Operation Manual
Table Of Contents

48
RICHTINGAANWIJZER
RECHTS (knipperend -
groen)
Als u de hendel van de richting aan -
wijzers (pijlen) naar boven plaatst
en, samen met het lampje van de
linker richtingaanwijzer, als de
waar schuwingsknipperlichten zijn
ingeschakeld.
RICHTINGAANWIJZER
LINKS
(knipperend - groen)
Als u de hendel van de richting -
aanwijzers (pijlen) naar beneden
plaatst en, samen met het lampje
van de rechter richtingaanwijzer, als
de waarschuwingsknipperlichten
zijn ingeschakeld.
Ÿ
Δ
DISPLAY KILOMETERTELLER
(TOTAAL EN DAGSTAND)
(fig. 53-54)
Op het display (fig. 53) worden
weergegeven:
– op de eerste regel (6 cijfers) de
totaalstand
– op de tweede regel (4 cijfers) de
dagtellerstand.
Voor het op nul zetten van de dag-
stand moet knopje B (fig. 54) ten
minste 1 seconde worden ingedrukt.
BELANGRIJK Als de accu wordt
losgekoppeld, wordt de dagstand uit
het geheugen gewist.
CONTROLE- EN
WAARSCHUWINGS-
LAMPJES
De lampjes branden in de volgende
gevallen:
fig. 53
P4T0639
fig. 54
P4T0020










