Handleiding voor de Telefax 359 © Copyright maart 1999 KPN Telecom B.V. KPN Telecom behoudt zich het recht voor wijzigingen aan te brengen, zonder voorafgaand bericht. KPN Telecom kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade of letsel die het gevolg is van verkeerd gebruik of gebruik dat niet in overeenstemming is met de instructies uit deze handleiding. De diensten en producten die zijn aangeduid met ®, zijn geregistreerde merken van KPN N.V.
Het product voldoet aan de bepalingen van de EG-richtlijnen: Elektromagnetische Compatibiliteit-richtlijn (89/336/EEG) (radiostoring) en laagspanningsrichtlijn (73/23/EEG) (elektrische veiligheid). Deze richtlijnen zijn essentiële eisen van de Randapparatuurrichtlijn (91/263/EEG).
Inhoud Inhoudsopgave INLEIDING . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .7 MAKKELIJK TE BEDIENEN . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .8 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 DAGELIJKS GEBRUIK Fax verzenden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .10 Fax ontvangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
6
Inleiding Inleiding De Telefax 359 is een fax en kopieermachine in één. Nadat u het apparaat hebt aangesloten, kunt u direct faxberichten verzenden/ontvangen en kopiëren. Voor het in gebruik nemen van de Telefax 359 dient u slechts de datum en tijd, uw (bedrijfs)naam en uw telefoonnummer in te voeren. Deze functies staan beschreven in hoofdstuk 4.8 (pag. 101) Waar vindt u belangrijke informatie en waarom daar? Informatie die u vaker nodig hebt, staat beschreven in hoofdstuk 1 (dagelijks gebruik).
Makkelijk te bedienen ! & ZEND/ONTV Knippert bij verzending of ontvangst van een document. Knippert wanneer een probleem zich voordoet. * @ ORIGINEEL Kiezen tussen normaal, licht en donker origineel . Tevens cursorbesturing naar links. # RESOLUTIE Kiezen tussen standaard, fijne en superfijne resolutie. Bij het kopiëren wordt automatisch de fijne resolutie gekozen. Tevens cursorbesturing naar rechts.
CIJFERTOETSEN Voor het handmatig kiezen van nummers, invoeren van nummers en verkorte kiescodes, en voor het kiezen van functies. Bediening ¢ ª START Voor het starten van een opdracht. º KOPIE Voor het maken van kopieën. ∞ FLASH Voor het invoeren van een flash t.b.v. functies in de bedrijfstelefooncentrale waar de Telefax 359 op aangesloten is, of t.b.v. de ondersteuning van (toekomstige) diensten in het openbare telefoonnet.
1 1.1 Fax verzenden Voor het in gebruik nemen van de Telefax 359 dient u de instructies in hoofdstuk 4, Installatie, uit te voeren. De automatische documentinvoer is geschikt voor maximaal 50 pagina’s tegelijk. Meer pagina’s kunnen tijdens zenden of kopiëren worden bijgeplaatst (tot een maximum van 50). Documenten verzenden/kopiëren Verzend/kopieer alleen documenten die voldoen aan de hieronder vermelde afmetingen.
Hoofdstuk 1: dagelijks gebruik Resolutie instellen U kunt de resolutie instellen op normaal (standaard), fijn, of superfijn met: RESOLUTIE Wilt u een document verzenden met kleine karakters en/of tekeningen stel dan de resolutie in op fijn. Kies s-fijn (superfijn) als uw document gedetailleerde tekeningen bevat. N.B.
1 Verzenden stoppen 1 U kunt de verzending van een faxbericht onderbreken door te drukken op: COMMUNICATIE STOPPEN 1:JA 2:NEE Stop 2 Indien u echt wilt stoppen, druk dan op: 1 3 OPSLAAN INCOMPL.BER. 1:JA 2:NEE Wanneer u ervoor kiest om het document in het geheugen op te slaan, kan dit op een later tijdstip verzonden worden (zie hoofdstuk 2.8 pag. 59). Het document hoeft dan niet opnieuw ingevoerd te worden .
Hoofdstuk 1: dagelijks gebruik Berichten in het geheugen Documenten die u verzendt, worden eerst in het geheugen van de Telefax 359 opgeslagen. Elk opgeslagen document krijgt een berichtnummer. Dit nummer is te zien in de rechterbovenhoek van het display en wordt afgedrukt in het journaal. Nadat het document is opgeslagen, wordt het nummer gekozen en het document verzonden. U kunt documenten ook zonder gebruik van het geheugen verzenden.
1 3 OPSLAAN BER. Start 4 Documenten die u verstuurt, worden opgeslagen in het geheugen van de Telefax 359. OPSLAAN BER. NR=001 PAG.=01 01% Programmatoetsen gebruiken Programmatoetsen kunnen onder andere worden gebruikt om een telefoonnummer op te slaan (als u aan 32 naamtoetsen niet genoeg hebt). De programmatoets krijgt dan de functie van naamtoets. Het definiëren van een programmatoets als naamtoets staat beschreven in hoofdstuk 2.3 (pag. 37).
Tik de gezochte naam of een gedeelte ervan in. 01 a 4 06 A ˆ FOTOSTAND f 04 F d Hoofdstuk 1: dagelijks gebruik 3 VOER LETTER(S) IN AFD D STEMPEL [01] AFD. INKOOP 123466 ˆ Op het display verschijnen een voor een de namen die beginnen met de ingetoetste letter(s). Druk op: ˆ FOTOSTAND STEMPEL ˆ totdat de gezochte naam verschijnt. Druk vervolgens op: 5 OPSLAAN BER. Start 6 Documenten die u verstuurt, worden opgeslagen in het geheugen van de Telefax 359. OPSLAAN BER. NR=003 PAG.
1 Rechtstreeks kiezen Bij deze wijze van kiezen hoort u eerst de kiestoon, daarna voert u het telefoonnummer in. De cijfers worden direct gekozen. 1 Leg het document met de tekstzijde naar onder in de documentinvoer. KIESCODE(S) DRUK OP START 00% 2 TEL/KIES *LUIDSPREKER* U hoort de kiestoon 3 Tik het gewenste telefoonnummer in op het toetsenbord. Bijvoorbeeld: *KIEZEN* 0701234567 PQRS 0 4 7 0 1 De Telefax 359 zoekt nu verbinding met het ingetoetste nummer en verstuurt het bericht.
Hoofdstuk 1: dagelijks gebruik 3 Start OPSLAAN BER. NR=001 PAG.=01 01% Het document wordt opgeslagen. De telefoonnummers worden in de ingevoerde volgorde gekozen en het document wordt verzonden.
1 1.2 Fax ontvangen De Telefax 359 is standaard ingesteld op het automatisch ontvangen van alle binnenkomende documenten. Indien de telefoonlijn ook voor binnenkomende gesprekken wordt gebruikt, bestaat de mogelijkheid om binnenkomende berichten handmatig te ontvangen. Er moet dan wel een telefoontoestel op de Telefax 359 zijn aangesloten. Ontvangst in het geheugen Als tijdens de ontvangst van een faxbericht de toner of het papier op raakt, slaat de Telefax 359 het document op in het geheugen.
Hoofdstuk 1: dagelijks gebruik Handmatige ontvangst Voor deze functie moet een telefoontoestel op de Telefax 359 zijn aangesloten en moet toestelparameter 17 ingesteld zijn op HANDMATIGE ONTVANGSTMODE. Zie voor het instellen van toestelparameters bijlage A (pag. 108). 1 2 3 Als u de Telefax 359 op handmatige ontvangstmode heeft ingesteld, laat het display dit zien. 26-03-1999 13:30 HAND. ONTV. 00% Als de telefoon overgaat neemt u deze op.
1 1.3 Kopiëren De Telefax 359 heeft een kopieerfunctie waarmee u een of meer kopieën van een origineel kunt maken. Er wordt automatisch gekozen voor een fijne resolutie. Maximaal kunnen 99 kopieën worden gemaakt. 1 Leg het document met de tekstzijde naar onder in de documentinvoer. KIESCODE(S) DRUK OP START 00% 2 KOPIE 3 Tik het gewenste aantal kopieën in (max. 99) ABC 2 KOPIEREN : BEZET KOPIE-AANT. =1 KOPIEREN : BEZET KOPIE-AANT. =2 4 OPSLAAN BER.
Hoofdstuk 1: dagelijks gebruik 1.4 Journaal De Telefax 359 houdt van iedere communicatie gegevens bij die in een journaal worden opgeslagen. Er zijn verschillende journaals die afzonderlijk kunnen worden afgedrukt (automatisch of handmatig). Deze journaals kunt u voor archiefdoeleinden gebruiken. Groot journaal De gegevens van alle berichten worden in dit journaal opgeslagen. Na 100 verzonden en ontvangen berichten wordt een groot journaal afgedrukt.
1 COMM. = = = = BER.
@ Hoofdstuk 1: dagelijks gebruik ! # 26/03 16:25 OK P01 ONT 31 35 5515590 ^ $ % ^ < < 1 = datum en tijd 2 = OK indien zenden/ontvangen correct is = BZET wanneer (na 4 kiespogingen) de andere zijde nog steeds in gesprek is = STOP als u tijdens communicatie op STOP is gedrukt op de Telefax 359 = P-OK indien het document niet in zijn geheel in het geheugen is opgeslagen (vanwege een vol geheugen of problemen met de documentinvoer), maar de correct opgeslagen pagina’s wel goed zijn verzonden 3 = aanta
1 4 INSTELLEN *AFDRUKKEN* ZENDJOURNAAL Het journaal wordt afgedrukt. ********-ZENDJOURNAAL-******** Datum 26-03-1999 ****** TIJD 13.42 ****** DATUM/ TIJD JOURNAALNR. RESULTAAT PAG. (S) TIJDSDUUR BERICHTNR. MODE BESTEMMING ONTVANGEN ID RESOLUTIE = = = = = = = = = = ******************** -KPN Telecom RESULTAAT = = = = MODE BESTEMMING ONTVANGEN ID RESOLUTIE = = = = 26-03-1999 13:42 20 OK 001/001 00:00’19 001 VANUIT GEHEUGEN ZENDEN 0351249042 JANSEN B.V. / +31 351249042 STANDAARD -KPN TELECOM AFD.
Hoofdstuk 1: dagelijks gebruik 2 TUV SELECTIEMODE DRUK OP NR. OF (1-5) 1 1:ZENDJOURNAAL? DRUK OP INSTELLEN < < 8 3 4 INSTELLEN JOURNAALAFDRUK = INC. 1:UIT 2:AAN 3:INC. 5 1 = UIT ABC 2 = AAN DEF 3 = INCOMPLEET 6 INSTELLEN Wilt u de instelling van het communicatiejournaal definitief wijzigen, dan kunt u dat doen met toestelparameter 12. Zie hiervoor bijlage A (pag. 108).
1 1.5 Energiespaarstand De Telefax 359 is voorzien van een energiespaarstand. Het energieverbruik neemt in de stand-by-stand af met ca. 75% tot ca. 10 watt. De Telefax 359 blijft verder normaal functioneren. Voor het afdrukken van een ontvangen of gekopieerde pagina wordt het systeem eerst opgewarmd. Dit duurt ca. 30 seconden. Energiespaarstand De energiespaarstand is standaard continu ingeschakeld.
Hoofdstuk 1: dagelijks gebruik Ruimte voor aantekeningen 27
2 2.1 Naamtoetsen en verkorte kiescodes Naamtoetsen en verkorte kiescodes maken het mogelijk volledige telefoonnummers onder een toets of code op te slaan, waardoor deze nummers niet steeds opnieuw hoeven te worden ingetoetst. Naamtoetsnummers worden opgeslagen onder één toets van het grote toetsenbord op de Telefax 359; verkorte kiescodes worden opgeslagen onder een getal van 2 cijfers.
Tik het telefoonnummer in (max. 36 cijfers, spaties en pauzes inbegrepen), bijvoorbeeld: Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 7 <01> 0701234567 PQRS 0 7 0 1 8 INSTELLEN 9 <01> NAAM INVOEREN 0701234567 Tik nu m.b.v. de lettertoetsen de naam van de ontvanger in (max. 15 tekens). Met de P8-toets (UPPER/LOWER) kiest u voor de letter boven of onder de schuine streep, zoals op de toets staat afgebeeld. Bijvoorbeeld: 01 a 06 A 18 P7 SPACE f r 04 F 32 R d / P5 D 04 & Æ d .
2 3 ABC 2:NAAMT. / KIESCODES? DRUK OP INSTELLEN 2 4 INSTELLEN 1:NAAMTOETS 2:VERKORTE KIESCODE ABC 6 Tik 2 cijfers waaronder u het nummer wilt opslaan, bijvoorbeeld: 0 < KIESCODE [ ] DRUK OP NR. OF 2 < 5 [01] TELEFOONR. INVOEREN 1 U kunt kiezen uit 00 t/m 99. 7 Tik het telefoonnummer in (max. 36 cijfers, spaties en pauzes inbegrepen), bijvoorbeeld: [01] 0701234567 PQRS 0 7 0 1 8 INSTELLEN Tik nu m.b.v. de lettertoetsen de naam van de ontvanger in (max. 15 tekens).
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 10 De gegevens zijn nu onder de toets opgeslagen. U kunt eventueel een volgend nummer invoeren door bij stap 6 verder te gaan. Om met invoeren van verkorte kiescodes te stoppen drukt u op Stop Een ongebruikte verkorte kiescode kunt u zoeken door bij stap 6 te drukken op ˆ FOTOSTAND STEMPEL ˆ Op deze wijze kunt u 100 verkorte kiescodes programmeren. Naamtoets/verkorte kiescodes wijzigen 1 < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < FUNCTIE (1-9) 2 (1-6) < INSTELMODE DRUK OP NR.
2 7 Wanneer u het complete telefoonnummer wilt wijzigen, gebruikt u WISSEN Tik het nieuwe telefoonnummer in. Wanneer u het telefoonnummer wilt aanpassen (bijv. een cijfer toevoegen of vervangen) kunt u de cursor met < of > bewegen naar de plaats waar u de wijziging wilt aanbrengen. Door op KOPIE te drukken, maakt u ruimte om een cijfer tussen te voegen op de plaats van de cursor. 8 INSTELLEN 9 Wanneer u de hele naam wilt wijzigen, gebruikt u WISSEN Tik nu m.b.v.
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 3 ABC 2:NAAMT./KIESCODES? DRUK OP INSTELLEN 2 4 INSTELLEN Kies voor het wissen van een naamtoets 1 Kies voor het wissen van een verkorte kiescode NAAMTOETS < > DRUK OP NAAMTOETS < KIESCODE [ ] DRUK OP NR. OF < 5 1:NAAMTOETS 2:VERKORTE KIESCODE ABC 2 6 Kies het nummer dat u wilt wissen, bijvoorbeeld: 01 a naamtoets A 0 <01>AFD. R&D 0701234567 1 verkorte kiescode [01] AFD. R&D 0701234567 7 WISSEN 8 INSTELLEN 9 Het nummer onder de toets is nu gewist.
2 2.2 Lijsten afdrukken De Telefax 359 heeft de mogelijkheid om lijsten af te drukken van alle ingevoerde faxnummers onder de naamtoetsen, verkorte kiescodes en programmatoetsen. De naamtoetsenlijst geeft een overzicht van de eerste 10 karakters van alle namen die u onder de naamtoetsen hebt ingevoerd en kan in het bedieningspaneel over de naamtoetsen heen worden geplaatst. Een overzicht van alle ingevoerde namen en telefoonnummers krijgt u door een kiescodelijst af te drukken.
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik Kiescodelijst afdrukken 1 (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < FUNCTIE 2 AFDRUKKEN DRUK OP NR. OF (1-7) < 6 < MNO 3 ABC 2 2:KIESCODELIJST? DRUK OP INSTELLEN 4 INSTELLEN 5 Voor het afdrukken van een kiescodelijst drukt u op 1:NAAMT.
2 2.3 Programmatoetsen De Telefax 359 heeft de beschikking over 8 speciale programmatoetsen (P1 t/m P8). Deze toetsen komen van pas als u vaak documenten moet verzenden naar eenzelfde groep ontvangers (groepstoets). U kunt de toetsen ook gebruiken om uitgesteld zenden of afroepen te programmeren. Ten slotte kunt u de programmatoetsen als extra naamtoets definiëren.
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 9 INSTELLEN Als al naamtoetsen en verkorte kiescodes zijn ingevoerd. 2 NRS INGEVOERD VOER NRS IN OF START 10 P-TOETS[P1] NAAM Start 11 Geef de programmatoets m.b.v. de lettertoetsen een herkenbare naam. Bijvoorbeeld: 07 g 18 G r 16 R p P P-TOETS[P1] NAAM GRP. VERKOOP ... 12 INSTELLEN De gegevens zijn nu onder de toets opgeslagen.
2 5 Druk op de programmatoets die u als naamtoets wilt programmeren. Bijvoorbeeld: P1 e P-TOETS[P1] NR.= 1:PROG 2:NAAMTOETS ( 6 ABC [P1] TELEFOONNR. INVOEREN 2 7 Tik het telefoonnummer in (max. 36 cijfers, spaties en pauzes inbegrepen), bijvoorbeeld: [P1] 0701234567 PQRS 0 7 0 1 8 INSTELLEN 9 [P1] NAAM INVOEREN 0701234567 Geef de programmatoets m.b.v. de lettertoetsen een herkenbare naam. Bijvoorbeeld: 07 g 18 G r 16 R p P P-TOETS[P1] NAAM GRP. VERKOOP ...
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 2 (1-6) < INSTELMODE DRUK OP NR. OF 7 < PQRS 3 DEF 3:PROGRAMMATOETSEN DRUK OP INSTELLEN 3 4 INSTELLEN 5 P-TOETS[P ] DRUK PROGRAMMATOETS Druk op de programmatoets die u wilt programmeren. Bijvoorbeeld: P1 e P-TOETS[P1] NR.= 1:PROG 2:NAAMTOETS ( 6 1 P-TOETS[P1] NR.= 1:ZEND/AFR 2:GROEP 1 P-TOETS[P1] NR.
2 13 Wanneer u alle bestemmingen hebt ingevoerd, drukt u op P-TOETS[P1] NAAM Start 14 Geef de programmatoets m.b.v. de lettertoetsen een herkenbare naam. Bijvoorbeeld: 21 15 u 09 U i 20 I t T P-TOETS[P1] NAAM UITGEST.VERKOOP ... Bevestig uw keuze met INSTELLEN P-TOETS[P ] DRUK PROGRAMMATOETS De gegevens zijn nu onder de toets opgeslagen. 16 U kunt andere programmatoetsen op dezelfde wijze van een programma voorzien door het bovenstaande vanaf stap 5 te herhalen.
Druk op de programmatoets die u wilt programmeren. Bijvoorbeeld: P1 e Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 5 P-TOETS[P1] NR.= 1:PROG 2:NAAMTOETS ( 6 1 P-TOETS[P1] NR.= 1:ZEND/AFR 2:GROEP 1 P-TOETS[P1] NR.= 1:ZND 2:AFROEPEN 7 8 ABC P-TOETS[P1] NR.= 1:UITGEST.
2 15 Geef de programmatoets m.b.v. de lettertoetsen een herkenbare naam. Bijvoorbeeld: 01 a 06 A f 18 F r R P-TOETS[P1] NAAM AFROEP VERKOOP ... 16 INSTELLEN P-TOETS[P ] DRUK PROGRAMMATOETS De gegevens zijn nu onder de toets opgeslagen. 17 U kunt andere programmatoetsen op dezelfde wijze van een programma voorzien door het bovenstaande vanaf stap 5 te herhalen. U stopt het programmeren met Stop Programmatoets voor uitgesteld afroepen document (bij anderen) 1 (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR.
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 8 ABC 2 P-TOETS[P1] NR.= 1:UITGEST. 2:NORMAAL 1 UITGEST. AFROEP AFROEPCODE= 9 10 Tik de afroepcode in, bijvoorbeeld: GHI DEF ABC 4 3 2 1 UITGEST. AFROEP AFROEPCODE= 4321 De afroepcode kan alleen worden gebruikt indien gecommuniceerd wordt met een faxapparaat van hetzelfde type; controleer daarom altijd eerst of deze functie wordt ondersteund. Indien geen afroepcode wordt gebruikt, kunt u doorgaan met stap 11.
2 17 Geef de programmatoets m.b.v. de lettertoetsen een herkenbare naam. Bijvoorbeeld: 01 06 a A f 18 F r R P-TOETS[P1] NAAM AFROEP VERKOOP ... 18 INSTELLEN P-TOETS[P ] DRUK PROGRAMMATOETS De gegevens zijn nu onder de toets opgeslagen. 19 U kunt andere programmatoetsen op dezelfde wijze van een programma voorzien door het bovenstaande vanaf stap 5 te herhalen.
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 6 WISSEN 7 Druk nu op INSTELLEN P-TOETS[P1] NR.= 1:PROG 2:NAAMTOETS P-TOETS[P ] DRUK PROGRAMMATOETS om het wissen te bevestigen 8 U kunt nog andere programmatoetsen wissen door het bovenstaande te herhalen vanaf stap 5. U keert terug naar de stand-by-mode met Stop Het afdrukken van een programmalijst 1 (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < FUNCTIE 2 AFDRUKKEN DRUK OP NR.
2 2.4 Extra verzendmogelijkheden Uitgestelde verzending Met de Telefax 359 hebt u de mogelijkheid om uw bericht op een later tijdstip te verzenden, bijvoorbeeld tijdens het goedkope telefoontarief of omdat u op het gewenste faxtijdstip niet aanwezig kunt zijn. Ook bij verzending naar het buitenland kan deze functie een handige optie zijn in verband met het tijdsverschil. Maximaal kunt u 30 faxberichten voor uitgestelde verzending programmeren. Het tijdstip moet binnen de eerstvolgende 24 uur liggen.
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 9 Start OPSLAAN BER. PAG.=01 NR.=001 01% Het document wordt nu in het geheugen opgeslagen, krijgt een berichtnummer en zal op de ingestelde tijd naar het ingevoerde nummer(s) worden verzonden. Om wijzigingen aan te brengen in de bestemming en/of het tijdstip voor uitgestelde verzending, zie hoofdstuk 2.8 (pag. 60).
2 2 Stop WIS ZENDRESERVERING 1:JA 2:NEE 3 1 4 * WISSEN * DIRECT ZENDEN GERES. Verwijder het document uit de documentinvoer. Verzenden met gebruik van een faxvoorblad U kunt aan de uitgaande berichten een faxvoorblad toevoegen. Op dit voorblad staan vermeld de naam van de ontvanger, de naam van de afzender en het aantal pagina’s. 1 Leg het document met de tekstzijde naar onder in de documentinvoer. KIESCODE(S) DRUK OP START 2 (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < FUNCTIE 3 SELECTIEMODE DRUK OP NR.
Kies handmatig of met behulp van een naamtoets, verkorte kiescode, programmatoets of nummerkeuze via de index een telefoonnummer. Druk vervolgens op OPSLAAN BER. PAG.=01 Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 8 NR.=001 01% Start Wanneer u wilt dat bij elke verzending automatisch een faxvoorblad meegezonden wordt, wijzigt u de instelling van toestelparameter nr. 56. Zie hiervoor bijlage A (pag. 108).
2 2.5 Berichten afroepen (polling) De Telefax 359 geeft u de mogelijkheid om berichten van andere faxen af te roepen (polling). De Telefax 359 belt een ander faxapparaat om een daar klaarliggend document op te halen. Ook kan een bericht in het geheugen van de Telefax 359 worden opgeslagen en door een andere fax worden afgeroepen. Afroepcode instellen De afroepcode is optioneel. Hij voorkomt misbruik door derden.
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 9 Beëindig het instellen met Stop Document afroepen (bij anderen) 1 (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < FUNCTIE 2 DEF 3 AFROEPMODE NR.= 1:AFR. ONTV 2: AFR.ZND 1 AFROEP ONTVANGEN AFROEPCODE = 3 4 Indien u vooraf geen afroepcode ingesteld hebt, kunt u deze alsnog invoeren. U mag de afroepcode ook weglaten.
2 Document af laten roepen (door anderen bij u) 1 Leg het document met de tekstzijde naar onder in de documentinvoer. KIESCODE(S) DRUK OP START 2 (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < FUNCTIE 3 DEF 3 AFROEPMODE NR.= 1:AFR. ONTV 2: AFR.ZND 4 ABC 2 5 AFROEP ZENDEN AFROEPCODE = Indien u vooraf geen afroepcode ingesteld hebt, kunt u deze nu alsnog invoeren. U mag de afroepcode ook weglaten. INSTELLEN 6 Het document wordt opgeslagen in het geheugen van de Telefax 359.
Indien u vooraf geen afroepcode ingesteld hebt, kunt u deze nu alsnog invoeren. U mag de afroepcode ook weglaten. UITGEST.AFROEP STARTTIJD : UITGEST.AFROEP STARTTIJD 23:30 Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 4 INSTELLEN 5 Tik het begintijdstip voor afroepen in (gebruik 4 cijfers, 24-uurs-aanduiding).
2 2.6 Selectieve ontvangst (junkmail-preventie) Selectieve ontvangst (junkmail-preventie) voorkomt dat ongewenste documenten, zoals reclameboodschappen en mailings, worden ontvangen. Wanneer selectieve ontvangst is ingesteld, kan de Telefax 359 alleen documenten ontvangen die afkomstig zijn van een van de nummers die via naamtoetsen of verkorte kiescodes zijn geprogrammeerd.
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 9 Stop U schakelt selectieve ontvangst weer uit door bovenstaande stappen opnieuw uit te voeren en bij stap 7 voor 1: UIT te kiezen.
2 2.7 Ontvangst in het geheugen U kunt documenten ontvangen in het geheugen in plaats van ze rechtstreeks op papier te laten binnenkomen. Het afdrukken is te beveiligen door middel van een wachtwoord. Om de documenten vanuit het geheugen af te drukken, moet dan eerst het correcte wachtwoord ingetikt worden. Wachtwoord voor geheugenontvangst instellen of wissen. 1 (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < FUNCTIE 2 (1-6) < INSTELMODE DRUK OP NR.
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik Geheugenontvangst instellen 1 (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < FUNCTIE 2 SELECTIEMODE DRUK OP NR. OF (1-5) < 8 < TUV 3 JKL 5 5:ONTV. IN GEHEUGEN? DRUK OP INSTELLEN 4 INSTELLEN ONTV. IN GEH. = UIT 1:UIT 2:AAN 3:AFDRUK 5 ABC 2 ONTV. IN GEH. = AAN 1:UIT 2:AAN 3:AFDRUK 6 INSTELLEN U schakelt de automatische geheugenontvangst weer uit door bovenstaande stappen opnieuw uit te voeren. Bij stap 5 kiest u nu voor 1:UIT.
2 3 (1-5) < SELECTIEMODE DRUK OP NR. OF 8 < TUV 4 JKL ONTV. IN GEHEUGEN? DRUK OP INSTELLEN 5 5 INSTELLEN ONTV. IN GEH. = A A N 1:UIT 2:AAN 3:AFDRUK 6 DEF ONTV. IN GEH. = AFDRUK 1:UIT 2:AAN 3:AFDRUK 3 7 INSTELLEN INVOEREN CODEWOORD Wanneer er een wachtwoord is ingevoerd, dient u onderstaande stappen ook uit te voeren. 8 Tik het viercijferig wachtwoord in.
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 2.8 Werken met berichten in het geheugen In het geheugen van de Telefax 359 worden documenten opgeslagen. Dit kunnen documenten zijn die nog moeten worden verzonden, in het geheugen zijn ontvangen, of in het geheugen zijn opgeslagen om te worden afgeroepen. Het is mogelijk om de instellingen van deze berichten te veranderen. Er kunnen maximaal 30 verschillende berichten in het geheugen worden opgeslagen.
2 Berichtenlijst bekijken U kunt de berichtenlijst ook regel voor regel in het display bekijken. Dit bespaart u papier en toner, zeker wanneer u maar één specifiek bericht wilt controleren. 1 (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < FUNCTIE 2 WXYZ BERICHTENBEHEER DRUK OP NR.
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 2 BERICHTENBEHEER DRUK OP NR. OF (1-6) < 9 < WXYZ 3 ABC 2:AANP. TIJD/BEST. DRUK OP INSTELLEN 2 ˆ FOTOSTAND < Tik het driecijferige nummer van het bericht dat u wilt wijzigen in, of zoek het op met < 5 VOER BER.NR IN OF BER.NR.= < INSTELLEN < 4 VOER BER.NR IN OF BER.NR.= 0 0 1 STEMPEL ˆ 6 INSTELLEN 7 UITGEST. ZENDEN STARTTIJD 23:30 Als u de tijd wilt wijzigen, tikt u nu de nieuwe tijd in. Wilt u de tijd niet wijzigen, gaat u dan verder met stap 8.
2 Berichten wissen 1 (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < FUNCTIE 2 (1-6) < BERICHTENBEHEER DRUK OP NR. OF 9 < WXYZ 3 DEF 3:WISSEN BERICHT? DRUK OP INSTELLEN 3 ˆ FOTOSTAND < Tik het driecijferige nummer van het bericht dat u wilt wissen in, of zoek het op met < 5 VOER BER.NR IN OF BER.NR.= < INSTELLEN < 4 VOER BER.NR IN OF BER.NR.= 0 0 1 STEMPEL ˆ 6 INSTELLEN WIS BERICHT NR. 001? 1:JA 2:NEE 7 1 * WISSEN * BER. NR.
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 2 BERICHTENBEHEER DRUK OP NR. OF (1-6) < 9 < WXYZ 3 GHI 4:AFDRUKKEN BERICHT? DRUK OP INSTELLEN 4 ˆ FOTOSTAND < Tik het driecijferige nummer van het bericht dat u wilt afdrukken in, of zoek het op met < 5 VOER BER.NR IN OF BER.NR.= < INSTELLEN < 4 VOER BER.NR IN OF BER.NR.= 0 0 1 STEMPEL ˆ 6 INSTELLEN * AFDRUKKEN * AANTAL PAG.= 001/001 Het bericht wordt nu afgedrukt. Ook na het afdrukken blijft het bericht in het geheugen aanwezig.
2 4 (1-6) < BERICHTENBEHEER DRUK OP NR. OF 9 < WXYZ 5 JKL 5:DOKUMENT TOEVOEGEN DRUK OP INSTELLEN 5 ˆ FOTOSTAND < Tik het driecijferige nummer van het bericht dat u wilt uitbreiden in, of zoek het op met < 7 VOER BER.NR IN OF BER.NR.= < INSTELLEN < 6 VOER BER.NR IN OF BER.NR.= 0 0 1 STEMPEL ˆ 8 INSTELLEN De pagina’s worden in het geheugen opgenomen en toegevoegd aan het desbetreffende bericht. OPSLAAN BER. NR.= 001 AANTAL PAG.
ˆ FOTOSTAND < VOER BEST.NR IN OF BER.NR.= 0 0 1 < Tik het driecijferige nummer van het bericht dat u opnieuw wilt versturen in, of zoek het op met Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 5 STEMPEL ˆ 6 INSTELLEN OPSLAAN BER. NR.= 001 Het bericht zal opnieuw worden verstuurd.
2 2.9 De Telefax 359 beveiligen met toegangscode Een viercijferige toegangscode voorkomt onrechtmatig gebruik van de Telefax 359. U kunt op deze manier het faxapparaat blokkeren. Alleen personen die de toegangscode kennen, kunnen dan gebruikmaken van de Telefax 359. Desgewenst blokkeert u alleen de toegang tot de parameters. Iedereen kan dan gebruikmaken van het faxapparaat, maar alleen degene die over de toegangscode beschikt, kan parameters wijzigen.
10 U hebt 2 mogelijkheden: 1: VOLLEDIG; de Telefax 359 is volledig beveiligd. 2: PARAMETERS; alleen de toestelparameters zijn beveiligd met de toegangscode. Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 9 38 FAX TOEGANGSCODE 2:PARAMETERS 1303 Stop U kunt de toegangscode wissen door de bovenstaande handelingen opnieuw uit te voeren. Druk dan bij stap 7 op: WISSEN Toegangscode gebruiken Voer de onderstaande handelingen uit als u de toegang tot de Telefax 359 volledig hebt geblokkeerd.
2 Hebt u alleen de toegang tot de toestelparameters beveiligd met een toegangscode, voer dan de onderstaande handelingen uit om toegang te krijgen tot de toestelparameters. 1 (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < FUNCTIE 2 (1-6) < INSTELMODE DRUK OP NR.
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 2.10 Faxbericht meerdere malen verzenden Als u regelmatig hetzelfde faxbericht wilt verzenden, kunt u in het geheugen van de Telefax 359 een faxbericht opslaan dat op elk gewenst tijdstip naar een of meer bestemmingen kan worden verzonden. U hoeft het faxbericht dan niet steeds opnieuw in te voeren. Het faxbericht blijft bewaard totdat het uit het geheugen wordt gewist. Faxbericht opslaan 2 Leg het document met de tekstzijde naar onder in de documentinvoer.
2 Opgeslagen faxbericht verzenden FUNCTIE (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < 1 2 BERICHT ZENDEN DRUK OP NR. OF (1-4) < 4 < GHI 3 ABC 2 2:BERICHT ZENDEN? DRUK OP INSTELLEN 4 INSTELLEN 5 KIES NUMMER DRUK OP START Kies een of meer faxnummers door handmatig intoetsen, naamtoets, verkorte kiescode, nummerkeuze via de index of programmatoets.
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik Opgeslagen faxbericht wissen FUNCTIE (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < 1 2 BERICHT ZENDEN DRUK OP NR. OF (1-4) < 4 < GHI 3 DEF 3 3:BERICHT WISSEN? DRUK OP INSTELLEN 4 INSTELLEN * WISSEN * Het opgeslagen faxbericht wordt gewist. Opgeslagen faxbericht afdrukken FUNCTIE (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < 1 2 BERICHT ZENDEN DRUK OP NR.
2 2.11 De Telefax 359 gebruiken samen met andere afdelingen Als de Telefax 359 door meerdere afdelingen wordt gebruikt, kan iedere afdeling op haar eigen afdelingsnaam (logo) een faxbericht verzenden. Deze afdelingsnaam wordt aan de ontvangstzijde boven elke pagina afgedrukt. Als de functie ‘verzenden met gebruik van een faxvoorblad’ wordt gebruikt (zie hoofdstuk 2.4, pagina 48), dan wordt de afdelingsnaam ook op dit faxvoorblad vermeld.
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 5 7 TSL. PARAMETER NR.= 77 (01-99) < PQRS 7 < PQRS 6 INSTELLEN < < 77 AFDELINGSNAAM/CODE 1:UIT 7 ABC 77 AFDELINGSNAAM/CODE 2:AFD.NAAM 2 8 INSTELLEN < < AFDELINGSNAAM (01-24) DRUK OP NR. OF 9 Toets het nummer van de afdeling in ( 01-24), bijvoorbeeld: AFDELINGSNAAM/CODE 1 2Ð ABC 1 10 2 Toets de naam van de afdeling in (maximaal 25 tekens en cijfers), bijvoorbeeld: 19 s P8 UPPER S LOWER 05 e 03 E c C AFDELINGSNAAM/CODE 12 Secretariaat ...
2 Afdelingsnamen wissen FUNCTIE (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < 1 2 (1-6) < INSTELMODE DRUK OP NR. OF 7 < PQRS 3 GHI 4:TOESTELPARAMETERS? DRUK OP INSTELLEN 4 4 INSTELLEN TSL. PARAMETER NR.= (01-99) TSL. PARAMETER NR.= 77 (01-99) PQRS 7 7 < PQRS < 5 6 INSTELLEN < < 77 AFDELINGSNAAM/CODE 2:AFD. NAAM 7 INSTELLEN < < AFDELINGSNAAM (01-24) DRUK OP NR.
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik Afdelingsnamen wijzigen FUNCTIE (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < 1 2 (1-6) < INSTELMODE DRUK OP NR. OF 7 < PQRS 3 GHI 4:TOESTELPARAMETERS? DRUK OP INSTELLEN 4 4 INSTELLEN TSL. PARAMETER NR.= (01-99) TSL. PARAMETER NR.= 77 (01-99) PQRS 7 7 < PQRS < 5 6 INSTELLEN < < 77 AFDELINGSNAAM/CODE 2:AFD. NAAM 7 INSTELLEN < < AFDELINGSNAAM (01-24) DRUK OP NR.
2 10 INSTELLEN AFDELINGSNAAM/CODE 1 3Ð 11 Stop Document met afdelingsnaam verzenden 1 2 Leg het document met de tekstzijde naar onder in de documentinvoer. KIESCODE(S) DRUK OP START 00% Kies een of meer faxnummers door handmatig intoetsen, naamtoets, verkorte kiescode, nummerkeuze via de index of programmatoets. Bij meerdere faxnummers via handmatig intoetsen of nummerkeuze via de index, moet elk nummer worden bevestigd met: INSTELLEN Druk na het laatstingevoerde nummer op: KIES AFD.
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik Lijst met afdelingsnamen afdrukken FUNCTIE (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < 1 2 INSTELMODE DRUK OP NR. OF (1-7) < 6 < MNO 3 GHI 4 4:TSL.PARAM.LIJST DRUK OP INSTELLEN 4 INSTELLEN * AFDRUKKEN * TSL.
2 Afdelingscodes Als u faxberichten wilt verzenden met afdelingscodes, moet u deze afdelingscodes eerst invoeren. U kunt maximaal 24 verschillende afdelingscodes invoeren; een afdelingscode bestaat uit 4 cijfers. U kunt iedere afdelingscode voorzien van een afdelingsnaam. Om te voorkomen dat de instellingen van de afdelingscodes worden gewijzigd, moet u voordat u een afdelingscode instelt, de toegangscode intoetsen (zie hoofdstuk 2.9, pagina 66).
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 10 Toets de naam van de afdeling in, (maximaal 25 tekens en cijfers), bijvoorbeeld: 19 s P8 UPPER S 05 e LOWER 03 E c C AFDELINGSNAAM/CODE 01: Secretariaat ... Wilt u de afdelingsnaam vooraf laten gaan door de naam die u bij het instellen hebt geprogrammeerd (zie hoofdstuk 2.11, pagina 72), druk dan op: KOPIE De naam verschijnt in het display. Deze kunt u wijzigen/aanvullen. 11 INSTELLEN 12 VOER AFD.
2 Afdelingscode wissen FUNCTIE (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < 1 2 (1-6) < INSTELMODE DRUK OP NR. OF 7 < PQRS 3 GHI 4:TOESTELPARAMETERS? DRUK OP INSTELLEN 4 4 INSTELLEN TSL. PARAMETER NR.= (01-99) TSL. PARAMETER NR.= 77 (01-99) PQRS 7 7 < PQRS < 5 6 INSTELLEN < < 77 AFDELINGSNAAM/CODE 3:AFD.CODE 7 (01-24) < AFDELINGSCODE DRUK OP NR.
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik Afdelingscode wijzigen FUNCTIE (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < 1 2 (1-6) < INSTELMODE DRUK OP NR. OF 7 < PQRS 3 GHI 4:TOESTELPARAMETERS? DRUK OP INSTELLEN 4 4 INSTELLEN TSL. PARAMETER NR.= (01-99) TSL. PARAMETER NR.= 77 (01-99) PQRS 7 7 < PQRS < 5 6 INSTELLEN < < 77 AFDELINGSNAAM/CODE 3:AFD.CODE 7 (01-24) < AFDELINGSCODE DRUK OP NR.
2 10 Druk op: INSTELLEN 11 Wijzig -desgewenst- de afdelingscode, bijvoorbeeld: DEF 3 VOER AFD. CODE IN 3 O 3 0 DEF 0 3 0 12 INSTELLEN AFDELINGSNAAM/CODE 02: 13 Stop Document met afdelingscode handmatig verzenden 1 2 Leg het document met de tekstzijde naar onder in de documentinvoer. Neem de hoorn op of druk op: TEL/KIES 3 Voer een afdelingscode in, bijvoorbeeld: DEF 3 4 82 INSTELLEN DEF 0 3 0 KIESCODE(S) DRUK OP START 00% VOER AFD. CODE IN VOER AFD.
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik 5 Toets het faxnummer in, bijvoorbeeld: TEL:0701234567 PQRS 0 6 7 0 *KIEZEN* 0701234567 001 Druk als u faxtonen (calling tone) hoort op: Start Document met afdelingscode verzenden 1 2 Leg het document met de tekstzijde naar onder in de documentinvoer. KIESCODE(S) DRUK OP START 00% Kies een of meer faxnummers met behulp van naamtoets, verkorte kiescode, nummerkeuze via de index of programmatoets.
2 Lijst met afdelingscodes afdrukken FUNCTIE (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < 1 2 AFDRUKKEN DRUK OP NR. OF (1-7) < 6 < MNO 3 GHI 4 4:TSL.PARAM.LIJST DRUK OP INSTELLEN 4 INSTELLEN 84 AFDRUKKEN TSL.PARAM.
Hoofdstuk 2: bijzonder gebruik Verzendjournaal op afdelingscode Als u afdelingscodes hebt ingevoerd, wordt het verzendjournaal afgedrukt op volgorde van de afdelingscodes. U kunt zien hoe vaak per afdeling gebruik is gemaakt van de Telefax 359. 1 (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < FUNCTIE 2 MNO AFDRUKKEN DRUK OP NR.
3 3.1 Stempel De controlestempel bevat speciale inkt. Wanneer de stempelafdruk vaag wordt, dient de stempel vervangen te worden. Voor het bestellen van een nieuwe stempel zie hoofdstuk 3.4 (pag. 92). 86 1 Om bij de stempel te kunnen komen opent u de klep van de documentinvoer. 2 Vervolgens tilt u het stempelgedeelte er in zijn geheel uit. Verwijder hieruit de stempel, vervang deze door een nieuwe, en plaats het geheel weer terug. Sluit nu de klep van de documentinvoer.
Hoofdstuk 3: onderhoud 3.2 Problemen oplossen In de praktijk zult u weinig problemen tegenkomen bij het gebruik van de Telefax 359. Kleine problemen kunt u vaak zelf oplossen. Vastgelopen afdrukpapier Als het afdrukpapier vastloopt in het toestel, verschijnt op het display de foutcode 001 of 002. Bij code 001: 1 Open de printerklep. 2 Verwijder het vastgelopen of gekreukte papier. 3 Sluit de printerklep. of: 4 Schuif de papierlade uit het toestel.
3 Vastgelopen documenten Als een document vastloopt in het toestel, verschijnt op het display de code 031. Om het probleem te verhelpen opent u de klep van de documentinvoer en verwijdert u het vastgelopen of gekreukte document. Reinigen van de afdrukrol Als u resten van toner aantreft op de achterkant van uw afdrukken, dient u de afdrukrol te reinigen. 1 (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < FUNCTIE 2 INSTELMODE DRUK OP NR.
Hoofdstuk 3: onderhoud 3.3 Overzicht informatie/foutcodes Er kunnen zich situaties voordoen waarbij het display een foutcode weergeeft, of in het (enkelvoudig) journaal een foutcode te lezen is. De meest gebruikte foutcodes zijn hieronder vermeld met daarbij een eventuele oplossing. Kunt u het probleem niet zelf oplossen, neemt u dan contact op met het gratis servicenummer van KPN Telecom 0800-0407.
3 406 Bij selectieve ontvangst: Controleer het telefoonnummer. Een onbekend faxadres heeft contact gezocht met de Telefax 359, de laatste 4 cijfers van dit nummer komen niet overeen met die van een geprogrammeerde naamtoets of verkorte kiescode 407/408/409 Geen bevestiging van succesvol ontvangen pagina Wacht een paar minuten en verzend opnieuw. Neem eventueel contact op met de geadresseerde. 411/414/415 Fout tijdens afroepen Controleer de afroepcode.
Hoofdstuk 3: onderhoud Melden van storingen Indien de Telefax 359 niet goed functioneert en u kunt de storing niet zelf verhelpen, neemt u dan contact op met het gratis landelijk servicenummer van KPN Telecom 0800-0407. U moet hierbij het serienummer van uw Telefax 359 bij de hand hebben. Dit serienummer vindt u op de achterzijde van uw toestel, het begint met 359.
3 3.4. Aanschaffen van verbruiksartikelen, aansluitmateriaal en opties Om een goede werking van uw Telefax 359 te waarborgen, dient u uitsluitend gebruik te maken van de verbruiksartikelen en het aansluitmateriaal die door KPN Telecom worden verkocht. Onderstaande (verbruiks)artikelen zijn verkrijgbaar bij Business Center en de officiële KPN Telecom-faxdealer. - Afdrukcartridges Gewoon kopieerpapier Stempels Plastic documenthouder Extra papierlade met een capaciteit van 250 vel Parallelle interface.
Hoofdstuk 3: onderhoud Ruimte voor aantekeningen 93
4 4.1 Makkelijk installeren Bij de Telefax 359 vindt u enkele losse onderdelen. Plaats deze zoals aangegeven op de foto’s of op de desbetreffende pagina. Voor het installeren moet eerst het plakband van de machine worden verwijderd waarmee de diverse kleppen voor het transport zijn vergrendeld. Verwijder tevens het beschermpapier uit de documentinvoer en de onderdelen van de transportbeveiliging uit de papierlade.
Hoofdstuk 4: installatie 4.2 Plaatsen van de Telefax 359 Zoek, voordat u de Telefax 359 aan gaat sluiten, een geschikte plaats voor het toestel. Let daarbij op het volgende: - Plaats de Telefax 359 niet in de buurt van verwarming of airconditioning. - Stel de Telefax 359 niet bloot aan rechtstreeks zonlicht. - Plaats het toestel op een horizontaal vlak en laat ten minste 10 centimeter vrije ruimte tussen de Telefax 359 en andere voorwerpen.
4 4.3 Papierlade vullen Voor de Telefax 359 zijn de meeste soorten fotokopieerpapier geschikt. Standaard wordt A4-formaat gebruikt. In de papierlade is plaats voor ca. 250 vel papier. Voor het bestellen van papier, zie hoofdstuk 3.4 (pag. 92). 96 1 Haal de papierlade uit de Telefax 359. 2 Druk de metalen bodemplaat omlaag totdat deze vastklikt. 3 Waaier het papier uit om te voorkomen dat het aan elkaar blijft plakken. Leg het papier vervolgens in de lade.
Hoofdstuk 4: installatie 4.4 Afdrukcartridge plaatsen/vervangen De afdrukcartridge met toner gaat in de praktijk ongeveer 5000 afdrukken mee. Indien foutcode 041 (geen toner meer) op het display verschijnt, moet de afdrukcartridge vervangen worden. Voor het bestellen hiervan zie hoofdstuk 3.4 (pag 92). U wordt geadviseerd om altijd een afdrukcartridge beschikbaar te hebben. U kunt dan direct de afdrukcartridge vervangen indien deze leeg is. Bestel daarna weer een nieuwe.
4 4.5 Aansluiten van de Telefax 359 Telefoonsnoer Steek het uiteinde van het telefoonsnoer in de LINE- ingang aan de achterkant van het toestel. Sluit de vierpolige stekker aan op de daarvoor bestemde telefoonaansluiting. Wacht met het aansluiten op het telefoonnet tot u klaar bent met installeren. Dit voorkomt dat u wordt onderbroken door binnenkomende oproepen tijdens installatie en programmeren.
Hoofdstuk 4: installatie 4.6 Volumeregeling luidspreker De Telefax 359 heeft een ingebouwde luidspreker waarmee u de kiestoon, het kiezen en de bezettoon kunt horen. Het volume van de luidspreker kunt u zelf harder of zachter zetten.
4 4.
Hoofdstuk 4: installatie 4.8 Gebruikersparameters De Telefax 359 heeft een aantal basisinstellingen die u eenmalig moet invoeren. Het gaat hierbij om de ingebouwde klok, uw naam en uw telefoonnummer, waaraan de ontvanger kan zien dat een document van u afkomstig is. Wanneer een stroomstoring zich voordoet kan de interne batterij deze gegevens 10 dagen vasthouden. Datum en tijd instellen 1 (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < FUNCTIE 2 PQRS INSTELMODE DRUK OP NR. OF (1-6) 1 1:GEBR.
4 Naam instellen Uw naam wordt bij de ontvanger boven aan iedere ontvangen pagina afgedrukt. Hierdoor kan de ontvanger zien van wie het faxbericht afkomstig is. Meestal wordt de firma- en/of afdelingsnaam geprogrammeerd. De naam kan uit maximaal 25 tekens bestaan. PQRS 7 INSTELMODE DRUK OP NR. OF 1 1:GEBR. PARAMETERS? DRUK OP INSTELLEN U drukt nu op (1-6) < 3 4 (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR.
Hoofdstuk 4: installatie Karakter-ID instellen Als het faxapparaat van een zender/ontvanger is uitgerust met een karakter-ID, dan zal bij het ontvangen/zenden van een bericht uw karakter-ID op het display van dat faxapparaat verschijnen. Het karakter-ID van de andere partij verschijnt op uw display. Het karakter-ID wordt ook op het journaal afgedrukt, en kan uit maximaal 16 tekens bestaan. FUNCTIE (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < 1 2 PQRS INSTELMODE DRUK OP NR. OF (1-6) 1 1:GEBR.
4 Telefoon/faxnummer instellen Het telefoon/faxnummer dat u instelt is de internationale notatie van het nummer (ID) waarop de Telefax 359 is aangesloten. Dit nummer bestaat uit 11 cijfers, voorafgegaan door een +. Het is als volgt opgebouwd: plusteken (+) landnummer (31) netnummer zònder 0 (70) abonneenummer (1234567) Dit nummer wordt tijdens elke communicatie aan de zendende of ontvangende fax meegedeeld, zodat het in het display en/of journaal kan worden afgedrukt.
Hoofdstuk 4: installatie 4.9 De Telefax 359 aangesloten op een bedrijfstelefooncentrale (PABX) Wanneer de Telefax 359 is aangesloten op een bedrijfstelefooncentrale (PABX), zal voor het verkrijgen van een buitenlijn eerst een cijfer gekozen moeten worden, meestal is dit een 0. U kunt dit cijfer als volgt kenbaar maken aan de Telefax 359: 1 (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < FUNCTIE 2 (1-6) < INSTELMODE DRUK OP NR. OF 7 < PQRS 3 GHI 4:TOESTELPARAMETERS? DRUK OP INSTELLEN 4 4 INSTELLEN TSL.
4 10 INSTELLEN 11 51 REMOTE DIAGNOSTIC 2: AAN Stop Wanneer u nu bij rechtstreeks kiezen, onder naamtoetsen of onder verkorte kiescode aan het begin van het telefoonnummer het geprogrammeerde cijfer intoetst, zal de Telefax 359 het toegangscijfer voor een buitenlijn als zodanig herkennen. U hoeft geen kiestoondetectie (PAUZE/HERH) te programmeren. De Telefax 359 zal, na het kiezen van dit cijfer, automatisch wachten op een kiestoon (voor de buitenlijn), alvorens de rest van het nummer te kiezen.
Hoofdstuk 4: installatie Ruimte voor aantekeningen 107
A Bijlage A: Toestelparameters Een aantal standaardinstellingen van de Telefax 359 kunt u wijzigen, bijvoorbeeld of de stempelfunctie standaard AAN of UIT staat, of u na 100 keer zenden/ontvangen van berichten automatisch een journaal wilt laten afdrukken, enzovoorts. Op de bijgaande lijst met toestelparameters (pag. 110) kunt u lezen welke instellingen u kunt veranderen. Toegang tot de parameters 1 (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < FUNCTIE 2 (1-6) < INSTELMODE DRUK OP NR.
Bijlage A: toestelparameters Voorbeeld parameter instellen; de stempelfunctie De stempelfunctie van de Telefax 359 staat standaard AAN. Elke pagina die u verzendt, krijgt een controlestempel. Wanneer u deze functie standaard UIT wilt zetten, dan stelt u dat als volgt in: 1 (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < FUNCTIE 2 (1-6) < INSTELMODE DRUK OP NR. OF 7 < PQRS 3 GHI 4:TOESTELPARAMETERS? DRUK OP INSTELLEN 4 4 INSTELLEN TSL. PARAMETER(01-99) NR.= 5 GHI 0 4 TSL. PARAMETER(01-99) NR.
A Overzicht toestelparameters Parameter- Displaymelding nummer Omschrijving Mogelijkheden zie pag. 01 ORIGINEEL Stel in of pagina’s lichter of donkerder moeten worden afgedrukt (zowel faxberichten als kopiëen) 1:Normaal* 2:Lichter 3:Donkerder 10 02 RESOLUTIE Instellen van de afdrukkwaliteit van uw documenten (zowel faxberichten als kopiëen) 1:Standaard* 2:Fijn 3:S-Fijn 11 04 STEMPEL Controlefunctie, na elke verzonden pagina wordt een stempel op deze pagina gezet.
Omschrijving Mogelijkheden 31 OPSLAAN INCOMPL. BER. Bepaal of berichten die niet (geheel) zijn verzonden, in het geheugen opgeslagen blijven (u kunt dan opnieuw proberen een verbinding tot stand te brengen om het bericht nogmaals te verzenden) 1:Uit 2:Aan* 32 VERKLEINEN.
A Toestelparameters afdrukken Om erachter te komen hoe de toestelparameters in de Telefax 359 zijn ingesteld, kunt u een overzicht hiervan afdrukken. 1 (1-9) < FUNCTIE DRUK OP NR. OF < FUNCTIE 2 AFDRUKKEN DRUK OP NR. OF (1-6) < 6 < MNO 3 GHI 4 4:TSL.PARAM.LIJST? DRUK OP INSTELLEN 4 INSTELLEN 112 * AFDRUKKEN TSL.
Bijlage A: Toestelparameters Installatie van een geheugenkaart De Telefax 359 beschikt over een basisgeheugen waarin 70 pagina’s gemiddelde tekst opgenomen kunnen worden. Dit aantal is gebaseerd op de ITU-T-testkaart 1 met standaardresolutie. Zie hiervoor bijlage C, pag. 117. Indien er meer informatie op de pagina’s staat dan op deze testkaart, neemt het aantal pagina’s dat in het geheugen kan worden opgeslagen af. Met een geheugenkaart kunt u het aantal uitbreiden tot 235 pagina’s (2 MB).
B Bijlage B: De combinatie faxapparaat/ diensten KPN Telecom Sterdienst® Direct Doorschakelen *21 * 21 kunt u in combinatie met een fax gebruiken. Met *21 kunt u uw telefoon/fax doorschakelen naar elk telefoon/faxnummer (behalve naar 0800/0900/0906/0909-nummers), waar ook in Nederland. Staat er op de betreffende bestemming een faxapparaat, dan komt het faxbericht binnen op het telefoon/faxnummer waarnaar u hebt doorgeschakeld.
Bijlage B: diensten KPN Telecom ingesteld. Op deze manier kunt u zich nooit meer verslapen. TeleWekker inschakelen: 0900-9266 (niet gratis) FaxMail® Met FaxMail kunt u waar en wanneer u maar wilt faxberichten ontvangen. Vooropgesteld dat er faxapparatuur (of PC met faxmodem en -software) aanwezig is en u een gratis abonnement hebt op FaxMail. FaxMail kunt u op 2 manieren gebruiken: 1) Geef uw relaties uw persoonlijke FaxMail-nummer; alle inkomende faxberichten worden ontvangen in uw privé FaxMail-box.
C Bijlage C: Technische gegevens Algemeen: Samenwerking : groep 3 faxapparatuur NummerWeergave: NummerWeergave wordt niet ondersteund door de Telefax 359 Zenden: Resolutie: standaard, fijn en superfijn Fotomode: 64 grijsgradaties Afroepen (polling): ja Automatische documenteninvoer: 50 pagina’s Max. pagina afmeting: 280 x 2000 mm Max. scanbreedte: 252 mm (B4-formaat) Dikte pagina: min 45 gr/m2 , max 112 gr/m2 Scansnelheid: 3 seconden per pagina Zendsnelheid: max. 33.
Bijlage C: technische gegevens Fax testkaarten Voor het testen van faxapparatuur is een aantal testkaarten ontwikkeld. De standaardtestkaart 1 (Slerexebrief) van de ITU-T (internationaal orgaan voor standaardisaties) wordt internationaal door alle leveranciers gebruikt om zendtijden, afdruktijden, scantijden, documentgeheugen en afdrukcapaciteit van verbruiksmaterialen te bepalen. Hieronder is een verkleinde afdruk van deze testkaart opgenomen. Het ware formaat is A4.
D Bijlage D: Toepassingsgebieden/Garantie In deze bijlage wordt aangegeven waar u bij het gebruik van de Telefax 359 op moet letten. Algemeen De Telefax 359 is zodanig ontworpen dat deze optimaal functioneert in combinatie met andere (fax)apparatuur van KPN Telecom. KPN Telecom kan niet garanderen dat de Telefax 359 optimaal functioneert met niet-KPN Telecom (fax)apparatuur. Werkomgeving Zet de Telefax 359 op een vrije plaats, houd rondom een ruimte van minimaal 10 centimeter vrij en bouw hem niet in.
Bijlage D: toepassingsgebieden/garantie Ruimte voor aantekeningen 119
E Bijlage E: Trefwoordenlijst A aanschaffen verbruiksartikelen, aansluitmateriaal en opties . . . . . . . . . .92 aansluiten Telefax 359 . . . . . . . . . . . . . . . .98 aansluitmateriaal aanschaffen . . . . . . . . .92 afdelingscode document handmatig verzenden . . . . .82 document verzenden met . . . . . . . . . . .83 invoeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .78 lijst afdrukken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .84 verzendjournaal . . . . . . . . . . . . . . . . . . .85 wijzigen .
G garantie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .118 gebruiken naamtoetsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .13 programmatoetsen . . . . . . . . . . . . . . . . .14 toegangscode . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .67 verkorte kiescode . . . . . . . . . . . . . . . . . .13 gebruikersparameters . . . . . . . . . . . . . . .101 geheugen afdrukken documenten . . . . . . . . . . . . .57 begintijdstip bericht wijzigen . . . . . . . .60 bericht wissen . . . . . . . . . . . . . . . . .
E L luidspreker, volumeregeling . . . . . . . . . . .99 M makkelijk installeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .94 te bedienen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .8 melden van storingen . . . . . . . . . . . . . . . .91 N naam instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .102 naamtoets wijzigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .31 wissen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .32 naamtoetsen gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Bijlage E: trefwoordenlijst V vaste verkleining . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .18 vastgelopen afdrukpapier . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .87 documenten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .88 verbruiksartikelen aanschaffen . . . . . . . . .92 verkleining automatisch . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .18 vast . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .18 verkorte kiescode gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .13 invoeren . . . . . . . . .
Ruimte voor aantekeningen 124
Ruimte voor aantekeningen 125
✆ Telefoonlijst Hieronder kunt u veelgebruikte fax/telefoonnummers invullen. = faxnummer, ✆ = telefoonnummer, 06- = mobiele nummer.
127
128
129
130