Operating instructions

Table Of Contents
- 17
12 ZBezempos. ver-
keerd
Wordt weergegeven wanneer de optioneel verkrijgbare,
sikkelvormige veegbezem niet naar de in de fabriek in-
gestelde eindpositie kan bewegen.
– Het apparaat is bedrijfsklaar maar toch kan het vee-
gresultaat onbevredigend of de sikkelvormige bezem
niet opgetild zijn
Melding met OK-toets bevestigen (wissen).
Programmakeuzeschakelaar in stand C (rijden)
draaien.
Opnieuw omschakelen naar het gewenste
veegprogramma.
13 Stoel onbediend! Verschijnt wanneer de stoel tijdens het rijden langer dan
1,5 seconden verlaten wordt.
Apparaat schakelt uit, alle veegbezems die zich op de
grond bevinden en de veegwals gaan automatisch om-
hoog
Op de chauffeursstoel plaatsnemen.
Instructie: Het geselecteerde veeg-/transport-
bedrijf start volautomatisch.
14 Geschiktheid van de
veegwals <25%
Verschijnt wanneer de veegwals de slijtagegrens bereikt
heeft.
– Het apparaat is bedrijfsklaar maar toch kan het vee-
gresultaat onbevredigend zijn
Veegwals voor een goed veegresultaat zo snel
mogelijk vervangen.
15 MFM-module niet
gebruiksklaar x
Verschijnt wanneer het bedieningsveld geen verbinding
heeft met de machinebesturing.
– De bediening van het apparaat wordt verhinderd
Programmakeuzeschakelaar-reset uitvoeren
(stand OFF).
16 Afdekking open! Verschijnt wanneer de linker zijkap niet correct is vast-
geklikt.
– De bediening van het apparaat wordt verhinderd
Sluit de linker kap volledig en laat ze vastklik-
ken.
Programmakeuzeschakelaar op „ON“ draaien.
Instructie: De melding verdwijnt. Het apparaat
is bedrijfsklaar.
18 Batterij opladen! Verschijnt als de batterijspanning laag is.
Alle veegfuncties worden uitgeschakeld, het apparaat
gaat omhoog
Instructie: De melding kan niet meer gekwiteerd
worden.
Accu laden.
19 BAT uitschakeling! Verschijnt als de batterij leeg is.
– De bediening van het apparaat wordt verhinderd om
de batterij te beschermen, er kan niet meer met het ap-
paraat gereden worden.
Accu laden.
20 Firmwareupdate
MFM vereist
Verschijnt wanneer de machinebesturing bij de zelftest
een fout heeft ontdekt die de veiligheid beïnvloedt.
– De bediening van het apparaat wordt verhinderd
Service oproepen!
22 Service oproepen!
+xx-xxxx-xx-xxxx
Het inspectie-interval is afgelopen. De melding ver-
schijnt telkens als het apparaat ingeschakeld wordt.
– Het apparaat blijft volledig bedrijfsklaar
Melding met OK-toets bevestigen (wissen).
De lokale service voor de inspectie op het ver-
melde nummer contacteren.
23 Roder 0/1 schake-
laar is uit (0)!
De melding verschijnt zowel tijdens het bedrijf als bij het
inschakelen van het apparaat wanneer de rode hoofd-
schakelaar op "0" staat.
– De bediening van het apparaat wordt verhinderd
Zet de hoofdschakelaar op I/ON.
24 Keuzeschakelaar
op OFF zetten!
De melding verschijnt in combinatie met de melding 23. De inbedrijfstelling van het apparaat vereist om
veiligheidsredenen ook de uitschakeling van de
programmakeuzeschakelaar (stand OFF)!
Displayweergave Betekenis en gevolg Maatregelen
Foutoplossing bij gecodeerde foutmeldingen op het display
Instructie:
Een gecodeerde foutmelding wordt altijd op de bovenste displayregel weergegeven en heeft de volgende formaten:
X yyy Lettersymbool X gevolgd door max. 3 cijfers yyy
bv.
S 110
Er is een systeemfout opgetreden die de functie van het apparaat volledig of gedeeltelijk verhindert.
bv.
P 3
C 41
H 2
Er is een fout van de machinebesturing opgetreden. Individuele of meerdere apparaatfuncties worden verhinderd.
bv.
F/11
Controleer of zich niet meer dan 1 KIK-sleutel (Kärcher Intelligent Key) in de buurt van het bedieningsveld bevindt.
Indien een gecodeerde fout optreedt, moet eerst een reset van de programmakeuzeschakelaar geprobeerd worden.
Daartoe de programmakeuzeschakelaar in de stand "OFF" draaien, min. 5 seconden wachten en dan het apparaat opnieuw in bedrijf
stellen. Indien de fout blijft bestaan, moet de service opgeroepen worden. De vermelding van de foutcode kan de service helpen!
101NL