Operation Manual

SENSOREN
Voor het zoeken van een parkeerplek
maakt het systeem gebruik van sen-
soren aan de zijkant (zie fig. 1).
Deze sensoren worden automatisch
geactiveerd bij een snelheid lager dan
circa 30 km/h. Wanneer de auto ver-
volgens een plek passeert die geschikt
wordt bevonden om te parkeren, kan
de bestuurder de functie activeren met
de daarvoor bestemde knop, waarna
op het instrumentenpaneel de in-
structies voor het inparkeren worden
weergegeven. Zolang de bestuurder de
functie niet met de daarvoor bestem-
de knop heeft geactiveerd, wordt er
geen informatie op het instrumenten-
paneel weergegeven.
MAGIC PARKING
Het Magic Parking-systeem attendeert
de bestuurder erop wanneer parallel
aan de rijbaan een parkeerplek wordt
gevonden die groot genoeg is voor de
auto; bij het inparkeren neemt het sys-
teem vervolgens de besturing van de
auto over.
fig. 1
De bestuurder blijft te al-
len tijde zelf verantwoor-
delijk voor parkeer-
manoeuvres. Bij het inparkeren
dient hij zich er altijd van te ver-
gewissen dat zich op de vrije
parkeerplek geen personen of
dieren bevinden.
De parkeersensoren vor-
men een hulpmiddel voor
de bestuurder. Deze dient
echter zelf altijd goed te blijven
opletten tijdens mogelijk gevaar-
lijke parkeermanoeuvres, ook al
worden die met lage snelheid
worden uitgevoerd. Het Magic
Parking-systeem regelt op GEEN
ENKELE manier de snelheid van
de auto tijdens het inparkeren: de
bestuurder moet door gasgeven en
remmen zelf de snelheid regelen.
Ter ondersteuning ontvangt de be-
stuurder tijdens het inparkeren infor-
matie van de parkeersensoren (4 ach-
ter en 4 voor) die de afstand aange-
ven tot eventuele obstakels voor of ach-
ter de auto.
Bij het zoeken van een geschikte par-
keerplek zijn de sensoren voor en ach-
ter niet actief: ze worden automatisch
geactiveerd bij het inschakelen van de
achteruit.
L0E0240m
3
530.03.548 DeltaMagicParking NL 28-5-09 17:50 Pagina 3