Operation Manual
WEERGAVEMODUS
KIEZEN VAN DE OPNAME- EN
WEERGAVEMODI
Na het inschakelen staat de Leica S in principe altijd in de opnamemo-
dus.
Voor de weergave van opnames kan uit twee modi worden gekozen:
-
PLAY Continu weergave
-
Auto Review. Automatische weergave na elke opname
CONTINU WEERGAVE –
PLAY
Instellen van de optie
Door kort op de knop (1.21) te drukken, kunt u de normale weergavemo-
dus oproepen, waarbij het er niet toe doet of u dit
- vanuit de opnamemodus doet, d.w.z. met uitgeschakeld LCD-scherm,
of
- vanuit de opnamegegevens-weergave ((4.1), zie p. 12/26), of
- vanuit de
Auto Review.
• Op het LCD-scherm verschijnt het laatst opgenomen beeld, alsook de
betreffende indicaties (4.2.1 – 4.2.9) (zie p. 13).
Als er echter geen beeldbestand op de geplaatste geheugenkaarten
staat, zal na het omschakelen naar weergave hierover de volgende
melding verschijnen:
No image to display.
AUTOMATISCHE WEERGAVE VAN TELKENS DE LAATSTE
OPNAME
In de modus
Auto Review. wordt elk beeld direct na de opname op
het LCD-scherm (1.23) getoond. U kunt zelf vastleggen, hoe lang de
opname moet worden weergegeven.
Instellen van de functie
1. Selecteer in het menu, in het gedeelte
SETUP (zie p. 17/26) Auto
Review
(5.24),
2. in het bijbehorende submenu eerst het punt
Duration en
3. in het daarna verschijnende submenu de gewenste optie, resp. tijds-
duur: (
Off, 1 Second, 3 Second, 5 Second, Hold).
Opmerkingen:
• Vanuit de modus
Auto Review kunt u altijd naar de modus PLAY (z.
hierboven) omschakelen.
• Zelfs opnamen die nog niet van de bufferopslag van de camera naar
een kaart zijn overgedragen – de LED (1.20) knippert nog – kunnen
meteen worden bekeken.
Daarentegen zijn de opnamen die op de kaart staan tijdens de lopen-
de gegevensoverdracht niet toegankelijk.
• De Leica S slaat de opnamen volgens de DCF-Standards (Design Rule
for Camera File System) op.
• Met de Leica S kunnen alleen de met Leica S-camera’s opgenomen
beelden worden getoond.
• Als de beeldgegevens parallel in het JPEG- en in het DNG-formaat
worden opgeslagen (zie p. 32), zal in principe altijd het beeld van het
DNG-bestand worden weergegeven.
• Wanneer u met de optie voor serie-opnamen of automatische belich-
tingsreeksen (zie p. 36/40) hebt gefotografeerd, wordt in beide weer-
gavemodi altijd eerst het laatste beeld van de serie getoond. Zie voor
selectie van andere opnamen van de serie pagina 58.
NORMALE WEERGAVE (4.1)
Om de opnamen ongestoord te kunnen bekijken, verschijnen er in de
normale weergave alleen
- de informatie in de kopregel (4.2.1 -4.2.6) en
- boven rechts een pictogram (4.2.7) dat aanduidt dat het instelwiel of
bladeren of op vergroten is ingesteld.
- als er een uitsnede wordt getoond (zie p. 58) zal er een rechthoek met
een kader binnenin verschijnen (4.2.8) dat – ongeveer – positie en
afmetingen van de uitsnede aanduidt.
Behalve de normale weergave kunt u ook nog kiezen uit 3 varianten met
verschillende extra informatie. Alle 4 varianten zijn in een eindeloze lus
gerangschikt.
56










