Operation Manual
45
DIAFRAGMA-AUTOMAAT - T
Instellen van de modus
1. Door op het instelwiel (1.18) te drukken, stelt u het diafragma op auto-
matische regeling in, d.w.z. in dit geval op Diafragma-automaat.
2. Stel met het sluitertijden-instelwiel (1.11) de gewenste belichtingstijd in.
Het objectiefdiafragma wordt dan automatisch bepaald door het aan-
wezige licht en wel traploos van het geopende tot het kleinste diafragma
van het betreffende objectief.
In de zoeker en het display aan de bovenzijde verschijnen
• T (time priority) voor het gekozen belichtingsprogramma (2.3.c/3.8)
• de automatisch gestuurde diafragmawaarde (2.4/3.11).
• de handmatig ingestelde tijdwaarde (2.2.a/3.12)
Opmerkingen:
• Als gelijktijdig de automatische gevoeligheidsinstelling is geactiveerd
(zie p. 34), zal zich het regelgebied van de diafragma-automaat ver-
groten. Een maximale sluitertijd die u evt. in samenhang met de auto-
matische gevoeligheidsinstelling hebt ingesteld, blijft echter zonder
uitwerking.
• Bij zeer weinig licht of uitzonderlijke helderheid kan het voorkomen dat
het beschikbare diafragmagebied van het gebruikte objectief voor de
gekozen belichtingstijd niet meer voldoende is. Stel, indien mogelijk,
een andere sluitertijd in. Over het algemeen zal er ook in deze gevallen
een juiste belichting plaatsvinden door automatische instelling van een
geschikte sluitertijd, d.w.z. door „oversturing“ van de handmatige
instelling.
(2.2b) verschijnt evt. ook als waarschuwing voor het
onderschrijden van het meetgebied (zie p. 41). Een juiste belichtings-
meting is dan niet meer mogelijk.
• Als het sluitertijden-instelwiel op
(=
1
/
125
s) is ingesteld, zal de camera
op
M omschakelen (zie volgende sectie). Zo gauw er een andere sluiter-
tijd wordt ingesteld, zal hij terugschakelen naar T.
HANDMATIGE INSTELLING VAN DIAFRAGMA EN
BELICHTINGSTIJD - M
Instellen van de modus
1. Stel door lang (≥1s) op het instelwiel (1.18) te drukken het diafragma
op handmatige regeling in.
2. Stel het gewenste diafragma in door aan het instelwiel te draaien.
3. Stel met het sluitertijden-instelwiel (1.11) de gewenste belichtingstijd
in.
In de zoeker en het display aan de bovenzijde verschijnen
• M voor het gekozen belichtingsprogramma (2.3.d/3.8),
• de handmatig ingestelde tijd-(2.2.a/3.12) en diafragmawaarden
(2.4/3.11), alsook
• een lichtschaal (2.6) waarmee de belichtingscompensatie plaatsvindt.
De lichtschaal toont de afwijking van de zojuist ingestelde tijd-/dia-
fragma combinatie ten opzichte van de gemeten belichtingswaarde. In
het gebied van ±3 EV vindt de indicatie plaats in
1
/
2
EV-stappen. Grotere
afwijkingen worden aangeduid door het knipperen van de buitenste mar-
kering van de lichtschaal.
Diafragma en/of tijd zijn voor een correcte belichting volgens de belich-
tingsmeterindicatie zolang te wijzigen tot slechts de nulmarkering van de
lichtschaal oplicht.
Opmerking:
Als gelijktijdig de automatische gevoeligheidsinstelling geactiveerd is
(zie p. 34), zal de laatste handmatige instelling worden toegepast.
Als er evt. in verband met de automatische gevoeligheidsinstelling een
maximale sluitertijd is ingesteld, blijft deze instelling zonder uitwerking.










