LEICA DIGILUX 1 Notice d’utilisation / Gebruiksaanwijzing Leica Camera AG / Oskar-Barnack-Straße 11 / D-35606 Solms www.leica-camera.com / info@leica-camera.
1.1 1.2 1.3 1.22 1.21 1.20 1.19 1.23 1.24 1.25 1.4 1.38 1.34 1.5 1.6 1.7 1.35 1.32 1.26 1.27 1.28 1.33 1.36 1.29 1.30 1.31 1.37 1.15 1.14 1.16 1.17 1.13 1.12 1.18 1.11 1.10 1.9 1.8 1.42 1.40 1.41 1.
1.1 1.2 1.3 1.22 1.21 1.20 1.19 1.23 1.24 1.25 1.4 1.38 1.34 1.5 1.6 1.7 1.35 1.32 1.26 1.27 1.28 1.33 1.36 1.29 1.30 1.31 1.37 1.15 1.14 1.16 1.17 1.13 1.12 1.18 1.11 1.10 1.9 1.8 1.42 1.40 1.41 1.
LEICA DIGILUX 1 Gebruiksaanwijzing Afbeeldingen op de binnenkant van de voor- en achterflappen
Waarschuwing Gebruik uitsluitend aanbevolen accessoires om storingen, kortsluiting of elektrische schokken te voorkomen. Stel het toestel niet bloot aan vocht of regen. Probeer niet delen van de behuizing (afsluitdeksels) te verwijderen. Vakkundige reparaties kunnen alleen in bevoegde serviceposten worden uitgevoerd. Aanwijzing Enkele onderdelen van dit toestel bevatten geringe hoeveelheden kwik of lood.
Geleverde onderdelen Voordat u de LEICA DIGILUX 1 in bedrijf stelt, moet u controleren of de meegeleverde accessoires volledig zijn. A. 64 MB SD-geheugenkaart B. Accu C. Voedingseenheid/acculader met netsnoer D. USB-verbindingskabel E. A/V-kabel F. Draagriem G. Handlus H. Lensdop met beveiligingskoord I. Lichtschacht voor LCD-monitor J.
Inhoudsopgave 102 104 105 108 Benaming van de onderdelen Camerabody De indicaties in het LCD-gegevensveld De indicaties op de LCD-monitor De menupunten 113 113 113 Beknopte handleiding Voorinstellingen Fotograferen/video-opnamen Bekijken van de opnamen Uitvoerige handleiding 114 114 115 115 115 115 116 116 117 118 Voorbereidingen Aanbrengen van de draagriem Aanbrengen van de handlus Plaatsen van de monitor-lichtschacht Openen van de lichtschacht Sluiten van de lichtschacht Plaatsen van de lensdop Pla
Andere functies, opnamemodus 134 Serieopnames 134 Opnames met geluid 135 Fotograferen met automatische programma-instelling (P) 136 Fotograferen met automatische diafragma-instelling (T) 136 Fotograferen met automatische tijdsinstelling (A) 137 Fotograferen met handmatige instelling van sluitertijd en diafragma (M) 138 De keuze van de belichtingsmetings methode 139 De meetwaarde-opslag 139 Belichtingscorrecties 140 Fotograferen met de automatische belichtingsreeks 141 Gebruiken van de autofocus-spotmeting 1
Benaming van de onderdelen Camerabody Vooraanzicht 1.1 Venster van de autofocus-sensoren 1.2 Kijkvenster van de optische zoeker 1.3 Flitsbelichtingsmeetcel 1.4 Flitsreflector 1.5 Zelfontspanner-lichtdiode 1.6 Keuzehendel voor de scherpteinstellingsmodus (E/L/+) 1.7 Objectief LEICA DC VARIO-SUMMICRON 1 : 2–2,5/7–21 mm ASPH. Bovenaanzicht 1.8 Afschroefbare voorring 1.9 Ring voor handmatige scherpte-instelling 1.10 Zoomhendel 1.11 Ontspanner 1.12 Zelfontspannerknop (Q) 1.
Zijaanzicht rechts 1.38 Draagriemoog 1.39 Geheugenkaart-schacht Onderaanzicht 1.40 Vergrendelingshendel voor deksel accuvak 1.41 Deksel accuvak 1.
De indicaties in het LCD-gegevensveld De weergegeven functies komen overeen met die van de LCD-monitor. 2.1 2.1 2.17 2.15 2.4 2.2 2.3 2.16 2.5 2.14 2.13 2.6 2.12 2.10 2.11 Benaming van de onderdelen / 104 2.7 2.8 2.9 Flitsmodus a. N: automatische flits-inschakeling b. B: automatische flits-inschakeling met voorflits c. 1: automatische flits-inschakeling d. V: handmatige flits-inschakeling met voorflits e.
De indicaties op de LCD-monitor In de opnamemodi 3.4 3.29 3.3 3.2 3.30 3.1 3.31 3.14/ 3.27/ 3.28 3.13 3.5 3.11 3.6 3.7 3.8 3.9 3.15/ 3.16 3.10 3.12 3.26 3.17 3.18 3.24 3.19 3.23 3.25 3.22 3.20 3.21 3.1 Belichtingsmodus a. AUTO: volautomatisch b. P: automatische programma-instelling c. A: automatische tijdsinstelling d. T: automatische diafragma-instelling e. M: handmatige instelling van sluitertijd en diafragma f. K: video-opnamen 3.2 Flitsmodus a. geen indicatie: automatische flits-inschakeling b.
3.11 ISO-gevoeligheid a. geen indicatie: AUTO (automatische instelling) b. ISO 100 c. ISO 200 d. ISO 400 3.12 * Signaal voor registratie op de geheugenkaart (knipperend) 3.13 Witafregeling a. geen indicatie: automatische instelling b. $: voor daglicht c. %: voor bewolkte lucht d. &: voor halogeenverlichting e. /: voor verlichting met TL-buizen f. (: voor flitslicht g. ): voor handmatige instelling 3.14 Positie van het zoomobjectief (evt. met digitaal zoombereik) 3.15 Zelfontspannermodus a.
De indicaties op de LCD-monitor In de weergavemodus 3.34 3.33 3.32 3.35 3.36 3.37 3.38 3.39 3.40 3.41 3.42 3.32 j: Signaal voor geactiveerde weergavemodus 3.33 v: Signaal voor opname met afdruktaak-instelling (DPOF) 3.34 M: Signaal voor tegen wissen beveiligde opname 3.35 ö: Signaal voor opname met geluidsregistratie 3.36 Beeldnummer/totale aantal opnamen 3.37 Resolutie (zie punt 2.7) 3.38 Beeldgegevens-compressiepercentage (zie punt 2.8.) 3.39 Accu-laadtoestand (zie punt 2.9) 3.40 Map/mapnummer 3.
De menupunten Voor de opnamemodi Met de modus AUTO 4.4 Ö AUDIO REC. 4.5 c PICT. SIZE 4.6 y QUALITY 4.7 i D. ZOOM 4.10 # CONVERSION Geluidsregistratie Resolutie Compressiepercentage Digitale zoom Optische aanzetstukken Met 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 de modi P, A, T, M ? W. BALANCE e SENSITIVITY Z SPOT AF Ö AUDIO REC. c PICT. SIZE y QUALITY i D. ZOOM 7 SLOW SYNC.
Met de modus K (Video) 4.10 # CONVERSION Optische aanzetstukken Voor de basisinstellingen bij opnamemodus 4.12 $ MONITOR Monitor-helderheid 4.13 o AUTO REVIEW Automatische weergave van enkele beelden 4.14 ä BEEP Akoestische terugmeldingsgeluiden 4.15 A POWER SAVE Automatische uitschakeling 4.16 F NO. RESET Wijziging van het beeldnummer 4.
De menupunten Voor de weergavemodus Voor 4.18 4.19 4.20 4.21 de weergavemodus , DELETE Wissen M PROTECT Beveiligen v DPOF Afdruktaak-instellingen p SLIDE SHOW Automatische weergave van alle beelden 4.22 Ö AUDIO DUB. Geluidsregistratie achteraf 4.23 x RESIZE Naderhand verminderen van de resolutie 4.24 n TRIMMING Naderhand kiezen van het beeldfragment 4.25. b FORMAT Formatteren van de geheugenkaart Benaming van de onderdelen / 110 Voor de basisinstellingen bij weergavemodus 4.
Benaming van de onderdelen / 111
Beknopte handleiding / 112
Beknopte handleiding Houd de volgende onderdelen gereed: _ Camera _ Accu (B) _ Geheugenkaart (A) _ Voedingseenheid/acculader met netsnoer (C) Bekijken van de opnamen 12. Zet de hendel voor opname-/weergavekeuze op J (zie p. 155). Druk op de linker- of rechterkant van de 4-wegs-kanteltoets (1.29) om de gewenste opnamen te bekijken. Voorinstellingen 1. Zet de hoofdschakelaar (1.25) op OFF. 2. Plaats de accu (B) in de camera (zie p. 116). 3.
Uitvoerige handleiding Voorbereidingen Aanbrengen van de draagriem Trek de driehoekige sleutelringen van de draagriem (bijv. met een munt) zo ver uiteen dat die in de ringen aan beide kanten van de camerabody (1.34/1.38) gestoken kunnen worden. Uitvoerige handleiding / Voorbereidingen / 114 Aanbrengen van de handlus Als alternatief voor de draagriem kunt u ook de meegeleverde handlus gebruiken. 1. Haal daarvoor de korte lus door een van de ogen en 2. trek dan het andere uiteinde door deze lus.
Plaatsen van de monitor-lichtschacht Bij buitenopnamen in fel zonlicht, vooral met de zon in de rug, is het monitorbeeld mogelijk slecht te zien. Met de op de monitor bevestigde lichtschacht (l, meegeleverd) kan het beeld ook onder de genoemde omstandigheden meestal aanzienlijk beter bekeken worden. Om de monitor-lichtschacht aan te brengen 1. Klap het grotere kapgedeelte en het kleinere bodemstuk 90° uit elkaar. 2.
Aanwijzing: Haal de lensdop eraf als u de camera bij een van de opnamemodi inschakelt. Anders volgt een foutmelding (zie p. 119). Plaatsen en verwijderen van de accu De LEICA DIGILUX 1 wordt via een krachtige en snel oplaadbare lithium-ionenaccu voorzien van de nodige energie. Uitsluitend dit accutype mag in de camera gebruikt worden en de accu mag uitsluitend met de speciaal daarvoor bedoelde apparaten worden geladen. 1. Zet de hoofdschakelaar (1.25) op OFF. 2. Open het deksel van het accuvak (1.
Nadat het laden is voltooid – na ca. 2 uur -, moet de voedingseenheid/acculader van het lichtnet en de camera – in deze volgorde – worden losgehaald. Gevaar voor te veel laden is er echter niet. Met de geleverd 64 MB SD-geheugenkaart zijn daarna de volgende opnametijden resp. aantal opnamen beschikbaar: Met ingeschakelde monitor Ca. 120 min/240 opnamen Met uitgeschakelde monitor Ca. 180 min/360 opnamen 5. Sluit de klep weer door hem aan te drukken en naar voren te schuiven tot hij vastklikt.
Plaatsen en verwijderen van de geheugenkaart De LEICA DIGILUX 1 slaat de opnamegegevens op een uiterst compacte SD-(Secure Digital – veilige digitale) kaart op. In plaats hiervan kunt u ook MultiMediaCards gebruiken. SD-geheugenkaarten en MultiMediaCards zijn kleine, lichte en verwisselbare externe opslagmedia. SD-geheugenkaarten, met name die met hoge capaciteit, bieden een duidelijk snellere registratie en weergave van de gegevens.
en daar op te slaan (zie p. 181). Om dezelfde reden is het raadzaam de kaart in principe in het meegeleverde gele, antistatische kunststof-zakje te bewaren. De belangrijkste instellingen/ bedieningselementen In-/uitschakelen van de camera De camera wordt met de hoofdschakelaar (1.25) in- en uitgeschakeld. Daarvoor wordt hij in de betreffende, met ON en OFF aangeduide standen gedraaid. Voorzover de hendel voor de keuze van opnameen weergavefuncties (1.
De LED-indicaties De LED’s (Light Emitting Diode – lichtdiode) dienen als status- en waarschuwingsindicaties. De groene LED (1.21) knippert bij het laden van de accu om aan te geven dat deze nog bezig is met laden of dat de capaciteit van de accu bijna verbruikt is. Hij brandt constant als de accu is geladen, maar de voedingseenheid/acculader nog is aangesloten (zie p. 117). De groene LED gaat ook branden na inschakelen van de camera als bevestiging dat deze klaar is voor gebruik.
Extra (en uitsluitend) bij de belichtingsmodus P en drukpuntschakeling met de ontspanner o. De automatisch gestuurde sluitertijd- en diafragmawaarden Bij modus video-opnamen verschijnen uitsluitend de indicaties a, b, c, f, g, r en s. Tijdens de videoopname knipperen a en q 2. Monitorbeeld zonder functie-indicaties Extra (en uitsluitend) bij de belichtingsmodi A en T en drukpuntschakeling met de ontspanner p. De handmatig ingestelde sluitertijd- (bij A) en diafragmawaarden (bij T).
Selectie van de menupunten Veel modi en functies van de LEICA DIGILUX 1 worden via een menubesturing bediend, die overzichtelijk en stap voor stap op de LCD-monitor (1.32) wordt weergegeven. Door de betreffende menupunten te selecteren kunt u de verschillende functies binnen de opname- en weergavemodi instellen. Bovendien kunnen met deze menubesturing ook alle andere functies zoals bijv. datum en tijd of de geluidssterkte van de terugmeldingsgeluiden ingesteld worden.
Bedenk dat er de in de opname- en weergavemenu’s meer functies zijn (11 resp. 8, zie p. 108) dan de 6 die tegelijkertijd op de monitor kunnen worden weergegeven. Deze menupunten bereikt u eenvoudig door aanhoudend op de onderrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken. 3. Door vervolgens op de rechterrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken kunt u de functie van het betreffende geselecteerde menupunt instellen.
Deze gegevensgroep is gemarkeerd met naar boven en beneden wijzende pijlen. 6. Stel door op de boven- of onderrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken de gewenste getalswaarde in. Met naar boven drukken vergroot u de waarde, met naar beneden drukken verkleint u hem. De overige getalswaarden resp. de maand worden in principe op dezelfde wijze ingesteld. De ingestelde waarde/maand worden steeds opgeslagen als u de volgende waarde/maand selecteert. 7.
AUTO Volautomatisch (zie p. 127) Alle voor de belichting belangrijke functies zoals belichtingsmodus, belichtingsmeetmethode, flitsbesturing en scherpte-instelling worden automatisch ingesteld. P Automatische programma-instelling (zie p. 135) Sluitertijd en diafragma worden automatisch bestuurd, andere functies daarentegen kunnen afhankelijk van de situatie worden ingesteld. A Automatische tijdsinstelling (zie p.
De opnamemodus Gebruiken van de optische zoom De LEICA DC-VARIO-SUMMICRON 1 : 2–2,5/ 7–21 mm ASPH. in de LEICA DIGILUX 1 is een 3-voudig zoomobjektief met hoge prestaties. Het bereik van zijn brandpuntsafstand komt overeen met 33–100 mm bij een kleinbeeldcamera en maakt zowel iets grotere fragmenten, bijv. interieurs, als een beeldcompositie die op enkele motiefgedeelten is geconcentreerd, bijv. voor portretten.
4. Activeer de digitale zoomfunctie door te drukken op de rechterrand van de 4-wegskanteltoets. De ingestelde variant is steeds geel gemarkeerd. 5. Druk om uw instelling op te slaan en de menubesturing te verlaten opnieuw op de MENUknop. Het oorspronkelijke monitorbeeld verschijnt weer. Het zoomen zelf en de opnamen vinden precies zo plaats als in het vorige hoofdstuk „Gebruiken van de optische zoom” is beschreven.
Aanwijzing: Indien automatisch scherpstellen niet mogelijk is, bijv. bij te geringe afstand tot het motief, knipperen beide groene indicaties. 6. Druk de ontspanner voor de opname helemaal door. Als de automatische beeldweergave-functie is ingesteld (o AUTO REVIEW, zie p. 129), wordt aansluitend op de opname het beeld gedurende ongeveer 2 s weergegeven. Aanwijzingen: Als een automatische uitschakeltijd is ingesteld (zie p.
7. Door nogmaals de ontspanner volledig in te drukken beëindigt u de video-opnamen. Bij bereiken van de capaciteitsgrens van de geheugenkaart worden de video-opnamen automatisch gestopt. De volgende functies zijn bij video-opnamen beschikbaar, ze kunnen echter niet tijdens de opnamen worden gewijzigd: _ De macro-instelling _ Handmatige scherpte-instelling _ Het gebruik met optische aanzetstukken Aanwijzingen: Video-opnamen worden in principe gemaakt met geluidsregistratie.
Bij video-opnamen is de functie om het beeld te bekijken niet beschikbaar. Als na de opname een andere opname- of weergavemodus is gekozen of als de camera is uitgeschakeld, is de functie om het beeld te bekijken evenmin beschikbaar. Het laatst opgenomen beeld wordt daarop gedurende ongeveer 3 s op de monitor getoond. Wissen van de opname tijdens het bekijken Zolang als een opname met deze functie op de monitor vergroot wordt afgebeeld, kan hij naar wens ook meteen bij deze gelegenheid worden gewist. 1.
3. Druk ten slotte op de VIEW/SET-knop. Als u eerder YES hebt gekozen, zijn de beeldgegevens daarmee gewist. Het oorspronkelijke monitorbeeld verschijnt weer. 4 (Handmatige flits- en voorflits-inschakeling) voor de combinatie van de laatst beschreven situaties of functies Indicaties daarvoor verschijnen in het LCD-gegevensveld en op de monitor. Aanwijzing: Om bewogen opnamen bij de langere sluitertijden die in deze flitsmodus worden gebruikt te vermijden, moet u de camera stilhouden, d. w. z.
Belichtingsmodi AUTO AUTO 3 1 4 5/6 2 AUTO P A T M K x x x – – x x x x x x x x x x x x x x x x x – x x x x x – x – – – – – x Uit de tabel kunt u opmaken welke flitsmodi met welke opnamemodi kunnen worden gebruikt. Het flitsbereik bedraagt met automatische (autofocus) en handmatige scherpte-instelling: bij maximale groothoek-instelling ca. 0,3–4,5 m bij maximale tele-instelling ca. 0,3–3,5 m met macro-instelling: bij maximale groothoek-instelling ca. 0,1–0,5 m bij maximale tele-instelling ca.
2. Door meermalen te drukken op de zelfontspannerknop (Q, 1.12) kunt u de verschillende functies instellen. Ze zijn als volgt in een oneindige lus geschakeld: Zelfontspannermodus met 10 s voorlooptijd Zelfontspannermodus met 2 s voorlooptijd Zelfontspanner uitgeschakeld (=fabrieks– instelling) Indicaties daarvoor verschijnen in het LCDgegevensveld (1.18) en op de monitor (1.32) (in het gegevensveld echter zonder opgave van tijd). 3. Druk de ontspanner voor de opname helemaal door.
Andere functies, opnamemodus Serieopnames Met de LEICA DIGILUX 1 kunt u niet alleen enkele opnamen, maar ook opnameseries maken. Daarbij zijn – met een beeldfrequentie van maximaal 3,8 b/s – in totaal maximaal 4/8 beelden mogelijk, zodat bewegingsverlopen van maximaal 2 s lengte vastgehouden kunnen worden. Aanwijzingen: Serieopnamen zijn niet samen met video-opnamen of met niet-gecomprimeerde „TIFF”-beeldgegevensregistratie (zie p. 148) mogelijk.
Fotograferen met automatische programma-instelling (P) Zoals bij de modus AUTO (zie p. 127) wordt de belichting door automatische instelling van sluitertijd en diafragma bestuurd. In tegenstelling tot AUTO zijn echter geen verdere instellingen noodzakelijk aan deze modus gekoppeld. U kunt bij P bijvoorbeeld de scherpte-instellings- en flitsmodi vrij kiezen. Bovendien is bij P een reeks andere functies beschikbaar. 6. Druk de ontspanner (1.11) voor de opname helemaal door.
Fotograferen met automatische diafragma-instelling (T) De automatische diafragma-instelling stuurt de belichting automatisch bij handmatige instelling van de sluitertijd. Deze is daarom bijzonder geschikt voor opnamen van bewegende motieven, waarbij de scherpte van de afgebeelde beweging – die door de gebruikte sluitertijd wordt bepaald – het beslissende beeldvormgevingselement is.
Instellen van de functie: 1. Zet de hendel voor opname-/weergavekeuze (1.14) op een van de opnamemodi. 2. Zet het keuzewiel voor de belichtingsmodi (1.15) op A. 3. Kies de gewenste diafragmawaarde door op de boven- of onderrand van de 4-wegs-kanteltoets (1.29) te drukken. 4. De opnamen worden gemaakt zoals in het hoofdstuk „Opnamen met de modus AUTO” (zie p. 127) is beschreven.
Aanwijzingen: Als sluitertijden van 1/500 s en korter zijn ingesteld, is het bereik van de automatisch bestuurde diafragmawaarden beperkt: bij 1/1000 s is alleen diafragma 8 beschikbaar, bij 1/750 s alleen waarden van maximaal 6,7, bij 1/500 s maximaal 4,8. Als een juiste belichting wegens te geringe of grote helderheid van het motief met de ingestelde sluitertijd en de beschikbare diafragmawaarden niet mogelijk is, verandert de kleur van de weergave van de waarde van wit in rood.
De meetwaarde-opslag Omwille van de beeldvormgeving kan het voordelig zijn het hoofdmotief niet in het midden van het beeld te plaatsen. Het autofocus-meetveld is dan echter meestal op een motiefgedeelte gericht dat duidelijk dichterbij of verder weg ligt – het gevolg zou meestal een onscherp afgebeeld hoofdmotief zijn. In principe geldt hetzelfde ten aanzien van de helderheidsverschillen ook voor de belichtingsmeting.
Aanwijzing: Met de AE-MENU-knop worden meerdere functietypen ingesteld. Ze zijn in een oneindige lus geschakeld en kunnen daarom alle door meermalen drukken worden gekozen. 3. Stel de gewenste correctiewaarde in door op de linker- of rechterrand van de 4-wegs-kanteltoets (1.29) te drukken. De digitale indicatie en de gele markering geven uw instelling aan. In het LCD-gegevensveld verschijnt bij een ingestelde belichtingscorrectie als aanwijzing het symbool R (2.8). 4.
6. Druk op de rechterrand van de 4-wegs kanteltoets als u 5 opnamen wenst. Als u het als eerste weergegeven aantal opnamen 3 wilt gebruiken, kunt u direct met stap 7 verdergaan. Aanwijzing: Als u daarna (nogmaals) de belichtingsgradatie wilt wijzigen, drukt u op de bovenrand van de 4wegs-kanteltoets en gaat u daarna te werk zoals onder punt 4 is beschreven. 4.
4. Kies de gewenste functie door op de linkerof rechterrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken. De ingestelde variant is steeds geel gemarkeerd. 5. Druk om uw instelling te bevestigen en op te slaan en om de menubesturing te verlaten opnieuw op de MENU-knop. De boven beschreven indicaties op de monitor verdwijnen, in plaats daarvan verschijnen in het gegevensveld (1.18) en op de monitor dienaangaande indicaties (2.5, 3.
Opnamen met handmatige instelling van de scherpte Bij bepaalde motieven en situaties kan het nuttig zijn de scherpte-instelling zelf uit te voeren in plaats van met autofocus (zie p. 127) te werken. Bijvoorbeeld als dezelfde instelling voor meerdere opnamen nodig is en het gebruik van de meetwaarde-opslag (zie p.
ven met verschillende scherpteniveaus maken. Vervolgens kunt u de meest passende opname kiezen voor verder gebruik. Er zijn 2 aantallen opnamen beschikbaar: 3 of 5. Aanwijzingen: De focusseerring werkt met elektrische overdracht en heeft geen aanslagen bij kortste en langste instelling. Daardoor zijn er ook geen vastgelegde afstandsposities. Bij zeer zwak licht volgt geen scherpte-instellingshulp. 5. De opnamen worden gemaakt zoals in het hoofdstuk „Opnamen met de modus AUTO” (zie p. 127) is beschreven.
4. Ga door op de onderrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken naar de eronder liggende regel om het gewenste aantal opnamen te kiezen. Naar boven en rechts wijzende gele pijlen wijzen erop hoe de verdere instellingen worden aangebracht. 5. Druk op de rechterrand van de 4-wegs-kanteltoets als u 5 opnamen wenst (alleen bij hoog compressiepercentage mogelijk). Als u het als eerste weergegeven aantal opnamen 3 wilt gebruiken, kunt u direct met stap 6 verdergaan.
5. Druk om uw instelling te bevestigen en op te slaan en om de menubesturing te verlaten opnieuw op de MENU-knop. De boven beschreven indicaties op de monitor verdwijnen, in plaats daarvan is op de monitor de indicatie 6/C (3.2.f) als verwijzing naar de geactiveerde functie te zien. In het gegevensveld verandert de indicatie daarentegen niet.
5. De opnamen worden gemaakt zoals in het hoofdstuk „Opnamen met de modus AUTO” (zie p. 127) is beschreven. Gebruiken van een extra flitsapparaat Om het flitsbereik te vergroten kunt u een (sterker) externe flitsapparaat op de LEICA DIGILUX 1 aanbrengen. Aanwijzingen: Video-opnamen (K) zijn met de flitsmodus – ook met een extern apparaat – in principe (oplaadtijd!) niet mogelijk.
7. Druk om uw instelling te bevestigen en op te slaan en om de menubesturing te verlaten opnieuw op de MENU-knop. De boven beschreven indicaties op de monitor verdwijnen, in plaats daarvan is daar het vorige monitorbeeld weer te zien. 8. Schakel het flitsapparaat in. Op de monitor verschijnt een indicatie als verwijzing naar het aangebrachte flitsapparaat, afhankelijk van de ingestelde functie met toegevoegde M (0 3.30.ba, bij MANUAL) of zonder (9 3.30.bb, bij PRESET). 9.
De selecteerbare resoluties Instelling op: y laag compressiepercentage Y hoog compressiepercentage TIFF niet-gecomprimeerde registratie (Tagged Image File Format – gemarkeerd beeldbestandsformaat) Aanwijzingen: In de opnamemodus AUTO is de niet-gecomprimeerde gegevensregistratie (TIFF) niet beschikbaar. De registratie van niet-gecomprimeerde gegevens in het TIFF-formaat duurt aanzienlijk langer dan met gecomprimeerde opnamegegevens – in extreme gevallen, d. w. z.
Instellen van de witafregeling In de elektronische fotografie zorgt de witafregeling voor een neutrale, d. w. z. natuurgetrouwe kleurweergave bij elk licht. Die houdt in dat de camera vooraf erop afgestemd wordt welke kleur als wit moet worden weergegeven. In de LEICA DIGILUX 1 kunt u daarvoor kiezen uit zeven verschillende instellingen: § een automatische besturing die bijna altijd correcte resultaten oplevert, vijf vaste standaardinstellingen voor de meest voorkomende lichtbronnen, $ bijv.
Handmatige instelling van de witafregeling Als u daarentegen de handmatige witafregeling hebt gekozen, knippert de betreffende indicatie SET in wit om erop te wijzen dat voor deze functie verdere instellingen vereist zijn. Ga daarvoor als volgt te werk: 7. Druk op de VIEW/SET-knop (1.31). 8. Richt de camera op een voorwerp waarvan u weet dat het wit of neutraalgrijs is. Het moet beeldvullend op de monitor te zien zijn. 9. Druk de ontspanner geheel door en houd hem vast.
4. Door meermalen op de linker- of rechterrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken kunt u de 3/4 varianten (zie punt 3) instellen. Ze zijn als volgt in een oneindige lus geschakeld: AUTO 100 200 400 De ingestelde variant is steeds geel gemarkeerd. 5. Druk om uw instelling te bevestigen en op te slaan en om de menubesturing te verlaten opnieuw op de MENU-knop. Het oorspronkelijke monitorbeeld verschijnt weer.
4. Open het bijbehorende submenu door op de rechterkant van de 4-wegs-kanteltoets te drukken. 5. Stel de gewenste contrastweergave in door op de linker- en/of rechterrand van de 4-wegskanteltoets te drukken. De ingestelde variant is steeds geel gemarkeerd. 6. Ga door op de onderrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken naar de gewenste van de beide andere beeldeigenschappen. De instellingen ervan worden uitgevoerd zoals onder punt 4. is beschreven. De ingestelde variant is steeds geel gemarkeerd. 7.
5. Druk om uw instelling te bevestigen en op te slaan en om de menubesturing te verlaten opnieuw op de MENU-knop. De boven beschreven indicaties op de monitor verdwijnen, in plaats daarvan is op de monitor de indicatie # (3.3) als verwijzing naar de geactiveerde functie te zien. Als verwijzing naar het uitgeschakelde flitsapparaat verschijnt ook het betreffende teken (2, 3.2.g) 6. Schroef de voorring (1.9) tegen de wijzers van de klok de objectief-voorring eraf. 7.
Weergave De weergave van enkele opnamen Zoals reeds in het hoofdstuk „Controle van de laatst gemaakte opname (REVIEW)” op p. 129 is beschreven, worden zojuist gemaakte opnamen onmiddellijk daarna kort op de monitor getoond. Met de weergavemodus kan het beeld daarentegen op elk moment zonder beperkingen in de tijd bekeken worden, bijv. om te beslissen of een opname moet worden gewist of om andere opnamen op de geheugenkaart te bekijken.
Aanwijzingen: Let er bij het afspelen op dat u de luidspreker (1.30) niet afdekt, bijv. met een vinger. Het afspelen kan niet worden afgebroken en er kunnen ondertussen ook geen andere functies gekozen of ingesteld worden. De gelijktijdige weergave van maximaal negen enkele opnamen Met de LEICA DIGILUX 1 kunt u maximaal 9 beelden (minder als minder beelden zijn opgeslagen) tegelijkertijd op de monitor bekijken, bijv. om een overzicht te krijgen of om een beeld dat u zoekt, sneller te vinden.
Zoomen en beeldfragmentselectie bij de weergave van enkele opnamen Een enkele opname kan op de monitor voor preciezere beoordeling in meerdere niveaus maximaal 16 keer worden vergroot en het beeldfragment kan vrij worden gekozen. Omgekeerd is het ook mogelijk voor het overzicht maximaal zes – aanzienlijk verkleinde – op elkaar volgende opnamen samen op de monitor te bekijken. 3. Met de 4-wegs-kantelschakelaar (1.29) kunt u de andere opgeslagen beelden op de monitor brengen of selecteren.
3. Met de 4-wegs-kanteltoets (1.29) kunt u bij elke vergroting het fragment naar wens kiezen. Daarvoor wordt de rand in die richting gedrukt waarnaar u het fragment wilt verschuiven. Als in één of twee richtingen de beeldrand wordt bereikt, verdwijnen als aanwijzing de betreffende pijlen. Als u, nadat u de vergroting hebt gezien, bepaalt dat u een opname niet wilt gebruiken, kunt u die bij deze gelegenheid meteen wissen. 4. Druk op de MENU-knop (1.27). 6. Druk ten slotte op de VIEW/SET-knop.
3. Druk op de VIEW/SET-knop (1.31) om het afspelen van de filmopname te starten. Tijdens het afspelen kunt u op elk moment met de 4-wegs-kanteltoets volgens de beschrijving hieronder ingrijpen. Start/Stop Terug spoelen Vooruit spoelen Video uit Aanwijzing: Bij gebruik van geheugenkaarten van hoge capaciteit kan het snelle terugdraaien mogelijk langzamer gaan. Wissen van opnamen Opnamen op de geheugenkaart kunnen op elk moment weer worden gewist. Dit kan zinvol zijn, bijv.
Wissen van enkele opnamen 5. Roep het bijbehorende submenu op door op de rechterrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken. Wissen van meerdere opnamen tegelijk 5. Kies MULTI om maximaal 50 opnamen tegelijk te wissen door op de boven- of onderrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken. De menuregel wordt geel gemarkeerd en er verschijnen extra de boven onder punt 4 beschreven pijlen en nog één die naar boven wijst. 7.
10. Drücken Sie die MENU-Taste 1x zur Rückkehr zur vorherigen Menueebene, bzw. 2x zum Verlassen der Menuesteuerung. 7. Kies NO – om een beeld te bewaren – of YES – om te wissen – door op de boven- of onderrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken. Verwijderen van alle opnamen op de geheugenkaart 5. Kies ALL om alle opnamen op de geheugenkaart te wissen door op de onderrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken.
3. Kies door op de onderrand van de 4-wegskanteltoets (1.29) te drukken (8x) in het menu de functie b FORMAT. 5. Kies NO of YES door op de boven- of onderrand van de 4-wegs kanteltoets te drukken. NO, als u wilt afzien van de formattering van de kaart, omdat u de opgeslagen opnamegegevens wilt bewaren. YES, als u de kaart beslist wilt formatteren, hoewel daarbij alle evt. nog aanwezige opnamebestanden verloren gaan (met naar boven wijzende pijl en geel gemarkeerd, indien geactiveerd). 6.
3. Kies door op de onderrand van de 4-wegskanteltoets (1.29) te drukken (2x) in het menu de functie M PROTECT (beveiligen). Beveiligen van enkele opnamen/opheffen van de beveiliging tegen wissen 5. Roep het beeld weer op door op de rechterrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken Linksboven op de monitor verschijnt het symbool M PROTECT. Aanwijzing: Deze indicatie verschijnen ook als een reeds beveiligde opname wordt opgeroepen. 4.
me in volledig formaat en de oorspronkelijke indicaties. Bovendien verschijnt bij overeenkomstig gemarkeerde opnamen in het midden van de kopregel het symbool voor de beveiliging tegen wissen m. Beveiligen van meerdere opnamen op de geheugenkaart 5. Kies MULTI om meerdere opnamen op de geheugenkaart te beveiligen door op de onderrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken. De menuregel wordt geel gemarkeerd en er verschijnen extra de boven onder punt 4 beschreven pijlen en nog één die naar boven wijst. 6.
7. Kies door op de boven- of onderrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken NO om alle beveiligingsinstellingen te bewaren of YES (met naar boven wijzende pijl en geel gemarkeerd, indien geactiveerd) om ze te wissen. 8. Druk ten slotte op de VIEW/SET-knop. Als u eerder YES hebt gekozen, zijn de beveiligingsinstellingen daarmee gewist. Op de monitor verschijnt weer het eerste menuniveau. 9. Druk op de MENU-knop om de menubesturing te verlaten.
Afdruktaak-instellingen voor één opname 5. Roep het bijbehorende submenu op door op de rechterrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken. Aanwijzing: In het kader van de bedieningsstappen 5, 6 en 7 kunnen op elk moment door op de rechter- en/of linkerrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken meer opnamen voor markeren worden geselecteerd. 6. Druk op de VIEW/SET-knop om het getoonde beeld te markeren als een waarbij afdruktaakinstellingen moeten worden aangebracht. 8.
Afdruktaak-instellingen voor meerdere opnamen 5. Kies MULTI door op de onder- en/of bovenrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken, als u maximaal 50 opnamen tegelijk wilt markeren. De menuregel wordt geel gemarkeerd en er verschijnen extra de boven onder punt 4 beschreven pijlen en nog één die naar boven wijst. 8.
Afdruktaak-instellingen voor een index-print Veel dienstverleners bieden naast de afdrukken van normale grote ook een ‘overzichtsafdruk’ aan. Op deze index-prints zijn de opnamen van een geheugenkaart in zeer klein formaat afgebeeld. Ze kunnen nabestellingen vergemakkelijken en als eenvoudige vorm van archivering worden gebruikt. 7. Kies door op de boven- of onderrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken NO om alle afdruktaak-instellingen te bewaren of YES om ze te wissen. 8.
Wissen van afdruktaak-instelling voor een index-print De bestelling van een index-print kan onafhankelijk van alle andere afdruktaak-instellingen worden gewist. Herhaal daarvoor de boven onder „Wissen van alle afdruktaak-instellingen” beschreven punten.
Andere functies, weergavemodus Toevoegen van geluid aan reeds gemaakte opnamen (AUDIO DUBBING) Met de LEICA DIGILUX 1 kunt u aan elke opname naderhand maximaal 10 s. geluidsregistratie toevoegen, bijv. als commentaar. Aanwijzingen: Een eenmaal gemaakte geluidsregistratie kan niet worden verwijderd, maar kan alleen worden vervangen door deze te overschrijven met een nieuwe (zie onder vanaf punt 5). Geluidsregistraties achteraf zijn niet mogelijk bij opnamen in het TIFF-formaat (zie p.
YES, als u de aanwezige geluidsregistratie met een nieuwe wilt overschrijven (met naar boven wijzende pijl en geel gemarkeerd, indien geactiveerd). Naderhand verminderen van de resolutie U kunt de resolutie van een reeds opgeslagen opname naderhand verlagen. Dat is met name aan te bevelen als u de resterende geheugencapaciteit op de kaart wilt vergroten, de opname als bijlage aan een e-mail wilt toevoegen of als onderdeel van een website wilt gebruiken. 7.
Aanwijzing: U kunt ook binnen de bedieningsstap 4 met de rechter- en linkerrand van de 4-weg-kanteltoets de andere opnamen selecteren, om bij deze eveneens naderhand de resolutie te verlagen. 4. Keer naar de opname terug door op de rechterrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken.
8. Kies NO of YES door op de boven- of onderrand van de 4-wegs kanteltoets te drukken. NO, als u de opname met de oorspronkelijke resolutie wilt behouden. YES, als u de opname met de verlaagde resolutie extra naast die met de oorspronkelijke resolutie wilt opslaan (met naar boven wijzende pijl en geel gemarkeerd, indien geactiveerd). 9. Druk op de VIEW/SET-knop om de opname met verlaagde resolutie op te slaan.
4. Keer naar de opname terug door op de rechterrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken. Als de verlaging van de resolutie mogelijk is, verschijnt nevenstaand monitorbeeld: _ in de onderste regel wordt alleen nog rechts CANCEL: MENU als aanwijzing hoe dit menuniveau weer wordt verlaten. De volgende bedieningsstap is alleen nodig als de wijziging van het beeldfragment niet mogelijk is. Zo niet, dan kunt u verdergaan zoals vanaf punt 6 is beschreven. 5.
NO, als u de opname met de oorspronkelijke resolutie en het oorspronkelijke beeldfragment wilt behouden. YES, als u de opname met de verlaagde resolutie extra naast die met de oorspronkelijke resolutie en het oorspronkelijke beeldfragment wilt opslaan (met naar boven wijzende pijl en geel gemarkeerd, indien geactiveerd). Aanwijzing: De opmaakranden van de oorspronkelijke opname zijn de grenzen van het beschikbare ‘verschuifparcours’. 9. Druk opnieuw op de VIEW/SET-knop. 10.
Aanmaken van nieuwe mapnummers De LEICA DIGILUX1 schrijft de beeldnummers in lopende volgorde op de geheugenkaart. De bijbehorende bestanden worden eerst alle in een map opgeslagen. U kunt echter altijd nieuwe mappen aanmaken waarin de daarna gemaakte opnamen worden opgeslagen, bijv. om ze overzichtelijker te groeperen. functie F NO. RESET (nummer opnieuw instellen). 5. Roep het bijbehorende submenu op door op de rechterrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken. Instellen van de functie: 1.
De menuregel wordt geel gemarkeerd en er verschijnen extra de boven onder punt 4 beschreven linker- en rechterpijlen en nog één die naar boven wijst. 4. Open het submenu door op de rechterrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken. 5. Ga verder met de instellingen in bedieningsstap 6, als alle opnamen moeten worden getoond. Als daarentegen alleen de opnamen met afdruktaak-instellingen worden getoond, kiest u DPOF door op de onderrand van de 4-wegs-kanteltoets te drukken.
12. Keer door op de bovenrand van de 4-wegskanteltoets te drukken naar het menupunt SLIDE SHOW terug. 13. Start de automatische beeldweergave door te drukken op de rechterrand van de 4-wegskanteltoets. De indicaties veranderen ten dele. Kort verschijnen _ in de kopregel p ALL SLIDE SHOW; _ eronder START SLIDE SHOW (automatische beeldweergave begint) en _ weer daaronder STOP: MENU om aan te geven hoe de weergave wordt beëindigd.
2. Roep door op de rechterrand van de 4-wegs kanteltoets (1.29) te drukken het basisinstellingsmenu h SETUP op. 3. Kies door op de onderrand van de 4-wegskanteltoets te drukken (3x) in het menu de functie ä BEEP. 4. Kies door op de rechter- of linkerrand van de 4-wegs kanteltoets te drukken Ä (luidere terugmeldingstonen), - (zachtere terugmeldingstonen) of _ (geen terugmeldingstonen). De actieve functie wordt geel gemarkeerd. 5.
Weergave met televisietoestellen Met de LEICA DIGILUX 1 kunt u uw opnamen ook op een televisietoestel en daarmee op een groot beeldscherm bekijken of laten zien. De verbinding vindt plaats via de meegeleverde A/V-kabel, nadat de camera is ingesteld op de in uw land geldende televisienorm – PAL of NTSC. Bovendien kan het monitorbeeld („Livecam”) van de camera eveneens op voor NTSC geschikte televisies of computermonitors worden weergegeven.
Gegevensoverdracht naar een computer De LEICA DIGILUX 1 is compatibel met de volgende besturingssystemen: _ Microsoft Windows: Windows 98, Windows ME, Windows 2000, WindowsXP _ Apple Macintosh: MacOS 9, MacOS X Aansluiten en overzetten van gegevens Met Windows 98 1. Sluit de DIGILUX 1 met de meegeleverde USBkabel op een vrije USB-bus van uw computer aan. 2. Zet de DIGILUX 1 op weergavemodus. (Niet in opname functie!) 3. De computer herkent de camera automatisch. 4. Windows 98 start nun de wizard Hardware.
Het Epson PIM-(Print Image Matching-)formaat PRINT Image Matching is het eerste systeem waarbij elk digitaal beeld specifieke instructies bevat over welke afdrukstijl moet worden gehanteerd op het moment van afdrukken (door de camera aangegeven op het moment dat de foto werd belicht).
Varia Opbergen van de camera Als u de camera langere tijd niet gebruikt, valt aan te bevelen: 1. hem uit te schakelen (zie p. 119) 2. de geheugenkaart eruit te halen (zie p. 118) 3. indien aangebracht, de monitor-lichtschacht eraf te halen (zie p. 115) 4. de accu eruit te halen (zie p. 116) (na ca. 5 uur, de bedrijfsduur van de geïntegreerde bufferbatterij, gaan de ingevoerde tijd en de datum verloren), en 5. de lensdop erop te zetten (zie p. 115).
_ Als zoutwaterspatten op de camera komen, maakt u een zachte doek eerst nat met leidingwater, wringt u hem goed uit en veegt u de camera daarmee schoon. Vervolgens met een droge doek goed droog vegen. De LEICA DIGILUX 1 is uitsluitend voor privégebruik bedoeld. Gebruik hem niet voor langdurige bewakingen of andere commerciële doeleinden. _ Bij zeer lang gebruik kan de oplopende temperatuur in het inwendige van de camera storingen veroorzaken.
controleren. Het gebruik van een beschadigde accu kan op zijn beurt de camera beschadigen. _ Accu’s hebben slechts een beperkte levensduur. _ Geef defecte accu’s af bij een verzamelplaats voor correcte recycling. _ Gooi de accu in geen geval in een vuur, omdat hij anders kan ontploffen. Voor geheugenkaarten _ Zolang een opname opgeslagen of de geheugenkaart uitgelezen wordt, mag die niet eruit gehaald worden en mag de camera niet uitgeschakeld of aan schokken blootgesteld worden.
Waarschuwingsmeldingen NO MEMORY CARD (geen geheugenkaart geplaatst) Plaats een geheugenkaart. THIS MEMORY CARD IS PROTECTED (geheugenkaart is beveiligd tegen wissen) Zet de schrijfbeveiligingsschakelaar van de geheugenkaart terug. MEMORY CARD DOOR OPEN (afdekklep van de geheugenkaartschacht is open) Sluit de klep over de geheugenkaartsleuf. MEMORY CARD ERROR (geheugenkaartfout) Kon geen toegang tot geheugenkaart krijgen. Haal hem eruit en plaats hem er opnieuw in. Mogelijk is de geheugenkaart beschadigd.
Storingen en het verhelpen ervan 1. De camera reageert niet op het inschakelen. 1–1. Is de accu correct geplaatst of is de voedingseenheid/acculader correct aangesloten? 1–2. IIs de laadtoestand van de accu voldoende? Gebruik een opgeladen accu. 2. Onmiddellijk na het inschakelen schakelt de camera weer uit. 2–1. Volstaat de laadtoestand van de accu om de camera te laten werken? Laad de accu of plaats een opgeladen accu. 2–2.
Toestelbeschrijving en technische gegevens Toestelbeschrijving en technische gegevens / 188 Opnametype/-formaat digitale camera, 1/1,76" CCD-sensor met 4 milj. pixels, 3,9 milj. effectief Resolutie keuze uit: 2240x1680, 1600x1120, 1120x840, 640x480 pixels (beeldpunten), 320x 240 bij video-opnamen. Opnamegegevens-compressiepercentages keuze uit: hoge, lage, geen (conform TIFF-norm) gegevenscompressie. Gegevensregistratie stilstaande beelden: conform JPEG-, TIFF-(RGB-) en DPOF-normen.
Sluitertijden-bereik Mechanische centraalsluiter en extra elektronische sluiterfunctie. Bij AUTO en P (met automatische ISO-instelling): 1/8 tot 1/1000 s., bij P (met handmatige ISO-instelling) en A: 1 tot 1/1000 s. (met normale flitsmodus vanaf 1/30 s), bij T en M: 8 tot 1/1000 s., bij video-opnamen 1/30 tot 1/1000 s.. Serieopnames maximaal 3,8 b/s, maximaal 8 opnamen (met hoge gegevenscompressie) resp. 4 opnamen (met geringe gegevenscompressie).
Leica Camera AG / Oskar-Barnack-Straße 11 / D-35606 Solms www.leica-camera.com / info@leica-camera.com Telephone +49 (0) 6442-208-0 / Fax +49 (0) 6442-208-333 LEICA DIGILUX 1 Istruzioni / Instrucciones Illustrazioni sotto la prima e l'ultima pagina Ilustraciones en el interior de las cubiertas delantera y trasera. 93033 IV/02/DX/L LEICA DIGILUX 1 Istruzioni / Instrucciones Illustrazioni sotto la prima e l'ultima pagina Ilustraciones en el interior de las cubiertas delantera y trasera.