Operating instructions

Table Of Contents
- 3
GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Gebruik het apparaat niet zonder be-
scherming tegen vallende voorwerpen
in bereiken waar de mogelijkheid be-
staat dat de bediener wordt geraakt
door vallende voorwerpen.
Degene die het apparaat bedient dient
het te gebruiken volgens de voorschrif-
ten. Deze dient rekening te houden met
de plaatselijke omstandigheden en bij
het werken met het apparaat te letten
op derden, speciaal op kinderen.
Voor de aanvang van de werkzaamhe-
den moet de bediener zich ervan verge-
wissen dat alle veiligheidsinrichtingen
volgens de voorschriften zijn aange-
bracht en functioneren.
De bediener van het apparaat is verant-
woordelijk voor ongevallen met andere
personen of hun eigendom.
Erop letten dat de bediener nauw aan-
sluitende kledij draagt. Stevig schoeisel
dragen en losse kledij vermijden.
Voor het starten de onmiddellijke om-
geving van het apparaat controleren
(bv. kinderen). Letten op voldoende
zichtbaarheid!
Laat het apparaat nooit zonder toezicht
staan terwijl het ingeschakeld is. De be-
diener mag het apparaat pas achterla-
ten als de sleutel (Intelligent Key) ver-
wijderd en het apparaat tegen onbe-
doelde bewegingen beveiligd is.
Om onbevoegd gebruik van het appa-
raat te voorkomen, dient men de con-
tactsleutel te verwijderen.
Het apparaat mag alleen door perso-
nen worden gebruikt die voor de om-
gang ermee zijn opgeleid of hun vaar-
digheden in het bedienen hebben aan-
getoond en uitdrukkelijk de opdracht
hebben gekregen voor het gebruik.
Dit apparaat is niet ervoor gedacht,
door personen (inclusieve kinderen)
met beperkte fysieke, sensorische of
geestelijke mogelijkheden of door ge-
brek aan ervaring en/of door gebrek
aan kennis te worden benut.
Over kinderen dient toezicht te worden
gehouden, om te waarborgen dat ze
niet met het apparaat spelen.
Gevaar
Verwondingsgevaar!
Kantelgevaar bij de sterke hellingen.
Er mogen enkel hellingen en dalingen
in rijrichting tot 12% bereden worden.
Kantelgevaar bij onstabiele ondergrond.
Het apparaat uitsluitend op bevestigde
ondergrond bewegen.
Kantelgevaar bij de zijwaartse hellingen.
Dwars op de rijrichting alleen hellingen
tot maximaal 10 % berijden.
De rijsnelheid moet aan de omstandighe-
den van dat moment aangepast worden.
GEVAAR
Verwondingsgevaar!
Til het vuilreservoir bij werkzaamheden
aan de hoge afvoer volledig op en be-
veilig het.
Het vuilreservoir mag alleen worden ge-
vuld tot een maximaal vulvolume of
maximaal vulgewicht.
(zie hoofdstuk „Technische gegevens“).
OPMERKING
Het bestuurdersbeschermingsdak (optio-
neel) biedt bescherming tegen grote, val-
lende delen. Het biedt echter geen kantel-
bescherming!
Neem bij het transport het gewicht van
het apparaat in acht.
Klem voor het transport van het appa-
raat de batterij af en zet het apparaat
veilig vast.
Voor de reiniging en het onderhoud van
het apparaat, de vervanging van onder-
delen of de omschakeling naar een an-
dere functie moet het apparaat uitge-
schakeld en de KIK-sleutel (Kärcher In-
telligent Key) verwijderd worden.
Bij werkzaamheden aan de elektrische
installatie moet de batterij afgeklemd
worden.
Het schoonmaken van het apparaat
mag niet met een waterslang of hoge-
drukstraal gebeuren (gevaar van kort-
sluiting of andere schades).
Reparaties mogen uitsluitend door
goedgekeurde klantenservicewerk-
plaatsen of door vaklui voor dit gebied
worden uitgevoerd die met de betref-
fende veiligheidsvoorschriften ver-
trouwd zijn.
Veiligheidscontrole volgens de plaatse-
lijk geldige voorschriften voor van
plaats veranderlijke, industrieel benutte
apparaten opvolgen.
Werkzaamheden aan het apparaat al-
tijd met geschikte handschoenen uit-
voeren.
De veegmachine werkt volgens het over-
slagprincipe.
De zijbezems (3) reinigen hoeken en
kanten van het veegoppervlak en trans-
porteren het vuil in de baan van de vee-
grol.
De roterende veegrol (4) transporteert
het vuil direct in de veeggoedcontainer
(5).
Het in de container opgejaagde stof
wordt via de stoffilter (2) gescheiden en
de gefilterde schone lucht wordt door
het zuigventiel (1) weggezogen.
De reiniging van de stoffilter (2) gebeurt
automatisch.
Bediening
Veiligheidsinstructies voor de
rijmodus
Apparaten met hoge afvoer
Apparaten met
bestuurdersbeschermingsdak
Veiligheidsinstructies over het
transport van het apparaat
Veiligheidsinstructies over
verzorging en onderhoud
Functie
87NL