FS-1016MFP Gebruikershandleiding
Inhoud Wettelijke bepalingen en veiligheidsvoorschriften 1 Onderdelen van het apparaat Hoofdgedeelte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1-1 Documenttoevoer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 1-2 Bedieningspaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
7 QLINK gebruiken QLINK starten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7-1 Instelling MFP-knop . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7-2 De toets Scannen naar PC op het bedieningspaneel gebruiken om te scannen . . . . . . . . . . . . 7-2 De toets Scannen naar PC configureren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Optimaal gebruik maken van de geavanceerde functies van dit apparaat 1 Zoommodus Kopieën vergroten/ verkleinen tot een gewenst formaat tussen 25% en 400% 2 Kopieermodus selecteren 3 Duidelijke kopieën van foto's maken Eco-print modus Toner besparen 25 % 400 % 4 Combineermodus Eén kopie van twee of vier originelen maken 5 Sorteermodus Automatisch sorteren 7 Scans in full color maken 8 Een beeld via TWAIN laden GEBRUIKERSHANDLEIDING 6 Functie voor het selecteren van de taal De in het berichte
iv GEBRUIKERSHANDLEIDING
Wettelijke bepalingen en veiligheidsvoorschriften VOORZICHTIG: Er wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor schade die het gevolg is van het verkeerd installeren van het apparaat. Kennisgeving De informatie in deze handleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. In toekomstige edities kunnen extra pagina's worden ingevoegd. De huidige editie kan technische onvolkomenheden of drukfouten bevatten.
Wettelijke bepalingen en veiligheidsvoorschriften USB Dit product is gecertificeerd door USB Implementers Forum, Inc. Energy Star-programma Wij hebben als bedrijf dat deelneemt aan het internationale Energy Star-programma, vastgesteld dat dit product voldoet aan de standaarden zoals bepaald in het internationale Energy Star-programma.
Wettelijke bepalingen en veiligheidsvoorschriften Lees deze gebruikershandleiding voordat u het apparaat in gebruik neemt. Bewaar de handleiding in de buurt van het apparaat, zodat deze direct beschikbaar is. De delen van deze handleiding en onderdelen van het apparaat die zijn aangeduid met symbolen, bevatten veiligheidswaarschuwingen ter bescherming van de gebruiker, andere personen en voorwerpen in de buurt. Ze zijn ook bedoeld voor een correct en veilig gebruik van het apparaat.
Wettelijke bepalingen en veiligheidsvoorschriften De volgende symbolen geven aan dat het betreffende deel informatie bevat over niet-toegestane handelingen. Specifieke informatie over de niet-toegestane handeling staat binnenin het symbool. .... [Waarschuwing voor niet-toegestane handeling] .... [Demontage verboden] De volgende symbolen geven aan dat het betreffende deel informatie bevat over handelingen die moeten worden uitgevoerd.
Wettelijke bepalingen en veiligheidsvoorschriften BELANGRIJK - EERST LEZEN. WAARSCHUWINGSETIKETTEN Er zijn ten behoeve van de veiligheid op de volgende plaatsen waarschuwingsetiketten op het apparaat aangebracht. Voorkom brand of elektrische schokken bij het verhelpen van een papierstoring of wanneer u de toner vervangt. OPMERKING: Verwijder deze etiketten niet. Etiket 1 Hoge temperatuur. Raak geen onderdelen in dit gebied aan, want er bestaat gevaar op brandwonden. ........................
Wettelijke bepalingen en veiligheidsvoorschriften Voorzorgsmaatregelen bij de installatie Omgeving VOORZICHTIG: Plaats het apparaat niet op of in plaatsen die niet stabiel of vlak zijn. Op dergelijke plaatsen kan het apparaat vallen. Dergelijke situaties leveren gevaar van lichamelijk letsel of beschadiging van de apparatuur op. Plaats het apparaat niet op vochtige of stoffige/vuile locaties.
Wettelijke bepalingen en veiligheidsvoorschriften Tijdens het kopiëren komt er een kleine hoeveelheid ozon vrij, maar dit heeft geen nadelige gevolgen voor de gezondheid. Als het apparaat echter langere tijd in een slecht geventileerde ruimte wordt gebruikt of wanneer er een zeer groot aantal kopieën wordt gemaakt, kan de reuk onaangenaam worden. Een juiste omgeving voor kopieerwerk moet goed geventileerd zijn.
Wettelijke bepalingen en veiligheidsvoorschriften Voorzorgsmaatregelen voor gebruik Waarschuwingen bij het gebruik van het apparaat WAARSCHUWING: Plaats geen metalen voorwerpen of voorwerpen die water bevatten (vazen, bloempotten, kopjes, enz.) op of in de buurt van het apparaat. Dit vormt een risico voor brand of elektrische schokken mocht het water in het apparaat terechtkomen.
Wettelijke bepalingen en veiligheidsvoorschriften VOORZICHTIG: Trek niet aan het netsnoer wanneer u dit uit het stopcontact haalt. Als u aan het netsnoer trekt, kunnen de draden breken en bestaat er gevaar van brand of elektrische schokken. (Pak altijd de stekker vast wanneer u het netsnoer wilt loskoppelen van het stopcontact.) Haal altijd de stekker uit het stopcontact wanneer u het apparaat verplaatst. Als het netsnoer beschadigd raakt, bestaat er gevaar van brand of elektrische schokken.
Wettelijke bepalingen en veiligheidsvoorschriften VOORZICHTIG: Het gebruik van andere instellingen of aanpassingen of de uitvoering van andere procedures dan hierin vermeld, kan leiden tot gevaarlijke blootstelling aan straling. Kijk niet rechtstreeks in het licht van de scanlampen, omdat dit vermoeidheid of pijn in uw ogen kan veroorzaken. Waarschuwingen voor de omgang met verbruiksartikelen VOORZICHTIG: De tonercontainer mag niet worden verbrand. De vonken kunnen brandwonden veroorzaken.
Wettelijke bepalingen en veiligheidsvoorschriften Veiligheid van de laser (Europa) Laserstraling kan gevaar opleveren voor het menselijk lichaam. Om deze reden is de laserstraal in het apparaat hermetisch afgesloten binnen een beschermende behuizing en achter een externe afdekking. Bij normale bediening van het product door de gebruiker kan er geen straling uit het apparaat ontsnappen. Dit apparaat wordt geclassificeerd als een laserproduct van Klasse 1 volgens IEC 60825.
Wettelijke bepalingen en veiligheidsvoorschriften VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING MET 89/336/EEG, 73/23/EEG en 93/68/EEG Wij verklaren op basis van onze eigen verantwoordelijkheid dat het product waarop deze verklaring betrekking heeft, in overeenstemming is met de volgende specificaties.
Wettelijke bepalingen en veiligheidsvoorschriften Conventies In deze handleiding worden de volgende conventies gebruikt. Conventie Beschrijving Voorbeeld Cursief lettertype Wordt gebruikt om een sleutelwoord, een woordgroep of verwijzingen naar aanvullende informatie te benadrukken. Open de voorklep. Voor meer informatie over de automatische slaapstand, raadpleegt u Slaapmodus op pagina 8-1. Courier-lettertype Wordt gebruikt voor berichten of namen die op het bedieningspaneel worden weergegeven.
Wettelijke bepalingen en veiligheidsvoorschriften Menu-items openen Wanneer u het apparaat configureert, doet u dit door een menu-item te openen en uw instelling in te voeren. Elke configuratie-instructie in deze handleiding geeft u informatie over hoe u het menu-item kunt openen en biedt een routeschema om u naar dat item te leiden. Een voorbeeld van een routeschema en de betekenis ervan ziet u hieronder. . [Menu] Dit geeft weer op welke toets van het bedieningspaneel moet worden gedrukt.
1 Onderdelen van het apparaat Hoofdgedeelte 7 1 5 2 4 6 3 1 2 3 4 5 6 7 Scanner Voorklep Cassette Tonercontainer Ontwikkelaar Drum Handmatige invoerlade 11 12 8 9 10 8 9 10 11 Vergrendeling tijdens verzending Aanduidingsplaat origineelformaat Bedieningspaneel 13 14 12 Glasplaat 13 Opvangbak 14 Papierstopper Afdekklep voor originelen GEBRUIKERSHANDLEIDING 1-1
Onderdelen van het apparaat 15 17 16 18 19 15 USB-aansluiting 18 Stroomschakelaar 16 Contact met 5V DC (voor afdrukserver IB-110) 19 Netsnoeraansluiting 17 Achterklep Documenttoevoer 1 2 4 5 3 1 2 3 1-2 Origineleninvoer Geleiders voor origineleninvoer 4 5 Uitvoerverlengstuk Originelenuitvoer Linkerklep GEBRUIKERSHANDLEIDING
Onderdelen van het apparaat Bedieningspaneel 1 2 11 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Toets en lampje Kopieermodus Toets en lampje Sorteren Toets en lampje Combineren Toets en lampje SCAN Toets en lampje KOPIE W-toets X-toets Cijfertoetsen Toets en lampje EcoPrint Toets Stop/Wissen 3 4 5 12 13 14 15 16 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 17 6 7 18 19 8 9 10 20 Toets voor het aanpassen van de belichting Toets Zoom Lampje bij papierstoringen Tonerlampje Toets Scannen naar PC Berichtenscherm Toets Menu Toets
Onderdelen van het apparaat Statusinformatie Bericht Betekenis Het apparaat is bezig met opwarmen en is nog niet klaar. Wanneer het apparaat voor het eerst wordt ingeschakeld, blijft dit bericht enkele minuten op het scherm staan. Opwarmen 100% ••••••• A4 01 Het apparaat is klaar voor gebruik. Dit is het gereedscherm in de kopieermodus. In slaapstand Het apparaat staat in de automatische slaapstand.
2 Papier plaatsen Papiercassette - 250 vellen (80 g/m2) - 60 tot 105 g/m2 - A4, B5 (JIS), A5, Letter, Legal, Folio en Oficio II Handmatige invoerlade - 1 vel - 60 tot 163 g/m2 - A4, B5 (JIS), A5, Letter, Legal, Folio, Oficio II, Statement, Executive, A6, B6, B5 (ISO), Envelop #10, Envelop #9, Envelop Monarch, Envelop #6, Envelop C5, Envelop DL en 16K Papierspecificaties In de volgende tabel worden de basispapierspecificaties samengevat: Item Specificatie Gewicht Cassette: Handmatige invoerlade: Dikte
Papier plaatsen Voordat u papier plaatst Plaats het papier in de cassette met de zijde die naar de bovenkant van de verpakking was gericht, naar boven toe. Wanneer u een nieuw pak papier opent, waaiert u het papier eerst los om de vellen uit elkaar te halen. Als het papier gekruld of gevouwen is, maakt u dit recht voordat u het papier plaatst. Gekruld of gevouwen papier kan papierstoringen veroorzaken.
Papier plaatsen 3 Stel de breedtegeleiders aan de linker- en rechterkant van de papiercassette in. Druk op de ontgrendelingsknop van de linkergeleider en schuif de geleiders naar het gewenste papierformaat. OPMERKING: De papierformaten staan op de cassette vermeld. Als u Folio- of Oficio II-papier gebruikt, haalt u de groene stopper bij c van de papierlengtegeleider af en plaatst u deze op de papierlengtegeleider bij d. Trek de papierlengtegeleider naar achteren, totdat deze stopt.
Papier plaatsen Handmatige invoerlade Het papier dat in de Handmatige invoerlade is geplaatst, wordt automatisch in plaats van het papier in de cassette gebruikt. 1 Trek de cassette naar buiten om bij de Handmatige invoerlade te kunnen. 2 Trek de Handmatige invoerlade omhoog en naar buiten. 3 Trek de voorkant van de Handmatige invoerlade naar buiten. 4 Duw de cassette weer in de printer terug. 5 Stel de papierbreedtegeleiders in en schuif het papier zo ver mogelijk in de lade.
Papier plaatsen Enveloppen moeten met de beeldzijde omhoog en de rechterrand eerst worden ingevoerd. OPMERKING: Druk voordat u enveloppen koopt, een voorbeeld af om de kwaliteit ervan te controleren. BELANGRIJK: Schuif het papier goed in de lade totdat het stopt. Plaats één vel of envelop per keer. Begin na het plaatsen van papier in de Handmatige invoerlade met afdrukken. 6 Schuif de breedtegeleiders na gebruik helemaal naar buiten en sluit de Handmatige invoerlade.
Papier plaatsen Het papierformaat selecteren Na het plaatsen van het papier, moet u het papierformaat opslaan. De papierformaten die kunnen worden gebruikt, zijn: A4, Letter, Legal, A5, B5, OfficioII, Executive, Statement, Folio, B6, A6, ISO B5, Envelop C5, Envelop #10, Envelop DL, Envelop #9, Monarch, Envelop #6, 16K [Menu] 1 Als u niet zeker weet hoe u dit routeschema moet gebruiken, raadpleegt u Menu-items openen op pagina xviii. W of X 1.Normale setup [OK] Open 12.Papierformaat.
3 Voorbereidingen De kabels aansluiten Het apparaat kan op een computer worden aangesloten. De USB-kabel aansluiten Gebruik de USB-kabel om het apparaat rechtstreeks op uw computer aan te sluiten. 1 Schakel het apparaat uit, verwijder het netsnoer uit de aansluiting en schakel de computer uit. 2 Sluit de USB-kabel op de USB-aansluiting aan de achterkant van het apparaat aan. 3 Sluit het andere uiteinde van de USB-kabel op de USB-aansluiting van uw computer aan.
Voorbereidingen Het apparaat inschakelen Zet de stroomschakelaar aan. Het apparaat begint op te warmen, waarna het gereedscherm wordt weergegeven. Software laden De printerdriver en scannerdriver installeren. Zorg voordat u de software via de cd-rom installeert, dat het apparaat aan staat en op de USB-poort van de computer is aangesloten.
Voorbereidingen 5 Klik op Select Language (taal selecteren). 6 Klik de taal die u wilt gebruiken. 7 Klik op Install Software (software installeren). De Installation Wizard start. 8 Klik op Next (volgende). 9 Selecteer Express Mode voor de eenvoudige standaardinstallatie en klik op Next. OPMERKING: Indien u Custom Mode heeft gekozen, selecteert u Universal Serial Bus (USB) om de aansluitingsmethode te kiezen. Volg de instructies op het scherm.
Voorbereidingen OPMERKING: Wanneer u software onder Windows XP installeert, wordt er tijdens de installatie van de software een waarschuwing weergegeven, dat de apparaatdriver niet aan de eisen van de Windows Logo-test voldoet. Klik op Toch doorgaan om de waarschuwing te negeren en de driver de installeren. Alle apparaatdrivers zijn volledig getest. Als de installatie van de scannerdriver wordt weergegeven, volgt u de instructies op het scherm.
4 Kopieerfuncties Basishandelingen voor kopiëren Raadpleeg de Systeeminstellingen om de standaardinstellingen voor het apparaat te wijzigen. 1 Schakel het apparaat in. Na afloop van de opwarmperiode wordt het gereedscherm weergegeven. 2 Maak een keuze uit de verschillende functies van het kopieerapparaat. 3 Druk op [Kopieermodus] om de gewenste modus te selecteren. Modus 4 Beschrijving (tekst en foto's) Selecteer deze modus voor originelen die uit een combinatie van tekst en afbeeldingen bestaan.
Kopieerfuncties 5 Voer het gewenste aantal kopieën in. Het maximumaantal is 99. 6 Open de afdekklep voor originelen en plaats het origineel met de beeldzijde naar beneden in de achterste linkerhoek van de glasplaat. Sluit de afdekklep. 7 Druk op [Start]. Het kopiëren begint onmiddellijk. Druk op [Stop/Wissen] om het kopiëren te annuleren. Voltooide kopieën worden in de opvangbak afgeleverd.
Kopieerfuncties Acceptabele originelen • • • • Alleen vellen papier gebruiken Papiergewicht: 60 tot 105 g/m² Papierformaten: Legal (maximum), Statement en A5R (minimum) Het maximale aantal dat tegelijk kan worden geplaatst: 50 vellen (50 tot 80 g/m²) Originelen die moeten worden vermeden Zorg ervoor, dat de volgende papiersoorten niet als originelen in de documenttoevoer worden gebruikt: • • • • • • • • Originelen met geperforeerde gaatjes Transparanten Zachte originelen, zoals carbon- of vinylpapier, of
Kopieerfuncties 5 Plaats de originelen op volgorde en met de beeldzijde omhoog in de origineleninvoer. Schuif de voorrand van de originelen zo ver mogelijk in de documenttoevoer. C AB Een dik origineel op de glasplaat leggen Wanneer u een origineel wilt kopiëren dat niet in de documenttoevoer kan worden geplaatst (boeken, tijdschriften e.d.), opent u de documenttoevoer en plaatst u het origineel rechtstreeks op de glasplaat. Sluit de documenttoevoer na gebruik.
Kopieerfuncties Standaard zoom 1 Druk op [Zoom]. 2 Druk op W of X om de gewenste zoomverhouding te selecteren. 3 Druk op [OK]. Het berichtenscherm keert terug naar het gereedscherm. De nieuwe zoomverhouding is opgeslagen. Plaats om met kopiëren te beginnen het origineel op de glasplaat en druk op [Start]. Variabele zoom Voer de volgende procedure uit om de instellingen voor de modus Variabele zoom uit te voeren. 1 Druk op [Zoom]. 2 Druk op W of X om Aangep. te selecteren en druk op [OK].
Kopieerfuncties 1 Druk op [Sorteren] om te selecteren. of 2 Voer het gewenste aantal kopieën in. 3 Plaats het origineel op de glasplaat en druk op [Start]. Het eerste origineel wordt nu gescand. Vervang het eerste origineel met de volgende en druk op [Start]. Het scannen begint. 4 Als alle originelen zijn gescand, drukt u op . Het kopiëren begint. De gescande pagina's worden afgedrukt. Modus Combineren De beelden van 2 of 4 originelen kunnen worden verkleind en op één kopie worden gecombineerd.
Kopieerfuncties 1 Druk op [Combineren] om de gewenste modus te selecteren. 2 Voer het gewenste aantal kopieën in. 3 Plaats het origineel op de glasplaat en druk op [Start]. Het scannen begint. 4 Vervang het eerste origineel met de volgende en druk op [Start]. Het scannen begint. De gescande pagina's worden om de twee of vier pagina's afgedrukt. EcoPrint modus In de EcoPrint-modus gebruikt het apparaat minder toner voor een pagina, zodat u op afdrukkosten bespaart.
Kopieerfuncties 4-8 GEBRUIKERSHANDLEIDING
5 Scanfuncties Met dit product kunt u de scanner vanuit een TWAIN- of plug-in-softwaretoepassing bedienen. Aangezien de scannerdriver geen stand-alone software is, moet het programma vanuit een met TWAIN compatibele softwaretoepassing worden gestart. Daarna kan de scannerdriver de afbeelding scannen en op uw computer laden. De opdracht voor het starten van de scannerdriver kan per softwaretoepassing verschillen.
Scanfuncties 8 Selecteer de instellingen voor de scantoepassingen (bijv. Verscherpen, Ontrasteren e.d.) die u wilt gebruiken. 9 Klik op Voorbeeld of Scannen om uw document(en) te bekijken of te scannen. De scanmethode selecteren Selecteer hoe u wilt scannen in het vervolgkeuzemenu Scanmethode. Modus Beschrijving Enkelzijdig/meerdere pagina's Gebruik deze instelling als u de documenttoevoer gebruikt om documenten per stuk te scannen.
Scanfuncties Afsluiten Klik op Afsluiten om de huidige taak af te sluiten. Uw beeld verbeteren Helderheid Maak een beeld lichter of donkerder. Hoe hoger de waarde, des te helderder wordt het beeld. Contrast Pas het bereik aan tussen de donkerste en lichtste schaduwen in het beeld. Hoe hoger het contrast, des te groter is het verschil tussen de grijswaarden. Omkeren Met de omkeeropdracht worden de helderheid en kleur in het beeld omgekeerd.
Scanfuncties Verscherpen Klik op de toets Verscherpen om een vervolgkeuzemenu te openen, waarmee u kunt aangeven op welk niveau het gescande beeld moet worden verscherpt. U kunt kiezen uit Licht, Meer, Zwaar of Extra zwaar. Kleuraanpassingen Klik op de toets Kleuraanpassingen om de toets voor de functies Tint, Verzadiging en Lichtsterkte in te schakelen. OPMERKING: Als u de functies Tint, Verzadiging of Lichtsterkte wilt gebruiken, moet u op de toets Geavanceerde instellingen drukken.
Scanfuncties Kleurbalans Wanneer u de toets Kleurbalans selecteert, verschijnt er een dialoogvenster waarmee u de kleur van het beeld aan kunt passen, zodat het beeld zo goed mogelijk op het origineel lijkt. De standaard parameters worden gebruikt om het beeld aan te passen. U kunt waarden in de tekstvakken Kleurniveaus typen of de schuifpijl onder de kleur verslepen. Tint / verzadiging / lichtsterkte Klik op deze toets om de tint, verzadiging of lichtsterkte van een beeld aan te passen.
Scanfuncties Scaninstellingen Met het tabblad Scaninstellingen kunt u de scaninstellingen van uw toepassing in een bestand opslaan, een bestaand bestand laden of een bestaand bestand verwijderen. 5-6 Een bestand met scaninstellingen opslaan Typ in het tekstvak Bestandsnaam een naam voor uw instellingen en klik op Opslaan. Uw instellingen worden opgeslagen en de bestandsnaam verschijnt in de lijst. Een bestand met scaninstellingen gebruiken U kunt een bestaand instellingenbestand gebruiken.
Scanfuncties Configuratie-instellingen Met het tabblad Configuratie-instellingen kunt u bepaalde speciale instellingen aanpassen. Hintinstelling Zet een vinkje in het vak Hints weergeven voor tekstvakjes waarin de naam van een item verschijnt wanneer u de muis boven dat item in het dialoogvenster houdt. Klik op Toepassen om de wijzigingen op te slaan. Schaal vergrendelen Klik op deze toets om de breedte en hoogte van de aflevering vast te stellen, ook al is het geselecteerde scanformaat anders.
Scanfuncties 5-8 GEBRUIKERSHANDLEIDING
6 Afdrukfuncties In dit hoofdstuk vindt u uitleg over het aanpassen van de geïnstalleerde printerdriverinstellingen en het maken van afdrukken. Afdrukvoorkeuren Tabblad Basis Afdrukrichting Gebruik deze functie om de afdrukrichting te selecteren. Kopieën Gebruik deze functie om het aantal benodigde exemplaren te selecteren. Indien u sets wilt, kiest u Sorteren. Als u Volgorde omdraaien gebruikt, wordt er in de omgekeerde volgorde afgedrukt.
Afdrukfuncties Tabblad Lay-out N-up Gebruik deze functie om N-up te selecteren, zodat er 9 beelden op één vel worden afgedrukt. Wanneer u Randen afdrukken kiest, verschijnen de paginaranden op elke pagina. Papierformaat uitvoer Gebruik deze functie om het beeld tussen 25% en 400% te vergroten of te verkleinen. Tabblad Effect Watermerk Gebruik deze functie om watermerken te selecteren en te bewerken. Met Nieuw/Toevoegen kunt u een nieuw watermerk toevoegen. Met Bewerken kunt u het watermerk wijzigen.
7 QLINK gebruiken QLINK is een hulpprogramma waarmee u de meestgebruikte scantoepassingen gemakkelijk, met enkele muisklikken, kunt openen. Door het gebruik van QLINK hoeft u de betreffende toepassingen niet meer handmatig te openen, en kunt u een document rechtstreeks naar een map op uw computer scannen. QLINK biedt drie bedieningscategorieën: 1 Instelling MFP-knop - Configureer [Scannen naar PC] op het bedieningspaneel.
QLINK gebruiken Instelling MFP-knop De toets Scannen naar PC op het bedieningspaneel gebruiken om te scannen Door het gebruik van [Scannen naar PC] hoeft u de betreffende toepassingen niet meer handmatig te openen, en kunt u een document rechtstreeks naar een map op uw computer scannen. 1 Plaats het origineel met de beeldzijde omhoog in de documenttoevoer of met de beeldzijde omlaag op de glasplaat. 2 Druk via het bedieningspaneel op [Scannen naar PC].
QLINK gebruiken Klik op een van de toepassingen in de lijst en vervolgens op Bewerken om het dialoogvenster Voorkeuren te openen (zie hieronder): Programmapad Selecteer het pad naar de map waar het exe-bestand van uw toepassing op de computer staat door op Bladeren te klikken. Programmanaam De oorspronkelijke naam van uw toepassing wordt hier weergegeven. Programmanaam op MFP-scherm Geef uw toepassing een naam, die op het berichtenscherm verschijnt.
QLINK gebruiken Kopieerfunctie De drie kopieertoetsen in QLINK kunnen naar wens worden aangepast, zodat u kunt profiteren van de in de printerdriver van het apparaat ingebouwde toepassingen om de combineerfunctie uit te voeren wanneer u originelen in de documenttoevoer plaatst. Volg de aanwijzingen in de onderstaande tabel en klik op een van de drie kopieertoetsen in QLINK om te kopiëren. Drukt 1 origineel verkleind op één vel papier af. Drukt 2 originelen verkleind op één vel papier af.
QLINK gebruiken Scannerinstellingen Door op het pijltje naast de keuzelijst te klikken, kunt u uit de volgende origineelbeeldtypen kiezen: Indien de inhoud van het origineel alleen uit foto's bestaat, of uit foto's met wat tekst erbij, kiest u Foto's om een kopie te maken die zich op de foto concentreert. Met de optie Zwart-wit maakt u daarentegen een kopie die zich op tekst concentreert.
QLINK gebruiken Kopieerinstellingen Kopieën Hiermee selecteert u het aantal kopieën. Schaal (%) Vergroot of verklein de kopieerschaal. Printer Als u de standaardeigenschappen van de printer wilt bijwerken, klikt u op Eigenschappen. Er verschijnt nu een voorbeeld van het eigenschappenvenster van uw printerdriver (zie hieronder): Sorteren Hiermee schakelt u de sorteerfunctie in. OK Deze toets wordt gebruikt om uw bijgewerkte instellingen op te slaan.
QLINK gebruiken Door de gebruiker gedefinieerde toetsen U kunt maximaal drie toetsen in QLINK definiëren. U kunt uw eigen voorkeuren en configuratie instellen, afhankelijk van de door uw gewenste toepassing. Klik met de rechtermuisknop op een van de drie toetsen Door gebruiker gedefinieerd en klik dan op Configuratie om een toets te definiëren. Er verschijnt een dialoogvenster Toepassing als voorbeeld, afhankelijk van de eerder geselecteerde of standaardtoepassing.
QLINK gebruiken 7-8 GEBRUIKERSHANDLEIDING
8 Systeeminstellingen In dit hoofdstuk staan de procedures voor de verschillende instellingen die voor de bediening van dit apparaat nodig zijn. Berichtentaal U kunt de taal van het berichtenscherm kiezen uit English, Français, Deutsch, Italiano, Nederlands, Español, Dansk, Svenska, Norsk, Polski, Čeština, Magyar, Suomi, РУССКИЙ, Lithuanian, Ελληνικά, İngilizce, , Português, Português(SA). [Menu] 1 Als u niet zeker weet hoe u dit routeschema moet gebruiken, raadpleegt u Menu-items openen op pagina xviii.
Systeeminstellingen [Menu] 1 Als u niet zeker weet hoe u dit routeschema moet gebruiken, raadpleegt u Menu-items openen op pagina xviii. W of X 1.Normale setup [OK] Open 13. Slaapmodus. 2 W of X Druk op W of X om te selecteren na hoeveel tijd het apparaat op de slaapstand overgaat en druk op [OK]. Het scherm keert terug naar het gereedscherm. 13. Slaapmodus [OK] Toner installeren Als u de tonercontainer vervangt, moet u de tonerteller volgens de uitleg hieronder weer op nul zetten.
Systeeminstellingen Drum resetten Voer de drumresetprocedure uit wanneer de drum is vervangen. VOORZICHTIG: Als deze procedure niet wordt uitgevoerd, kan het apparaat de stroomregeling van de hoofdlader niet goed instellen en kunnen er problemen met de afdrukkwaliteit optreden. [Menu] 1 Als u niet zeker weet hoe u dit routeschema moet gebruiken, raadpleegt u Menu-items openen op pagina xviii. W of X 1.Normale setup [OK] Open 17.Drum reset.
Systeeminstellingen EcoFuser Wanneer deze modus op Aan is gezet wordt de fuserverwarming tijdens de slaapstand uitgeschakeld om stroom te besparen. De opwarmtijd duurt echter langer dan bij Uit. [Menu] 1 Als u niet zeker weet hoe u dit routeschema moet gebruiken, raadpleegt u Menu-items openen op pagina xviii. W of X 1.Normale setup [OK] W of X Open 110.EcoFuser. 2 Druk op W of X om Aan of Uit te selecteren. Druk op [OK]. Het scherm keert terug naar het gereedscherm. 110.
Systeeminstellingen [Menu] 1 Als u niet zeker weet hoe u dit routeschema moet gebruiken, raadpleegt u Menu-items openen op pagina xviii. W of X 2. Setup Kopie [OK] Open 2. Setup Kopie. 2 3 Druk op W of X om de te wijzigen standaardinstelling te selecteren en druk op [OK]. Het scherm voor de geselecteerde standaardinstelling wordt nu weergegeven. Druk op W of X om de nieuwe standaardinstelling te selecteren en druk op [OK]. Het scherm keert terug naar het gereedscherm.
Systeeminstellingen 8-6 GEBRUIKERSHANDLEIDING
9 Onderhoud Vervanging tonercontainer Wanneer de tonercontainer leeg is, moet deze worden vervangen. Met een starttonercontainer kunt u ongeveer 3000 afdrukken maken. Er zijn twee verschillende typen volle tonercontainers: voor 2000 of 6000 pagina's (met een dekking van 5%). Het apparaat geeft op twee verschillende momenten tijdens het gebruik van toner berichten weer. • • Wanneer de toner in het apparaat bijna op is, toont het apparaat het bericht Toner bijna op als eerste waarschuwing.
Onderhoud 3 Draai vergrendelingshendel A in de ontgrendelingsstand, draai vergrendelingshendel B naar rechts en trek de tonercontainer naar buiten. B Plaats de gebruikte tonercontainer in de meegeleverde plastic zak om weg te gooien. A 4 Haal de nieuwe tonercontainer. uit de verpakking Schud de container heen en weer om de toner gelijkmatig te verdelen. 5 Verwijder het etiket van de tonercontainer. 6 Plaats de nieuwe tonercontainer in de printer.
Onderhoud 8 Sluit de voorklep. 9 Sluit de scanner en druk op de hendel. BELANGRIJK: Zorg ervoor dat uw vingers niet tussen de scanner en het hoofdgedeelte zitten wanneer de scanner wordt gesloten. De lader en registratierol reinigen Telkens wanneer de tonercontainer wordt vervangen, moet de binnenkant van het apparaat worden gereinigd. 1 Open de scanner.
Onderhoud 2 Open de voorklep. 3 Haal de ontwikkelaar en de tonercontainer uit de printer. 4 Haal de drum met behulp van de groene hendels uit het apparaat. OPMERKING: De drum is gevoelig voor licht. Stel de drum nooit langer dan vijf minuten aan licht bloot. 5 Plaats de drum plat op een schone, vlakke ondergrond. BELANGRIJK: Plaats de drum niet op een van de zijkanten. 6 Gebruik een schone, pluisvrije doek om stof en vuil van de metalen registratierol c te verwijderen.
Onderhoud 7 Schuif de knop van de laderreiniger (groen) 2 of 3 keer heen en weer om de draad van de lader te reinigen en zet de knop dan weer in de uitgangspositie terug. 8 Wanneer u klaar bent, plaatst u de drum terug en brengt u de geleiders aan beide uiteinden in lijn met de sleuven van het apparaat. 9 Plaats de ontwikkelaar samen met de tonercontainer terug in het apparaat. 10 Sluit de voorklep. 11 Sluit de scanner en druk op de hendel.
Onderhoud BELANGRIJK: Zorg ervoor dat uw vingers niet tussen de scanner en het hoofdgedeelte zitten wanneer de scanner wordt gesloten. Het apparaat reinigen VOORZICHTIG: Verwijder om veiligheidsredenen het netsnoer bij het reinigen van het apparaat altijd uit het stopcontact. Gebruik altijd een zachte doek die is bevochtigd met alcohol of een niet-bijtend schoonmaakmiddel om het apparaat te reinigen. Open de documenttoevoer en veeg het grijze gedeelte (zie afbeelding) schoon.
Onderhoud 3 Veeg het drukkussen van boven naar onderen schoon. Zorg er goed voor dat u het vergaarveertje niet breekt. Drukkussen Het drukkussen van de documenttoevoer vervangen Wanneer u ongeveer 50.000 pagina's via de documenttoevoer heeft gescand, is het drukkussen mogelijk versleten en kunnen er problemen met de invoer van documenten optreden. In dat geval raden wij u aan het drukkussen te vervangen.
Onderhoud Vergrendeling tijdens verzending Schuif de vergrendeling tijdens verzending altijd in de vergrendelde positie voordat u het apparaat naar een andere lokatie verplaatst. Schuif voordat u het apparaat gaat gebruiken de vergrendeling in de ontgrendelde positie.
10 Problemen oplossen Algemene richtlijnen In de onderstaande tabel staan basisoplossingen voor problemen die bij het apparaat kunnen optreden. Voordat u service belt, raden wij u aan eerst deze tabel te raadplegen om problemen op te lossen. Symptoom Controles Correctie Verwijzing Er gaat niets branden op het bedieningspaneel wanneer het apparaat wordt ingeschakeld. Is de stekker aangesloten op een stopcontact? Sluit de stekker aan op een stopcontact.
Problemen oplossen Symptoom Controles Correctie Verwijzing Alle pagina's zijn zwart. — Neem contact op met uw servicetechnicus. Verwijderde achtergrondkleuren, horizontale strepen of afgedwaalde punten. Is de draad van de lader vuil? Reinig de draad van de lader. pagina 9-3 Is het drumoppervlak vuil? Reinig het drumoppervlak. pagina 8-3 Zwarte of witte strepen op kopieën. Is de draad van de lader vuil? Reinig de draad van de lader.
Problemen oplossen Symptoom Correctie Verwijzing Heeft u de software geïnstalleerd vanuit het installatieprogramma of vanaf de cd-rom? Installeer de software vanaf de cd-rom. pagina 3-2 Heeft u de software geïnstalleerd via de wizard Nieuwe hardware gevonden? Installeer de software via de wizard Nieuwe hardware gevonden. — De software kan niet worden verwijderd. Heeft u de software verwijderd via Installatie ongedaan maken in het startmenu? Verwijder de software via de cd-rom.
Problemen oplossen Bericht Procedure Verwijzing Schakel het apparaat uit- en weer in. Als het bericht nog steeds wordt weergegeven, schakelt u het apparaat uit en neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger of erkend servicebedrijf. — Schakel het apparaat uit- en weer in. Als het bericht nog steeds wordt weergegeven, schakelt u het apparaat uit en neemt u contact op met uw servicevertegenwoordiger of erkend servicebedrijf.
Problemen oplossen 2 Open de scanner. 3 Open de voorklep. 4 Sluit de voorklep. 5 Sluit de scanner en druk op de hendel. De storing is verholpen. BELANGRIJK: Zorg ervoor dat uw vingers niet tussen de scanner en het hoofdgedeelte zitten wanneer de scanner wordt gesloten.
Problemen oplossen Papiercassette 1 Trek de cassette naar buiten. 2 Verwijder het papier dat niet helemaal ingevoerd is. Controleer of het papier goed is geplaatst. Als dit niet het geval is, plaatst u het papier opnieuw. 10-6 3 Duw de cassette weer stevig terug. 4 Open de scanner. 5 Open de voorklep. 6 Sluit de voorklep.
Problemen oplossen 7 Sluit de scanner en druk op de hendel. De storing is verholpen. BELANGRIJK: Zorg ervoor dat uw vingers niet tussen de scanner en het hoofdgedeelte zitten wanneer de scanner wordt gesloten. Handmatige invoerlade 1 Haal het papier uit de Handmatige invoerlade. BELANGRIJK: Probeer geen papier te verwijderen dat al gedeeltelijk is ingevoerd. Ga in dat geval verder met stap 2. 2 Open de scanner. 3 Open de voorklep.
Problemen oplossen 4 Haal de ontwikkelaar en de tonercontainer uit de printer. 5 Haal de drum met behulp van de groene hendels uit het apparaat. OPMERKING: De drum is gevoelig voor licht. Stel de drum nooit langer dan vijf minuten aan licht bloot. 6 Als het papier tussen de rollen is vastgelopen, trekt u het papier in de normale papierrichting. Als het papier nog niet in de metalen registratierol is ingevoerd, verwijdert u het papier vanaf de kant van de Handmatige invoerlade.
Problemen oplossen 8 Plaats de ontwikkelaar samen met de tonercontainer terug in het apparaat. 9 Sluit de voorklep. 10 Sluit de scanner en druk op de hendel. BELANGRIJK: Zorg ervoor dat uw vingers niet tussen de scanner en het hoofdgedeelte zitten wanneer de scanner wordt gesloten. 11 Plaats het papier weer in Handmatige invoerlade terug.
Problemen oplossen Binnenin het apparaat 1 Open de scanner. 2 Open de voorklep. 3 Haal de ontwikkelaar en de tonercontainer uit de printer. 4 Haal de drum met behulp van de groene hendels uit het apparaat. OPMERKING: De drum is gevoelig voor licht. Stel de drum nooit langer dan vijf minuten aan licht bloot. 5 Haal het papier uit het apparaat. OPMERKING: Als het papier tussen de rollen is vastgelopen, trekt u het papier in de normale papierrichting.
Problemen oplossen 6 Plaats de drum terug en breng de geleiders aan beide uiteinden in lijn met de sleuven van het apparaat. 7 Plaats de ontwikkelaar samen met de tonercontainer terug in het apparaat. 8 Sluit de voorklep. 9 Sluit de scanner en druk op de hendel. BELANGRIJK: Zorg ervoor dat uw vingers niet tussen de scanner en het hoofdgedeelte zitten wanneer de scanner wordt gesloten.
Problemen oplossen Documenttoevoer 1 Haal alle originelen uit de origineleninvoer. 2 Open de linkerklep van de documenttoevoer. 3 Verwijder het vastgelopen origineel. Als het origineel in de rollen is vast komen te zitten of moeilijk te verwijderen is, gaat u door naar de volgende stap. 10-12 4 Verwijder het vastgelopen origineel. 5 Sluit de linkerklep. 6 Plaats de originelen.
11 Specificaties OPMERKING: Specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Specificaties Item Specificatie Stroomvoorziening 120V AC, 60 Hz, 8,2 A 220 tot 240V AC, 50/60 Hz, 3,9 A Afmetingen (B) × (D) × (H) 476 × 392 × 489 mm Gewicht Circa 15 kg Vereiste ruimte (B) × (D) 479 × 437 mm Kopieerfuncties Item Specificatie Kopieersnelheid Glasplaat (1:1) A4: 16 kopieën/min. A5/A6: 10 kopieën/min. B5: 14 kopieën/min. Letter: 17 kopieën/min. Documenttoevoer (1:1) A4: 12 kopieën/min. A5: 14 kopieën/min. B5: 14 kopieën/min. Letter: 13 kopieën/min. Legal: 11 kopieën/min.
Specificaties Scanfuncties Item Specificatie Scansnelheid (1:1, A4, 300 dpi) Monochroom: 5 scans/min. Full color of Grijsschaal: 5 scans/min. (TWAIN), 4 scans/min.
Specificaties De USB-interface van de afdrukserver biedt gemakkelijke externe verbindingen. Ons hulpprogramma vereenvoudigt het configureren van uw Ethernet-netwerk, zodat gebruikers kunnen afdrukken. Afdrukserver (IB-110) gebruiken Wanneer de afdrukserver (IB-110) is aangesloten, kunt u de volgende procedure uitvoeren. Sluit het apparaat aan en configureer de instellingen (raadpleeg de installatiehandleiding van de afdrukserver). Software laden 1 Volg stap 1 tot en met 8 van Software laden op pagina 3-2.
INDEX H Handmatige invoerlade 2-4 I Cijfers 2 op 1 4-6 4 op 1 4-6 A Afdrukfuncties 6-1 Tabblad Basis 6-1 Tabblad Effect 6-2 Tabblad Lay-out 6-2 Tabblad Papier 6-1 Afdrukserver (IB-110) 11-3 Algemene richtlijnen 10-1 Instelmechanisme voor papierbreedte 2-3 Instelmechanisme voor papierlengte 2-2 K Kabels aansluiten 3-1 Kopieerfuncties 4-1 Kopiëren 4-1 M Menu-items openen xviii Modus Combineren 4-6 Modus voor tekst en foto's 4-1 C N Cassette 2-2 Configuratie voor kopiëren 8-4 Conventies xvii Netsnoer
Papier plaatsen 2-1 Cassette 2-2 Handmatige invoerlade 2-4 Papierstoring 10-4 Achterklep 10-4 Binnenin het apparaat 10-10 Documenttoevoer 10-12 Handmatige invoerlade 10-7 Opvangbak 10-4 Papiercassette 10-6 Problemen oplossen 10-1 Specificaties 11-1 Afdrukfuncties 11-2 Documenttoevoer 11-3 Hoofdgedeelte 11-1 Kopieerfuncties 11-2 Omgevingsspecificaties 11-3 Scanfuncties 11-3 Standaard zoom 4-5 Standaardwaarden van functies wijzigen 8-4 Stroomschakelaar 3-2 Systeeminstellingen 8-1 Q T QLINK 7-1 Instelling
Voor de beste resultaten en prestaties van het apparaat wordt aanbevolen om alleen onze originele verbruiksartikelen voor uw producten te gebruiken.
6 2005 is a trademark of Kyocera Corporation
Rev. 1.0 2006.