Bedrijfsvoorschrift Mobilair M26 Nr.: 9_9446 01 NL Fabrikant: KAESER KOMPRESSOREN GmbH 96410 Coburg • PO Box 2143 • GERMANY • Tel. +49-(0)9561-6400 • Fax +49-(0)9561-640130 http://www.kaeser.
Oorspronkelijke gebruiksaanwijzing /KKW/M26 1.
Inhoudsopgave Nr.: 9_9446 01 NL 1 Over dit bedrijfsvoorschrift 1.1 Gebruik van dit document ................................................................................................ 1.2 Bijkomende documenten .................................................................................................. 1.3 Auteursrecht ..................................................................................................................... 1.4 Symbolen en tekens .....................................
Inhoudsopgave 3.4.3 ii Regelmatige tests van de machine laten uitvoeren en de ongevallenpreventievoorschriften respecteren. .................................................. 3.5 Gevaren ........................................................................................................................... 3.5.1 Veilige omgang met de oorzaken van gevaarlijke situaties of toestanden ......... 3.5.2 Veilig gebruik van de machine ...........................................................................
Inhoudsopgave 8.1.1 Starten ................................................................................................................ 8.1.2 De machine laten warmlopen ............................................................................. 8.1.3 Uitschakelen ....................................................................................................... Olienevelaar laten werken ................................................................................................
Inhoudsopgave iv 10.5.5 Remvoering van de wielen op slijtage controleren ............................................. 10.5.6 Kapscharnieren smeren ...................................................................................... 10.5.7 Onderhoud rubberen dichtingen ......................................................................... 10.6 Opties ............................................................................................................................... 10.6.
Lijst van afbeeldingen Fig. 1 Fig. 2 Fig. 3 Fig. 4 Fig. 5 Fig. 6 Fig. 7 Fig. 8 Fig. 9 Fig. 10 Fig. 11 Fig. 12 Fig. 13 Fig. 14 Fig. 15 Fig. 16 Fig. 17 Fig. 18 Fig. 19 Fig. 20 Fig. 21 Fig. 22 Fig. 23 Fig. 24 Fig. 25 Fig. 26 Fig. 27 Fig. 28 Fig. 29 Fig. 30 Fig. 31 Fig. 32 Fig. 33 Fig. 34 Fig. 35 Fig. 36 Fig. 37 Fig. 38 Fig. 39 Fig. 40 Fig. 41 Fig. 42 Fig. 43 Fig. 44 Fig. 45 Fig. 46 Fig. 47 Fig. 48 Fig. 49 Fig. 50 Fig. 51 Nr.: 9_9446 01 NL Plaats van de veiligheidstekens .....................................
Lijst van afbeeldingen vi Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Lijst van tabellen Tab. 1 Tab. 2 Tab. 3 Tab. 4 Tab. 5 Tab. 6 Tab. 7 Tab. 8 Tab. 9 Tab. 10 Tab. 11 Tab. 12 Tab. 13 Tab. 14 Tab. 15 Tab. 16 Tab. 17 Tab. 18 Tab. 19 Tab. 20 Tab. 21 Tab. 22 Tab. 23 Tab. 24 Tab. 25 Tab. 26 Tab. 27 Tab. 28 Tab. 29 Tab. 30 Tab. 31 Tab. 32 Tab. 33 Tab. 34 Tab. 35 Tab. 36 Tab. 37 Tab. 38 Tab. 39 Tab. 40 Tab. 41 Tab. 42 Tab. 43 Tab. 44 Tab. 45 Tab. 46 Tab. 47 Tab. 48 Tab. 49 Tab. 50 Tab. 51 Tab. 52 Tab. 53 Tab. 54 Nr.: 9_9446 01 NL De gevarencategorieën en hun betekenis ..........
Lijst van tabellen Tab. 55 Tab. 56 Tab. 57 Tab. 58 Tab. 59 Tab. 60 Tab. 61 Tab. 62 Tab. 63 Tab. 64 Tab. 65 Tab. 66 Tab. 67 Tab. 68 viii Storing “Na het uitschakelen stroomt er olie uit het compressorluchtfilter” ................................ Onderhoudswerkzaamheden na eerste inbedrijfstelling ............................................................ Onderhoudsintervallen, regelmatige onderhoudswerkzaamheden ............................................ Regelmatige onderhoudswerkzaamheden ...........
1 Over dit bedrijfsvoorschrift 1.1 Gebruik van dit document 1 Over dit bedrijfsvoorschrift 1.1 Gebruik van dit document Deze handleiding maakt deel uit van de machine. Dit bedrijfsvoorschrift beschrijft de machine in haar uitleveringstoestand bij de klant. ➤ Bewaar de handleiding gedurende de levensduur van de machine. ➤ Geef de handleiding door aan de volgende eigenaar of gebruiker. ➤ Zorg ervoor dat elke wijziging van de machine in de handleiding wordt vermeld.
1 Over dit bedrijfsvoorschrift 1.4 Symbolen en tekens 1. GEVAAR! Hier staan de aard en de oorzaak van het dreigende gevaar! Hier staan de mogelijke gevolgen indien de waarschuwing niet wordt opgevolgd. Het trefwoord "GEVAAR" betekent dat het niet opvolgen van de waarschuwing levensgevaar‐ lijke of ernstige verwondingen tot gevolg heeft. ➤ Hier staan maatregelen die u voor het gevaar zullen behoeden. 2. U dient de waarschuwingen dus altijd aandachtig te lezen en strikt op te volgen. Tab. 1 1.4.
2 Technische gegevens 2.1 Typeplaatje 2 Technische gegevens 2.1 Typeplaatje Type en belangrijke technische gegevens vindt u op het typeplaatje van de machine. Het typeplaatje bevindt zich aan de buitenkant van de machine.(zie afbeelding in hoofdstuk 13.1).
2 Technische gegevens 2.2 Overzicht opties ➤ De gemonteerde opties vindt u op het gecombineerde plaatje voor de steunlast en de opties. M26 MATNR SERNR Gemonteerde opties: Hier staan de gegevens m.b.t. de steunlast van de machine. ea ha ba la oe ne sh sa sb sc sd ta tb tc te sf ua Tab. 3 2.2.1 02-M0277-PE Gecombineerd plaatje voor steunlast en opties Optie ea Olienevelaar ➤ Vastgestelde optie als referentie in het volgende overzicht invoeren: Optie Kenmerk Olienevelaar Tab. 4 2.2.
2.2.4 2 Technische gegevens 2.2 Overzicht opties Optie ba Uitrusting voor lage temperaturen: ➤ Vul de overeenkomstige optie in het volgende overzicht in bij wijze van referentie: Optie Kenmerk Uitrusting voor lage temperaturen: Tab. 7 2.2.5 Aanwezig? ba Uitrusting voor lage temperaturen Optie la Uitrusting voor plaatsen waar brandgevaar bestaat ➤ Vastgestelde optie als referentie in het volgende overzicht invoeren: Optie Kenmerk Vonkenvanger Tab. 8 2.2.
2.2.8 2 Technische gegevens 2.3 Machine (zonder opties) Optie ta, tb, tc, te Verlichting ➤ Vastgestelde optie als referentie in het volgende overzicht invoeren: Optie Kenmerk Zonder (stationair) ta Driehoeksreflector tb EG - 12 V, (7-polige contactdoos) tc USA - 12 V (DOT-conform) te Tab. 11 Verlichting 2.2.9 Optie ua Slanghaspel Aanwezig? ➤ Vastgestelde optie als referentie in het volgende overzicht invoeren: optie Kenmerk Slanghaspel Tab. 12 2.2.
2 Technische gegevens 2.3 Machine (zonder opties) Geluidsemissie M26 Geluidsdrukniveau* [dB (A)] 82,0 * berekend op basis van het gegarandeerde geluidsniveau (richtlijn 2000/14/EG, basisnorm voor de meting van het geluidsniveau ISO 3744) overeenkomstig ISO 11203:1995 cijfer 6.2.3.d Tab. 14 2.3.1.2 Geluidsemissie Geluidsdrukniveau De geluidsdrukwaarde voldoet aan de Amerikaanse (US) EPA-norm. Meetafstand: 7 m Geluidsdrukniveau M26 Gegarandeerd geluidsdrukniveau* [dB(A)] Tab.
2 Technische gegevens 2.4 Onderstel 2.4 Onderstel 2.4.1 Gewichten De opgegeven gewichten zijn maximumwaarden. Het exacte gewicht van de machine is af‐ hankelijk van haar uitrusting (zie typeplaatje van de machine).
2 Technische gegevens 2.5 Compressor Maximumwerkdruk [bar] 7,0 Effectief debiet [m /min] 2,6 3 Tab. 21 Overdruk tijdens werking en debiet 2.5.2 Persluchtuitgang Uitlaatventiel ["] Aantal G 3/4 2 Tab. 22 Persluchtverdeler 2.5.3 Veiligheidsklep Meer informatie Maximale bedrijfsoverdruk: zie typeplaatje Maximumwerkdruk [bar] 7,0 Afblaasdruk veiligheidsventiel* [bar] 9,0 * Het veiligheidsventiel bevindt zich op de olieafscheiderketel Tab. 23 Afblaasdruk veiligheidsventiel 2.5.
2 Technische gegevens 2.6 Motor Kenmerken SIGMA FLUID Koeloliesoort S-460 MOL Omschrijving ssiliconenvrije, synthetische olie minerale olie Toepassingsgebied Standaardolie voor alle toepassingen met uitzondering van de levensmidde‐ lenverwerking. Standaardolie voor alle toepas‐ singen met uitzondering van de levensmiddelenverwerking. Bijzonder geschikt voor machines met een hoge belastingsgraad. Bijzonder geschikt voor machi‐ nes met een lage belastings‐ graad.
2 Technische gegevens 2.6 Motor Kenmerk Waarde Olieverbruik in verhouding tot de verbruikte brand‐ stof [%] circa 0,2 Tab. 28 Motorgegevens 2.6.2 Aanbevolen olie De gebruikte motorolie moet voldoen aan de volgende classificaties: ■ ACEA, klasse E4, E7 ■ API, klasse CF, CI-4 De motor van de machine is bij levering gevuld met motorolie van viscositeitsklasse SAE 10 W / 40.
2 Technische gegevens 2.7 Opties Kenmerk Waarde Teststroom [A] (volgens EN 50342) Tab. 31 Meer informatie 2.7 2.7.1 360 Batterij Afhankelijk van de uitrusting van de machine is een groter batterijvermogen vereist. Zie hoofdstuk 2.7.2 Uitrusting voor lage temperaturen. Opties Optie ea Olienevelaar Betekenis Temperatuurbereik [°C] Te vullen hoeveelheid [l] Speciaal smeermiddel voor breekhamers −25 – 50 2,5 Tab. 32 Smeermiddelaanbeveling voor breekhamers 2.7.
2.7.3 2 Technische gegevens 2.7 Opties Optie ua Persluchtslang met slanghaspel Voor de optie persluchtslang met slanghaspel is de machine met een extra uitlaatventiel uitgerust. Tab. 36 Nr.
3 Veiligheid en verantwoordelijkheid 3.1 Fundamentele instructies 3 Veiligheid en verantwoordelijkheid 3.1 Fundamentele instructies Deze machine is gebouwd volgens de recentste technische normen en de geldende veiligheids‐ technische regels. Toch kunnen er tijdens gebruik gevaarlijke situaties ontstaan: ■ Gevaar voor lichaam en leven van de gebruiker of derden. ■ Beschadiging van de machine en andere waardevolle zaken.
3.4 3.4.1 3 Veiligheid en verantwoordelijkheid 3.4 Verantwoordelijkheid van de gebruiker Verantwoordelijkheid van de gebruiker Neem de wettelijke voorschriften en de geldende regels in acht! Het betreft hier o.a. de in de nationale wetgeving omgezette Europese richtlijnen en/of de in het land van de gebruiker geldige wetten, veiligheids- en ongevallenpreventievoorschriften.
3 Veiligheid en verantwoordelijkheid 3.5 Gevaren 1. GEVAAR! Het aanraken van spanningsvoerende componenten is levensgevaarlijk! ➤ Montage-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan elektrische componenten van de machine mogen alleen door een elektricien uitgevoerd worden. Dit geldt ook voor werk‐ zaamheden aan spanningsvoerende componenten! 2. Zorg ervoor dat het personeel dat voor de bediening, het onderhoud en het transport moet in‐ staan over de juiste kwalificaties en machtigingen beschikt. 3.4.
3.5.1 3 Veiligheid en verantwoordelijkheid 3.5 Gevaren Veilige omgang met de oorzaken van gevaarlijke situaties of toestanden Hier vindt u informatie over de omgangswijze met mogelijke gevaarlijke situaties die kunnen ont‐ staan uit de werking van de machine. Uitlaatgassen Uitlaatgassen van verbrandingsmotoren bevatten koolmonoxide. Dit is een reukloos en dodelijk gas. ➤ Gebruik de machine alleen in de open lucht! ➤ Adem de uitlaatgassen niet in.
3 Veiligheid en verantwoordelijkheid 3.5 Gevaren Minimumdrukterugslagventiel, veiligheids- en inlaatventiel staan onder sterke veerspanning. ➤ Ventielen niet openen of demonteren. Persluchtkwaliteit ➤ Adem perslucht nooit rechtstreeks in. ➤ Gebruik geschikte persluchtbehandelingsapparatuur als u de perslucht van deze machine wil gebruiken als ademlucht en/of voor de verwerking van voedingsmiddelen.
3 Veiligheid en verantwoordelijkheid 3.5 Gevaren Werkingsproducten ➤ Vuur, open vlam en roken zijn ten strengste verboden. ➤ Veiligheidsvoorschriften tijdens de omgang met brandstoffen, olie, smeermiddelen, antivries‐ middel en chemische substanties in acht nemen! ➤ Contact met huid en ogen vermijden. ➤ Brandstof- of olienevel niet inademen. ➤ Niet eten of drinken tijdens de omgang met brandstof, olie, koel- en smeermiddelen en anti‐ vriesmiddel.
3 Veiligheid en verantwoordelijkheid 3.5 Gevaren ➤ Als de machine met een kraan vervoerd wordt: neem dan de veiligheidsvoorschriften voor last‐ opname-installaties en hefwerktuigen in acht. ■ Tijdens het hijsen mag niemand zich in de gevaarszone bevinden. ■ Beweeg de machine na het optillen nooit over personen en woningen.
3 Veiligheid en verantwoordelijkheid 3.6 Veiligheidsinrichtingen ➤ Gebruik machines die lucht uit de omgeving aanzuigen nooit zonder luchtfilter. Onderhoud ➤ Zorg ervoor dat de machine voor alle werkzaamheden uitgeschakeld, spannings- en drukloos is. ➤ Draag nauwsluitende, moeilijk ontvlambare kleding. Draag indien nodig aangepaste bescherm‐ kleding. ➤ Laat geen losse onderdelen, werktuigen of poetsdoeken achter in of op de machine.
3 Veiligheid en verantwoordelijkheid 3.7 Veiligheidstekens ➤ Veiligheidsvoorzieningen mogen niet gewijzigd, omzeild of buiten werking worden gesteld! ➤ Controleer regelmatig of de veiligheidsvoorzieningen nog betrouwbaar werken. ➤ Plaatjes, bordjes en tekens mogen niet verwijderd of onherkenbaar worden gemaakt! ➤ Zorg ervoor dat plaatjes, bordjes en tekens altijd goed herkenbaar zijn! Meer informatie 3.7 Meer aanwijzingen over de veiligheidsvoorzieningen vindt u in hoofdstuk 4, paragraaf 4.
3 Veiligheid en verantwoordelijkheid 3.7 Veiligheidstekens Plaats Symbool Betekenis 320* Hard lawaai en olienevel! Beschadiging van het gehoor en verbranding tijdens het afblazen van het veiligheidsventiel. ➤ Draag gehoorbescherming en veiligheidskleding. ➤ Kap of deuren sluiten. ➤ Wees voorzichtig tijdens het werken. 330 Hete oppervlakken! Verbrandingsgevaar door aanraking van hete onderdelen. 331 ➤ Raak het oppervlak niet aan.
3 Veiligheid en verantwoordelijkheid 3.8 In geval van nood Plaats Symbool Betekenis 620 Zware verwondingen aan de hand door kneuzing of afrukken van ledematen door roterende componenten! 621 ➤ Laat, bij het sluiten van de kap, de kap langzaam neer met bei‐ de handen. ➤ Stel de machine alleen in bedrijf met gesloten beschermings‐ roosters en gesloten kap. ➤ Zet, vóór het openen van de kap, de machine uit of stel hem buiten bedrijf.
3 Veiligheid en verantwoordelijkheid 3.9 Garantie Vraag de veiligheidsfiche op betreffende de omgang met de koelolie KAESER SIGMA FLUID met vermelding van het juiste type. ➤ Bij contact met de ogen: Ogen grondig met veel lauwwarm water spoelen en onmiddellijk een arts raadplegen. ➤ Bij contact met de huid: Onmiddellijk afwassen. 3.9 Garantie Dit bedrijfsvoorschrift bevat geen garantietoezeggingen. Inzake garantie zijn onze algemene ver‐ koopsvoorwaarden van toepassing.
4 Opbouw en werking 4.1 Carrosserie 4 Opbouw en werking 4.1 Carrosserie De carrosserie is de buitenste opbouw van de machine boven het rijonderstel. In gesloten toestand vervult de carrosserie verschillende functies: ■ bescherming tegen weersomstandigheden ■ geluiddemping, ■ bescherming tegen aanraking ■ koelluchtgeleiding De veilige en betrouwbare werking van de machine is slechts gegarandeerd als de carrosserie ge‐ sloten is. Fig.
4 Opbouw en werking 4.2 Aanduiding van de onderdelen 4.2 Aanduiding van de onderdelen Fig. 3 Zijaanzichten (kap afgenomen) 1 2 3 4 5 6 7 Nr.
4.3 4 Opbouw en werking 4.3 Functieomschrijving van de machine Functieomschrijving van de machine Functieomschrijving van de machine (zonder opties). De positieaanduidingen komen overeen met het diagram van de buisleidingen en instrumenten (RI-diagram) in hoofdstuk 13.2. Fig.
4 Opbouw en werking 4.4 Bedrijfspunten en regeltypen De lucht wordt uit de omgeving via het luchtfilter 1 aangezogen en daar gereinigd. Vervolgens wordt ze in het compressorblok 4 gecomprimeerd. Het compressorblok wordt aangedreven door een verbrandingsmotor. In het compressorblok wordt koelolie ingespoten. De olie smeert de beweeglijke delen en dicht de rotoren ten opzichte van elkaar en van de behuizing af. Deze directe koeling in de compressieruim‐ te garandeert een zeer lage blokuitgangstemperatuur.
4.4.2 4 Opbouw en werking 4.5 Veiligheidsvoorzieningen DEELLAST-regeling De sturing van de machine zorgt ervoor, dat de geproduceerde perslucht aan het werkelijke pers‐ luchtverbruik wordt aangepast. Opdat de bedrijfsoverdruk van de machine constant blijft, verandert het debiet continu binnen het regelbereik van de machine, onafhankelijk van de opgenomen pers‐ luchthoeveelheid.
4 Opbouw en werking 4.6 Opties ■ Batterijvloeistof ■ Werktuigolie (optie) Onder de desbetreffende aftapschroeven van olieafscheidertank en oliekoeler, motoroliecarter, wa‐ terkoeler en brandstoftank zijn de desbetreffende onderhoudsopeningen in de bodemplaat met oliedichte stoppen afgesloten. Meer informatie 4.6.2 Zie ook het volgende hoofdstuk: ■ 10.4.3, koelolie vervangen ■ 10.3.4, motorolie vervangen ■ 10.3.
4.6.2.1 4 Opbouw en werking 4.6 Opties Optie ea, ba Machine met olienevelaar en uitrusting voor zeer lage temperaturen Is de machine met de beide opties gereedschapsolienevelaar (ea) en uitrusting voor zeer lage tem‐ peraturen (ba) uitgerust, dan verandert de positie van de olienevelaar. De olienevelaar moet in dat geval tussen de brandstoftank en de waterkoeler worden geplaatst. 4.6.3 Optie ba Uitrusting voor lage temperaturen 4.6.3.
4 Opbouw en werking 4.6 Opties Zomerbedrijf: Als de omgevingstemperatuur meer dan 0 ℃ bedraagt, is het niet meer nodig om de stuurleidingen tijdens het starten en uitschakelen van de machine te voorzien van antivriesmiddel. Meer informatie 4.6.3.2 Defroster inschakelen, zie hoofdstuk 8.3. Koelwater-voorverwarming Het motorkoelmiddel kan worden voorverwarmd, zodat het starten met koude motor vlotter ver‐ loopt.
4.6.5 4 Opbouw en werking 4.6 Opties Optie ne Brandstof-waterafscheider Diesel en water bezitten een verschillende specifieke dichtheid. De dichtheid van water is groter dan die van diesel. Deze eigenschap wordt in de waterafscheider gebruikt voor het scheiden van water en diesel. Het water verzamelt zich altijd op de bodem van de transparante afscheidertank en kan daar handmatig worden afgetapt. Meer informatie 4.6.6 Water en vuildeeltjes aftappen, zie hiervoor hoofdstuk 10.3.3.2.
4 Opbouw en werking 4.6 Opties Optie Naam Kenmerken sh US-onderstel ■ Onderstel met één as ■ Rubberveer-draaias ■ Steunen ■ Onbuigzame dissel ■ Zonder handrem EU ≙ Europa, US ≙ Verenigde Staten van Amerika Tab. 40 Meer informatie 4.6.7.2 Tab. 41 Meer informatie Nr.: 9_9446 01 NL Overzicht onderstellen Voor aanpassen van het onderstel, zie hoofdstuk 6.3, voor maatschetsen van op de rijbaan verrijdbare machines, zie hoofdstuk 13.3.
5 Opstellings- en bedrijfsvoorwaarden 5.1 Veiligheid 5 Opstellings- en bedrijfsvoorwaarden 5.1 Veiligheid ➤ Vuur, open vlam en roken zijn ten strengste verboden. ➤ Tref maatregelen om te vermijden, dat tijdens het lassen onderdelen van de machine, brand‐ stof- of olienevel door vonken of door te hoge temperaturen in brand kunnen vliegen. ➤ De machine is niet explosievrij: Ze mag niet in omgevingen gebruikt worden, waarin aan bijzondere vereisten en normen m.b.t. explosievrije ruimtes moet voldaan zijn.
5 Opstellings- en bedrijfsvoorwaarden 5.2 Voorwaarden voor de opstelling 4. OPGELET! Brandgevaar door accumulatie van hitte en een hete uitlaat! Als de machine te dicht bij een plafond wordt opgesteld, kan de machine worden beschadigd als gevolg van de accumulatie van hitte. ➤ Plaats de machine niet direct onder een plafond of afdekkingen. ➤ Controleer bij de opstelling of er voldoende vrije ruimte is voor de toevoer en afvoer van lucht. 5.
6 Montage 6.1 Veiligheid 6 Montage 6.1 Veiligheid Hier vindt u veiligheidsaanwijzingen om montagewerkzaamheden op een veilige manier uit te voe‐ ren. Waarschuwingen staan altijd direct voor een handeling die mogelijke gevaren inhoudt. Fundamentele veiligheidsaanwijzingen 1. Neem de aanwijzingen in hoofdstuk "Veiligheid en verantwoordelijkheid" in acht! 2.
6.3.1 6 Montage 6.3 Onderstel aanpassen Optie sa Trekinrichting verstellen Doel van de instellingen van de trekinrichting is de aanpassing van trekoog c.q. kogelkoppeling aan de hoogte van de aanhangerkoppeling van het betreffende trekkende voertuig. Daarbij moet het trekoog c.q. de kogelkoppeling horizontaal worden ingesteld. Met behulp van twee tandschijfscharnieren kunt u de aanpassing uitvoeren: ■ ■ Fig. 9 Tandschijfscharnier 1: Instellen tussenstuk/disselboom.
6 Montage 6.3 Onderstel aanpassen 5. Borgknevel 3 aandraaien (vertandingen moeten in elkaar grijpen). 6. Trek de borgclip 2 eruit. 7. Borgknevel 4 losdraaien tot de vertanding in de tandschijfscharnier 6 vrij is. 8. Noodzakelijke instelling van het tandschijfscharnier 6 uitvoeren (let op horizontale positie). 9. Borgknevel 4 aandraaien (vertandingen moeten in elkaar grijpen). 10. Controleer de hoogteverstelling. Controleer of: ■ de hoogte van het trekoog 10 c.q.
Fig. 10 6 Montage 6.3 Onderstel aanpassen In de hoogte verstelbare trekinrichting sb borgclip borgknevel tandschijfscharnier 1 tandschijfscharnier 2 disselboom tussenstuk 1,2 3,4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 trekoog kogelkoppeling borgprincipe borgclip oploopdemper handrem 1. OPGELET! Gevaar voor afklemmen! Er bestaat aanzienlijk gevaar voor het afklemmen van vingers in de afstelinrichting. ➤ Draag veiligheidshandschoenen. ➤ Wees voorzichtig tijdens het werken. 2. Trek de borgclip 1 eruit. 3.
6 Montage 6.3 Onderstel aanpassen 12. Steek de borgclippen 1 en 2 erin. 13. Controleer de borgpositie van de borgclippen. De borgclippen moeten zo ver worden ingestoken, dat het been met de welving naar buiten over de omvang van de borgknevel schuift (beveiliging tegen eruit vallen), zie ook afbeelding 10. Controleer vormsluiting 11 : ■ Borgclip 1 correct ingestoken. ■ Borgclip 2 correct ingestoken. 14. Trek de borgknevels na ca. 50 km nog eens aan.
6.3.3.1 6 Montage 6.3 Onderstel aanpassen Optie sa Ombouw van een in hoogte verstelbare trekinrichting met trekoog door een kogelkoppeling Het al gemonteerde trekoog van de in hoogte verstelbare trekinrichting wordt vervangen door een kogelkoppeling. Fig. 11 Ombouw trekoog–kogelkoppeling (in hoogte verstelbare trekinrichting) 1 2, 3 4, 5 6 7 Nr.
6 Montage 6.3 Onderstel aanpassen ➤ Te gebruiken kogelkoppeling controleren op compleetheid. ➤ Procedure in grafisch overzicht in acht nemen. Trekoog demonteren 1. Beide borgclippen op posities 2 en 3 verwijderen. 2. Borgknevel 4 losdraaien en verwijderen. 3. Borgknevel 5 maar 1–2 omdraaiingen losdraaien. 4. Zijstukken 6 loswrikken, zodat de tandschijfscharnieren op posities 7 en 8 los gaan. 5. Controleer of: ■ Tandschijfscharnieren 7 voldoende speling hebben.
Fig. 12 6 Montage 6.3 Onderstel aanpassen Ombouw trekoog–kogelkoppeling (in hoogte verstelbare trekinrichting met oplooprem) 1 2 3 4 5 trekoog Moer, zelfborgend schroeven Bus oploopdemper Oploopdemper 6 7 8 9 Trekstang Beugel vouwbalg kogelkoppeling ➤ Te gebruiken kogelkoppeling controleren op compleetheid. ➤ Procedure in grafisch overzicht in acht nemen. Trekoog demonteren 1. Beide moeren 2 losdraaien en verwijderen. Nr.
6 Montage 6.3 Onderstel aanpassen 2. Beide schroeven 3 losdraaien en verwijderen. 3. Trekoog 1 van trekstang 6 aftrekken. Kogelkoppeling monteren Voorwaarde Trekoog is gedemonteerd. Montagesituatie zoals in afbeelding 12, middelste grafiek, is weergegeven. Kogelkoppeling is compleet (beugel) aanwezig. 1. Indien nodig vouwbalg 8 terugschuiven. 2. Bus 4 van de oploopdemper 5 in doorsteekpositie brengen: ■ Dunne metalen staaf door daarvoor bestemde boring in trekstang 6 en bus 4 steken.
6 Montage 6.3 Onderstel aanpassen 6.3.3.3 Optie sd Ombouw van een niet in hoogte verstelbare trekinrichting met trekoog door een kogelkoppeling Fig. 13 Ombouw trekoog–kogelkoppeling (niet in hoogte verstelbare trekinrichting) 1 2 3 trekoog schroeven Huls 4 5 6 moer, zelfborgend kogelkoppeling trekstang ➤ Te gebruiken kogelkoppeling controleren op compleetheid. ➤ Procedure in grafisch overzicht in acht nemen. Trekoog demonteren 1. Beide moeren 4 losdraaien en verwijderen. 2.
6 Montage 6.3 Onderstel aanpassen 2. Indien nodig met de dunne metalen staaf bijstellen tot de boring op een rechte lijn ligt met de hulzen 3 . 3. Kogelkoppeling 5 op de trekstang 6 drukken. 4. Controleer of de beide boringen van trekstang 6 en kogelkoppeling 5 op een rechte lijn lig‐ gen. 5. Beide schroeven 2 door de boringen van kogelkoppeling 5 en trekstang 6 steken. 6. Beide moeren 4 opschroeven en vastdraaien. 48 Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
7 Inbedrijfstelling 7.1 Veiligheid 7 Inbedrijfstelling 7.1 Veiligheid Hier vindt u veiligheidsaanwijzingen om de inbedrijfstelling op een veilige manier uit te voeren. Waarschuwingen staan altijd direct voor een handeling die mogelijke gevaren met zich meebrengt. Fundamentele veiligheidsaanwijzingen 1. Neem de aanwijzingen in hoofdstuk “Veiligheid en verantwoordelijkheid” in acht! 2.
7 Inbedrijfstelling 7.4 Aandachtspunten na langere opslag van de machine Afdeling zie hoofdstuk OK? ➤ Is de bandenspanning in orde? – Motor-BV = Bedrijfsvoorschrift van de motorfabrikant. Tab. 44 7.
7 Inbedrijfstelling 7.5 Aandachtspunten bij koud weer (gebruik in de winter) Bedrijfsgereedheid van de machine: 1. OPGELET! Storing van de pneumatische regeling door invloed van kou! Schade aan de machine door kleine ijsdeeltjes in de sturings- en regelinrichtingen. ➤ Laat de machine bij nullast warmlopen om een perfecte regeling te garanderen. 2. Laat de machine bij geopende persluchtaftapkranen zonder last warmlopen, tot er een blokuit‐ gangstemperatuur van +30 °C is bereikt.
7 Inbedrijfstelling 7.5 Aandachtspunten bij koud weer (gebruik in de winter) ➤ Let daarbij op de veiligheidsregels voor het omgaan met batterijen: ■ Sluit alleen batterijen aan die dezelfde nominale spanning hebben. ■ Machine en hulpvoertuig mogen elkaar niet raken. ■ Buig niet over de batterij tijdens het gebruik van een startkabel. ■ Gebruik alleen genormeerde startkabels met geïsoleerde pooltangen en een voldoende grote diameter. ■ Neem de gebruiksvoorschriften van de startkabels in acht.
Tab. 46 Nr.: 9_9446 01 NL 7 Inbedrijfstelling 7.5 Aandachtspunten bij koud weer (gebruik in de winter) Handeling Zie hoofdstuk Kogelkraan aan de defroster sluiten. 8.
8 Bedrijf 8.1 Starten en uitschakelen 8 Bedrijf 8.1 Starten en uitschakelen Een folieblad met pictogrammen, direct onder het bedieningspaneel, verduidelijkt de procedure "Starten en uitschakelen", zie ook positie 8 in volgende afbeelding. De schakelaar «sturing AAN» zit binnen in de machine, zie ook het pictogram Start 2 . Voorwaarde Er werkt geen personeel aan de machine Nadat de schakelaar «sturing AAN» op positie "I" is gezet, is de kap gesloten en vergrendeld. Fig.
8 Bedrijf 8.1 Starten en uitschakelen 2. OPGELET! Beschadiging van het startmechanisme! De starter kan worden beschadigd als hij verkeerd wordt bediend. ➤ Als de motor nog loopt, mag er geen startschakelaar worden bediend. ➤ De startschakelaar mag niet langer dan 30 seconden gedraaid worden gehouden. ➤ Wacht een paar minuten na elke startpoging. ➤ Vóór er een nieuwe startpoging wordt ondernomen, moet de «startschakelaar» eerst wor‐ den uitgesteld (herstartblokkering). 3.
8 Bedrijf 8.2 Olienevelaar laten werken Kap sluiten, eventueel met slot afsluiten. 8.2 Fig. 17 Optie ea Olienevelaar laten werken Olienevelaar instellen 1 2 3 olienevelaar doseerwiel afsluitventiel A – open B – gesloten Olietoevoer inschakelen: 1. Open afsluitventiel 3 . 2. Stel de hoeveelheid olie in d.m.v. de doseerknop 2 . Olietoevoer uitschakelen: ➤ Sluit het afsluitventiel 3 .
Voorwaarde 8 Bedrijf 8.3 Uitrusting voor lage temperaturen gebruiken Defroster is gevuld met antivriesmiddel Opvangbak voor antivriesmiddel is onder de overloop gezet (bij de opstelling van de machine let‐ ten op bodem met gevoelig oppervlak). Fig.
8 Bedrijf 8.4 Slangoproller gebruiken 3. Stekker in aansluitbus steken. 4. Stekker in veiligheidswandcontactdoos (spanningsbron) steken. Resultaat Meer informatie 8.4 Koelmiddel van motor wordt voorverwarmd. Positie van de aansluitbus op de machine, zie afbeelding 7. Optie ua Slangoproller gebruiken De machine is extra met een persluchtverlengslang uitgerust. Een slangoproller is voor de veilige bewaring van deze slang. ➤ Controleer welke slangoproller op uw machine is bevestigd. 8.4.
8.4.1.2 8 Bedrijf 8.4 Slangoproller gebruiken Machine zonder persluchtverlengslang gebruiken 1. Sluit de perslucht-afsluitkraan. 2. Koppel het persluchtwerktuig af. 3. Klap de zwengel 1 op en rol de slang 3 gelijkmatig en stevig op. 4. Draai de klemschroef 7 vast. Slangtrommel is beveildigd tegen losgaan en onbedoeld afrollen van de slang. 5. Klap de zwengel 1 weer in. 8.4.1.3 Slangtrommel beveiligend voor transport 1. Controleer of de slang gelijkmatig en stevig is opgerold.
9 Fouten herkennen en oplossen 9.1 Ten grondslag liggende aanwijzingen 9 Fouten herkennen en oplossen 9.1 Ten grondslag liggende aanwijzingen Aan de hand van de volgende tabellen kunt u de oorzaken van fouten terugvinden en maatregelen vinden om de fouten te verhelpen. 1. Voer enkel maatregelen uit, die in dit bedrijfsvoorschrift staan! 2. Als de voorgestelde maatregelen de fouten niet verhelpen: Stel KAESER-servicedienst op de hoogte. Meer informatie 9.2 Meer informatie 9.2.
9 Fouten herkennen en oplossen 9.2 Fouten en storingen bij de motor Mogelijke oorzaak Maatregel Wie kan u verder helpen? Gespeci‐ KAESER Bedrijfs‐ aliseerde -service‐ voor‐ werk‐ dienst schrift plaats van de motor Aansluitingen en/of kabels van Vastmaken, indien nodig kabels de elektrische bekabeling zitten vervangen. los of zijn gebroken. X – – Batterij defect of spanning te laag. Batterij onderhouden, zie hoofd‐ stuk 10.5.7. – – – Motorgenerator defect. Laten vervangen.
9.2.3 9 Fouten herkennen en oplossen 9.3 Fouten en storingen bij de compressor Controlelampje dooft niet. Mogelijke oorzaak Maatregel Wie kan u verder helpen? Gespeci‐ KAESER Bedrijfs‐ aliseerde -service‐ voor‐ werk‐ dienst schrift plaats van de motor Aansluitingen en/of kabels van Vastmaken, indien nodig kabels de elektrische bekabeling zitten laten vervangen. los of zijn gebroken. X – – Motorgenerator defect. Zo nodig laten vervangen. X – – Regelaar motorgenerator defect.
9.3.2 9 Fouten herkennen en oplossen 9.3 Fouten en storingen bij de compressor Bedrijfsdruk te laag Mogelijke oorzaak Maatregelen Wie helpt u verder? Gespeciali‐ seerde werk‐ plaats Proportionele regelaar ontregeld Membraan controleren, sproeier of defect. reinigen, indien nodig proportio‐ nele regelaar laten vervangen. – X Inlaatklep opent niet of slechts gedeeltelijk. Repareren, indien nodig laten vervangen. – X Manometer geeft verkeerde waarde aan.
9.3.4 9 Fouten herkennen en oplossen 9.3 Fouten en storingen bij de compressor Machine wordt te heet Mogelijke oorzaak Maatregelen Wie helpt u verder? Gespeciali‐ seerde werk‐ plaats Ventilatorwiel machine defect. Schoepen of volledige ventila‐ torwiel laten vervangen. – X Oliekoeleroppervlak vervuild. Oppervlak reinigen, zie hoofd‐ stuk 10.4.8. – – Werkelement in combiklep werkt Controleren, indien nodig laten niet. vervangen.
9.3.6 9 Fouten herkennen en oplossen 9.3 Fouten en storingen bij de compressor Na het uitschakelen van de machine stroomt er olie uit het luchtfilter van de compressor Mogelijke oorzaak Maatregelen Wie helpt u verder? Gespeciali‐ seerde werk‐ plaats Terugslagfunctie van de inlaat‐ klep defect. Tab. 55 Nr.: 9_9446 01 NL Repareren, indien nodig laten vervangen.
10 Onderhoud 10.1 Veiligheid 10 Onderhoud 10.1 Veiligheid Hier vindt u veiligheidsaanwijzingen om de onderhoudswerkzaamheden zonder gevaar uit te voe‐ ren. Waarschuwingen vindt u direct vóór een mogelijk gevaarlijke activiteit. Ten grondslag liggende veiligheidsaanwijzingen 1. Neem de aanwijzingen in hoofdstuk “Veiligheid en verantwoordelijkheid” in acht! 2. Laat uitsluitend bevoegd onderhoudspersoneel het onderhoud verrichten! 3.
10 Onderhoud 10.2 Onderhoudsplannen 1. WAARSCHUWING! Afwijkende gebruiks- en bedrijfsomstandigheden kunnen leiden tot slijtage en beschadigingen aan de machine! ➤ Onder ongunstige omgevingsomstandigheden (b.v. gebruik bij grotere stofbelasting) of bij zwaar gebruik moeten de onderhoudsbeurten frequenter worden uitgevoerd. ➤ Pas de onderhoudsintervallen aan in overeenstemming met de plaatselijke opstellings- en bedrijfsomstandigheden. 2.
Tab. 57 10 Onderhoud 10.2 Onderhoudsplannen Onderhoudsinterval Verkorte aanduiding alle 3000 bedrijfsuren A3000 Onderhoudsintervallen, regelmatige onderhoudswerkzaamheden De onderstaande tabellen geven u een overzicht van de regelmatig noodzakelijke onderhouds‐ werkzaamheden. ➤ Voer de onderhoudswerkzaamheden tijdig uit in overeenstemming met de omgevings- en be‐ drijfsomstandigheden. 10.2.
Koelerslang en klemmen contro‐ leren. Opmerking zie hoofdstuk A3000 X Motor‐ handlei‐ ding Koelmiddel verversen. Brandstoftank vullen. A2000 Handeling A1500 Componentengroep: A1000 Onderhoudsplannen A500 10.2 A250 Onderhoud dagelijks 10 X 10.3.1 Motor‐ handlei‐ ding X Controleer brandstofleidingen en slangklemmen. X Motor‐ handlei‐ ding Brandstofslangen en slangklem‐ men vervangen. X Motor‐ handlei‐ ding Brandstofvoorfilter vervangen. X 10.3.
Compressor-luchtfilter vervan‐ gen. X 10.4.6 Compressorolie verversen. X 10.4.3 Compressoroliefilter vervangen. X 10.4.4 Olieafscheiderpatroon in olieaf‐ scheidertank vervangen. X Opmerking zie hoofdstuk A3000 A2000 Handeling A1500 Componentengroep: A1000 Onderhoudsplannen A500 10.2 A250 Onderhoud dagelijks 10 10.4.5 Onderstel/chassis/carrosserie: Bandendruk controleren. X Stevige bevestiging kopbouten controleren. X Onderhoud van het onderstel.
10.2.5 10 Onderhoud 10.3 Motor Onderhoudsschema opties Opmerking 10.6.2 A3000 X A2000 WÖ–BA A1500 10.6.1 A1000 Handeling A500 Optie: A250 X Dagelijks zie hoofdstuk ➤ Voer de onderhoudswerkzaamheden uit in overeenstemming met de volgende tabel: Optie ea – olienevelaar: Controleer het oliepeil in de olie‐ nevelaar. Optie ba – defroster: Gebruik in de winter: Vloeistofpeil van defroster con‐ troleren. Brandstof-waterafscheider (optie ne): Water en verontreinigingen af‐ tappen. X 10.3.
10 Onderhoud 10.3 Motor WAARSCHUWING Verbrandingsgevaar door heet koelmiddel!. Ernstig letsel door verbranding aan heet koelmiddel. ➤ Laat de machine afkoelen voordat zij wordt geopend. OPGELET Gevaar voor brandwonden als gevolg van koelmiddel dat antivriesmiddel bevat! ➤ Voorkom dat ogen en huid in contact kunnen komen met koelmiddel. Bij contact onmid‐ dellijk met stromend water spoelen. ➤ Draag een veiligheidsbril en handschoenen.
10 Onderhoud 10.3 Motor Het aandeel antivriesmiddel in het koelmiddel controleren: Het koelmiddel is een mengsel van zuiver water en anticorrosie-/antivriesmiddel. Omwille van een afdoende bescherming tegen corrosie en om het kookpunt te verhogen moet het koelmiddel het hele jaar door in het koelcircuit blijven.
10 Onderhoud 10.3 Motor 5. Koppel de batterij aan. 6. Start de motor en laat hem ongeveer 1 minuut in nullast draaien. 7. Motor uitschakelen. 8. Koelmiddelpeil controleren. Als het koelmiddelpeil in het koelmiddelbuffervat is gedaald: koelmiddel bijvullen. Koelmiddel aftappen: Om het lekken van bedrijfsvloeistoffen binnen in de machine tegen te gaan is de bodemplaat bij de aftapopening van de waterkoeler uitgevoerd met een extra oliedichte stop.
Materiaal 10 Onderhoud 10.3 Motor Perslucht voor het uitblazen Reserveonderdeel (indien nodig) Voorwaarde De machine moet zijn uitgeschakeld. De machine is volledig drukloos. De manometer geeft 0 bar aan. De machine moet afgekoeld zijn. De persluchtverbruikers zijn afgekoppeld en de afnamekranen zijn geopend. Fig.
10 Onderhoud 10.3 Motor 4. Het stofafscheidingsventiel 2 leegmaken: ■ Ventielzone 10 over de afscheidingsgleuf 11 samendrukken (openen de afscheidings‐ gleuf). ■ Stofafzettingen verwijderen. ■ Maak de gleuf schoon. 5. Luchtfilterelement reinigen Reiniging: ■ door kloppen (grof vuil) ─ ■ herhaaldelijk kloppen van het front tegen de bal van de hand door uitblazen (indien nodig) ─ Blaas het oppervlak met droge perslucht (≤ 5 bar!) schuin van binnen naar buiten uit. 6.
10 Onderhoud 10.3 Motor GEVAAR Brandgevaar door zelfontbranding van brandstof! Zwaar letsel of overlijden na ontbranden en verbranding van brandstof zijn mogelijk. ➤ Vermijd open vlammen en wegspringende vonken op de plaats waar de machine is op‐ gesteld. ➤ Motor uitschakelen. ➤ Overgelopen brandstof opvegen. ➤ Houd de brandstof weg van hete machineonderdelen. ➤ Zorg ervoor dat de maximale omgevingstemperaturen op de plaats van opstelling niet worden overschreden.
10 Onderhoud 10.3 Motor Filterelement brandstofvoorfilter vervangen: Het filterelement moet volgens de onderhoudstabel worden vervangen. Voorwaarde De minkabel van de batterij is losgekoppeld! 1. Plaats lekbak onder brandstofvoorfilter. 2. Slangklem van de brandstofleiding bij deksel van filter losmaken. 3. Trek de brandstofleiding eraf. 4. Naar buiten lopende brandstof opvangen. 5. Deksel van brandstofvoorfilter losmaken en verwijderen. 6. Neem het filterelement uit. 7. Plaats nieuw filterelement. 8.
10.3.3.1 Materiaal Voorwaarde 10 Onderhoud 10.3 Motor Klemband van de brandstoftank controleren Binnenzeskantsteeksleutel De machine moet zijn uitgeschakeld. Machine moet horizontaal staan. De machine is volledig drukloos. De manometer geeft 0 bar aan. De machine moet afgekoeld zijn. De persluchtverbruikers zijn afgekoppeld en de afnamekranen zijn geopend. De minkabel van de batterij is losgekoppeld! OPGELET Vervorming van de brandstoftank door te krachtig aandraaien van de sluitinrichting.
Materiaal 10 Onderhoud 10.3 Motor Schroefsleutel Opvangtank Reinigingsdoek Voorwaarde De machine moet zijn uitgeschakeld. Machine moet horizontaal staan. De machine is volledig drukloos. De manometer geeft 0 bar aan. De machine moet afgekoeld zijn. De minkabels van de batterij zijn losgekoppeld. Fig.
10 Onderhoud 10.3 Motor 5. Klem de minkabels van de batterij vast. 6. Sluit de kap. Ruim vuile brandstof en met brandstof verontreinigde arbeidsmiddelen op volgens de milieu‐ voorschriften. Brandstofsysteem ontluchten Voorwaarde De minkabels van de batterij zijn aangekoppeld. ➤ Voor het ontluchten van het brandstofsysteem verwijzen wij naar ontluchtingsprocedure in hoofdstuk 10.3.3. De machine in bedrijf stellen en laten proefdraaien 1. Machine inschakelen en circa 1 minuut in nullast laten draaien. 2.
Fig. 26 10 Onderhoud 10.3 Motor Motorolie vervangen 1 2 3 4 Fig. 27 sluitdop olievulopening oliefilter oliepeilstok motorblok 5 6 7 oliedichte stop oliecarter olieaftapventiel 8 9 beschermkap slangtule Detail olieaftapventiel 6 7 oliecarter olieaftapventiel Motorolie aftappen: Het oliecarter van de motor is met een olieaftapventiel uitgerust. Het olieaftapventiel is tussen de oliecarter en de koeler geplaatst. Olie aftappen gaat door het opschroeven van de slangtule op het olieaftapventiel.
10 Onderhoud 10.3 Motor 5. Sluitdop olievulopening 1 losdraaien en verwijderen. 6. Beschermkap 8 losdraaien en verwijderen. 7. Schroef de slangtule 9 op het olieaftapventiel. Motorolie loopt weg. 8. Slangtule losdraaien en verwijderen. Olieaftapventiel is weer gesloten. 9. Schroef de schroefdop weer vast. 10. Oliedichte stop weer plaatsen en vastdraaien. Ruim de opgevangen olie en met olie besmeurde werkmiddelen op overeenkomstig de mili‐ euvoorschriften.
10 Onderhoud 10.3 Motor 10.3.5 Motoroliefilter vervangen Materiaal Reserveonderdeel Gangbaar gereedschap Reinigingsdoek Lekbak Voorwaarde De machine moet zijn uitgeschakeld. De machine is volledig drukloos. De manometer geeft 0 bar aan. De motor moet afgekoeld zijn. De persluchtverbruikers zijn afgekoppeld en de afnamekranen zijn geopend. OPGELET Verbrandingsgevaar door hete onderdelen en ontsnappende motorolie! ➤ Draag kleding met lange mouwen en handschoenen. Fig.
10.3.6 10 Onderhoud 10.3 Motor Aandrijfriem controleren De levensduur van de aandrijfriem wordt beïnvloed door de riemspanning: Materiaal ■ Een losse riem leidt tot riemslip, waardoor de riem wordt beschadigd en de motor mogelijk te warm wordt. ■ Te hoge riemspanning veroorzaakt een te hoge rekking van de riem en reduceert zodoende de levensduur. Bovendien worden de aslagers onnodig zwaar belast, wat tot beschadigingen aan de lagers kan leiden.
Fig. 29 10 Onderhoud 10.3 Motor Riemspanning met de hand controleren A * 1 Meer informatie 10.3.7 toegestane indrukdiepte aandrijfriemen drukbelasting circa: 10 Kg toelaatbare indrukdiepte: 7 – 9 mm bevestiging motorblok pijlrichting schroef motorgenerator motorgenerator 2 3 4 Riemspanning met meettoestel voor V-riem‐ spanning controleren en naspannen: Riemspanning met de hand controleren en na‐ spannen: 1. Verwijder de riembeveiliging. 1. Verwijder de riembeveiliging. 2.
10.3.7.1 10 Onderhoud 10.3 Motor Veiligheid WAARSCHUWING Naar buiten stromend zuur kan brandwonden veroorzaken! ➤ Draag geschikte beschermende kleding en handschoenen die bestand zijn tegen batte‐ rijzuur. ➤ Draag iets om de ogen en het gezicht te beschermen. ➤ Batterij niet kantelen. Uit ontluchtingsopeningen kan zuur stromen. ➤ Ga voorzichtig te werk. Tijdens het werken aan de batterij moet er op de volgende punten worden gelet: Fig.
Materiaal 10 Onderhoud 10.3 Motor Poolvet Gedestilleerd water Reinigingsdoek Veiligheidshandschoenen Voorwaarde De machine moet zijn uitgeschakeld. De machine staat horizontaal. De machine is volledig drukloos. De manometer geeft 0 bar aan. De machine moet afgekoeld zijn. 1. Reinig behuizing en aansluitingen. 2. Vet de contacten licht in met poolvet om ze tegen corrosie te beschermen. 3. Controleer of de kabelaansluitingen stevig vast zitten, draai ze eventueel vaster aan.
10.3.7.3 Voorwaarde 10 Onderhoud 10.4 Compressor Batterij demonteren en monteren De machine moet zijn uitgeschakeld. De machine staat horizontaal. De machine is volledig drukloos. De manometer geeft 0 bar aan. De machine moet afgekoeld zijn. 1. WAARSCHUWING! De batterij kan barsten! Bij kortsluiting raken de batterijen sterk verhit en kunnen ze barsten. Er kan zuur naar buiten spuiten. ➤ Batterij nooit kortsluiten (b.v. met werktuig). ➤ Draag veiligheidshandschoenen. 2.
Fig. 31 10 Onderhoud 10.4 Compressor Koelolieniveau controleren 1 2 3 olieafscheiderketel olievuldop sluitschroef A B markering minimaal oliepeil markering maximaal oliepeil 1. Maak de sluitschroef 3 van de olievuldop langzaam open en draai hem eraf. 2. Controleer of er olie in het reservoir zit. Wanneer u geen olie ziet: moet er koelolie bijgevuld worden. 3. Sluitschroef 3 weer opdraaien. 10.4.
10 Onderhoud 10.4 Compressor 5. Controleer de pakking van de sluitschroef op beschadigingen. Beschadigde pakking: vervangen. 6. Sluit de vuldop af met de sluitschroef. 7. Klem de minkabels van de batterij vast. De machine in bedrijf stellen en laten proefdraaien: 1. Machine inschakelen en in nullast laten draaien tot de bedrijfstemperatuur is bereikt. 2. Aftapkranen sluiten. 3. Machine uitschakelen. 4. Wacht tot de machine automatisch ontlucht is. Manometer geeft 0 bar aan! 5. Aftapkranen openen. 6.
Fig. 32 10 Onderhoud 10.4 Compressor Vervang koelolie compressor 1 2 3 4 5 olieafscheiderketel oliedichte stop aftapschroef olieafscheidertank olievuldop sluitschroef olievulopeningen 6 7 8 9 10 oliekoeler oliedichte stop aftapschroef oliekoeler combiventiel oliefilter Koelolie vervangen: Om het lekken van bedrijfsvloeistoffen binnen in de machine tegen te gaan is de bodemplaat bij de betreffende aftapopening voor de olieafscheiderketel en oliekoeler uitgevoerd met extra oliedichte stoppen.
10 Onderhoud 10.4 Compressor De machine in bedrijf stellen en laten proefdraaien 1. Machine inschakelen en in nullast laten draaien tot de bedrijfstemperatuur is bereikt. 2. Aftapkranen sluiten. 3. Machine uitschakelen. 4. Wachten totdat de machine automatisch ontlucht is. Manometer geeft 0 bar aan! 5. Aftapkranen openen. 6. Na circa 5 minuten: Controleer het koeloliepeil. Koeloliepeil te laag: koelolie nogmaals bijvullen. 7. Visuele controle op dichtheid uitvoeren. 10.4.
10 Onderhoud 10.4 Compressor 3. Afdichtvlakken met niet pluizige doek zorgvuldig reinigen. 4. Smeer de pakking van de nieuwe oliefilter licht in met olie. 5. Draai de oliefilter met de hand rechtsom vast. 6. Koeloliestand in olieafscheiderreservoir controleren. Koeloliepeil te laag: moet er koelolie bijgevuld worden. 7. Klem de minkabels van de batterij vast. Uitgestroomde koelolie, maar ook met koelolie verontreinigde werkmiddelen en onderdelen verwijderen volgens geldende milieuvoorschriften.
Fig. 34 10 Onderhoud 10.4 Compressor Olieafscheider-patroon vervangen 1 2 3 4 5 wartelmoer regelleiding wartelmoer olieretourleiding wartelmoer persluchtslang vuilvanger buis olieretourleiding 6 7 8 9 bevestigingsschroef deksel olieafscheiderpatronen dichting (o-ring) Olieafscheiderpatroon vervangen: Reinig/vervang de vuilvanger wanneer de olieafscheiderpatroon wordt vervangen. Onderhoud vuilvanger, zie hoofdstuk 10.4.5.1. 1. Wartelmoer bij posities 1 , 2 en 3 loszetten. 2.
Optie ba 10 Onderhoud 10.4 Compressor Olieafscheiderpatroon vervangen: Voer het vervangen van de olieafscheiderpatronen met defrosteropbouw op dezelfde manier als hierboven beschreven uit. Leeg daarbij ook de defroster en zet bijbehorende schroefverbindingen los. Let op de stuurleidingen van de defroster bij het wegnemen van het deksel. 1. Onderste deel defroster legen. Zie ook hoofdstuk 10.6.2 “Onderhoud defroster”. 2. Bevestigingsschroeven van de defroster op deksel loszetten. 3.
10 Onderhoud 10.4 Compressor 1. Open de kap. 2. Draai de wartelmoer 2 los en leg de olieretourleiding 1 aan de kant. 3. Schroef de vuilvanger 3 weer vast. 4. Verwijder zeef 4 en o-ring 5 en reinig ze. 5. Controleer zeef en o-ring op werking en slijtage. Bij gebrekkige werking: vervangen. 6. Reinig behuizing en schroefverbinding 6 van de vuilvanger. 7. Plaats zeef en o-ring weer in vuilvanger en sluit ze af met de schroefverbinding. 8. Bevestig olieretourleiding met wartelmoer. 9.
10 Onderhoud 10.4 Compressor Vervuilingsgraad luchtfilter controleren: Een filter moet onderhoud krijgen, wanneer de gele indicatiezuiger 10 aan de binnenzijde van de vervuilingsindicator 6 het gebied van de indicatieschaal 9 met de rode achtergrond heeft bereikt. ➤ Controleer de vervuilingsindicator van de luchtfilter. De indicatiezuiger heeft het rode gebied van de indicatieschaal bereikt: Filterelement reinigen of vervangen. Luchtfilter reinigen: 1.
Materiaal 10 Onderhoud 10.4 Compressor perslucht Water- of stoomstraaltoestel Voorwaarde De machine moet op een wasplaats met olieafscheider zijn opgesteld. De machine moet zijn uitgeschakeld. De machine moet afgekoeld zijn. De machine is volledig drukloos. De manometer geeft 0 bar aan. De persluchtverbruikers zijn afgekoppeld en de afnamekranen zijn geopend. De minkabels van de batterij zijn losgekoppeld.
10.5 10 Onderhoud 10.5 Onderstel/chassis Onderstel/chassis ➤ Neem de aanwijzingen in de volgende afzonderlijke handleidingen in acht: 10.5.1 ■ “Onderhoudswerkzaamheden onderstel” ■ Bedrijfsvoorschriften van de fabrikant van het onderstel Wielen controleren Na de eerste 50 km, na elke vervanging van de wielen en minstens om de zes maanden moet wor‐ den gecontroleerd of de wielen goed vastzitten, of ze zichtbare gebreken vertonen en of de ban‐ denspanning overeenstemt met de voorgeschreven waarde.
10 Onderhoud 10.5 Onderstel/chassis Oploopinrichting smeren: Smeerpunten Optie Weergave sb 2 2 3 4 1 Tab. 62 smeerpunten oploopinrichting Bij niet in hoogte verstelbare trekinrichtingen vallen de posities 1 uit. 1. Alle smeernippels 2 met smeerpistool 3 smeren tot er vers vet uit de lagerpunten komt. 2. Alle vertandingen 1 van de hoogteverstelling met zuurvrije olie 4 oliën. Meer informatie Smeer- en oliepunten, zie tabel 62. Oploopdemper controleren: 1.
Materiaal 10 Onderhoud 10.5 Onderstel/chassis Schroevendraaier Zaklamp Voorwaarde De machine moet zijn uitgeschakeld. De machine is losgekoppeld van het trekkende voertuig en staat veilig geparkeerd. Fig. 38 Dikte van de remvoeringen controleren 1 2 Kijkgat Remvoering 1. Verwijder de stop uit het kijkgat. 2. Controleer de dikte van de remvoering met een zaklamp. Als de remvoering minder is dan 2 mm, moeten de remblokken in een gespecialiseerde werk‐ plaats worden vervangen. 3.
Fig. 39 10 Onderhoud 10.6 Opties Kapscharnieren invetten 1 2 3 kap vetpers smeernippel 4 5 6 veerpoot kapscharnier carrosserie De beide smeernippels van de kapscharnieren zijn alleen bij geopende kap toegankelijk. 1. Zet de spansluitingen van de kap los. 2. Open de kap 1 . 3. Zoek de beide smeernippels. 4. Smeernippel 3 met vetpers 2 smeren totdat er vers vet uitloopt. Meer informatie 10.5.7 Zie het onderhoudsschema machine, hoofdstuk 10.2.4 voor smeerinterval van de kapscharnieren.
Fig. 40 10 Onderhoud 10.6 Opties Onderhoud olienevelaar 1 2 3 doseerwiel sluitschroef met peilstok en geïntegreerde olietoevoerbuis olie-vuldop 4 5 6 Oliereservoir persluchtingang uitgang werktuigolie Peil werktuigolie controleren: Het oliepeil van de olienevelaar moet dagelijks worden gecontroleerd. 1. Open de kap. 2. Maak de sluitschroef 2 van de olievuldop langzaam open en draai hem eraf. Aan de binnenkant van de olievuldop bevindt zich een oliepeilstok. 3.
Materiaal 10 Onderhoud 10.6 Opties Antivriesmiddel (Wabcothyl) Reinigingsdoek Voorwaarde De machine moet zijn uitgeschakeld. De machine is volledig drukloos. De manometer geeft 0 bar aan. De machine moet afgekoeld zijn. De persluchtverbruikers zijn afgekoppeld en de afnamekranen zijn geopend. GEVAAR Brand- en explosiegevaar als gevolg van mogelijke zelfontbranding van het antivriesmiddel! ➤ Schakel de machine uit en wacht tot zij is afgekoeld voordat u antivriesmiddel bijvult.
10.6.3 10 Onderhoud 10.6 Opties Optie la Vonkenvanger reinigen Om te voorkomen dat er gloeiende verbrandingsresten uit de uitlaatdemper komen moet ca. om de twee maanden de roetopeenhoping in de vonkenvanger worden verwijderd. Materiaal Geschikte rubberslang Tank om roet op te vangen Reinigingsdoek Veiligheidshandschoenen Veiligheidsbril Voorwaarde De machine moet zijn uitgeschakeld. Machine moet horizontaal staan. De machine is volledig drukloos. De manometer geeft 0 bar aan. Machine is afgekoeld.
Resultaat 10 Onderhoud 10.6 Opties Roet wordt met slang naar buiten geblazen en in de tank voor roet opgevangen. 1. Schakel de motor uit. 2. Verwijder slang en schroef de stop 2 op de aftapstomp. Wij adviseren u de vonkenvanger een keer per jaar met perslucht schoon te blazen. Voer het opgevangen roet af volgens de milieuvoorschriften. Nr.
10.7 10 Onderhoud 10.7 Onderhoudswerkzaamheden noteren Onderhoudswerkzaamheden noteren Machinenummer: ➤ Uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden in de lijst schrijven: Datum Tab. 63 108 Uitgevoerd onderhoud Urenstand Handtekening Genoteerde onderhoudswerkzaamheden Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.1 Let op het typeplaatje 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.1 Let op het typeplaatje Op het typeplaatje staat alle noodzakelijke informatie voor de identificatie van uw machine. Deze informatie is noodzakelijk, opdat we u een optimale service zouden kunnen bieden. ➤ Geef de gegevens van het typeplaatje op bij alle vragen over het product en de bestelling van onderdelen. 11.
11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.3 KAESER AIR SERVICE Benaming Aantal/hoeveelheid Nummer Motorolie 1 1925 Tab. 65 Reserveonderdelen motor 11.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
112 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
114 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
116 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
118 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
120 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
122 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
124 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
126 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
128 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
130 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
132 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
134 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
136 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
138 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
140 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
142 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
144 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
146 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
148 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
150 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
152 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
154 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
156 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
158 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
160 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
162 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
164 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
166 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
168 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
170 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
172 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
174 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
176 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
178 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
180 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
182 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
184 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.5 Reserveonderdelen voor onderhoud en reparatie Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 11 Onderdelen, werkingsproducten en service 11.
12 Buitenbedrijfstelling, opslag, transport 12.1 Buiten bedrijf stellen 12 Buitenbedrijfstelling, opslag, transport 12.1 Buiten bedrijf stellen Een buitenbedrijfstelling kan bijvoorbeeld in de volgende gevallen noodzakelijk zijn: Voorwaarde ■ De machine is (voorlopig) niet nodig. ■ De machien wordt (gedurende langere tijd) stilgelegd. ■ De machine moet tot schroot worden verwerkt. De machine is uitgeschakeld. De machine moet eerst droog en afgekoeld zijn. 1.
12 Buitenbedrijfstelling, opslag, transport 12.1 Buiten bedrijf stellen Buitenbedrijfstelling van de machine gedurende meerdere weken bij sterke vorst: 1. OPGELET! De batterij kan bevriezen! Lege batterijen kunnen al bij −10 °C bevriezen. ➤ Batterijen veilig tegen vorst opslaan. ➤ Batterijen liefst volledig geladen opslaan. 2. Demonteer de batterij(en) en bewaar ze op een vorstvrije plaats. 3. Controleer de lading van de batterij, zo nodig extra laden. 12.1.
12 Buitenbedrijfstelling, opslag, transport 12.2 Transport Handelingen voor “langere buitenbedrijfstelling” zie hoofdstuk OK? ➤ Breng op het bedieningspaneel een bordje aan waarop staat dat de ma‐ chine buiten gebruik is gesteld. – Motor-BV = Bedrijfsvoorschrift van de motorfabrikant. Tab. 67 Checklist “Langere buitenbedrijfstelling” ➤ Breng op het bedieningspaneel het volgende bordje aan waarop staat dat de machine buiten gebruik is gesteld: Let op! 1. De machine is stilgelegd. 2.
12 Buitenbedrijfstelling, opslag, transport 12.2 Transport Bijkomende lading (werktuigen en toebehoren): Toegelaten belasting (totale massa, steunlast, asbelasting) van de machine mag niet worden over‐ schreden. Neem de nationale wetten in acht! Wanneer bijkomende lading verboden is, moet deze in het trek‐ kende voertuig worden opgeborgen. 1. Informeer of tijdens het transport van de machine werktuigen of toebehoren mogen worden bij‐ geladen. 2.
12 Buitenbedrijfstelling, opslag, transport 12.2 Transport 1. WAARSCHUWING! Instabiel rijgedrag bij transport over de openbare weg! Persoonlijk letsel door ongevallen tijdens het transport is mogelijk. Problemen bij wegligging van machine en/of trekkend voertuig. Schade aan trekinrichting van machine en/of trekkend voertuig. ➤ Hang de machine niet met een schuine hoek aan het trekkende voertuig.
12 Buitenbedrijfstelling, opslag, transport 12.2 Transport 5. Indien de arrêteerindicatie niet zichtbaar is: ■ Kogelkoppeling omlaag drukken tot het koppelingsmechanisme hoorbaar arrêteert. ■ Indien nodig koppelingsgreep omlaag drukken tot de horizontale positie 7 bereikt is. 6. Controleer of de arrêteerindicatie 6 zichtbaar is. Wanneer de arrêteerindicatie zichtbaar is, het koppelingsmechanisme correct vergrendelen. Optie sa Voer na het aankoppelen de volgende handelingen uit: 1.
Optie sh 12 Buitenbedrijfstelling, opslag, transport 12.2 Transport Voer na het aankoppelen de volgende handelingen uit: Optie sh Fig. 45 Veiligheidsteken: wielkeggen borgen 1. WAARSCHUWING! Ontbrekende wielkeggen! Niet tegen wegrollen beveiligde machines kunnen dood of zwaar lichamelijk letsel tot gevolg hebben. ➤ Vóór transport de wielkeggen van de machine in de desbetreffende transportzekeringen opslaan. ➤ Vervang ontbrekende wielkeggen direct. 2.
12 Buitenbedrijfstelling, opslag, transport 12.2 Transport 1. OPGELET! Onbedoelde rembediening! Bij rijden door bochten kan door een te korte veiligheidskabel de rem worden geactiveerd. Dat kan tot hogere slijtage van de reminstallatie van de machine leiden. ➤ Gebruik een voldoende lang veiligheidskabel. 2. Voer de veiligheidskabel door de aan de zijkant gelaste ogen (veiligheidskabelgeleiding) van de dissel. 3.
Optie sb, sd, se 12 Buitenbedrijfstelling, opslag, transport 12.2 Transport Voer, om de machine te parkeren, de volgende handelingen uit: Bij parkeren op een helling moet de machine vóór het afkoppelen tegen wegrollen worden bevei‐ ligd. 1. Zet de kabel van de verlichtings- en signaleringsinrichting los. 2. Trek de handrem aan. 3. Maak de veiligheidskabel los. 4. Laat het steunwiel zakken. 5. Schuif de wielblokken onder de wielen. 6. Trek de handrem tot aan de aanslag aan. 7.
12.2.2.1 12 Buitenbedrijfstelling, opslag, transport 12.2 Transport Optie sf Diefstalbeveiliging gebruiken OPGELET Schade aan de machine door excessieve statische belasting van de assen ➤ Leg nooit een graafschop als diefstalbeveiliging op de kap van de machine. Gebruik uitsluitend de als optie leverbare veiligheidsketting om een geparkeerd machine tegen diefstal te beveiligen. Voorwaarde Veiligheidsketting aanwezig Slot aanwezig Waar de sleutel wordt bewaard, is afgesproken 1.
12 Buitenbedrijfstelling, opslag, transport 12.2 Transport 3. Hang de kraanhaak in. 4. Sluit de deuren en vergrendel ze. 5. Breng de machine voorzichtig omhoog. Neem bij het plaatsen van de machine het volgende in acht! 1. OPGELET! Een onjuiste plaatsing kan tot schade aan de machine leiden! Componenten van de machine, met name het frame, kunnen bij het neerzetten worden be‐ schadigd. ➤ Zet de machine voorzichtig neer. ➤ Let erop dat de machine niet op één zijde wordt geplaatst. 2.
12.2.5 12 Buitenbedrijfstelling, opslag, transport 12.2 Transport Transport als vracht De soort van verpakking wordt bepaald door het transportmiddel en de wijze van beveiliging van de goederen. De verpakkingen en de wijze van beveiliging van de goederen worden gekozen in functie van een perfecte uitleveringstoestand bij de klant, mits de lading deskundig wordt behandeld. Gedetailleerde informatie over transport over zee of door de lucht krijgt u bij de geautoriseerde KAESER-servicedienst.
12 Buitenbedrijfstelling, opslag, transport 12.3 Opslag Vóór het versturen van de machine als luchtvracht moet op het volgende gelet worden: De machine wordt bij luchttransport als gevaarlijk goed beschouwd. Indien hiermee geen rekening gehouden wordt, kan dat tot zware straffen leiden! 1. GEVAAR! Gevaar voor brand en explosies door verbruiksproducten! De machine is met een verbrandingsmotor uitgerust.
13 Appendix 13.1 Typering 13 Appendix 13.1 Typering Fig. 51 Typering 1 2 13.2 Nr.
200 13 Appendix 13.2 Stroomdiagram van leidingen en instrumenten (P+I-diagram) Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 13 Appendix 13.
202 13 Appendix 13.2 Stroomdiagram van leidingen en instrumenten (P+I-diagram) Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
13.3 13.3.1 Nr.: 9_9446 01 NL 13 Appendix 13.
204 13 Appendix 13.3 Maattekening Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
13.3.2 Nr.: 9_9446 01 NL 13 Appendix 13.
206 13 Appendix 13.3 Maattekening Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
13.3.3 Nr.: 9_9446 01 NL 13 Appendix 13.3 Maattekening Optie sd Maattekening onderstel met onbuigzame dissel en parkeerrem.
208 13 Appendix 13.3 Maattekening Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
13.3.4 Nr.: 9_9446 01 NL 13 Appendix 13.
210 13 Appendix 13.3 Maattekening Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
13.4 Nr.: 9_9446 01 NL 13 Appendix 13.
212 13 Appendix 13.4 Elektrisch schema Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 13 Appendix 13.
214 13 Appendix 13.4 Elektrisch schema Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 13 Appendix 13.
216 13 Appendix 13.4 Elektrisch schema Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 13 Appendix 13.
218 13 Appendix 13.4 Elektrisch schema Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 13 Appendix 13.
13.5 220 13 Appendix 13.5 Aansluiting van de verlichtings- en signaleringsinrichting Optie tc Aansluiting van de verlichtings- en signaleringsinrichting Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 13 Appendix 13.
222 13 Appendix 13.5 Aansluiting van de verlichtings- en signaleringsinrichting Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 13 Appendix 13.
13.6 224 13 Appendix 13.6 Schema brandstofcircuit Schema brandstofcircuit Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.
Nr.: 9_9446 01 NL 13 Appendix 13.
226 13 Appendix 13.6 Schema brandstofcircuit Bedrijfsvoorschrift M26 Mobilair Nr.