Operation Manual
42
BELICHTINGSREGELING
INSTELLEN VAN SLUITERTIJD EN DIAFRAGMA / KEUZE VAN
BELICHTINGSPROGRAMMA
In de Leica S kunt u zowel de instelling
- van de sluitertijd- en diafragmawaarden bij handmatige voorkeuze,
- alsook die van de 3 automatische belichtingsprogramma's
met maar 2 bedieningselementen, nl. het sluitertijd-instelwiel (1.11) en
het instelwiel (1.18) uitvoeren.
Zowel in de zoeker (1.16/2), alsook op het display aan de bovenzijde
(1.12/3) en op het LCD-scherm (1.23/4), bij de indicatie van opname-
gegevens (4.1) en in het display
INFO (4.5) worden de betreffende instel-
lingen evenals de gekozen bedrijfsmodi getoond (zie daartoe ook de
betreffende verklaringen en opsommingen op de pp. 10 en 11).
SLUITERTIJDENWIEL (1.11)
Met dit wiel stelt u handmatig de sluitertijd in in de programma's
(Handmatig instellen van sluitertijd en diafragma) en
(Diafragma-
automaat).
Afhankelijk van het gebruikte diafragma staan de volgende sluitertijden
ter beschikking:
- met de spleetsluiter van de camera – Hoofdschakelaar (1.15) op
FPS
(zie p. 25) - van 6s t/m
1
/
4000
s
- met de geïntegreerde centraalsluiter van sommige Leica S-objectieven
– Hoofdschakelaar (1.10) op
CS (zie p. 25) – van 6s t/m
1
/
1000
s. Als er
echter langere sluitertijden dan 8s (via menu, zie p. 46) of kortere slui-
tertijden worden ingesteld, zal de camera automatisch naar spleetslui-
ter omschakelen.
- In beide gevallen kunt u ook halve tijd-trappen instellen.
Opmerking:
De langste, handmatig instelbare sluitertijd (bij
en ) is 6s. Dit corres-
pondeert op het instelwiel met de positie tussen de laatste ingegraveerde
sluitertijd 4s en
(voor flits-synchronisatietijd).
Voor automatische en traploze regeling van de sluitertijd door de camera
- in de programma's
(Programmautomatik) en (Zeitautomatik) –
moet u de positie
Auto instellen.
Langdurige belichtingen tot max 125s kunt u instellen in stand
B.
Bij gebruik van niet-systeemconforme flitsers en de camera-interne
spleetsluiter adviseren wij u de flitssynchronisatietijd (
1
/
125
s = ) te
gebruiken.
HET INSTELWIEL (1.18)
Door te draaien aan het instelwiel stelt u het diafragma handmatig in in de
programma's
en . Er zijn ook halve trappen mogelijk.
Door op het instelwiel te drukken wisselt u tussen de handmatige instel-
ling van het diafragma en de automatische regeling door de camera – in
de programma's
en .
De tabel verduidelijkt de functionele samenhang tussen de beide bedie-
ningselementen
Instelling van de Modus/Programma Instelwiel
Sluitertijdenwiel
Draaien Drukken
6s t/m
1
/
4000
s Handmatige instelling wijzigt de diafragmawaarde leidt naar wissel tot
Diafragma-automaat geen functie leidt naar wissel tot
Auto Tijdautomaat wijzigt diafragmawaarde leidt naar wissel tot
Programma-automaat leidt naar „Shiften“ van de leidt naar wissel tot
vastgelegde sluitertijd- en
diafragmawaarde (zie p. 44)










