magicolor 5430 DL gebruiksaanwijzing ® 4138-7743-05Q 1800760-013E
Handelsmerken KONICA MINOLTA en het KONICA MINOLTA logo zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van KONICA MINOLTA HOLDINGS, INC. magicolor is een handelsmerk of geregistreerd handelsmerk van KONICA MINOLTA PRINTING SOLUTIONS U.S.A., INC. Opmerking omtrent het copyright Copyright © 2006 KONICA MINOLTA BUSINESS TECHNOLOGIES, INC., Marunouchi Center Building, 1-6-1 Marunouchi, Chiyoda-ku, Tokyo, 100-0005, Japan. Alle rechten voorbehouden.
SOFTWARE LICENTIE-OVEREENKOMST Dit pakket bevat de volgende materialen geleverd door Konica Minolta Business Technologies, Inc. (KMBT): software als onderdeel van het afdruksysteem, de digitaal gecodeerde machinereadable basisdate gecodeerd in het speciale formaat en in de gecodeerde vorm ("fontprogramma's", ander software die draait o een computersysteem voor gebruik in combinatie met de afdruksoftware ("Host software"), en bijbehorende verklarende materialen ("documentatie").
ties is uitsluiting of beperking van incidentele, gevolg- of speciale schade niet toegestaan, waardoor de voornoemde beperkingen voor u niet van toepassing kunnen zijn. 11. Opmerking voor overheidseindgebruikers: de software is een "commercieel product", zoals gedefinieerd in 48 C.F.R.2.101, bestaan de uit “commerciële computer software” en" commerciële computersoftware documentatie”, zoals termen worden gebruikt in 48 C.F.R. 12.212. Consistent met 48 C.F.R. 12.212 en 48 C.F.R. 227.7202-1 t/m 227.
Inhoud 1 Inleiding ............................................................................................................. 1 Eerste kennismaking met uw printer 2 Benodigde ruimte 2 Onderdelen printer 3 Vooraanzicht 3 Achteraanzicht 4 Toebehoren 4 Vooraanzicht met opties 4 2 Softwareinstallatie .................................................................................................................
(voor Windows) 9 Windows XP/Server 2003 9 Windows 2000/Me/98SE/NT 4.0 10 Gebruik van de printer-driver 10 Algemene knoppen 10 OK 10 Annuleren 10 Toepassen 10 Help 10 Easy Set 11 Paginalayout 11 Printerafbeelding 11 Tabblad Setup 11 Tabblad Papier 11 Tabblad Kwaliteit 12 Tabblad Instelling apparaatopties 12 3 Gebruik van het Windows Statusdisplay en het Printer Status Monitor Center ...........................................................................................................................
Menu verbruiksartikelen 29 5 Medium gebruiken ..........................................................................................
Probleemoplossen ..........................................................................................
Inleiding
Eerste kennismaking met uw printer Benodigde ruimte Houd de hieronder aangegeven vrije ruimte rondom de printer aan, om gemakkelijke bediening, bijvullen en onderhoud te waarborgen. 480 mm (18,9") 957 mm (37,7") 337 mm (13,3") " 2 60 mm (2,4") 440 mm (17,3") 420 mm (16,5") 110,5 mm 110,5 mm (4,4") (4,4") 683 mm (26,9") 22 mm (0,9") 727 mm (28,6") 520 mm (20,5") 100 mm (3,9") De mogelijke opties zijn grijs weergegeven in deze afbeelding.
Onderdelen printer De afbeelding hierna toont de onderdelen van uw printer die in deze gebruiksaanwijzing regelmatig worden genoemd. Neem s.v.p. de tijd om deze te leren kennen.
Achteraanzicht 6 1—Voedingsschakelaar 2—Ozonfilter 3—Voedingsaansluiting 1 4—10Base-T/100Base-TX (IEEE 802.
Softwareinstallatie
Hulpprogramma's en documentatie CD-ROM Drivers Drivers Printer-driver voor Windows XP/ Server 2003/2000 Printer-driver voor Windows Me/ 98SE Printer-driver voor Windows NT 4.0 Printer-driver voor Macintosh OS X Printer-driver voor Linux " Gebruik/voordeel Deze drivers geven u toegang tot alle printerfunctionaliteit, inclusief afwerken, geavanceerde layout. Zie ook “Weergave van de printer-driver instellingen (voor Windows)” op pagina 9.
Systeemeisen Personal computer Pentium 2; 400 MHz (Pentium 3; 500 MHz of hoger verdient aanbeveling.) Besturingssysteem – Microsoft Windows XP Home Edition/Professional, Windows Server 2003, Windows 2000, Windows Me, Windows 98SE, Windows NT 4.0 " De 64-bit driver ondersteunt x64 operating systems, welke op een AMD64 of Intel Pentium 4 met EM64T platform draaien. – Mac OS X v10.2 of later – Red Hat Linux 8.0 of later, SUSE 8.1 of later Vrije ruimte harde schijf – Ca.
Kiezen van driver-opties/standaard (voor Windows) Voordat u de printer gaat gebruiken, verdient het aanbeveling de standaard driver-instellingen te verifiëren/wijzigen. Ook moet u in geval van geïnstalleerde opties, deze "activeren" in de driver. 1 Kies de instellingen van de driver als volgt: – (Windows XP/Server 2003) Kies vanuit het Start menu, Printers en Faxen voor weergave van de directory Printers en faxen.
" 7 Klik op Toepassen. " 8 9 10 Wanneer u per abuis een niet geïnstalleerde optie toevoegt, kies deze optie dan weer in de lijst Geïnstalleerde opties en klik op Verwijderen. Afhankelijk van de versie van het besturingssysteem, kan Toepassen ook niet verschijnen. Ga in dat geval verder met de volgende stap. Kies de papier lijst. Kies de standaard instelling voor uw printer, zoals het standaard mediumformaat dat u gebruikt. Klik op Toepassen. Klik op OK om het dialoogvenster te verlaten.
Windows 2000/Me/98SE/NT 4.0 1 2 Kies het Start menu, wijs op Instellingen, en klik vervolgens op Printers voor weergave van de directory Printers. Weergave van de instellingen van de printer-driver: Windows 2000—Klik met de rechter muisknop op het KONICA MINOLTA magicolor 5430DL printer pictogram en kies Voorkeursinstellingen voor afdrukken. Windows Me/98SE—Klik met de rechter muisknop op het magicolor 5430DL printer pictogram en kies Eigenschappen; kies daarna Apparaatopties. Windows NT 4.
Easy Set Om de huidige instellingen te bewaren, voert u een naam in en klikt u vervolgens op Opslaan. Daarna kunnen de opgeslagen instellingen worden gekozen uit de vervolgkeuzelijst. Kies Standaard uit de vervolgkeuzelijst om de functies in alle tabbladen naar de standaard waarden te resetten. Paginalayout Met deze optieknop krijgt u een voorbeeld van de paginalayout in het afbeeldingsgebied.
Het aantal exemplaren specificeren De sorteerfunctie van de printer in-/uitschakelen De Eenmaal overdragen functie in-/uitschakelen Afdrukken met gebruik van een formulier-afbeelding Aanmaken/bewerken van een formulier-afbeelding Tabblad Kwaliteit Met het tabblad kwaliteit kunt u Omschakelen tussen kleur en monochroom afdrukken Kleurvergelijking specificeren (afbeeldingen, grafisch figuur en tekst) De resolutie voor het afdrukken specificeren De tonen van een afbeelding instellen (contra
Gebruik van het Windows Statusdisplay en het Printer Status Monitor Center
Werken met het Statusdisplay Inleiding Het Statusdisplay toont informatie omtrent de momentele status van de printer. Voor het Status Display is het nodig dat de Bi-directionele printercommunicatie wordt geactiveerd (Start > Instellingen/Printers [en Faxen], magicolor 5430DL, Bestand/Eigenschappen, Poort tab).
Printerstatus figuur—geeft een grafische weergave van de printer en geeft aan waar het probleem zit. Afdrukstatus —toont de status van de huidige afdruktaak. Kies popup-melding—hiermee kiest u welke melding(en) u op de voorgrond wilt laten verschijnen wanneer dit bepaalde situatie zich voordoet met de printer. Printerinformatie—mogelijkheid tot controle van uiteenlopende informatie zoals het aantal afdrukken.
Werken met het Printer Status Monitor Center Inleiding Printer Status Monitor Center is een applicatie die de status van meerdere printers weergeeft die zijn aangesloten op de host via lokale poorten (USB) of netwerkpoorten. Het Printer Status Monitor Center lokaliseert netwerkprinters via het Service Location Protocol (SLP), en ondersteunt alleen printers die reageren op KONICA MINOLTA–specifieke SLP en PJL queries zoals de magicolor 2430 DL en magicolor 5430 DL.
Gebruik van het Printer Status Monitor Center Printernaam—toont de modelnaam van de lokale printer of de printer op het netwerk samen met een printerpictogram. Het printerpictogram verandert van kleur afhankelijk van de aansluiting en de printerstatus. Een rood pictogram betekent een storing, een geel pictogram een waarschuwing en een groen pictogram betekent normaal bedrijf.
Opties Status Monitor toepassing voor netwerkprinters Specificeer of Statusdisplay of PageScope web-aansluiting moet verschijnen wanneer u dubbelklikt op de printernaam op het scherm. De standaard instelling is Statusdisplay. Deze instelling is alleen van toepassing voor netwerkprinters. Timeout Er kunnen twee timeout-intervallen worden gespecificeerd.
Printer bedieningspaneel en configuratiemenu
Over het bedieningspaneel Het bedieningspaneel, dat zich aan de bovenzijde van de printer bevindt, maakt directe bediening van de printer mogelijk. Bovendien toont deze de momentele status van de printer, inclusief omstandigheden die speciale aandacht nodig hebben. 4 5 6 1 BERICHTEN VENSTER 2 3 8 7 Indicatoren en toetsen van het bedieningspaneel Indicators and Keys Nr. 20 Indicator Uit Aan 1 De printer is niet gereed De printer is gereed om om data te accepteren. data te accepteren.
Nr. 3 Toets Functie Annuleert het momenteel getoonde menu of menukeuze Maakt annuleren van één of alle afdruktaken mogelijk die momenteel worden afgedrukt of verwerkt: 1. Druk op de toets Cancel. 2. Druk op de Rechts of Links toetsen om JOB CANCEL/CURRENT JOB of JOB CANCEL/ ALL JOBS te kiezen. 3. Druk op de toets Select. De afdruktaken worden geannuleerd.
Indicatoren tonervoorraad De indicatoren zoals hieronder getoond zullen verschijnen om de resterende hoeveelheid toner in de gele (Y), magenta (M), cyaan (C) en zwarte (K) tonercartridges aan te geven. RE ADY Configuratiemenu overzicht De menu's met instellingen die kunnen worden gewijzigd via het bedieningspaneel van de magicolor 5430 DL zijn gestructureerd zoals hierna getoond.
Configuratiemenu READY MENU SPECIAL PAGES MENU LANGUAGE PRINT CONFIG PAGE TOTAL FACE COUNT xxxxxx PRINT TEST PAGES COLOR FACE COUNT xxxxxx PRINT MENU MAP BW FACE COUNT xxxxxx LANGUAGE SET ENGLISH CONTROLLER VER. xx.xxx LANGUAGE SET FRENCH ENGINE VER.
MENU NETWORK DHCP:xx BOOTP:xx IP ADDRESS xxx.xxx.xxx.xxx SUBNET MASK xxx.xxx.xxx.xxx GATEWAY xxx.xxx.xxx.xxx MAC ADDRESS 00206Bxxxxxx HTTP:xx SNMP:xx FORCED MODES: * SPEED/DUP/NEG. MENU CONSUMABLE USAGE BLACK TONER xx% REMAINING CYAN TONER xx% REMAINING MAGENTA TONER xx% REMAINING YELLOW TONER xx% REMAINING * Sommige oudere typen netwerk-hubs met vaste communicatiemode, kunnen mogelijk niet goed werken met automatisch geconfigureerde apparaten.
Menu Speciale pagina's PRINT CON- Print de configuratiepagina. FIG PAGE PRINT TEST Print de testpagina. PAGES PRINT MENU Print het menu-overzicht. MAP Taalmenu ENGLISH/FRENCH/ GERMAN/ITALIAN/ PORTUGUESE/ SPANISH/CZECH/ JAPANESE De display-taal van het berichtenvenster kan worden veranderd in de gewenste taal. De standaard instelling is Engels. Machinemenu TONER EMPTY Instellingen STOP / CONTINUE Bij instelling CONTINUE, wordt het afdrukken voortgezet zelfs als de tonercartridge leeg is.
ENERGY SAVER Instellingen 15 MINUTES / 30 MINUTES / 60 MINUTES/ 120 MINUTES Instellen van de tijd waarna de printer overgaat in de Energy Saver modus nadat geen afdruktaken zijn ontvangen of bedieningen zijn uitgevoerd. De Energy Saver modus wordt automatisch opgeheven wanneer één van de volgende situaties optreedt: De printer wordt herstart. Er wordt een afdruktaak ontvangen. Een willekeurige toets op het bedieningspaneel wordt ingedrukt.
Gebruik dit submenu om informatie te bekijken betreffende de ENGINE SERVICE machine. TOTAL FACE Het aantal pagina's afgedrukt tot nu toe. COUNT COLOR FACE Het aantal kleuren pagina's afgedrukt tot nu toe. COUNT BW FACE COUNT Het aantal monochrome pagina's afgedrukt tot nu toe. CONTROLLER VER. De firmwareversie van de huidige controller. ENGINE VER. de firmwareversie van de printermachine. COLOR CALIBRATION Voert kleurkalibraties uit om de kleurverschuiving bij te stellen.
Netwerkmenu Wanneer de printer is aangesloten op een netwerk, moeten de volgende instellingen worden gespecificeerd. Voor meer informatie omtrent iedere instelling, kunt u contact opnemen met uw netwerkbeheerder.
HTTP Instellingen ON / OFF HTTP kan worden ingesteld op ON of OFF. ON activeert de interne webpagina in de printer, OFF schakelt deze uit. SNMP Instellingen ON / OFF SNMP is een schaalbare, distributed management suite voor het beheer van kleine tot grote netwerken. SNMP kan worden ingesteld op ON of OFF. FORCED MODES Instellingen SPEED/DUP/NEG.
MAGENTA Het geschatte percentage toner nog resterend in de magenta tonercartridge.
Medium gebruiken
Mediumspecificaties Welke typen en formaten kan ik gebruiken? Medium Mediumformaat Inch Lade* Millimeter Dubbelzijdig A4 8,2 x 11,7 210,0 x 297,0 1/2/3 A5 5,9 x 8,3 148,0 x 210,0 1 Ja B5 (JIS) 7,2 x 10,1 182,0 x 257,0 1/2/3 Ja Executive 7,25 x 10,5 184,0 x 267,0 1/2/3 Ja Folio 8,3 x 13,0 210,0 x 330,0 2/3 Ja Foolscap 8,0 x 13,0 203,2 x 330,2 2/3 Ja Kai 16 7,3 x 10,2 185,0 x 260,0 1 Ja Kai 32 5,1 x 7,3 130,0 x 185,0 1 Nee 16 K 7,7 x 10,6 195,0 x 270,0 1 Ja Leg
Mediumtype Voer een testafdruk uit voordat grote hoeveelheden speciaal medium worden aangeschaft en controleer de afdrukkwaliteit. Bewaar het medium op een vlak, horizontaal oppervlak in de originele verpakking. Zie voor een lijst met goedgekeurde media printer.konicaminolta.com. Normaal papier (recycled papier) Capaciteit Lade 1 (multifunction eel) 250 vel van 80 g/m2 (22 lb) papier, capaciteiten voor andere gewichten wijken overeenkomstig af.
stoffig is nat (of vochtig) is " Bewaar de media tussen 35% en 85% relatieve vochtigheid. De toner hecht niet goed aan vochtig of nat papier. gelaagd is kleverig is is gevouwen, gekruld of gekreukeld is geperforeerd of gescheurd te glad, te grof of te ruw is verschilt qua ruwheid op achter- en voorzijde te dun of te dik is samenkleeft door statische elektriciteit is samengesteld met folie, te reflecterend is.
Enveloppen Alleen op de voorkant (adreskant) afdrukken. Sommige delen van de envelop bestaan uit drie lagen papier—de voorkant, de achterkant en de flap. Afdrukken in deze gelaagde gebieden wordt afgeraden.
Labels Een vel labels bestaat uit een afdrukbaar vel (het afdrukoppervlak), de hechtlaag en een draagvel: Het afdrukbare vel moet voldoen aan de specificaties voor normaal papier. Het afdrukbare vel moet het gehele draagvel bedekken en er mag geen hechtmiddel op het oppervlak aanwezig zijn. U kunt continu afdrukken met labelvellen. Echter, dit kan de mediumtoevoer wel beïnvloeden afhankelijk van de mediumkwaliteit en de afdrukomgeving.
zijn voorgesneden of geperforeerd Niet gebruiken Glimmend draagvel Wel gebruiken Full-page labels (niet voorgesned Letterhead Formatteer de letterhead data binnen uw applicatie. Probeer eerst uw data af te drukken op een vel normaal papier om de plaatsing te controleren.
Gebruik postkaarten die zijn aanbevolen voor laserprinters Gebruik geen postkaarten die zijn gecoat ontworpen voor inkjet-printers voorgesneden of geperforeerd voorbedrukt of meerdere kleuren hebben (toevoerstoringen) " Wanneer de postkaart is vervormd, strijk deze dan glad voordat de postkaart in lade 1 wordt geplaatst. Transparenten " " " " Wapper niet met de transparanten voordat deze worden geplaatst. De resulterende statische elektriciteit kan afdrukfouten veroorzaken.
" Wanneer u problemen heeft met de toevoer van 20 vellen, probeer dan slechts 1 - 10 vellen per keer. Plaatsen van een groot aantal transparanten in één keer kan opbouw van statische elektriciteit tot gevolg hebben, waardoor toevoerproblemen kunnen ontstaan.
Afdrukbaar gebied—enveloppen Enveloppen hebben een niet gegarandeerd afdrukbaar gebied dat afhankelijk is van het type envelop. " De afdrukstand van de envelop wordt bepaald door uw applicatie. Niet gegarandeerd Gegarandeerd gebied Paginamarges Marges worden in uw applicatie ingesteld. In bepaalde applicaties kunt u aangepaste papierformaten en marges instellen terwijl in andere applicaties alleen uit standaard paginaformaten en marges kan worden gekozen.
Vullen media Hoe vul ik media bij? Verwijder het bovenste en onderste vel van een stapel papier. Neem een stapel van ca. 200 vel en wapper hiermee om opbouw van statische elektriciteit te voorkomen voordat deze in de lade wordt geplaatst. " Wapper niet met transparanten. Opmerking Alhoewel deze printer is ontworpen voor afdrukken op zeer veel verschillende mediatypen, is het niet de bedoeling uitsluitende op één bepaald mediumtype af te drukken met uitzondering van normaal papier.
2 3 4 42 Druk de mediumaandrukplaat in tot deze borgt. Schuif de geleiders uit elkaar voor meer ruimte. Plaats het papier met de bedrukbare zijde naar boven in de lade.
" 5 6 Niet vullen tot boven de M-markering. Maximaal 250 vel (80 g/m2 [22 lb]) normaal papier kunnen in één keer in de lade worden geplaatst. Schuif de geleiders terug tegen de randen van het papier. Sluit lade 1.
Andere media Bij het vullen met ander medium dan normaal papier, moet de mediummodus (bijvoorbeeld, Envelop, Label, Thick Stock 1, Thick Stock 2, of Transparant) in de driver worden ingesteld voor optimale afdrukkwaliteit. Vullen van enveloppen 1 2 3 44 Trek lade 1 uit. Maak de lade leeg. Druk de mediumaandrukplaat in tot deze borgt.
4 5 Schuif de geleiders uit elkaar voor meer ruimte. Plaats de enveloppen met de flap naar beneden gericht in de lade. " " Vullen media Voordat de enveloppen worden geplaatst, moeten deze worden samengedrukt om te waarborgen dat alle lucht is verdwenen. Zorg er ook voor dat de vouwen van de flappen goed zijn aangedrukt omdat anders de enveloppen kunnen kreukelen en er storing in de toevoer kan ontstaan. Maximaal 10 enveloppen kunnen in één keer in de lade worden geplaatst.
" 6 7 46 Enveloppen met de flap aan de lange zijde, moeten met de flap in de richting van de achterkant van de printer worden geplaatst. Schuif de geleiders terug tegen de randen van de enveloppen. Sluit lade 1.
8 9 Trek aan de hendel en open de rechter zijdeur. Open de deur aan de zijde van de rechter zijdeur.
10 11 48 Verdraai de twee instellingen op de fusereenheid naar de envelopstand. Gewoon papier Envelop Sluit de deur aan de zijde van de rechter zijdeur.
12 Sluit de rechter zijdeur. " Waarborg dat de instellingen op de fusereenheid weer worden teruggezet wanneer weer op normaal papier moet worden afgedrukt. Vullen labelvellen/postkaarten/Thick Stock/transparanten 1 Trek lade 1 uit. 2 Maak de lade leeg.
3 4 50 Druk de mediumaandrukplaat in tot deze borgt. Schuif de geleiders uit elkaar voor meer ruimte.
5 Plaats het medium met de bedrukbare zijde naar boven in de lade. " 6 7 Er kunnen maximaal 20 vellen in één keer in de lade worden geplaatst. Schuif de geleiders terug tegen de randen van het medium. Sluit lade 1.
Lade 2/3 (optionele onderste toevoereenheden) Vullen normaal papier 1 2 52 Trek lade 2 uit (lade 3). Druk de mediumaandrukplaat in tot deze borgt.
3 4 Schuif de geleiders uit elkaar voor meer ruimte. Plaats het papier met de bedrukbare zijde naar boven in de lade.
" 5 6 54 Niet vullen tot boven de M-markering. Er kunnen maximaal 500 vellen (80 g/m2 [22 lb]) normaal papier in één keer in de lade worden geplaatst. Schuif de geleiders terug tegen de randen van het papier. Sluit lade 2 (lade 3).
Dubbelzijdig afdrukken Kies papier met een hoge ondoorschijnendheid voor dubbelzijdig (2-zijden) afdrukken. De mate van in hoeverre hetgeen op de achterzijde van papier is geschreven zichtbaar is op de voorzijde wordt ondoorschijnendheid genoemd. Wanneer papier een lage ondoorschijnendheid heeft dan zal de afgedrukte data aan de ene zijde ook zichtbaar zijn aan de andere zijde. Controleer in uw applicatie de marge-informatie.
Wanneer “Boekje links binden” is geselecteerd, kunnen de pagina's worden gevouwen als een linksgebonden boekje. 2 1 1 Wanneer “Boekje rechts binden” is geselecteerd, kunnen de pagina's worden gevouwen als een rechtsgebonden boekje. 1 2 3 3 3 1 2 3 1 Plaats normaal papier in de lade. Specificeer de layout voor dubbelzijdig afdrukken in de printer-driver. Klik op OK. " Bij automatisch dubbelzijdig, wordt de achterzijde eerst afgedrukt, en daarna de voorzijde.
Mediumopslag Hoe sla ik media op? Bewaar het medium op een vlak, horizontaal oppervlak in de originele verpakking. Medium dat langere tijd buiten de verpakking is opgeslagen kan te veel zijn uitgedroogd waardoor toevoerproblemen kunnen ontstaan. Wanneer medium uit de verpakking is gehaald, plaats dit dan weer terug in de originele verpakking en sla dit op in een koude, donkere ruimte op een vlak oppervlak.
58 Mediumopslag
Vervangen verbruiksartikelen
Vervangen verbruiksartikelen Opmerking Door instructies in deze gebruiksaanwijzing niet aan te houden, kan de garantie komen te vervallen. Opmerking Wanneer een foutmelding verschijnt (TONER EMPTY, TRANSFER END, etc.), print dan de configuratiepagina en controleer de status van de andere verbruiksmaterialen. Voor details betreffende foutmeldingen, zie “Foutmeldingen (waarschuwing)” op pagina 126.
Zie de volgende tabel wanneer een tonercartridge moet worden vervangen. Gebruik de tonercartridge zoals opgesomd voor uw specifieke printer. Het functioneren van de printer wordt nadelig beinvloed wanneer een niet gespecificeerde tonercartridge wordt gebruikt.
Opmerking Houdt een tonercartridge niet verticaal. Raak het oppervlak van de OPC-drum niet aan. Hierdoor kan de afbeeldingskwaliteit verminderen. Bewaar tonercartridges: in de originele verpakking tot deze moeten worden geïnstalleerd. op een koude, droge plaats niet in zonlicht (vanwege opwarming). De maximale opslagtemperatuur is 35° C (95° F) en de maximale relatieve vochtigheid voor opslag is 85% (niet condenserend).
Vervangen van een tonercartridge Opmerking Zorg ervoor dat geen toner wordt gemorst bij het vervangen van een tonercartridge. Wanneer toner wordt gemorst, veeg dit dan direct weg met een zachte, droge doek. Wanneer het bericht TONER EMPTY verschijnt moet u de onderstaande procedure volgen om de tonercartridge te vervangen. Als voorbeeld wordt het vervangen van de gele tonercartridge beschreven. 1 2 Controleer het berichtenvenster om te zien welke toner leeg is. Open de frontdeur van de printer.
3 64 Druk op het met “Push” gemarkeerde deel op de tonercartridge die moet worden vervangen en schuif de cartridge uit tot de hendel zichtbaar wordt.
4 Grijp de hendel zoals in de figuur getoond, en schuif daarna de cartridge geheel uit de printer. Opmerking Voer de tonercartridge af conform de lokale regelgeving. Verbrandt de tonercartridge niet. 5 6 Controleer de kleur van de tonercartridge die moet worden geïnstalleerd. Schud de cartridge een aantal malen om de toner goed te verdelen. " Waarborg dat het deksel voor de OPC-drum goed vastzit voordat met de cartridge wordt geschud.
7 8 66 Til het deksel van de OPC-drum op de tonercartridge om naar u toe. Schuif het deksel van de OPC-drum van de tonercartridge af.
9 10 11 Houdt de tonercartridge vast aan de hendel en schuif deze in de printer. Doe de hendel naar beneden en schuif vervolgens de cartridge verder in de printer tot deze borgt. Verwijder de beschermingsfilm van de tonercartridge door deze langzaam recht naar buiten te trekken.
12 Sluit de frontdeur. " " Wanneer de tonercartridge niet geheel is ingeschoven, kan de frontdeurl niet worden gesloten. De printer doorloopt een kalibratiecyclus gedurende 75 seconden nadat de tonercartridge is vervangen. Indien u de frontdeur opent voordat het bericht READY verschijnt, stopt de printer en wordt de kalibratiecyclus herhaalt. Vervangen van de resttonerfles Wanneer de resttonerfles vol raakt, verschijnt het bericht WASTE BOTTLE FULL in het berichtenvenster.
2 Draai de knop op de resttonerfles linksom tot deze in de ontgrendelde positie staat. Vergrendeld Ontgrendeld 3 Schuif de resttonerfles langzaam naar buiten. " 4 Voorzichtig: mors geen toner. Verwijder het kapje dat op de zijkant van de resttonerfles zit, en plaats deze op de plaats zoals in de figuur wordt getoond.
5 Voer de resttonerfles af. Opmerking Voer de resttonerfles af conform de lokale regelgeving. Verbrand de resttonerfles niet. 6 Zet een nieuwe resttonerfles klaar. " 7 8 Voordat de resttonerfles wordt geïnstalleerd, moet worden gewaarborgd dat de draaiknop in de ontgrendelde stand staat. Schuif de resttonerfles langzaam in de printer. Draai de knop op de resttonerfles rechtsom tot deze in de vergrendelde positie staat.
9 Sluit de frontdeur. " Wanneer de resttonerfles niet geheel is ingeschoven of wanneer de draaiknop niet is vergrendeld, kan de frontdeur niet worden gesloten. Vervangen van de transfer roller Wanneer het tijdstip voor vervanging van de transfer roller is bereikt, verschijnt het bericht TRANS.ROLLER END. Het afdrukken kan worden voortgezet na verschijnen van dit bericht maar omdat de afdrukkwaliteit zal verminderen moet de transfer roller zo snel mogelijk worden vervangen.
2 3 4 72 Beweeg de roller-aandrukker naar u toe terwijl u de hendels naar binnen duwt. Verwijder de transfer roller terwijl de hendels ingedrukt worden gehouden. Zet een nieuwe transfer roller klaar.
5 6 Plaats de as van de transfer roller in de lagers terwijl de hendels ingedrukt worden gehouden. Beweeg de hendels van u af tot ze op hun plaats "klikken".
7 8 9 Sluit de rechter zijdeur. Reset de teller in het ENGINE/SERVICE/RESET COUNTER TRANSFER ROLLER menu. Vervang het ozonfilter. Volg daarvoor de volgende procedure. Vervangen van het ozonfilter 1 2 74 Verwijder het ozonfilter uit de printer. Schuif het nieuwe ozonfilter in de printer tot deze op zijn plaats "klikt".
Vervangen van de transfer belt eenheid Wanneer het tijdstip voor vervanging van de transfer belt eenheid is bereikt, verschijnt het bericht TRANSFER END. Het afdrukken kan worden voortgezet na verschijnen van dit bericht maar omdat de afdrukkwaliteit zal verminderen moet de transfer belt eenheid zo snel mogelijk worden vervangen. 1 2 Open de frontdeur van de printer. Verdraai de knop om de resttonerfles te ontgrendelen.
3 4 Trek de resttonerfles en de tonercartridges ongeveer 10 cm (4") naar buiten. Verwijder de schroeven op de linker zijdeur met behulp van een munt. " 5 76 Verlies de schroeven niet. Verwijder de linker zijdeur.
6 7 8 Open de rechter zijdeur en gebruik vervolgens een munt om de schroeven los te draaien die de transfer belt eenheid borgen. Pak de beugel beet vanaf de zijde waar de linker zijdeur was verwijderd en trek dan voorzichtig de transfer belt eenheid uit. Zet een nieuwe transfer belt eenheid klaar. " Voorzichtig: raak het oppervlak van de band niet aan.
9 10 78 Plaats de nieuwe transfer belt eenheid in de rails. Schuif de transfer belt eenheid volledig in.
11 12 13 Draai de schroeven vast vanaf de zijde van de rechter zijdeur om de transfer belt eenheid vast te zetten en sluit vervolgend de rechter zijdeur. Schuif de resttonerfles en de tonercartridges naar binnen tot deze op hun plaats "klikken". Verdraai de knop om de resttonerfles te borgen.
14 15 16 Plaats de linker zijdeur en draai de schroeven vast. Sluit de frontdeur. Reset de teller in het ENGINE/SERVICE/RESET COUNTER TRANSFER UNIT menu.
Onderhoud van de printer
Onderhoud van de printer VOORZICHTIG Lees alle instructie- en waarschuwingslabels aandachtig. Volg daarin opgenomen aanwijzingen altijd op. Deze labels bevinden zich aan de binnenzijde van de panelen van de printer en binnen in de printer. Behandel de printer voorzichtig. Ruwe behandeling kan schade veroorzaken en de garantie doen vervallen. Wanneer stof en papiersnippers achterblijven in of op de printer, kunnen printerprestaties en afdrukkwaliteit nadelig worden beïnvloed.
Bedek de printer nooit direct na gebruik. Schakel de printer uit en wacht tot deze is afgekoudd. Laat de panelen van de printer niet openstaan gedurende langere tijd, vooral op goed verlicht plaatsen. Door het licht kunnen de tonercartridges beschadigd raken. Open de printer niet tijdens het afdrukken. Plaats geen stapels medium op de printer. Smeer de printer niet. Demonteer de printer niet. Kantel de printer niet. Raak geen elektrische contacten, overbrengingen of lasereenheden aan.
of de rechter zijdeur. De onderste toevoereenheid kan daardoor beschadigd raken. Wanneer u toner op de huid krijgt, was dit dan met koud water en een milde zeep af. VOORZICHTIG Wanneer u toner in uw ogen krijgt, was dit dan direct uit met koud water en raadpleeg een arts. Waarborg dat eventueel tijdens het reinigen verwijderde onderdelen weer zijn geïnstalleerd voordat u de printer inschakelt.
Reinigen van de printer VOORZICHTIG Waarborg dat de printer is uitgeschakeld en dat de voedingskabel is losgemaakt.
Media rollers De ophoping van papierstof en ander vuil op de media rollers kan transportproblemen veroorzaken. Reinigen van de media toevoer rollers (alle lades) 1 2 3 86 Trek de lade uit. Reinig de media toevoer-rollers door deze met een zachte, droge doek schoon te vegen. Sluit de lade.
Toevoer rollers duplex-optie 1 2 3 Open de duplex-deur. Reinig de toevoer-rollers door deze met een zachte, droge doek schoon te vegen. Sluit de duplex-deur.
Reinigen van de media transfer rollers voor lade 2 en 3 1 2 3 88 Open de rechter zijdeur van lade 2 (lade 3). Reinig de media transfer rollers door deze met een zachte, droge doek schoon te vegen. Sluit de rechter zijdeur van lade 2 (lade 3).
Reinigen van de laserlens van de printer Deze printer is uitgerust met vier laserlenzen. Reinig alle lenzen zoals hierna beschreven. 1 2 3 Open de frontdeur van de printer. Breng het reinigingsgereedschap voor de laserlens tussen de resttonerfles en de markering op de gele tonercartridge naar binnen met het reinigingsdeel naar beneden gericht en schuif deze dan 2 of 3 maal heen en weer. Herhaal deze procedure tussen iedere tonercartridge op dezelfde wijze.
4 90 Sluit de frontdeur.
Probleemoplossen
Inleiding Dit hoofdstuk geeft informatie en hulp bij het oplossen van printerproblemen die kunnen optreden, en zal u de weg wijzen naar de juiste hulpbronnen.
Voorkomen van storingen in het mediumtransport Zorg ervoor dat... Het medium past bij de printerspecificaties. Het medium vlak is, vooral aan de bovenzijde. De printer op een hard, vlak, horizontaal oppervlak staat. De media worden opgeslagen op een droge plaats beschermd tegen vocht. U transparanten direct na het afdrukken uit de uitvoerlade verwijdert om opbouw van statische elektriciteit te voorkomen.
Overzicht van de mediumroute Inzicht in de mediumroute door de printer zal u helpen storingen in het mediumtransport te lokaliseren.
Oplossen van storingen in het mediumtransport Verwijder vastgelopen medium altijd voorzichtig zonder dit te scheuren om schade te voorkomen. Mediumresten die achterblijven in de printer, klein of groot, kunnen de mediumroute blokkeren en nog meer storingen in het mediumtransport veroorzaken. Gebruik medium dat eenmaal is vastgelopen niet opnieuw. Opmerking De afbeelding is niet gefixeerd op het medium voor het fusing-proces. Wanneer u het bedrukte oppervlak aanraakt, kan de toner aan uw handen kleven.
Berichten storing mediumtransport en oplossingsprocedures Bericht storing mediumtransport Zie pagina MEDIA JAM TRAY 1 pagina 96 MEDIA JAM TRAY 2 pagina 101 MEDIA JAM TRAY 3 pagina 101 MEDIA JAM DUPLEX LOWER pagina 103 MEDIA JAM DUPLEX UPPER pagina 103 MEDIA JAM FUSER pagina 104 MEDIA JAM TRANSFER ROLLER pagina 107 Oplossen van een storing in het mediumtransport in lade 1 1 96 Trek aan de hendel en open de rechter zijdeur.
2 Verwijder voorzichtig het vastgelopen medium. VOORZICHTIG Het gebied rondom de fuser-eenheid is extreem heet. Aanraken van andere onderdelen dan de getoonde hendels en draaiknoppen kan brandwonden veroorzaken. In geval van brandwonden moet u direct de huid afkouden onder koud water en contact met een arts opnemen.
Opmerking Wanneer het oppervlak van de transfer belt of de transfer roller wordt aangeraakt kan de afdrukkwaliteit afnemen. Raak het oppervlak van de transfer belt of de transfer roller nooit aan. 3 98 Sluit de rechter zijdeur.
4 5 Trek lade 1 uit en verwijder alle medium uit de lade. Wapper met de uitgenomen media en stapel deze zorgvuldig weer op. " 6 In geval van transparanten mag er niet gewapperd worden omdat anders statische oplading optreedt. Hierdoor kan opnieuw een storing in het transport worden veroorzaakt. Plaats het medium met de bedrukbare zijde naar boven in lade 1. " " " Waarborg dat het medium vlak is. Nooit papier vullen tot boven de M-markering.
7 100 Sluit lade 1.
Oplossen van een storing in het mediumtransport in lade 2/3 1 2 3 Open de rechter zijdeur van lade 2 (lade 3). Verwijder voorzichtig het vastgelopen medium. Sluit de rechter zijdeur van lade 2 (lade 3).
4 5 6 7 102 Trek lade 2 (lade 3) uit en verwijder alle papier uit de lade. Wapper met het uitgenomen papier en stapel deze zorgvuldig weer op. Plaats het papier met de bedrukbare zijde boven in lade 2 (lade 3). " " " Waarborg dat het papier vlak is. Nooit papier vullen tot boven de M-markering. Schuif de geleiders tegen de randen van het papier. Sluit lade 2 (lade 3).
Oplossen van een storing in het mediumtransport in de Duplex-optie 1 2 3 Open de duplex-deur. Verwijder voorzichtig het vastgelopen medium. Sluit de duplex-deur.
Oplossen van een storing in het mediumtransport in de fuser-eenheid 1 2 104 Trek aan de hendel en open de rechter zijdeur. Druk de hendels van het deksel van de fuser-eenheid naar boven en open deze.
3 Verwijder voorzichtig het vastgelopen medium. VOORZICHTIG Het gebied rondom de fuser-eenheid is extreem heet. Aanraken van andere onderdelen dan de getoonde hendels en draaiknoppen kan brandwonden veroorzaken. In geval van brandwonden moet u direct de huid afkouden onder koud water en contact met een arts opnemen.
Opmerking Wanneer het oppervlak van de transfer belt of de transfer roller wordt aangeraakt kan de afdrukkwaliteit afnemen. Raak het oppervlak van de transfer belt of de transfer roller nooit aan. 4 106 Druk de hendels naar beneden.
5 Sluit de rechter zijdeur. Oplossen van een storing in het mediumtransport bij de transfer roller 1 Trek aan de hendel en open de rechter zijdeur.
2 Verwijder voorzichtig het vastgelopen medium. VOORZICHTIG Het gebied rondom de fuser-eenheid is extreem heet. Aanraken van andere onderdelen dan de getoonde hendels en draaiknoppen kan brandwonden veroorzaken. In geval van brandwonden moet u direct de huid afkouden onder koud water en contact met een arts opnemen.
Opmerking Wanneer het oppervlak van de transfer belt of de transfer roller wordt aangeraakt kan de afdrukkwaliteit afnemen. Raak het oppervlak van de transfer belt of de transfer roller nooit aan. 3 Sluit de rechter zijdeur.
Oplossen van problemen met storingen in het mediumtransport " Regelmatige storingen in bepaalde gebieden betekent dat dit gebied moet worden gecontroleerd, gerepareerd of gereinigd. Herhaaldelijke storingen kunnen ook optreden wanneer u niet-ondersteund medium gebruikt. Symptoom Oorzaak Oplossing Een aantal vellen worden samen door de printer getransporteerd. De randen van het medium zijn niet gelijk. Verwijder het medium en leg de voorranden gelijk. Plaats het dan weer in de printer.
Symptoom Oorzaak Oplossing Storingen transport Duplex-optie . Niet ondersteund medium (verkeerd formaat, dikte, type, enz.) wordt gebruikt. Gebruik door KONICA MINOLTA goedgekeurd medium. Zie “Mediumspecificaties” op pagina 32 voor ondersteunde formaten. Alleen normaal papier, 60–90 g/m2 (16–24 lb) kan worden gebruikt voor automatisch dubbelzijdig afdrukken. Zie “Mediumspecificaties” op pagina 32 voor ondersteunde formaten. Waarborg dat in lade 1 geen gemengde mediumtypes aanwezig zijn.
Symptoom Oorzaak Oplossing Storingen in het mediumtransport. Het medium is niet correct gepositioneerd in de lade. Verwijder vastgelopen medium en positioneer het medium correct in de lade. Het aantal vellen in Verwijder een deel van het medium en de lade overschrijdt vul het correcte aantal vellen in de het toegestane maxi- lade. mum. De geleiders zijn niet Stel de geleiders in de lade bij zodat juist ingesteld op het deze overeenkomen met het mediummediumformaat. formaat.
Symptoom Oorzaak Oplossing Storingen in het mediumtransport. Transparanten zijn elektrostatisch geladen in de lade. Verwijder de transparanten en plaats deze weer terug in de lade één voor één. Wapper niet met de transparanten voordat deze worden geplaatst. Niet ondersteund medium (verkeerd formaat, dikte, type, enz.) wordt gebruikt. Gebruik door KONICA MINOLTA goedgekeurd medium. De medium roller is vuil. Reinig de mediumtoevoer-roller.
Oplossen van andere problemen " Zie voor meer informatie over verbruiksartikelen www.q-shop.com. Symptoom Oorzaak Oplossing De printervoeding is uit. De voedingskabel zit Schakel de printer uit, zorg dat de voeniet goed in het stop- dingskabel goed komt te zitten en contact. schakel de printer weer aan. Er is iets fout met het Verbindt een ander elektrisch apparaat stopcontact waarop met het stopcontact en controleer of de printer is aange- deze wel werkt. sloten.
Symptoom Oorzaak U kunt de De lade is leeg. configuratiepagina niet De panelen van de printen. printer zijn niet goed gesloten. Het afdrukken duurt te lang. Oplossing Controleer of tenminste lade 1 op de juiste wijze is gevuld met medium. Waarborg dat alle panelen goed zijn gesloten. Sluit alle panelen voorzichtig om de printer niet te beschadigen. Waarborg dat de resttonerfles en de tonercartridges goed zijn geïnstalleerd. Er is een storing in het mediumtransport.
Symptoom Oorzaak Oplossing De printer keerde terug naar READY voordat het menu was veranderd. De printer was in de In de menustructuur moet u binnen 2 menustructuur zon- minuten uw keuze maken. der dat gedurende twee minuten een keuze werd gemaakt. Niet alle De printer heeft het Controleer uw kabel. pagina's zijn verkeerde type kabel afgedrukt. of de printer is niet geconfigureerd voor de juiste kabel en poort. De Cancel-toets was Waarborg dat niemand de Cancel-toets ingedrukt.
Symptoom Oorzaak Oplossing Printer reset of schakelt regelmatig uit. De voedingskabel zit Schakel de printer uit, zorg dat de voeniet goed in het stop- dingskabel goed komt te zitten en contact. schakel de printer weer aan. U heeft problemen bij dubbelzijdig afdrukken. Medium of instellingen zijn niet correct. Er is een systeemfout Neem contact op met de technische opgetreden. service met de foutinformatie.
Symptoom Oorzaak Oplossing Uitvoer bij boekje links en rechts binden is onjuist. Zowel de driver als de applicatie zijn ingesteld op Sorteren. Voor zowel Boekje links binden als Boekje rechts binden, moet Sorteren alleen worden gekozen in het Papier tabblad van de driver. Stel Sorteren niet in de applicatie in. U hoort ongebruikelijke geluiden. De printer staat niet horizontaal. Plaats de printer op een vlak, hard, horizontaal oppervlak met niet meer dan ±1° helling in alle richtingen.
Problemen met de afdrukkwaliteit oplossen Symptoom Oorzaak Oplossing Niets wordt afgedrukt, of er zijn blanco plekken op de afgedrukte pagina. Eén of meer van de tonercartridges zijn defect. Verwijder de tonercartridge en controleer deze op schade. Vervang deze indien beschadigd. De printer-driver is Kies de juiste instelling in de prinniet correct ingesteld. ter-driver voor omschakeling van transparanten naar normaal papier.
Symptoom Oorzaak Oplossing Het gehele vel wordt zwart of in een kleur afgedrukt. Eén of meer van de tonercartridges zijn defect. Verwijder de tonercartridge en controleer deze op schade. Vervang deze indien beschadigd. Afbeelding is te licht, er is een lage afbeeldingsdichtheid. De laserlens is vuil. Reinig de laserlens. Het medium is voch- Verwijder het vochtige medium en vertig door luchtvochtig- vang dit door nieuw, droog medium. heid. Er is niet voldoende toner over in de cartridge.
Symptoom Oorzaak Oplossing Afbeelding is Eén of meer van de wazig; de tonercartridges zijn achtergrond defect. is licht gevlekt; de afgedrukte afbeelding glimt onvoldoende. Verwijder de tonercartridges en controleer deze op schade. Vervang de tonercartridge(s) die beschadigd is (zijn). De afdruk- of Eén of meer van de kleurdichttonercartridges zijn heid is onge- defect of bijna leeg. lijk. Verwijder de tonercartridges en controleer deze op schade. Vervang de tonercartridge(s) die beschadigd is (zijn).
122 Symptoom Oorzaak Oplossing Er is onvoldoende fusing of de afbeelding laat los wanneer men hierover wrijft. Het medium is voch- Verwijder het vochtige medium en vertig door luchtvochtig- vang dit door nieuw, droog medium. heid. Niet ondersteund medium (verkeerd formaat, dikte, type, enz.) wordt gebruikt. Gebruik door KONICA MINOLTA goedgekeurd medium. Zie “Mediumspecificaties” op pagina 32 voor ondersteunde formaten. Het mediumtype is onjuist ingesteld.
Symptoom Oorzaak Oplossing Abnormale De laserlens is vuil. gebieden De tonercartridge is (wit, zwart of defect. kleur) verschijnen in een regelmatig patroon. Reinig de laserlens. Afbeelding defect. De laserlens is vuil. Reinig de laserlens. De tonercartridge lekt. Verwijder de tonercartridges en controleer deze op schade. Vervang de tonercartridge(s) die beschadigd is (zijn). De tonercartridge is defect. Verwijder de tonercartridge met de kleur die de abnormale afbeelding veroorzaakt.
Symptoom Oorzaak Kleuren zien Eén of meer van de er totaal ver- tonercartridges zijn keerd uit. defect. Oplossing Verwijder de tonercartridges en controleer of de toner gelijkmatig wordt verdeeld over iedere cartridge roller. Installeer de tonercartridges opnieuw. Eén of meer van de tonercartridges zijn bijna leeg of leeg. Controleer het bedieningspaneel op het bericht X TONER LOW of TONER EMPTY X. Vervang indien nodig de gespecificeerde tonercartridge.
Status-, fout- en servicemeldingen Status-, fout- en servicemeldingen worden getoond in het berichtenvenster op het bedieningspaneel. Deze geven informatie over uw printer en helpen u bij het lokaliseren van vele problemen. Wanneer de conditie die bij een getoonde melding hoort verdwijnt, verdwijnt de melding ook uit het venster. Standaard statusmelding Deze melding... betekent... CALIBRATING Na het vervangen van de Geen actie nodig.
Foutmeldingen (waarschuwing) Opmerking Wanneer een foutmelding verschijnt (TONER EMPTY, TRANSFER END, etc.), print dan de configuratiepagina en controleer de status van de andere verbruiksmaterialen. Voor informatie omtrent het printen van de configuratiepagina, zie “Afdrukken van de configuratiepagina” op pagina 92. Deze melding... betekent... Doe dit... FUSER LIFE END De fuser-eenheid Neem contact op met de heeft het einde van de technische service met levensduur bereikt. de foutinformatie.
Deze melding... betekent... Doe dit... TRANSFER LOW De transfer belt eenheid heeft het einde van de levensduur bijna bereikt. Zet een nieuwe transfer belt eenheid klaar. TRANS.ROLLER END De transfer roller Vervang de transfer rolheeft het einde van de ler en reset de teller in levensduur bereikt. het menu ENGINE/ SERVICE/RESET COUNTER TRANSFER ROLLER. TRANS.ROLLER LOW De transfer roller Zet een nieuwe transfer heeft het einde van de roller klaar. levensduur bijna bereikt.
Foutmeldingen (operator) Deze melding... betekent... Doe dit... COVER OPEN DUPLEX De duplex-deur is open. Sluit de duplex deur. COVER OPEN FRONT de frontdeur van de printer is open. Sluit de frontdeur. COVER OPEN SIDE de rechter zijdeur van Sluit de rechter zijdeur. de printer is open. COVER OPEN TRAY X de rechter zijdeur van Sluit de rechter zijdeur lade X (lade 2 of 3) is van de lade. open.
Deze melding... betekent... Doe dit... ERROR VIDEO UNDERRUN De hoeveelheid af te drukken data overschrijdt de interne data-overdrachtssnelheid van de printer. Schakel de printer uit en schakel deze dan na enkele seconden weer in. Verminder de hoeveelheid af te drukken data (bijvoorbeeld door de resolutie te verminderen) en probeer dan opnieuw af te drukken. FUSER NOT ATTACHED De fuser-eenheid is niet geïnstalleerd. Neem contact op met de technische service met de foutinformatie. INCORRECT CART.
Deze melding... betekent... Doe dit... MEDIA JAM UNDEFINED Storing mediumtransport vanwege inconsistente instellingen van de driver voor tweezijdig afdrukken (bijvoorbeeld, het gespecificeerde papiertype of papierformaat is anders dan het geladen papier). Na oplossing van de storing moeten de driver-instellingen worden gecontroleerd. PUT MEDIA : TRAY 1 Het mediumtype dat Plaats het juiste is ingesteld in de prin- mediumtype in lade 1. “MEDIA” ter-driver verschilt van het type medium geladen in lade 1.
Deze melding... betekent... X TONER NOT INSTALLED De X tonercartridge is Installeer de betrefniet correct geïnstal- fende tonercartridge. leerd of een niet goedgekeurde tonercartridge is geïnstalleerd.. TRAY X NOT ATTACHED Lade X (lade 2, of 3) was met de printer-driver gespecificeerd voor afdrukken, maar lade X is niet geïnstalleerd. Stop de afdruktaak en verander de instelling van de printer-driver. Indien nodig, installeer lade X. WASTE BOTTLE FULL De resttonerfles is vol.
Servicemeldingen Deze meldingen staan voor een meer serieuze storing die alleen kan worden opgelost door een servicetechnicus. Indien één van deze meldingen verschijnt, schakel de printer dan uit en vervolgens weer aan. Wanneer het probleem blijft bestaan, neem dan contact op met uw lokale vertegenwoordiging of met een geautoriseerd servicebedrijf. Deze servicemelding... betekent... Doe dit... ERROR AIDC SENSOR AIDC sensorstoring. Neem contact op met de technische service met de foutinformatie.
Installeren van accessoires
Inleiding Opmerking Gebruik van accessoires die niet zijn gefabriceerd of ondersteund door KONICA MINOLTA zullen de garantie doen vervallen. " Dit hoofdstuk geeft informatie over de volgende accessoires. Dual In-Line Memory Module (DIMM) 512 MB DIMM (gebufferd) Duplex-optie Auto dubbelzijdig Onderste toevoereenheid Met 500-vel lade Opmerking Tijdens het installeren van accessoires moeten de printer en de accessoires zijn uitgeschakeld en losgekoppeld zijn van de voeding.
Dual In-Line Memory Module (DIMM) " Extra geheugen (DIMM) kan nodig zijn voor complexe grafische figuren en voor dubbelzijdig afdrukken. De Dual in-line memory module (of DIMM) is een compacte printkaart met geheugenchips. Uw printer wordt geleverd met 64 MB SDRAM printergeheugen on board. Echter u kunt dit upgraden naar maximaal 576 MB RAM door de installatie van een extra DIMM. Uw printer is uitgevoerd met één vrij DIMM-slot.
3 4 136 Maak de zeven schroeven los met een schroevendraaier. (Verwijder deze niet uit de printer.) Schuif de deur iets naar rechts en til deze dan van de printer.
5 Plaats de nieuwe DIMM recht in de DIMM-connector tot de borgklemmen "klikken" in de geborgde positie. Lijn de DIMM zorgvuldig uit op de connector. Indien u de DIMM niet op zijn plaats kunt "klikken", gebruik dan geen extra kracht. Positioneer de DIMM opnieuw en zorg ervoor dat deze volledig in de connector valt. 6 7 8 9 10 Installeer de deur weer en maak de zeven schroeven vast. Bevestig de achterdeur. Sluit alle interfacekabels weer aan. Sluit de voedingskabel weer aan en schakel de printer in.
Duplex-optie Duplex (dubbelzijdig) afdrukken kan automatisch worden uitgevoerd met de duplex-optie en wanneer voldoende geheugen is geïnstalleerd. Zie “Dubbelzijdig afdrukken” op pagina 55. Installeren van de duplex-optie 1 2 138 Schakel de printer uit. Verwijder het deksel op de rechter zijdeur.
3 4 Verwijder de deur aan de zijde van de rechter zijdeur. Bereidt de duplex-optie voor. " 5 Voordat de duplex-optie wordt geïnstalleerd, opent u de duplex-deksel en controleert u of de knop op dezelfde wijze is gepositioneerd als getoond in de afbeelding. Sluit vervolgens het duplex-deksel. Bevestig de duplex-optie zoals getoond in de afbeelding.
6 7 8 9 140 Open het duplex-deksel, en draai beide knoppen linksom tot deze horizontaal staan waardoor de duplex-optie vastzit op de rechter zijdeur. Trek aan de hendel, open de rechter zijdeur, en bevestig het borgkabeltje voor de duplex-optie aan de printer. Sluit de rechter zijdeur. Installeer de duplex-eenheid in de driver (Tabblad instelling apparaatopties).
Onderste toevoereenheid U kunt maximaal twee optionele onderste toevoereenheden (lade 2 en 3) installeren. Iedere onderste toevoereenheid vermeerdert de transportcapaciteit van uw printer met 500 vel.
1 2 3 Schakel de printer uit en maak de voedingskabel en de interfacekabels los. Voorbereiden van de onderste toevoereenheid. " Open de rechter zijdeur van de onderste toevoereenheid. " 142 Plaats de onderste toevoereenheid op een vlak oppervlak. de rechter zijdeur van de onderste toevoereenheid moet worden geopend voordat de toevoereenheid kan worden geïnstalleerd op de printer.
4 Plaats de printer met behulp van een tweede persoon bovenop de onderste toevoereenheid, waarbij de positioneringspennen op de onderste toevoereenheid in de gaten in de bodem van de printer moeten vallen. 37 kg 81.6 lbs " Wanneer twee onderste toevoereenheden moeten worden geïnstalleerd, monteer deze dan eerst onderling en pas daarna op de printer. WAARSCHUWING! Deze printer weegt ongeveer 37 kg (81,6 lb) wanneer alle verbruiksartikelen aanwezig zijn.
6 7 8 9 Trek de lades uit. Installeer de twee borgbeugels op het front van de printer. Sluit de lades. Bevestig de transportgeleider aan de rechter deur van lade 2 . " 144 Het is niet nodig de transportgeleider aan de rechter deur van lade 3 te bevestigen.
10 11 Sluit de rechter zijdeur van de onderste toevoereenheid. Installeer lade 2 (lader 3) in de driver (Tabblad instelling apparaatopties).
146 Onderste toevoereenheid
Appendix
Veiligheidsspecificaties Printer Veiligheidsnormen U.S. model EMC normen UL 60950-1, CSA C22.2 No. 60950-1-03 Europees model EU richtlijn 73/23/EEC EU richtlijn 93/68/EEC EN 60950-1 (IEC 60950) China model GB 4943 U.S. model FCC part 15 subpart B class B ICES-003 Europees model EU richtlijn 89/336/EEC EU richtlijn 93/68/EEC EN 55022 (CISPR pub. 22) class B EN 61000-3-2 EN 61000-3-3 China model GB 9254 class B, GB 17625.
Eerste afdruk Enkelzijdig (600 dpi) Monochroom/Full color: 14,2 seconden voor A4 (normaal papier) Monochroom/Full color: 14,1 seconden voor Letter (normaal papier) Dubbelzijdig (600 dpi) Monochroom/Full color: 22,3 seconden voor A4, Letter (normaal papier) Afdruksnelheid Enkelzijdig (600 dpi) Monochroom/Full color: 20 pagina's per minuut voor A4 (normaal papier) Monochroom/Full color: 21 pagina's per minuut voor Letter (normaal papier) Dubbelzijdig (600 dpi) Monochroom/Full color: 11,5 pagina's per minuu
150 Invoercapaciteit Multifunctionele cassette Normaal papier:250 vellen Envelop: 10 enveloppen Label/Postkaart/Thick Stock/Transparant: 20 vellen Optionele onderste toevoereenheid Normaal papier:500 vellen Uitvoercapaciteit Uitvoerlade: 250 vellen (A4, Letter) Bedrijfstemperatuur 10 ... 35°C (50 ... 95°F) Bedrijfsvochtigheid 15 ...
Verwachte levensduur verbuiksartikelen Item Gemiddelde levensduurverwachting Tonercartridge Standard in-box Cartridge : Afdrukken in een constante omgeving* 3,000 pagina’s of meer (continue) 2,750 pagina’s of meer (2 pagina’s/taak) Afdrukken in een niet-constante omgeving* 2,400 pagina’s of meer (continue) 2,200 pagina’s of meer (2 pagina’s/taak) Vervangende cartridge (standaard capaciteit): Afdrukken in een constante omgeving* 6,000 pagina’s of meer (continue) 5,500 pagina’s of meer (2 pagina’s/taak) Af
Onze inspanning voor milieubescherming Als een ENERGY STAR® partner, hebben wij vastgesteld dat deze machine voldoet aan de ENERGY STAR richtlijnen voor energie-efficiency. Wat is een ENERGY STAR product? Een ENERGY STAR product heeft een speciale functie waardoor het product automatisch naar een “low-power" modus schakelt wanneer deze een bepaalde periode niet is gebruikt. Een ENERGY STAR product gebruikt energie efficiënter, bespaart u geld en helpt mee het milieu te sparen.
Index A D Accessoires 134 DIMM's 135 Duplex-optie 138 Onderste toevoereenheid 141 afdrukbare gebied 39 Afdrukkwaliteit 119 Antistatisch bescherming 134 Dual in-line memory module 135 Dubbelzijdig 55 Duplex-optie 138 B Bedieningspaneel 20 Berichtenvenster 20 Boekje inbinden 118 C Configuratiemenu 22 E Elektrostatische ontlading 134 Enveloppen 35 F Foutmeldingen 126 G Gewoon papier 33 L Labels 36 Index 153
Letterhead 37 M Media afdrukbare gebied 39 Oplossen van storingen in het mediumtransport 95 route 94 Voorkomen storingen 93 Vullen 41 Mediapad 94 Mediatype Enveloppen 35 Gewoon papier 33 Labels 36 Letterhead 37 Postkaarten 37 Thick stock 34 Transparanten 38 Mediumopslag 57 Meldingen 125 N N-per-vel 117 O Probleemoplossen 91 De printer reset 117 Dubbelzijdig 117 Er wordt niets afgedrukt 119 Status-, fout- en servicemeldingen 125 Storing mediumtransport 110 Problemen met het mediumtransport 110 Mediapad 9