Operation Manual
9
Tijdens de manoeuvre kan de auto
worden stilgezet en kan de achteruit,
mits de auto blijft stilstaan, voor kor-
te tijd worden uitgeschakeld (bijvoor-
beeld om een voetganger de betreffen-
de parkeerplek te laten oversteken).
Tijdens de fase van het inparkeren
moet de snelheid lager zijn dan circa
7 km/h, anders wordt de manoeuvre
afgebroken.
Als de bestuurder tijdens het inparke-
ren, bedoeld of onbedoeld, het stuur-
wiel aanraakt (het vastgrijpt of de be-
weging ervan verhindert) wordt de
manoeuvre afgebroken.
Wanneer oneffenheden op het wegop-
pervlak of obstakels voor de wielen de
beweging van de auto zodanig beïn-
vloeden dat de juiste manoeuvre niet
kan worden gemaakt, wordt het in-
parkeren mogelijk afgebroken.
Beëindiging van de manoeuvre
In het geval de parkeerplek groot ge-
noeg is, wordt het inparkeren in één
manoeuvre uitgevoerd. Na het uit-
schakelen van de achteruit wordt het
stuur in de rechtuitstand gezet, waar-
na de manoeuvre als voltooid wordt
beschouwd en het systeem wordt uit-
geschakeld. In het geval de parkeer-
plek niet groot genoeg is en het inpar-
keren alleen in meerdere manoeuvres
kan worden uitgevoerd, wordt de be-
stuurder door middel van een bericht
op het display van het instrumenten-
paneel geïnformeerd dat hij het inpar-
keren zelf handmatig dient te voltooi-
en.
Als u het stuurwiel tij-
dens een manoeuvre met
de hand wilt blokkeren,
kunt u het beste de buitenrand
stevig vastgrijpen. Probeer niet
de handen tussen de spaken te
steken of de spaken zelf vast te
pakken.
Algemene opmerkingen
❍ De bestuurder blijft te allen tijde
zelf verantwoordelijk voor parkeer-
manoeuvres en andere mogelijk ge-
vaarlijke manoeuvres. Controleer als
u de auto parkeert of zich geen perso-
nen, dieren of obstakels in de buurt
van de auto bevinden. Het Magic Par-
king-systeem vormt (evenals de par-
keersensoren) een hulpmiddel voor de
bestuurder. Deze dient echter altijd
goed te blijven opletten tijdens moge-
lijk gevaarlijke parkeermanoeuvres,
ook al worden die met lage snelheid
worden uitgevoerd.
❍ Wanneer de positie van de sensoren
door een aanrijding niet meer correct
is, kan dat tot gevolg hebben dat het
systeem niet meer naar behoren func-
tioneert.
❍ Wanneer de sensoren zijn bedekt
met vuil, sneeuw, ijs of modder of zijn
overgespoten met een nieuwe laklaag,
kan dat tot gevolg hebben dat het sys-
teem niet meer naar behoren functio-
neert.
530.03.548 DeltaMagicParking NL 28-5-09 17:50 Pagina 9










