LEICA X1 Gebruiksaanwijzing
1.2 1.6 1.5 1.1 1.7 1.8 1.1 1.3 1.4 1.11c 1.11b 1.11a 1.11 1.4a 1.17 1.16 1.18 1.19 1.28 1.15 1.20 1.14 1.29 1.13 1.12 1.27 1.26 1.25 1.24 1.23 1.22 1.21 1.10 1.
1.38 1.37 1.30a 1.30 1.31 1.32 1.40 1.36a 1.36 1.33 1.34 1.35 1.
LEICA X1 Gebruiksaanwijzing
Voorwoord Leveringsomvang Geachte klant Alvorens u uw LEICA X1 voor het eerst gebruikt, dient u na te kijken of het meegeleverde toebehoren compleet is. We wensen u veel plezier en succes toe met uw nieuwe LEICA X1. De hoogwaardige LEICA DC ELMARIT 1:2.8/24 mm ASPH. lens biedt excellente beeldkwaliteit. Dankzij de volledig automatische belichtingsregeling en de automatische flitser biedt de LEICA X1 ongecompliceerd fotograferen.
De CE-identificatie van onze productdocumentatie voldoet aan de fundamentele vereisten van de geldige EU richtlijnen. Wettelijke kennisgeving Waarschuwingen • Let op dat u zich aan de auteursrechten houdt. Het opnemen en publiceren van bestaande opnames op media zoals banden, cd’s, dvd’s en ander gepubliceerd of uitgezonden materiaal kan een overtreding van de auteursrechten betekenen. • Modern elektronische componenten reageren gevoelig op elektrostatische ontlading.
Inhoudsopgave Voorwoord . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70 Leveringsomvang . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 70 CE Notice . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71 Waarschuwingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71 Wettelijke kennisgeving . . . . . . . . . . . . . . . . . 71 Verwijderen van elektrische of elektronische apparatuur . . . . . . . . . . . . . . . 71 Aanduiding van de onderdelen . . . . . . . . . . . . 74 Indicaties op het scherm . . .
Flitsopnamen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108 Opnamen maken met het ingebouwde flitsapparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108 Flitsprogramma’s . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108 Automatische flitsinschakeling . . . . . . . 108 Automatische flitsinschakeling met voorflits . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 109 Handmatige flitsinschakeling . . . . . . . .
Aanduiding van de onderdelen Achteraanzicht 1.12 INFO-knop voor – selectie monitorschermen in opname- en weergavemodi – naar centrale meting resetten van handmatig versteld AF meetveldkader – scherm oproepen voor ingestelde resolutie, compressie, witbalans en status van de beeldstabilisatie (verschijnt ca ≥1 s na het indrukken; verdwijnt weer na ca. 5 s) Frontaanzicht (optionele handgreep bevestigd en flitser ingeklapt) 1.1 Bevestigingsogen van de draagriem. 1.
1.20 Instelring voor – door menu- en submenulijsten scrollen – înstellen waarden belichtingscorrectie, belichtingsserie, flitsbelichtingsserie – door opnamegeheugen scrollen – opnameweergave vergroten/verkleinen 1.26 LED indicatie dat gegevens voor weergave worden opgehaald/beeldgegevens worden weggeschreven 1.21 1.28 USB-aansluiting 1.22 (verschijnt bij alle modi maar kort; brandt continu als de monitor is uitgeschakeld) 1.
Indicaties op het scherm 2.1.2 Flitsprogramma (vooringebouwde en externe flitsers, knippert rood als flitser niet gereed is, anders wit) a. b. c. d. e. f. 2.1 In de opnamefunctie 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5 2.1.6 2.1.7 2.1.8 2.1.9 2.1.10 2.1.11 2.1.13 2.1.25 2.1.24 2.1.23 2.1.22 g.
2.1.6 Beeldtelwerk (Resterend aantal beelden) 2.1.17 Sluitertijd (bij ontbrekende geheugencapaciteit knippert 0 als waarschuwing ) (verschijnt bij handmatige instelling onmiddellijk, d.w.z. in de belichtingsprogramma’s T/M, na het aantippen van de ontspanner bij automatische instelling, d.w.z. in de belichtingsprogramma’s P/A, rood na vasthouden drukpunt van de ontspanner bij overschrijding van het minimale of maximale instelbereik met de belichtingsprogramma’s P/T/A, anders wit) 2.1.
Indicaties op het scherm 2.1.26 INFO-scherm met instelling van – Resolutie – Bestandsformaat/Compressiegraad 2.1 In de opnamefunctie (zie punt 2.1.4) – Witbalans (Symbolen met extra *– als fijnafstemming witbalans is ingesteld) a. Geen indicatie: automatische instelling b. : voor gloeilamplicht c. : voor daglicht d. : voor elektronenflitsers e. : voor bewolkte hemel f. : voor schaduwsituaties g. : voor handmatige instelling 1 h. : voor handmatige instelling 1 i.
2.2 In weergavemodus 2.2.6 Map-/opnamenummer 2.2.7 Indicatie dat de opnamen in het interne geheugen worden opgeslagen 2.2.1 2.2.2 2.2.3 (als er geen geheugenkaart is geplaatst) 2.2.4 2.2.5 2.2.8 Histogram (zie punt 2.1.13) 2.2.6 2.2.7 2.2.19 2.2.18 2.2.9 Opnamenummer van serieopname/totaal aantal opnamen op geplaatste geheugenkaart 2.2.10 ISO gevoeligheid 2.2.17 2.2.16 2.2.15 2.2.14 2.2.13 (zie punt 2.1.3) 2.2.11 Sluitertijd 2.2.8 2.2.12 Diafragma 2.2.13 Flits-belichtingscorrecties 2.2.12 2.
De menupunten 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12 3.13 3.14 3.15 3.16 3.17 3.
Het eerste gebruik van de Leica X1 Fotograferen 11. Stel a. de sluitersnelheid- (1.10) alsook de diafragmaring (1.9) in op A (zie p.102), b. de scherpstellingsmodus op AF (zie p. 97), c. Belichtingsmetingsmodus op (zie p. 101). Houd de volgende onderdelen gereed: • Camera • Batterij (A) • Batterijlader (B) met uitwisselbare stekkers (C) • Geheugenkaart (niet meegeleverd) De hierboven geadviseerde instellingen garanderen eenvoudig, snel en betrouwbaar fotograferen voor uw eerste shots met de LEICA X1.
Voorbereidingen Opladen van de batterij De LEICA X1 wordt door een lithium-ionenbatterij (A) van energie voorzien. Aanbrengen van de draagriem Let op: • Er mogen uitsluitend batterijtypen in de camera worden gebruikt die in deze handleiding staan genoemd resp. door Leica Camera AG zijn gespecificeerd. • Deze batterij mag uitsluitend in de toestellen worden toegepast waar deze voor is ontworpen en mag alleen worden geladen zoals navolgend staat beschreven.
Eerste hulp: • Als batterijvloeistof in contact komt met de ogen, kan dit verblinding veroorzaken. Spoel de ogen onmiddellijk grondig met schoon water. Wrijf de ogen niet. Zoek onmiddellijk medische hulp. • Als er geluid, verkleuring, vervorming, oververhitting of een vloeistoflek optreedt, moet de batterij onmiddellijk uit de camera of de batterijlader worden gehaald en worden vervangen. Verder gebruik van deze batterij kan oververhitting, brand en zelfs een explosie veroorzaken.
Batterijlader voorbereiden (A) U dient de juiste stekker voor het lokale stopcontact aan de batterijlader te bevestigen (1.38). • Oplaadbare lithiumbatterijen produceren stroom d.m.v. interne chemische reacties. Deze reacties worden ook door de buitentemperatuur en luchtvochtigheid beïnvloed. Voor een lange levensduur van de batterij dient u deze niet langdurig aan extreme (hoge of lage) temperaturen (bijv. in een geparkeerde auto in de zomer of de winter) bloot te stellen.
Opladen van de batterij 1. Verbind de batterijlader met het net. 2. Plaats de batterij in de lader door deze a. met de contacten naar onder tegen de contacten (1.36a) van de batterijlader en b. naar beneden te drukken, tot deze plat in het vak ligt. Indicatie oplaadniveau Juiste oplading wordt aangeduid door een rode status-LED (1.37); als de LED groen brandt, is de batterij volledig opgeladen. 3. Plaats de batterij met de contacten in richting van de achterzijde van de camera in het vak.
De geheugenkaart invoeren en verwijderen De LEICA X1 werkt met SD en SDHC geheugenkaarten. Deze kaarten hebben een schrijfbeveiliging om te voorkomen dat onbedoeld opnamen worden opgeslagen of verwijderd. Deze schakelaar is als schuif op de niet-afgeschuinde kant van de kaart uitgevoerd; in de onderste stand die met LOCK is gemarkeerd, zijn de gegevens beveiligd. Ga voor het verwijderen van de batterij in de omgekeerde volgorde te werk.
Opmerkingen: • Als er een geheugenkaart wordt ingevoerd, worden de opnamen alleen op de kaart opgeslagen; als er geen kaart is ingevoerd, zal de camera die beeldgegevens in het interne geheugen opslaan. • Als de geheugenkaart niet in de gleuf kan worden geschoven, dient u te controleren of de kaart goed past. • De sortering aan geheugenkaarten verandert continu; sommige kaarten functioneren daarom eventueel niet in combinatie met de LEICA X1.
De belangrijkste instellingen/bedieningselementen Ontspanner De ontspanner (1.8) werkt in twee stappen. Door deze licht in te drukken (tot het eerste drukpunt) worden automatisch scherpstellen, belichtingsmeting en -regeling geactiveerd en de betreffende instellingen/waarden opgeslagen (zie p. 106). Als de camera in de stand-by-modus stond (zie p. 92), zal dit de camera weer activeren en het schermbeeld aanzetten.
Menubediening De meeste instellingen van de LEICA X1 doet u via het menu. U kunt in het menu navigeren met enkel de instellring (1.20) en de vier richtingsknoppen (1.21/.22/.24/.25). In de menulijst omhoog en omlaag scrollen Draai aan de instelring (1.20; met de klok mee = omlaag, tegen de klok in = omhoog) of druk op de omhoog (1.21) of omlaag (1.24) richtingsknop. Om het menu te openen drukt u op de MENU/SET-knop (1.23). • De menulijst verschijnt. Het actieve menu-item is gemarkeerd, d.w.z.
Om het submenu van een menupunt op te roepen drukt u op de rechter richtingsknop (1.22). • De submenulijst verschijnt en is gemarkeerd, d.w.z. rood omrand. Het actieve punt heeft witte letters op een zwarte achtergrond. Om het submenu te verlaten zonder dat u een instelling heeft bevestigd drukt u op de linker richtingsknop (1.25). • Het submenukader verdwijnt en de bestaande (oude) instelling wordt aan de rechterkant van de actieve menulijst weergegeven.
Standaardinstellingen Opmerkingen: • Sommige functies zijn, afhankelijk van andere instellingen, niet beschikbaar; in dit geval wordt het menupunt grijs weergegeven wat betekent dat het niet kan worden geselecteerd. Geluidsvolume sluiter De volgende talen kunnen worden ingesteld: Duits, Japans, Engels, Frans, Spaans, Italiaans, Traditioneel Chinees, Vereenvoudigd Chinees, Russisch en Koreaans. • Het menu opent meestal op de positie van het punt dat het laatst is ingesteld.
Opmerking: Zelfs als geen batterij is geplaatst of als deze leeg is blijft de instelling van datum en tijd door een ingebouwde bufferbatterij ongeveer 3 dagen behouden. Daarna moeten datum en tijd toch, zoals hiervoor beschreven, opnieuw worden ingesteld. Voor bevestiging van knopdrukken en limietgeluiden van de geheugenkaart Selecteer Acoustic Signal (3.26) in het menu, dan in het eerste submenu Volume en in het tweede submenu: Off, Low, of High.
De volgorde: Uitschakelen van het LCD-scherm Als u de optionele, externe zoeker gebruikt (zie p. 124) dan kan het LCDscherm storen. Om dit te verhinderen, kunt u het scherm volledig uitschakelen. In de opnamemodus a. alle displayweergaven (zie p. 76, plus histogram, indien ingesteld, zie p. 102) b. alleen standaard belichtingsinstellingen (zie p. 76) en AF- en belichtingsmeetvelden c. b. met rasterlijnen (plus histogram, indien ingesteld, zie p. 102) Selecteer Ext. Viewfinder (3.
Standaard foto-instellingen Witbalans In de digitale fotografie zorgt de witbalans voor een neutrale, d.w.z. natuurgetrouwe kleurweergave bij elk type licht. De kleur die als wit moet worden weergegeven, wordt vooraf op de camera ingesteld. U kunt kiezen uit meerdere voorinstellingen, automatische witbalans, twee vaste handmatige instellingen en de instelling van een directe kleurtemperatuur.
Directe instelling kleurtemperatuur Druk op de WB-knop (1.14) en selecteer in het schermmenu SET K. Gebruik de instelring (1.20) of de omhoog/omlaag-knoppen (1.21/1.24) om het getal in de rechthoek in het midden van het scherm te wijzigen. De instellingen worden opgeslagen en kunnen te allen tijde worden opgeroepen met de optie K. ISO gevoeligheid De ISO-instelling bepaalt de mogelijke combinaties van sluitertijd en diafragma voor een gegeven belichtingssituatie.
Beeldeigenschappen/contrast, scherpte, kleurverzadiging Een van de vele voordelen van digitale fotografie is de zeer eenvoudige wijziging van belangrijke beeldeigenschappen die het beeldkarakter bepalen. Met de LEICA X 1 kunt u drie van de belangrijkste beeldeigenschappen beïnvloeden, nog voor u de foto neemt: – Het contrast, d.w.z. het verschil tussen lichte en donkere partijen, bepaalt of een beeld “dynamischer” of meer “effen” wordt.
De opnamemodus Om aan te geven dat een juiste AF-instelling opgeslagen is (zie pag. 106), – worden één of meer groene rechthoeken weergegeven (zie pag. 76/98), – de groene focusstatus-LED (1.17) gaat aan, en – (indien geselecteerd, zie pag. 92) een akoestisch signaal wordt gegenereerd. Standaardinstellingen voor fotografie Scherpstellen De LEICA X1 beschikt over zowel automatische als handmatige scherpstelprogramma’s.
1 punt-programma’s Scherpstellen wordt gebaseerd op het gebied dat aangegeven wordt door een AF-frame in het midden van het beeldscherm. Omdat het gebied groter is dan bij het Spot-programma, is het richten minder kieskeurig en daarom makkelijker, terwijl selectief opmeten nog steeds kan. De high speed-versie biedt snellere scherpstelling. Het kan echter resulteren in een minder vloeiende schermafbeelding, met name in het geval van snel bewegende objecten.
Spot-programma Scherpstellen wordt gebaseerd op het gebied dat aangegeven wordt door een klein AF-frame in het midden van het beeldscherm. De afmeting van dit gebied biedt de mogelijkheid het meten te concentreren op zelfs de kleinste objectdetails. Bij een portret, bijv, is het raadzaam op de ogen scherp te stellen. Daarnaast kunt u het AF-frame naar iedere gewenste plaats op het beeldscherm verplaatsen, bijv. voor gemakkelijkere compositie in het geval van objecten die zich buiten het midden bevinden.
Handmatig scherpstellen Bij bepaalde objecten en onder bepaalde omstandigheden kan het gunstig zijn de scherpstelling zelf uit te voeren in plaats van autofocus te gebruiken. (zie de voorgaande hoofdstukken). Als bijvoorbeeld dezelfde instelling nodig is voor verscheidene foto’s en het gebruik van het meetwaardegeheugen (zie pag. 106) zou daarom meer inspanning inhouden, of als de instelling voor bijv. landschapsfoto’s op oneindig moet blijven staan, of als deze ondermaats is, d.w.z.
Belichtingsmeting en -regeling Center-georiënteerd meten – Deze meetmethode legt de meeste nadruk op het midden van het beeldveld, maar registreert ook alle andere gebieden. Hiermee is – vooral in combinatie met het meetwaardegeheugen (zie pag. 106) – doelgericht afstemmen van de belichting op bepaalde delen van het object, terwijl gelijktijdig rekening wordt gehouden met het gehele beeldveld. Programma’s voor belichtingsmeting Met de LEICA X1 kunt u uit 3 programma’s voor belichtingsmeting kiezen.
Het histogram Het histogram (2.1.13/2.2.8) vertegenwoordigt de helderheidsverdeling van de opname. Daarbij loopt de horizontale as van de grijstrappen van zwart (links) via grijs naar wit (rechts). De verticale as toont het aantal pixels voor de betreffende helderheid. Deze weergave maakt het mogelijk – naast de beeldindruk op zich – een extra, snelle en eenvoudige beoordeling van de belichtingsinstelling, zowel vóór alsook na de opname te maken.
Programma-automaat Voor snelle, volautomatische fotografie. In dit programma wordt de belichting door automatische instelling van de sluitertijd en het diafragma gestuurd. Programmawissel-modus Het verschuiven van de programmakarakteristiek combineert de betrouwbaarheid en snelheid van de volautomatische belichtingsregeling met de mogelijkheid om elke door de camera gekozen tijd/diafragma-combinatie naar eigen wens te wijzigen. Dit wordt bereikt met de instelring (1.20). Wilt u bijv.
Diafragma-automaat De snelheidsautomaat regelt automatische de belichting gebaseerd op de handmatig ingestelde sluitersnelheid. Deze is daarom bijzonder geschikt voor opnamen van bewegende objecten, waarbij de scherpte van de afgebeelde beweging – die door de ingestelde sluitertijd wordt bepaald - het doorslaggevende, beeldvormende element is. Zo kunt u met de handmatige selectie van een korte sluitertijd ongewenste bewegingsonscherpte vermijden – uw object “bevriezen”.
Handmatig programma Wanneer u bijv. bewust een speciaal beeldeffect wilt bereiken dat alleen met een bepaalde belichting is te realiseren, of wanneer u bij meerdere opnamen en verschillende uitsneden een absoluut identieke belichting wilt garanderen, kunt u de sluitertijd en het diafragma handmatig instellen. Om dit programma in te stellen, draai de sluitertijdknop (1.10) naar de A-positie en stel het gewenste diafragma in met de desbetreffende knop (1.9). • Dit programma wordt weergegeven door A (2.1.1).
Meetwaardegeheugen Om reden van beeldvorming kan het gunstig zijn het hoofdobject niet in het midden van het beeld te plaatsen. Door het echter vanaf het begin al buiten het midden te plaatsen, zal dit vaak leiden dat het meten gebaseerd is op een deel van het object dat een stuk dichterbij is of verder weg. Dit geldt net zo voor de 1 punt- en spot AF-meetprogramma’s (zie pp. 98/99) als het gaat om scherpte- en belichtingsprogramma’s P, T en A (zie pp.
Opmerkingen: • Een belichtingscompensatie kan niet ingesteld worden wanneer een handmatig belichtingsprogramma gebruikt wordt (zie pag. 105) 1. Druk de bovenste EV/richtingsknop (1.21) twee keer in om een belichtingsserie in te stellen. • Het bijbehorende submenu verschijnt. • De EV/richtingsknop wordt tevens gebruikt om de menu’s voor belichtingsseries op te roepen (zie volgende hoofdstuk) en flits-belichtingscompensatie (zie pag. 111).
Flitsopnamen De flitsbelichtingen worden door de camera gestuurd m.b.v. een voorflitsmeting. Daarbij wordt – onmiddellijk vóór de hoofdflits – een meetflits gegenereerd. De hoeveelheid licht die dan gereflecteerd wordt, bepaalt de sterkte van de hoofdflits. Opnamen maken met het ingebouwde flitsapparaat De LEICA X 1 is uitgerust met een ingebouwd flitsapparaat (1.5) dat zich in de camerabehuizing bevindt wanneer het niet gebruikt wordt. Voor flitsopnamen moet het uitgenomen worden.
Automatische flits- en voorflitsinschakeling – (voor vermindering van het “rode ogen”-effect) Bij geflitste portret- en groepsopnamen kunnen “rode ogen” ontstaan als het flitslicht door het netvlies direct in de camera wordt gereflecteerd. De personen die gefotografeerd worden, dienen liever niet direct in de camera te kijken. Omdat het effect groter is naarmate bij weinig licht de pupillen zich verwijden, moet bijv.
lichte objectdelen worden daarbij door de uitzonderlijk snelle lichtimpuls bijna altijd (bij correcte scherpstelling) gestoken scherp weergegeven. Daarentegen worden alle andere objectdelen – namelijk de delen die voldoende door het aanwezige licht zijn belicht, resp. zelf oplichten – in hetzelfde beeld met wisselende scherpte afgebeeld. Of deze objectdelen scherp of onduidelijk worden weergegeven, resp. hoe groot de “vaagheid” is, wordt door twee onafhankelijke factoren bepaald. 1.
Flits-belichtingscompensatie Met deze functie kan de flitsbelichting onafhankelijk van de belichting door het aanwezige licht bewust worden afgezwakt of versterkt, bijv. om bij een buitenopname in de avond het gezicht van een persoon op de voorgrond te accentueren, terwijl de lichtsfeer moet worden gehandhaafd. Het gebruik van externe flitsapparaten Met de ISO-flitsschoen (1.11) van de LEICA X1 kunnen ook sterkere externe flitsapparaten gebruikt worden.
Overige functies Zelfontspanner Als de hoofdschakelaar (1.7, zie p. 88) op staat, is de LEICA X1 in de zelfontspannermodus. • De betreffende indicatie (2.1.11) verschijnt. Met de zelfontspanner kunt naar wens een opname met een vertraging van 2 of 10 s maken. Dit is heel handig, bijv. bij groepsopnamen waarbij u zelf ook in beeld wilt verschijnen of wanneer u bewegingsonscherpte bij het afdrukken wilt vermijden. In zulke gevallen is het raadzaam de camera op een statief te bevestigen.
Opmerkingen: • U kunt de zelfontspanner altijd weer herstarten door opnieuw op de ontspanner te drukken. Opmerkingen: • Formatteren alleen verwijdert de gegevens niet onherroepelijk van de kaart. Er wordt alleen de directory gewist, waardoor de bestaande gegevens niet meer bereikbaar zijn. Onder bepaalde omstandigheden en met de passende software kunnen de gegevens toch nog worden opgeroepen. Alleen gegevens die worden overgeschreven, zijn ook werkelijk volledig gewist.
Werkkleurruimte De vereisten voor kleurweergave kunnen aanmerkelijk verschillen, afhankelijk van de verschillende toepassingsmogelijkheden van uw digitale fotobestanden. Om deze reden zijn er verschillende kleurruimten ontwikkeld, bijvoorbeeld de RGB-norm (red/green/blue) die voor eenvoudig drukwerk absoluut voldoende is. Voor veeleisendere beeldverwerking met specifieke programma’s, bijv. voor kleurcorrectie, is Adobe© RGB de geëtableerde standaard in de relevante sectors.
Gebruikersprofiel Met de LEICA X1 kunt u een willekeurige combinatie van menu-instellingen permanent opslaan, zodat deze bijv. snel en eenvoudig kunnen worden opgeroepen in herhaaldelijk terugkerende situaties/onderwerpen. Er zijn in totaal drie geheugenadressen voor zulke combinaties beschikbaar. U kunt alle menupunten ook weer in de fabrieksinstellingen resetten.
Weergavemodus Opmerkingen: • Als er een geheugenkaart is ingevoerd (zie p. 86), zullen enkel de afbeeldingen op de kaart voor weergave toegankelijk zijn, d.w.z. als u een afbeelding van het interne geheugen wilt bekijken, moet de kaart eerst worden verwijderd. Weergavemodus selecteren Druk op de PLAY-knop (1.16) om van opname- of menu-instellingsmodus naar de weergavemodus te starten.
Beeld vergroten/gelijktijdige weergave van 16 foto’s Met de LEICA X1 kunt u uitsnede van de opname tot 16 x vergroten, om deze gedetailleerder te bekijken. Andersom kunt u ook maximaal 16 beelden tegelijk bekijken, bijv. om een overzicht te verkrijgen of om een gezocht beeld sneller te vinden. In de 16-foto-weergave functioneert de selectie van andere opnamen net als bij weergave in normale grootte, behalve dat als u de knoppen ingedrukt houdt, het scrollen zeer snel gaat.
Opnamen wissen Opnamen op de geheugenkaart en in het interne geheugen kunnen altijd weer worden gewist. Dit kan nuttig zijn als u de opnamen bijv. op andere media heeft opgeslagen, als ze niet meer nodig zijn of wanneer u geheugen op de kaart wilt vrijmaken. De LEICA X1 biedt u de mogelijkheid naar wens enkele, gelijktijdig meerdere of zelfs alle opnamen te wissen. De overige bediening hangt af van uw wens om enkele, gelijktijdig meerdere of zelfs alle opnamen te wissen. Enkele opnamen wissen 1.
Opnamen beveiligen/beveiliging opheffen De op de geheugenkaart en in het interne geheugen opgeslagen opnamen kunnen tegen abusievelijk wissen worden beveiligd. Opmerkingen: • Als er een geheugenkaart is ingevoerd (zie p. 86), zullen enkel de afbeeldingen op de kaart voor het beveiligen/beveiliging opheffen toegankelijk zijn, d.w.z. als u een afbeelding van het interne geheugen wilt beveiligen of de beveiliging wilt opheffen, moet de kaart eerst worden verwijderd. 1. Selecteer Protect (3.30) in het menu.
Overige functies Weergave van portretformaat Normaal gesproken worden de opnamen op het scherm weergegeven zoals ze werden gemaakt, d.w.z. als de camera horizontaal werd gehouden, zal de weergave ook horizontaal zijn. Bij portretopnamen, waarbij de camera verticaal werd gehouden, is dit onpraktisch omdat de camera, als deze weer horizontaal wordt gehouden, de opname niet rechtop zal tonen. De LEICA X1 heeft hier een oplossing voor. Selecteer Auto Rotate Display (3.
Diversen Weergave met HDMI apparatuur Met de LEICA X1 kunt u uw foto’s met een tv, projector, of monitor met HDMI-ingang bekijken, waardoor een optimale weergave gegarandeerd is. Bovendien kunt u uit drie resolutieniveaus kiezen: 1080i, 720p en 480p. De camera kiest automatisch de maximale resolutie die mogelijk is (voor het aangesloten toestel), maar hoogstens op het ingestelde niveau.
Belangrijk: • Gebruik uitsluitend de meegeleverde USB-kabel (C) Kaartlezers aansluiten en gegevens overdragen De beeldbestanden kunnen op andere computers met een standaard kaartlezer voor SD/SDHC-geheugenkaarten worden ingelezen. Kaartlezers met een USB-aansluiting zijn beschikbaar voor computers met USB. • Zolang gegevens van de LEICA X1 naar de computer worden gekopieerd, mag in geen geval de verbinding worden verbroken door de USB-kabel eruit te trekken.
Systeemvereisten Microsoft® Windows® XP met Service Pack 2 of latere Windows® versies; Mac OS X 10.4.11 of hoger In sommige Windows-versies kan er een waarschuwing over een ontbrekende Windows-signatuur worden gemeld. Negeer de melding en ga verder met de installatie.
Accessoires LEICA X1 Transporttas Topkwaliteit tas van echt leer (bruin). Met schouderriem. (Bestelnr. 18 709) LEICA X1 Paraattas Topkwaliteit tas van echt leer (grijs) waarmee u de camera met de bevestigde handgreep (zie onder) meeneemt. Inclusief een kleine lederen foedraal voor de externe zoeker (zie onder). (Bestelnr. 18 710) LEICA X1 Bright Line Finder 36 mm Hoge kwaliteit externe optische zoeker die speciaal voor de LEICA X1 is ontworpen.
LEICA X1 Handgreep Met de handgreep van de LEICA X 1 draagt u de camera veilig en comfortabel. Deze wordt bevestigd aan de statiefschroefdraad met de kartelschroef onderaan de handgreep. (Bestelnr. 18 712) Vervangende onderdelen Bestelnr. Lensdop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 423-089.003-024 Leren draagriem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 439-612.060-000 USB-kabel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Voorzorgsmaatregelen en onderhoud Zorg ervoor, dat zand of stof niet in de LEICA X1 kan binnendringen, bijv. aan het strand. • Zand en stof kunnen de camera en geheugenkaart beschadigen. Wees vooral voorzichtig bij het invoeren en verwijderen van de kaart.
Sensor Hoogtestraling (bijv. bij vluchten) kan pixeldefecten veroorzaken. Voor het objectief • Normaal gesproken voldoet een haren borsteltje om stof van de buitenste lens te verwijderen. Als er vaster vuil op zit, dient deze voorzichtig met een volledig schone en zachte doek waar absoluut geen ander materiaal op- of aanzit met cirkelbewegingen van binnen naar buiten te worden gereinigd.
Voor geheugenkaarten • Zolang een opname wordt opgeslagen of de geheugenkaart wordt uitgelezen, mag deze niet worden verwijderd en mag de LEICA X1 niet worden uitgeschakeld en niet aan trillingen worden blootgesteld. • Geheugenkaarten moeten voor de veiligheid in principe uitsluitend in het meegeleverde antistatische foedraal worden bewaard. • Bewaar geheugenkaarten niet waar ze aan hoge temperaturen, direct zonlicht, magneetvelden of statische ontlading zijn blootgesteld.
Opbergen • Wanneer u the LEICA X1 langere tijd niet gebruikt, is het raadzaam dat u: a. deze uitschakelt (zie p. 88), b. de geheugenkaart verwijdert (zie p. 86), en c. de batterij verwijdert (zie p. 85) (na hoogstens 3 dagen zullen datum en tijd verloren gaan (zie p. 84). • Lenzen werken als vergrootglazen als er helder zonlicht op de camera schijnt. Laat de camera daarom nooit zonder bescherming in helder zonlicht staan.
Technische gegevens Autofocussysteem Contrast-gebaseerd systeem dat gebruik maakt van de beeldsensor, optionele AF-assist-lamp voor situaties met weinig licht. Sensor APS-C-maat (23.6 x15.7 mm) CMOS Sensor met 12.9 Megapixels, aspect ratio 3:2 Afstandsinstelgebied Automatische afstandsinstelling van 60 cm/30 cm tot oneindig (AF/AF-Macro). Handmatige afstandsinstelling van 30 cm tot oneindig met instelwieltje achterop de camera, naar keuze met vergrootfunctie als hulpmiddel bij het scherpstellen.
Flitsprogramma’s Flitser wordt aan- en uitgeschakeld door deze uit of in te schuiven, automatische flitsactivering zonder voorflits, handmatige flitsactivering met en zonder voorflits, automatische flitsactivering met trage sluitertijden met of zonder voorflits, studiomodus om een externe slave-flitser te activeren. Aansluitingen 5-pin mini USB aansluiting 2.0 high-speed voor snelle gegevensoverdracht naar de computer, HDMI-aansluiting voor directe digitale verbinding met betreffende apparatuur.
Leica informatiedienst Technische vragen over het Leica-programma worden schriftelijk, telefonisch of per e-mail beantwoord door de Leica informatiedienst: Leica Akademie Naast hoogwaardige producten uit de topklasse voor observatie tot en met weergave bieden wij reeds vele jaren als bijzondere service in de Leica Akademie praktijkgerichte seminars en opleidingen aan. Hier kunnen zowel beginners als gevorderde foto-enthousiastelingen kennis vergaren over fotografie, projectie en vergroting.
Handelsmerk van de Leica Camera Groep/ R Gedeponeerd handelsmerk © 2009 Leica Camera AG
Leica Camera AG / Oskar-Barnack-Str. 11 / D-35606 Solms www.leica-camera.com / info@leica-camera.com Telefon +49 (0) 64 42- 208-0 / Telefax +49 (0) 64 42- 208-333 93 337 XI/ 09/ EX/ B.