computerproblemen oplossen door de informatie bij de uitleg van foutcodes te lezen, diagnoseprogramma´s uit te voeren of de Lenovo-website te raadplegen. De computer registreren Registreer uw computer bij Lenovo.
meer informatie over Lenovo en onze producten, wat u moet doen als er problemen met de computer zijn en wie u kunt bellen als er onderhoud of service moet worden uitgevoerd. Informatie over uw Lenovo-computer en over de eventueel vooraf geïnstalleerde software vindt u in de documentatie die bij de computer wordt geleverd. Het gaat daarbij om gedrukte boeken, elektronische boeken, readme-bestanden en Help-bestanden. Bovendien is er informatie over Lenovo-producten beschikbaar op internet.
• Reparatie van Lenovo-hardware: Als er is vastgesteld dat het probleem een hardwareprobleem is van een Lenovo-product dat onder de garantie valt, staat ons personeel klaar om u te helpen met reparatie of onderhoud. • Wijzigingen in het ontwerp: Een enkele keer komt het voor dat er, na de verkoop, wijzigingen in een product moeten worden aangebracht. Lenovo of uw Lenovo-dealer zal dergelijke technische wijzigingen meestal in uw hardware aanbrengen.
158 Handboek voor de gebruiker
Bijlage A. Regelgeving Plaats van de UltraConnect-antennes voor draadloze communicatie ThinkPad-notebookcomputers hebben voor een optimale ontvangst een in het beeldscherm geïntegreerd draadloos UltraConnect™-antennesysteem dat draadloze communicatie mogelijk maakt, waar u ook bent.
• Basic Image • Inbelnetwerken • File Transfer • Generic Access • Service Discovery • Serial Port • LAN Access using PPP • Personal Area Network • Generic Object Exchange • Generic Object Push • Synchronization • Headset • Printer • Human Interface Devices (Keyboard/Mouse) • Handsfree • PBAP (alleen voor Windows 7 en Windows Vista) • VDP-Sync Profile (alleen voor Windows 7 en Windows Vista) Gebruiksomgeving en uw gezondheid Ingebouwde draadloos-netwerkkaarten zenden, net als andere radiografische apparaten,
Informatie over naleving regels voor draadloze radio's Computermodellen die zijn uitgerust met draadloze communicatie voldoen aan de richtlijnen voor radiofrequenties en veiligheidsnormen in alle landen en regio's waar deze zijn goedgekeurd voor draadloos gebruik.
to radio communications. However, there is no guarantee that interference will not occur in a particular installation. If this equipment does cause harmful interference to radio or television reception, which can be determined by turning the equipment off and on, the user is encouraged to try to correct the interference by one or more of the following measures: • Reorient or relocate the receiving antenna. • Increase the separation between the equipment and receiver.
Hinweis für Geräte der Klasse B EU-Richtlinie zur Elektromagnetischen Verträglichkeit Dieses Produkt entspricht den Schutzanforderungen der EU-Richtlinie 2004/108/EG (früher 89/336/EWG) zur Angleichung der Rechtsvorschriften über die elektromagnetische Verträglichkeit in den EU-Mitgliedsstaaten und hält die Grenzwerte der EN 55022 Klasse B ein. Um dieses sicherzustellen, sind die Geräte wie in den Handbüchern beschrieben zu installieren und zu betreiben.
Informatie over Lenovo-productservice voor Taiwan Nalevingskeuring voor Eurazië Audiokennisgeving Brazilië Ouvir sons com mais de 85 decibéis por longos períodos pode provocar danos ao sistema auditivo.
Bijlage B. Kennisgevingen inzake AEEA en recycling Lenovo moedigt eigenaren van IT-apparatuur aan om hun apparatuur, wanneer deze niet meer nodig is, op een verantwoorde manier te laten recyclen. Lenovo kent een veelheid aan programma's en services om eigenaren te helpen bij de recycling van hun IT-producten. Informatie over aanbiedingen voor productrecycling kunt u vinden op de website van Lenovo op http://www.lenovo.com/social_responsibility/us/en/.
Recyclinginformatie voor Japan Collecting and recycling a disused Lenovo computer or monitor If you are a company employee and need to dispose of a Lenovo computer or monitor that is the property of the company, you must do so in accordance with the Law for Promotion of Effective Utilization of Resources. Computers and monitors are categorized as industrial waste and should be properly disposed of by an industrial waste disposal contractor certified by a local government.
A Lenovo possui um canal específico para auxiliá-lo no descarte desses produtos. Caso você possua um produto Lenovo em situação de descarte, ligue para o nosso SAC ou encaminhe um e-mail para: reciclar@lenovo.com, informando o modelo, número de série e cidade, a fim de enviarmos as instruções para o correto descarte do seu produto Lenovo.
Informatie over het recyclen van batterijen voor de Verenigde Staten en Canada 168 Handboek voor de gebruiker
Bijlage C. Kennisgeving beperking van schadelijke stoffen (Restriction of Hazardous Substances, RoHS) Europese Unie RoHS Lenovo products sold in the European Union, on or after 3 January 2013 meet the requirements of Directive 2011/65/EU on the restriction of the use of certain hazardous substances in electrical and electronic equipment (“RoHS recast” or “RoHS 2”). For more information about Lenovo progress on RoHS, go to: http://www.lenovo.com/social_responsibility/us/en/RoHS_Communication.
China RoHS Indiase RoHS RoHS compliant as per E-Waste (Management & Handling) Rules, 2011.
Turkije RoHS The Lenovo product meets the requirements of the Republic of Turkey Directive on the Restriction of the Use of Certain Hazardous Substances in Waste Electrical and Electronic Equipment (WEEE). Oekraïne RoHS Bijlage C.
172 Handboek voor de gebruiker
Bijlage D. Informatie over ENERGY STAR-modellen ENERGY STAR® is een gezamenlijk programma van de U.S. Environmental Protection Agency en de U.S. Department of Energy, bedoeld voor het besparen van kosten en het beschermen van het milieu door middel van energiezuinige producten en procedures. Met trots biedt Lenovo haar klanten producten aan die zijn onderscheiden met een ENERGY STAR.
Bij levering van uw Lenovo-computer is de functie Wake on LAN ingeschakeld. Deze instelling blijft ook van kracht, wanneer de computer in de slaapstand staat. Als het niet nodig is dat Wake on LAN is ingeschakeld, terwijl de computer in de slaapstand staat, kunt u Wake on LAN uitschakelen. Om de instelling Wake on LAN voor de slaapstand uit te schakelen gaat u als volgt te werk: 1. Ga naar het configuratiescherm en klik op Hardware en geluid ➙ Apparaatbeheer. 2.
Bijlage E. Handelsmerken De volgende benamingen zijn handelsmerken van Lenovo in de Verenigde Staten en/of andere landen: Lenovo Access Connections Active Protection System Secure Data Disposal ThinkPad ThinkPad-logo TrackPoint UltraConnect Intel en Intel SpeedStep zijn handelsmerken van Intel Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. Microsoft, Windows, Direct3D, BitLocker en Cortana zijn handelsmerken van de Microsoft-groep van bedrijven.
176 Handboek voor de gebruiker
Bijlage F. Kennisgevingen Mogelijk brengt Lenovo de in dit document genoemde producten, diensten of voorzieningen niet uit in alle landen. Neem contact op met uw plaatselijke Lenovo-vertegenwoordiger voor informatie over de producten en diensten die in uw regio beschikbaar zijn. Verwijzing in deze publicatie naar producten of diensten van Lenovo houdt niet in dat uitsluitend Lenovo-producten of -diensten gebruikt kunnen worden.
meetresultaten verkregen door middel van extrapolatie. Werkelijke resultaten kunnen afwijken. Gebruikers van dit document dienen de gegevens voor hun omgeving te verifiëren.