Operation Manual

39
Opslaan met de 5-richtingsknop
U kunt de scherpte- en belichtingsinstellingen ook opslaan, behalve
met de ontspanner, ten dele of volledig, door de 5-richtingsknop naar
voren te duwen. De functies van beide bedieningselementen worden in
het menu vastgelegd.
Instellen van de functie
1. Selecteer in het menu, in het gedeelte
SETUP (zie p. 17/26) AE-/AF-
Lock
(5.32) en
2. in het bijbehorende submenu eerst of u de functie van de in het menu
vastgelegde AF- of MF-modus wilt instellen.
In de autofocusmodus
3. Kies in het betreffende submenu een van de volgende varianten:
-
AF-L (AF Lock = AF-opslag)
De ontspanner zal de belichting en de autofocus-instelling opslaan.
Als u de 5-richtingsknop (1.17) ingedrukt houdt, wordt de autofocus-
instelling ook opgeslagen, zelfs als u de ontspanner loslaat.
-
AE-L (AE Lock = AE-opslag)
De ontspanner slaat de belichting en de autofocus-instelling op. Als u
de 5-richtingsknop (1.17) ingedrukt houdt, wordt de belichtingsinstel-
ling ook opgeslagen, zelfs als u de ontspanner loslaat.
-
AF-L + AE-L
De instellingen die eerst met de ontspanner zijn opgeslagen, blijven
behouden zolang de 5-richtingsknop (1.17) ingedrukt blijft.
In de MF-modus
Bij de handmatige scherpte-instelling kunt u met de 5-richtingsknop de
AF-modus en/of afhankelijk van de instelling de belichting toch nog
tijdelijk activeren, d.w.z. voor de momentele opname.
3. Kies in het betreffende submenu een van de volgende varianten:
-
AFs On (Autofocus single)
Door de 5-richtingsknop (1.17) naar voren te duwen, activeert u deze
AF-modus voor één opname. De scherpte-instelling die daarop volgt
blijft behouden totdat u deze verandert door handmatig bij te stellen,
of door opnieuw op de knop te drukken. De belichtings- en autofocus-
instellingen zullen worden opgeslagen als de ontspanner (1.1) tot het
drukpunt wordt ingedrukt.
-
AFs On / AE-L
Net als AFs on, maar door op de knop te drukken, slaat u gelijktijdig de
belichtingsinstelling op. De autofocus-instelling wordt verder met de
ontspanner opgeslagen.
-
AFc On (Autofocus continuous)
Door op de 5-richtingsknop te drukken (1.17) activeert u deze modus
voor één opname. De scherpte-instelling blijft behouden totdat u deze
verandert door handmatig bij te stellen, of door opnieuw op de knop te
drukken. De belichtingsinstelling zal worden opgeslagen door de ont-
spanner tot het drukpunt in te drukken, maar de autofocus-instelling
niet.
-
AFc On / AE-L
Net als AFc on, maar door op de knop te drukken, slaat u gelijktijdig
de belichtingsinstelling op. De autofocus-instelling kan niet worden
opgeslagen.
-
AE-L
Door op de 5-richtingsknop (1.17) te drukken, wordt de belichtingsin-
stelling opgeslagen.
BELICHTINGSCORRECTIES
Instellen en verwijderen van een belichtingscorrectie
1. Selecteer in het menu, in het gedeelte
CAMERA (zie p. 16/26) Exp.
Compensation
(5.4).
Op het LCD-scherm verschijnt een schaal met een rood gekenmerk-
te EV-waarde in de vorm van een submenu en daarboven een witte
driehoek om de betreffende instelling aan te duiden. Als deze op de
waarde
O staat, wil dit zeggen dat de functie uitgeschakeld is.
2. Stelt u in het bijbehorende submenu de gewenste waarde in door aan
het instelwiel (1.18) te draaien, resp. door de 5-richtingsknop (1.17)
naar links of rechts te duwen.
In de oorspronkelijke menulijst wordt een ingestelde correctie met
EV+X
1
aangeduid.
In de zoeker verschijnt
het betreffende pictogram (2.8) en de correctiewaarde op de licht-
schaal (2.6)
Op het display aan de bovenzijde verschijnt
+ of - (3.9), afhankelijk van de richting van de correctie
Opmerkingen:
Een ingestelde correctiewaarde blijft ook behouden als u de camera
uitschakelt.
Deze menufunctie kunt u ook direct oproepen (zie p. 29) door langer op
de knop te drukken (1.23).
Belangrijk:
Een op de camera ingestelde belichtingscorrectie beïnvloedt uitsluitend
de meting van het voorhanden licht, d.w.z. niet die van de flitser (Meer
informatie over flitsfotografie vindt u in het gedeelte vanaf p. 52).
1
Voorbeeld, ofwel plus of minus, Xstaat voor de betreffende waarde