Operation Manual
41
Opmerkingen:
• Afhankelijk van het belichtingsprogramma (zie de sectie „Belichtingsre-
geling“, vanaf p. 42) ontstaan de belichtingsstappen door het aanpas-
sen van de sluitertijden en/of diafragma's.
• De volgorde van de belichtingen is: overbelichting(en), juiste belichting,
onderbelichting(en)
• Bij toepassing van de automatische belichtingsreeks zijn alle
AUTO ISO-
instellingen (zie. p. 34) vastgelegd:
- De door de camera automatisch voor de ongecorrigeerde opname
uitgerekende gevoeligheid zal ook voor alle andere opnamen van een
reeks worden gebruikt, d.w.z. dat deze ISO-waarde in het verloop van
de reeks niet wordt gewijzigd.
- De instellingen in de
AUTO ISO-submenu's zijn zonder uitwerking, d.w.z.
het beschikbare sluitertijden-bereik staat in volle omvang ter beschik-
king.
Afhankelijk van de oorspronkelijke belichtingsinstelling kan het werk-
gebied van de automatische belichtingsreeks beperkt zijn.
• Onafhankelijk daarvan wordt altijd het ingestelde aantal opnamen
gemaakt en zijn daarom evt. aan het eind van het werkgebied meerdere
opnames van een serie op dezelfde manier belicht.
• De optie blijft actief tot deze weer in het menu wordt uitgeschakeld of
de camera wordt uitgeschakeld.
OVER- EN ONDERSCHRIJDING VAN MEETBEREIK
Wanneer het meetbereik van de camera wordt onderschreden, is een
precieze belichtingsmeting niet mogelijk. De evt. in de zoeker nog aan-
wezige meetwaarden kunnen tot verkeerde belichtingsresultaten leiden.
Daarom verschijnt bij een onderschreden meetgebied altijd de indicatie
(2.2b) in de zoeker.










