Operating instructions

Table Of Contents
- 14
1 Bestuurdersstoel
2 Rempedaal
3 Gaspedaal
4 Functieschakelaar
5 Stuurwiel
6 Waarschuwings- en controleweergaven
7 Bedieningshendel
8 Parkeerrem
9 Hendel motortoerental (dieselvariant)
Potentiometer motortoerental (gasvariant)*
10 Indicatielampje (klep vuilreservoir)
11 Waterdosering, zijdelingse schrobmodule
12 Waterdosering, borstelwals
Met het gaspedaal kan voorwaarts en achterwaarts wor-
den gereden.
Als het gaspedaal wordt losgelaten, vertraagt c.q. stopt de
hydrostatische aandrijving het voertuig.
LET OP
Gaspedaal altijd voorzichtig en langzaam induwen. Niet
schokkend van achteruit- naar vooruitrijden omschakelen
en omgekeerd.
De parkeerrem stopt de achterwielen en werkt via een
bowdenkabel. Als de remwerking slechter wordt, kan ze op
de hendel met een instelschroef worden afgesteld. De
remschoenen mogen alleen door de klantenservice van
Kärcher worden vervangen.
LET OP
Van tijd tot tijd moet de remwerking van de parkeerrem
worden gecontroleerd. De remwerking is in orde als het
voertuig op een helling van 16° tot stilstand wordt ge-
bracht.
Het rempedaal activeert het remsysteem van de achter-
wielen. De remmen worden automatisch correct ingesteld.
Hiervoor zijn geen instelwerkzaamheden vereist.
De bediening verloopt hydraulisch, daarom moet er steeds
worden voor gezorgd dat er genoeg remvloeistof in het
oliereservoir is.
1 Gas-aftapventiel
Gas-aftapventiel openen door tegen de wijzers van de
klok te draaien.
6.1 Rijfunctie
6.1.1 Rijpedaal
6.1.2 Parkeerrem
6.1.3 Rempedaal
6.1.4 Gastoevoer openen (gasmotor)
172 NL