Operation Manual

WERKING
De parkeerhulpfunctie kan alleen
worden ingeschakeld als het instru-
mentenpaneel is geactiveerd en de
snelheid lager is dan circa 30 km/h.
De inparkeerprocedure kan worden
onderverdeeld in de volgende fasen:
Inschakelen: door de knop fig. 2
in te drukken wordt begonnen met het
zoeken van een geschikte plek.
Zoeken: met behulp van de sen-
soren aan de zijkant, zoekt het sys-
teem continu naar een vrije parkeer-
plek die groot genoeg is voor de auto.
De bestuurder kan met de richting-
aanwijzerschakelaar aangeven aan
welke kant van de weg hij wil parke-
Inparkeren: de bestuurder krijgt
het verzoek de achteruit in te schake-
len, het stuurwiel los te laten en het
gaspedaal, rempedaal en koppelings-
pedaal (bij auto’s met een handge-
schakelde versnellingsbak) of het gas-
pedaal en rempedaal (bij auto’s met
een automatische versnellingsbak) te
bedienen. Het systeem neemt de be-
sturing over om de auto achteruit in
te parkeren.
Met het ononderbroken geluidssignaal
van de zoemer van de parkeersensoren
achter wordt (indien nodig) aange-
geven dat het achteruitrijden moet
worden beëindigd.
BELANGRIJK Het systeem is zoda-
nig geprogrammeerd dat de fase van
het INPARKEREN wordt beëindigd
wanneer de parkeermanoeuvre na 3
minuten nog niet is voltooid.
ren. (Indien het systeem geen infor-
matie van de richtingaanwijzerscha-
kelaar krijgt of als de waarschuwings-
knipperlichten zijn ingeschakeld,
zoekt het systeem aan de passagiers-
zijde).
BELANGRIJK Het systeem is zoda-
nig geprogrammeerd dat het ZOE-
KEN automatisch wordt beëindigd
wanneer er na 10 minuten nog geen
geschikte parkeerplek is gevonden.
Herkenning: als het systeem een
vrije parkeerplek herkent die groot ge-
noeg is voor de auto, attendeert het
de bestuurder hierop en geeft het aan-
wijzingen over wat de bestuurder moet
doen om het inparkeren te starten.
fig. 2
L0E0241m
4
530.03.548 DeltaMagicParking NL 28-5-09 17:50 Pagina 4