Operation Manual

FLITSMODUS
ALGEMENE INFORMATIE OVER METING EN REGELING
FLITSBELICHTING
De Leica S bepaalt het benodigde flitsvermogen door het afgeven van
meerdere meetflitsen in een fractie van een seconde vóór de eigenlijke
opname. Direct daarna, bij het begin van de belichting, wordt de hoofd-
flits afgegeven.
Met alle factoren die de belichting beïnvloeden (bijv. filter, diafragma,
afstand tot hoofdmotief, reflecterende plafonds,…) wordt automatisch
rekening gehouden.
GESCHIKTE FLITSAPPARATEN
Aansluiting via de flitsschoen (1.14)
- alle flitsers en studio-flitsapparatuur die aan de actuele ISO-norm
10330, alsook de oudere DIN 19014 voldoen
1
(positieve polariteit aan
X-contact)
Aansluiten m.b.v. de onderste LEMO
®
-aansluiting (1.34)
- alle flitsapparatuur en studioflitsinstallaties waarvan de regeling via een
speciale kabel mogelijk is.
Aansluiting via de flitseraansluiting (1.31)
- studioflitsinstallaties en andere flitsapparatuur met flitserkabel en
genormeerde flitserstekker
De volgende flitsapparaten op de LEICA S zijn geschikt voor alle opties
die in deze handleiding zijn beschreven:
1
Wilt u bijv. een studioflitsinstallatie op de Leica S aansluiten die niet aan de ISO-
norm voldoet, wendt u zich dan tot de Customer Service van Leica Camera AG
(zie voor adres p. 74) of de klantenservice van een Leica-vertegenwoordiging.
Het systeemflitsapparaat Leica SF 58 (zie p. 65). Met een maximaal
richtgetal van 58 (bij ISO 100 en 105mm-instelling), een automatisch
aangestuurde zoom-reflector, een naar keuze inschakelbare, tweede
reflector, evenals vele overige functies is dit een krachtig en veelzijdig
apparaat. Dankzij een vast ingebouwde flitservoet met extra regel en
signaalcontacten, die voor de automatische overdracht van een hele
reeks gegevens en instellingen zijn, is het zeer eenvoudig te bedienen.
Flitsapparaten die aan de technische voorwaarden van een System-
Camera-Adaption (SCA) van het systeem 3002 voldoen, met de adapter
SCA-3502-M5 2,3 zijn uitgerust, het richtgetal kunnen regelen en HSS-
compatibel zijn (zie p. 54).
Er kunnen echter ook andere, gebruikelijke externe flitsapparaten met
gestandaardiseerde flitservoet 4, 5 en ontsteking via het positieve
middencontact (X-contact, 1.14a) worden gebruikt (zonder TTL-flitser-
regeling). Wij adviseren het gebruik van thyristor-geregelde elektronen-
flitsers.
2
Bij het gebruik van de adapter SCA-3502 (vanaf versie 5) kan de witbalans (zie p.
33) voor een correcte kleurweergave op Automatisch worden gezet.
3
Het gebruik van systeemflitsapparaten van andere camerafabrikanten, alsook
SCA-adapters voor andere camerasystemen, wordt niet geadviseerd, omdat de
afwijkende bezetting van contacten tot verkeerde werking of zelfs tot schade kan
leiden.
4
Als u flitsers gebruikt die niet speciaal aan de Leica S zijn aangepast, dient u de
witbalans van de camera evt. handmatig op in te stellen.
5
Het geopende diafragma van het objectief en de gevoeligheid moeten evt. hand-
matig op het flitsapparaat worden ingesteld.
FLITS-SYNCHRONISATIETIJD
De flitssynchronisatietijd van de Leica S bedraagt bij gebruikelijke flits-
processen, d.w.z. door instelling van het sluitertijden-instelwiel op
(zie p. 8) met de spleetsluiter van de camera
1
/
125
s. Als u de centraal-
sluiter van dergelijk uitgeruste objectieven (zie p. 24/65) gebruikt,
staan er u zelfs alle sluitertijden t/m
1
/
1000
s ter beschikking.
Met systeem-compatibele HSS-flitsers -(zie p. 54) kunt u ook alle kor-
tere sluitertijden gebruiken.
Vooral studioflitsinstallaties hebben vaak flitstijden die aanzienlijk
langer dan de genoemde synchronisatietijden zijn. Om de hoeveelheid
licht van deze flitsers volledig te kunnen gebruiken, zijn langere tijden
raadzaam.
Opmerkingen:
Bij alle sluitertijden t/m de synchronisatietijd
1
/
125
s zal er in de zoeker
een
X oplichten (2.5b), als aanduiding dat u met deze tijden normaal
kunt flitsen.
Als het sluitertijden-instelwiel is ingesteld op
, zullen de ingestelde
belichtingsprogramma's evt. wegens de vastgelegde sluitertijden
anders worden ingesteld, d.w.z. van
op , ofwel van op
(zie p. 42). Als er weer een sluitertijd wordt vastgelegd
zullen de oorspronkelijke programma's weer worden ingesteld
Als u de Leica SF 58 (zie p. 65) gebruikt en op de camera kortere
sluitertijden instelt, d.w.z. korter dan of gelijk aan
1
/
180
s met de
spleetsluiter en
1
/
1500
s met de centraalsluiter, dan schakelt de flitser
automatisch om naar de HSS-modus (zie p. 54).
52