Operation Manual

Waarnemen van een
parkeerplek fig. 4
Als het systeem een geschikte par-
keerplek vindt tussen twee geparkeer-
de auto’s of eventuele andere objecten
met een groot zijoppervlak (bijvoor-
beeld vuilcontainers), geeft het een sig-
naal dat er een parkeerplek is gevon-
den en kan de auto worden ingepar-
keerd. Wanneer de auto al in een goede
positie staat om met inparkeren te
beginnen, verzoekt het systeem de
bestuurder de achteruit in te schakelen.
In andere gevallen wordt de bestuur-
der verzocht nog iets verder te rijden.
Na het verzoek de achteruit in te scha-
kelen moet de bestuurder de auto stil
zetten en de achteruit inschakelen om
zo aan te geven dat hij met inparke-
ren wil beginnen. Wanneer de be-
stuurder daarentegen in de ingescha-
kelde versnelling verder rijdt, houdt
het systeem na circa 10 meter geen re-
kening meer met de gevonden par-
keerplek en begint het met zoeken
naar een nieuwe vrije plek.
fig. 4
L0E1016g
8
Inparkeren
De bestuurder regelt de snelheid van
de auto met het gaspedaal, rempedaal
en koppelingspedaal (bij versies met
handgeschakelde versnellingsbak), ter-
wijl het systeem de besturing over-
neemt om de auto zo goed mogelijk op
de gevonden plek in te parkeren.
Tijdens het inparkeren kan worden ge-
bruikgemaakt van de informatie van
de parkeersensoren (bij het achteruit
rijden wordt aanbevolen door te rij-
den tot de sensoren achter een onon-
derbroken signaal geven). Het blijft
daarbij echter altijd belangrijk de om-
geving in de gaten te houden.
530.03.548 DeltaMagicParking NL 28-5-09 17:50 Pagina 8