Operation Manual

29
Sneltoegang tot menuopties
Voor bijzonder snelle bediening kunt u met de knoppen (1.25), (1.24),
(1.22), (1.21) en de diafragmaknop (1.4) tot wel 5 van de menu-opties
direct oproepen die u het belangrijkst vindt, ofwel die u het meest
gebruikt.
Bepaal hiervoor eerst telkens met welke knop u welke (menu)optie wilt
kunnen oproepen.
Instellen van de optie / knop-bezetting
1. Selecteer in het menu, in het gedeelte
SETUP (zie p. 17/26)
Custom Functions (5.31) en
2. in het bijbehorende submenu of u de optie wilt gebruiken of niet
Custom / Off.
3. Kies nu de gewenste knop.
In een korte lijst verschijnen er nu drie van de in totaal 16 (menu)
opties (zie p. 16/17) die ter beschikking staan.
4. Selecteer de optie die u in de toekomst met de in stap 3 genoemde
knop direct wilt kunnen oproepen, resp. uitvoeren, of kies
Off als u
geen snelkoppeling aan deze knop wilt toewijzen.
Wijs op dezelfde manier ook snelkoppelingen aan andere knoppen toe.
De geselecteerde menufuncties oproepen
Vervolgens kunt u altijd door langer (1s) op knoppen (1.25), (1.24),
(1.22), (1.21) en de diafragmeerknop (1.4) te drukken de daaraan
gekoppelde (menu)opties direct oproepen en daar dan verdere instel-
lingen in uitvoeren.
Opmerking:
Af fabriek zijn de knoppen met de volgende snelkoppelingen bezet:
Knop (1.22): Scherpte instellen (5.2)
Knop (1.23): Belichtingscorrectie (5.4)
Knop (1.25): Belichtingsmeting (5.3)
Knop (1.26): ISO (5.9)
Diafragmeerknop (1.4): diafragmeren