Operation Manual

ONDERHOUD EN ZORG
237
5
RUITENSPROEIERVLOEISTOF
C-fig. 1-2-3-4
Verwijder voor het bijvullen de dop m.b.v. het lipje.
Gebruik een mengsel van water en TUTELA PROFESSIONAL
SC 35 in de volgende mengverhouding:
30% TUTELA PROFESSIONAL SC 35 en 70% water in de
zomer.
50% TUTELA PROFESSIONAL SC 35 en 50% water in de
winter.
Bij temperaturen onder −20 °C, TUTELA PROFESSIONAL SC
35 onverdund gebruiken.
Controleer visueel het niveau van de vloeistof in het reservoir.
Sluit de dop door op het midden van de dop te drukken.
Rijd niet met een leeg ruitensproeierreservoir: de
ruitensproeiers zijn van fundamenteel belang
voor een optimaal zicht.
Enkele in de handel verkrijgbare ruitensproeiervloei-
stoffen zijn licht ontvlambaar. In de motorruimte bevin-
den zich warme onderdelen die bij contact de vloeistof
kunnen doen ontbranden.
REMVLOEISTOF D-fig. 1-2-3-4
Draai de dop los en controleer of het remvloeistofniveau nog
op het maximum niveau staat. Het niveau mag nooit het MAX-
merkteken overschrijden. Als vloeistof moet worden bijgevuld,
dan raden wij u aan de remvloeistof te gebruiken die staat ver-
meld in de tabel “Vloeistoffen en smeermiddelen” (zie hoofd-
stuk “6”).
OPMERKING Maak de dop van het reservoir en het omringen-
de oppervlak zorgvuldig schoon.
Wees bij het openen van de dop bijzonder voorzichtig zodat er
geen vuil in het reservoir komt.
Gebruik voor het bijvullen altijd een trechter met een ingebouwde
filterzeef van maximaal 0,12 mm.
BELANGRIJK De remvloeistof is hygroscopisch (trekt water
aan). Daarom verdient het aanbeveling, als de auto overwegend
wordt gebruikt in gebieden met een hoge luchtvochtigheid, de
vloeistof vaker te vervangen dan in het “Geprogrammeerd
Onderhoudsschema” staat aangegeven.
223-250 Delta NL 1ed 20-12-10 10:06 Pagina 237