Operation Manual
212
DISTO pro
4
/ pro
4
a-1.0.0nl
Nederlands
nl
Basisfuncties, vervolg
De afstand tussen de
uitzetpunten is verdeeld in
afstandsvelden. Elk uitzetpunt ligt in
het midden van de betreffende
afstandsvelden.
Variabel (4.3.2)
Voor het uitzetten van variabele
afstanden.
Na oproepen van deze menufunctie
wordt het volgende getoond:
Invoervelden:
Er kunnen maximaal 20
variabele afstanden na elkaar
worden uitgezet.
De eerste variabele is reeds in zwart
gemarkeerd op het display.
Daarnaast wordt de meest recent
gebruikte afstandswaarde getoond.
Voer de variabele afstand "1"
in op het toetsenbord, roep
de waarde op uit het toetsen-
bordgeheugen of uit het
stapelgeheugen.
1-20
Kort indrukken om de invoer
te bevestigen.
De ingevoerde afstand wordt naast
de "1" getoond.
Druk op de besturingstoets
om de "2" variabele afstand
te markeren.
Voer de twee en alle overige
variabelen in zoals beschreven. De
eerste van de volgende variabelen,
die niet meer nodig zijn moet op "0"
worden gezet.
Kort indrukken om te
schakelen naar Meetmode en
het uitzetten te starten.
Richt de laser op het richtpunt.
Uitzetprocedures en displays van de
DISTO komen overeen met de
eerder beschreven menufunctie
"Constante" (4.3.1).
variabel 4.3.2
1
2
3
1
2
3
0.000m
0.000m
0.000m
PD-Z43
1.75 m
1
.5
m
1
.5
m
1.5 m
n 01
n 02
n 03
-0.518m
n: 01
0.000m
n: 02
0.325m
n: 03
Zodra de DISTO wordt bewogen
tussen twee uitzetpunten naar een
nieuw afstandsveld
- verandert het nummer in het display
(n)
- verandert het teken van de getoonde
gemeten waarden.
Voorbeeld Uitzetten:
Constante a ........................... 1.75 m
Constante x ............................. 1.5 m










