Operation Manual
34
Verwijder altijd de stekker uit het stopcontact
of koppel hoe dan ook het apparaat af van de
stroomtoevoer, alvorens onderhouds- en
reinigingswerkzaamheden te gaan plegen.
• Reinig het koelvak geregeld met een
vochtige spons met lauw water en/of een
neutraal schoonmaakmiddel. Geen
schuurmiddelen gebruiken.
• Spoel en droog met een zachte doek
• Reinig de buitenkant met een zachte doek
met water. Gebruik geen schuurpasta's of
schuursponsjes, vlekkenmiddelen
(bv. aceton, trichloorethyleen), of azijn.
Inbouwapparaten
• Reinig de ventilatieroosters regelmatig met
een stofzuiger of borstel (A).
Vrij geïnstalleerde apparaten
• Reinig regelmatig de condensator aan de
achterkant van het product met een
stofzuiger of een borstel (B).
Een langere periode niet gebruiken
1. Maak het koelvak en het vriesvak leeg.
2. Haal de stekker uit het stopcontact.
3. Ontdooi het apparaat en reinig de
binnenwanden.
4. Om te voorkomen dat er schimmel,
onaangename geuren en oxidaties ontstaan,
dient de deur open te worden gelaten
wanneer het apparaatniet in werking is.
.
1. Het apparaat werkt niet.
• Is de stroom uitgevallen?
• Zit de stekker goed in het stopcontact?
• Is de tweepolige netschakelaar ingeschakeld?
• Is de zekering doorgebrand?
• Is de voedingskabel beschadigd?
• Staat de thermostaat misschien op de
stand z (Stop)?
2. De temperatuur in de vakken is te hoog.
• Zit de deur goed dicht?
• Verhindert het voedsel dat de deur gesloten
wordt?
• Staat het apparaat dicht bij een
warmtebron?
• Staat de thermostaatknop in de goede stand?
• Wordt de luchtcirculatie door de
ventilatieopeningen gehinderd?
3. De temperatuur in het koelvak is te laag.
• Staat de thermostaat op de goede stand?
4. Het apparaat maakt te veel lawaai.
• Is het apparaat op de juiste manier
geïnstalleerd?
• Raken de buizen aan de achterkant elkaar
of trillen ze?
5. Er staat water op de bodem van het koelvak.
• Is de afvoer van het dooiwater misschien
verstopt?
6. IJsvorming op de achterwand van de
koelkast.
• Zijn er levensmiddelen tegen de wand gezet?
7. Te veel ijsvorming in het vriesvak.
• Zit de deur goed dicht?
• Verhindert het voedsel dat de deur gesloten
wordt?
Als storingen dienen niet te worden beschouwd:
• het feit dat de voorste rand van de koelkast
warm is (dit gebeurt opzettelijk, om externe
condensvorming te voorkomen).
• eventuele gorgelende en piepende geluiden van
het apparaat: dit is de koelvloeistof in het circuit.
REINIGING EN ONDERHOUD
A
B
HET VERHELPEN VAN STORINGEN
33110aNl.fm5 Page 34 Wednesday, April 19, 2000 4:38 PM








