Handleiding magicolor 3730DN A0VD-9571-01Q
Dank u Wij danken u voor de aanschaf van een magicolor 3730DN. U hebt een zeer goede keuze gemaakt. Uw magicolor 3730DN is speciaal ontworpen voor optimale prestaties in Windowsen Macintosh-omgevingen. Handelsmerk KONICA MINOLTA en het KONICA MINOLTA logo zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van KONICA MINOLTA HOLDINGS, INC. magicolor en PageScope zijn handelsmerken of geregistreerde handelsmerken van KONICA MINOLTA BUSINESS TECHNOLOGIES, INC.
SOFTWARELICENTIEOVEREENKOMST Dit pakket bestaat uit de volgende inhoud en wordt door Konica Minolta Business Technologies, Inc.
10. IN GEEN ENKELE SITUATIE IS KMBT OF ZIJN LICENTIEGEVER AANSPRAKELIJK TE STELLEN TEN OPZICHTE VAN U VOOR DE GEVOLG-, INCIDENTELE, INDIRECTE, PUNITIEVE OF SPECIALE SCHADE, INCLUSIEF WINSTDERVING OF VERLOREN OPBRENGSTEN, ZELFS WANNEER KMBT OVER DE MOGELIJKHEID VAN DERGELIJKE SCHADE WERD GEÏNFORMEERD. DEZE UITSLUITING VAN AANSPRAKELIJKHEID GELDT OOK VOOR AANSPRAKEN DIE DOOR DERDEN WERDEN GEMAAKT. KMBT RESP.
Juridische beperkingen m.b.t. kopieren x-4 Deze machine biedt een functie voor het verhinderen van vervalsing zodat er geen financiële middelen illegaal kunnen worden gekopieerd. Wij rekenen op uw begrip voor het feit dat afgedrukte afbeeldingen soms wat ruis kunnen tonen, of dat afbeeldingsgegevens onder bepaalde omstandigheden niet opgeslagen kunnen worden door deze functie voor het verhinderen van vervalsingen.
Inhoud 1 Inleiding .......................................................................................................... 1-1 Functies en onderdelen van het apparaat ................................................... 1-2 Ruimte die nodig is voor plaatsing.............................................................. 1-2 Printeronderdelen ....................................................................................... 1-3 Vooraanzicht ............................................................
Instellingen van het printer stuurprogramma weergeven (voor Windows) ............................................................................................. 2-7 Windows 7 ............................................................................................ 2-7 Windows Vista/Server 2008.................................................................. 2-7 Windows XP/Server 2003 ..................................................................... 2-7 Windows 2000 ................................
4 Media gebruiken ............................................................................................ 4-1 Mediaspecificaties ......................................................................................... 4-2 Mediatypen ..................................................................................................... 4-4 Gewoon papier (gerecycled papier)............................................................ 4-4 Dik papier (karton).................................................
7 Opheffen van storingen ................................................................................. 7-1 Inleiding .......................................................................................................... 7-2 Een configuratiepagina afdrukken ............................................................... 7-3 Het vastlopen van papier voorkomen .......................................................... 7-4 Het mediapad begrijpen .........................................................
Inleiding 1
Functies en onderdelen van het apparaat Ruimte die nodig is voor plaatsing U moet zich aan de hierna weergegeven afstanden houden om het multifunctionele apparaat probleemloos te bedienen en te onderhouden.
Printeronderdelen De bestaande afbeeldingen geven de belangrijkste onderdelen weer van uw printer. De hier gebruikte aanduidingen worden in het gehele handboek gebruikt. Zorg dat u ermee vertrouwd raakt.
Achterkant 5 1—Netschakelaar 2—Netaansluiting 3—USB interface 4—10Base-T/100Base-TX Ethernet Interface poort 4 5—Ventilatiesleuven 3 2 1 Afdrukken 1-4 Aangezien de printer kan beschadigd worden als het afdrukken wordt uitgevoerd zonder dat de bijgeleverde tonercartridges zijn geïnstalleerd, moet u ervoor zorgen dat de bijgeleverde tonercartridges zijn geïnstalleerd voordat u de printer gebruikt.
De software 2
Cd/dvd met hulp- en printerstuurprogramma Printerstuurprogramma's Besturingssysteem Windows 7/Vista/Server 2008/XP/ Server 2003/2000 Windows 7/Vista/Server 2008/XP/ Server 2003 voor 64bit Mac OS X (10.2.8/10.3.9/10.4/10.5/10.6) Inzet/gebruik Met deze stuurprogramma's kunt u alle printerfuncties oproepen onder andere voor de eindbewerking en om met geavanceerde layoutfuncties te werken. Zie ook "Instellingen van het printer stuurprogramma weergeven (voor Windows)" op pagina 2-7.
Documentatie Documentatie Inzet/gebruik Installatiehandleiding Deze handleiding geeft details over de eerste bewerkingen die moeten worden uitgevoerd om deze printer te gebruiken, zoals het instellen van de printer en het installeren van de stuurprogramma's. Handleiding (deze handleiding) Deze handleiding biedt details over de algemene dagelijkse bewerkingen, zoals het gebruik van de stuurprogramma's en het bedieningspaneel en het vervangen van verbruiksgoederen.
Systeemvereisten Personal computer – Pentium 2: 400 MHz (Pentium 3: 500 MHz of hoger wordt aanbevolen) – PowerPC G3 of later (G4 of later wordt aanbevolen) – Macintosh met een Intel processor Besturingssysteem – Microsoft Windows 7 Home Premium/Professional/Ultimate, Windows 7 Home Premium/Professional/Ultimate x64 Edition, Windows Server 2008 Standard/Enterprise, Windows Server 2008 Standard/ Enterprise x64 Edition, Windows Vista Home Basic/Home Premium/ Ultimate/Business/Enterprise, Windows Vista H
Stuurprogramma Defaults selecteren (voor Windows) Voor u aan het werk gaat met uw printer dient u de standaardinstellingen van de printerstuurprogramma te controleren/wijzigen. Wanneer u bovendien opties in de printer hebt geïnstalleerd, moet u deze opties in de stuurprogramma "invoeren".
Verwijderen van de printer stuurprogramma (voor Windows) Dit gedeelte beschrijft hoe u het printerstuurprogramma kunt verwijderen indien dat nodig is. U dient over beheerdersrechten te beschikken om de installatie van het printerstuurprogramma te verwijderen. Als het venster Gebruikersaccountbeheer verschijnt tijdens het verwijderen van Windows Vista, klikt u op de knop Toestaan of Doorgaan. Windows 7/Vista/Server 2008/XP/Server 2003/2000 1 2 Sluit alle toepassingen.
Instellingen van het printer stuurprogramma weergeven (voor Windows) Windows 7 1 2 Klik in het menu Begin op Apparaten en printers en vervolgens op Printers om de map Apparaten en printers te openen. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de KONICA MINOLTA magicolor 3730-printer en kies Voorkeursinstellingen. Windows Vista/Server 2008 1 2 Kies in het menu Begin de optie Configuratiescherm en klik daarna op Hardware en Sound, en klik dan op Printers om de map Printers te openen.
Het printerstuurprogramma gebruiken Knoppen Algemeen De knoppen zijn bij alle tabbladen hetzelfde. OK Aanklikken om het eigenschappen-dialoogvenster te verlaten en daarbij alle wijzigingen op te slaan. Annuleren Aanklikken om het eigenschappen-dialoogvenster te verlaten, zonder daarbij de wijzigingen op te slaan. Toepassen Aanklikken om de wijzigingen op te slaan, zonder het eigenschappen-dialoogvenster te verlaten. Help Aanklikken om online help op te roepen.
Tabblad Printer Klik op de knop om een afbeelding van de printer weer te geven in het afbeeldingsgebied. Wanneer u op deze knop klikt, verandert deze naar de knop Tabblad Papier (wanneer een ander tabblad dan Watermerk of Kwaliteit is geselecteerd), de knop Tabblad Watermerk (wanneer het tabblad Watermerk is geselecteerd) of Tabblad Kwaliteit (wanneer het tabblad Kwaliteit is geselecteerd). Deze knop verschijnt niet op het tabblad Versie.
Default Klik op de knop om de instellingen naar de standaardwaarde terug te zetten Deze knop verschijnt niet op het tabblad Versie. Wanneer u op deze knop klikt, worden de instellingen in het weergegeven dialoogvenster opnieuw ingesteld naar hun standaardwaarden. De instellingen op andere tabbladen worden niet gewijzigd.
Tabblad Overlay Let er bij het werken met overlays op, dat papierformaat en de positie bij de betreffende printopdracht en het overlayformulier identiek zijn. Bovendien moet op het volgende worden gelet, Wanneer in de printerstuurprogramma "N-up" of "Boekje" werden aangegeven, kan het overlayformulier niet aan de gekozen instellingen worden aangepast. Op het tabblad Overlay kunt u: Selecteer het overlayformulier dat moet worden gebruikt.
Tabblad Versie Het tabblad Versie geeft u informatie over het printerstuurprogramma. Beperkingen op printerstuurprogrammafuncties die zijn geïnstalleerd met Point and Print Wanneer u Point and Print verricht met de volgende combinaties van server en client, zijn er beperkingen voor sommige printerstuurprogrammafuncties.
Printer Bedieningspaneel en Configuratiemenu 3
Het bedieningspaneel Met behulp van het bedieningspaneel, dat u aan de bovenzijde van de printer vindt, kunt u aandacht besteden aan de manier waarop de printer werkt. Bovendien geeft hij de huidige status van de printer weer, inclusief eventuele omstandigheden die uw aandacht vragen.
Bedieningspaneelaanduidingen en -toetsen Nr. Indicator Functie 1 Ready Afdrukken is mogelijk als het lichtje brandt. 2 Error Als het brandt of knippert, is er een fout opgetreden of is er een waarschuwing. 3 Annuleert het/de momenteel weergegeven menu of menukeuze Hiermee kunt u één afdruktaak annuleren die momenteel wordt verwerkt of afgedrukt: 1. Druk op de toets Cancel. 2. Druk op de toets Menu/Select. De afdrukopdracht wordt geannuleerd.
Berichtvenster In dit berichtvenster kunt u de huidige status van de printer, de hoeveelheid resterende toner, en eventuele foutmeldingen bekijken. 1 2 Nr. RE ADY Y M C K Details 1 De huidige status van de printer wordt weergegeven. 2 Foutberichten worden weergegeven. Bij het actualiseren van de firmware verschijnen het type firmware dat u actualiseert en de voortgang van het afdrukken.
Een overzicht van het configuratiemenu De menu's waarvan opties via het bedieningspaneel kunnen worden vastgelegd, zijn zoals onder aangegeven gestructureerd.
SPECIAL PAGES Met behulp van dit menu kunt u printerinformatie, zoals de configuratiepagina, afdrukken. MENU SPECIAL PAGES PRINT CONFIG PAGE PRINT MENU MAP Alle standaard fabriekswaarden worden vetgedrukt weergegeven. CONFIG PAGE Instellingen PRINT/CANCEL Drukt de configuratiepagina af. MENU MAP Instellingen PRINT/CANCEL Drukt de menumap af.
LANGUAGE Met dit menu kunt u de weergavetaal wijzigen.
Alle standaard fabriekswaarden worden vetgedrukt weergegeven. LANGUAGE SET Instellingen ENGLISH/FRENCH/GERMAN/ ITALIAN/PORTUGUESE/SPANISH/ CZECH/JAPANESE/SLOVAK/ HUNGARIAN/RUSSIAN/POLISH Selecteer de taal van schermen die in het meldingenvenster verschijnen.
ENGINE Met dit menu kunt u instellingen opgeven met betrekking tot de printermotorfuncties (zoals ENERGY SAVER en ENGINE SUPPLIES REPLACE). MENU ENGINE ENERGY SAVER AUTO CONTINUE ENGINE SERVICE TOTAL FACE COUNT COLOR FACE COUNT BW FACE COUNT BOOT VER. FPGA VER. CONTROLLER VER. ENGINE VER. COLOR CALIBRATION ENGINE SUPPLIES REPLACE SUPPLIES REPLACE TRANS. BELT SUPPLIES REPLACE TRANS.
Alle standaard fabriekswaarden worden vetgedrukt weergegeven. ENERGY SAVER Instellingen 120 minutes/60 minutes/30 minutes/ 15 minutes Specificeer de tijdsduur tot de machine in de Energiebesparingsmodus gaat. De machine gaat niet naar de Energiebesparingsmodus indien in lade 1 papier is geladen. InstelAUTO CONTINUE lingen ON/OFF Selecteer of het afdrukken wel of niet doorgaat wanneer de afmetingen van of het type medium in de lade afwijkt van wat u hebt geselecteerd voor de afdruktaak.
ENGINE SUPPLIES REPLACE Instellingen YES/NO SUPPLIES REPLACE Stelt de teller van de TRANS. BELT nsferriem opnieuw in. SUPPLIES REPLACE TRANS. ROLLER Instellingen YES/NO SUPPLIES REPLACE FUSER UNIT Instellingen YES/NO Stelt de teller van de transferroller opnieuw in. Stelt de teller van de fixeereenheid opnieuw in. Instellingen YES/NO RESTORE USER DEFAULT Stelt de printerinstellingen terug op hun beginwaarden.
NETWORK Met behulp van dit menu kunt u interface-instellingen specificeren. Start de printer opnieuw wanneer u instellingen hebt veranderd in de menu's DHCP,BOOTP en ARP/PING. MENU NETWORK IP ADDRESS xxx.xxx.xxx.xxx IP ADDRESS SET AUTO DHCP:xx IP ADDRESS SET SPECIFY IP ADDRESS xxx.xxx.xxx.xxx BOOTP:xx SUBNET MASK xxx.xxx.xxx.xxx ARP/PING:xx GATEWAY xxx.xxx.xxx.xxx MAC ADDRESS HTTP:xx BONJOUR:xx IPP:xx SNMP:xx FORCED MODES xx/xx/xx SPEED/DUP/NEG. AUTO/AUTO/ON SPEED/DUP/NEG.
Alle standaard fabriekswaarden worden vetgedrukt weergegeven. IP ADDRESS SET Instel- AUTO/SPECIFY lingen Selecteer of het IP-adres automatisch wordt ingesteld of manueel moet worden opgegeven (SPECIFY). Als SPECIFY is geselecteerd, kunt u de instellingen opgeven voor IP ADDRESS, SUBNET MASK en GATEWAY. Wanneer het IP-adres handmatig is opgegeven, worden DHCP, BOOTP and ARP/PING automatisch ingesteld op OFF. IP ADDRESS Instellingen 000.000.000.000 Stel het IP-adres in voor deze printer op het netwerk.
DHCP: Instel- ON/OFF lingen Selecteer of het IP-adres automatisch wordt verkregen. Wanneer ON is geselecteerd, wordt het IP-adres automatisch verkregen. BOOTP: Wanneer OFF is geselecteerd, wordt het IP-adres niet automatisch verkregen. Instel- ON/OFF lingen Selecteer of het IP-adres automatisch wordt verkregen. Wanneer ON is geselecteerd, wordt het IP-adres automatisch verkregen. ARP/PING: Wanneer OFF is geselecteerd, wordt het IP-adres niet automatisch verkregen.
IPP: Instellingen ON/OFF Wanneer ON is geselecteerd, is IPP geactiveerd. Wanneer OFF is geselecteerd, is IPP gedeactiveerd. Als HTTP is ingesteld op OFF, kan IPP niet SNMP: worden ingesteld. Instel- ON/OFF lingen Wanneer ON is geselecteerd, is SNMP geactiveerd. FORCED MODES Wanneer OFF is geselecteerd, is SNMP gedeactiveerd. SPEED/DUP/ Instellingen AUTO/AUTO/ON, NEG.
CONSUMABLE USAGE Met dit menu kunt u de resterende hoeveelheid verbruiksartikelen (zoals TONER en TRANSFER ROLLER) bekijken. MENU CONSUMABLE USAGE K TONER xx% REMAINING C TONER xx% REMAINING M TONER xx% REMAINING Y TONER xx% REMAINING TRANSFER ROLLER xxx% REMAINING TRANSFER BELT xxx% REMAINING FUSER UNIT xxx% REMAINING 3-16 Alle standaard fabriekswaarden worden vetgedrukt weergegeven. K TONER Toont de hoeveelheid resterende zwarte toner. C TONER Toont de hoeveelheid resterende cyaan toner.
INTERFACE Met behulp van dit menu kunt u de time-outinstellingen voor de interface specificeren. MENU INTERFACE USB TIME OUT NETWORK TIME OUT Alle standaard fabriekswaarden worden vetgedrukt weergegeven. USB TIME OUT Instellingen 300/60/15 NETWORK TIME OUT Instellingen 300/60/15 Geef de duur op tot er een time-out optreedt van de communicatie met de USB-interface. Geef de duur op tot er een time-out optreedt van de communicatie met de netwerkinterface.
3-18 INTERFACE
Media gebruiken 4
Mediaspecificaties Welke soorten printmateriaal resp.
Opmerkingen: *Lade 1= manuele toevoerlade **Hoewel de maximale ondersteunde breedte 216 mm (8,5") is, kan het formaat Envelop DL (breedte: 220 mm (8,7")) worden toegevoerd. ***Het kleinst mogelijke formaat voor duplex (dubbelzijdig) afdrukken is 182,0 x 254,0 mm (7,2" x 10,0"). Het grootst mogelijke formaat voor duplex (dubbelzijdig) afdrukken is 216 x 356 mm (8,5" x 14"). ****Het kleinst mogelijke formaat voor duplex (dubbelzijdig) afdrukken is 182,0 x 254,0 mm (7,2" x 10,0").
Mediatypen Bewaar printmateriaal in de originele verpakking op een vlak oppervlak, tot u het in een cassette legt. Onder printer.konicaminolta.com vindt u een lijst met de aanbevolen printmaterialen. Voordat u een groot aantal kopieën afdrukt op speciaal papier (ander papier dan normaal papier), voert u een testafdruk uit om de kwaliteit van het afdrukresultaat te controleren.
Papier waarop reeds is afgedrukt – Papier waarop reeds is afgedrukt met een inkjetprinter – Papier waarop reeds is afgedrukt met een zwart-wit/kleuren laserprinter/-kopieerapparaat – Papier waarop reeds is afgedrukt met een thermoprinter – Papier waarop reeds is afgedrukt met een andere printer of faxapparaat Verstoft materiaal Nat (of vocht materiaal) Bewaar printmateriaal bij een relatieve vochtigheid tussen 35% en 85%. Toner hecht slecht op vochtig of nat papier.
Dik papier (karton) Papier dikker dan 90 g/m2 wordt voorraad dik papier genoemd. U kunt de voorraad dik papier gedurende een continu proces verwerken. Al naar gelang de kwaliteit van het materiaal en de printomgeving zou dit echter de toevoer van het materiaal kunnen schaden. Wanneer zich bij de toevoer problemen voordoen, stopt u het continu-proces en voert u de etiketvellen één voor één in. Capaciteit 1 vel dik papier. Maximaal 20 vel dik papier, afhankelijk van het papiergewicht.
Enveloppen Alleen de voorzijde bedrukken (zijde waarop het adres van de ontvanger is geschreven). Bepaalde delen van de envelop bestaan uit drie lagen papier voorkant, achterkant en afsluitende kant. Tekst die eventueel daar moet worden afgedrukt, gaat soms verloren of wordt ongelijkmatig afgedrukt. U kunt zonder onderbreking afdrukken met enveloppen. Al naar gelang de kwaliteit van het materiaal en de printomgeving zou dit echter de toevoer van het materiaal kunnen schaden.
Materiaal dat gedurende het printproces smelt, verdampt, kromtrekt, verkleurt of gevaarlijke dampen verspreidt. Enveloppen die reeds gesloten zijn Etiketten Een etiketblad bestaat uit een sticker (bovenkant wordt bedrukt) een lijmlaag en het bevestigingsblad. De stikker moet voldoen aan de specificaties voor normaal papier. De lijmlaag moet beslist geheel door stickers zijn bedekt, zodat er geen lijm uit kan lopen. U kunt etiketmateriaal gedurende een continu proces verwerken.
Gebruik GEEN etikettenbladen Waarvan de etiketten makkelijk loslaten Waarvan de achterkant eraf getrokken is, of waarbij de lijmstof eruit komt. Etiketten kunnen in de fixeereenheid blijven hangen, van het draagpapier losgaan en verstoppingen veroorzaken. Die voorgesneden of geperforeerd zijn Niet geschikt Met glimmende achterkant Mediatypen Geschikt Pag.
Briefhoofd U kunt zonder onderbreking afdrukken met briefpapier. Al naar gelang de kwaliteit van het materiaal en de printomgeving zou dit echter de toevoer van het materiaal kunnen schaden. Wanneer zich bij de toevoer problemen voordoen, stop u het continu-proces en voert u de etikettenbladen één voor één in. Raadpleeg de documentatie van uw toepassing voor meer informatie over het afdrukken op briefpapier.
Briefkaarten U kunt zonder onderbreking afdrukken met briefkaarten. Al naar gelang de kwaliteit van het materiaal en de printomgeving zou dit echter de toevoer van het materiaal kunnen schaden. Wanneer zich bij de toevoer problemen voordoen, stop u het continu-proces en voert u de etikettenbladen één voor één in. Raadpleeg de documentatie van uw toepassing voor meer informatie over het afdrukken van briefkaarten.
Gevouwen of gekreukt Hoogglanspapier U kunt zonder onderbreking afdrukken met glanzende media. Al naar gelang de kwaliteit van het materiaal en de printomgeving zou dit echter de toevoer van het materiaal kunnen schaden. Wanneer zich bij de toevoer problemen voordoen, stop u het continu-proces en voert u de etikettenbladen één voor één in. Raadpleeg de documentatie van uw toepassing voor meer informatie over het afdrukken op glanzende media.
Afdrukbaar gebied Aan alle zijden van het printmateriaal kan op een tot 4,2 mm (0,165") brede rand niet worden afgedrukt. Al het afdrukmateriaal heeft een bepaald printbaar gebied, d.w.z. het maximale oppervlak, waarop het multifunctionele apparaat zonder storingen en zonder enige vorm van vervorming kan afdrukken.
Enveloppen Enveloppen kunnen alleen worden bedrukt op hun voorzijde (zijde waarop het adres van de ontvanger is geschreven). Daarnaast kan het afdrukken op de voorzijde in het gebied dat de achterflap overlapt, niet worden gegarandeerd. De locatie van dit gebied verschilt afhankelijk van het type enveloppe.
Media plaatsen Hoe laad ik de media? Opmerking Meng geen media van verschillende types en formaten, anders kan de media vastlopen of kunnen er problemen optreden met de machine. Opmerking De papierranden zijn scherm en kunnen letsels veroorzaken. Wanneer u het af te drukken materiaal bijvult, haalt u eerst het materiaal eruit dat zich nog in de cassette bevindt. Voeg het samen met het nieuwe materiaal, stapel het goed en leg het in de cassette.
Normaal papier laden 1 2 3 4-16 Schuif de papiergeleiders verder uit elkaar. Leg het papier met de te bedrukken kant naar beneden in de lade. Schuif de papiergeleidingen tegen de randen van het materiaal.
Andere media Wanneer u andere media dan gewoon papier laadt, stelt u de mediamodus (Envelop, Label, Dik papier 1, Dik papier 2, Glossy papier 1, Glossy papier 2 of Briefkaarten) in het stuurprogramma in voor optimale afdrukkwaliteit. Enveloppen laden 1 2 Schuif de papiergeleiders verder uit elkaar. Leg de envelop met de klep naar boven in de lade. Druk de enveloppen voor het inleggen op elkaar, om er zeker van te zijn, dat er geen lucht tussen zit.
3 4 4-18 Enveloppen met de flap aan de lange zijde (Envelop C6, Envelop Monarch en Envelop DL), laadt u met de flap naar boven. Houd envelopen die u invoert steeds in het midden vast. Schuif de papiergeleiders tegen de randen van de envelop. Steek het papier zo ver mogelijk in en houd het daar tot het in de machine is ingevoerd.
Etiketvellen/briefkaarten/dik papier en glanzend papier laden 1 2 3 Schuif de papiergeleiders verder uit elkaar. Leg het materiaal met de te bedrukken zijde naar beneden in de lade. Schuif de papiergeleidingen tegen de randen van het materiaal.
4 Steek het papier zo ver mogelijk in en houd het daar tot het in de machine is ingevoerd. Lade 2 Normaal papier laden 1 2 4-20 Trek lade 2 eruit. Druk de media-aandrukplaat naar beneden, tot die vastklikt.
3 4 Schuif de papiergeleiders verder uit elkaar. Leg het papier met de te bedrukken zijde naar boven in de lade. Media plaatsen Laad het papier niet boven het , teken. De lade kan maximaal 250 pagina's (80 g/m2 [22 lb]) normaal papier bevatten.
5 6 Schuif de papiergeleidingen tegen de randen van het materiaal. Sluit lade 2. 4-22 Papier kan niet in lade 2 ingevoerd worden als papier in lade 1 was ingevoerd. Om lade 2 te gebruiken verwijdert u alle papier uit lade 1.
Etiketvellen/briefkaarten/dik papier en glanzend papier laden 1 2 3 Trek lade 2 eruit. Druk de media-aandrukplaat naar beneden, tot die vastklikt. Schuif de papiergeleiders verder uit elkaar.
4 Leg het papier met de te bedrukken zijde naar boven in de lade. 5 4-24 In de lade kunnen maximaal 20 pagina's gelijktijdig worden geplaatst. Schuif de papiergeleidingen tegen de randen van het materiaal.
6 Sluit lade 2. Papier kan niet in lade 2 ingevoerd worden als papier in lade 1 was ingevoerd. Om lade 2 te gebruiken verwijdert u alle papier uit lade 1.
Dubbelzijdig afdrukken Selecteer papier met een hoge ondoorzichtigheid voor duplex (dubbelzijdig) afdrukken. Ondoorzichtigheid verwijst naar de mate waarin het papier op een efficiënte manier de tekst op de andere zijde van het papier kan blokkeren. Wanneer het papier een lage doorschijnendheid heeft, komen de opgedrukte gegevens van ene zijde van het papier erg door aan de andere zijde van het papier. Controleer ook de margeverhoudingen van uw toepassingen.
Verder, als "N-per vel" is ingesteld op "Boekje", vindt autoduplex afdrukken plaats. De volgende instellingen voor de volgorde zijn beschikbaar wanneer u "Boekje" hebt geselecteerd. Is "Links binden" geselecteerd, kunnen de pagina's als een aan de linker rand gebonden brochure worden gevouwen. 2 1 1 Als "Rechts binden" is geselecteerd, kunnen de pagina's als een aan de rechter kant gebonden brochure worden gevouwen. 1 2 3 3 3 1 2 3 1 Leg normaal papier in de lade.
Uitvoerlade Alle bedrukte media worden uitgevoerd naar de gesloten uitvoerlade bovenop de printer. Deze lade heeft een capaciteit van circa 200 vel papier (A4/Letter) van 80 g/m2 (22 lb). 4-28 Bevinden zich te veel bladen in het uitvoervak, zal het papier vaker vastlopen, de afgedrukte pagina's zullen erg bol staan of door statische lading aan elkaar kleven.
Media opslaan Hoe sla ik de media op? Sla printmateriaal in de originele verpakking op een vlakke ondergrond op, tot u het in één van de cassettes legt. Printmateriaal, dat gedurende langere tijd zonder verpakking wordt opgeslagen, kan uitdrogen en in de printer vastlopen. Laat het printmateriaal indien mogelijk tot u het gebruikt ingepakt, en pak het, als u het niet gebruikt weer in de originele verpakking. Sla het op een koele donkere plaats op.
4-30 Media opslaan
Verbruiksgoederen vervangen 5
Verbruiksgoederen vervangen Opmerking Wanneer u zich niet houdt aan de instructies, zoals die in het gebruikershandboek zijn aangegeven zou het gevolg hiervan kunnen zijn, dat de garantie van uw multifunctionele apparaat vervalt. Opmerking Wanneer een foutmelding (REPLACE TONER, TRANSFER END, etc.) verschijnt, drukt u de configuratiepagina af en controleert de status van de overige verbruiksartikelen. Raadpleeg "Foutmeldingen" op pagina 7-38 voor meer informatie over foutmeldingen.
Bewaar tonercartridges buiten het bereik van kinderen. Raadpleeg de volgende URL voor informatie over hergebruik. VS: printer.konicaminolta.net/products/recycle/index.asp Europa: www.konicaminolta.eu/printing-solutions/more-information/ clean-planet.html Andere regio's: printer.konicaminolta.com Opmerking Het gebruik van niet-originele tonercartridges kan leiden tot onstabiele prestaties.
Let bij het vervangen van tonercartridges op de onderstaande tabel. Om een betrouwbare, goede afdrukkwaliteit en prestatie te krijgen dient u alleen de echte tonercartridges van KONICA MINOLTA voor uw printertype volgens de hieronderstaande lijst te gebruiken. Het apparaattype en de artikelnummers van de tonercartridges vindt u op de sticker voor de nabestelling van verbruiksmateriaal aan de binnenkant van de bovenste deksel.
Tonercartridge type Printer- Printer onderdeelnummer type GC A0VD 087 Tonercartridge onderdeelnummer Standaard-capaciteit tonercartridge -Zwart (K) A0WG 01N Standaard-capaciteit tonercartridge -Geel (Y) A0WG 06N Standaard-capaciteit tonercartridge -Magenta (M) A0WG 0CN Standaard-capaciteit tonercartridge -Cyaan (C) A0WG 0HN Hoge-capaciteit tonercartridge -Zwart (K) A0WG 02N Hoge-capaciteit tonercartridge -Geel (Y) A0WG 07N Hoge-capaciteit tonercartridge -Magenta (M) A0WG 0DN Hoge-capac
Let bij het bewaren van tonercartridges op de volgende punten: Haal de tonercartridge pas kort voor de installatie uit de verpakking. Bewaar de tonercartridges op een koele droge plaats en vermijd direct straling van het zonlicht (vanwege hitteontwikkeling). De maximale bewaartemperatuur bedraagt 35°C (95°F) en de maximale luchtvochtigheid is 85% (zonder condensvorming).
Vervangen van een tonercartridge Opmerking Zorg ervoor dat u bij het vervangen van een tonercartridge geen toner morst. Als u toner morst, veeg het dan direct op met een zachte, droge doek. Opmerking Raak nooit het oppervlak van de OPC drum aan. Dit zou de afdrukkwaliteit kunnen verminderen. Het bericht X TONER LOW (waarbij "X" staat voor de kleur van de toner) wanneer de tonercartridge bijna leeg is. Volg de onderstaande stappen om de tonercartridge te vervangen.
2 3 5-8 Open de voorklep van de printer. Trek de afvaltonerfles omhoog om deze te ontgrendelen.
4 Pak de oude tonerfles rechts en links aan de grepen en trek de fles voorzichtig uit de printer. 5 Kantel de verwijderde tonerafvalbox niet, anders kunt u toner morsen. Druk op het met "Push" gemarkeerde gedeelte op de te vervangen tonercartridge terwijl u de cartridge volledig uit de printer schuift. De volgende instructies geven de procedure weer om de gele tonercartridge (Y) te vervangen. Opmerking Voer de gebruikte tonercartridge af volgens de plaatselijke milieuvoorschriften.
7 8 Haal de tonercartridge uit de beschermende zak. Houd de tonercartridge met beide handen vast en schud hem dan twee keer, zoals in de afbeelding is te zien. 5-10 Pak de zak niet onderaan vast; anders kan de tonercartridge schade oplopen, wat de afdrukkwaliteit kan aantasten.
9 10 11 Trek de plakband los van de rechterzijde van de tonercartridge. Verwijder de beschermkap van de tonercartridge. Verwijder de tape van de tonercartridge. Verwijder het papier van de tonercartridge. Verwijder de beschermkap van de tonercartridge.
12 Controleer of de kleur van de nieuwe tonercartridge met de kleur van het vak in de printer overeenstemt, en schuif daarna de tonercartridge in de printer. 13 14 5-12 Stop de tonercartridge volledig in de machine. Controleer of de tonercartridge goed geïnstalleerd is en trek er dan de beschermende film en de beugel voorzichtig af. Duw de afvaltonerfles naar binnen tot deze op zijn plaatst klikt.
15 Sluit de voorklep. Wanneer u de voorklep sluit, moet u met korte drukken op het gebied van de klep drukken.
De afvaltonerfles WB-P03 vervangen Wanneer de afvaltonerfles vol is, verschijnt in de display de melding WASTE BOTTLE FULL. De printer stopt dan en is pas na de vervanging van de oude tonerfles weer te starten. 1 2 5-14 Open de voorklep van de printer. Trek de afvaltonerfles omhoog om deze te ontgrendelen.
3 Pak de oude tonerfles rechts en links aan de grepen en trek de fles voorzichtig uit de printer. 4 Kantel de verwijderde tonerafvalbox niet, anders kunt u toner morsen. Haal de nieuwe oude tonerfles uit de verpakking. Verpak de volle oude tonerfles eerst in de erbij geleverde plastic zak en daarna in de verpakking van de nieuwe fles. Opmerking Voer de gebruikte afvaltonerfles af volgens de plaatselijke milieuvoorschriften. Verbrand de fles met de tonerafval niet.
6 Sluit de voorklep. 5-16 Wanneer u de voorklep sluit, moet u met korte drukken op het gebied van de klep drukken. Als de afvaltonerfles niet goed op zijn plaats is geklikt, kan de voorklep niet worden gesloten.
De Transferroller TF-P04 vervangen Als het tijd is om de transferroller te vervangen, verschijnt het bericht TRANS. ROLLER END. Het afdrukken kan ook na het verschijnen van deze melding worden voortgezet; omdat de printkwaliteit echter is verminderd, moet de transferroller zo snel mogelijk worden vervangen. 1 2 Open de rechterklep. Terwijl de hendels naar binnen worden gedrukt, verplaatst u de rolpers naar u toe.
3 4 5 6 5-18 Wanneer u de hendels blijft indrukken, verwijdert u de transfer roller. Houd een nieuwe overdrachtrol bij de hand. Stop de staaf van de transferroller in de lagers terwijl u op de hendels drukt. Druk de hendels naar achter tot ze vastklikken.
7 8 Sluit de rechterklep. Stel de teller in het menu MENU ENGINE/ENGINE SERVICE/ ENGINE SUPPLIES REPLACE/SUPPLIES REPLACE TRANS. ROLLER opnieuw in naar de beginwaarden.
De Transferriemeenheid TF-P05 vervangen Als de transferriemeenheid moet worden vervangen, verschijnt het bericht TRANSFER END. Het afdrukken kan ook na het verschijnen van deze melding worden voortgezet; omdat de afdrukkwaliteit echter is verminderd, moet de transferriemeenheid zo snel mogelijk worden vervangen. 1 2 5-20 Schakel de printer uit en koppel de netvoedingskabel en alle interfacekabels los. Open de voorklep van de printer.
3 Verwijder alle tonercartridges en de afvaltonerfles. 4 Meer details over het verwijderen van de tonercartridges of afvaltonerflessen vindt u onder "Vervangen van een tonercartridge" op pagina 5-7. Bedek de gedemonteerde tonercartridge om deze tegen direct zonlicht te beschermen. Kantel de verwijderde tonercartridge niet, anders kunt u toner morsen. Kantel de verwijderde tonerafvalbox niet, anders kunt u toner morsen. Open de rechterklep.
5 6 7 Steek het beschermingsvel in de eenheid in de richting van de pijl tot het stopt. Druk de geleiders omlaag. Houd de handgrepen vast en trek de transferriemeenheid vervolgens voorzichtig naar buiten. 5-22 Zorg dat u de transferriem waterpas houdt, anders kan de transferriem krassen oplopen.
8 Leg een nieuwe transportunit klaar. 9 10 Raak nooit het oppervlak van de transportunit. Verwijder de blauwe hendel niet. Verwijder de beschermkap van de transferriemeenheid. Schuif de nieuwe transferriemeenheid langs de rails naar binnen. Stop de eenheid volledig naar binnen tot deze op zijn plaats klikt. Zorg dat u de transferriem waterpas houdt, anders kan de transferriem krassen oplopen.
11 Druk de geleiders omhoog. 12 Trek het beschermingsvel uit. 13 Sluit de rechterklep.
14 Plaats alle tonercartridges en de afvaltonerfles. 15 Meer details over het installeren van de tonercartridges of afvaltonerflessen vindt u onder "Vervangen van een tonercartridge" op pagina 5-7. Sluit de voorklep. Wanneer u de voorklep sluit, moet u met korte drukken op het gebied van de klep drukken.
16 17 5-26 Steek de stekker weer in het stopcontact, en zet de printer aan. Stel de teller in het menu MENU ENGINE/ENGINE SERVICE/ ENGINE SUPPLIES REPLACE/SUPPLIES REPLACE TRANS. BELT opnieuw in naar de beginwaarden.
De fixeereenheid FU-P02 vervangen Wanneer het tijd is om de fixeereenheid te vervangen, verschijnt de melding FUSER LIFE END. Ook na deze melding kunt u nog wel verder gaan met afdrukken, maar de afdrukkwaliteit is minder. Daarom kunt u de eenheid beter direct vervangen. 1 Zet de printer uit. Opmerking Er bevinden zich uitzonderlijk hete onderdelen in de machine.
4 5-28 Open het deksel van de fixeereenheid. 5 Trek de 2 hendels omlaag. 6 Verwijder de fixeereenheid.
7 Bereid een nieuwe fixeereenheid voor. 8 9 Pas op dat u het oppervlak van de fixeerrol niet aanraakt. Trek de 2 hendels van een nieuwe fixeereenheid omlaag. Duw de fixeereenheid naar binnen tot deze op zijn plaats klikt.
10 11 12 5-30 Til de twee hendels op. Sluit het deksel van de fixeereenheid. Sluit de uitwerpklep.
13 Sluit de rechterklep. 14 Als de rechterdeur niet makkelijk sluit, controleer dan of de fixeereenheid wel helemaal is ingestoken. Stel de teller in het menu MENU ENGINE/ENGINE SERVICE/ ENGINE SUPPLIES REPLACE/SUPPLIES REPLACE FUSER UNIT opnieuw in naar de beginwaarden.
5-32 Verbruiksgoederen vervangen
De printer onderhouden 6
De printer onderhouden VOORZICHTIG Lees zorgvuldig alle stickers met gevarenaanduidingen voorzichtig en volg de aanwijzingen die daarop staan beslist. Deze stickers bevinden zich aan de binnenkant van de kappen van de printer en het binnenste van de behuizing van de printer. Behandel de printer voorzichtig, om de levensduur te verlengen en beschadigingen te vermijden. Het niet volgens de voorschriften omgaan met het apparaat kan ertoe leiden, dat de garantie vervalt.
Gebruik nooit scherpe of ruwe hulpmiddelen zoals bijv. een draad of kunststof spons. Sluit de deksels van de printer altijd voorzichtig. Zorg dat de printer nooit onderhevig is aan trillingen. Dek de printer niet onmiddellijk af nadat u deze hebt gebruikt. Schakel de printer uit en wacht tot het apparaat is afgekoeld. Laat de printer - vooral op zeer warme plekken - niet gedurende een lange tijd open staan, omdat hierdoor de tonercartridges kunnen worden beschadigd.
De printer reinigen VOORZICHTIG Schakel de printer beslist uit en trek daarna de stekker eruit voordat u met reinigingswerkzaamheden begint.
Toevoerrollen De ophoping van papierstof en ander gruis op de mediarollen kan problemen aan de mediatoevoer veroorzaken. Schoonmaken van de toevoerrollen (Lade 2) 1 2 Trek de lade eruit. Reinig de toevoerrollen door ze af te vegen met een zachte, droge doek.
3 Sluit de lade. Reinigen van laserlens Deze printer is voorzien van vier laserlenzen. Reinig alle lenzen zoals hieronder beschreven. De laserlensreiniger moet aan de binnenkant van lade 2 zijn bevestigd. 1 6-6 Trek lade 2 uit.
2 Verwijder de klep. 3 4 Omdat de klep later zal worden gebruikt, mag u deze nog niet in zijn oorspronkelijke positie plaatsen. Verwijder het reinigingsgereedschap uit lade 2. Sluit lade 2.
5 6 Open de voorklep van de printer. Verwijder de afvaltonerfles en de tonercartridge voor de kleur van de laserlens die moet worden gereinigd. 6-8 Meer details over het verwijderen van de tonercartridge of afvaltonerfles vindt u onder "Vervangen van een tonercartridge" op pagina 5-7. Kantel de verwijderde tonercartridge niet, anders kunt u toner morsen. Kantel de verwijderde tonerafvalbox niet, anders kunt u toner morsen.
7 8 9 Bevestig de klep op de verwijderde tonercartridge. Schuif de laserlensreiniger in de opening van de tonercartridge en trek hem er weer uit. Herhaal deze handeling twee- tot driemaal. Installeer de verwijderde tonercartridge en afvaltonerfles. Meer details over het installeren van de tonercartridge of afvaltonerfles vindt u onder "Vervangen van een tonercartridge" op pagina 5-7.
10 Sluit de voorklep. 11 12 6-10 Wanneer u de voorklep sluit, moet u met korte drukken op het gebied van de klep drukken. Trek lade 2 uit. Bevestig de laserlensreiniger weer in de houder aan de binnenzijde van lade 2.
13 14 15 Sluit de klep. Sluit lade 2. Verricht deze reinigingshandeling ook tussen de andere laserlenzen. De laserlensreiniger is bijgeleverd bij de printer. Bewaar de laserlensreiniger op een veilige plaats zodat deze niet verloren gaat.
6-12 De printer reinigen
Opheffen van storingen 7
Inleiding Dit hoofdstuk bevat informatie, waarmee u eventuele problemen die zich bij uw printer voordoen kunt verhelpen. In ieder geval zult u hier de geschikte informatie kunnen vinden.
Een configuratiepagina afdrukken Druk een configuratiepagina af om te controleren of de printer goed afdrukt, of om de configuratie van de printer te controleren. Druk op de toets (eenmaal) tot het venster weergeeft READY MENU SPECIAL PAGES PRINT CONFIG PAGE CONFIG PAGE PRINT? De printer drukt de configuratiepagina af en de printer gaat terug naar READY.
Het vastlopen van papier voorkomen Zorg ervoor dat... het printmateriaal past bij de specificaties van de printer. het printmateriaal glad is, vooral aan de voorkant. de printer op een stabiele, vlakke en horizontale ondergrond staat. u het printmateriaal op een droge plek bewaart, waar het niet aan vocht wordt blootgesteld.
Het mediapad begrijpen Voor het lokaliseren van vastgelopen papier is het belangrijk dat u weet hoe het printmateriaal door het apparaat loopt.
Vastgelopen papier verwijderen Om beschadigingen van de printer te vermijden, dient u vastgelopen papier steeds voorzichtig verwijderen, zonder het te scheuren. Achtergebleven papierresten in de printer - het doet er niet toe of het hier om grote of kleine resten gaat - kunnen deze papierweg versperren, zodat nog meer papier vastloopt. Gebruik papier dat is vastgelopen niet meer. Opmerking Het beeld hecht pas na de fixering definitief op het papier.
Meldingen van vastgelopen papier en het oplossen daarvan Melding van vastgelopen papier Zie pag.
Verwijderen van vastgelopen papier in lade 2 1 2 7-8 Open de rechterklep. Trek het vastgelopen materiaal er voorzichtig uit.
VOORZICHTIG Het gedeelte rond de fixeereenheid is buitengewoon heet. Wanneer u iets anders aanraakt dan de hendels, kunt u brandwonden oplopen. Wanneer u een brandwond oploopt, koelt u het lichaamsdeel onmiddellijk af onder koud water en zoekt u professionele medische hulp. Opmerking Bij aanraken van het oppervlak van de transferriem of de transferroller kan de afdrukkwaliteit afnemen. Raak het oppervlak van de image-transfer belt of de transferroller niet aan.
3 4 5 7-10 Sluit de rechterklep. Trek lade 2 eruit en verwijder eventueel het erin geplaatste afdrukmateriaal. Waaier het materiaal uit dat u hebt verwijderd en stapel het zo dat er geen blad meer uitsteekt.
6 7 Leg het printmateriaal met de te bedrukken kant naar boven in lade 2. Controleer of het materiaal vlak ligt. Laad het papier niet boven de markering ,. Sluit lade 2.
Vastgelopen papier uit de duplexeenheid verwijderen 1 2 3 7-12 Trek de hendel naar boven en open de rechterklep. Trek het vastgelopen materiaal er voorzichtig uit. Sluit de rechterklep.
Verwijderen van vastgelopen papier bij de fixeereenheid 1 Open de rechterklep. 2 Open de uitwerpklep. 3 Til de twee hendels op.
4 5 7-14 Open het deksel van de fixeereenheid. Trek het vastgelopen materiaal er voorzichtig uit.
Wanneer het vastgelopen materiaal er niet naar beneden kan worden uitgetrokken, trek het dan uit de bovenkant van de fixeereenheid.
VOORZICHTIG Het gedeelte rond de fixeereenheid is buitengewoon heet. Wanneer u iets anders aanraakt dan de hendels, kunt u brandwonden oplopen. Wanneer u een brandwond oploopt, koelt u het lichaamsdeel onmiddellijk af onder koud water en zoekt u professionele medische hulp. Opmerking Bij aanraken van het oppervlak van de transferriem of de transferroller kan de afdrukkwaliteit afnemen. Raak het oppervlak van de image-transfer belt of de transferroller niet aan.
6 Sluit het deksel van de fixeereenheid. 7 Druk de 2 hendels omlaag. 8 Sluit de uitwerpklep.
9 7-18 Sluit de rechterklep.
Verwijderen van vastgelopen papier bij lade 1 (manuele toevoer) en de transportwals 1 2 Als papier in lade 1 wordt geladen terwijl de machine is ingeschakeld verschijnt de fout MEDIA JAM. Verwijder steeds alle papier uit lade 1 voordat u de machine opnieuw inschakelt. Als papier in lade 1 wordt geladen terwijl de machine aan het afdrukken is verschijnt de fout MEDIA JAM. Wacht tot het afdrukken is voltooid voordat u papier invoert in lade 1.
VOORZICHTIG Het gedeelte rond de fixeereenheid is buitengewoon heet. Wanneer u iets anders aanraakt dan de hendels, kunt u brandwonden oplopen. Wanneer u een brandwond oploopt, koelt u het lichaamsdeel onmiddellijk af onder koud water en zoekt u professionele medische hulp. Opmerking Bij aanraken van het oppervlak van de transferriem of de transferroller kan de afdrukkwaliteit afnemen. Raak het oppervlak van de image-transfer belt of de transferroller niet aan.
3 Sluit de rechterklep.
Problemen bij het vastlopen van papier oplossen Loopt het papier vaak op een zelfde plaats vast, dan moet deze plaats gecontroleerd, gerepareerd of gereinigd worden. Ook bij het gebruik van niet ondersteunde soorten printmateriaal loopt het papier vaker vast. Symptoom Oorzaak Oplossing Meer bladen worden gelijktijdig door het apparaat getransporteerd. Er steken bladen uit de stapel aan de voorkant. Het printmateriaal verwijderen en de voorkanten compact stapelen.
Symptoom Oorzaak Vastgelopen Er wordt niet-onderpapier in de steund printmateriduplexunit. aal (verkeerd formaat, verkeerde dikte, verkeerd soort etc.) gebruikt. Oplossing Gebruik door KONICA MINOLTA aanbevolen printmateriaal. Zie "Mediaspecificaties" op pagina 4-2. Alleen normaal papier, speciaal papier en dik papier, 60–210 g/m2 (16–55,9 lb) kunnen worden gebruikt voor automatisch dubbelzijdig afdrukken. Zie "Mediaspecificaties" op pagina 4-2.
Symptoom Oorzaak Oplossing In de papiercassette bevindt zich gekreukeld of gevouwen papier. Haal het papier eruit, maak het glad en leg het er weer in. Het papier niet weer gebruiken als het weer vastloopt. Het printmateriaal is vochtig. Het vochtige printmateriaal uit de papiercassette halen en door nieuw, droog materiaal vervangen. Enveloppen worden in lade 2 geladen. Enveloppen mogen alleen in lade 1 worden verwerkt.
Andere problemen oplossen Voor details over verbruiksmaterialen raadpleegt u www.q-shop.com. Symptoom Oorzaak De printer krijgt geen stroom. De netkabel is niet Printer uitschakelen, controleren, of de correct in de contact- netkabel goed in de contactdoos zit en doos gestopt. de printer weer inschakelen. De computer zendt gegevens naar de printer, maar deze drukt ze niet af. Oplossing Er zijn problemen met de contactdoos waarop de printer is aangesloten.
Symptoom Oorzaak Oplossing Het printen duurt te lang. In de printer is een langzame printmodus geactiveerd (bijv. voor het verwerken van dik papier). Het bedrukken van speciaal materiaal vereist meer tijd. Bij het verwerken van normaal papier controleren of het soort printmateriaal in de driver correct is ingesteld. De energiespaarmo- Bevindt zich de printer in de enerdus is geactiveerd. giespaarmodus, dan duurt het tot de eerste afdruk enige ogenblikken.
Symptoom Oorzaak Niet alle pagina's worden bedrukt. De printer heeft het Controleer uw kabel. verkeerde soort kabel, of de printer is niet geconfigureerd voor de juiste kabel en poort. De toets "Cancel" werd ingedrukt. Oplossing Controleer of gedurende het uitvoeren van de opdracht niemand toets "Cancel" heeft ingedrukt. De papiercassette is Controleer of de papiercassette gevuld leeg. in de cassette is geplaatst en vast zit.
Symptoom Oorzaak Oplossing U onderNiet ondersteund Controleer de toner cartridges. vindt proble- printmateriaal of ver Voor ondersteunde formaten zie men met keerde instellingen. "Mediaspecificaties" op pagina 4-2. duplex afdrukken Enveloppen, etiketten, briefpapier, (dubbelbriefkaarten of glossy papier niet zijdig). tweezijdig afdrukken. Controleer of u geen verschillende soorten printmateriaal in lade 1 of 2 hebt gemengd. Verifieer of uw document meer dan één pagina heeft.
Symptoom Oorzaak Oplossing Het printma- Het printmateriaal is Het vochtige printmateriaal uit de teriaal is ver- vanwege de omge- papiercassette halen en door nieuw, kreukeld. vingsvoorwaarden droog materiaal vervangen. vochtig of er is water op gekomen. De pagina's die werden uitgevoerd, waren niet uniform geladen. De transferroller of fixeereenheid is defect. Rol en unit op beschadigingen controleren. Eventueel storingen aan de servicedienst melden.
Problemen met de printkwaliteit oplossen Symptoom Oorzaak Oplossing Niets wordt afgedrukt of de afgedrukte pagina heeft lege vlakken. Eén of meer tonercartridges is mogelijk beschadigd. Verwijder de tonercartridges en controleer deze op beschadiging. Een beschadigde unit vervangen. Het printmateriaal is vochtig. De luchtvochtigheid van de plek controleren waar het materiaal wordt opgeslagen. Het vochtige printmateriaal uit de papiercassette halen en door nieuw, droog materiaal vervangen.
Symptoom Oorzaak Oplossing Beeld is te licht, contrast is te gering. De laserlens is vuil. Reinig de laserlens. Het printmateriaal is vochtig. Het vochtige printmateriaal uit de papiercassette halen en door nieuw, droog materiaal vervangen. De Tonercartridge is bijna leeg. Vervang de Tonercartridge. Eén of meer tonercartridges is mogelijk beschadigd. Verwijder de tonercartridges en controleer deze op beschadiging. Een beschadigde unit vervangen.
Symptoom Oorzaak Oplossing Het print of kleurcontrast is te ongelijkmatig. Eén of meer tonercartridges is mogelijk beschadigd of bijna leeg. Verwijder de tonercartridges en controleer deze op beschadiging. Een beschadigde unit vervangen. De printer staat niet horizontaal. Zet de printer op een vlakke, stabiele ondergrond. De afdruk is Het printmateriaal is onregelma- vochtig. tig of zit vol vlekken.
Symptoom Oorzaak Oplossing Toner vlekken of resten van afbeeldingen. Eén of meer tonercartridges is mogelijk beschadigd of niet goed geïnstalleerd. Verwijder de tonercartridges en controleer deze op beschadiging. Een beschadigde unit vervangen. Er zijn tonervlekken aan de achterkant van het blad (het doet er niet toe of het blad aan beide zijden bedrukt is). De papierweg is door Print een aantal lege pagina's en het te toner vervuild. veel aan toner moet verdwijnen.
Symptoom Oorzaak Beeldfouten. De laserlens is vuil. Een toner cartridge kan lekken. Oplossing Reinig de laserlens. Verwijder de tonercartridges en controleer deze op beschadiging. Een beschadigde unit vervangen. Een tonercartridge is Verwijder de tonercartridges met de mogelijk beschadigd. kleur die de abnormale afbeelding veroorzaakt. Vervang deze door een nieuwe tonercartridge. Horizontale lijnen of strepen op het beeld. De printer staat niet horizontaal.
Symptoom Oorzaak Slechte Eén of meer tonerkleurweercartridges is mogegave of wei- lijk beschadigd. nig contrast. Oplossing Verwijder de tonercartridges en controleer deze op beschadiging. Een beschadigde unit vervangen. Als het probleem niet kan worden opgelost, zelfs niet na alle hier boven aangegeven stappen dient u de storing aan de servicedienst te melden. Voor contactinformatie raadpleegt u de bladzijde "Hulp nodig?".
Status-, storings- en servicemeldingen Status, storing- en servicemeldingen worden in het display van het bedieningspaneel weergegeven. Deze meldingen bevatten informaties voor de status van uw apparaat en helpen u de oorzaak van vele problemen te lokaliseren. Wanneer de reden voor de melding is gecorrigeerd, verdwijnt de betreffende melding uit het display. Standaard statusberichten Deze melding... betekent... doe dit...
Deze melding... betekent... doe dit... CONTROLLER FW DOWNLOADING De firmware wordt gedownload. Geen maatregel nodig. ENGINE FW DOWNLOADING CONTROLLER FW DWLD Downloaden van de firmware is voltooid. COMPLETE ENGINE FW DWLD COMPLETE PRINTING De printer drukt af. PROCESSING De printer verwerkt gegevens. READY De printer staat aan en kan gegevens ontvangen. REBOOTING De printer wordt opnieuw gestart. WARMING UP De printer warmt op.
Foutmeldingen Deze melding... betekent... doe dit... FUSER LIFE LOW De fixeereenheid is bijna aan vervanging toe. Maak een nieuwe fixeereenheid klaar. FUSER LIFE END De fixeereenheid heeft het einde van zijn levensduur bereikt. De fixeereenheid vervangen en de teller resetten in het menu ENGINE SERVICE/ ENGINE SUPPLIES REPLACE/SUPPLIES REPLACE FUSER UNIT. Het afdrukken kan doorgaan, maar het afdrukresultaat wordt echter niet gegarandeerd.
Deze melding... betekent... doe dit... TRAY 2 EMPTY Lade 2 is leeg. Laad media in de gespecificeerde lade. Lade 2 is niet goed geplaatst. Installeer de gespecificeerde lade correct. REPLACE TONER X De X tonercartridge is Vervang de tonerleeg. cartridge. X TONER LOW De X tonercartridge is Bereid de gespecifibijna leeg en moet ceerde kleuren tonerworden vervangen cartridge voor. binnen 1.200 pagina's bij 5% dekking van letter/ A4 pagina's. TRANSFER LOW De transferriem is bijna aan vervanging toe.
Deze melding... betekent... doe dit... TRANS. ROLLER END De transferroller is op. De transferroller vervangen en de teller resetten in het menu ENGINE SERVICE/ENGINE SUPPLIES REPLACE/SUPPLIES REPLACE TRANS. ROLLER. Het afdrukken kan doorgaan, maar het afdrukresultaat wordt echter niet gegarandeerd. 7-40 WASTE: NEAR FULL De oude tonerfles is bijna vol. USB DEVICE ERR. Er is een fout opge- Controleer het apparaat. treden in het aangesloten USB-apparaat. N.W. DEVICE ERR.
Deze melding... betekent... doe dit... DRAWER OPEN TRAY 2 Lade 2 staat open. Plaats lade 2 op de juiste manier. REMOVE PAPER TRAY1 Er zit nog papier in lade 1. Verwijder al het papier uit lade 1. SIZE/TYPE ERROR DUPLEX Het geladen papier Controleer of het juiste kan niet gebruikt wor- papier in gebruik is. den voor dubbelzijdig afdrukken. ERROR VIDEO UNDER RUN De afbeelding van de afdruk is te gedetailleerd voor de transmissiesnelheid. Druk op de toets Cancel om de afdruktaak te annuleren.
Deze melding... betekent... MEDIA JAM DUPLEX LOWER MEDIA JAM TRANSFER ROLLER Media is vastgelopen Raadpleeg "Meldingen in de duplex optie. van vastgelopen papier en het oplossen daarMedia is vastgelopen van" op pagina 7-7, en in de duplex optie. verwijder het vastgeloHet materiaal is vast- pen papier. gelopen in de transferroller. Als het papier op die manier vastloopt heeft het printmateriaal het uitvoer gebied niet bereikt. MEDIA JAM TRAY1 Media is vastgelopen in lade 1.
Deze melding... betekent... PUT MEDIA: TRAY X "SIZE" "TYPE" De lade X (lade 1 of 2) Laad de juiste media in was met behulp van de gespecificeerde lade. het printerstuurprogramma gespecificeerd voor het afdrukken, maar lade X is leeg. WASTE BOTTLE FULL De oude tonerfles is vol. Status-, storings- en servicemeldingen doe dit... Installeer een nieuwe tonerfles.
Servicemeldingen Door deze meldingen worden storingen aangegeven die alleen door een monteur van de servicedienst kunnen worden verholpen. Verschijnt een dergelijke melding, dan schakelt u het printer uit en weer aan. Blijft het probleem bestaan, neem dan contact op met de plaatselijke dealer of een geautoriseerde servicedienst. Deze servicemelding... betekent... doe dit... FATAL ERROR CODE: Er is een fout waargenomen voor het onderdeel XXXX dat wordt vermeld in het servicebericht "XXXX".
Bijlage A
Technische specificaties Printer Type Desktop Tandem Full Color A4 laser beam printer Afdruksysteem Elektrofotografisch printsysteem Belichtingsysteem 4 laserdiode en 1 veelhoekspiegel Ontwikkelsysteem Mono-component SMT Resolutie 2400dpi x 600dpi x 1bit 1200dpi x 600dpi x 1bit 600dpi x 600dpi x 1bit Eerste afdruk Simplex Monochroom/Kleuren: 16,0 seconden voor A4 (normaal papier) 15,9 seconden voor Letter (normaal papier) Afdruksnelheid Simplex Monochroom/Kleuren: 24,0 pagina's per minuut voor
Papiertoevoer • • • • • • • • • • Inhoud papiercassettes Lade 1 (manuele toevoer) Normaal/Kringloop: 1 vel Envelop: 1 envelop Label/Postkaart/Dik papier 1/Dik papier 2/ Glossy 1/Glossy 2/Letterhead: 1 vel Lade 2 Normaal/Kringloop: 250 vellen Label/Postkaart/Dik papier 1/Dik papier 2/ Glossy 1/Glossy 2/Letterhead: 20 vellen Capaciteit uitvoerlade Uitvoerlade: 200 vellen (Normaal Papier: 80 g/m2) Bedrijfstemperatuur 10 tot 30°C (50 tot 86°F) Normaal papier (60 tot 90 g/m2) Gerecycled (60 tot 90 g/m2)
A-4 Opgenomen vermogen 120 V: 1000 W of minder 220 tot 240 V: 1100 W of minder Stroomsterkte 120 V: 8,3 A of minder 220 tot 240 V: 4,5 A of minder Geproduceerd geluid Afdrukken: 52 dB of minder Standby: 39 dB of minder Afmetingen Hoogte: 330 mm (13") Breedte: 419 mm (16,5") Diepte: 520 mm (20,4") Behalve enkele uitstekende onderdelen en de handmatige toevoerlade Gewicht ca. 21 kg (46,3 lb) (zonder verbruiksmaterialen) ca. 25,5 kg (56,2 lb) (met verbruiksmaterialen) Interface USB 2.
Vermoedelijke levensduur van het verbruiksmateriaal Door de gebruiker te vervangen Verbruiksmateriaal tonercartridge Gemiddelde levensduur Standaard cartridge in doos: 2.000 pagina's (K) (doorlopend) 1.000 pagina's (Y,M,C) (doorlopend) Vervangingscartridge (Standaardcapaciteit): 3.000 pagina's (doorlopend) Vervangingscartridge (Hoge-capaciteit): 5.000 pagina's (doorlopend) Opgegeven opbrengstwaarden conform ISO/ IEC 19798. De tonercartridge gaat minder lang mee bij afdrukken met tussenpozen.
Ongeacht of u afdrukt in kleur of zwartwit, verbruiken kleurenprinters een kleine hoeveelheid van elke toner tijdens de initialisatiebewerking wanneer de machine wordt in- of uitgeschakeld tijdens automatische aanpassingen om de afdrukkwaliteit te behouden. Zelfs als een bedieningsfout is opgetreden tijdens het afdrukken in zwart-wit, wordt kleurtoner verbruikt en kan de toner worden vervangen. Door de servicemonteur te vervangen A-6 Verbruiksmateriaal Gemiddelde levensduur Invoerrollen 300.
Onze bijdrage aan de bescherming van het milieu Als ENERGY STAR® partner, hebben we er voor gezorgd, dat dit apparaat voldoet aan de richtlijnen van ENERGY STAR. Wat is een ENERGY STAR product? Een ENERGY STAR product kan automatisch overschakelen naar de "laag-vermogen-modus" na een bepaalde periode zonder activiteiten. Een ENERGY STAR product maakt efficiënter gebruik van energie, bespaart geld en helpt het milieu beschermen.
Index A E Afdrukbaar gebied ......................4-13 Enveloppen ................................... 4-7 Etiketten ....................................... 4-8 B Bedieningspaneel .........................3-2 Berichtvenster ..............................3-4 Briefhoofd ...................................4-10 Briefkaarten ................................4-11 F Foutmeldingen ........................... 7-38 H C Hoogglanspapier ....................... 4-12 Configuratiemenu .........................
Media opslaan ............................4-29 Mediatypen Briefhoofd .................................4-10 Briefkaarten ..............................4-11 Dik papier ....................................4-6 Enveloppen .................................4-7 Etiketten ......................................4-8 Hoogglanspapier ......................4-12 Normaal papier ...........................4-4 Meldingen ....................................7-36 N Normaal papier .............................4-4 O Onderhoud ..