LEICA X2 Illustrations à l‘intérieur des pages de garde Afbeeldingen op de binnenkant van de voor- en achterflappen Leica Camera AG I Oskar-Barnack-Straße 11 I 35606 Solms I Deutschland Telefon +49 (0) 6442-208-0 I Telefax +49 (0) 6442-208-333 I www.leica-camera.
1.2 1.5 1.1 1.6 1.7 1.8 1.1 1.3 1.40 1.39 1.32a 1.4 1.11c 1.11b 1.11a 1.11 1.4a 1.17 1.18 1.19 1.10 1.32 1.9 1.21 1.30 1.15 1.14 EV +/- 1.22 MENU /SET 1.13 1.31 AF/MF 1.12 1.35 1.29 1.28 1.27 1.26 1.25 1.24 1.23 1.34 1.38a 1.38 1.20 1.16 1.33 Marque du Groupe Leica Camera / ® Marque déposée Handelsmerk van de Leica Camera Groep / ® Geregistreerd handelsmerk © 2012 Leica Camera AG 1.36 1.37 1.42 1.
LEICA X2 Instructies
Voorwoord Leveringsomvang Geachte klant Alvorens u uw LEICA X2 voor het eerst gebruikt, geven wij het advies te controleren of de meegeleverde apparatuur compleet is. We wensen u veel plezier en succes toe met uw nieuwe LEICA X2. De hoogwaardige Leica DC Elmarit 24mm f/2.8 Asph. lens biedt excellente beeldkwaliteit. Dankzij de volledig automatische belichtingsregeling en de automatische flitser biedt de LEICA X2 ongecompliceerd fotograferen.
Wettelijke kennisgeving De CE-identificatie van onze productdocumentatie voldoet aan de fundamentele vereisten van de geldige EU richtlijnen. • Let op dat u zich aan de auteursrechten houdt. Het opnemen en publiceren van bestaande opnames op media zoals banden, cd's, dvd's en ander gepubliceerd of uitgezonden materiaal kan een overtreding van de auteursrechten betekenen. Waarschuwingen • Modern elektronische componenten reageren gevoelig op elektrostatische ontlading.
Inhoudsopgave Voorwoord ...................................................... 84 Leveringsomvang............................................. 84 CE Notice ...................................................... 85 Waarschuwingen.............................................. 85 Wettelijke kennisgeving.................................... 85 Verwijderen van elektrische of elektronische apparatuur.................................................... 85 Aanduiding van de onderdelen.........................
Flitsopnamen Opnamen maken met het ingebouwde flitsapparaat.............................................134 Flitsprogramma's.....................................134 Automatische flitsinschakeling ..............134 Automatische flitsinschakeling met voorflits..........................................135 Handmatige flitsinschakeling ................135 Handmatige flits- en voorflitsinschakeling ..135 Automatische flitsinschakeling met langere sluitertijden ........................
Aanduiding van de onderdelen Achteraanzicht 1.12 INFO-knop voor - het selecteren van schermweergaven in opname en kijkmodus - handmatig terugverplaatsen van AF meetkader naar het centrum - het oproepen van scherm voor ingestelde resolutie, compressie, witbalans, en beeld stabilisatie-status Frontaanzicht (optionele handgreep bevestigd en flitser ingeklapt) 1.1 Bevestigingsogen van de draagriem. 1.2 Zelfontspanner LED / AF-Assist-licht 1.3 Lens (Na >1 sec. indrukken; verdwijnt na 5 sec.) 1.
1.28 LED indicatie dat gegevens voor weergave worden opgehaald / beeldgegevens worden weggeschreven (verschijnt bij alle modi maar kort; brandt continu als de monitor is uitgeschakeld) 1.21 Klepje van USB en HDMI aansluitingen 1.22 Instelring voor - door menu- en submenulijsten scrollen - i nstellen waarden belichtingscorrectie, belichtingsserie, flitsbelichtingsserie - door opnamegeheugen scrollen - opnameweergave vergroten/verkleinen 1.29 Beeldscherm Aanzicht van rechts 1.
Displays 2.1.1 Belichtingsstand a. P: Geprogrammeerde automatische belichtingsstand b. A: Tijdautomaat c. T: Diafragma-automaat d. M: Handmatige instelling van sluitertijd en diafragma 2.1 In de opnamemodus 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5 2.1.2 Flitsprogramma (voor ingebouwde en externe flitsers, knippert rood als flitser niet gereed is, anders wit) a. b. c. d. e. f. g. 2.1.6 2.1.7 2.1.8 2.1.9 2.1.10 2.1.11 2.1.25 2.1.24 2.1.23 2.1.13 2.1.22 2.1.
2.1.5 Laadniveau batterij a. : Voldoende capaciteit b. : Verminderde capaciteit c. : Onvoldoende capaciteit d. : Vervangen of opnieuw opladen van de batterij noodzakelijk 2.1.17 Sluitertijd 2.1.6 Opnameteller (hoeveelheid resterende foto's) 2.1.18 Lichtschaal (verschijnt bij handmatige instelling onmiddellijk, d.w.z. in de belichtingsprogramma’s T/M, na het aantippen van de ontspanner bij automatische instelling, d.w.z.
Displays 2.1.26 INFO-scherm met instelling van – Resolutie – Bestandsformaat/Compressiegraad 2.1 In opnamemodus (zie 2.1.4) – Witbalans (Symbolen met extra *– als fijnafstemming witbalans is ingesteld) a. Geen indicatie: Automatische instelling : voor gloeilamplicht b. : voor daglicht c. : voor elektronenflitsers d. : voor bewolkte hemel e. : voor schaduwsituaties f. : voor handmatige instelling 1 g. : voor handmatige instelling 1 h.
2.2 2.2.6 Map-/opnamenummer In weergavemodus 2.2.7 Indicatie dat de opnamen in het interne geheugen worden opgeslagen 2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5 (als er geen geheugenkaart is geplaatst) 2.2.8 Histogram 2.2.6 2.2.7 2.2.19 2.2.18 (zie punt 2.1.3) 2.2.9 Opnamenummer van serie-opname/totaal aantal opnamen op geplaatste geheugenkaart 2.2.10 ISO gevoeligheid 2.2.17 2.2.16 2.2.15 2.2.14 2.2.13 (zie punt 2.1.3) 2.2.11 Sluitertijd 2.2.8 (zie punt 2.1.17) 2.2.12 Diafragma 2.2.122.
De menupunten 3.20 Rec. Play Histogram Grafische weergave van de helderheids 127 verdeling 3.21 Play Histogram Grafische weergave van de helderheids 127 verdeling 3.22 Reset Picture Numbering 3.23 Auto Review Automatische weergave van de laatste opname 106 De menupunten Uitleg Blz 3.1 Resolution Bestandsgrootte 116 3.2 Compression Bestandsgrootte / Compressiegraad 116 3.3 AUTO ISO Settings 3.4 Metering Mode Belichtingsmeting 126 3.
Quick guide Fotograferen 11. Zet zowel a. snelheid (1.10) als diafragma (1.9) knoppen op A (zie p. 126), b. Scherpstellingsmodus to AF (see p. 120), c. Belichtingsmeteringmodus op (zie p. 126). Houd de volgende onderdelen gereed: • Camera • Batterij (A) • Batterijlader (B) met passende netstekker (C) • Geheugenkaart (niet meegeleverd) Opm.: De hierboven geadviseerde instellingen garanderen eenvoudig, snel en betrouwbaar fotograferen voor uw eerste opnames met de LEICA X2.
gEdEtAILLEErdE InstrUCtIEs opLAdEn VAn dE BAttErIj De LEICA X2 wordt door een lithium-ionen batterij (A) van energie voorzien. VoorBErEIdIngEn waarschuwing: • Er mogen uitsluitend batterijladers worden gebruikt die in deze handleiding worden genoemd, ofwel andere batterijladers die door Leica Camera AG zijn gespecificeerd.
• Als er een batterij valt, controleert dan de behuizing en contacten op eventuele schade. Het gebruik van een beschadigde batterij kan ook de camera beschadigen. • Als er geluid, verkleuring, vervorming, oververhitting of een vloeistoflek optreedt, moet de batterij onmiddellijk uit de camera of de batterijlader worden gehaald en worden vervangen. Verder gebruik van deze batterij kan oververhitting, brand en zelfs een explosie veroorzaken.
• Ook in ideale omstandigheden heeft elke batterij een begrensde levensduur! Na enkele honderden laadcycli merkt u dit aan de beduidend kortere bedrijfsduur. Opmerkingen: • De batterij kan alleen buiten de camera worden opgeladen. • De batterijen moet eerst worden geladen alvorens u de camera voor het eerst gebruikt. • De oplaadbare batterij laadt op zijn beurt een back-up-batterij die permanent in de camera is gemonteerd.
Batterijlader voorbereiden (C) U dient de juiste stekker (1.40) voor het lokale stopcontact aan de batterijlader te bevestigen. De batterij in de lader plaatsen 1. Verbind de batterijlader met het net. 2. Plaats de batterij in de oplader door a. hem naar beneden gericht tegen de contacten (1.38a) in het batterijvak te plaatsen en b. naar beneden te drukken, tot hij plat in het vak ligt. Om de stekker te bevestigen wordt de juiste stekker in de lader gedrukt tot deze vastklikt. 1.39 1.40 1.41 1.
dE BAttErIj InVoErEn En VErwIjdErEn / dE gEhEUgEnkAArt InVoErEn En VErwIjdErEn De camera uitzetten (zie ook p. 104) met de hoofdschakelaar (1.7). de batterij plaatsen / verwijderen Plaats de batterij (A) met de contacten in richting van de achterzijde van de camera in het vak. Druk deze zover in het vak (1.36) tot de geveerde, lichtgrijze vergrendelingsschuif (1.35) als beveiliging over de batterij schuift. het openen van het batterij- / geheugenkaart-vak Draai het vergrendelingsslot (1.32a) kloksgewijs.
Ga voor het verwijderen van de batterij in de omgekeerde volgorde te werk. De geveerde, lichtgrijze vergrendelingsschuif in het batterijvak moet voor ontgrendeling van de batterij zijwaarts worden gedrukt. Indicatie batterijcapaciteit De batterijcapaciteit wordt op het scherm weergegeven (zie p. 90, 2.1.5). Opmerkingen: • Verwijder de batterij als u de camera langere tijd niet gebruikt. Schakel hiervoor van tevoren de camera met de hoofdschakelaar uit (1.7, zie p. 104).
Plaats de geheugenkaart (B) met de contacten in richting van de batterij in de sleuf (1.37). Schuif deze tegen de veerweerstand in helemaal naar binnen tot deze hoorbaar inklikt. De geheugenkaart invoeren en verwijderen De Leica X2 gebruikt SC, SDHC, of SDXC geheugenkaarten. Deze kaarten hebben een schrijfbeveiliging om te voorkomen dat onbedoeld opnamen worden opgeslagen of verwijderd.
Het openen van het batterij- / geheugenkaart-compartiment Sluit het batterijvakdeksel (1.32) en draai de vergrendelingshendel (1.32a) tegen de klok in. Opmerkingen: • Als er een geheugenkaart in de camera is geplaatst, zullen de beeldgegevens op de kaart opgeslagen worden. Als er geen kaart is geplaatst, zullen deze gegevens op het interne geheugen geplaatst worden. • Als de geheugenkaart niet in de gleuf kan worden geschoven, dient u te controleren of de kaart goed past.
Als de hoofdschakelaar op C wordt gezet, produceert de Leica X2 continu beeld sequenties. Frequenties van 3fps (Low) of 5fps (High) staan ter beschikking. dE BELAngrIjkstE InstELLIngEn/BEdIEnIngsELEmEntEn dE CAmErA AAn-/UItzEttEn hEt sELECtErEn VAn dE BELIChtIngsfrEQUEntIE De LEICA X2 wordt met de hoofdschakelaar (1.7) in- en uitgeschakeld. Dit wordt gedaan door deze van OFF in het gewenste programma, bijv. S (single shot), of C (continuous shooting) te zetten. • De afbeelding (2.
Opname- en weergavemodi kiezen Als u de LEICA X2 inschakelt (zie vorig hoofdstuk), of deze uit de stand-bymodus wordt geactiveerd (zie p. 113) omdat u de ontspanner indrukt (1.8, zie p. 107), zal deze normaal gesproken in de opnamemodus starten (zie p. 120). Om de foto's te bekijken, kunt u kiezen tussen twee modi: 1. PLAY PLAY Onbeperkte weergave 2. Auto review Korte vertoning na het maken van de foto Onbeperkte weergave - PLAY Door het drukken op de knop PLAY (1.16) schakelt u naar de weergavemodus.
Automatische weergave van de laatste opname Als Auto Review is ingeschakeld, zal elke foto direct na de opname op het scherm verschijnen. Op deze wijze kunt u bijv. snel en eenvoudig controleren of de foto gelukt is of herhaald moet worden. Met deze functie kunt u de tijdsduur voor de weergave van de foto vastleggen, bovendien kunt u hiermee de continuweergave inschakelen en of het histogram eveneens dient te worden weergegeven. Opmerking: Als u foto's heeft genomen met behulp van serie-opnamen (zie p.
ontspAnnEr opmerkingen: • Via het menu kunt u knopbevestigingsgeluiden en sluitergeluiden selecteren, ofwel instellen en kan het geluidsvolume ervan worden aangepast (zie p. 113) • Om bewegingsonscherpte te voorkomen moet de ontspanner gelijkmatig en niet met een trekkende beweging worden ingedrukt. 1.7 De ontspanner (1.7) werkt in twee stappen.
mEnUBEdIEnIng De meeste instellingen van de LEICA X2 doet u via het menu. Navigeren in het menu wordt gedaan met de instellingsring (1.22) en de 4 richtingsknoppen (1.23/.24/.26/.27). Het instellingswiel (1.20) kan worden gebruikt als alternatief om snel te scrollen in de menulijst. opmerking: U kunt de menu's hetzij op het scherm (1.29, zie p.114) of in de elektronische zoeker (zie p.152) bedienen. sCroLLEn In dE mEnULIjst U kunt ervoor kiezen om per punt of per pagina te scrollen.
hEt sUBmEnU VAn EEn mEnUpUnt oproEpEn Druk op de rechter richtingsknop (1.24). • De submenulijst verschijnt en is omlijst, d.w.z. rood omrand. Het actieve punt heeft witte letters op een zwarte achtergrond. BEVEstIgEn VAn EEn InstELLIng Druk op de knop MENU/SET (1.25). • Het submenukader verdwijnt en de bevestigde (nieuwe) instelling wordt aan de rechterkant van de actieve menulijst weergegeven. EEn InstELLIng / wAArdE In EEn sUBmEnU kIEzEn Draai aan de instelring (1.22) of druk op de onderste (1.
Menu verlaten Druk ofwel - de knop MENU/SET (1.25), • Het menuscherm keert terug naar de opnamemodus (zie p. 120). - of de ontspanner (1.8), • Het menuscherm keert terug naar de opnamemodus (zie p. 120). - of de knop PLAY (1.16). • Het menuscherm keert terug naar de weergavemodus (zie p. 125). Opmerkingen: • Sommige functies zijn, afhankelijk van andere instellingen, niet beschikbaar; in dit geval wordt het menupunt grijs weergegeven wat betekent dat het niet kan worden geselecteerd.
• Een aantal andere functies worden in hoofdzaak op dezelfde wijze geregeld, na te zijn geopend door op de respectievelijke knoppen: - ISO (1.13) voor Gevoeligheid - WB (1.14) voor Witbalans - DELETE/FOCUS (1.15) voor het verwijderen van beeldbestanden/selecteren van scherptemetingsmodi (alleen in weergave- ofwel opnamemodus) -E V+/- (1.23) voor de belichtingscorrectie-, belichtingsserie- en flitsbelichtingscorrectie-instellingen - (1.24) voor selectie van de flitsmodi - AF/MF (1.
Voorkeuze-instellingen Datum De datum kan tussen 2009 en 2099 worden ingesteld. Standaard camera-instellingen Selecteer Date (3.27) in het menu, dan ofwel Setting of Sequence in het eerste submenu en de gewenste instelling in het tweede submenu. Menu taal De volgende talen kunnen worden ingesteld: Duits, Japans, Engels, Frans, Spaans, Italiaans, traditioneel Chinees, vereenvoudigd Chinees, Russisch en Koreaans. In het Setting-submenu kunt u met de instelknop (1.22) of met de omhoog-/omlaagknoppen (1.
Knopbevestigings- (respons) en sluitergeluiden Met de LEICA X2 kunt u bepalen of uw instellingen en het verloop van enkele functies door akoestische signalen – er zijn twee volumes – bevestigd moeten worden of dat het gebruik van uw camera en het fotograferen voornamelijk geruisloos verloopt. Automatische stand-by modus Als deze functie is geactiveerd, zal de camera na afloop van een ingestelde tijd in de standby-modus gaan om energie te besparen. Selecteer Auto Power Off (3.
Opmerkingen: • Mode d. is alleen beschikbaar als deze eerder is ingesteld in het menu; zie het volgende hoofdstuk. • In de opnamemodus kunt u de knop INFO ≥1s ingedrukt houden om een scherm met vijf belangrijke instellingen op te roepen (2.1.26, zie p. 92). Instellingen beeldscherm en elektronische zoeker Opmerking: Het LCD-scherm en de optionele elektronische zoeker geven een identiek beeld weer.
Schermuitschakeling LCD-scherm en elektronische zoeker Als deze functie is geactiveerd, zal de camera na afloop van een ingestelde tijd het LCD-scherm, ofwel de eventueel aangesloten EVF uitzetten. Dit bespaart niet alleen energie, maar vermindert ook de warmte die door het scherm wordt opgewekt. Uitschakelen van het LCD-scherm Bij gebruik van de optionele externe optische meetzoeker (zie p. 152) kan het lcd-scherm storend werken.
Witbalans In de digitale fotografie zorgt de witbalans voor een neutrale, d.w.z. natuurgetrouwe kleurweergave bij elk type licht. De kleur die als wit moet worden weergegeven, wordt vooraf op de camera ingesteld. U kunt kiezen uit meerdere voorinstellingen, automatische witbalans, twee vaste handmatige instellingen en de instelling van een directe kleurtemperatuur. Bovendien heeft u de mogelijkheid de instellingen precies op de heersende opname-omstandigheden en/of uw eigen ideeën in te stellen.
Handmatige instelling door meting Druk op de WB-knop (1.14) en selecteer in het schermmenu of . Richt het gele kader dat in het midden van het scherm verschijnt op een object met een gelijkmatig wit of grijs oppervlak zodat het scherm volledig wordt gevuld en druk dan op de MENU/SET-knop (1.23), zoals in de melding aangeduid. De instellingen worden opgeslagen en kunnen te allen tijde worden opgeroepen met de optie of .
Beeldeigenschappen / contrast, scherpte, kleurverzadiging Een van de vele voordelen van digitale fotografie is de zeer eenvoudige wijziging van belangrijke beeldeigenschappen, d.w.z. die het beeldkarakter bepalen. Met de LEICA X2 kunt u drie van de belangrijkste beeldeigenschappen beïnvloeden, nog voor u de foto neemt: - Het contrast, d.w.z. het verschil tussen lichte en donkere partijen, bepaalt of een beeld ”effen” of meer ”stralend” wordt.
Kleurweergave Behalve de aanpassingen aan scherpte, verzadiging en contrast (zie vorig hoofdstuk), kunt u ook standaard kleurweergaveopties instellen. U hebt de keuze tussen Standard, Vivid - voor zeer levendige, verzadigde kleuren - en Natural- voor iets minder verzadigde kleuren en iets zachter contrast, plus de twee zwart-wit-instellingen B&W Natural en B&W High Contr. (hoog contrast). Selecteer Preset Film (3.9) in het menu, en de gewenste instelling in het submenu.
De opnamemodus De modus selecteren Druk op de onderste richtingsknop (AF/MF, 1.26), en selecteer in het menu dat verschijnt AF of MF. Bevestig de instelling door op de sluiterknop (1.8) of de MENU/SET-knop (1.25) te drukken. • De volgende informatie verschijnt op het scherm: - de actieve scherpstelmodus (2.1.25) - het meetveld, aangegeven door een witte rechthoek (in het geval van 1 meetveld-, 11 meetvelden- en AF spotmeting-modi, zie p.
Automatische afstandsinstelling / Autofocus Als de AF-modus is ingesteld, wordt er automatisch scherpgesteld wanneer de ontspanner tot het eerste drukpunt wordt ingedrukt (1.8), dat wil zeggen dat de afstand wordt gemeten, ingesteld en vergrendeld (zie ook p. 147). • Om aan te duiden dat de AF-instelling juist is en vast staat - wordt de framekleur groen, - er verschijnen t/m 9 groene rechthoeken bij de 11-velden-meting (zie p.123), - de groene focusstatus-LED (1.19.
1 veld-modus Scherpstellen baseert op het veld dat aangeduid wordt door een AF-frame (2.1.9) in het midden van het beeldscherm. Omdat het veld groter is dan bij het Spot-programma, is het richten minder kieskeurig en daarom eenvoudiger, terwijl selectief opmeten nog steeds kan. Daarnaast kunt u het AF-frame naar iedere gewenste plaats op het beeldscherm verplaatsen, bijv. voor snellere compositie bij objecten die zich buiten het midden bevinden.
11-velden-modus Scherpstellen baseert op de velden die worden aangeduid met de 11 AFframes. Ze zijn gegroepeerd zodat ze een groot deel van het beeld beslaan, waardoor dus maximale scherpstelzekerheid wordt verkregen bij snapshotfotografie. Scherpte wordt in alle 11 gebieden geregistreerd, maar het scherpstellen wordt automatisch bepaald door de dichtstbijzijnde geregistreerde objecten.
Indien ingesteld kunt u handmatig scherpstellen door aan het stelwiel (1.20) te draaien totdat het schermbeeld van het/de belangrijke deel/delen van het object wordt weergegeven zoals gewenst is/zijn. • Er verschijnt een afstandsschaal (2.1.20). Een groene balk op de schaal geeft de diepte van het veld als gevolg van de betreffende afstandsinstelling aan (en het automatisch of handmatig ingestelde diafragma; zie ook de hoofdstukken over "Belichtingsmeting en -regeling", p. 126). De schaal verdwijnt ca.
Opmerkingen: • U kunt een handmatig ingestelde scherptewaarde vastzetten door de knop DELETE/FOCUS (1.15) langer dan een seconde in te drukken. Dit kan heel praktisch zijn om onbedoeld foute instellingen te vermijden, vooral bij opeenvolgende opnamen van hetzelfde onderwerp. • Een handmatige scherpte-instelling blijft behouden als de camera uit en weer aan wordt gezet (zie p. 127). Dit kan heel praktisch zijn als u bijv.
Belichtingsmeting en -regeling Center-georiënteerd meten – Deze meetmethode legt de meeste nadruk op het midden van het beeldveld, maar registreert ook alle andere gebieden. Hiermee is – vooral in combinatie met het meetwaardegeheugen (zie p. 130) – doelgericht afstemmen van de belichting op bepaalde delen van het object, terwijl gelijktijdig rekening wordt gehouden met het gehele beeldveld. Programma's voor belichtingsmeting Met de LEICA X2 kunt u uit 3 programma's voor belichtingsmeting kiezen.
Het histogram Het histogram (2.1.13/2.2.8) toont de helderheidsverdeling van de opname. Daarbij loopt de horizontale as van de grijstrappen van zwart (links) via grijs naar wit (rechts). De verticale as toont het aantal pixels voor de betreffende helderheid. Deze weergave maakt het mogelijk – naast de beeldindruk op zich – een extra, snelle en eenvoudige beoordeling van de belichtingsinstelling, zowel vóór alsook na de opname te maken.
Programmawissel-modus Het verschuiven van de programmakarakteristiek combineert de betrouwbaarheid en snelheid van de volautomatische belichtingsregeling met de mogelijkheid om elke door de camera gekozen tijd/diafragma-combinatie naar eigen wens te wijzigen. Dit wordt bereikt met de instelknop (1.22). Wilt u bijv. bij sportopnamen met snelle tijden werken, dan wordt deze naar links (tegengesteld aan de klokwijzers) gedraaid.
Tijdautomaat De diafragma-automaat regelt automatisch de belichting gebaseerd op het handmatig ingestelde diafragma. Deze is daarom bijzonder geschikt voor opnamen waarbij de scherptediepte – die door het ingestelde diafragma wordt bepaald – het doorslaggevende, beeldvormende element is.
Meetwaardegeheugen Om reden van beeldvorming kan het gunstig zijn het hoofdobject niet in het midden van het beeld te plaatsen. Door het echter vanaf het begin al buiten het midden te plaatsen, zal dit vaak leiden dat het meten gebaseerd is op een deel van het object dat een stuk dichterbij is of verder weg. Dit geldt net zo voor de 1 punt- en spot AF-meetprogramma's (zie p. 122/123) met betrekking tot scherpte, en de belichtingsstanden P, T en A (zie p.
Opmerkingen: • Een belichtingscompensatie kan niet ingesteld worden wanneer een handmatig belichtingsprogramma gebruikt wordt (zie p. 119) Belichtingscompensatie Belichtingsmeters worden gekalibreerd op een normaal, d.w.z. gemiddeld fotografisch object.
Automatische belichtingsserie Vele fraaie objecten zijn zeer contrastrijk en vertonen zowel zeer heldere als zeer donkere delen. Het resulterende effect kan behoorlijk verschillen afhankelijk van de delen waarop u uw belichting afstemt. In zulke gevallen kunt u met de automatische belichtingsserie een serie van drie opnamen met een getrapte belichting maken. Daarna kunt u de geschiktste opname voor gebruik kiezen.
133
De flitsbelichtingen worden door de camera gestuurd m.b.v. een voorflitsmeting. Daarbij wordt - onmiddellijk vóór de hoofdflits - een meetflits gegenereerd. De hoeveelheid licht die dan gereflecteerd wordt bepaalt de sterkte van de hoofdflits. Flitsopnamen Opnamen maken met het ingebouwde flitsapparaat De LEICA X2 is uitgerust met een ingebouwd flitsapparaat (1.5) dat zich in de camerabehuizing bevindt wanneer het niet gebruikt wordt. Voor flitsopnamen moet het uitgenomen worden.
Handmatige flits- en voorflitsinschakeling – Voor de combinatie van de laatste en hiervoor beschreven situaties, resp. functies. Automatische flits- en voorflitsinschakeling – (voor vermindering van het „rode ogen”-effect) Bij geflitste portret- en groepsopnamen kunnen „rode ogen“ ontstaan als het flitslicht door het netvlies direct in de camera wordt gereflecteerd. De personen die gefotografeerd worden, dienen liever niet direct in de camera te kijken.
Synchronisatie op het einde van de belichtingstijd De belichting van flitsopnamen vindt plaats met twee lichtbronnen, de aanwezige – en het flitslicht. De uitsluitend of overwegend door het flitslicht belichte objectdelen worden daarbij door de uitzonderlijk snelle lichtimpuls bijna altijd (bij correcte scherpstelling) gestoken scherp weergegeven. Daarentegen worden alle andere objectdelen – namelijk de delen die voldoende door het aanwezige licht zijn belicht, resp.
Opmerking: Bij het flitsen met de kortere sluitertijden ontstaat, behalve bij zeer snelle bewegingen, nauwelijks verschil in beeld tussen twee flitstijdstippen. • Een ingestelde compensatie blijft actief totdat het naar ±0 geschakeld wordt (zie stap 2.), d.w.z. na een aantal opnames en zelfs als de camera wordt uitgeschakeld. Flits-belichtingscorrecties Met deze functie kan de flitsbelichting onafhankelijk van de belichting door het aanwezige licht bewust worden afgezwakt of versterkt, bijv.
Toepassing Druk de ontspanner (1.8, zie p. 127) voor de opname helemaal in om een foto te nemen. • De voortgang wordt aangegeven door het knipperen van de zelfontspanner LED (1.2) - met 12 sec. vertraging eerst langzaam (1Hz) en sneller (2Hz) in de laatste 2 sec., - met 2 sec. vertraging zoals hierboven beschreven voor de laatste 2 sec. Op het scherm telt een bericht de resterende tijd (2.1.11).
Opmerkingen: • Eenvoudig formatteren verwijdert de gegevens niet onherroepelijk van de kaart. Er wordt alleen de directory gewist, waardoor de bestaande gegevens niet meer bereikbaar zijn. De gegevens kunnen opnieuw worden bekeken met behulp van passende software. Alleen de gegevens die dan overschreven worden door het opslaan van nieuwe gegevens worden dan volledig verwijderd.
Werking kleurbereik De vereisten voor kleurweergave kunnen aanmerkelijk verschillen, afhankelijk van de verschillende toepassingsmogelijkheden van uw digitale fotobestanden. Om deze reden zijn er verschillende kleurruimten ontwikkeld, bijvoorbeeld de RGB-norm (red/green/blue) die voor eenvoudig drukwerk absoluut voldoende is. Voor veeleisendere beeldverwerking met specifieke programma's, bijv. voor kleurcorrectie, is Adobe© RGB de geëtableerde standaard in de relevante sectors.
Gebruikersprofiel Met de LEICA X2 kunt u een willekeurige combinatie van menu-instellingen permanent opslaan, zodat deze bijv. snel en eenvoudig kunnen worden opgeroepen in herhaaldelijk terugkerende situaties / onderwerpen. Er zijn in totaal drie geheugenadressen voor zulke combinaties beschikbaar. U kunt alle menupunten ook weer in de fabrieksinstellingen resetten.
Weergavemodus Opmerkingen: • Als er een geheugenkaart is ingevoerd (zie p. 82), zullen enkel de afbeeldingen op de kaart voor weergave toegankelijk zijn, d.w.z. als u een afbeelding van het interne geheugen wilt bekijken, moet de kaart eerst worden verwijderd. • De LEICA X2 slaat opnamen op volgens de DCF-norm (Design Rule for Camera File System). • Opnamen die niet met een LEICA X2 zijn gemaakt, kunnen soms niet worden weergegeven.
opnAmEn sELECtErEn U kunt de andere opgeslagen beelden selecteren met ofwel - de linker- of rechter richtingsknop (1.24/1.27), of - met behulp van het stelwiel (1.20.) Links indrukken of naar links draaien toont u de opnamen met lagere nummers en rechts indrukken of draaien naar rechts de hogere. Houd de knoppen ingedrukt om continu door te scrollen met een snelheid van ca. 2sec. per beeld.
sELECtIE VAn dE UItsnEdE Als een opname vergroot wordt weergegeven, kunt u de vergrote uitsnede uit het midden bewegen om bijv. de weergave van details langs de randen te bekijken. Gebruik de betreffende richtingsknoppen om de vergrote uitsnede omhoog, omlaag, naar links of rechts te bewegen (1.23/1.24/1.26/1.27). • Het scherm 2.2.21 duidt de geschatte locatie aan van de uitsnede in de foto.
De volgende acties zijn afhankelijk van of u enkele foto's wilt verwijderen of alle foto's tegelijkertijd. opnAmEn wIssEn Opnamen op de geheugenkaart en in het interne geheugen kunnen altijd weer worden gewist. Dit kan nuttig zijn als u de opnamen bijv. op andere media heeft opgeslagen, als ze niet meer nodig zijn of wanneer u geheugen op de kaart wilt vrijmaken. De LEICA X2 biedt u de mogelijkheid naar wens enkele, gelijktijdig meerdere of zelfs alle opnamen te wissen. Enkele opnamen wissen 1.
Alle opnamen wissen 1. Selecteer All en druk op de knop MENU/SET (1.25). • Een submenu verschijnt. 2. Bevestig of verwerp het proces en druk opnieuw op de knop MENU/SET. • De melding No valid image to play of het oorspronkelijk aangegeven beeld verschijnt weer, als het niet onverhoopt is verwijderd. Als er sommige foto's zijn beschermd (zie ook volgende sectie), dan verschijnt er Protected images were not deleted voor een korte tijd, waarna de eerste foto's weer in beeld verschijnen.
2. selecteer de betreffende optie en 3. bevestig door te drukken op de knop MENU/SET (1.25). • Een beschermd beeld wordt aangegeven door het slot-pictogram (2.2.4). opmerkingen: • Als er een geheugenkaart is ingevoerd (zie p. 102) zullen enkel de afbeeldingen op de kaart voor weergave toegankelijk zijn, d.w.z. als u een afbeelding van het interne geheugen wilt bekijken, moet de kaart eerst worden verwijderd. • U kunt naar de normale weergavemodus terugkeren door op Exit te drukken.
Instelling Selecteer HDMI (3.31) in het menu, en de gewenste instelling in het submenu. Weergave van portretformaat Normaal gesproken worden de opnamen op het scherm weergegeven zoals ze werden gemaakt, d.w.z. als de camera horizontaal werd gehouden, zal de weergave ook horizontaal zijn. Bij portretopnamen, waarbij de camera verticaal werd gehouden, is dit onpraktisch omdat de camera, als deze weer horizontaal wordt gehouden, de opname niet rechtop zal tonen. De LEICA X2 heeft hier een oplossing voor.
Andere zaken Belangrijk: • Gebruik uitsluitend de meegeleverde USB-kabel (D). • Zolang gegevens van de LEICA X2 naar de computer worden gekopieerd, mag in geen geval de verbinding worden verbroken door de USB-kabel eruit te trekken. De computer en/of de LEICA X2 kunnen vastlopen en de geheugenkaart kan zelfs onherstelbaar worden beschadigd.
Kaartlezers aansluiten en gegevens overdragen De beeldbestanden kunnen op andere computers met een standaard kaartlezer voor SD/SDHC(SDXC-geheugenkaarten worden ingelezen (inclusief UHS standaardtypes). Kaartlezers met een USB-aansluiting zijn beschikbaar voor computers met USB.
Systeemvereisten Net als andere software, vraagt elke versie van Adobe® Lightroom® om verschillende versies van het gebruikte besturingssysteem (Windows / Mac). Controleer daarom of uw besturingssysteem compatibel is voor u het downloaden van Adobe® Lightroom® start. In sommige Windows-versies kan er een waarschuwing over een ontbrekende Windows-signatuur worden gemeld. Negeer de melding en ga verder met de installatie.
Accessoires Polsband X Contourgevormd, gemaakt van topkwaliteit leder (zwart). (Bestelnr. 18 713) Belangrijk: Enkel de accessoires gespecificeerd en hieronder beschreven en/of die gespecificeerd en beschreven zijn door Leica Camera AG mogen worden gebruikt in deze camera. Externe Zoekers Lederen draagtas X Tas gemaakt van topkwaliteit echt leder (zwart). De tas draagt de camera in een verticale positie - de camera glijdt in en uit de tas voor gemakkelijk dragen en foto's maken.
Handgreep X Met de handgreep van de LEICA X2 draagt u de camera veilig en comfortabel. Deze wordt bevestigd aan de statiefschroefdraad met de kartelschroef onderaan de handgreep. (Bestelnr. 18712) Vervangende onderdelen Bestelnr. Lensdop............................................................................. 423-097.001-024 Flitsschoenkapje................................................................ 423-097.001-026 Leren draagriem.................................................................
• Vocht kan tot storingen leiden en zelfs permanente schade aan uw LEICA X2 en geheugenkaart veroorzaken. • Als er spetters zout water op uw LEICA X2 zijn gekomen, bevochtigt u een zachte doek eerst met leidingwater, wringt deze stevig uit en wist hiermee de camera af. Daarna met een droge doek grondig afdrogen.
Sensor Hoogtestraling (bijv. bij vluchten) kan pixeldefecten veroorzaken. Voor het objectief • Normaal gesproken voldoet een zacht haren borsteltje om stof van de buitenste lens te verwijderen. Als er vaster vuil op zit, dient dit voorzichtig met een volledig schone en zachte doek waar absoluut geen ander materiaal op- of aanzit met cirkelbewegingen van binnen naar buiten te worden gereinigd.
• Houd de batterijcontacten altijd schoon en vrij toegankelijk. Hoewel lithiumbatterijen bestendig zijn tegen kortsluiting, dienen deze toch tegen contact met metalen voorwerpen, zoals paperclips of sieraden te worden beschermd. Een kortgesloten batterij kan zeer heet worden en ernstige brandwonden veroorzaken. • Als er een batterij valt, controleert dan de behuizing en contacten op eventuele schade. Het gebruik van een beschadigde batterij kan de LEICA X2 beschadigen.
• Fototassen die nat geworden zijn, dient u te legen om schade aan uw apparatuur door vocht en resten van looivloeistof uit het leer te vermijden. • Om schimmel in hete, vochtige, tropenklimaat te voorkomen, dient de camera zo veel mogelijk aan lucht en licht te worden blootgesteld. Luchtdichte tassen en boxen zijn alleen aan te bevelen als er een droogmiddel, zoals silicaat gel bij in wordt gedaan. • Bewaar de LEICA X2 ter vermijding van schimmelvorming niet voor langere tijd in de leren tas.
Technische gegevens Scherpstelbereik van 30cm/1ft. t/m oneindig. Autofocus of Handmatige afstandsinstelling van 30cm tot oneindig met instelwieltje achterop de camera, naar keuze met vergrootfunctie als hulpmiddel bij het scherpstellen. Sensor APS-C-formaat CMOS-sensor (23,6 x 15,7 mm) met 16.5/16.2 Megapixels (in totaal/effectief), beeldverhouding 3:2 Autofocus meetmethodes 1 veld, 11 velden, spot, gezichtsherkenning. Resolutie Selecteerbaar voor het JPEG-formaat: 4928 x 3264 pixels (16.
Aansluitingen 5-pin mini USB aansluiting 2.0 high-speed voor snelle gegevensoverdracht naar de computer, HDMI-aansluiting voor directe digitale verbinding met betreffende apparatuur, merkgebonden aansluitschoen voor externe elektronische meetzoeker Leica EVF 21.
Leica Information Service Heeft u technische vragen over het gebruik van Leica producten of de evt. bijbehorende software, dan beantwoordt de Leica Information Service uw vraag graag, schriftelijk of per telefoon, fax of e-mail. Zij zijn ook uw contactpersonen als u advies nodig heeft over een overname of als u wilt dat wij u instructies sturen. Als alternatief kunt u ons ook uw vragen via het contactformulier op de Leica Camera AG homepage sturen (zie vorige pagina).