Operation Manual
36
OPNAMEMODUS
DE ONTSPANNER
De Leica S heeft een drietraps-ontspanner (1.1):
1. Door hem kort aan te tippen activeert u de afstands- en belichtings-
meetsystemen, alsook de indicaties in de zoeker en op het display aan
de bovenzijde van de camera.
Als u de ontspanner in deze stand vasthoudt, blijven de meetsystemen
en indicaties aan.
Als u de ontspanner loslaat, blijven de meetsystemen en indicaties nog
ca. 12s ingeschakeld.
Opmerkingen:
• Als van tevoren de weergavemodus was ingesteld (zie p. 56), zal de
camera bij het aantippen van de ontspanner naar de opnamemodus
wisselen; als de camera in stand-by (zie p. 30) stond, zal hij daardoor
weer worden geactiveerd, d.w.z. de meetsystemen en indicaties wor-
den ingeschakeld.
• De ontspanner blijft geblokkeerd
- als het interne buffergeheugen tijdelijk vol is, bijv. na een opname-
reeks (ook als er geen geheugenkaart in de camera zit), of
- als de geheugenkaart(en) in de camera vol is/zijn.
2. Door het drukpunt in deze stand vast te houden, wordt de belich-
tingsmeetwaarde bij spot- en centrum-georiënteerde meting in de
programma's
, en opgeslagen (zie p. 44/45). Bij gebruik van
autofocus in het programma
AFs - scherpteprioriteit (zie p. 37) wordt
daardoor gelijktijdig de scherpte-instelling opgeslagen. Na het losla-
ten van de ontspanner kan een nieuwe meting worden uitgevoerd.
Opmerkingen:
Het opslaan van belichtingsmeetwaarde en/of de automatische scherp-
te-instelling kan via de menubediening bovendien nog aan de 5-richtings-
knop (1.17) worden toegewezen (zie p. 39).
3. Als u doordrukt, ontspant de camera, resp. start hij een evt. ingestelde
zelfontspannercyclus (zie p. 46).
Serieopnamen
Met de Leica S kunt u niet alleen afzonderlijke opnamen, maar ook serie-
opnamen maken.
Instellen en gebruik van de optie
1. Selecteer in het menu, in het gedeelte
CAMERA (zie p. 10/26) Drive
Mode
(5.1) en
2. in het bijbehorende submenu dan
Continuous.
3. De verdere werking bepaalt u dan zelf door de manier waarop u de ont-
spanner bedient:
- zolang u de ontspanner geheel ingedrukt houdt (en de capaciteit van
het buffergeheugen, ofwel de geheugenkaart(en) het toelaat), worden
er serieopnamen gemaakt.
- Als u de ontspanner echter kort indrukt, worden er verder afzonderlijke
opnamen gemaakt.
Opmerkingen:
• Het buffergeheugen van de camera laat maar een beperkte hoeveelheid
serieopnamen toe (zie p. 73). Bij het eerste drukpunt van de ontspanner,
ofwel tijdens de serieopname, ziet u in de zoeker (2.10a) hoeveel opna-
men in de serie mogelijk zijn, resp. nog mogelijk zijn.
• Onafhankelijk van het aantal opnamen in een serie, wordt in beide weer-
gavemodi (zie p. 56) vooralsnog de laatste foto van de serie resp. de
laatste foto van de serie getoond die op de geactiveerde geheugenkaart
(zie p. 60) is opgeslagen – mits op dit tijdstip nog niet alle opnamen van
de serie door het interne buffergeheugen van de camera naar de kaart
zijn overschreven.
In het gedeelte vanaf p. 56 is beschreven hoe de andere opnamen van
de serie kunnen worden gekozen en welke mogelijkheden er verder nog
zijn voor de weergave.










