Operation Manual
44
DE BELICHTINGSPROGRAMMA'S
De Leica S biedt u 4 belichtingsprogramma's ter keuze aan.
PROGRAMMA-AUTOMAAT - P
Instellen van de modus
1. Door op het instelwiel (1.18) te drukken, stelt u het diafragma op auto-
matische regeling in, d.w.z. in dit geval op Programma-automaat.
2. Zet de sluitertijdknop (1.11) op
AUTO.
Belichtingstijd en objectiefdiafragma worden nu automatisch aan de
hand van het beschikbare licht traploos ingesteld tussen 125s en
1
/
4000
s,
resp.
1
/
1000
s, bij gebruik van de centraalsluiter in sommige Leica-S-objec-
tieven, en tussen volledig open en het kleinste beschikbare diafragma
van het betreffende objectief.
In de zoeker en het display aan de bovenzijde verschijnen
• P (2.3.a/3.8) voor het gekozen belichtingsprogramma en
• de automatisch geregelde tijd-(2.2.a/3.12) en diafragmawaarden
(2.4/3.11).
Opmerkingen:
• Als u gelijktijdig de automatische gevoeligheidsinstelling (zie p. 34) hebt
geactiveerd, zal de sluitertijd ook bij volledig open diafragma pas over
de 1/brandpunt-tijd heen worden verlengd als de hoogste ingestelde
gevoeligheid is bereikt.
• Bij zeer weinig licht of uitzonderlijke helderheid kan het voorkomen dat
het beschikbare tijd/diafragma-bereik onvoldoende is. In zulke – uiterst
zeldzame – gevallen zal er in de zoeker
(2.2b) voor onderbelichting
verschijnen (evt. ook als waarschuwing voor onderschrijden van het
meetgebied; zie hierover „Onderschrijden van het meetgebied“, p. 41),
of
(2.2b) voor onderbelichting. Een juiste belichtingsmeting is dan
niet meer mogelijk.
Programma-Shift
Met de optie Programma-Shift van de Leica S kunt u de sluitertijd/
diafragma-combinatie die door de Programma-automaat is ingesteld wij-
zigen, terwijl de algehele belichting, d.w.z. de helderheid van het beeld,
ongewijzigd blijft.
Instellen van de functie
Draai aan het instelwiel (1.18)
- naar rechts voor een groter diafragma (kleiner getal), resp. voor kortere
sluitertijden
- naar links voor een kleiner diafragma (groter getal), resp. voor langere
sluitertijden
In de zoeker en het display aan de bovenzijde verschijnen
• P (2.3.a/3.8) voor het gekozen belichtingsprogramma,
•
S (3.10) op het display aan de bovenzijde als indicatie dat de Shift-optie
aan staat, en
• de automatisch geregelde tijd- (2.2.a/3.12) en diafragmawaarden
(2.4/3.11), die zich tegengesteld veranderen.
Opmerking:
Shift-instellingen blijven behouden
- als er een opname is gemaakt
- ongeacht en langer dan de 12s (zie p. 36) die het belichtingssysteem
ingesteld blijft,
maar niet
- als u naar een ander belichtingsprogramma wisselt (A, T, M)
- bij het uit- en inschakelen van de camera (ook door
Auto power Off).
Dat betekent dat in deze gevallen de camera, als u de Programma-auto-
maat opnieuw instelt, altijd eerst de standaardinstelling van sluitertijd en
diafragma toepast.
TIJDAUTOMAAT - A
Instellen van het programma
1. Stel met een druk op het instelwiel (1.18) het diafragma op handma-
tige regeling in.
2. Zet de sluitertijd-draaiknop (1.11) op A.
3. Stel het gewenste diafragma in door aan het instelwiel te draaien.
De belichtingstijd wordt nu automatisch aan de hand van het beschik-
bare licht traploos ingesteld tussen 125s en
1
/
4000
s, resp.
1
/
1000
s,
bij gebruik van de centraalsluiter in sommige Leica-S-objectieven.
In de zoeker en het display aan de bovenzijde verschijnen
• A (aperture priority) voor het gekozen belichtingsprogramma
(2.3.b/3.8),
• de handmatig ingestelde diafragmawaarde (2.4/3.11), alsook
• de handmatig ingestelde tijdwaarde (2.2.a/3.12).
Opmerkingen:
• Als gelijktijdig de automatische gevoeligheidsinstelling is geactiveerd
(zie p. 34), zal het regelgebied van de tijdautomaat zich vergroten.
• Bij zeer weinig licht of uitzonderlijke helderheid kan het voorkomen dat
het beschikbare sluitertijdengebied voor het gekozen diafragma-gebied
onvoldoende is. In zulke – uiterst zeldzame – gevallen zal er in de zoeker
(2.2b) voor onderbelichting verschijnen (evt. ook als waarschuwing
voor onderschrijden van het meetgebied; zie hierover „Onderschrijden
van het meetgebied“, p. 41), of
(2.2b) voor onderbelichting. Een juis-
te belichtingsmeting is dan niet meer mogelijk.










