Operation Manual

136
Na het op nul zetten of bij het
begin van een nieuwe rit wordt de
eerste 10 seconden een aantal
streepjes “——” getoond voordat de
gemiddelde snelheid wordt weerge-
geven.
Met deze functie kan ook een snel-
heidslimiet worden ingesteld en
ingeschakeld. Bij het overschrijden
van de limiet wordt de automobilist
visueel en akoestisch gewaarschuwd.
Het bericht wordt ongeveer 3 secon-
den op het display getoond waarna
het verdwijnt, ook als de snelheid
hoger blijft dan de ingestelde limiet.
Als de snelheid onder de ingestelde
limiet komt, dan zal bij de volgende
overschrijding het bericht opnieuw
verschijnen.
Voor het instellen van de snelheids-
limiet moet u met de rechter draai-
knop 21 (fig. 1 ) de functie
“Snelheidslimiet instellen” selecte-
ren en bevestigen. Draai vervolgens
de draaiknop naar rechts om de
ingestelde limiet te verhogen of naar
links om deze te verlagen. Als de
gekozen waarde is bereikt, dan moet
deze worden bevestigd door het
indrukken van de draaiknop. U kunt
de oorspronkelijke waarde herstellen
door het indrukken van de multi-
functionele toets “Annuleren”. Voor
het in werking zetten van het
geluidssignaal bij de overschrijding
van de ingestelde snelheidslimiet,
moet u met de rechter draaiknop de
functie “Activeren” selecteren en
bevestigen; het bericht op het dis-
play wordt altijd getoond behalve als
de ingestelde limiet op nul is gezet.
Druk op de multifunctionele toets
“Terug” om terug te keren naar de
voorgaande pagina.
FUNCTIE “OPGESLAGEN
GEGEVENS”
Deze functie geeft aan de linkerzij-
de van het display ( fig. 92) de tota-
le reistijd aan, de afgelegde afstand
en de gemiddelde snelheid na het op
de laatste keer op nul zetten. Druk
op de multifunctionele toets “Op nul
zetten” om de waarden op nul te zet-
ten.
fig. 92
L0A5146i